Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009

Dovnload 302.82 Kb.

De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009



Pagina2/7
Datum05.12.2018
Grootte302.82 Kb.

Dovnload 302.82 Kb.
1   2   3   4   5   6   7
voorzitter: Daarmee hebt u impliciet de vraag van de heer Vendrik beantwoord. U kunt doorgaan met uw betoog.

**
De heer Atsma (CDA): Voorzitter. Ik was bij het eerste punt.


De voorzitter: Ik weet niet of u binnen was, toen wij de spreektijd van tien minuten afgesproken hebben? Ik zal u daar ook aan houden.

**
De heer Atsma (CDA): Dan kom ik het bij Stimuleringsfonds voor culturele producties. Wat ons betreft zou het geoormerkte bedrag dat naar de regionale omroepen gaat, wel opgehoogd mogen en kunnen worden tot 2 mln. Ik zeg tegen de heer Remkes dat je daar absoluut geen amendement voor in hoeft te dienen. De vorige keer hebben wij dat ook niet gedaan. De Kamer heeft dit uitgesproken in een motie en de minister heeft gezegd dat hij die gaat uitvoeren. Het werkt prima.

Wij vinden het jammer dat nog steeds niet is geregeld dat het geld voor de lokale omroep ook inderdaad bij de lokale omroep terechtkomt. Volgens mij hadden wij in juni heel goed afgesproken dat de minister met concrete voorstellen zou komen. Wij hebben de minister in dat opzicht ook de ruimte geboden: kom met een oplossing, ga praten met alle betrokkenen. Helaas moeten wij vaststellen dat het tot nu toe niets is geworden.

De Erkenningenwet komt eraan en dat leidt inderdaad tot de voorspelde ledenjacht. Daar hoef je niet al te moeilijk over te doen; als de omroepen zich aan de regels van de wet houden, is dat duidelijk. Maar wij zitten er wel op te wachten. Ik wil de minister in elk geval het volgende meegeven. Men is aan de voorkant bezig leden te werven, maar omdat wij een open bestel hebben, zouden de consequenties aan de achterkant wel eens groot kunnen zijn als nieuwe toetreders zich melden. Hoe gaat de minister daarmee om?



Ik vraag de minister hoe hij daarmee omgaat. Is er een inschatting te maken wat dat voor gevolgen heeft, ook in relatie tot de meerjarenplanning en ­de meerjarenbegroting van de publieke omroep?
De heer Remkes (VVD): Afgelopen zaterdag heb ik met veel belangstelling het verhaal in NRC Handelsblad over dit thema gelezen. Ik neem aan dat collega Atsma dat ook heeft gedaan. De heer Atsma verwijst terecht naar de wet. Komt bij hem niet ook de vraag boven dat er misschien aanleiding is om de wet op dit punt te wijzigen? Als je leest hoe de EO het doet en hoe andere omroepen het doen, dan zie je dat daar een toneelstuk wordt gespeeld waarvoor ik, eerlijk gezegd, geen goed woord over heb.
De heer Atsma (CDA): Ik heb het artikel niet gelezen. Ik was op Terschelling, waar geen NRC Handelsblad te krijgen was, onder andere door de harde wind. Ik kon alleen maar luisteren naar Radio Vrij Terschelling. Ik heb niet direct behoefte de wet te wijzigen. Als men doet wat volgens de wet is toegestaan, dan is er niks nieuws onder de zon. Er is overigens ook niks nieuws onder de zon, maar het is natuurlijk wel aan het commissariaat en aan anderen om te kijken of men zich aan de wet houdt. Het is spijtig dat de wet er nog niet is. Als de wet er al was, had je nu misschien al van veel gedoe en heisa af kunnen zijn.
De heer Van der Ham (D66): Fijn dat u zegt dat de wet dan gewoon gehandhaafd moet worden. Daar roept u de minister blijkbaar toe op als mocht blijken dat men over de schreef gaat. Wat vindt u van het ongelijke speelveld tussen oude omroepen en nieuwe omroepen wat betreft ledenwerving, waarover ook werd gesproken in het artikel? Dit is een oud dilemma. Wilt u daarvoor ook maatregelen nemen?
De heer Atsma (CDA): De CDA-fractie is er altijd voor om de wet te handhaven, kennelijk in tegenstelling tot de D66-fractie. Laat het dus maar weer helder zijn waar wij staan. De wet moet natuurlijk worden gehandhaafd. De minister heeft daarvoor zijn eigen instrumentarium en hij heeft ook zijn eigen toezichthouders. Ik heb dus geen enkele reden om te veronderstellen dat men zich niet aan de wet houdt. Als u mij vraagt wat er aan de hand is met de verenigingen die een opgebouwd vermogen hebben uit het verleden en die dat kunnen inzetten, dan antwoord ik dat mensen en verenigingen die sparen, iets hebben. Dat is een item dat zeker op dit moment erg actueel is. Ik heb daar geen moeite mee. Als u zegt dat wij weer moeten toestaan dat verenigingen vermogen hebben en dat zij aan vermogensvorming mogen doen, dan vindt u mij aan uw zijde.
De heer Van der Ham (D66): De oude omroepen hebben aan vermogensvorming kunnen doen, maar de nieuwe omroepen niet. U bent voor het handhaven van de wet. Nu staat in de wet dat je nauwelijks reserves mag opbouwen. De oude omroepen hebben dat wel kunnen doen. Dat is toch niet eerlijk? Dat vindt u toch ook?
De heer Atsma (CDA): Ik heb geen enkele reden om te zeggen dat dit niet eerlijk is. Wij hebben een open bestel, je moet veel doen om binnen te komen. Dat is niet gemakkelijk. Op een moment dat je er bent, heb je alle ruimte om activiteiten te ontplooien. Ik zie geen enkele reden waarom dat zou moeten worden aangepast, moet ik eerlijkheidshalve zeggen.
De heer Jasper van Dijk (SP): De heer Atsma gaat iets te snel. De oude omroepen hebben dat kunnen doen en de nieuwe omroepen mogen dat niet doen. Er is sprake van een evidente ongelijkheid. Is de CDA-fractie het ermee eens dat wij daaraan iets moeten doen?
De heer Atsma (CDA): Omroepen mogen wat mij betreft nog meer ondernemen dan zij in de afgelopen jaren hebben gedaan. De minister heeft daarvoor een paar mogelijkheden gecreëerd. Als een omroep moet lenen om datgene te doen wat hij zou willen doen, dan is dat een keuze van die omroep. Ik heb daar geen probleem mee.

Voorzitter. Toen het ging over de frequentieverdeling hebben wij al aangegeven dat wij erg zijn voor een vergelijkende toets. Ik herhaal dat ook voor deze minister, omdat staatssecretaris Heemskerk van plan is om op korte termijn duidelijkheid te creëren met betrekking tot het verdelen van de digitale radiofrequenties. Tegen deze minister wil ik zeggen: let op dat wij niet weer de fout maken die wij enkele jaren geleden hebben gemaakt. Er moet iets te kiezen zijn. Er zijn overigens veel kijkers en luisteraars die nauwelijks iets te kiezen hebben. Ik heb het dan vooral over de invloed van kijkers op wat hen via de kabel of anderszins wordt aangeboden. Het is ons al jarenlang een doorn in het oog dat de invloed van programmaraden marginaal is.


Ik weiger pertinent om er nu weer over te beginnen, want wij hebben het al zo vaak gezegd. Tegelijkertijd moeten wij volhouden, anders wordt het nooit wat. De invloed van de klant, de kijker en de luisteraar, moet worden vergroot. Er is geen enkele reden om daarin niet mee te gaan en het standpunt van de minister hierover laat te lang op zich wachten.

Zoals ik al eerder heb gezegd, hebben wij kabelraden voor de analoge kabel en is het voor de digitale kabel nog veel ingewikkelder. Daar komt de digitale ether nog eens bij. Dat moet ook geregeld worden. Misschien moeten wij wel een grootste gemene deler voor de ether programmeren om tot een acceptabel en breed gedragen pakket te komen. Het is toch raar dat een zender als Het Gesprek in 95% van het land te ontvangen is via de kabel, maar dat het via Digitenne kennelijk niet kan en dat er niemand is die er ook maar een vinger naar uitsteekt. Ik heb niet de oplossing, maar ik vind wel dat het moet. De invloed van kijkers en luisteraars op wat er op de kabel en in de digitale omgeving gebeurt, is bijna te verwaarlozen en dat is slecht.

Hoe staat het overigens met het amendement dat wij vorig jaar hebben ingediend met betrekking tot verruiming van het aanbod van de regionale omroepen op de digitale kabel? Dat amendement is aangenomen, maar er is, in elk geval in mijn eigen omgeving, nog geen spoortje van enige verandering te merken. Integendeel, afgelopen weekend vond ik in de brievenbus weer een prachtige brief van UPC -- "Mijn UPC" moet ik nu zeggen -- waarin werd aangekondigd dat ik verblijd ben met een pokerzender en dat ik €1 per maand meer mag betalen. Wij zitten daar thuis niet op te wachten en ik neem aan dat miljoenen mensen niet op dit soort dingen zitten te wachten. De invloed is dus nul komma nul nul nul. Tegen de minister zeg ik: u kunt daar iets aan doen, help ons alstublieft om dat soort onzin van tafel te krijgen.
De heer Jasper van Dijk (SP): De SP is het op dit punt helemaal eens met het CDA. De invloed van kijkers moet zo goed mogelijk geregeld worden, analoog, digitaal en ook voor Digitenne. Die laatste is nu een beetje een verhaal apart. Deelt de heer Atsma mijn pleidooi voor een programmaraad voor Digitenne?
De heer Atsma (CDA): Ja, maar het is een beetje ingewikkelder dan de heer Van Dijk suggereert. Je moet dan namelijk in het hele land hetzelfde aanbod hebben. Het aardige van de kabel is, dat je per regio kunt diversifiëren. Ook bij Digitenne is dat in principe mogelijk. Sterker nog, het gebeurt. Je kunt Omroep Friesland niet in Limburg ontvangen en omgekeerd is dat ook niet het geval. Het is erg ingewikkeld om zo'n programmaraad regionaal te organiseren. Landelijk organiseren is ook ingewikkeld, omdat je moet weten wie erbij aangesloten zijn. Er kan echter een formule bedacht worden en daarom sprak ik erover om een soort grootste gemene deler voor een aantal niet-publieke zenders als uitgangspunt te nemen voor het aan te bieden pakket. Het is echter veel belangrijker dat de minister meedenkt. Ik denk dat het ons om het even is of hij nu met een landelijke digitalekabelraad of met iets anders komt, als hij maar aansluit bij het brede gevoel dat er iets moet gebeuren.

Een volgend punt is het media-expertisecentrum. Wij vragen ons met de heer Van Dijk af, of er voldoende wordt gekeken naar de positie van ouders. Er gaat wel geld naar Mira Media. Dat is extra geld, ik zeg dat ook tegen de heer Van Dam, die daarover een vraag stelde. Waar voorheen sprake was van een voorziening die uit de cultuurbegroting werd betaald, gaat nu ineens geld uit de renteopbrengst van de publieke omroep naar Mira Media. Ik heb niets tegen Mira Media, maar zij zit wel op het snijvlak van wat wij met het expertisecentrum hadden bedoeld. Komt dat goed van de grond?

Het CDA is positiever geworden over de positie van het NICAM. Wij hebben wel een opmerking over de handhaving. Bioscoopeigenaren worden op de bon geslingerd omdat kinderen van vijftien jaar mét hun ouders naar een film gaan die alleen is toegestaan voor zestienplus. Wij vinden dat de verantwoordelijkheid van de ouders in dit soort situaties altijd de doorslag geeft en dat de bioscoopeigenaren dus niet geverbaliseerd moeten worden, nog even los van de ingewikkelde controles.

Wij hebben nog te weinig gezien van de gedragscode die wij hebben bepleit voor de media. Wij willen dat die code er volgend voorjaar ligt, zodat wij weten waarover wij spreken als wij met mediaondernemers, programmamakers en bestuurders in overleg gaan.


Mijn laatste punt betreft de privacy en de bescherming van jeugdigen. Wij stellen vast dat sinds 2007 een aantal regels voor het gebruik van gegevens op het internet zijn gereguleerd, er nog veel gaten en lekken in het hele systeem zitten. Wij zouden de minister willen vragen of ten aanzien van de privacybescherming van jeugdigen meer zou kunnen worden gedaan, analoog wellicht aan het voorbeeld dat wij kennen vanuit de VS.
De heer Remkes (VVD). Voorzitter. Ik begin met twee prealabele opmerkingen. Collega Atsma heeft gezegd dat er veel loos is. Ik heb het persbericht van de minister bij de begroting van OCW gelezen en daarin wordt met geen woord gerept over het mediabeleid. Ik neem in wat meer algemene zin waar dat op dit beleidsterrein het adagium is "rust roest". Dat kan wijsheid zijn maar dat is het in mijn ogen niet. Er gebeurt heel weinig. In de Mediawet staan een paar nieuwe, goede dingen. Er is echter sprake van een situatie waarin het CDA, de PvdA en de ChristenUnie, dus in feite de coalitie van de NCRV, de VARA en de EO, elkaar in een behoorlijk houdgreep hebben. En dat leidt tot stilstand.

Verder heb ik met enige verbijstering gekeken naar het feit dat wij per brief van 10 november een dik papier in de bus hebben gekregen. Wij hebben de begroting natuurlijk al veel eerder. Daar wordt ruim, ook schriftelijk, aandacht aan gegeven, maar de meerjarenplannen kregen wij op de valreep. Nu ben ik er in mijn onnozelheid maar even van uitgegaan dat de nieuwe systematiek van de beleidsplancyclus op grond van de nieuwe wet, een andere zal zijn dan wat ons nu is overkomen. Ik vind eigenlijk dat wij bij de behandeling van met name de middellange termijn, waar de beïnvloeding het grootst is, wat ruimer stil zouden moeten kunnen staan. In het verlengde daarvan heb ik wel de meerjarenprognose en de toelichting daarop van de minister gelezen. Als ik de cijfers goed interpreteer, komt daaruit het beeld naar voren dat wij vanaf 2010 een tekort hebben van 40 mln., oplopend tot een tekort in 2012 van 70 mln. Dat is in belangrijke mate te wijten aan een daling van 95 mln. aan bijdragen uit de ledenorganisaties naar 40 mln. Dat is een gigantische terugloop, tenzij ik de cijfers verkeerd interpreteer. Als het allemaal klopt, zegt dat iets over het materiële draagvlak onder het totale bestel. Kijkend naar de resultaten in 2007 kan je concluderen dat de raad van bestuur fatsoenlijk heeft gepresteerd, in de zin dat er een overschot is. Echter, dat overschot wordt wel kleiner gemaakt door een tekort op de ledenbijdragen. Dat valt namelijk met 8 tot 9 mln. tegen. Die vertoning rond die ledenjacht speelt daar wat mij betreft op de achtergrond ook een rol bij. Overigens meen ik dat de vertoning van de ledenjacht daarbij op de achtergrond ook een rol speelt. Laat ik maar helder zijn -- en dan herhaal ik wat ik vorig jaar en bij de Mediawet heb gezegd -- volgens de VVD geldt voor de publieke omroep het adagium "kleiner maar fijner". Ik zeg net als het lid van de SP: als het kan willen wij uiteindelijk een publieke omroep zonder reclame. Ik ben niet zo francofiel ingesteld, maar op dit punt zou de Franse president, Sarkozy, gevolgd kunnen worden.


De heer Van Dam (PvdA): Ik heb nog een vraag over de bijdrage van omroepverenigingen aan het geheel van de publieke omroep. Daarover vroeg de heer Remkes zich af of dit geen graadmeter is voor het materiële draagvlak. Zou het ook kunnen dat dit een graadmeter is voor wat er de afgelopen periode is gebeurd onder het kabinet waar de heer Remkes zelf in zat? Toen is er immers zo bezuinigd op de publieke omroep en is de omroep zo afhankelijk gemaakt van reclame-inkomsten dat de omroepverenigingen niet meer anders konden dan hun eigen geld erin pompen om nog te redden wat er te redden viel. Nu komen zij gelukkig weer in rustiger vaarwater maar de reserves zijn inmiddels wel op.
De heer Remkes (VVD): Dat zou daar een rol bij kunnen spelen. Ik kan de achtergronden niet helemaal bevroeden. Als dat zo is, dan moet dat cijfermatig maar eens even precies worden uitgezocht. Ik vind een bijdrage van de ledenorganisaties op zichzelf helemaal geen schande en ik vind dat voor het draagvlak van het totale bestel eigenlijk normaal. Bij de Mediawet hebben wij discussie gevoerd over de contributie. Die is absurd laag. Bij de ledenjacht worden nu cadeautjes weggeven. Dat is op zichzelf wel verklaarbaar, want er worden leden binnengehengeld om uiteindelijk een veel groter bedrag uit de staatsruif binnen te hengelen. Dus het effect is op zichzelf heel verklaarbaar. Ik ben net als de heer Atsma benieuwd wanneer wij de wet ter behandeling krijgen voorgelegd, maar van dat mechanisme word ik niet vrolijk. Dat zeg ik tegen de heer Van Dijk. Het kan best zo zijn dat er in de afgelopen kabinetsperiode zo hier en daar wat te scherp is bezuinigd. Dat wil ik niet uitsluiten, maar ik weet wel dat er 50 mln. is bijgekomen met ingang van 2008. De minister weet wat de houding van de VVD-fractie in dat opzicht was. Het meerjarenbeeld dat ik nu zie, is echter geen vrolijk makend beeld. Ik kan mij ook niet anders voorstellen dan dat de minister tegen de publieke omroep één heldere boodschap heeft gegeven. In de brief lezen wij daar weinig over. Die boodschap is dat er ook in 2010 sprake moet zijn van een sluitende begroting. Ik kan mij tenminste geen ander verhaal voorstellen.

Dan kom ik terug op de salarissen, waar het lid van de SP een opmerking over heeft gemaakt. Je hoort veel dat er straks een vlucht, of een nog sterkere vlucht, van presentatoren komt in productiebedrijven. Dat is totaal niet transparant. In de kern gaat het mij eigenlijk erom dat deze discussie in belangrijke mate is terug te voeren op de vraag: wel of geen reclame in de publieke omroep. Dat zijn immers de mechanismen die erachter zitten. Mijn voorspelling is dat de aandrang om in dat soort constructies te vluchten en om dat soort salarissen te betalen ook aanmerkelijk geringer zal zijn als wij een reclamevrij publiek bestel hebben.

Het rapport van de Algemene Rekenkamer staat ook op de agenda. Ik was niet echt geamuseerd over het feit dat de publieke omroep trekken van ontkennend gedrag laat zien. Dat heb ik overigens indertijd ook niet onder stoelen of banken gestoken. Er staan zeker een aantal positieve signalen in het rapport. Die heb ik met belangstelling en verheuging gelezen. Maar uit het feit dat tegelijkertijd constateringen worden gedaan in de geest van "te weinig transparant, te weinig zus en te weinig zo", weten wij dat er een verbeterslag moet worden gemaakt. Het feit dat de publieke omroep niet reageert op de conclusies van het rapport kan duiden op ontkennend gedrag.

Van de ledenorganisaties hebben wij nog weinig gehoord. Ik was overigens wel tevreden met het feit dat de NOS de aanbevelingen van de Rekenkamer overneemt. Ik ga ervan uit dat de vinger aan de pols gehouden wordt om dat goed en scherp in de gaten te houden.

De Kamer heeft op mijn verzoek bij de behandeling van de Mediawet in juni een brief gekregen over de 39f-omroepen. Die brief schiet naast het punt dat ik beoogde. De minister zegt dat ik het op voorhand om zeep wil helpen. Het principiële achterliggende punt is de scheiding van kerk en staat. Laat ik als voorbeeld de discussie nemen die in het commissariaat is gevoerd over de twee moslimomroepen. Word je op deze manier niet te veel in het domein getrokken dat de overheid, in dit geval het commissariaat, zich met de inhoud moet bemoeien? Dat is een discussie die terdege speelt. Ik vind dat de minister daar in zijn brief te weinig op ingaat. Ik zie ook wel dat je een verhaal kunt houden over kennismaking met andere culturen, en dat wil ik niet gemakkelijk afdoen, maar die principiële vraag is niet beantwoord.

Ik wil af van die kerstboom van programmaraden. Er zijn in het bestaande bestel nauwelijks beïnvloedingsmogelijkheden. Criteria zijn buitengewoon willekeurig. Vorig jaar is een motie aangenomen, maar deze is nog niet uitgevoerd. De minister had indertijd de heldere opvatting dat een variant van het coreguleringsmodel zou moeten worden geïntroduceerd. Ik ben nog steeds een voorstander van een bepaalde versie daarvan. Als de minister en een meerderheid van de Kamer niet van dat instituut uit de vorige eeuw af willen, is het logisch dat je wat breder kijkt en de discussie over Digitenne erbij betrekt. De minister moet kiezen, want het is van tweeën één. Wanneer worden hierover nadere voorstellen voorgelegd?


De heer Bosma (PVV): De heer Remkes is deze keer zo kort dat ik ervan schrik. Hij zegt dat hij de publieke omroep kleiner maar fijner wil. Dat is hartstikke goed en daarmee ben ik het helemaal eens, maar ik denk dat de VVD-fractie met haar standpunten eigenlijk kiest voor groter en logger. Onder mevrouw Örgü was de VVD-fractie tegenstander van omroepverenigingen, zoals KRO en NCRV en wat je allemaal nog meer hebt, maar tegenwoordig is de VVD-fractie daarover weer heel enthousiast. Is dat niet strijdig met elkaar; kleiner maar fijner en dan toch die omroepverenigingen willen blijven helpen?
De heer Remkes (VVD): De collega van de PVV heeft kennelijk twee gelegenheden gemist waarbij hij mijn opvattingen had kunnen horen. Hij heeft te maken met deze VVD-fractie. Ik heb vorig jaar bij deze gelegenheid en in juni gepleit om in het bestel van drie naar twee televisiekanalen en van vijf naar vier radiozenders te gaan, zonder reclame. Daarbij heb ik ook een aantal opmerkingen gemaakt over de verenigingsstructuur.

Ik ben een hartgrondig voorstander van de vrijheid van vereniging en ik neem aan dat collega Bosma dat ook is. De achterliggende vraag, in politieke zin, is natuurlijk in hoeverre dat financiële stromen tot gevolg moet hebben. Vooralsnog ken ik om representativiteit te bereiken geen beter systeem. Ik denk dat dit systeem echter over een jaar of tien ten dode is opgeschreven. Het is niet de eerste keer dat ik deze verwachting uitspreek. Mijn opmerkingen over het NRC-verhaal en die ledenjacht moet ook in die context geplaatst worden. Volgens mij heb ik een glashelder en loepzuiver verhaal.


De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Van Dam van de PvdA-fractie.

**
De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Ik vertel allereerst waar ik het niet over zal hebben vandaag. Ik zal het niet hebben over het persbeleid, niet omdat er niet van alles in de pers gaande is, maar omdat de situatie het verdient om er een keer apart over te spreken. Wij moeten daar een uitvoerig debat over voeren. Ik ben net als collega Van Dijk blij dat er een persbrief ligt, maar daar valt nog best het nodige op aan te merken. Laten wij daar later een uitvoerig debat over voeren. Ik ga het ook niet hebben over de commerciële omroepen, omdat ik vind dat wij met het vrijgeven van de reclameregels voorlopig een situatie hebben gecreëerd op de commerciële markt waarin partijen gelijkwaardig met elkaar kunnen concurreren.

Verder ga ik het niet hebben over de regionale omroepen. Bij het aannemen van de wet die in 2006 is ingegaan, is een afspraak gemaakt met provincies en regionale omroepen dat de financiering van regionale omroepen voortaan via de provincie zou lopen. Beide partijen hebben daar de handtekening onder gezet. Dan moet je niet na twee jaar terugkomen op je afspraken; dat vind ik ongehoord. In relatie tot het argument dat de situatie nu heel anders is dan in 2006 omdat de ontwikkelingen op internet toen niet zo waren als nu, zeg ik tegen de directeuren die dat argument hebben gebruikt, dat het maar goed is dat wij er niet over gaan. Als een omroepdirecteur in 2006 namelijk nog niet voorzag dat internet een belangrijke rol zou gaan spelen, dan is het de vraag wat hij op die plek doet.
De heer Remkes (VVD): Onderkent de heer Van Dam met mij dat de Mediawet, die in juli is aanvaard, voor het Rijk wel degelijk een medeverantwoordelijkheid creëert op het punt van de regionale omroep, als onderdeel van het publiek bestel? Als hij dit zo zegt, en de suggestie oproept dat het Rijk hiervoor beleidsmatig geen verantwoordelijkheid draagt, dan is er een totaal verkeerde wet aangenomen. Er staan daar namelijk nog allerlei voorschriften in voor de regionale omroep. Het is van tweeën een.
De heer Van Dam (PvdA): Het is zeker van tweeën een. Wij hebben die verantwoordelijkheid ingevuld met de wet van 2006. Wij hebben daar toen uitvoerig over gesproken. Wij zijn niet over één nacht ijs gegaan. De Kamer heeft gezegd: wij willen die wet aannemen mits de omroep en de provincies het ermee eens zijn. Dat is een lang proces geweest en uiteindelijk is er een akkoord op gekomen. Iedereen is akkoord gegaan met de manier waarop het geregeld werd. Dat betekent dat de financiële verantwoordelijkheid bij de provincies werd gelegd. Het Rijk legt een bedrag neer en oormerkt dat via het Provinciefonds, maar verder is het aan de provincies om de financiering te regelen en om de discussie over de verdere beleidsmatige invulling te voeren.
De heer Atsma (CDA): Ik wil nu niet de discussie aangaan, maar ik deel deze mening absoluut niet. Laat ik alleen maar wijzen op het feit dat het Rijk nog steeds, het ministerie van BZK voorop, de regionale omroepen aanwijst als calamiteitenzender. Hoe kun je dan zeggen dat wij er niets mee te maken hebben? Als ik de redenering van de heer Van Dam volg en ook kijk naar de totale infrastructuur in Nederland, dan zouden het Rijk en de PvdA-fractie vanaf nu geen cent meer stoppen in alles wat niet tot de rijkshoofdwegen- en infrastructuur behoort. Dan hebben wij nog wel een paar discussies te gaan. Maar dit is slechts een opmerking.
De

1   2   3   4   5   6   7

  • Van der Ham
  • Jasper van Dijk

  • Dovnload 302.82 Kb.