Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De 123 joodse kinderen van Hanna en Nico door Harrie Raaijmakers

Dovnload 217.97 Kb.

De 123 joodse kinderen van Hanna en Nico door Harrie Raaijmakers



Pagina3/3
Datum28.10.2017
Grootte217.97 Kb.

Dovnload 217.97 Kb.
1   2   3

Onderscheidingen

Onderscheidingen werden en worden nog steeds uitgereikt aan personen, die zich in de oorlog verdienstelijk hebben gemaakt met het bieden van hulp aan joden. De onderscheiding kan postuum worden uitgereikt. Ze moet wel aangevraagd worden door iemand die in de oorlog gered is. Gezien het grote aantal pleegouders is het teleurstellend dat er slechts enkele gezinnen de Yad Vashem ontvangen hebben.


– Hanna van de Voort ontving in 1956 een postume onderscheiding van de Israëlische ambassadeur en op 5 mei 1957 werd een plaquette aangebracht op de voorgevel van haar woning. Burgemeester Rutten onthulde de plaquette, terwijl Tienrays fanfare de plechtigheid muzikaal opluisterde.

Het Israëlische Oorlogsdocumentatie Instituut Yad Vashem heeft Hanna in Jeruzalem postuum onderscheiden door het planten van twee bomen in de “Laan der Rechtvaardigen”.


Zij kregen de Yad Vashem onderscheiding.
– De heer en mevrouw Frans en Maria Verstappen-Kuijpers uit Oirlo kregen op 9 augustus 1973 de onderscheiding. De onderscheiding werd uitgereikt in het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam op donderdag 22 november 1973. Tijdens die plechtigheid was onder andere burgemeester Dr. I. Samkalden aanwezig en de ambassadeur van Israël, Zijne Excellentie Hanan Bar-On.

Er is een boom geplant in Israël op 8 mei 1974.


Annet Verstappen: Hanna Prins is na de bevrijding met een rabbi getrouwd en heeft de onderscheiding aangevraagd voor mijn ouders. Die is uitgereikt in het Joods Cultureel Centrum te Amsterdam. Hanna Prins heeft tevens een boom geplant in Israël voor mijn ouders.
– Op 16 december 1976 werd Hanna postuum geëerd. Dat gebeurde in het Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Pianist Saas Bunge verzorgde de muzikale omlijsting. De opening werd verricht door Mr. R.A. Levisson en de aanwezigen werden welkom geheten door burgemeester Dr. I. Samkalden. Toespraken werden gehouden door de heren I. Zadoks, voorzitter van het Nederlands Israëlisch Kerkgenootschap en Mr. A.A.M. (Dries) van Agt, minister van justitie en Zijne Excellentie de heer Kidron, ambassadeur van Israël.

In 1971 werd in Tienray een plein naar haar genoemd. Het Hanna van de Voortplein is intussen verfraaid met een monument van de hand van kunstenares Elly van de Broek. Op 4 mei 1989 werd het monument onthuld door burgemeester Joep Hahn. Elk jaar wordt daar de dodenherdenking gehouden, afwisselend georganiseerd door één van de dorpen van de gemeente Meerlo-Wanssum. Sinds 1 januari 2010 neemt de dorpsraad van Tienray deze taak op zich gesteund door de gemeente Horst aan de Maas.


Mieke Mees kreeg op 2 mei 1977 de onderscheiding op haar ziekbed. Ze stierf op 17 augustus 1977 aan kanker.
Jan en Nellie van Enckevort-Kersten in Seveum op 2 april 1979.
Gerard en An Verstraelen-Driessen op 7 juli 1986.
Nico Dohmen werd op 30 mei 1987 geëerd. De onderscheiding is aangevraagd door Arie en Sonja Ossendrijver-de Vries. Dit echtpaar heeft verschillende kinderen benaderd om de aanvrage te ondersteunen.
Lei en Maria Reinders-van Rens Spoorstraat 65 Tienray werden op 28 maart 1988 onderscheiden.
Op 3 april 1990 werden Martien en Lieske van Leest in Amsterdam geëerd. Voor Martien gebeurde dat postuum. De onderscheiding was aangevraagd door Rebecca Landsberg-Aldewereld.
Jan en Drica Christiaens-Evers, Herenbosweg 7 in Melderslo Yad Vashem op 5 mei 1998.
Op 8 november 2005 is de onderscheiding postuum uitgereikt aan Nert en Marie Litjens-Janssen uit Swolgen. De onderscheiding is aangevraagd door Tom Stein (Tom de Groot) die bij hen in de oorlogsjaren onderdak gevonden had.
En verder

In het voorgaande verhaal komen twee personen voor, die nadere uitleg behoeven: Curt Löwenstein en Rebecca Aldewereld. Curt heeft samen met Hanna en Nico verzetswerk verricht en Rebecca is in Tienray opgepakt en is met de vier kinderen naar Westerbork gebracht.



Nico Dohmen
Nico, geboren op 3 januari 1921 in Stoutenburg ging na het gymnasium in Kampen hij naar de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Hij weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen en dook in Maasniel onder bij de boerderij van een oom. Daar trof hij Mien van de Voort. Het werd te gevaarlijk daar vond zij en zij zorgde ervoor, dat Nico in Tienray terecht kwam. Nico had een vals persoonsbewijs met “Ultee” als naam. Hanna werkte tijdens de oorlog nauw samen met hem.

Hij is na de oorlog psychologie gaan studeren aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. In 1948 is hij daar student-assistent geworden. In 1951 heeft hij zijn doctoraalexamen gedaan. Per 1 januari 1954 is hij als psycholoog in dienst getreden van Philips Telecommunicatie. In 1960 werd hij aldaar hoofd Sociale Zaken. In februari 1971 is hij bij Douwe Egberts gaan werken als directeur Sociale Zaken. In 1974 kwam hij in de Raad van Bestuur. Op 1 januari 1983 ging hij op 62-jarige leeftijd met pensioen. Hij overleed op 16 februari 2008 in Hilversum.


Curt Löwenstein

Curt Löwenstein (Ben Schräder, Bernardus Joosten en Ben Oudenbosch), was geboren op 17 november 1925 in Oost Pruisen (destijds Polen) in het plaatsje Allenstein (Olsztyn) ten oosten van Danzig. Zijn vader Alfred was advocaat en bespeelde als amateur piano. De familie verhuisde in 1937 naar Berlijn, waar Alfred nog steeds zijn beroep kon uitoefenen. Door de ernstige problemen voor joden trachtte de familie naar Amerika te emigreren. Dat kostte erg veel geld en er was veel bureaucratie. Henry, de broer van Curt, emigreerde in 1939 naar Engeland met nog elf andere joodse jongens. Vader, moeder en Curt vroegen en kregen toestemming voor emigratie naar Amerika. Zijn ouders waren uit Berlijn vertrokken met de trein naar Rotterdam en zouden op 11 mei 1940 met het stoomschip “Veendam” afvaren. Zij kwamen op 8 mei 1940 in Rotterdam aan. Er waren slechts vijf kinderen bij. Op 10 mei begon de oorlog en moest de reis afgeblazen worden. De mannen werden ondergebracht in “De Doelen” en de vrouwen en kinderen werden in de politiebureaus ondergebracht. Na verloop van tijd kwam de drie leden van de familie afzonderlijk van elkaar in Venlo terecht. In Venlo had de meubels in die plaats laten opslaan. Daar verwachtte men de familie niet meer terug en was men tot verkoop van de meubels en kleding overgegaan.

Enkele maanden later kreeg Alfred een baan bij de Joodse Raad in Amsterdam. Curt bedekte de gele ster met zijn rechterarm door een pijp vast te houden. In juni 1943 werden hij en zijn moeder bij een razzia opgepakt en in een veewagen naar kamp Westerbork gebracht. In september 1943 mochten ze het kamp weer verlaten. Terug in hun woning in Amsterdam bleek dat hun huis leeggeroofd was op een gebedenboek van 1849 na. Moeder Ellie voelde zich erg ziek en wilde naar het nog steeds functionerende joodse ziekenhuis. Het drietal besloot onder te duiken en een nieuwe identiteit aan te nemen. Met Mieke Mees kwamen ze in Venlo aan. Daar kwamen ze in contact met Toontje Peters uit Broekhuizenvorst. Vrij snel daarna kwamen ze in Tienray aan bij Hanna van de Voort. Curt is op verschillende onderduikadressen geweest met verschillende duiknamen. Eind 1943 kreeg Nico Dohmen een bericht, dat de ouders van Curt veilig onder dak waren in Venlo onder de naam Urban. Moeder Ellie werd in het ziekenhuis in Tegelen verzorgd door de nonnetjes. Zij stierf op 45 jarige leeftijd op 3 januari 1944 aan een nieraandoening.

Curt kwam onder de schuilnaam Ben Oudenbosch bij de familie Loogman- terecht, maar ook verbleef hij bij smid Toontje Peters in Broekhuizenvorst. In hetzelfde dorp verbleef hij bij de weduwe A. Peeters-Direks, Swolgenseweg. Op een keer moest hij een controlepunt ontwijken en belandde in Meerlo bij de familie Mart Mooren-Pingen, Monseigneur Jenneskensstraat.

Lange tijd vond hij ook onderdak in het gezin van Engelbert en Catharina Martens-Philipsen, Valkenberg in Klein Oirlo. Hij had de jodenster verwijderd, waarna die toch nog goed zichtbaar bleef. Hij liep met een fototoestel rond en gebruikte aftershave, iets dat destijds in de omgeving van Oirlo onbekend was. Hij hielp Hanna en Nico en bracht verzetskrantjes rond in gezelschap van Jan van Leest uit Tienray. Hij begon de verzetsgroep te helpen en bezocht ook per fiets een twaalftal dorpen in de buurt en bracht ook een bezoek aan de ondergedoken joodse kinderen en bezorgde de gastouders voedsel en distributiebescheiden.

Na de bevrijding van Venray op 17 oktober 1944 kwam een priester Curt Löwenstein vragen om als sergeant-tolk voor de Britten op te treden bij de verovering van Duitsland. Op 4 mei 1945 kreeg zijn eenheid opdracht om op te trekken naar Flensburg. Curt kwam oog in oog met de arrogante Albert Speer, de minister van oorlogsproductie en had hem zo kunnen doden. Hij kwam ook bij Karl Doenitz, die na de oorlog tien jaar gevangenisstraf zou krijgen. Speer moest twintig jaar de bak in. De vader van Curt hertrouwde in oktober 1945 met Gertrude Levy (Tutty). Zij had Bergen-Belsen overleefd, maar was verkracht door Russische militairen. In 1946 verliet Curt de militaire dienst en kwam met zijn vader samen met zijn nieuwe vrouw in Amsterdam terecht. Op 4 maart 1947 vertrok het drietal met de “Veendam” naar Amerika en veranderde de naam in Lowens. Curt is na de oorlog gehuwd met Kathy en is kinderloos gebleven. Zijn Duitse taal kwam goed van pas voor de “Voice of America”. Curt werd acteur en speelde in honderd films, vaak als Nazi. Hij speelde in “Het dagboek van Anne Frank” en “The woman” samen met Sophia Loren.


Virrie Cohen

Virrie Cohen is geboren op 20 april 1916 in Den Haag en overleden op 23 december 2008 in Amsterdam. Haar pleegouders in Noord-Limburg waren:

P. Hendriks-Janssen, Nieuwstraat 2 in Blitterswijck. Op dit adres kreeg ze lichte verschijnselen van difterie en belandde ze in het ziekenhuis in Venray.

Ze was ook in Meerlo bij de familie J. Peters-Linssen, Dorpbroekstraat 25. Hier was ze samen met Sonja en Arie Ossendrijver-de Vries.

Ze vertoefde ook bij Hanna van de Voort, Spoorstraat 8 in Tienray van begin november 1944 tot april 1945. Eind juli 1943 werd de crèche geheel leeggehaald en alle kinderen en personeelsleden zouden op transport gesteld worden. In september 1943 werd de crèche definitief gesloten. Daarna dook Virrie onder.

Rebecca Aldewereld
Rebecca is vanaf januari 1944 bij de familie Van Leest geweest. Van te voren was zij bij het gezin De Man-Jacobs. Zij heeft als 22 jarige na de oorlog een verklaring afgelegd. Zij woonde toen als bontstikster in de Plantage Middellaan 32 Amsterdam. In de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944 werd er om ongeveer 1.00 uur op de voor- en achterdeur geklopt. Rebecca verstopte zich op de onderste zolder in een kinderwagen. Van Est zei tegen haar: Kleed je aan en ga mee. Zij kleedde zich in het bijzijn van drie mannen aan en ging mee, evenals Van Leest. Ook een radio moest mee. Van Leest is gevlucht. In Eindhoven werd Rebecca met ongeveer tien vrouwen of meisjes in één cel opgesloten. Op 2 augustus 1944 is Rebecca op transport gesteld naar Westerbork. Daar werd op haar onderarm haar kampnummer: A 25.063 gebrand.

In Westerbork heeft ze Louis en Dick van Wezel gezien bij hun moeder. Op 3 september 1944 werd Rebecca op transport gesteld naar Auschwitz. Na twee maanden is ze overgeplaatst naar Kratzau in Tsjecho-Slowakije. Het kamp was afgezet met prikkeldraad, die onder stroom stond. Ze kreeg slecht te eten, veel slaag en geen kleren, alleen een jurk. Al haar haren werden met een schaar en tondeuse verwijderd door mannelijke gevangenen. Ze moest als bankwerker in een metaalfabriek werken. Er werden onderdelen gemaakt voor de vliegtuigindustrie. Ze werd vier keer geselecteerd voor een eventuele gang naar de gaskamer. Bij zo'n selectie moest iedereen naakt in de rij gaan staan voor controle. Vooraan de rij werd de selectie bekend gemaakt. Daar klonk dan het commando links of rechts. Rechts betekende de gaskamer. Voor de gaskamer werden uitgezocht: zieken, magere personen met uitslag. Een puistje was al heel gevaarlijk. Rebecca heeft alle keren geluk gehad. Op 8 mei 1945 werd ze door de geallieerden bevrijd. Zij is als enige uit het kamp in Tienray teruggekomen. Jaren later is ze naar Amerika geëmigreerd. Rebecca was ook bij Pierre en Maria Poels-Aben, Mgr. Aertsstraat 15 in Swolgen.


Verdere gegevens van enkele in dit verhaal voorkomende personen.
Jan van de Bogert, agent eerste klasse en geboren te Hedel op 8 september 1890 en wonende in Eindhoven, Floralaan 42. Hij was niet betrokken bij het ophalen van joden, omdat hij drie maanden onder medisch toezicht gestaan had. Wel heeft hij mannen opgepakt voor vergrijpen en naar Ommen gestuurd. Hij was lid van de NSB van januari 1941 tot en met augustus 1944. Hij was onder protest bij de bijzondere dienst gekomen door gewestelijk politie-president Kooijmans. Hij heeft driemaal geprobeerd bij een andere dienst ingedeeld te worden. Volgens hem werd vooral onder leiding van Stavast, Dievenbach en Van Est jacht gemaakt op joden. Die werden in Eindhoven overgedragen aan de Sicherheitsdienst.
Otto Couperus geboren op 20 oktober 1898 te Hüls in Duitsland, woonde destijds in de Molenstraat 69 in Venlo. Hij was korpschef. Op een bijeenkomst in hotel “De Post” op de Parade heeft Lucien Nahon in het bijzijn van hem en Stessen gesproken over Jan Hendriks, die in de illegaliteit zat en regelmatig in Tienray kwam om zijn moeder te bezoeken. Nahon zou bellen als het weer zover was. Over jodenkinderen is niet gesproken. Tijdens het onderzoek verbleef hij in het huis van bewaring in Vught.
Petrus Johannes Eickhout geboren te Oeffelt op 6 augustus 1904. thans wonende in Amsterdam Daniël Stalpaertstraat 49 I. Hij zat tijdens het verhoor in bewaring in Crailo te Laren. In 1944 is hij met ongeveer vijftig politiebeambten in Tienray geweest met Van Est, Jan van de Bogert, Stavast en Dievenbach. Proces-verbaal 249 der Politieke recherche. Hij kan zich verder niets herinneren. Hij heeft zeven jaar gevangenisstraf gekregen.

Hij is gedetineerd in de Rijkswerkinrichting en zegt dat Van Est een lijst met de namen van de kinderen had.


Mathieu Stessen (MPH). Geboren op 19 augustus 1906 in Gulpen. Hij was directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Venlo sinds augustus 1943.
Cornelis Stolk was geboren op Oud-Beijerland op 1 juli 1918. Hij woonde in Eindhoven in de Don Boscostraat 1. Hij was ongehuwd en in Den Bosch chauffeur van Kooijmans. In 1943 werden beiden overgeplaatst naar Eindhoven. Hij kan zich niets van de razzia herinneren. Volgens Hanna heeft hij geschoten tijdens de razzia.
Willie Weber geboren op 1 juli 1900 in Louisendorf in Duitsland en woonde in Krefeld, Merklinstrasze 15. Tijdens de reconstructie zat hij in Vught. Hij was destijds beambte van de Sicherheitsdienst in Eindhoven en heeft op 31 juli 1944 bevel gegeven een onderzoek in te stellen naar jodenkinderen in Tienray en gevolgd door hun arrestatie. Deze gegevens zijn besproken op een bijeenkomst van de NSB in Venray. Volgens Weber zou hij voorgesteld hebben de kinderen onder te brengen in pleeggezinnen daar ze ongeschikt waren voor de arbeidsmarkt. Volgens hem had Couperus een verklaring opgesteld, die hij alleen hoefde te ondertekenen.
Reconstructie
Omdat Stolk en van de Bogert zich niets meer konden herinneren van de razzia, werden ze op 4 juni 1946 overgebracht naar Venray en op 5 juni 1946 naar Tienray. Hanna van de Voort, Maria Cruijsberg, Emilia Cruijsberg-Huberts en Elisabeth van Leest-van Oorschot herkenden Stolk. Frans Cruijsberg herkende Stolk als de man, die hem een revolver tegen de borst gedrukt heeft. Johan Hofman herkende zowel Stolk als Van Est. Mevrouw Hofman: herkende ook Stolk die door het hele huis huiszoeking gehouden heeft, net als bij de anderen. Jan van Geffen herkende Stolk niet.
Stolk herinnerde zich nu ineens dat hij wel degelijk in Tienray is geweest. Hij was bij Hanna binnengegaan met Van Est. Die had hem opdracht gegeven enkele dozen met kleren mee te nemen. Eickhout was ook in die woning geweest.

Ook is Stolk bij Cruijsberg binnen geweest. Waarschijnlijk zijn daar Eickhout, Stavast en van Est binnengegaan. Het onderzoek in die woning duurde erg lang. Eickhout heeft met een revolver gedreigd. Deze man wees met zijn pistool zelfs de weg. Hij herinnerde zich nu ook, dat hij enkele personen naar de vrachtauto heeft gebracht. Hofman was volgens hem in de luxe wagen gebleven en had zich van de domme gehouden. Hij geeft ook toe, dat er geschoten was op een Tienraynaar, die in de richting van Nabben liep. Deze man zette het op een lopen. Het was één schot. Hij was ook in de kapperszaak van Hofman geweest. Van Est had in die zaak belangstelling voor enkele elektrische draden. Er is waarschijnlijk naar een radiotoestel gezocht. Hij is ook in de woning van Van leest geweest. Stavast heeft Rebecca gearresteerd. Waarom weet hij niet. Of zij duizend gulden heeft geboden is hem niet bekend. Hij heeft niet bij de wc-deur gestaan. Hem is bekend, dat Van Leest gevlucht is.

Hij is ook bij Loogman in Venray geweest.

Van de Bogert werd door niemand herkend.


Lijst met joodse kinderen

Onderstaande lijst met kinderen, die door Hanna van de Voort en Nico Dohmen zijn ondergebracht in Tienray en omgeving, is nog steeds niet volledig. Informatie daarvoor heb ik gekregen van Pierre Beterams uit Blitterswijck, Wies Peeters uit Broekhuizen, Corinna Plesz uit Hannover en vele anderen.

Onder kinderen wordt verstaan iedereen, waarvan de geboortedatum ligt na 1 november 1925. Op 1 november 1943 waren ze dus jonger dan 18 jaar.

Het is te begrijpen, dat men om veiligheidsredenen geen nauwkeurige administratie over de kinderen bijhield.

Onderstaande lijst is op achternaam van de kinderen alfabetische gerangschikt. Voor zover bekend, staat zoveel mogelijk het huidige adres van de pleegouders vermeld. Kinderen waarvan alleen de naam bekend is, zijn niet in de lijst opgenomen. Veel kinderen verhuisden regelmatig en staan soms op verschillende adressen vermeld. Daarom was het ook moeilijk de kinderen op dorp te rangschikken. Toch heb ik een poging gedaan. Als een kind in verschillende dorpen was ondergebracht, heb ik gekozen voor dat dorp, waar het kind de langste periode heeft doorgebracht.

Het allereerste kind, Simon Cohen, werd ondergebracht bij de ouders van Nico Dohmen in Kampen. De overige kinderen werden in de volgende dorpen ondergebracht:

Blitterswijck (14), Broekhuizen (5), Broekhuizenvorst (14), Castenray (3), Kampen (1), Meerlo (8), Melderslo (8), Oirlo en Klein Oirlo (13), Swolgen (7), Tienray (7), Diversen (5).
– Zilli of Zitta Bak (Thea Maarschalkerweerd), was geboren op 14 mei 1937. Haar roepnaam was Zil. Zij was de dochter van winkelier Benediktus Bak (1909-1944) en Debora Bak-Lehrer, van Poolse afkomst. Zij is in totaal ongeveer een jaar geweest bij de familie Sjang en Nella Beterams-Heesen op Merseloseweg destijds nummer 8 in Venray. Op een avond kwam mevrouw Fien van der Linden met de vraag, of ze een kind erbij wilden hebben. Van der Linden had een hoeden- en stoffenzaak in Venray. Zilli was enkele dagen bij Fien in huis geweest. Tegenover de familie Beterams woonden twee Rijksduitse families: Lümler en Nastvogel. Zilli speelde regelmatig met Thea Lümler, een leeftijdgenootje van haar, ook toen er Duitsers ingekwartierd waren. Toen postbode Beterams in uniform binnenkwam schrok Zilli enorm en kroop direct weg, achter de “zorg” (een fauteuil). Zij dacht dat Duitse soldaten haar zouden komen ophalen. Zilli ging niet naar school, maar heeft later alles ingehaald. Op een avond kwam mevrouw van der Linden met een lap lauwe stof. Zij stelde de gastouders voor om Zil katholiek te maken. De stof was voor een communiejurkje. De ouders weigerden echter. Toen de familie Beterams na de bevrijding vanuit Venray moest evacueren in het kader van de Britse actie “Civil affairs”, ging zij mee naar Beek en Donk. Na de oorlog wilden het meisje zelf blijven opvoeden omdat de ouders van Zil in de oorlog omgekomen waren. Een familielid van het meisje eiste haar echter op. Zillie is op zaterdag 18 februari 1950 omgekomen bij een verkeersongeluk en ligt begraven in Muiderberg. De familie Beterams heeft nog regelmatig een bezoek gebracht aan het joodse kerkhof.

– Fred Benedik was bij Dinghs in Castenray. Hij trouwde met diens dochter en heeft de voormalige slachterij Benedik in Landgraaf opgezet, die inmiddels failliet verklaard is.

– Jouno Birnbaum (Joke Pereboom), geboren op 4 april 1939 was bij Hannes en Truuj Cox-Van Lier, Lummerick in Melderslo. (A 47).

– Cilie Blitz (Tineke Kuipers en Anneke Schouten), geboren op 7 april 1932 in Amsterdam was bij de familie Wiel en Stina Huijs-Huberts, destijds wonende op Swolgenseweg 53 in Tienray. Zij woonde in bij de familie Molenaar, die lid was van de NSB. Ook was ze onder andere bij Handrie en Nora Mulders-Joosten, Reindonckweg 10 Kronenberg.

– John Blom (Jan Blom), geboren op 27 oktober 1930 in Amsterdam, verbleef sinds 1 september 1943 bij Matties en Drieka Custers-Claessens in het kasteelke op de Gun in Swolgen aan de Kasteelweg 5. Hij is daar tot 1 augustus 1944 gebleven. Hij was ook in Sint Hubert bij de familie Janus en Kee Willemse-Van der Loop. D 68.

– Lennie Boas (Lenie van de Bergh), geboren op 16 juli 1931 in Amsterdam, was in Meerlo ondergebracht bij de familie Jacob en Greetje Rutten-Linders, Hoofdstraat 16. Zij was ook bij de familie Handrie en Truuj van Gerven-Reinders, Herenbosweg 29 in Melderslo. Vreemd genoeg bleek zij na de bevrijding van Meerlo op 24 november 1944 onhandelbaar en ondankbaar. Het was zo erg, dat Hanna een briefje van de radeloze pleegmoeder ontving: “Wij zijn zo vrij geweest Lennie naar Tienray te sturen. Vermoedelijk had U ze al eerder verwacht. Enfin, vanmiddag heb ik haar weggejaagd na er eerst nog een bord dat jammer genoeg tegen de muur in plaats van tegen haar hoofd is terechtgekomen, een vork en een asbak aan gewaagd te hebben. Het afscheid was zo, dat een goed geschoolde woonwagenbewoner van de ergste en brutaalste soort, het haar niet had kunnen verbeteren, wat het bezigen van schimpscheuten en scheldwoorden betreft”. Lennie kwam in Melderslo terecht.

–Lenie Chanowski (Lenie de Groot) was bij de familie Christiaens in Melderslo. Ze kwam uit Amsterdam. Christiaens had een bankje gemaakt waarop het kind kon gaan staan. Het bankje stond achter het bureau en van onder kwamen haar voetjes er niet onderuit. Twee Duitse militairen kwamen haar tevergeefs ophalen. Het geweer werd op Christiaens gericht terwijl de ander in huis ging zoeken. Na de oorlog heeft de familie de Yad Vashem ontvangen. Lennie is naar Amerika geëmigreerd is.

– Joop van Coevorden (Joop Stolk), geboren op 15 november 1933 in Groningen, was bij weduwnaar Grad van Helden-Spreeuwenberg, Massenweg 4 Melderslo.

– Daan Cohen (Wim Dekker en Wim Dorn) was geboren op 3 juni 1932 in Berchem (België). Hij was bij de familie Piet en Net Philipsen-Jacobs, Roland 2 Klein Oirlo. Hij was ook bij Sjang Keijsers en zijn zus Dien, Belsberg 2 in Broekhuizenvorst. Daarna kwam hij bij Jan van Geffen-Nabben, Spoorstraat 21 of 23 on Tienray.

– Simon Cohen (Simon Koster of Simon Drukker) was geboren op 10 november 1936 in Amsterdam en verbleef enige tijd bij Hanna van de Voort op Spoorstraat 8. Zijn volgende onderduikadres was bij Piet en Truus Dohmen-Gilissen, Mauritsweg 4 in Kampen. Simon was het eerste kind, dat in Tienray terechtkwam. Dat was in juli 1943. Op 1 augustus 1943 is dit kind met vader Dohmen naar Kampen gereisd. Hij overleefde in tegenstelling tot zijn ouders de oorlog. Hij heeft zich als kunstenaar in Thailand gevestigd en is daar bij een verkeersongeval op 28 januari 2009 betrokken geweest. Hij is aan de gevolgen daarvan op 1 februari 2009 overleden.

– Wimke Cohen was bij Sjang Keizer in ´t Hulst in Broekhuizenvorst. Hij is ook in Klein Oirlo geweest bij de familie Philipsen.

– Isaac Levi Crefeld (Kees de Vries) was geboren op 8 juni 1932 in Utrecht en verbleef bij Herm en Mina Henerix-Kleeven, Gun in Swolgen en bij de familie Lei en Truus Nabben-Vermeulen, Bosweg 8 in Swolgen. Na de razzia werd hij in dit gezin geplaatst, omdat de pleegouders doodsbang waren geworden. Braaf ging Kees elke morgen naar de kerk en nam net als de klasgenootjes aan de voorbereiding voor de plechtige communie deel. ´s Avonds bad hij met luide stem de rozenkrans mee. De smid, Brouwers Bèr, die honderd meter verderop woonde aan de Molenstraat, kon hem zelfs horen. Voor hij bij Nabben kwam vertoefde hij bij H. Hendrix-Kleeven Gun in Swolgen.

– Max van Dam (Lotje) geboren op 22 mei 1939 in Amsterdam, verbleef bij Grad en Trien de Mulder-van den Munckhof, Beemdweg 11 in Melderslo.

– Mirjam Dasberg (Marietje Nabben of Rietje de Vree), geboren op 28 november 1940 in Hilversum, was bij de familie Lei en Truus Nabben-Vermeulen, Bosweg 8 in Swolgen. Na de kinderrazzia op 1 augustus 1944 in Tienray sliep Rietje met Lei in het kippenhok.

– Alex Dasberg (Lex van Dijk of Lex de Jong), geboren op 7 oktober 1935 in Hilversum, was bij Pieter en Johanna Driessen-Caris (B 100), Antoniusstraat 24 in Blitterswijck.

– Bram Deen (Klaas Hunter en Piet van Gemen), geboren op 23 juli 1933 te Amsterdam, verbleef bij weduwnaar Drikus van Berlo-Thijssen, Swolgenseweg 24 (B 118) in Broekhuizenvorst. Hij was ook bij weduwnaar Sef Vervuurt-Wijnhoven in Melderslo (A 56).

– Jim Dikker (Jan van Berkum), geboren op 24 oktober 1929 in Amsterdam, was bij Drikes en Hanna van der Pas-Kleven in Broekhuizenvorst. Hij verbleef ook bij J. Vervuurt A 56 in Melderslo.

– Louis Dikker (Loekie en Louis van Berkum), geboren op 1 september 1931 in Amsterdam, verbleef bij de familie Sjengske en Nel Thijssen-Drabbels, Ooijenseweg 18 in Broekhuizenvorst. Hij verbleef ook bij Marie Wijers weduwe van Hendrik Coopmans, Kievitstraat 4 Bakel (B 167) en in Oostrum bij Thies en Truuj Claessens-Drabbels, Stationsweg 108.

– Jim Dikker (Jan van Berkum), geboren op 24 oktober 1929 in Amsterdam verbleef bij de familie P. v.d. Pas-Kleeven, B 171 Broekhuizenvorst.

– Carla Drukker, geboren op 20 juni 1936 in Amsterdam, was bij weduwe Marie Hermans-Coenders, Maasstraat 2 in Broekhuizenvorst. Zij werd later mevrouw Muijsers en bleef in Noord-Limburg wonen. Zij was ook bij weduwnaar Ferry en mejuffrouw Alida Pröpper, Goltziusstraat 39 in Venlo.

– Henny Eickenboom, geboren op 22 februari 1933 in Den Haag, verbleef bij Gerard en An Verstraelen-Driessen, Pastoor Verheggenstraat 23 in Blitterswijck. Zij ontvingen op 7 juli 1986 de Yad Vashem.

– Greetje Friedmann (Greetje Faber), geboren op 21 oktober 1933, was bij Lei en Marie Reinders-van Rens, Spoorstraat 65 in Tienray. Zij was via Friesland, waar ze door de boer verkracht werd, in Tienray terecht gekomen. Ze verbleef tijdelijk in het klooster in Tienray en op een zolderkamertje van de pastorie in Swolgen zonder dat pastoor Eggelen er iets van wist. Zij at aan tafel met het gezin mee, maar ook met de ingekwartierde Duitsers. Na de razzia mocht ze niet meer buitenkomen. Greetje is ook tijdelijk geweest bij Cisca Beuijssen, Mgr. Aertsstraat 46 in Swolgen. Vandaar ging ze naar de familie Reijnders in Melderslo. Zij werd later röntgenologe en vroeg de onderscheiding aan voor haar pleegouders. In de oorlog vierde Frans Janssen, Spoorstraat 69 zijn zilveren bruiloft. Van de buurt ging alleen de familie Reinders erheen.

– David Gans (Hans Beekema), geboren op 6 december 1930 in Amsterdam, verbleef bij Sef en Netje Verstappen-Smits, Gunhoek in Oirlo.

– Duifje Gans (Paula Heineman), geboren op 13 juni 1933 in Amsterdam, Bataviastraat 38. Ze verbleef bij Jan en Hendrika Loogman-Van Lunteren. Jan was wiskundeleraar op Jerusalem en woonde op Stationsweg 5 in Venray. Hij was gehuwd met Hendrika van Lunteren. Een student, de heer Hoekstra kwam Duifje brengen. De overige familieleden van haar waren in de buurt ondergebracht en hebben allen de oorlog overleefd. Duifje bezocht in Venray de lagere school. Ze wilde steeds bij het raam zitten zodat God haar goed zou kunnen zien. Ze werd op 14 augustus 1944 opgepakt en vond op 6 september 1944 de dood in Auschwitz.

– Leo van Gelder (Leo Janssen), geboren op 7 maart 1939 in Amsterdam, verbleef bij Swinkels, Ooijenseweg Blitterswijck. Hij was ook bij de familie Lambert en Leonie van 't Groenewolt-Freulich, Kerkstraat 7 in Broekhuizenvost en de weduwe Mien Tijssen-Loonen, Castenrayseweg 22 in Oirlo. Hij was een tweelingbroer van Max van Gelder.

– Max van Gelder (Max Janssen), geboren op 7 maart 1939 in Amsterdam, was bij Swinkels, Ooijenseweg in Blitterswijck. Hij was een tweelingbroer van Alex. Samen hebben ze in totaal tien adressen gehad en werden regelmatig midden in de nacht verhuisd. Uiteindelijk belandde het tweetal in Ottersum. Zie ook Leo van Gelder.

– Arthur Ginsberg (Arthur van Bergen) geboren op 24 maart 1927 in Frankfurt am Main, was bij Jac en Anna Schoeber-Vollenberg, E 46 in America. Hij verbleef ook bij de kinderen Vollebergh E 50 in America. Hij is overleden in Auschwitz op 16 oktober 1944 samen met zijn ouders Lex en Rinie Ginsberg-Rosen. Arthur was ook bij Mien van de Voort in Maasniel.

– Karla Goldberg (Clara Goudberg), geboren op 4 augustus 1933 in Amsterdam, was bij de weduwe Paula Hegger-Janssen, Sint Odastraat 9a in Melderslo. Zij was ook bij weduwe Han Rongen-Christiaens, Swolgensedijk 18 in Mederslo.

– Michel Goldsteen (Maurice Jansen), geboren op 5 mei 1933 in Meppel. Hij verbleef bij de familie Frans en Mie Theelen-Wilmer, Kloosterstraat in Grubbenvorst en bij Sjang en Maria van de Bercken-Michels Horreweg 4 Ooijen.

– Jacob Grootkerk (Jaap de Boer), geboren op 27 april 1931 in Amsterdam, verbleef bij Lei en Truu Nabben-Vermeulen, Bosweg 4 in Swolgen. In Swolgen was hij eveneens bij Mathes en Lieen Franssen-Janssen, Hogeweg 4. Hij was ook bij weduwnaar Antoon Janssen-Michels, Horreweg 4 Ooijen. Hij was ook bij de kinderen Vollebergh E 50 in America.

– Max Grootkerk verbleef bij weduwnaar Antoon Janssen-Michels, Horreweg 4 Ooijen.

– Levi Hagenaar (Louis of Lodewijk Hagenaar), geboren op 16 februari 1933 in Oostzaan, was bij Handrie en zijn zuster Diena Franssen, Ooijenseweg in Blitterswijck (B26). Levi was via Friesland, Amsterdam, Hilversum en Hulshorst op de Veluwe in Blitterswijck gekomen. Na de bevrijding ging hij weer naar Amsterdam. Hij was ook bij Jan en Lies Remy-Muyres, Ceresweg 21 in Bergen (D109) en kwam bij de evacuatie van de streek in Groningen terecht.

– Elly Hamme, geboren op 14 juni 1936 in Rotterdam, verbleef bij broer en zus Reinders (A 111), Keuter in Meerlo, bij Sjang en Truus Reijnders-Schoeber, Hoofdstraat 32 in Meerlo en bij Len en Marie Bartels-Litjens, Kloosterstraat 16 in Tienray. Na de razzia op 1 augustus 1944 is zij in een gierton naar de familie Jac en Lena Smulders-Bartels in de Schadijk bij Meterik, Molengatweg 8 bijHartog Horst gebracht. Zij kwam uit Voorthuizen, Kerkstraat 44.

– Elly Mathilde Hartogs (Tilly Hertog), geboren op 6 februari 1933 te Amsterdam, was bij Peter en Anna Swinkels-Bouten, Boddenbroek 13 in Oirlo. Zij is bij de razzia van 6 juli opgepakt en op 6 september 1944 in Auschwitz omgebracht.

– Sarah Heertjes (Annie Heerink of Annie Poels), geboren op 19 juli 1930 in Amsterdam, was eerst in Oirlo, waar zij als enige kind een eenzaam leven leidde. Bovendien kon zij de overgang van de stad naar een dorp niet goed verdragen. Bij dit echtpaar at men bijvoorbeeld de broodmaaltijd zonder borden. Ze verbleef daarna bij de familie Sjang en Lina Poels-van Neerven, Hoofdstraat 51 in Meerlo. (A 106) Meneer pastoor heeft het echtpaar aangeraden geen joods kind op te nemen in verband met de gevaren. Het advies werd terzijde gelegd. Na de bevrijding van Meerlo moesten de inwoners na een hernieuwd offensief van de Duitsers evacueren. De familie Poels kwam met Sarah in Eindhoven terecht. Zij is na de bevrijding naar Israël geëmigreerd en daar in het huwelijk getreden. Op 8 november 1997 is zij overleden.

– Sara (Sonja) Heimann (Tony Heiman), geboren op 4 oktober 1933 in Amsterdam, was bij het echtpaar Grad en Dien Baten-Rongen, Boddenbroek 6 in Oirlo. Baten had een gemengd bedrijf met koeien, varkens en landbouw.

Joos Baten: Plotseling stond Nico bij ons voor de deur. Wij mochten er niets van weten. Sara is bij de razzia op 6 juli 1944 opgepakt en op 6 september 1944 in Auschwitz omgebracht.

– Benny Hijmans (Benny Hijnsma), geboren op 22 februari 1930 in Den Haag, verbleef bij de familie P. Hoeymakers-Thijssen, Beemdweg 12 in Melderslo.

– David Hijmans (Frans Hijnsma), geboren op 22 februari 1930 in Den Haag, verbleef bij de familie Wèvers Thies en Door Hoeymakers-Thijssen, Beemdweg 12 in Melderslo en bij de familie Jeu en Han Janssen-Wijnhoven, Veestraat A 78 in Meerlo.

– Abraham de Hond (Appie of Albert Schuurman), geboren op 9 september 1930, verbleef bij weduwe (timmerman) Tijssen-Loonen, Castenrayseweg 22 in Oirlo.

– Peter Herbert Kaufmann (Piet Koopman), geboren op 15 december 1925 in Berlijn, verbleef bij het echtpaar Sjaak en Gonda Vervoort-Tielen, Klein Oirlo 24. Hij was ook bij Handrie Horstermans, Ooijenseweg in Blitterswijck. Hij werd bij de razzia opgepakt om als dwangarbeider in Duitsland te gaan werken. Hij wist echter te ontsnappen.

-Curd (Shlomo) Kayser (Jan Keizer), geboren op 28 juli 1929 in Hamburg, was bij broer en zus Dox Sjeng en Dox Tru Henckens, Maasweg 8 in Blitterswijck (B4) en bij Handrie en Anna Horstermans-Gerards B 18, Ooijenseweg 24 in Blitterswijck. Bij deze laatste familie was ook Peter Kaufmann. Curd verbleef ook bij de familie Tinus en Netje Kusters-Coppus, Stokt in Broekhuizen.

– Edgar Kellner (Eddie en/of Jacky) was geboren in september 1943. Hij verbleef bij Sjaak en Marie Gielen-Janssen, Moleneind in Meerlo.

– Lilly Kettner (Joopie), geboren op 2 april 1923 in Wenen verbleef bij Sjeng en Dina Achten-Spreeuwenberg Gelderdijk 12 in Sevenum. Zij was ook bij Jan en Nellie van Enckevort-Kersten Blaktdijk 71 in Sevenum. Deze laatste familie kreeg op 2 april 1979 de Yad Vashem uitgereikt. Zij verbleef ook bij Piet en Jo Verrijth-van de Ven, Den Eigen in Sevenum. In Tienray was zij te vinden bij Sjaak en To Naus-Splinter, Spoorstraat 29.

– Maussi Kit (Bernard Wanders) was bij de familie H. Clabbers-Gerritzen, Oosterbos 1 in Swolgen.

– Michaël Klein was geboren op 16 juli 1930. Via de crèche in Amsterdam ging hij met enkele kinderen onder leiding van een juffrouw met de trein naar Venray. Daar werd de groep opgewacht door Anselm van de Voort. De voettocht naar Tienray ging langs de spoorlijn. Nico Dohmen heeft hem met de fiets naar Meerlo gebracht. Bij de evacuatie van Meerlo is hij meegegaan, waarschijnlijk naar Oirlo.

– Sara Koekoek (Suze), geboren op 2 april 1932 in Amsterdam, was bij de familie Grad en Leen Mooren-Vorstermans, Megelsum 15 in Meerlo.

– Ans Konings (geboortedatum onbekend) verbleef bij Pièrke en Maria Derks-Van Roy, E 164 in America.

– Ab Kroonenburg (Albert de Ruijter), geboren op 2 november 1931 in Amsterdam, was bij weduwe De Ruijter-Wijnhoven op Megelsum 25 in Meerlo.

-Maurice Kroonenburg (Henk Krooneburg), geboren op 21 oktober 1928 in Amsterdam, verbleef bij kapper Wim en Anna Clabbers-Hendrix Kerkstraat 20 in Broekhuizenvorst.

– Michel Lachman (Michel Smidt), geboren op 8 mei 1935 in Amsterdam, was onder andere bij Thei en Dora Huijs-Janssen, Stokt in Broekhuizen. Zijn ouders waren daar ook tegen betaling tijdelijk “in de kost”. Michel was ook bij Sjang en An Keijsers-Derks, Wouterstraat 42 America. Hij was ook bij Piet en Anna Smedts-Geurts, Zwarte Plak 28 in America, P. Zeelen-Stappers Lottumseweg 42 in Grubbenvorst. Hij was ook bij de weduwe Fientje Clevis-Tournal, Ooijenseweg 4 in Broekhuizenvorst en bij Piet en To Zeelen-Stappers, Lottumseweg 42 in Grubbenvorst.

Hij is via pastoor Vullinghs ondergebracht en tekende veel in de natuur, evenals zijn moeder. Tevens verbleef hij bij weduwe Hanneke Nellen-Kerstjens, Op den Bergen 3 in Sevenum. Op dit laatste adres verbleven ook Mautje Waterman, Isaac Brilleman geboren op 18 december 1936 in Amsterdam en Elly Weinreb.

– André van Leeuwen (Piet of André de Leeuw), geboren op 1 september 1927 in Amsterdam, verbleef in Melderslo bij Sjeng en Anna Beerkens-Geurts, Langevenseweg 2. Omdat de familie Duitsers ingekwartierd kreeg, moest hij daar weg. Hij kwam bij de familie Toon en Nella Strijbos- Duijkers Castenrayseweg in Klein Oirlo en verstopte zich bij gevaar in een duiker. Moeder Strijbos, bracht hem regelmatig eten.

– Rob de Levie (Bob Pichon), geboren op 21 juli 1933 in Amsterdam was in Kronenberg bij de familie Handrie en Nora Mulders-Joosten, Reindonckweg 10. Hier verbleef ook Susanne Laub (Anneke Schouten).

– Chaïm Lindner (Wim van der Linden), geboren op 21 april 1935 in Amsterdam verbleef bij de familie Math en Mien Rongen-de Bruyni, Megelsom 22, Pierre en Truus Thiesen-Poels Hoofdstraat 68, P. Hendriks-Janssen, Nieuwstraat 2 in Blitterswijck en weduwnaar Louis Tax-Henckens, Mgr. Martensstraat 8 in Blitterswijck. Hij verbleef ook in Blitterswijck bij Piet en An Hendriks-Janssen, Nieuwstraat 2 in Blitterswijck B94).

– Leo Lindner (Leo van der Linden), geboren op 20 juni 1930 in Berlijn, was bij de gebroeders Rongen, Monseigneur Jenneskensstraat (A 36) schuin tegenover de huidige basisschool in Meerlo. De gebroeders verkochten petroleum. Hun huis is afgebroken. Op dit adres verbleef ook Virrie Cohen geboren op 24 april 1916. Hij verbleef ook in Meerlo bij Piet en Truus Thiesen-Poels, Hoofdstraat 68 in Meerlo.

– Henry Alfred Linnewiel (Henk Vermaas), geboren op 14 maart 1930 in Arnhem, was bij Wiekes Piet en Wiekes Dien Rongen-Strijbos, Castenrayseweg 16 in Oirlo. Toen heel Oirlo moest evacueren kwam Henk met zijn pleegouders ook in Meerlo terecht. Hij verbleef ook bij de familie P. Thiesen-Wijnhoven, Stendert in Meerlo.

Harrie Vullings: Bij de evacuatie van Oirlo is Henk Linnewiels, een joodse jongen, met de familie Rongen in Meerlo terecht gekomen op Stendert 3 bij de familie Thielen. Ik woonde in Meerlo en was er boerenknecht. In die boerderij waren ook Duitsers ingekwartierd. Bij de razzia op 17 november 1944 verboden deze militairen de toegang tot het erf aan hun landgenoten, die de mannen wilden ophalen. Dat ging er niet zachtzinnig aan toe. De commandant had iedereen geboden binnen te blijven.

– Salomon Loonstein, geboren op 14 april 1928 in Amsterdam, verbleef in Horst en/of Broekhuizenvorst.

– Curt Löwenstein (Ben Schräder, Bernardus Joosten en Ben Oudenbos), was geboren op 17 november 1925 in Oost Pruisen (destijds Polen) in het plaatsje Allenstein (Olsztyn) ten oosten van Danzig. De overige gegevens over deze jongeman vindt U elders in deze uitgave.

– Jantje Montezinos (Sal), (Jantje van Duine) geboren op 22 juni 1938 in Amsterdam, was bij Hanneke Joosten, weduwe van Herman Joosten, Monseigneur Martensstraat in Blitterswijck (B 23) en verbleef ook bij Cuëp en Jet Driessen-Philipsen Herenbosweg 18 in Melderslo. (A8).

– Eva Nagel, geboren op 7 februari 1928 in Berlijn, verbleef bij boomkweker Martien en Marietje Vissers-Vreede, Oude Heerweg 54 Blitterswijck en is in november 1944 met de familie geëvacueerd naar Sevenum.

– Alice Onderwijzer (Lieske van de Bakker), geboren op 29 november 1936 in Utrecht, was bij bakker Tinus en An Kerkhoff-Verheijen, Veerweg 9 in Broekhuizen.

– Bernard van Osch, geboren op 31 juli 1933 in Rotterdam, verbleef bij Driek en Mien van Lipzig-Deckers (A 31), Weijweg 4 in Melderslo.

– Rebecca Osnowiczs (Bets Buuten of Bets Bouten), geboren op 5 januari 1932, was bij P. Bovee-Van der Sterren, Megelsum 33 in Meerlo.

– Rebecca Oznowicz (Bets Bouten) was bij de familie Piet en Fien Bovee-van der Sterren, Megelsum 33 in Meerlo.

– Floortje de Paauw, geboren op 15 december 1933 in Amsterdam, was bij schoenmaker Jan en Gonda van Geffen-Nabben, Spoorstraat 21 in Tienray. Zij werd opgepakt bij de razzia op 1 augustus 1944 en is omgebracht in Auschwitz op 6 september 1944. Bij dit gezin was ook Daan Cohen).

Maria van Geffen: De joodse kinderen liepen bij ons in en uit. We gingen samen naar school in het klooster, maar ook naar de kerk. Ze kregen van ons een kerkboek en een rozenkrans.


– Wimke de Paauw, geboren op 17 december 1934 in Amsterdam, kwam op 6 december 1943 bij Frans en Marie Cruijsberg-Huberts, Spoorstraat 1 in Tienray. Hij werd opgepakt bij de kinderrazzia op 1 augustus 1944 en is omgebracht in Auschwitz op 6 september 1944.

– Lenie Peper (Lenie de Wit), geboren op 8 november 1937 in Amsterdam, was bij weduwnaar Helm en Maria Hermans-Coenders (boerderij Beerendonck) (B 137) in Broekhuizenvorst. Ze kwam met haar man om bij de Faro vliegramp in Portugal.

– Louis of Loek Peper (1930) was bij de kinderen Hermans in Broekhuizenvorst. B 137. Zie Lenie.

– Isaac Pfeiffer (Bobbie), geboren op 28 juni 1937 in Den Haag was bij de volgende families in Horst: Gradje en Grada Coenders-Linders, Steenstraat, Ré en Frieda Mattheijssen-Van Aerts, Americaanseweg, Henk en Miet Vorst-Ummels, Steenstraat en bij weduwe Drika Coumans-Vossen Steenstraat.

– Joop Philipse (Jopie) geboren op 10 november 1934 in Rotterdam was bij de familie Thij en Tonnie Gagel-Goossens, Zandstraat 2 in Langenboom.

– Eli Philipson (Klaas Philips), geboren op 6 januari 1937 in Leiden, verbleef bij Hubertina Seuren weduwe van Joannes Janssen, Meester Rongenstraat in Blitterswijck (B 112).

– Pim van Ploeg (Jan van de Ploeg) geboren op 29 januari 1933 in Rotterdam verbleef bij de familie Grad en Hanneke Clabbers-Nillesen, Wielder in Lottum.

– Freddie Polak (Freddie Heijligers) geboren op 18 januari 1934 in Amsterdam verbleef bij de familie Jan en Mien Kleuskens-Swinkels Crommentuynstraat 40 in Horst.

– Aaron Benjamin Querido (Nol Knappert of Ekeman), geboren op 16 juli 1930 in Amsterdam, was bij de familie P.Muijsers Pietje en Sterrens Truuke Muijsers-van der Sterren, Meerloseweg 16 in Oirlo. Bij de evacuatie van Oirlo is hij met de familie meeverhuisd naar Wanssum, Meerloseweg 5-7. Hij was ook bij Jan en Albertine Dohmen-Bartels, Scharnseweg 78 in Maastricht. (broer van Nico). Nol was één van de laatste kinderen, die vanuit de crèche naar Tienray gebracht werden.

– Ratzinger (voornaam onbekend) verbleef bij Reinier en Anna Poels-Heijligers, Gun 28 in Swolgen.

– Menno Ratzker, geboren op 5 februari 1938 in Amsterdam, verbleef met zijn ouders onder andere bij de familie J. Gielen-Janssen Moleneind Meerlo en bij De Man-Jacobs, Spoorstraat 17 in Tienray. Na de razzia bij Rein en Anna Poels-Heijligers, Gun 28 Swolgen.

– Fred Roodenburg (Freddie van den Burg), geboren op 23 novembeer 1936 in Amsterdam, verbleef bij het hoofd der school Antoon en Wilhelmina Clevis-Coopmans, Maasstraat 21 in Broekhuizenvorst.

– Lea Sanowsky, geboren op 10 november 1938 in Amsterdam was bij Jan en Drica Christiaens-Evers Herenbosweg 7 in Melderslo. De Yad Vashem onderscheiding kreeg de familie op 5 mei 1998.

– Herman David Santecroos (baby Hermans), geboren op 6 juni 1943 in Amsterdam, verbleef bij Lei en Truu Nabben-Vermeulen, Bosweg 8 in Swolgen. David is overleden in Swolgen op 18 november 1944 aan difterie.

– Judith Schorlesheim (Marietje van den Berg), geboren op 31 mei 1928 in Amsterdam, verbleef bij Sjang en Petronella van der Sterren-Vos, Zandhoek in Oirlo, bij de familie A. Derks-Vos Grotestraat 40 Well en bij Jan en Hendrika Loogman-van Lunteren.

– Max Schrijver (Max de Groot of Max de Swart), geboren op 20 februari 1938 in Amsterdam, verbleef bij bakker Lei en Ida de Swart-Litjens, Kerkstraat 2 in Blitterswijck, trouwde er met Tiny Rütten en bleef in dat dorp wonen. Hij is de broer van Jeannette.

– Netty Schrijver (Nettie de Groot), geboren op 20 december 1936 in Amsterdam, was bij Jean en Leen Weijs-Joosten, Veerweg 10 in Blitterswijck. Zij verbleef ook in Venray bij de families Van der Linden, Schoolstraat 16 en G. Swinkels, Zwartekleffen. Zij is de zus van Max. Ze verbleef ook bij de weduwe Marie Verberkt-Cornelissen, Antoniusstraat 26 in Blitterswijck (B99).

– Albert Slap geboren op 24 maart 1930 in Antwerpen was bij de familie Arts, Maasbreeseweg.

– Benny van Spier (Jan de Zwart), geboren op 14 augustus 1928 in Zutphen, was bij Michel en Lies Wennekers-Toonen, Jan Franssenstraat in Blitterswijck (B 61) en bij de familie Sjaak en To Naus-Splinter, Spoorstraat 29 in Tienray. .

– Tom Stein (Tom de Groot), geboren op 17 september 1931 in Schweinfurt. Hij was in Rotterdam bij een razzia opgepakt, maar wist te ontsnappen. Met behulp van het verzet kwam hij via Tienray in Swolgen terecht. Tom was sinds de zomer van 1943 in Swolgen bij Bert en Marie Litjens-Janssen (C 63), Mgr. Aertsstraat 52. Tijdens de razzia's in de herfst van 1944 wisten vader Litjens en alle mannelijke evacués in de bossen te ontsnappen. Daar was een onderkomen gemaakt, waar ook Tom regelmatig in verdween. Op het einde van november 1944 kreeg de familie inkwartiering van Duitse militairen en werd het nog spannender. Een van de officieren vertelde Bets Litjens, dat Tom geen broertje van hen was. Hij zei: Zeg tegen moeder, dat hij weg moet. Bij de bevrijding van Swolgen, was Tom weer in de kelder met de familieleden te vinden. Na de bevrijding is hij nog verschillende keren op vakantie geweest tot meneer pastoor het verbood. Hij was bang, dat Tom verkering zou krijgen met één van de meisjes. Tom heeft zich in Amerika gevestigd als psychiater. De familie heeft de Yad Vashem in ontvangst genomen op 8 november 2005.

– Beppy Tannenbaum (Beppy Bakker en/of Beppy van Dijk) geboren op 23 oktober 1934 in Amsterdam was bij mevrouw Mien van de Voort, Broekhin Zuid 44 in Maasniel en bij Frans en Marie Litjens-van Melick, Elmpterweg 39 in Maasniel.

– Alfred Swart (Freddie) geboren op 8 juni 1938 in Amsterdam verbleef hij de kinderen Vollenbergh E 50 in America.

– Maup van der Veen (Jan Hendrikx, Manni of Jan van Veen) geboren op 22 oktober 1932 in Amsterdam verbleef bij de familie G. Hendrikx-Bouten, Meerloseweg 3 in Grubbenvorst.

– Jacob van Velzen (Jaap van Veen), geboren op 7 april 1931 in Amsterdam, verbleef in 1943 bij Lei en Truu Nabben-Vermeulen, Bosweg in Swolgen. Jaap was ook bij weduwnaar Herman Lemmen- van de Water in Lottum, Hij was ook bij Sjang en Maria van den Bercken-Vallen, Kloosterstraat 65 Grubbenvorst, Piet en Barbara Engels-Bovee, Grubbenvorsterweg 34 in Lottum en bij Sraar en Leentje Engels-Stappers, Broekheind 12 in Grubbenvorst. Hij at met de ingekwartierde Duitse militairen mee en discussieerde in kolen Duits met hen over de oorlog.

– Bobby Visser, een blonde baby van anderhalf jaar oud, verbleef eerst in Velden bij de familie Duif en kwam daar later via de familie Kersten (slager) in Broekhuizenvorst weer terug.

– Phia Vos (Phia Oosterhuis) geboren op 16 september 1935 in Amsterdam verbleef bij Joannes en Caatharina Terruwe-Korbmacher Stationslaan 11 in Deurne.

– Duifje de Vries (Doortje de Vries) geboren op 10 mei 1937 was in Oirlo en bij Piet en An Hendriks-Janssen, Nieuwstraat 2 in Blitterswijck, maar ook aldaar bij Jacob en Drika Hendrix-Thomassen, Oude Heerweg (B 77) en bij Tieske en Marie Vollebergh-Philipsen Klein Oirlo.

– Fietie de Vries, geboren op 12 april 1935 in Amsterdam, verbleef bij Piet en An Hendriks-Janssen, Nieuwstraat 2 in Blitterswijck (B 79). Ook was zij bij Herman en Anna Reijnders-Speijcken, Plein 4 in Blitterswijck. (café-restaurant). Zij is met de trein vanuit Amsterdam in Eindhoven terecht gekomen. Via Tienray kwam ze in Blitterswijck en bezocht daar de school en elke dag de heilige mis. Vlak voor de bevrijding werden 63 Duitse militairen in de feestzaal ingekwartierd. Dat leverde wel een hachelijk moment op toen een officier haar aanzag voor een joodse. Hij legde echter de vinger op zijn mond. Bij de evacuatie van het dorp ging ze mee, waarschijnlijk naar Oirlo.

– Liesje Wans, geboren op 23 januari 19365 in Amsterdam was bij Sjang en Nora Ernst-Geurts, Griendtsveenseweg 12 in America. Zij verbleef er in de maanden juli en augustus 1944.

– Abraham Weijand (Benny), geboren op 24 juli 1939, was bij de familie Frans en Maria Verstappen-Kuijpers, Deputé Petersstraat 22 in Oirlo. Hij was de neef van Karel Weijand.

– Karel Weijand, geboren op 24 juli 1939 in Arnhem, was bij Frans en Maria Verstappen-Kuijpers, Deputé Petersstraat 22 in Oirlo.

– Rita Weijl (Hilda Pop), geboren op 13 maart 1928 in Enschede was Mathies en Dien Mooren- van Rijswijck Gun 14 in Swolgen.

– Dick van Wezel (Dick van Slooten), geboren op 6 maart 1934 in Amsterdam, was bij de familie Sef en Jeanette van Wanroy-Hermans, Swolgenseweg 23 in Broekhuizenvorst. Hij was op boerderij “Op de Kolck” en is bij de kinderrazzia op 1 augustus 1944 opgepakt en omgebracht in Auschwitz op 18 oktober 1944.

– Louis van Wezel (Louis van Slooten), geboren op 16 mei 1936 in Amsterdam, was bij Pierre en Toos Nabben-Meuffels, Spoorstraat 10 in Tienray. Het kind kwam op 6 december 1943. De distributiebescheiden kreeg de familie van Nico Dohmen. Louis was ook bij Jacob en Berta Vervoort-Gerats, Lottumseweg in Broekhuizen (A 23). Hij is bij de kinderrazzia op 1 augustus 1944 opgepakt en omgebracht in Auschwitz op 18 oktober 1944.

– Ruben van Wezel (Rudie van Slooten), geboren op 23 juni 1932 in Amsterdam, was bij kastelein Dries en Marie Coenders-Wennekers Veerweg 11 in Broekhuizen (veerhuis). Hij was ook bij Hen en Maria Martens-Peters C 200 in Ooijen en bij Jean en Anna Janssen-Achten, Brienshoek 41 in Leunen.

– Liesje Wijnschenk (Liesje Jansen) geboren op 10 november 1940 in Amsterdam, verbleef bij Twan en Nel Bovee-Vorstermans, Lottumseweg in Broekhuizen (A 26a).

– Maurice Wijnschenk, (Mautje, Kees Jansen), geboren op 4 mei 1938 in Amsterdam, was bij Jozef Kallen-Kersten (A1) in Broekhuizen.

– Helmuth Willinger (Henk Willink), geboren op 13 mei 1932 in Keulen, verbleef bij de familie Post Tinus en Ebisch Mina Geurtjes-Ebisch Heuvelhoek 7 in Helden en bij Sef en Jeanette van Wanroy-Hermans, Swolgenseweg 23 in Broekhuizenvorst. .

– Appie Winnik (Pieter Pampel, Pieter Wennink), geboren op 2 maart 1934 verbleef bij W. Pingen-Peters (A 70) Tienrayseweg 14 in Meerlo.

– Jacques Sauveur de Wit( Sjaak de Wit, Jacques Timmermans, geboren op 11 april 1934, was bij de familie Wim en Mina Michels-van Osch, Castenrayseweg 17 in Oirlo. Hij was ook bij Hannes en Han Timmermans-van Santvoort 't Vinkel B 75 in Rosmalen.

Maria Michels: Bij ons was Sjaak de Wit, die gewoon alles meeat, maar niet naar school ging. Bij razzia’s vluchtte hij richting het huidige voetbalveld, waar een gegraven schuilkelder was. Hij evacueerde met ons mee naar Meerlo.
Bronnen:
Bakker Alex: Dag pap tot morgen.

Derix Lou: Oud Horst deel 6.

Dietz Hay: De jodenrazzia in Tienray.

Flim Bert Jan: Omdat hun hart sprak, de geschiedenis van de georganiseerde hulp aan Joodse kinderen in Nederland 1942-1945.

Limburgs Dagblad 59e jaargang nummer 104, 106, 109. De artikelen zijn geschreven door Jan van Lieshout in de serie: Uit het zuiden geen nieuws. 1977.

Roodenburg Fred: Alsof het ons eigen kind was. 2011

Silva T. da en Stam D. (Anne Frankstichting): Sporen van de oorlog. ooggetuigen over plaatsen in Nederland, 1940-1945. Pagina 158.

Voort Anselm van de: particuliere gegevens.

Voort Mien van de: Plakboek Tienray.

Voort Theo van de: Grepen uit de geschiedenis van Tienray.


Bezochte archieven:
Nationaal Archief in Den Haag

Gemeentearchief Roermond



Gemeentearchief Venray



123 joodse kinderen 04-09-09
1   2   3

  • Zij kregen de Yad Vashem onderscheiding.
  • Curt Löwenstein
  • Virrie Cohen
  • Rebecca Aldewereld
  • Verdere gegevens van enkele in dit verhaal voorkomende personen.
  • Reconstructie
  • Lijst met joodse kinderen
  • Bronnen
  • Bezochte archieven

  • Dovnload 217.97 Kb.