Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009

Dovnload 302.82 Kb.

De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009



Pagina1/7
Datum05.12.2018
Grootte302.82 Kb.

Dovnload 302.82 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7



VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG


De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap <1> heeft op 24 november 2008 overleg gevoerd met minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Van de Camp
Adjunct-griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
La Rocca
**
Voorzitter: Biskop
Aanwezig zijn 9 leden der Kamer, te weten:
Atsma, Biskop, Bosma, Van Dam, Jasper van Dijk, Van der Ham, Remkes, Slob en Vendrik,
en de heer Plasterk, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

**
Aan de orde is de behandeling van:



- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 november 2008 met de mediabegroting 2009 (31700-VIII, nr. 37);

- het wetsvoorstel Vaststelling van het onderdeel Media van de begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2009 (31700-VIII);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 juli 2008 ter aanbieding van de evaluatie Commissariaat voor de Media (31200-VIII, nr. 201);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 3 juli 2008 over de versterking van de positie van de documentaire- en animatiefilm (25434, nr. 40);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 oktober 2008 over de satellietontvangst van de Nederlandse landelijke publieke omroep in het buitenland (2008Z04223);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 2 juli 2008 over de peildatum voor de eerstvolgende telling van leden van omroepverenigingen (31200-VIII, nr. 198);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 7 oktober 2008 bij het onderzoek Coproducties 2006 en 2007 (31700-III, nr. 10);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 27 oktober 2008 met een reactie op de brief van de Programmaraad Oost-Gelderland (31356, nr. 45);

- de lijst van vragen en antwoorden bij het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van OCW (VIII) voor het jaar 2009 (31700-VIII, nr. 32);

- de brief van de Algemene Rekenkamer d.d. 11 september 2008 met het rapport Publieke omroep in beeld -- financiering, bedrijfsvoering en toezicht (31557).
De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom bij het wetgevingsoverleg over de OCW-begroting 2009, onderdeel Media. Ik heet minister Plasterk en de collega's welkom. Wij hanteren een spreektijd van plusminus tien minuten. De absolute eindtijd van dit overleg is 17.00 uur, omdat de minister dan weg moet. Ik zal de woordvoerders aansporen om zich te beperken. Als zij zich beperken tot het stellen van heldere vragen en het plaatsen van korte interrupties, zal het allemaal lukken. Omdat dit een wetgevingsoverleg is, krijgen de sprekers in de begrotingsvolgorde het woord.

**
De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Het gaat goed met de publieke omroep. De waardering is hoog en het aantal kijkers is flink toegenomen. Dat laatste is wat ons betreft niet het belangrijkste. Kwaliteit dient voorop te staan. De jacht op kijkcijfers hoort met name bij commerciële zenders.

De omroepen zijn hard bezig om nieuwe leden te werven. Op 1 april is immers de ledentelling, van belang voor de zendtijd en de nieuwe vergunning. Deze keer gaat de slag om nieuwe leden er harder aan toe dan ooit, zo schreef ook NRC afgelopen zaterdag. Dit komt door de nieuwe Mediawet, waardoor elk nieuw lid telt. Ik heb dit al eens een "ongewenste ledenjacht" genoemd. In NRC staan nogal wat voorbeelden van dubieuze campagnes: een "boer zoekt vrouw"-datingfeest, een bierkratkussen, dvd's van André Rieu, noem maar op. Werving van één nieuw lid kost gemiddeld €30. Oude omroepen gebruiken hun reserves voor de werving, maar nieuwe omroepen moeten zich in de schulden steken. Hoe gaat de minister deze ongelijkheid oplossen? Is de ledenjacht nog wel van deze tijd? Zou je niet naar andere aspecten moeten kijken, zoals waardering en bereik? Graag krijg ik een reactie op dit voorstel en op het artikel uit NRC.

Het gaat goed met de publieke omroep, maar er zijn ook vragen, bijvoorbeeld over reclame. Dat blijft een vreemde eend binnen het publieke bestel, en het is wat mij betreft een storend onderdeel. President Sarkozy heeft besloten om reclame helemaal van de publieke omroep af te halen. Kan deze daadkracht onze minister wellicht inspireren? Graag krijg ik hierop een reactie. Natuurlijk is daarvoor budget nodig, maar de minister kan het ook stapsgewijs doen, zoals de invoering van één reclamevrije zender of een reclamevrij jeugdblok.

De minister heeft reclame voor alcohol al naar de avonduren verplaatst, maar reclame voor ongezonde voeding staat hij toe. Wat is zijn reactie op recent Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat een verbod op reclame voor ongezonde voeding het aantal kinderen met obesitas met 18% doet afnemen?

De minister heeft een einde gemaakt aan de cofinanciering van programma's door de overheid. Daarvoor hulde, want onafhankelijk van programma's staat voorop. Bovendien was de sponsoring van Piet Paulusma tamelijk onzinnig. Tegelijk dreigt hierdoor het aantal maatschappelijke documentaires af te nemen. Dat is geen goede zaak, en het zou goed zijn als daarvoor een structurele oplossing komt. Er is veel geld vrijgekomen door afschaffing van de cofinanciering. Wellicht dat dit hiervoor gebruikt kan worden. Graag krijg ik een reactie hierop.

Er is nog een vorm van dubieuze sponsoring van programma's, namelijk die door bedrijven. Het Commissariaat voor de Media heeft omroepen aangesproken over sponsoring van programma's door de farmaceutische industrie. Bedrijven als Roche en GlaxoSmithKline financieren programma's over epilepsie en baarmoederhalskanker. Het commissariaat laat het bij een berisping, maar ik vraag de minister of hij deze vorm van sponsoring aanvaardbaar vindt. Zou dit niet gewoon verboden moeten worden omwille van de onafhankelijkheid? Hoe zit het met al die reclames die medegefinancierd worden door de Europese Unie, bijvoorbeeld reclame voor kip? Wat heeft Europa daarmee te maken? Is de minister het ermee eens dat dit neerkomt op geldverspilling?

De programmaraden blijven bestaan tot er nieuwe instrumenten voor consumenteninvloed zijn ontwikkeld. Dat is op zich goed, maar hoe staat het met die nieuwe instrumenten? Invloed van de consument moet geregeld worden op het digitale pakket, evenals op het analoge pakket in de overgangsfase. Ook de ondersteuning zou beter geregeld moeten worden. Graag krijg ik daarop een reactie.

Ik pleit ook voor de instelling van een landelijke programmaraad voor Digitenne.

Momenteel is er geen enkele inspraak over de tv- en radiozenders van KPN Digitenne, terwijl dit bijna 700.000 kijkers bedient. Kabelmaatschappijen hebben wel een programmaraad. Het is belangrijk dat burgers ook inspraak krijgen op het aanbod van Digitenne. Daarmee wordt het draagvlak vergroot en krijgen ook kleine zenders een kans. Wat vindt de minister van het idee van een programmaraad voor Digitenne? Bij voorkeur krijgt deze bindende zeggenschap over ten minste een derde deel van de beschikbare kanalen, buiten de zenders van de publieke omroepen.

Het is goed als kijkers zo veel mogelijk toegang hebben tot de democratie. Nu wil de minister dit niet landelijk regelen, maar laat hij dit over aan de publiek en de kabelbedrijven. Wat kan de minister doen om deze zender, Politiek24, in zo veel mogelijk huiskamers te krijgen? Ik lees dat de publieke omroep Politiek24 wil veranderen in een politiek- en sportzender. Dat vind ik lastig, want mensen die van politiek houden, houden niet per se van sport en vice versa. Radio 1 kent deze mix overigens ook. Is de minister het met mij eens dat Politiek24 in zijn huidige vorm beter is dan de vorm die de NPO heeft voorgesteld? Zo ja, wat gaat de minister eraan doen?

Er zijn ook zorgen over de Concertzender. De NPO wil deze laten opgaan in andere zenders. De minister gaat hierover in gesprek, maar wat vindt hij van het pleidooi van de programmaraad in Amstelveen? Deze raad heeft wel een punt, wanneer hij de Concertzender met FunX vergelijkt. Waarom mag FunX wel zelfstandig blijven en moet de Concertzender verdwijnen?


De heer Van Dam (PvdA): Vragen staat vrij, maar ik vraag mij af wat de heer Van Dijk beoogt met het stellen van zijn vraag. Wat wil hij eigenlijk van de minister?
De heer Van Dijk (SP): Ik ben het eens met het pleidooi van onder andere de programmaraad van Amstelveen, die het inconsequent vindt als FunX een autonome zender blijft, terwijl de Concertzender opgaat in andere zenders. Ik steun dit pleidooi.
De voorzitter: Kan het kort, mijnheer Van Dam? Dan zijn wij op tijd klaar.

**
De heer Van Dam (PvdA): De heer Van Dijk zegt eigenlijk dat de Concertzender moet blijven. Het is de vraag of dit de plek is om dit te bespreken. Is het niet een keuze van de publieke omroep zelf? Hoewel wij allemaal zo onze sympathieën hebben bij bepaalde delen van het programma-aanbod, moeten wij ons daarmee gewoon niet bemoeien.


De heer Van Dijk (SP): Dit is een beetje een theoretische discussie. De minister maakt natuurlijk wel degelijk keuzen in het aanbod van de publieke omroep. Dezelfde discussie kun je overigens ten aanzien van cultuur houden. Ook de partijgenoten van de heer Van Dam zijn er heel goed in om te pleiten voor het behoud van specifieke theater- en kunstinstellingen. Daarvoor valt op zich ook wel iets te zeggen, net zo goed als dat de minister er heel duidelijk politiek voor kiest om FunX te behouden, vanwege een bepaalde multiculturele functie. Als je zo redeneert, moet je die ook toepassen op de Concertzender. Anders is het inconsequent.

Ik ga verder met het onderwerp regionale en lokale omroepen. Digitale doorgifte van regionale en lokale omroepen is belangrijk. De minister wil deze echter pas garanderen als de helft van de kijkers overgaat op digitale tv. Dat is een hoog percentage. Kan deze drempel omlaag? Bovendien zou doorgifte pas gelden, als in heel Nederland gemiddeld 50% naar digitale tv kijkt. In sommige gemeenten kijkt nu al meer dan 50% digitaal, in andere gemeenten niet. Zou je niet, bijvoorbeeld via het Commissariaat voor de Media kunnen bekijken waar en in welke gemeenten digitale doorgifte meer dan 50% is en deze daar verplicht stellen?

De financiering van regionale en lokale omroepen blijft een heikel punt. Gemeenten en provincies besteden het budget soms aan andere zaken of stellen allerlei eisen. In een tijd van verschraling van de nieuwsvoorziening is dit een kwalijke zaak. Ik vraag de minister om hierover een stevig gesprek aan te gaan met provincies en Binnenlandse Zaken. Overheden moeten het budget hieraan besteden.

Hoe staat het met het Mediawijsheid Expertisecentrum? Zijn ouders hierin voldoende gerepresenteerd of bestaan hierover nog meningsverschillen? Is mijn motie voor een kindvriendelijke internetportal daarbij betrokken?

Er komt een salarismaximum voor omroepbestuurders. Dat is op zich goed. Voor artiesten, deejays en presentatoren wil de minister een beloningscode van rond de twee ton. Hoe staat het hiermee? Wanneer komt deze code en welk bedrag staat in deze code? Bepaalde omroepen zijn tegen het voorstel van twee ton. Dit kan dus wel eens lang gaan duren.

Is het niet veel gemakkelijker om ook voor artiesten de Balkenendenorm te hanteren, conform mijn breed aangenomen motie?

Volgens de Rekenkamer is er overigens één presentator die helemaal geen contract bij de omroep heeft. De minister zegt niet te weten wie dat is, maar ik wil wel weten wat deze persoon verdient, want nu staat hij buiten iedere controle. De minister zegt zelf ook dat dit niet mogelijk zou mogen zijn. Hoe lost hij dit mysterie op?

Vorige week hebben wij gesproken over de Omroepmededeling van EU-commissaris Kroes, die wil dat nieuwe diensten van publieke omroepen worden getoetst op het punt van concurrentievervalsing. Wij vinden dit weer een typisch gevalletje van ongewenste bemoeienis uit Brussel. Europa heeft niets te maken met de publieke omroep. Heeft de minister dat vorige week bij de OJC-raad ook gezegd? Wat is het laatste nieuws? De minister krijgt alle steun van mijn fractie om mevrouw Kroes op dit punt uit Nederland weg te houden.

Wij komen nog te spreken over het persbeleid. Ik zeg echter nu al dat de persbrief van de minister erg mager is. Er is een stevig plan nodig om aan de sector tegemoet te komen. Wordt vervolgd.
De heer Atsma (CDA): Voorzitter. De afgelopen twee jaar is op mediagebied veel in gang gezet, met name op het terrein van wetgeving. Toch blijft er nog veel liggen; ik kom daar straks op terug. De zaken die blijven liggen, hebben vaak te maken met Kameruitspraken waarmee niets of te weinig wordt gedaan.

Zoals collega Van Dijk al aangaf, gaat het in algemene zin goed met de publieke omroep. Er zijn meer kijkers, de waardering is prima en de financiering lijkt ook op orde. Het gaat op dit moment echter niet goed in de krantenwereld. Wat mijn fractie betreft, spreken wij op een later moment daarover met de minister, aan de hand van de persbrief. Deze brief is vorige week aan de Kamer gezonden. Over de inhoud daarvan kunnen natuurlijk veel -- misschien wel zeer veel -- opmerkingen worden gemaakt, maar ik ben blij dat in de loop van de komende maand separaat over het persbeleid zal worden gesproken. Kan de minister ter voorbereiding op dat overleg nog inhoudelijk ingaan op de actualiteiten? Als je kijkt naar de persthermometer in Nederland, dan verandert vrijwel dagelijks de stand van zaken. Het is voornamelijk een zorgelijke ontwikkeling: krantentitels en journalisten dreigen te verdwijnen. Kortom, er zit enorm veel druk op dat dossier. Ziet de minister in de aanloop naar dat overleg wellicht nog aanleiding om met aanvullingen op de persbrief te komen?

Nogmaals, in algemene zin gaat het goed met de publieke omroep. De Rekenkamer oordeelt over het algemeen positief, ook op het gebied van de kosten en het in de hand houden daarvan. Het is heel goed dat die conclusie is getrokken. In dit huis is vaak het tegendeel gesuggereerd, maar het is goed dat weer eens heel scherp is gesteld dat een uur tv bij de Nederlandse publieke omroep ongeveerde een derde kost vergeleken met de Britse publieke omroep.

Het gaat echter minder goed met de regionale omroepen. De kijk- en waarderingscijfers zijn prima, maar de financiering staat onder druk. Daarom heeft de CDA-fractie de afgelopen dagen de initiatiefnota "Stemmen uit de Regio. Over de regionale publieke omroep" aan de Kamer gezonden; als het goed is, is deze brief vanmiddag op de bureaus van de collega's terechtgekomen. Mijn fractie hoopt dat op een later moment inhoudelijk op deze nota kan worden gesproken, aan de hand van een debat over de positie van de regionale omroep en wellicht ook van de lokale omroep. Vroeger was zo'n debat heel gebruikelijk. Voorzitter. Via u wil ik graag de minister een exemplaar van deze initiatiefnota aanbieden.

Ik zeg nu alvast dat in algemene zin de financiering van de regionale omroep mij zorgen baart. In de nota doet mijn fractie een aantal suggesties om tot oplossingen te komen, maar dat kan alleen hand in hand met de provincies. Kan de minister op korte termijn in contact treden met de organisatie van regionale omroepen en met de provincies om te bezien wat precies de kern en aard van de problemen zijn en welke oplossingsrichtingen mogelijk zijn? Het moge duidelijk zijn dat de CDA-fracties concrete oplossingen voorstelt.
De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Ik heb de nota van het CDA met veel belangstelling en in belangrijke mate ook met instemming gelezen. Ik was echter in blijde verwachting van amendementen. Bij de begrotingsbehandeling zul je die toch in moeten dienen. Ik herinner in dit opzicht aan een amendement van de VVD-fractie van vorig jaar. De heer Atsma vraagt nu ongeveer hetzelfde bedrag. Aanneming van dat amendement werd toen door deze minister met veel klem ontraden. Het persbericht was aardig: CDA wil 15 mln. extra voor de regionale omroep. Ik ben benieuwd hoe de fractie van het CDA dit denkt te dekken. De steun van de VVD-fractie heeft zij.
De heer Atsma (CDA): Dat laatste is winst, want die hadden wij vorig jaar niet. De kern van een van de voorstellen was en is dat je.... Collega Remkes lacht, maar ik zeg nogmaals: die hadden wij vorig jaar niet. Het gaat om het programmaversterkingsbudget, waarover ik vorig jaar sprak en waarvan wij hebben gezegd dat dit voor een deel ook ingezet kan worden voor de regionale omroep onder de voorwaarde dat de programma's vervolgens ook bij de landelijke publieke omroep terechtkomen. Wij hebben inmiddels veel voorbeelden gezien van programma's waarbij dit het geval is. Ik zei dat wij de steun van de VVD voor de motie vorig jaar niet hadden. Ik ben blij dat de heer Remkes dit nu wel doet, omdat dit een van de oplossingsrichtingen kan zijn, waardoor het geld twee keer wordt gebruikt: voor de regionale omroepen en vervolgens voor de landelijke publieke omroep. Daarnaast heb ik in de nota gesteld -- lees deze vooral -- dat het goed is -- sterker nog, dit is voor ons een eis -- dat ook de provincies een handreiking doen. Amendering nu kan alleen als dit ook aan de andere kant van de tafel positief wordt beoordeeld. Je hebt elkaar op dit punt nodig. Zo lang dat aanbod er niet is, kun je moeilijk met een amendement komen. Overigens geldt dat voor het programmabudget in zeker zin helemaal niet. Het is een politieke keuze. Als de minister morgen de luiken openzet, is het overmorgen geregeld. Daar hoef je niet eens een amendement voor in te dienen.

Voorzitter. Ik kan er nog veel meer over zeggen en ik ben daar ook graag toe bereid. Ik maak nu slechts een enkele opmerking in de richting van collega Remkes, maar ik dank hem voor zijn steun.


De voorzitter: De middag is nog lang, mijnheer Atsma.

**
De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Op zichzelf is het sympathiek. Overigens is het jammer dat de CDA-fractie voor de vakantie de lokale omroepen niet heeft willen steunen. Dat zou na de vakantie geregeld moeten worden, maar dat is nog steeds niet gebeurd. Daar zullen wij het straks nog wel over hebben.

De heer Atsma zegt dat de financiering uit de rijksbegroting gehaald moet worden. Na de zomervakantie hebben wij een omvangrijk debat gehad in Paradiso over het kunstbeleid. Uit onderzoek van Berenschot bleek dat een groot aantal provincies veel geld op de plank hebben liggen, dat niet uitgeven en daarmee hun bijdrage niet leveren aan het lokale cultuur- en ook media-aanbod. Moeten wij niet veel meer de provincies de oren wassen dat zij hun eigen regionale omroepen veel beter moeten ondersteunen voordat de rijksoverheid de beurs gaat trekken? Ik verwijs nogmaals naar het onderzoek van Berenschot. Volgens mij moeten wij samen optrekken en niet onmiddellijk de rijksbeurs trekken.
De heer Atsma (CDA): Eerst hebben wij de lokale omroep. Daarbij gaat het niet zozeer over meer geld, als wel over het oormerken van het geld. Daarover komen wij ongetwijfeld te spreken. Dat is precies een van de puntjes waar de minister op wil terugkomen en dat niet heeft gedaan. U kent ons verleden op dit punt. Wij zijn daar tot nu toe volstrekt helder in geweest.

Ik kom op de rol van de provincies. Uit de nota blijkt dat er enorme verschillen zijn in de bijdragen van provincies. Er zijn overigens ook enorme verschillen tussen de verschillende provincies in inwoneraantallen. Het is de vraag of in de verdeelsleutel die het Provinciefonds hanteert met die verschillen in aantallen inwoners voldoende rekening wordt gehouden. Dat is niet zozeer aan ons, maar vooral aan de provincies zelf om daar nog eens kritisch naar te kijken. Die oproep hebben wij gedaan. Overigens herinner ik de heer Van der Ham eraan dat ook hij de motie vorig jaar om geld over te hevelen van het programmaversterkingsbudget naar de regionale omroepen wel heeft gesteund, waardoor zij een meerderheid achter zich kreeg. Helaas is er tot nu toe niets mee gedaan.


De heer Van der Ham (D66): Die hebben wij gesteund, maar uit het onderzoek van Berenschot blijkt dat steden procentueel veel meer aandacht geven aan cultuur en aan media en dat provincies het massaal laten liggen. Ik herzie niet direct mijn steun aan de motie, maar bij de financiering ervan kun je aan de provincies denken, die hartstikke veel geld hebben. Hun eerste taak is ook om regionale televisie te faciliteren.

Laten wij eerst samen optrekken en laten wij de minister gewapend met onze steun naar de provincies sturen om daar geld vandaan te halen en om hen op hun verantwoordelijkheid te wijzen.


De heer Atsma (CDA): Ik wil het per provincie wel duiden, maar er zijn grote verschillen. Laten nu uitgerekend de provincies met de grootste inwonersaantallen relatief het minste besteden aan de regionale omroep. Ik ben het met de heer Van der Ham eens dat wij meer de aandacht erop moeten richten dat het stedelijk gebied een tandje erbij kan doen.
De heer Van Dam (PvdA): Is de heer Atsma het met mij eens dat wij nog maar twee jaar geleden een nieuwe wet in werking hebben laten treden waar volgens mij iedereen voorgestemd heeft? In die wet wordt bepaald dat de financiering van de regionale omroep voortaan de verantwoordelijkheid is van de provincie. De discussie moet dus ook op provinciaal niveau worden gevoerd. Wij hebben recentelijk kunnen zien dat de provincies geld zat hebben.
De heer Atsma (CDA): Volgens mij niet meer, hoor! Er zit veel in IJsland.
De heer Van Dam (PvdA): Als de heer Atsma geld uit het programmaversterkingsbudget wil halen, dan neem ik aan dat hij met voorstellen komt om geld toe te voegen aan het budget van de landelijke omroep. Wij hebben immers in het regeerakkoord afgesproken, te zullen investeren in de landelijke publieke omroep. Dat is iets anders dan daar geld weg te halen.
De heer Atsma (CDA): Dit is niet nodig, omdat de programma's ook terugkeren naar de landelijke publieke omroep. Als ik de heer Van Dam vertel dat programma's van de regionale omroep landelijk worden uitgezonden, waardoor zij soms meer dan 400.000 kijkers per aflevering trekken, dan is het volstrekte onzin om te suggereren dat het een gat slaat in welk budget dan ook. Dat is niet aan de orde. Als de heer Van Dam de voorstellen op een rij zet en leest, dan zal hij ook andere suggesties zien om tot financiering te komen. Laat dat vooral het onderwerp van gesprek zijn tussen de minister én de provincies én de regionale omroepen. Het is helder dat er iets moet gebeuren.

De heer Van Dam zegt terecht dat wij de wet hebben gewijzigd. Bij de wetswijziging heeft de CDA-fractie ook deze kanttekening gemaakt. Je kunt tegen de provincies zeggen: eigen schuld, dikke bult. Dat is echter iets te gemakkelijk in deze discussie. Je ziet dat de afgelopen tientallen jaren een aantal investeringen gedaan had moeten worden, maar niet is gedaan. Daar loopt men nu tegenaan. Denk aan de archivering van het beeld- en geluidsmateriaal van de regionale omroepen. Wij vinden dat het voor de hand ligt dat je de archivering van hetgeen uit de regio komt, ook bij Beeld en Geluid in Hilversum onderbrengt. Daar is helemaal niets op tegen, net zomin er iets op tegen zou zijn om bijvoorbeeld voor Uitzending Gemist de content uit de regio te benutten. Dit kan elkaar versterken. Wat ons betreft moet je veel meer kijken naar een intensivering van de samenwerking tussen Hilversum en de regionale omroepen. Die biedt echt kansen en ik heb het gevoel dat men zowel in Hilversum als in de regio daarvoor zou zijn. Ik suggereer dan onder meer raam- of vensterprogrammering, maar dit gaat nu wat te ver.


De
  1   2   3   4   5   6   7

  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 november 2008 met de mediabegroting 2009 (31700-VIII, nr. 37);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 juli 2008 ter aanbieding van de evaluatie Commissariaat voor de Media (31200-VIII, nr. 201);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 oktober 2008 over de satellietontvangst van de Nederlandse landelijke publieke omroep in het buitenland (2008Z04223);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 7 oktober 2008 bij het onderzoek Coproducties 2006 en 2007 (31700-III, nr. 10);
  • - de lijst van vragen en antwoorden bij het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van OCW (VIII) voor het jaar 2009 (31700-VIII, nr. 32);
  • Van Dam
  • Atsma

  • Dovnload 302.82 Kb.