Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Daedalus en Icarus

Dovnload 15.15 Kb.

Daedalus en Icarus



Datum03.11.2018
Grootte15.15 Kb.

Dovnload 15.15 Kb.

Daedalus en Icarus


Daedalus was een bekend kunstenaar uit Athene. Hij was een nakomeling van de koning van Attica, Erechtheus.
Hij was zeer bekend omdat hij de eerste was die standbeelden met open ogen gaf en uitgestrekte handen en voeten die verend voortschreden.
Maar toen een leerling, Talos,  grote talenten bleek te hebben was hij bang dat hij beter zou worden dan hem.
Daarom stootte hij hem van een hoge rots.
  
Hij vertrok zeer snel uit Kreta. Koning Minos van Kreta bood hem bescherming aan en hij genoot van de vriendschap van de koning. Voor de koning moest hij een onderkomen maken voor de Minotaurus.
Daedalus bouwde voor de koning een ingenieus labyrint.  
Het labyrint zat vol met kronkelende wegen waar niemand ooit kon uit ontsnappen.

Als het labyrint af was werd de Minotaurus in het midden van het labyrint opgesloten. Hij at al 9 jaar lang 7 jonge mannen en 7 jonge meisjes op, die de stad Athene moest sturen als oorlogsschat aan koning Minos.


Omdat Daedalus heimwee had vroeg hij aan Minos of hij mocht vertrekken.  Maar de koning weigerde. Vanaf dan dacht Daedalus hele dagen na over hoe hij kon ontsnappen.  
Ten slotte riep hij uit dat alleen de lucht voor hem een ontsnappingsweg kan zijn.

Daedalus begon wassen vleugels te maken en op een dag probeerde hij te vluchten samen met zijn zoon Icarus.


Hij had zijn zoon nog zo gewaarschuwd voor het gevaar.
Hij zei tegen Icarus:
Zoon, vlieg niet te hoog want de zon zal je vleugels doen smelten en vlieg niet te laag want anders stort je naar in zee.
Maar ze waren nog niet ver weg of Icarus probeerde eens hoog te vliegen.  Met de gevolgen van dien : Zijn vleugels smolten en hij stortte neer in zee.
Vandaar dat de zee waarin hij neerstortte de  Icarische Zee nu Egeïsche Zee noemt

Tantalos


Tantalos is de zoon van Zeus. Desondanks is hij sterfelijk maar hij is een zeer goede vriend van de goden en mag altijd komen op de avondmalen van de goden.

Maar na een tijdje begon hij daarvan misbruik te maken. Hij vertelde geheime informatie door aan andere sterfelijken.


Hij stal ook een waardevolle gouden hond, ambrosenwijn en nectar.

Maar hij zwoer plechtig dat hij daar niets mee te maken had.


In al zijn overmoed nodigde hij de goden uit bij hem thuis.  Als eten serveerde hij zijn zoon Pelops om hen te testen.

Alle goden roken direct het verschil behalve Demeter die er met haar gedachten niet bij was en zo in een stuk schouder beet.


Dit was voor alle goden de druppel die de emmer deed overlopen.  Nadien werd Pelops opnieuw geboren, maar zonder schouder(Hij kreeg nadien wel een namaak schouder van de goden)

Maar de goden straften Tantalos zwaar voor al zijn daden. Dit waren 3 verschillende kwelingen:


Hij werd vastgebonden in het midden van een rivier :



Hij kon juist niet aan het water dat onder hem vloeide. Daardoor kreeg hij verschrikkelijke dorst



Hij probeerde ook aan de fruitbomen te komen die juist naast hem hingen. Maar ook dit was tevergeefs : Toen hij bijna een stuk fruit had stak er juist een harde wind op en de takken gingen verderweg van hem.



Boven hem lag er een rotsblok die  elke seconde kon vallen

Hij leed ook verschrikkelijk veel in de onderwereld

CEYX en ALCYONE


Ceyx, zoon van de avondster, en Alcyone, dochter van de god van de wind, waren zo erg verliefd op elkaar dat het een zware last voor hen werd. Daarom  wou Ceyx er even tussenuit. 

Hij zei tot Alcyone: "Ik ben ongerust over het lot van mijn broeder, hij is erg ziek, ik moet naar het orakel van Apollo


gaan om raad te vragen. Ik ga naar Klaros(Apollo heeft niet alleen in Delphi, maar ook op vele andere plaatsen orakels) want op de weg naar Delphi wemelt het van de roversbenden."

Omdat Klaros over zee lag moest Ceyx per schip reizen. Zijn vrouw protesteerde, maar Ceyx zweerde dat wanneer een genadig lot hem de thuisvaart gunt, hij terug zou komen voordat het tweemaal nieuwe maangeweest zou zijn. Omdat  zijn besluit vast stond, kon ze niets anders doen


dan toestemmen.  Ceyx scheen geluk te hebben: hij had reeds de helft van de reis met een gunstige wind afgelegd. Maar tegen het vallen van de avond, zette vanuit het zuiden een gevaarlijke wind op: een storm was losgebroken. De storm zwol al snel tot een orkaan. 

De stuurman had alle controle over het schip verloren


en iedereen probeert zichzelf te redden.
Opeens drong het water het ruim binnen. Met vertwijfeling zagen de zeelui de dood in hun ogen. Toen brak de mast en het roer werd weggerukt, de golven klommen hoog op en stortten zich van boven op het broze schip, de schepelingen werden mee in de diepte gesleurd; Allen Ceyx was ontkomen aan
de draaikolk. Zijn gedachten waren bij Alcyone en zijn laatste zucht was 'Alcyone'. Zijn vader, de avondster, was reddeloos, omdat hij hem niet van de verdrinkingsdood had kunnen redden.

Ondertussen telde Alcyone de dagen die nog restten tot het de tweede maal maan was geweest. Ze bereidde een groots feest voor om hem bij zijn terugkomst te verwelkomen. Elke dag bad ze tot Hera voor zijn gezondheid. Om de onzekerheid van zich af nemen, beval ze Iris (godin van de regenboog en


bode van de godin Hera) om zich te spoeden naar de berggrot van Hyphnos, de god van de slaap. Iris vrieg Hyphnos een droom in de gedaante van de dode Ceyx voor haar te laten verschijnen, en haar zo in een droombeeld het ongeluk op zee te laten aanschouwen. De god van de slaap riep Morpheus, één
van zijn 1000 kinderen. Morpheus nam de gedaante aan van Ceyx en hij toonde zich aan Alcyone in haar droom. Hij zei tot Alcyone: "Ik ben niet Ceyx, ik ben slechts zijn schim. Geliefde, ik vertoef niet meer onder de levenden. Ik ben zelf gekomen om u mijn dood in de woeste storm op  zee bekend te maken."
Ontzet rees Alcyone op uit haar slaap en smeekte om met haar echtgenoot te mogen mee gaan.

's Anderendaags ging ze vol verdriet naar de plek waar ze hem bij zijn vertrek had uitgewuifd. Plots zag ze op de golven iets wat op een menselijk lichaam geleek. Het lijk spoelde aan en het bleek Ceyx te zijn. Ze sprong op en al vliegend kwam ze naar hem toegelopen. Wanneer ze zich neer liet komen op de borst van haar geliefde echtgenoot, veranderde Alcyone in een ijsvogel.


Het diertje vlijde zich met de prachtige bonte veren tegen de borst van de dode.
Omdat de goden erg ontroerd waren door dit tafereel, veranderden ze ook Ceyxin een ijsvogel.

De vogels paarden en jaarlijks zit Alcyone broedend in haar nest. Zelfs al is het winter, deze 7 dgaen worden door geen slecht weer gestoord want haar vader Aeolos zelf laat zijn winden(noorden-, ziuden-, westen- en oostenwinden; geen andere interpretatie!) tijdens deze broedtijd niet uit, om zijn kleinkinderen te beschermen en hen rust te geven.

  • Tantalos
  • CEYX en ALCYONE

  • Dovnload 15.15 Kb.