Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Daniël 9 Schuldbelijdenis en nieuwe hoop

Dovnload 9.82 Kb.

Daniël 9 Schuldbelijdenis en nieuwe hoop



Datum05.12.2018
Grootte9.82 Kb.

Dovnload 9.82 Kb.

Daniël 9 Schuldbelijdenis en nieuwe hoop
Hoofdstuk 9 neemt ons mee naar het eerste jaar van Darius, dat is dus direct na de overname van het Babylonische rijk door de Meden en de Perzen. Dat eerste jaar komt 3 keer voor: in hoofdstuk 6, hier en in hoofdstuk 11. Waarschijnlijk is hoofdstuk 6 – Daniël in de leeuwenkuil – al geweest.
In vers 2 lezen we dat Daniël in de boeken let op de tijden waarover de Heer tot Jeremia heeft gesproken. Jeremia is een tijdgenoot van Daniël, die leefde ten tijde van Josia en Jojakim. In tegenstelling tot Daniël, is Jeremia niet meegevoerd naar Babel, maar achtergebleven in Jeruzalem.

Hij wordt door Daniël een profeet des Heren genoemd. Wanneer is iemand een profeet? Dat is een vraag die vandaag de dag ook nog vaak gesteld wordt. Gelukkig vinden we daar al in één van de eerste bijbelboeken duidelijke aanwijzingen voor: iemand spreekt in de naam van de Heer en dat wat hij zegt wordt vervuld (Deuteronomium 18:22). Wanneer iemand in de naam van de Heer spreekt en dat wat hij zegt wordt vervuld, máár daarbij roept hij op om andere goden achterna te lopen, dan is het geen profeet van de Heer (Deuteronomium 13:2). In het Nieuwe Testament waarschuwt Johannes in zijn eerste brief voor valse profeten.


In dit zelfde vers komen we bij het volgende opmerkelijk punt.

Waarom 70 jaar?

In 2 Kronieken 36:21 lezen we dat de sabbatsjaren vergoed moesten worden.

Allereerst zullen we uitleggen wat een sabbatsjaar is.

Het is een jaar waarin er op het land niet werd gezaaid en dus ook niet werd geoogst.

Na 6 jaren van zaaien en oogsten volgde een jaar van rust. Hoe kwamen de mensen dan toch aan eten? Daarin voorzag de Heer op een geweldige wijze! In het 6e jaar gaf de Heer een dubbele oogst.

Het 50e jaar was ook een bijzonder jaar, een jubeljaar, ook dan mocht er niet gezaaid en geoogst worden. In het 48e jaar gaf de Heer zoveel oogst dat er voldoende voedsel was voor het 49e en 50e jaar (2 Kronieken 36:21, Leviticus 25:4,11).

In de 800 jaar dat het volk Israël in het land Kanaän was zijn er 128 sabbatsjaren geweest. Maar het volk heeft blijkbaar meer dan de helft (70) ervan niet gehouden. Dat is naast de afgodendienst van het volk de reden geweest voor God om het volk in ballingschap te brengen.

Om zo het land alsnog rust te geven!
Wanneer we lezen op welke manier Daniël zich verootmoedigt voor de Heer, na het lezen van ‘de boeken’, dan lijkt het wel alsof Daniël zelf de grootste zondaar is (Daniël 9: 4-19). Het laat zien dat een dienstknecht van de Heer nooit de behoefte heeft om neer te kijken op een ander. Of een ander aan te wijzen als schuldige. Voor de christenen van vandaag geldt dat nog net zo. We hebben te erkennen dat we zelf onderdeel zijn van de christenheid die vandaag de dag tot op het bot verdeeld lijkt te zijn en waar de chaos enorm is. Ook al heb je misschien daarin geen persoonlijke zonde begaan, je maakt wel deel uit van die christenheid.

Daniël pleit dan ook op Gods barmhartigheid (Daniël 9:9,18). Dat is nu net zo. Als er ook maar iets wordt bewerkt dan is dat Zijn werk, een werk van barmhartigheid en genade.


De engel Gabriël geeft Daniël antwoordt op zijn gebed. Dan is het de tijd van het avondoffer, het negende uur. Dat tijdstip komen we vaker tegen in de bijbel:

  • Handelingen 3:1 : de genezing van een verlamde man.

  • Handelingen 10: 3,30 : Cornelius

Lezen we dit gedeelte, dan zijn het momenten - net als in Daniël 9- waarop gebeden worden verhoord. Met uitzondering van dat ene gebed dat óók op het negende plaatsvond:

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ (Mattheus 27:46).

Dan gaat Gabriel aan Daniël uitleggen over de ’70 weken’.

Deze weken zijn geen weken van 7 dagen, maar van 7 jaar.

De eerste 7 weken (49 jaar), Daniël 9:25 – dat heeft plaatsgevonden ten tijde van Nehemia, die terugkeerde van de ballingen en Jeruzalem heeft herbouwd.

Gevolgd door 62 weken (434 jaar), Daniël 9:25,26 – de periode tussen het OT en NT. Deze periode komt ten einde als de Messias komt, niet om Zijn positie als gezalfde in te nemen, maar om uitgeroeid te worden. Wanneer kort daarna (70 na Chr.) Jeruzalem wordt verwoest, wordt de klok van deze 70 weken stilgezet. Dan zijn er dus 69 weken (483 jaar) voorbij. Die laatste week (7 jaar) moet nog steeds plaatsvinden. Nemen we het Bijbelboek Openbaring erbij, dan beschrijven de eerste 3 hoofdstukken de periode die plaatsvindt na die 69 weken en vóór de laatste week.

Na de opname van de gemeente zal God verder gaan met het laatste jaarweek.

In die laatste week moet in elk geval de tempel er staan, want er zal weer geofferd worden lezen we in vers 27. Ook zal er een vorst zijn. Dat zal ‘dezelfde’ vorst zijn als degene die Jeruzalem heeft verwoest. Toen vorst/keizer van Rome, straks de leider van Europa.

De huidige omstandigheden zijn geen toeval, maar Gods plan zit er achter.

Alles ‘lijkt’ om Israël te gaan.

Tot slot noemt Gabriël de verwoester die gaat komen op een vleugel van gruwelen.

Een gruwel is iets wat God verafschuwt. In de Bijbel lezen we dan over zonden op seksueel gebied en over afgoderij. De dienst aan God zal worden stopgezet en afgodendienst onder bescherming van de wereldmachten zal gaan plaatsvinden.

Deze verwoester brengt ons bij een ander gedeelte in de Bijbel dat over dezelfde periode spreekt, namelijk Mattheus 24. Het is opmerkelijk dat de Heer dan begint met ons te waarschuwen tegen misleiders. Het is enorm belangrijk voor ons om dat in acht te nemen. Nú al zijn er al veel antichristussen. Zij schetsen een verkeerd beeld van de Heer Jezus. Bijvoorbeeld: Hij was niet echt mens, of Hij wat niet echt God.

Het is al bijna zover! De opname van de gemeente staat voor de deur en daarmee ook het begin van die laatste week. Daniëls houding van schuldbelijdenis maakt hem tot een zeer beminde man (vs.23), aan wie God kan uitleggen dat Hij wel degelijk omkijkt naar het volk en de stad van Daniëls volk (vs.18 en 24). De oplossing komt in de komende Messias, ook al wordt hij eerst verworpen.


Laten we toch geen kans onbenut laten, om de mensen die op ons pad komen te wijzen op de Heer Jezus.


Dovnload 9.82 Kb.