Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Cvo de Oranjerie hosp finaliteit Stadsgids Leuven Funerair erfgoed Een wandeling op het Leuvens Kerkhof

Dovnload 137.84 Kb.

Cvo de Oranjerie hosp finaliteit Stadsgids Leuven Funerair erfgoed Een wandeling op het Leuvens Kerkhof



Pagina3/5
Datum12.03.2017
Grootte137.84 Kb.

Dovnload 137.84 Kb.
1   2   3   4   5

C. Annex




1. Inleiding

Al snel volstond de aanvankelijke oppervlakte van het “kerkhof der vijf parochiën” niet. Tussen 1872 en 1901 werd daarom geleidelijk aan een annex aan het ‘oude kerkhof’ aangemaakt. Tijdens de wandeling op het kerkhof worden de verschillende delen ook met die namen aangeduid: Oud Kerkhof (O.K.) voor het oudste gedeelte en annex voor de grond langs de Tivolistraat. De uitbreiding aan de zijde van “De Philips”, aangekocht op 7 maart 1921, is in de begrafenisboekhouding gekend als “nieuw kerkhof” (N.K.). Met zijn actuele oppervlakte van ruim 11 ha behoort de stadsbegraafplaats tot één van de grootste historische begraafplaatsen van ons land.9




2. Rondleiding


vander kelen 055

Het eerste ‘graf’ dat we zien als we de annex betreden, is de grafkapel van de familie Bossu. Grafkapellen waren in de negentiende eeuw bijzonder populair. Philippe Ariès zegt hierover: “toen het verbod kwam om in de kerken te begraven, is men dus op het idee gekomen de grafkapellen uit de zijbeuken naar de kerkhoven over te brengen en er grafmonumenten van te maken.”


In overeenkomst met die opvatting, wordt een grafkapel meestal als een kleine gebedsplaats opgevat, met een altaar en enkele bidstoelen, een oord van meditatie waar nabestaanden in alle rust hun overleden dierbaren kunnen gedenken.
De kapel van de familie Bossu is neogotisch van stijl, de uitdrukking van de hernieuwde belangstelling voor de eigen tradities, verwijzend naar een periode waarin de kunsten en ambachten een grote bloei kenden. Het kruis geeft gestalte aan de katholieke overtuiging van de familie. De Griekse letters ‘alfa en omega’op het venster boven de deur zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet en symboliseren God als het begin en einde van alle dingen.

Een volgend belangrijk departement van de annex is het columbarium. De wet van 20 juli 1971 verplichtte de gemeenten tot de aanleg van een columbarium en strooiweide. Het columbarium stamt al uit de Romeinste tijd. Toen was het een onderaardse grafkelder met nissen voor asurnen in de muren. Vandaar ook de naam columbarium, afkomstig van het woord Columba, Latijn voor duif, omdat het er als een duiventil uitziet. vander kelen 057


Aan de ingang van de begraafplaats bespraken we al het bord dat de de Nederlandse en Britse militaire begraafplaats aankondigde. Ook deze bevindt zich in de Annex.
Op de Britse militaire begraafplaats bevinden zich acht Britten, die in de nacht van 11 mei 1944 overleden. Tijdens een vliegtuigaanval trachtten ze de locomotievenherstelplaats in Kessel-Lo te raken. De Pathfinders, een eliteformatie van de Britse luchtmacht, moest het doelwit eerst markeren. Daarna volgden de bommenwerpers om het doelwit uit te schakelen. Door grondnevel waren die nacht echter heel wat markeerbommen onzichtbaar. Ondanks het feit dat in zo’n geval de instructies duidelijk waren – geen bommen droppen als je geen markering ziet! – besloten verschillende crews toch hun bommenluiken te openen.
Bovendien spookten tijdens het bombardement de Duitse Messerschmidts tussen de Britse bommenwerpers. De Duitsers slaagden erin om een Lancaster LS-A met enkele salvo’s uit hun 20mm-boordkanonnen naar beneden te doen storten10, recht op het doelwit. De LS-A explodeerde rond 00u30 in het Noord-Westelijke gedeelte van Leuven en stortte vooral neer in de hoek gevormd door de Ierse Predikherenstraat en de Brouwersstraat.

vander kelen 062

De LS-A werd bestuurd door Flight Lieutenant Alan Amies (21jaar), een redelijk ervaren piloot. Verder aan boord een ‘internationale’ crew: 3 Britten, 1 Zuid-Afrikaan, 2 Canadezen en 1 Australiër.

Geen van de 8 bemanningsleden overleefde de crash. Het was hun eerste en tevens laatste missie samen
Enkele dagen voor hun dood poseerde de bemanning van de Lancaster LS-A nog tezamen. Van links naar rechts: Reginald Watson, John Cairns, Ernest Jones, Jon Whittaker, Gavin Cronk en waarschijnlijk Herbert Baker en Donald Wilson. (zie bijlage 1).
Hun verhakkelde lichamen werden één voor één geborgen. De bezetter speelde handig in op de vondst van de 8 lichamen, vlakbij de ravage die de geallieerde strijdmacht aangericht had. Alle Leuvenaars die voorbij de Ierse Predikherenstraat voorbijkwamen, moesten naar de gesneuvelde ‘Engelse’ vliegeniers gaan kijken. De bezetter had ze daar te kijk gelegd!

Het duurde een hele tijd vooraleer de graven correct geïdentificeerd werden. Aanvankelijk lagen ze onder één kruisje met het opschrift ‘8 onbekende vliegeniers’. Later plaatste men willekeurig 8 kruisjes met de namen van de gesneuvelden. Toen bleek dat de plaatsing ervan niet overeenkwam met het lichaam dat eronder lag, werd overgegaan tot identificatie van de slachtoffers (18 juni 1948). Pas dan werden de kruisjes correct geplaatst. Sindsdien werden de metalen kruisjes vervangen door de officiële CWGC grafstenen en zien we van boven naar onder: het embleem, stamnummer en rang, de naam in hoofdletters, de naam van het regiment, de datum van sneuvelen en de leeftijd, eventueel een godsdienstig symbool.


vander kelen 066

Aan het volgende graf eert het dankbaar proletariaat Prosper Van Langendonck. Hij was, als bestuurder van de coöperatieve De Proletaar11, zowat de spil van de Leuvense socialistische partij in haar beginjaren. In een stad als Leuven hadden de socialisten het niet gemakkelijk: de katholieke elite wortelde er stevig in de universiteit en de talrijke kloosters. Voor de katholieken waren de socialisten het schorremorrie, dat uit gangetjes kwam gekropen om Kerk, familie en eigendom te belagen. Op enkele progressieven zoals de industrieel E. Remy na, waren de liberalen even antisocialist.

Prosper Van Langendock wordt door het dankbare proletariaat geëerd voor zijn bijdrage in de Leuvense coöperatieve die met haar bakkerij, schoenwinkel, slagerij en klerenwinkel producten aan eerlijke prijzen aan de arbeiders verkocht. Verder werkte hij met De Proletaar ook aan een breed socialistisch verenigingsleven met een ziekenbond en verschillende acties voor het algemene stemrecht. In 1893 was hij een van de leiders bij de algemene staking van Leuven. Hij kreeg er 5 maanden effectief voor. Toen het meervoudig stemrecht in 1894 dan toch werd ingevoerd, was het voor socialisten nog steeds niet gemakkelijk om hun electorale opkomst te verzilveren. Prosper Van Langendonck speelde het wel klaar: hij behaalde als enige een zitje in het Parlement.

Het graf van Prosper Van Langendonck staat heel toepasselijk naast het monument ter nagedachtenis der slachtoffers van 18 april 1902. Zes mensen lieten in Leuven immers hun leven voor het algemeen enkelvoudig stemrecht. 300 000 arbeiders waren al 4 dagen in staking toen op 18 april 1902 het parlement opnieuw het algemeen stemrecht afwees. Al van ’s ochtends zwierven de stakende arbeiders doelloos door Leuven. Toen om 18u een telegram van Prosper Van Langendonck kwam met het slechte nieuws, verzamelden de honderden arbeiders zich om door Leuven te demonstreren. Toen een honderdtal betogers in de Broekstraat (de huidige Janseniusstraat) op een eenheid van de burgerwacht stootten, klonk het eerste bevel tot vuren. Tientallen betogers vielen op de straatstenen. Vier stierven ter plekke. Inmiddels stapte de rest van de betoging de Tiensestraat in. Op de hoek met de Muntstraat, opende de burgerwacht zonder waarschuwing het vuur. Hier stierven twee betogers. Op beide plaatsen waren er verschillende zwaargewonden. Het algemeen enkelvoudig stemrecht werd uiteindelijk pas in 1919 toegestaan (en dan nog alleen voor de mannen!) en in 1921 in de grondwet opgenomen. vander kelen 068


Het monument12 voor de slachtoffers werd ingehuldigd op 6 november 1904 en is ontworpen door Jules Herbays (Elsene 1866-1940), een Brusselse beeldhouwer. Jaarlijks worden de slachtoffers herdacht. In 1998 was de herdenking voor Louis Tobback een gelegenheid om het socialistische standpunt rond de opkomstplicht voor de verkiezingen uiteen te zetten.
Soms heeft een jonge politieke beweging nood aan martelaars. De BWP (huidige sp.a) verkocht de kleine affiche in bijlage 2 als herinnering aan haar martelaars.
De Frygische / Smurfen muts is een zacht kegelvormig hoofddeksel waarvan de top naar voren wijst en weer wat naar beneden valt. De muts was het kenmerk van de inwoners van Frygië (Klein-Azië) en werd volgens de legende voor het eerst gedragen door hun koning Midas om de ezelsoren die hij als straf voor zijn domheid van de goden had gekregen te verbergen.

Het hoofddeksel werd in de moderne tijd gedragen door de Jacobijnen en als symbool van vrijheid in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Franse Revolutie. De muts was het symbool van het ooit tot slavernij (aan het feodale systeem) vervallen Franse volk dat zijn banden had afgeschud en nu vrij was.


Rechtover het monument ligt een ander socialistisch voorman, minister van Staat Alfons Vranckx (1907-1979). Hij was de zoon van een spoorwegarbeider, liep school op het koninklijk atheneum en studeerde rechten aan de KULeuven, een periode waarin hij een overtuigd anti-militarist, flamingant en socialist zou worden.vander kelen 069

In 1947 werd de Raad van State13 opgericht en werd Alfons Vranckx één van de vijftien ‘founding fathers’. Vanaf 1955 was hij docent in de Faculteit van de Rechtsgeleerdheid van de Gentse Rijksuniversiteit. Korte tijd was hij ook Minister van Binnenlandse Zaken (1965-1966), en nadien Minister van Justitie (1968-1972, 1972-1973). Het is in zijn functie van Minister van Justitie dat hij omwille van zijn anti-drugsbeleid door Humo in 1971 tot “Lul van het jaar” uitgeroepen werd.



1   2   3   4   5

  • 2. Rondleiding

  • Dovnload 137.84 Kb.