Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009

Dovnload 302.82 Kb.

De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009



Pagina4/7
Datum05.12.2018
Grootte302.82 Kb.

Dovnload 302.82 Kb.
1   2   3   4   5   6   7
Bosma (PVV): Oh ja, André Krouwel is die persoon die gedurende acht jaar een verkozen PvdA-politicus was. U vergist zich echter een beetje, want zijn onderzoek was gericht op de voorpagina's van kranten. Zijn wetenschappelijke niveau bestaat eruit dat je krantenkolommen bij elkaar optelt en dan zegt dat naarmate je meer aandacht hebt besteed aan politicus X, je die richting ook meer bent toegedaan. Ik vind dat een nogal kromme wetenschap. Ik kom straks met steun uit onverdachte hoek, wat "mijn bewijs" is.

Ik noemde een aantal zaken die de publieke omroep ons verkoopt. Tevens is er nog dat wat natuurlijk links Nederland op de been houdt: de blinde haat tegen mijn fractieleider. Niet voor niets zong op 27 januari de socialistische multimiljonair Paul de Leeuw, verkleed als clown: "Vandaag ben ik zo vrolijk, zo vrolijk, want Geert Wilders die is dood." Zingen ze dat in Hilversum ook wel eens voor linkse politici?

Schaamteloosheid is aan de orde van de dag. Nog afgezien van de Volkskrant die wij drie keer per avond op het subsidiescherm krijgen, zien wij bijvoorbeeld ook de platte propaganda gericht op kinderen om hen te doordringen van de theorieën van Al Gore. Zelfs in het Jeugdjournaal en op 3FM ontsnappen wij daar niet aan.

Het ontbreekt de Nederlandse Obama stichting niet aan geld. Teneinde de nieuwe messias van de linkse kerk te aanbidden, vliegt zo ongeveer de hele staatsomroep naar Washington om een peperduur restaurant om te toveren tot een kathedraal voor de verlosser die "change" brengt. Zelfs Trouw sprak van "hossende verslaggevers die lijken op voetbaljournalisten, nadat "we" gewonnen hadden". En omdat Nova en de NOS niet mogen samenwerken, doet iedereen al het werk dubbel. Een kop in NRC Handelsblad: "Twee reporters, zelfde verhaal". Geen nood, geld zat. De hoofdredacteur van Nova zegt in De Journalist: "De Ster-gelden klotsen bij de publieke omroepen tot aan de plinten onder meer door het binnenhalen van het voetbal". Dat laatste is belangrijk want vorig jaar kreeg de staatsomroep 50 mln. extra vanwege tegenvallende Ster-inkomsten. Wij moeten nu echter vaststellen dat het een gelegenheidsargument was.

Voorzitter. Deze minister beaamt het beeld van drie keer per dag de Volkskrant, dat komt na een lange lijst mensen van de publieke omroep zelf, die toegeven dat Hilversum overhelt naar links. Ik noem de heren Hagoort, Bruins Slot, Lips en Ton F. van Dijk. En wordt de trieste linksheid van Hilversum niet beter geïllustreerd door de aanwezigheid van Doekle Terpstra in de raad van toezicht van de publieke omroep? Moeten wij nu echt belasting betalen voor iets waar Doekle de dimmy toezicht op houdt? Geen wonder dat tegenwoordig zelfs in de leaders van de PO hoofddoekjes getoond worden. Diversiteit betekent in Hilversum altijd: meer allochtonen op de televisie en nooit meer antimulticulturele programma's, wat logisch zou zijn, als 6 op de 10 Nederlanders de islam als grootste bedreiging van onze nationale identiteit ziet en 6 op de 10 Nederlanders de massa-immigratie als grootste fout sinds de Tweede Wereldoorlog ziet.

De ondraaglijke linksheid van de staatsomroep is zeer ernstig, voorzitter, want blijkbaar wordt de wet niet nageleefd. De Mediawet zegt -- ik zeg het onjuridisch -- "van ons allemaal voor ons allemaal", maar de praktijk is eerder: betaald door ons allemaal maar op grond van de links-liberale grachtengordel. Een minister die vaststelt dat de wet niet wordt nageleefd: gekker moet het niet worden. Wat hij zou moeten doen, is de geldkraan dichtdraaien en niet steeds bijgireren als zij piepen over te weinig geld.

Op verkiezingsavond 2002, een gelegenheid voor de publieke omroep om objectief te zijn, keek Maartje van Weegen de subsidiecamera in zei: met pijn in het hart moet ik constateren dat Leefbaar Rotterdam hier met een overweldigende meerderheid gewonnen heeft. Kijk, zo kennen wij Hilversum weer. Wij mogen de salarissen betalen, maar wie zich uitspreekt tegen de idee van onze elite wordt vanaf het scherm terechtgewezen.

Voorzitter. De vaststelling is er wel: de publieke omroep heeft blijkbaar last van zijn hart. De Partij voor de Vrijheid stelt een harde medische ingreep voor, euthanasie kan altijd nog: laten wij Hilversum snel voor 600 mln. amputeren, dan piept het wel anders. Daarnaast moet het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid worden uitgevoerd, althans artikel 11 van het urgentieprogramma uit 1946, dat pleit voor een nationale omroep. Want kan iemand mij uitleggen wat er nog katholiek is aan de KRO? Kan iemand mij snel even een paar katholieke televisieprogramma's noemen? Of gebruiken die omroepjes hun vermeende identiteit alleen maar omdat het extra subsidie oplevert en hun overbodige bestaan rekt?


De heer Vendrik (GroenLinks): Interessant betoog; veel nieuwe inzichten opgedaan. Ik heb begrepen dat een zekere politieke verwant van de PVV uit Rotterdam, de heer Sörensen, zich opmaakt voor een stormloop richting Hilversum. Hoe moet ik dat duiden? Is dat een goede keuze van de heer Sörensen om een soort rechts-populistische televisie te willen maken? Of doet hij mee aan een systeem dat zo pervers is dat dit eigenlijk een onverstandige keuze is? Wat vindt de PVV ervan?
De heer Bosma (PVV): Voorzitter. De heer Remkes had het zojuist al over vrijheid van vereniging en die geldt voor iedereen, ook voor mensen die zichzelf populist noemen. Ik voel mij per definitie niet aangetrokken tot mensen die zich populist noemen. Hoe wij deze actie van de heer Sörensen moeten duiden, moeten wij aan hem vragen. Hij heeft alle recht om dit te doen. Zal het iets helpen? Nee, het zal niets helpen. Deze minister heeft meerdere malen heimwee getoond naar mr. G.B.J. Hilterman en hoopt op zijn wederopstanding, maar dat kan de publieke omroep niet redden, want die is tot in al zijn haarvaten zo links dat pleistertjes zoals de Populistische Omroep Nederland of de wederopstanding van mr. G.B.J. Hilterman niets daaraan kunnen afdoen.
De heer Vendrik (GroenLinks): Dus wij mogen niet verwachten dat de PVV zich meteen collectief aanmeldt als lid van deze nieuwe combinatie?
De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Een aantal van mijn collega's heeft er al aan gerefereerd dat het in het afgelopen jaar behoorlijk rustig is geweest rondom het mediabeleid. Dit betrof vooral rust aan het politieke front. Wij hebben niet zo heel veel in de Kamer over de media gesproken. In de wereld van de media gaan de ontwikkelingen gewoon door en zelfs ook behoorlijk snel, zoals allerlei technische ontwikkelingen. Van achterover leunen kan helemaal geen sprake zijn. Dit geldt echter ook voor de politiek, want je kunt een periode van relatieve rust juist gebruiken om voor de toekomst een aantal zaken goed te regelen.

Met betrekking tot de erkenning en de financiering van de publieke omroep zullen wij vol aan de bak moeten in de komende tijd. Ik ben benieuwd waar het wetsvoorstel blijft. Wij hebben de afgelopen maanden met de minister wat schriftelijke uitwisselingen gehad over de planning. De planning was dat in september het wetsvoorstel naar de Kamer zou komen. De minister wilde het heel graag in de eerste helft van 2009 in het Staatsblad hebben. Er is wat heen en weer gecommuniceerd over de datum van de ledentelling. Die is iets doorgeschoven naar april. Overigens loopt de ledentelling parallel met de rapportage over de bevindingen van de visitatiecommissie. Enige haast is nu wel geboden. Ik wil graag dat de Kamer voldoende tijd heeft om niet alleen met elkaar over het wetsvoorstel te kunnen spreken, maar ook met de betrokkenen in het veld. Ik ga ervan uit dat die tijd haar gegund zal zijn. Ik hoor daar van de minister straks graag meer over.

De ontwikkelingen in de publieke omroep zullen behoorlijk spannend worden. Ik ben benieuwd of de aspirant-omroepen -- ik noem MAX en LLiNK -- over de ledengrens komen en definitief een plekje krijgen. Misschien komen er nog andere, nieuwe aspirant-omroepen bij. Er werd net al een voorbeeld gegeven van een partij die zich gemeld zou hebben. Wij moeten dat ook allemaal nog zien. Het zal al met al nog een behoorlijke puzzel worden. Daarom alleen al is het van ontzettend groot belang dat wij daar ook tijd voor kunnen nemen, zodat wij zorgvuldige keuzen kunnen maken en voor een periode van vijf jaar de publieke omroep in een duidelijke positie kunnen neerzetten.

Zojuist is door een aantal collega's gesproken over de ledenwerving. Wij vinden ledenwerving op zichzelf heel verstandig, want wij hechten eraan dat publieke omroepen proberen draagvlak in de samenleving te krijgen en vervolgens op zoek gaan naar leden. Uiteraard is dit aan bepaalde regels gebonden. Mocht men die regels overtreden, dan ga ik ervan uit dat de toezichthouders zullen optreden. Ik wacht het antwoord van de minister af op de vragen die daarover zijn gesteld.

Mijn fractie maakt zich zorgen over de invloed die de Europese Unie op de regelgeving van de publieke omroepen probeert uit te oefenen. De Kamer heeft daar vorige week met de minister over gesproken. Omdat ik toen bij een ander overleg zat, ben ik er niet bij geweest. Ik hecht er wel aan om nu mijn waardering uit te spreken voor de inzet die de minister in ieder geval heeft, ook in Europees verband. Hij heeft behoorlijk wat landen aan zich gebonden om daar duidelijke taal over te spreken naar Europa. Als het goed is, heeft hij die duidelijke taal afgelopen donderdag ook namens de Kamer uitgesproken. Ik wil graag van de minister horen wat daar allemaal uitgekomen is.
De heer Remkes (VVD): Wat vindt de heer Slob van de uitspraak van de minister dat de publieke omroep per definitie concurrentievervalsend is, maar dat dit niet erg is, omdat het plaatsvindt in het belang van het publiek?
De heer Slob (ChristenUnie): Ik heb kennisgenomen van die uitspraak. Ik zat zelfs in de zaal op het moment dat hij dit uitsprak, volgens mij bij het Nationaal Omroepcongres. Ik heb er niet zoveel behoefte aan om op die manier over deze thematiek te spreken. Het gaat er uiteindelijk om dat wij als land hechten aan onze eigen publieke omroep, dat wij heel graag onze eigen keuzen maken in de ontwikkelingen en dat wij Europa op dat punt op afstand willen houden. Wij vinden dat Europa daar ruimte voor moet blijven bieden. Dit is ook de insteek geweest die de minister heeft gekozen in de richting van Brussel. Nogmaals, ik ben benieuwd wat daar is uitgekomen, ook van de kant van de eurocommissaris, mevrouw Kroes.

Als wij de stilte gebruiken om een aantal dingen goed te regelen voor de toekomst, dan valt daar wat mij betreft ook de discussie over de programmaraden onder. Mijn fractie vindt dat dit nu al veel te lang loopt.

Vorig jaar is de motie-Atsma/Slob aangenomen. De Kamer was dus ook in meerderheid duidelijk. Ik heb er weinig behoefte aan om heel erg te steggelen over het woord "programmaraad". Uiteindelijk gaat het erom dat wij vinden dat de invloed van burgers op een afdoende wijze moet worden geregeld. In het aanbod wordt daarmee nog steeds onvoldoende rekening gehouden. Ik krijg daarom graag duidelijkheid van de minister hoe hij die uitspraak van de Kamer verder zal gaan oppakken. Ik ondersteun ook wat de heer Jasper van Dijk heeft aangegeven: wij moeten breder gaan kijken, ook naar Digitenne. Laten wij het bij elkaar pakken en het wat breder oppakken, maar ook hierbij moeten er keuzes worden gemaakt.

Wij hebben in het afgelopen jaar al een keer uitgebreid met de minister gesproken over de media-educatie. Mijn fractie heeft toen aangegeven dat zij de lijn die het kabinet daarin uitzet steunt, maar dat de positie van de ouders beter moet worden geborgd. Graag hoor ik van de minister hoe hij dat heeft opgepakt. De initiatieven in het land op het gebied van media-educatie laten zien dat er een enorme beweging tot stand is gekomen. Regelmatig hoor ik echter van zeer professionele partijen die zich richten op het onderwijs, dat het hen heel moeilijk lukt om geldelijke steun te krijgen voor media-educatie, terwijl daarvoor middelen zijn begroot . Er zijn veel van dit soort initiatieven. Ik hoop daarom dat ze kunnen meedelen in de gelden die daarvoor zijn vrijgemaakt en dat de hand bij dit onderwerp niet te veel op de knip wordt gehouden. De totale hoeveelheid geld die de minister hiervoor uittrekt, is op zich een aardig bedrag. Het is een onderwerp dat in de financiële paragraaf van het coalitieakkoord heel nadrukkelijk is genoemd. Wij willen dat hiermee vaart wordt gemaakt.

Wij moeten de komende tijd een keer apart spreken over de regionale omroep. Ik heb kennisgenomen van het initiatief van collega Atsma. Inhoudelijk kan ik daar ver in meegaan. Vorig jaar heb ik zijn motie hierover ook ondersteund. Wel vind ik dat wij een keer apart moeten spreken over de financiering van het geheel. Wij moeten absoluut niet uit het oog verliezen dat wij een bepaalde systematiek hebben afgesproken, waarin ook de provincies een rol spelen. Wij moeten daaraan niet voorbijgaan. Laten wij daarvoor op een rustiger moment de tijd nemen.

Wat betreft de lokale omroepen wachten wij ook op de bewegingen van de minister. Hij zou daarmee nog bij ons terugkomen. Het wordt tijd dat dit een keer gebeurt.

Dat brengt mij bij een discussie die wij vorig jaar hebben gevoerd over "telewinkelboodschappen", een onderwerp dat in de Mediawet is geregeld. Ik heb vorig jaar aangegeven dat ik de bepalingen daarover wel heel erg beperkt vind. Er moet concreet een product worden aangeboden en de kijkers moeten rechtstreeks kunnen reageren, en dat is het wel zo'n beetje. Ik zeg dit ook in relatie tot de seksdatingprogramma's die in de nachtelijke uren bij de commerciële zenders zijn te zien. De minister heeft een jaar genomen om daar eens over na te denken. Uit zijn brief heb ik begrepen dat hij wel wat verder wil gaan dan waar hij vorig jaar rond deze tijd stond. Ik waardeer dat. Het zal hem echter niet verbazen dat ik deze stappen toch nog te beperkt vind. Het liefst zou ik de hele zaak achter de decoder willen hebben, zoals dat ook in Engeland het geval is. Maar ik wil in ieder geval dat wij zelf scherper kijken naar de bepalingen in de Mediawet. Op deze wijze draaien de bepalingen uit op misleiding van de kijkers. Volgens mij kan dat niet worden ontkend. Ik weet niet of vanmiddag het moment is om daarover verder te spreken. Wat mij betreft is deze brief wel aanleiding om daar een keer uitgebreider op door te gaan en om te kijken of er in de Kamer draagvlak is om daarmee verder te komen.

Tot slot ga ik in op het persbeleid. Ik vind het fijn dat de motie die daar vorig jaar over is aangenomen, uiteindelijk tot een nota heeft geleid. Wij zullen daarvoor iets meer tijd moeten nemen. Mijn fractie maakt zich zorgen over wat er op dit gebied gaande is in ons land. Volgens mij gaan wij hierover in december verder spreken. Ik hoop dat wij dan tot stevige en gemeenschappelijke conclusies kunnen komen.


De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. De heer Dibi, onze vaste woordvoerder, is ziek. Ik ben op het laatste moment besteld om hier een strak verhaaltje te houden.

Dit kabinet toont één gelijkenis met het vorige kabinet. Ook toen zat er een partij in het kabinet, die alle verandering in Hilversum tegenhoudt. Dat is vandaag de dag niet anders. Wij worden geconfronteerd met een minister die een mandaat van niks heeft op mediapolitiek terrein. De boel zit muurvast en hij staat met een hoog opgetrokken handrem in een doodlopende straat geparkeerd, met uitzicht op een blinde muur. Dat neem ik de minister niet kwalijk, it's part of the game, hij moet zijn politieke energie op andere dossiers richten. Het is dan echter de beurt aan de Kamer. Het is op zich interessant dat de heer Van Dam, als lid van de nieuwe sociaaldemocratische politieke generatie, de pikante mediaportefeuille kreeg. In de vorige periode is er voortdurend een zoektocht geweest naar meerderheden, om echt iets vernieuwends te doen met de publieke omroep. Dat zouden wij nu eigenlijk moeten herhalen, die meerderheden bestaan volgens mij. Wij kunnen het de bewindslieden niet vragen. Ik zei het al: regeerakkoord, klemvast, geen manoeuvreerruimte. In de Kamer zouden er echter misschien meerderheden voor zijn. Er zijn verschillende fracties die, in meer of mindere mate, een stevige flirt hebben met een toekomst van bijvoorbeeld twee zenders reclamevrij, omroepen als productiehuizen, dat type denken.



Ik heb altijd goede hoop gehad, en die heb ik nog steeds niet helemaal opgegeven, dat de PvdA uiteindelijk ook die koers zou gaan varen, om daarmee een moderne, toekomstbestendige publieke omroep te vestigen. Tot nader order geef ik die hoop niet op, want wij leven in een tijd van hoop. Ik hoop dus op de PvdA. Ik reken op de heer Van Dam. Misschien dat wij deze middag ook politiek een beetje portee kunnen geven, door bijvoorbeeld in de tweede termijn per motie een mooie toekomstmissie te formuleren, om de minister op pad te sturen met een goede onderzoeksopdracht. Dan wordt het voor een volgend kabinet eens een keer geregeld. Er zou toch een keer een einde moeten komen aan de dominantie van die ene partij waarover wij het hebben.
De heer Van Dam (PvdA): Minder zenders en minder budget lijkt mij niet zo'n goed idee. Bovendien moeten wij ons op dit moment afvragen of wij er, na het rumoer van de afgelopen periode, niet juist verstandig aan doen om de rust even te herstellen. Dan kan Hilversum zich richten op wat zij moet doen, namelijk goede programma's maken, een goede programmering in elkaar zetten, publiek bereiken en zorgen dat wat er gemaakt wordt, ook gewaardeerd wordt. Dat is precies wat er nu gebeurt. De heer Vendrik suggereert dat de keuze om nu de rust te herstellen van één partij afhankelijk was, maar volgens mij was die van drie programma's afhankelijk: na alle gedoe van de vorige periode even geen gedoe deze periode.
De heer Vendrik (GroenLinks): Het zal ongetwijfeld aan mij liggen, maar rust spreekt mij nooit aan. Ik heb het ook niet over wat er in deze jaren, 2009, 2010 en 2011, precies moet gebeuren. Ik ben politiek realist genoeg om te weten dat er niet zo heel veel gebeurt. Uit de vorige coalitieperiode zijn echter buitengewoon scherpe analyses getrokken over de toekomst van de publieke omroep. Wij delen met elkaar dat wij een toekomstbestendige publieke omroep willen, die de tand des tijds doorstaat, die nieuw publiek aan zich weet te binden en die zijn superbelangrijke plek in het mediabestel volwaardig weet te behouden. Dat debat is niet beëindigd met een periode van rust. Alle argumenten die toen zijn gewisseld -- of ze nu hebben geleid tot goed beleid of niet, daar wil ik niet op ingaan, ik snap heel goed wat de heer Van Dam op dat punt zei -- zijn nog steeds aan de orde. Het feit dat her en der wat kijkcijfers aantrekken en dat de publieke omroep wat beter in zijn vel lijkt te zitten, is absoluut geen garantie dat sprake is van een toekomstbestendige publieke omroep. Dat debat moeten wij met elkaar willen voeren, dat moet niet onder de warme deken van een foute coalitieafspraak verdwijnen. Dat de minister daaraan geen handen en voeten kan geven, snap ik, maar dat geldt niet voor de coalitiefracties. Om te voorkomen dat wij weer een jaar verder zijn, zou ik het op prijs stellen dat wij deze middag het politieke moment pakken: er moet weer een nieuw debat komen over hoe wij verder gaan met de publieke omroep.

Dat kan niet van vandaag op morgen en niet onder het beslag van 80 mln. bezuinigingen zoals destijds het geval was. Dan creëer je namelijk een verkeerd soort vernieuwing. De budgettaire rust is gegeven, dus laten wij dat even zo houden. Pak dan het moment om die toekomstbestendige publieke omroep op te bouwen. Dan moeten er volgens mij wel een paar dingen veranderen. Ik snap waar het model van de ledengebonden publieke omroep vandaan komt en ik snap ook heel goed hoe dat toen functioneerde. Bij wijze van spreken als klein gezin rond de eettafel nam men 's avonds even de programmagids van diens publieke omroep door. Die tijden zijn er echter niet meer. Het onverholen cynisme waarmee publieke omroepen -- ik kan het ze niet kwalijk nemen omdat het ligt aan het systeem waar ze in zitten -- duizenden leden als het ware kopen, heeft volgens mij niet zo veel meer te maken met maatschappelijke inbedding. Dat heeft gewoon te maken met een nieuwe vorm van commercialiteit. Hoe zorg ik dat ik op 1 april zo veel leden heb? En dan gaan we weer over tot de orde van de dag. Als de praktijk is zoals afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad is weergegeven -- volgens mij zit dit blad er niet zo ver naast -- dan vraag ik deze minister mij te duiden of dat nu werkelijk het anker is voor een goede toekomstbestendige publieke omroep. Als het anders zou zijn, als wij een levendige publieke omroep zouden hebben dankzij die ledenbinding en er een vorm van invloed van uitgaat op de programmering die heilzaam is, dan is het wat anders, maar de praktijk laat volgens mij een ander beeld zien. Ik vraag de minister om deze praktijk te kwalificeren. Ik vind de huidige situatie onrustbarend. Dit is geen publieke omroep, dit begint bijna een soort nep-commerciële omroep te worden. Daar is volgens mij de publieke omroep helemaal niet bij gebaat.


De heer Atsma (CDA): Ik heb het idee dat u allang de interventie van collega Van Dam voorbij bent.
De voorzitter: De tijd loopt alweer enige tijd, mijnheer Atsma.

**
De heer Vendrik (GroenLinks): Dat heeft uw partijgenoot al geregeld, hoor. Maakt u zich geen zorgen, mijnheer Atsma.


De heer Atsma (CDA): Ik maak bezwaar tegen dit soort suggesties. Dat kan niet. Ik neem aan dat u dat ook niet zo bedoelt.
De heer Vendrik (GroenLinks): He joh.
De heer Atsma (CDA): Oké, het is dus niet zo bedoeld. Als ik de heer Vendrik goed heb begrepen, zegt hij ook in de richting van het CDA: ga vooral door om de leden van de omroepverenigingen meer invloed te geven.
De heer Vendrik (GroenLinks): Ik vraag gewoon het oordeel van de minister over de bestaande praktijk en hoe het zit met de invloed van leden op de publieke programmering. Door het systeem dat wij als politiek helaas in zekere meerderheden hebben afgesproken, zijn omroepen gedwongen in concurrentie met elkaar om op weg naar 1 april 2009 zo veel mogelijk nieuwe leden binnen te tikken.
De heer Atsma (CDA): Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik vraag of u het met mij eens bent dat kijkers en luisteraars via hun verenigingen meer invloed moeten hebben op de programmering.
De heer Vendrik (GroenLinks): Uit mijn betoog kunt u afleiden dat dit volgens mij een oud model is dat voor heel veel mensen niet meer opgaat. Publieke omroepen proberen nu snel leden binnen te tikken op weg naar een hogere score. En het aanstaande wetsvoorstel van deze minister met die glijdende schaal bevordert dat nog meer, omdat je niet voorbij de 300.000 rust hebt maar je eigenlijk een soort permanente onrust hebt op jacht naar meer leden, onder andere met cadeautjes. Dat heeft volgens mij niet meer te maken met het klassieke model van de publieke omroep. Ik geloof ook niet dat wij daarnaar terugmoeten. Daarom moeten wij echt nadenken over een andere basis voor de publieke omroep in Nederland. Dat pleidooi voeren wij al jaren. Ook deze gelegenheid wil ik niet aan mij voorbij laten gaan.

De reclamevrije zenders vormen voor mijn fractie een ideaalbeeld op termijn. Ik snap dat dit niet van vandaag op morgen geregeld kan worden, maar ik vraag wel naar de actuele politieke positie van deze minister als het gaat om reclamevrije blokken, bijvoorbeeld voor de jeugd. Dat laatste schijnt ook weer door deze minister niet heel erg warm ontvangen te zijn. Misschien denkt hij daar inmiddels anders over. Als ik goed ben geïnformeerd, lijkt hij meer heil te verwachten van het Media Expertise Centrum. Ik geloof echter niet dat de jonge kinderen over wie wij het nu hebben, heel veel wijzer worden van dat centrum. Ik vraag de minister om de ruil die volgens mij in zijn laatste brieven besloten ligt, nader toe te lichten.


Iets anders is dat de minister terecht belang hecht aan media-educatie. Dan moet je eigenlijk ook een keer een grote stap vooruit maken. Op dat punt heeft de heer Dibi met zijn initiatiefwetsvoorstel al het een en ander geprobeerd. Waarom loopt de minister op dit punt niet veel harder? Als je kinderen die op weg zijn naar volwassenheid in een moderne samenleving iets moet leren over wat moderne participatie betekent, dan is het inderdaad vrij logisch dat je hen dan echt iets moet leren over wat er op het gebied van de mediapolitiek of in de media aan de hand is.

Wat gaan wij nu precies doen inzake seks op televisie? Begrijp ik goed dat er nadere richtlijnen worden opgesteld voor seksdatingadvertenties op internet? Ik hoor dat er een brief ligt en dat het daar in staat. Ik wist overigens niet dat die advertenties ook op internet te vinden waren, bedankt voor de tip. Maar is dit punt nu echt zo belangrijk om te gaan reguleren? Graag hoor ik een nadere politieke duiding van de minister.

Net als andere commissieleden vraag ik mij af waar dat wetsvoorstel blijft. Daar vroeg ik overigens net al impliciet naar. En met de volgende vraag herhaal ik maar het pleidooi van vorig jaar van mijn fractievoorzitter: zitten in dat wetsvoorstel maatregelen besloten om de ledenjacht en alle gekte die daarbij hoort enigszins te temperen? Kan de drempel voor het starten van een publieke omroep niet gewoon naar beneden, zodat die komt te liggen op bijvoorbeeld nog maar 50.000 leden? Dat zou voor de vrienden van Sörensen ook een uitkomst zijn. Dan komen zij nog sneller op de buis en dan komt de PVV waarschijnlijk op een gegeven moment weer langszij met het linkse bolwerk. Wie weet. Dat kan op korte termijn misschien een maatregel zijn om het bestel zo open mogelijk te maken. Als er dan een glijdende schaal komt, waar mijn fractie buitengewoon kritisch over is, dan zou het maximum moeten worden gesteld op 300.000 leden. Gaat het maximum waarboven de teller voor meer financiering niet meer gaat lopen, dan ook naar beneden?
De heer

1   2   3   4   5   6   7

  • Vendrik
  • Atsma

  • Dovnload 302.82 Kb.