Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De aanbodeconomie

Dovnload 313.57 Kb.

De aanbodeconomie



Pagina1/9
Datum31.07.2017
Grootte313.57 Kb.

Dovnload 313.57 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

DE AANBODECONOMIE


Een “anti-Keynesiaans” wondermiddel voor méér welvaart

en voor volledige tewerkstelling.


-----------------------------------------




Toepassingen, Resultaten en een analyse




-------------

Willy De Wit



Sneeuwbeslaan 21 Bus 6 in B-2610 Wilrijk. Tel 0478-33.69.49 e-mail : willy.de.wit@pandora.be

INLEIDING

Het Keynesiaans beleid dat in de meeste Westerse landen werd toegepast heeft duidelijk gefaald. De voornaamste gevolgen van dit beleid waren negatief : de door Keynes aanbevolen sterke overheidsinmenging in de economie leidde in vele gevallen tot grote begrotingstekorten. Die tekorten moesten dan bestreden worden door een stijgende belastingdruk, die op haar beurt hogere werkloosheid met zich mee bracht.

Dit model heeft ook bij ons meer problemen gecreëerd dan opgelost. Alhoewel ons land welvarend lijkt, is het dit niet. De werkloosheid is abnormaal hoog. De fiscale druk is onhoudbaar geworden en dwingt vele ondernemingen om naar lage loonlanden uit te wijken, met als gevolg een uitstoot van actieven uit de arbeidsmarkt en als noodoplossing het brugpensioen. Het lijkt er wel op dat diegene die in ons land wil werken en ondernemen bestraft wordt. Niet werken daarentegen wordt aangemoedigd, het brengt inderdaad in vele gevallen bijna zoveel op als te gaan werken. Tienduizende prima arbeidskrachten nog in volle levenskracht gaan voor de arbeidsmarkt verloren. De netto-lonen liggen te laag, maar het bruto loon ligt veel te hoog. Dit laatste is de kostprijs voor de onderneming.


Een arbeider die netto 40.000 BEF (€ 992) per maand verdient, kost de werkgever circa 93.000 BEF (€ 2.305). Dit verklaart de zeer hoge werkdruk. Inderdaad die arbeider moet niet voor 40.000 BEF (€ 992) presteren per maand, maar voor minstens 93.000 BEF, (€ 2.305) zoniet is hij verlieslatend voor de onderneming en kan hij niet in dienst blijven. De hoge werkdruk is dan ook duidelijk niet de schuld van de ondernemingen, maar van een te hoge fiscale druk.
Last but not least : Berekeningen wijzen nu reeds uit dat binnen afzienbare tijd de Staatspensioenen nog moeilijk betaalbaar zullen zijn. De verhouding niet-werkenden ten overstaan van de werkenden neemt steeds verder toe.
Maar waarom onderneemt niemand iets?
Dit is de vraag die de hoofdeconoom van een bekende financiële instelling stelde in Vacature van 20 december 2003 ( blz. 1.) Een volgende vraag dringt zich op :
Is de tijd gekomen om onze economische wetenschap te herdenken?
Die vraag werd reeds 31 jaar geleden impliciet gesteld door Nobelprijswinnaar economie, Paul A. Samuelson, in zijn wereldbekend handboek “Economics” (zie 9° editie 1973 blz. 823).

Samuelson vroeg zich af, hoe het mogelijk was dat de economische wetenschap (hij bedoelde kennelijk de Keynesiaanse leer) toen geen oplossing kon formuleren o.m. op het tegelijk voorkomen van sterk stijgende inflatie en steeds groeiende werkloosheid.


Het antwoord op zijn vraag werd gevonden in de jaren 1980. Dit antwoord was niet alleen een bevestiging dat de economie moest hervormd worden, maar tevens werd een heel denkschema uitgewerkt hoe die hervorming van de economie zou moeten plaatsgrijpen. De verdienste hiervan komt toe aan een groep economen die men de “aanbodeconomen” is gaan noemen, eenvoudigweg omdat deze economen een aanbodbeleid (aanbodeconomie) vooropstelden, inplaats van een vraagbeleid. De voornaamste is wellicht Robert Mundell, Nobelprijswinnaar economie 1999. (Zie over de theorie van Keynes ook het merkwaardig boek “Wij verkiezen een Führer” van doctor Martin de Vlieghere, gewezen postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Gent. Zie vooral het hoofdstuk “John Maynard Keynes en de teloorgang van de economische wetenschap”.)
Het lijkt ons verwonderlijk dat noch ons economisch establishment, noch onze politici veel aandacht hebben geschonken aan de nieuwe opvattingen, die nochtans reeds in meerdere landen tot mooie positieve resultaten hebben geleid. Onze economische problemen zijn nochtans verre van opgelost. Het leek ons dan ook nuttig om dit nieuwe denkschema eens van naderbij te bekijken.
Aanbodeconomie”…… Wat een vreemde term! Men zou inderdaad beter spreken van “de economie van de aanmoediging” , dit als contrast met de “bestraffingseconomie” die in de meeste West-Europese landen wordt toegepast. De denkbeelden van de aanbodeconomie zijn erg eenvoudig.
Zij berusten op de stellingen van de klassieke economie, voornamelijk deze van Adam Smith, Jean-Baptiste Say en David Ricardo. Maar ook de geschriften van Friedrich A. Hayek (Nobelprijs economie 1974) en van Robert Mundell (Nobelprijs economie 1999) hebben in grote mate bijgedragen tot de doorbraak van deze denkrichting. Verwonderlijk is dat vele economen deze denkrichting verkeerd hebben begrepen of er toch zeer weinig aandacht aan hebben besteed.

In dit werkje pleiten wij ervoor het Keynesiaans beleid te verlaten en over te schakelen op de nieuwe aanpak van de aanbodeconomie, die in meerdere landen zo succesvol is gebleken. Wij menen te kunnen aantonen dat ook in ons land zeer mooie resultaten zouden kunnen behaald worden, vooral op het gebied van de werkgelegenheid, zelfs volledige tewerkstelling.


Om dit pleidooi met argumenten te ondersteunen behandelen wij achtereenvolgens :
In Deel I : de merkwaardige resultaten van de toepassing in de U.S.A in de jaren ’80. Het gevolg van die toepassing was (zoals wij verder zullen zien) een sterke welvaartsexplosie, die jammer genoeg door velen verkeerd is begrepen en verkeerd geïnterpreteerd. Zo werd o.m. beweerd dat door deze toepassing het begrotingstekort in de USA uit de hand was gelopen. Die bewering was onjuist. Het overheidstekort in de U.S.A. daalde tijdens de toepassing van de aanbodeconomie van 4 % in 1982 naar 2.9 % in 1989. (zie hierover meer in hoofdstuk 5 ). Dat jaar was spijtig genoeg het einde van het aanbodbeleid.
In Deel II : de resultaten van de toepassing in enkele West-Europese landen.
In Deel III : hier gaan wij uitgebreid in op de Belgische situatie

In Deel IV : wij behandelen hier de theoretische grondslag van de aanbodeconomie

In Deel V : wij bespreken het (naar onze mening) grote misverstand dat heerst inzake

fiscale fraude


Moge dit werkje een poging zijn om aan te tonen dat niet alle hoop verloren is en dat de aanpak die hierna zal beschreven worden kan leiden tot een oplossing van de meeste van onze economische en financiële moeilijkheden.
Wilrijk, januari 2005

INHOUD: blz.
Inleiding 2
DEEL I : DE ONBEGREPEN WELVAARTSEXPLOSIE VAN

DE GOUDEN JAREN ’80 : wat kunnen wij hieruit leren?

Hoofdstuk 1 : Theorie van Keynes klopt niet meer 6

Hoofdstuk 2 : De aanbodeconomie brengt redding 10

Hoofdstuk 3 : Schitterende expansie 16

Hoofdstuk 4 : Reagan’s belastingverlaging : een kritische analyse 20

Hoofdstuk 5 : De Mythe van het Amerikaans begrotingstekort 26

Hoofdstuk 6 : Méérwaardebelasting en vastgoedkrisis 35



DEEL II : WEST-EUROPA EN DE AANBODECONOMIE 38

Hoofdstuk 7 : De toepassing in enkele West-Europese landen 39

Het voormalige West-Duitsland, IJsland, Ierland, Italië en

Nederland. (ook een woordje over Japan)




DEEL III : BELGIE : DE TIJDBOM TIKT 46
Hoofdstuk 8 : De tijdbom tikt 47
Welke maatregelen dringen zich op 48

Te verwachten resultaten 58

Waarom worden bovenstaande maatregelen niet

doorgevoerd? 58

Politici haten de ondernemingen 59

Zal ons economisch stelsel in mekaar klappen ? 60

Zal extreem rechts de macht overnemen? 62

DEEL IV : THEORETISCHE ONDERBOUW 64
Hoofdstuk 9 : De oude en de nieuwe fiscale theorie 66

DEEL V : FISCALE FRAUDE : HET GROTE MISVERSTAND 73

BESLUIT : 80
Literatuuropgave en bijlagen 81


DEEL I


DE ONBEGREPEN WELVAARTSEXPLOSIE




VAN DE GOUDEN JAREN ‘80

In de jaren ’80 werden in bepaalde landen gans nieuwe economische



beleidsmaatregelen ingevoerd met groot succes vooral inzake het creëren van

werkgelegenheid. Een betere kennis en de toepassing van dergelijke maatregelen zouden ook in ons land heel wat problemen kunnen oplossen, en de werkloosheid zelfs doen verdwijnen en vooral de belastingdruk aanzienlijk verlagen. Dit is de stelling die wij hierna gaan proberen te bewijzen.

HOOFDSTUK 1

DE THEORIE VAN KEYNES KLOPT NIET MEER

De theorieën van de Engelse econoom John Maynard Keynes (1883-1946) hebben decennia lang als grondslag gediend voor het economisch beleid in de meeste van onze Westerse landen.

Met zijn “General Theory” verschenen in 1935 was plots de anti-Adam Smith op het toneel verschenen. Keynes was ervan overtuigd dat hij het beroemde economisch tractaat “The Wealth of Nations” (1776) van de Schotse econoom en filosoof in de vernieling had geschreven.
Volgens Keynes kon een economische inzinking met hoge werkloosheid het best bestreden worden door de overheidsuitgaven te verhogen. In de visie van Keynes betekenen deze uitgaven het creëren van een bijkomende vraag naar goederen en diensten. De ondernemingen zullen - aldus Keynes - maar al te graag op die verhoogde vraag inspelen met de productie op te drijven.
In Keynesiaanse termen : “De vraag (consumptie) schept het aanbod (de productie). Méér mensen zullen aan de slag kunnen en de werkloosheid zal verdwijnen.

Indien de overheid niet over voldoende geldmiddelen beschikt om haar uitgaven op te drijven moet zij maar leningen aangaan. Hiervoor is een geijkte term opgedoken : het “deficit spending”.


Volgens de volgelingen van Keynes vormden deze verhoogde overheidsuitgaven geen gevaar voor inflatie zolang er werklozen op de arbeidsmarkt te vinden waren. Pas wanneer “full employment” wordt bereikt zal inflatiegevaar ontstaan, omdat de ondernemers dan de lonen en wedden zullen moeten opbieden om nog aan bijkomende arbeidskrachten te geraken. Een belangrijke Keynesiaanse stelling luidde dan ook dat werkloosheid en inflatie niet tezamen kunnen voorkomen.
In het omgekeerde geval, wanneer de economie oververhit is, zal de overheid haar uitgaven moeten verminderen om het inflatiegevaar tegen te gaan. Kortom, het denken van Keynes werd beheerst door een VRAAGBELEID.
Ondertussen hebben een belangrijk deel van zijn theorieën het niet overleefd. Zij werden omvergekegeld door de zware economische crisis van de jaren 1974 tot 1981 en zij werden weerlegd door de “Supply-Side” economen (aanbodeconomen). Deze laatsten hebben de basis gelegd van het Amerikaanse “Wirtschaftswunder” van de jaren ’80 tijdens de regeerperiode van Ronald Reagan. (1980 – 1988)

Carter
Het Keynesiaans beleid van President Jimmy Carter had tegen het einde van zijn ambtstermijn Amerika gebracht op de rand van de afgrond.

De inflatie liep op tot 13.3 % in 1979 en de werkloosheid bleef stijgen.

De reële lonen daalden met circa 9 % tussen 1979 en 1981. De prime-rate (basisrente voor kaskredieten) steeg tot 21.50 %.

Duizende ondernemingen werden hierdoor letterlijk gewurgd en gingen in faling. Maar reeds vóór Carter was de aftakeling begonnen. Tussen 1965 en 1980 verminderde het totaal eigen vermogen van de Amerikaanse ondernemingen met 39 %.

De overheidsuitgaven stegen van 17.9 % van het BNP in 1965 tot 22.2 % in 1980, ondanks een daling van de defensieuitgaven.
Het was dan ook helemaal niet verwonderlijk dat zowel de beurskoersen als de waarde van de dollar naar omlaag waren getuimeld.
President Reagan kreeg in 1980 het Presidentsschap in handen van een land dat worstelde met zware economische problemen zonder uitzicht op een oplossing.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • DEEL I DE ONBEGREPEN WELVAARTSEXPLOSIE VAN DE GOUDEN JAREN ‘80

  • Dovnload 313.57 Kb.