Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009

Dovnload 302.82 Kb.

De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009



Pagina5/7
Datum05.12.2018
Grootte302.82 Kb.

Dovnload 302.82 Kb.
1   2   3   4   5   6   7
Atsma (CDA): Was de ondergrens van de heer Vendrik 150.000?
De heer Vendrik (GroenLinks): Nee, die was 50.000.

Op het punt van de documentaires sluit ik mij gemakshalve aan bij de heer Van Dam. Ik snap heel goed dat er enige vragen gesteld kunnen worden bij de cofinanciering vanuit departementen, NCDO, Europafonds en wat nog meer, maar dit kunnen toch nog behoorlijke financieringsbronnen zijn voor het maken van onafhankelijke documentaires. Dan is de toezegging in de laatste brief van de minister van 10 november dat een mogelijk tekort in 2009 incidenteel wordt ondervangen, te mager. Dan wil ik net als de heer Van Dam weten over welk tekort het gaat, hoeveel er vanuit die fondsen naar het maken van documentaires ging, welk gat er valt, of Hilversum dat gat kan dichten met het bestaande mediabudget, dan wel of daar iets bij moet. Ik heb daar graag deze middag helderheid over, want anders moet ik samen met de heer Van Dam op dit punt maar een mooi amendement indienen.


De heer Bosma (PVV): De heer Vendrik heeft het over "onafhankelijke documentaires", maar als de NCDO, ofwel de ontwikkelingshulplobby, deze betaalt, zijn zij toch per definitie niet onafhankelijk?
De heer Vendrik (GroenLinks): Het is goed dat onafhankelijkheid boven elke discussie is verheven. Een kwetsbaar genre zoals documentaires moet vervolgens echter niet de facto een extra klap krijgen in 2009, omdat budgetten niet bijgeplust worden. Dan moeten de beschikbare budgetten omhoog om het gat te dichten dat men noodgedwongen moet laten vallen doordat ministeries, NCDO enzovoort niet meer mogen financieren. Dat is mijn vraag.
De heer Remkes (VVD): Ik heb nog een vraag op dit punt. Als het onafhankelijk zou zijn, dan is dat mooi. Wat is echter het belang van een organisatie of overheidsorgaan om überhaupt aan een documentaire mee te betalen als de documentaire volstrekt onafhankelijk is en de organisatie geen enkele invloed heeft op de inhoud? Dus de heer Vendrik kan wel zeggen: daar gaan wij even van uit. Ik zeg hem: kijk even naar de praktijk.
De heer Vendrik (GroenLinks): Dat debat hebben wij toch al gevoerd? Als ik het goed begrijp uit de brief heeft het kabinet op 1 augustus 2008, deze zomer, besloten dat ministeries en aan hen gelieerde fondsen geen maatschappelijke documentaires mogen cofinancieren. Dus dat hebben wij nu geregeld. De enige vraag die overblijft, gaat over dat gat dat er nu valt. De minister zegt: ik heb de publieke omroep gevraagd om aan te geven hoe groot dat gat is; desgewenst wil ik incidenteel bijplussen. Dat is de hele kwestie; over meer gaat het wat mij betreft niet.
De heer Remkes (VVD): Goed, dan is dat duidelijk.
De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. Ik sluit kortheidshalve aan bij de vragen over FunX. Ik ben benieuwd wat de minister daarop gaat antwoorden.
Het belang van onafhankelijke producenten is al door mijn collega's in eerdere debatten naar voren gebracht. Er is nu een voorstel van de publieke omroep over hoe met rechten van schrijvers en regisseurs omgegaan moet worden. Wat is de stand van zaken? Ik denk dat dit voorstel niet leidt tot versterking van hun positie, terwijl het daar om te doen was. Mijn collega Mariko Peters, onze eigenlijke cultuurwoordvoerder die nog met zwangerschapsverlof is, heeft daar in een motie aandacht voor gevraagd. Wij vragen uitvoering van haar motie en nadere duiding.

Wij krijgen weer een heel spektakel bij de commerciële radiofrequenties. Mijn pleidooi is vrij simpel en diametraal anders dan dat van de heer Atsma: veilen. Geen verworven rechten, geen overloop van bestaande naar nieuwe frequenties, gewoon opnieuw Zerobase en alles veilen. Doe dat met een gekleurde veiling. Maak een aantal kavels gekleurd en voorzie die kavels van een mediapolitieke opdracht, zoals in 2001 al op de tekentafel hadden liggen. Daar is vervolgens spaghetti van gemaakt, doordat de veiling "vergelijkende toets" heette. Dat heeft tot een klein juridisch Tsjernobyl geleid. De minister moet dat allemaal niet willen. Hij moet strak en helder beleid voeren; veilen die handel. Hij moet het even met zijn collega Heemskerk bespreken en dan komt het allemaal toch nog goed met de commerciële radio in dit land.


De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Deze coalitie en deze minister roffelen en trommelen zichzelf op de borst omdat zij rust hebben gebracht. Dat zijn wel percussionisten zonder geluid, want er gebeurt niet zo heel veel. Het is de vraag of je je daarvoor op de borst moet trommelen. Het is de vraag of deze betrekkelijke rust productief kan zijn en tot enig succes bij de publieke omroep leidt in die zin dat de omroepen de afgelopen jaren zijn gestimuleerd om zichzelf te herbronnen. Ik sluit mij van harte aan bij wat de heren Remkes en Vendrik hierover hebben gezegd. Als dit debat stilvalt kunnen wij de winst van de afgelopen jaren, waar de publieke omroep nu de vruchten van plukt, over een tijdje niet meer continueren. Dan zullen RTL4 en de andere commerciële omroepen die nu een beetje in het verdomhoekje zitten, zich wel weer hervonden hebben en de concurrentie aangaan. Dan komt de publieke omroep misschien wel op achterstand. Mij bevalt die relatieve rust dus helemaal niet. Ik weet dat de minister gebonden is aan het regeerakkoord, maar waarover maakt hij zich zorgen bij de publieke omroep? Kan hij reflecteren op onderwerpen waar een volgend kabinet werk van moet maken? Over welke dilemma's maakt hij zich zorgen en waar zou een volgend kabinet zich aan moeten wagen?

In het artikel in NRC Handelsblad heb ik ook een reactie gegeven. Ik ben zelf ook lid van een publieke omroep. Ik heb er geen enkele moeite mee dat omroepen creatief zijn bij het werven van leden, maar er zitten toch merkwaardige kanten aan die niet altijd even eerlijk zijn. Kan de minister ingaan op de klacht dat de omroepen hun wervingsacties niet overeenkomstig Europese aanbestedingsregels hebben ingericht? Hoe zit het nu precies met de regels voor het geven van cadeaus bij een lidmaatschap? Hoe wil de minister bevorderen dat omroepen zich houden aan het afgesproken maximumbedrag? Hoe wil de minister het ongelijke speelveld tegengaan tussen omroepen die onder de nieuwe systematiek nauwelijks reserves mogen opbouwen, terwijl oude omroepen daarvoor wel de gelegenheid hebben gehad? Kan de minister ingaan op de suggestie van de heer Goes van BNN dat wij het eigenlijk heel anders moeten inrichten, door te beginnen met 50.000 leden en de programma's vervolgens te richten op kwaliteit?

De kwestie van de ledenwerving legt nog iets anders bloot, namelijk dat het bestel bij de voordeur wordt overspoeld door nieuwkomers. Ik vind het op zichzelf prima dat ons systeem open is voor nieuwkomers, maar wij hebben geen achterdeur gecreëerd. Net als in een ander debat hebben wij hier een probleem van de voordeur en de achterdeur. Dat is niet goed geregeld. Kan de minister reflecteren op de vraag met welke prikkels kan worden bevorderd dat er omroepen afvloeien?
Voorzitter. Ik heb samen met VVD-parlementariër Weekers, een collega van de heer Remkes, een wetsvoorstel ingediend over het vrijgeven van de programmagegevens. Ik laat dat voorstel graag in stemming brengen, maar ik wacht nog op de positie die de SP-fractie hierin inneemt. Het is van groot belang dat het monopolie van de oude omroepen wordt opengebroken. Ik hoop dat de SP-fractie haar positie bijstelt en ervoor zorgt dat het voorstel straks een meerderheid krijgt.
De heer Slob (ChristenUnie): Ik ben wat verbaasd. Wij zitten te wachten op het moment dat u de financiering van het geheel rond heeft en een voorstel daarvoor aan de Kamer voorlegt. U zou boter bij de vis gaan leveren. Nu blijkt dat u helemaal niets doet en op de SP gaat zitten wachten. Dat mag hoor, maar dat betekent dat die rust waar u over sprak voor een deel door uzelf in stand wordt gehouden.
De heer Van der Ham (D66): De heer Remkes is hier ook aanwezig...
De voorzitter: Ik schors de vergadering voor enkele minuten totdat de storing in de geluidsapparatuur is verholpen.

**
De vergadering wordt enkele minuten geschorst.


De voorzitter: Wij gaan na deze korte schorsing in verband met een technische storing door met de beraadslaging. De heer Slob had zojuist een vraag gesteld aan de heer Van der Ham. Die zal daarop antwoorden en dan zijn betoog vervolgen.

**
De heer Van der Ham (D66): Het antwoord op de gestelde vraag is dat er destijds in de eerste termijn van de Kamer is gezegd -- ik meen door een meerderheid van de fracties -- dat de meerderheid van de Kamer bij eventuele problemen met het wetsvoorstel over de financiering zou uitspreken dat er wel degelijk een financiering gezocht zou worden, mocht dat nodig zijn. Dat is toen neergelegd. De heer Weekers was overigens de eerste indiener van dat wetsvoorstel, dus bij hem ligt ook het initiatief.

Ik ga door met mijn betoog.
De heer Van Dam (PvdA): Ik vind het allemaal leuk en aardig, maar om nu de woordvoerders van de fracties van VVD en D66 op hun blauwe ogen te geloven dat zij wel zullen bijpassen als de publieke omroep in de knel komt, daarvoor zijn de ervaringen van de afgelopen jaren niet gunstig. Dus als u zegt: als dit gaat leiden tot verlies aan inkomsten, dan willen wij geld vrijmaken, dan ligt het voor de hand dat u dat nu ook regelt en dat u nu ergens een reservering doet, een post op de begroting vrijmaakt voor eventueel te lijden verliezen. Zolang u dat niet doet, blijft het een kale toezegging van u. Op basis van een kale toezegging van die twee fracties ga ik geen risico lopen.
De heer Van der Ham (D66): Voor het volgende jaar is de invoering van de wet in kwestie nog niet gepland. Wij gaan het niet meer afhandelen voor het einde van dit begrotingsjaar. Dan heeft het sowieso geen beslag op de begroting van volgend jaar en dan heeft het dus ook geen zin om daar nu een amendement over in te dienen. Ik hoop echt dat wij in het voorjaar kunnen doorgaan met de beraadslaging over het wetsvoorstel en dan kan dat altijd in overleg met de twee indieners gebeuren. Daar wil ik nu niet op vooruitlopen, maar dat zou een oplossing kunnen zijn.
De heer Atsma (CDA): Ik vind dit toch een beetje raar. U verwijt de minister in uw openingszin een gebrek aan daadkracht, terwijl dit wetje van u er al anderhalf of twee jaar ligt, zo'n beetje. Dat vind ik raar. De Kamer zit gewoon te wachten. Wees concreet en breng het wetsvoorstel in stemming, dan weet iedereen waar men aan toe is.
De heer Van der Ham (D66): Wij moeten de beraadslaging nog afmaken. Ik laat het graag aan de heer Weekers als eerste indiener van het wetsvoorstel over om te bepalen wanneer wij daarmee verder gaan. Op al die andere punten vind ik inderdaad dat er onder deze coalitie vrij veel stilstand is. Dat geldt voor het CDA voorop, anderen hebben u dat ook verweten, mijnheer Atsma. Dit punt proberen wij tijdens deze kabinetsperiode nog te regelen. U gaat dan natuurlijk weer tegenstemmen, dus aan u hebben wij sowieso niets.
De heer Atsma (CDA): De CDA-fractie gaat absoluut tegenstemmen. Ik ben het met u eens dat mevrouw Van der Laan voor veel reuring heeft gezorgd, waarvoor dank, nog steeds, namens heel het land.
De voorzitter: De heer Van der Ham vervolgt zijn betoog.

**
De heer Van der Ham (D66): Als wij de geschiedenis van uw bijdragen gaan ontleden, dan komen wij misschien ook nog wel wat dingen tegen.

Voorzitter. Wat de reclame bij de publieke omroepen betreft, is men in andere landen bezig te onderzoeken of men de zendtijd voor reclame en überhaupt de hoeveelheid reclame kan maximeren, om ervoor te zorgen dat het maximum minder hoog ligt dan nu het geval is. In Frankrijk gaat dit heel ver, maar in Engeland wordt het al gedaan. Ik vind dat wel interessant, juist omdat daarmee het effect kan worden weggenomen dat het een negatief effect kan hebben op de commerciële omroepen.
De heer Atsma (CDA): Mag ik collega Van der Ham ook naar aanleiding van de interruptie van collega Van Dam vragen of niet datgene wat hij wil en gevraagd heeft, recent juist gerealiseerd is, vooruitlopend op nieuwe Europese wetgeving?
De heer Van der Ham (D66): Ja, maar ik vraag de minister om zijn visie op hoe dat nog verder zou kunnen worden uitgerold. Dit ook in verband met alle dingen die hier worden gezegd door verschillende fracties over publieke programma's en dat de publieke financiering misschien zou moeten toenemen. De heer Remkes heeft daar eveneens een paar dingen over gezegd. Het is een aspect dat je in andere landen ziet. Ik vraag de minister om een reactie daarop. Wij zien dat andere landen daarin verder gaan dan Nederland. Daar kan ik toch zijn reactie op vragen? Wat doet u nu moeilijk, mijnheer Atsma?
Over de onderzoeksjournalistiek en de maatschappelijke documentaire heeft mijn fractie vorig jaar ook vragen gesteld. Toen hadden wij het onder andere over de Piet Paulusma-subsidies. Het is heel terecht dat deze subsidies zijn afgeschaft. Het Stimuleringsfonds is echter niet primair bedoeld voor onderzoeksjournalistiek. De praktijk leert dat middelen in dit fonds zeer beperkt zijn en vaak specifiek zijn geoormerkt. Kan de minister daarom bezien of er toch een fonds voor de maatschappelijke documentaire kan worden vormgegeven, ofwel door het oprichten van een apart fonds ofwel door Matching Grants? Ook op fiscaal terrein zijn hierbij mogelijkheden. De Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) is een fiscale stimuleringsregeling waarmee de Nederlandse overheid een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk compenseert. Dit werk is vergelijkbaar met research en development. Mijn fractie wil graag dat de werking van deze WBSO-regeling wordt uitgebreid naar journalistiek onderzoek. Dit zou de onderzoeksjournalistiek in Nederland een geweldige impuls kunnen geven. Ziet de minister iets in dit idee?

Wij hebben begrepen dat de educatieve programma's van ETV.nl, die op de lokale en regionale zenders worden uitgezonden, dreigen te verdwijnen door gebrek aan structurele financiering. De vorige minister heeft toegezegd, dit te zullen regelen in de nieuwe Mediawet. Hoe wordt dit element precies ingebouwd in deze nieuwe wet?


De heer Van Dam (PvdA): De landelijke publieke omroep zorg al voor educatieve televisie. Dat is dus al geregeld. Wij moeten ons afvragen waaruit wij ETV.nl financieren. Je kunt ook stellen dat wij ETV.nl kunnen financieren met een deel van het integratiebudget, gelet op de integratiedoelstellingen die met deze programma's worden bereikt. Het gaat niet om heel veel geld. De vraag is waar wij dit geld laten neerslaan. Vindt de heer Van der Ham het goed als wij dit via een andere begroting regelen?
De heer Van der Ham (D66): Dat maakt mij niet heel veel uit. Ik ben vooral benieuwd of er een voorziening komt in de nieuwe Mediawet en hoe dit wordt geregeld. Hierover zijn al toezeggingen gedaan.

De animatiesector is in Nederland klein, maar heeft wel een grote potentie. Mensen in deze sector stellen dat het moeilijk is om de Nederlandse publieke omroep te betrekken bij het aanspraak maken op Europese gelden. Andere landen maken op deze manier wel aanspraak op dit geld. Kan de minister met de publieke omroep in overleg treden om ervoor te zorgen dat de publieke omroep zich ook op het gebied van animatie een taakstelling oplegt? Het zou heel mooi zijn als dit op basis van vrijwilligheid kon. Wellicht kan de minister ook op een andere manier tot een prestatieafspraak komen op dit punt, om er op die manier voor te zorgen dat er in Nederland meer animatieproducties in coproductie worden gemaakt. In andere landen is deze vorm van productie heel gebruikelijk.

Ik hoor de minister graag nader reageren op de zaken rond de Concertzender. Hij heeft gezegd dat hij hierover in overleg treedt met de publieke omroep. Wat gaat hij daar echter beijveren? Uiteraard zullen wij ons niet bemoeien met de directe programmering van de publieke omroep. De minister schrijft echter terecht in zijn brief dat de publieke omroep hieraan aandacht moet besteden. Toch vind ik het vreemd dat de publieke omroep al iets afschaft voordat men heeft ingevuld hoe men dit opnieuw gaat vormgeven. Ik hoor graag een reactie van de minister op deze volgtijdelijkheid. Dit zorgt veel onvrede en onrust.

Ik kom op de religieuze omroepen en de 39f-omroepen. Wij kunnen samen met de heer Remkes een debat aangaan over de vraag of wij überhaupt dit type omroepen moeten hebben in Nederland. Er echter van uitgaande dat wij ze hebben, stelt mijn fractie een aantal vragen over de manier waarop wordt gewogen. In de evaluatie van het Commissariaat voor de Media door ECORYS wordt hierover gesproken. De definities daarin zijn nogal vaag. Hoe tellen wij aanhang? Hoe tellen wij katholieken? Hebben wij het daarbij over dopelingen of over fysieke kerkgangers? In deze evaluatie staat te lezen: "Het verdient naar het oordeel van ECORYS aanbeveling om nog eens goed naar de operationele invulling van het 39f-toewijzingsproces te kijken." Hoe doet de minister dit? Wij moeten ervoor zorgen dat er in ieder geval op een beetje gelijksoortige manier wordt gewogen.


De heer Bosma (PVV): Heeft de liberale partij D66, die een zekere antiklerikale inslag heeft, wel of geen problemen met het voortbestaan van deze 39f-omroepen? Ik ben het met de heer Remkes eens als hij zegt dat deze omroepen eigenlijk zorgen voor een schending van de scheiding tussen kerk en Staat.
De heer Van der Ham (D66): Als wij die conclusie consequent aanhouden, zou dat ook betekenen dat wij de KRO en de NCRV niet meer publiek moeten financieren. Van het compleet afschaffen van die subsidie ben ik geen voorstander.

Wel vind ik dat bediscussieerd moet worden of de wijze waarop wij het nu inrichten, wel verstandig is.

Ik ben ervoor dat er bij de publieke omroep op zondag kerkelijke programma's van verschillende gezindten worden uitgezonden. Dat gebeurt trouwens ook in Engeland. Of wij daarvoor allemaal aparte omroepjes moeten hebben, vraag ik mij echter wel af. Er is ontzettend veel discussie over vragen als hoe je een humanist meet. Er werd ook gesproken over de moslims; ook onder hen zijn er verschillende stromingen. Dat is ongelooflijk ingewikkeld. Ik vind het een heel moeilijke figuur dat de overheid zich in die interne stammenstrijd gaat mengen. Dat doet zij toch een beetje. Wat dat betreft, sluit ik mij aan bij de door de heer Remkes geuite zorgen. Het begint al met vragen als: hoe meet je een katholiek, hoe meet je een moslim, en wat voor moslim dan? Hoe meet je een humanist? Wat voor recht heeft de laatste dan op uitzendingen op televisie op grond van zijn levensbeschouwing? Dat vind ik heel lastig. Ik plaats daarbij dan ook een groot vraagteken. Dat is overigens een oud standpunt van D66.
De heer Remkes (VVD): Met deze laatste discussie ben ik het eens. Ik stel alleen een vraag over de vergelijking met de KRO. Is de heer Van der Ham het met mij eens dat het kardinale verschil nu net is dat de KRO in ons omroepbestel als een organisatie met leden participeert, en de omroepen in de categorie 39f niet door ledenaanhang gelegitimeerd zijn?
De heer Van der Ham (D66): Ik vind het op zichzelf opmerkelijk dat een omroep als de KRO, die zegt dat hij katholiek is, niet zelf de programma's rond kerkdiensten op zondagochtend uitzendt. Hetzelfde geldt voor de NCRV. De Hour of Power is niet van de EO maar is commercieel. Ik vind dat opmerkelijk, zeker voor dat soort grote omroepen. Ik kan mij wel voorstellen dat je voor religies met kleinere groepen, zoals de hindoeïstische of joodse, een soort regeling treft. Die hebben onvoldoende omvang. Voor de grote geloofsgroepen zou je echter denken dat de grote omroepen het zelf kunnen oplossen. Dat vind ik inderdaad raar. Het grote verschil zit erin dat de KRO, de NCRV en de EO leden hebben. Moeten wij dat op die manier doen? De evaluatie van de 39f-omroepen vind ik dan ook terecht. Die heb ik ook gevraagd.

Voorzitter. Wat betreft de vragen over Het Gesprek sluit ik mij aan bij collega Atsma. In verband met de lokale omroepen heeft de minister voor de zomer bij de behandeling van het wetsvoorstel toegezegd dat hij snel met de VNG om tafel zou gaan zitten om tot een oplossing te komen. Die oplossing is er nog steeds niet. Lokale omroepen hebben echt grote problemen. Samen met een meerderheid van deze Kamer hoop ik toch echt dat hij daarover enige helderheid zal geven en snel tot een oplossing voor deze omroepen zal komen. Onafhankelijke financiering is van groot belang.

Ik vraag mij af waarvoor de maatregelen in de brief over seks op televisie eigenlijk nodig zijn. De minister zegt immers ook dat de dingen die hij voorstelt, in de praktijk eigenlijk al gebeuren. De reclames worden al op een heel laat tijdstip uitgezonden. Porno mag vanaf 22.00 uur. Dat zijn eigenlijk al dingen waaraan omroepen zich vanzelf houden. Moeten wij er dan een ambtenaar op zetten om weer een wet te maken om dit te organiseren? Dat is zonde van de tijd. Ik moest ook wel een beetje lachen om de opmerking over seksadvertenties in de brief. Een van de problemen is volgens de brief dat mensen de indruk krijgen dat zij de mevrouw die te zien is op televisie, ook aan de lijn krijgen. Bijna verongelijkt werd vastgesteld dat je dus niet dezelfde mevrouw aan de lijn krijgt als op televisie verschijnt. Als wij zo beginnen … Ik heb die leuke bedrijfsleider van Albert Heijn nog nooit aangetroffen in de Albert Heijn, laat staan de leuke hamsters in de hamsterweken. Ik vond dit dus eerlijk gezegd niet zo'n goede redenering.
De voorzitter: Ik vraag de woordvoerders om de interrupties op het betoog van de minister tot een minimum te beperken, want de minister gaat om 17.00 uur echt weg, zoals ik aan het begin van onze bijeenkomst heb gezegd. Ik heb begrepen dat de leden hechten aan een tweede termijn, met een kleine pauze om iets voor te bereiden.

**
Minister Plasterk: Voorzitter. Ik zal een paar onderwerpen in het algemeen bespreken en vervolgens per woordvoerder de specifieke vragen langsgaan. Een van de hoofdonderwerpen van het gesprek van vandaag, maar niet het enige, is de publieke omroep. Daarmee gaat het goed. De leegloop is gestopt. Een paar jaar geleden probeerde iedereen die van zichzelf vond dat hij wat kon, zo snel mogelijk weg te komen naar de commerciëlen.

Dat is duidelijk niet meer het geval. De publieke omroep is marktleider in televisie. De kosten worden redelijk in de hand gehouden, internationaal vergeleken. Dit werd ook door diverse leden in eerste termijn al genoemd. Ik benadrukken nogmaals dat ik veel waarde hecht aan het bestaande systeem, met alle mitsen, maren en feilen die je wellicht hier en daar nog kunt zien. Het systeem is in ontwikkeling.

De publieke omroep heeft drie miljoen leden, een goed voorbeeld van maatschappelijke verankering. Natuurlijk drukt niet elk lid door zijn of haar lidmaatschap van een omroep een ideologische ondersteuning van die omroep uit. Sommigen hebben de Veronicagids nu eenmaal omdat zij hem zo handig vinden. Zelfs als je de helft van deze drie miljoen leden weg relativeert, blijft overeind dat maar weinig organisaties zo geworteld zijn in onze steeds verder versplinterende en individualiserende samenleving als juist de omroepen. Ik kan de mensen met de neus aanwijzen van wie ik weet dat zij thuis twee gidsen hebben. Ieder van de beide levensgezellen is gesteld op zijn eigen gids en wil daaraan niet toegeven. Men is lid van een club en wil die blijven steunen. Ik vind het veel te gemakkelijk om hieraan zomaar voorbij te gaan. Ik heb nog niet zo gauw een alternatief model voor ogen, dat dezelfde mate van betrokkenheid bij de bevolking realiseert. Vind je het pas leuk bij zo veel mogelijk reuring, dan is het nu inderdaad misschien niet zo leuk. De heer Vendrik vroeg mij of ik hem hoop wilde geven. Maar als deze hoop alleen maar sloop inhoudt, is dit niet mijn vorm van hoop.

Er wordt in deze Kamer verschillend gedacht over de publieke omroep. Bij eerdere gelegenheden hebben wij dit ook al kunnen constateren. De heer Remkes legt andere accenten en pleit voor een aanvullende publieke omroep. Ook hierover hebben wij al eens gesproken. Dit is inderdaad een mogelijk model. Je kunt de reclame eraf halen, het aantal netten beperken en slechts dingen doen die de commerciëlen niet kunnen doen. Deze keuze is legitiem. Dit betekent wel dat niet langer miljoenen mensen naar de publieke omroep zullen kijken. Specifieke doelgroepen zullen kijken naar programma's die door de publieken worden uitgezonden omdat deze programma's bij het grote publiek onvoldoende aftrek vinden. Ik heb in Amerika gewoond en daar de publieke omroep aan het werk gezien. In Amerika kijkt men naar ABC enzovoorts, maar niet naar de publieke omroep. Die richt zich op heel specifieke niches. Zo'n publieke omroep zou ik niet willen hebben. Misschien wordt verondersteld dat deze keuze wordt afgedwongen door het coalitieakkoord, maar het is een keuze waarvan ik volledig voorstander ben.

Iemand heeft gevraagd hoe lang dit model nog bestendig is. Ik moet nog zien dat wij over tien, twintig jaar nog steeds op deze manier naar de omroep kijken. De techniek stuurt ontwikkelingen zo, dat alle dingen waarvan tien jaar geleden werd voorspeld dat zij nu al het geval zouden zijn, namelijk dat er geen omroep of krant meer zou zijn maar dat ieder zijn eigen menuutje zou samenstellen, misschien over tien, twintig jaar wel aan de orde zijn. Ik denk dat het voor ieder verstandig is om deze periode, waarin er sprake is van enige bestuurlijke rust, ten eerste te gebruiken om te doen waar iedereen voor zit, namelijk goede programma's en goede producten maken, maar ten tweede ook om na te denken over hoe dit in de concessieperiode hierna moet gebeuren. Ik hoop dat iedereen verstandig is en deze tijd ook gebruikt.

Dit is mijn inleidende opmerking. Als niemand hierop wil ingaan, ga ik snel verder. Ik lok geen reacties uit.
De heer

1   2   3   4   5   6   7

  • Remkes
  • Van der Ham

  • Dovnload 302.82 Kb.