Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009

Dovnload 302.82 Kb.

De begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, voor het jaar 2009



Pagina7/7
Datum05.12.2018
Grootte302.82 Kb.

Dovnload 302.82 Kb.
1   2   3   4   5   6   7
Vendrik (GroenLinks): Daar ging mijn vraag niet over. Voor een deel ontvangen mensen hun televisie- of radiosignaal via verschillende typen infrastructuur. Het idee was dat er zich een volledige concurrentie zou ontplooien. Dat zijn overigens debatten van acht tot tien jaar geleden. Toen was er hetzelfde perspectief: op een gegeven moment is alles via elke infrastructuur voor iedereen te bereiken. Dat perspectief valt dus bitter tegen. Dan is het goed om de reactie van de minister te wegen als hij dat perspectief realistischer maakt. Over welke infrastructuur hebben wij het nu? Welke is nog steeds dominant? Wat zit er aan te komen? Wat kunnen wij over vier tot vijf jaar verwachten?
Minister Plasterk: Daar heb ik al antwoord op gegeven. In het verleden is er te snel gedacht dat binnen enkele jaren internet, televisie en andere media volledig samenvloeien. In de praktijk is dat nog steeds niet het geval. Wie weet wanneer dat wel zo zal zijn, mag het zeggen. Het blijft toch tot op zekere hoogte koffiedik kijken. Ik verwacht wel dat over tien jaar wij niet meer op dezelfde manier over kanalen, programma's en omroepen zullen praten als nu.
De voorzitter: Ik stel voor dat de minister zijn betoog vervolgt en dat de leden mogelijke interrupties even voor zichzelf noteren voor een tweede termijn. De leden hechten aan een tweede termijn maar zij hechten ook aan antwoorden van de minister. Als er op de huidige manier doorgegaan wordt met interrumperen, hebben wij straks een debat zonder minister. Hij moet namelijk echt om vijf uur weg.

**
Minister Plasterk: Voorzitter. Er zijn veel vragen gesteld over de ledentelling, dit mede in relatie tot het stuk van afgelopen zaterdag hierover in de NRC. Ik hecht er aan te benadrukken dat dit op zichzelf losstaat van de Erkenningenwet. Er zijn allerlei regels waaraan voldaan moet worden bij werving van leden. Het Commissariaat voor de Media zit er bovenop. Als het twijfelt aan een actie, neemt het contact op met de desbetreffende omroep. Dat kan leiden tot een waarschuwing, een aanpassing of een stopzetting. Dat geldt overigens voor erkende omroepverenigingen. De nieuwkomers mogen dus nog van alles doen, omdat ze nog geen omroep zijn. Er zijn in het verleden ook wel gevallen van geweest. Ik noem de ASN-actie, de Wind Unie, de hotelbon en prijsuitreikingen. Dat leidt dan tot een ingreep van het Commissariaat voor de Media. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat men de regels overtreedt. Die regels zijn eerder met de Kamer vastgesteld en zijn streng.

Verder wijs ik erop dat een kwart van de mediabegroting de reclameopbrengsten betreft, te weten een bedrag van 200 mln.

Verder is mijn mening gevraagd over de reclame in relatie tot obesitas en de resultaten van een Amerikaans onderzoek ter zake. Ik ken dat onderzoek niet. Obesitas valt onder mijn collega van VWS. Uiteraard moet men zich aan de reclamecode houden. Wij hebben eerder een plenair debat gehad hierover waarbij een motie die opriep om snoepreclame te reguleren, is verworpen. Ik heb toen ook aanneming van die motie ontraden. In feite geldt hetzelfde antwoord op de vraag over de kipreclame

De coproductieregeling is tot stand gekomen op het moment dat de programmaschema's van de publieke omroep al voor een groot deel rond waren.

Dus zij kan nu geen effect hebben voor de budgetten; daar kan niets meer mee gedaan worden. Ik ben daarom bereid om voor 2009 een incidentele extra bijdrage te leveren aan de maatschappelijke documentaire. Dat is immers met name het genre waar het om gaat. De publieke omroep moet maar even zeggen om hoeveel geld het gaat en dan kunnen wij dat gesprek met elkaar voeren. Men moet daar natuurlijk officieel aanmelding van doen bij het Commissariaat voor de Media; in de laatste twee jaar gaat het daarbij over een totaal van 8,5 mln. Daarvan gaat 3,2 mln. naar de publieke omroep. Dus over één jaar gaat het om 1,6 mln. Het dus geen heel groot deel van het budget van de publieke omroep dat daar vandaan komt. Ik denk dat er op termijn ook nog wel wat budget bijkomt. Men zal het daarmee moeten doen. Ik wil er bij de publieke omroepen op aandringen dat zij er rekening mee houden dat die middelen wegvallen en dat zij doen waarvoor zij er zijn, namelijk het belang zien van maatschappelijke documentaires en deze ondersteunen. Ik heb geen aanleiding om te menen dat zij dat niet willen.

Ik wil twee dingen zeggen over de op zichzelf interessante gedachte om het budget dat andere ministeries nu niet meer hieraan besteden, weg te halen. Allereerst ben ik als minister die gaat over media, strikt genomen alleen maar verantwoordelijk voor het doorgeefluik, namelijk de publieke omroep. Degene die de subsidies geven zijn de andere ministeries. Degene die gaan over de regels van de Rijksvoorlichtingsdienst, want daar valt het onder, is de minister-president. Dus de eerste verantwoordelijkheid voor het besluit om dit soort coproducties niet langer mogelijk te maken, is de minister-president. Ik zeg daar overigens direct bij dat ik het een verstandig besluit vind, mede gezien de vele malen dat er met de Kamer gediscussieerd is over Paulusma-achtige constructies. Het komt er primair op neer hoe je met de rijksvoorlichting omgaat. Dat benadruk ik omdat daaruit volgt dat het budget dat ervoor wordt gebruikt, door verschillende departementen wordt gebruikt om op hun manier voorlichting te geven. Als ik nu zeg dat het niet meer via mijn kanaal mag, niet meer via de publieke omroep, dan staat het de minister voor Ontwikkelingssamenwerking vrij om anders te beslissen: dan koop ik daar sandwichborden van, laat ik er foldertjes van drukken of ga ik op een andere manier proberen om deze voorlichting te geven.
De heer Atsma (CDA): Mag het wel via de regionale omroepen?
Minister Plasterk: Ja, dat mag wel via de regionale omroepen. Dat kan. Dus dat is misschien een nieuwe inkomstenbron.
De heer Jasper van Dijk (SP): Past de minister daar een andere redenering op toe?
De voorzitter: Ik stel voor dat de heer Van Dijk die vraag voor de tweede termijn bewaart. Dan kan de minister zijn betoog vervolgen.

**
Minister Plasterk: Degene die kan zeggen dat zoiets niet kan, is het provinciebestuur. Dit bestuur kan zeggen: wij willen niet dat er op die manier voorlichting wordt gegeven. Dat valt onder de autonome bevoegdheid van het provinciebestuur. Ik kan mij heel goed voorstellen dat het dezelfde redenering volgt als het rijksbestuur en de vermenging van beide zaken niet wil; als de kijker op een zender afstemt, willen wij zeker weten dat hij iets ziet dat niet wordt beïnvloed door de overheid. Als men daar bij de provincie ook zo over denkt, dan mag dat daar ook niet. Dat kan zelfs nog per provincie verschillen, stel ik mij voor.

De heer Van Dam zei al dat hij daaromtrent een motie zou indienen. Ik kan niet anders dan de aanneming van een dergelijke motie af te raden, zoals de commissieleden zullen begrijpen. Dat zou immers strikt genomen een motie zijn om budget te onttrekken aan het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking en nog een paar andere ministeries, met de mededeling: dat hebben jullie niet meer nodig, want jullie mogen op die manier geen coproducties meer ondersteunen; dat geven jullie maar aan het ministerie van OCW, want die kan er dan mooie programma's van laten maken door de publieke omroep. Ik denk ook dat de regering daar grote moeite mee zou hebben, alsmede wellicht de woordvoerders voor de thema's ontwikkelingssamenwerking, milieu enzovoort.

Sponsoring van medische programma's mag niet. Programma's van de publieke omroep mogen immers niet gesponsord worden en dat geldt ook voor medische programma's.

Dan kom ik op het punt van de verplichte doorgifte van themakanalen en Politiek 24. Wettelijk is er alleen doorgeefverplichting voor Nederland 1, 2 en 3. Voor doorgifte van de themakanalen moet de publieke omroep zelf onderhandelen. In die context vind ik dat een wettelijke maatregel om Politiek 24 door te geven, het kanaal waar wij in deze zaal ongetwijfeld allemaal het meest enthousiast over zijn, een eigenaardige inbreuk op de manier waarop dat eerder is vastgesteld.
Misschien zitten er mensen in de zaal die de cri du coeur hebben gehoord over hoe belangrijk Politiek 24 is. Ik voeg eraan toe dat het een kanaal is waar ik graag naar kijk.

Hoe garandeer ik dat de lokale en regionale omroepen digitaal worden doorgegeven? De regionale omroep wordt al digitaal doorgegeven op de kabel, want dat is wettelijk verplicht. De lokale omroep wordt nog niet digitaal doorgegeven. Door de aanpassing van de Mediawet ligt het wettelijk kader vast dat de kabelmaatschappij de lokale omroep moet doorgeven als meer dan de helft van de mensen die op de kabel zijn aangesloten, een digitaal pakket heeft. Tot die tijd moeten de lokale omroepen en de kabelmaatschappijen er samen uitkomen. Bij de kleinere netwerken zoals Kabel Noord en CAIW worden lokale omroepen al digitaal doorgegeven. Bij Ziggo zijn het er vier en dat zal in 2009 worden uitgebreid. UPC zegt de lokale omroepen in 2009 gefaseerd te willen gaan doorgeven. Het netwerk wordt daarvoor aangepast en zij spreken daarover met de desbetreffende lokale omroepen.

De heer van Dijk vroeg naar de topsalarissen. Hierover is deze week nog een AO, waarbij ik aanwezig zal zijn omdat ik verantwoordelijk ben voor de topsalarissen binnen het hele OCW-domein, inclusief de publieke omroep. Ik stel voor om het daar te bespreken.

Van de Concertzender heb ik eerder vandaag een petitie ontvangen, waarin men nog eens het belang benadrukt van wat men doet. Ik heb gezegd dat ik dat belang zeker zie en dat mijn basishouding bij het gesprek met de publieke omroep is dat ik deze er op de een of andere manier in wil laten passen.

Een van de vragen van de CDA-fractie is wat de evaluatie van het Stimuleringsfonds inhoudt. Ik heb de Raad voor Cultuur gevraagd om specifiek in te gaan op de wijze waarop het fonds in de afgelopen jaren de statutaire taken heeft vervuld; de rol als stimulator van omroepproducties in de toekomst; de samenwerking tussen het fonds en de publieke omroep nieuwe stijl; de rol van het fonds als intermediair tussen de producent in de culturele sector en de publieke omroep en op verhoging van de kwaliteit en van het bereik van de culturele programmering. Het budget van het Stifo voor regionale producties is in het afgelopen jaar gestegen van meer dan €700.000 naar 1,6 mln. en ik ben voornemens hieraan vanaf 2011 structureel 2 mln. extra te geven. In de komende periode zal ik met het fonds spreken over de invulling daarvan. Er zal dus ook ruimte zijn voor de regionale omroep.

Bij de lokale omroep stuiten wij op het volgende probleem. De woordvoerders hebben mij gevraagd om ervoor te zorgen dat ieder gemeentebestuur aan de lokale omroep het budget besteed waarvan wij vinden dat het eraan besteed moet worden. Daarbij doen zich twee problemen voor. Als wij het financieren via het Gemeentefonds, heeft de gemeentelijke overheid het recht om ermee te doen wat zij wil. Als wij in het kader van de subsidiariteit vinden dat het besluit niet lager genomen mag worden dan op het niveau van het Rijk, moeten wij landelijk besluiten over het budget en de allocatie daarvan.

In de kringen van BZK en in die van de VNG, die daarover zeer verdeeld is, is grote huiver om het via het Gemeentefonds geoormerkt te verstrekken.
De heer Remkes (VVD): Volgens mij is de VNG daar niet zo verdeeld over.
Minister Plasterk: Ja, de VNG is daar wel degelijk verdeeld over. Ik ben nog steeds in overleg met mijn collega van BZK over een oplossing. Gedacht kan worden aan een richting waarin een gemeente, als het gemeentebestuur heeft vastgelegd dat er een lokale omroep moet zijn, een bedrag eraan moet besteden dat correspondeert met het budget dat destijds daarvoor aan het Gemeentefonds is toegevoegd. Wij zijn er echter nog over in gesprek. Uiteindelijk geldt ten principale dat als wij vinden dat er in elke gemeente of elke provincie in elk geval een bepaald vastgesteld budget aan moet worden besteed, wij de verantwoordelijkheid en budgetten opnieuw moeten onderbrengen bij het Rijk. Dat zou dan de zuivere weg zijn. Ik ben het ermee eens dat wij niet eindeloos kunnen blijven zoeken; begin volgend jaar deel ik de Kamer mee hoe ver ik gekomen ben. Het laatste woord is dan aan de Kamer. Als de Kamer vindt dat een en ander met budget en al terug moet naar het Rijk, dan zien wij dat wel. Misschien weet u nog een andere oplossing te verzinnen. De gemeentelijke overheid is net zo democratisch gelegitimeerd als de rijksoverheid. Als een gemeente besluit om er minder geld aan te besteden ten gunste van meer geld voor een theater, dan behoort dat tot de autonome bevoegdheid van de lokale overheid.

Over de ledenwerving heb ik gesproken. Op het punt van Leefbaar Rotterdam zeg ik: nee, dat heeft er niets mee te maken. Laat ik nog wel het volgende zeggen. De heer Bosma noteerde de woorden van een journalist die zei: met pijn in het hart moet ik constateren dat.... Ik ben het met hem eens dat dat niet wenselijk is. Het is niet wenselijk dat een verslaggever bij de uitslag van een verkiezingsavond zegt dat het onwenselijk is dat een bepaalde partij gewonnen heeft. Overigens is dit zes jaar geleden gebeurd. Als het nu zou gebeuren en de heer Bosma daar Kamervragen over zou stellen, dan zou ik hetzelfde antwoord geven. Ik vind dat niet wenselijk. Men moet daar van wegblijven.

Over de toegang van nieuwe omroepen zijn door diverse leden vragen gesteld. Die nieuwe omroepen zullen in alle gevallen moeten meewerken aan de uitvoering van de taak van de landelijke publieke omroep. Het gaat dus niet alleen maar om het aantal leden. Men moet inderdaad minimaal 50.000 leden hebben maar men moet ook een maatschappelijke, culturele of geestelijke stroming vertegenwoordigen. Bovendien moet iets nieuws worden toegevoegd aan het bestaande bestel. Ik had bij mijn inleiding nog willen zeggen dat de komst van BNN, nu een van de meest succesvolle omroepen, heeft laten zien hoe veerkrachtig dat bestel is. Misschien besteedde het bestel wat weinig aandacht aan jongeren. Er kwam een nieuwe omroep en die fietste binnen een paar jaar door tot een grote omroep met een grote impact op het bestel. Ik vind dat daaruit blijkt hoe krachtig dat bestel is.

Over de doorgifte van de regionale omroep staan bepalingen in de wet. Er is overigens nog maar een provincie waar dat niet gebeurt, namelijk Friesland. Ik kijk nu naar de heer Atsma die daarover een vraag stelde.


De heer Atsma (CDA): Kennelijk word ik meteen gestraft.
Minister Plasterk: Als de Eerste Kamer op 16 december die wet vaststelt, dan geldt er een wettelijke verplichting op doorgifte. Dan is dat dus ook gebeurd.

Ik verbaasde mij over het standpunt van de heer Atsma in relatie tot zestienjarigen die door hun ouders naar een film worden meegenomen. Ik vraag hem om nog eens goed te verifiëren of dat werkelijk het standpunt van zijn fractie is. Misschien is het onbeleefd om daarnaar te informeren.


De heer Atsma (CDA): Maakt u zich geen zorgen.
Minister Plasterk: Ik heb eerlijk gezegd dezelfde ervaring gehad. Ik stond vorig jaar met een vijftienjarige zoon bij Der Untergang bij het Pathétheater. Ik werd daar keurig geweigerd omdat het een film was voor zestien jaar en ouder. Nadat ik de film gezien had, snapte ik dat overigens ook wel weer. Het standpunt van de regering is dat als een film voor mensen boven de zestien jaar is, deze niet mag worden bekeken door mensen die jonger zijn, ook niet als zij door hun ouders worden meegenomen onder het mom van "hij is twaalf, maar het geeft niet". Dat is een vorm van gedogen waar ik geen voorstander van ben. Wij zien daar streng op toe en vragen de bioscopen ook om dat te doen. Het is niet anders, tenzij de Kamer de regels verandert. De regel zelf is glashelder. De regel is dus niet dat je er niet onbegeleid naartoe mag op je zestiende.
De heer Atsma (CDA): Je mag nog wel met je ouder de supermarkt in om je ouder een kratje bier te laten kopen?
Minister Plasterk: Er is geen wet die verbiedt dat je ouder een kratje bier koopt. Er is wel een wet die verbiedt dat je ouder je meeneemt naar een film waarvoor een hogere leeftijd geldt. Ik ben zo vrij om de bioscopen daaraan te houden totdat een meerderheid van de Kamer de wet op dat punt verandert. En dat hoor ik dan wel. Verder heeft de heer Atsma allerlei wijze dingen gezegd waar ik het helemaal mee eens ben.

Ik kom op het betoog van de heer Remkes van de VVD-fractie. Een aantal punten heb ik in het algemene deel aangeroerd. Hij vroeg naar het geprognosticeerde tekort van 40 mln. over 2010. Laat ik eerst opmerken dat wij nu de begroting voor 2009 vaststellen. De opmerking betreft 2010. De heer Remkes kan er zeker van zijn dat ik geen voorstel voor de begroting van 2010 doe dat niet goed doortimmerd is. De reden voor de verwachting dat zich in 2010 één jaar een tekort voordoet, is dat 2010 een zogenaamd "even jaar" is. In een even jaar vinden de wereldkampioenschappen voetbal plaats, de Olympische Spelen of andere evenementen die er zwaar inhakken.

Dat is ook meteen het antwoord op de vraag die een van u stelde over de ritmiek in de bekostigingssystematiek. Wij bezien nu met de publieke omroep de mogelijkheid om in het budget rekening te houden met de even en oneven jaren. Het is immers eigenlijk voorspelbaar dat deze dipjes eraan komen. Sowieso is het zo dat er voor 2011 een verhoging in de enveloppenmiddelen zit, zodat het probleem er dan niet meer is. Ik denk dat het eenmalig zal zijn als het zich voordoet.

Dan kom ik op het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. De Algemene Rekenkamer heeft -- zoals de heer Remkes ook aangaf -- een aantal aanbevelingen gedaan, waarvan de publieke omroep heeft gezegd: daar gaan wij mee aan de slag, daar gaan wij mee aan het werk. Ik heb dat geconstateerd en vond dat eerlijk gezegd een verstandige reactie op billijke kritiek. Daar is de Algemene Rekenkamer ook voor. Ik zal er zicht op houden dat men dat ook werkelijk doet en geloof niet dat er redenen zijn om de bevoegdheden van de raad van bestuur te veranderen op dat punt.

Dan vroeg de heer Van Dam...
De heer Remkes (VVD): Op dat punt toch nog even...
De voorzitter: Mag ik ook de heer Remkes vragen om zijn opmerking voor de tweede termijn te bewaren? Dat heb ik aan zijn collega's ook gevraagd.

**
De heer Remkes (VVD): Het zat ook in de schriftelijke beantwoording. Kennelijk is in de Algemene Rekenkamer...


De voorzitter: Mijnheer Remkes, ik zou het toch erg op prijs stellen als u uw vraag voor de tweede termijn zou willen bewaren. Dan kan de minister nu door met zijn antwoord en dan hebt u nog een tweede termijn. Anders komen wij zover niet eens. Het woord is aan de minister.

**
Minister Plasterk: Ik doe het zo snel als het kan. Om dit punt af te maken: de publieke omroep heeft toen niet gereageerd op het rapport van de Algemene Rekenkamer, waarop ik ze heb gevraagd om dat wel te doen. Toen heeft de publieke omroep gezegd: wij gaan ermee aan de slag. Ik vind dat zij daarmee adequaat gereageerd hebben.


De heer Remkes (VVD): Dat bedoelde ik niet.
Minister Plasterk: Ik hoor graag later hoe ik u verder nog gelukkig kan maken.
De heer Remkes (VVD): Dat zal niet lukken.
Minister Plasterk: De heer Van Dam had allereerst een vraag over de aanvullende post. Dat is inderdaad een systematiek die onze groot roerganger op Financiën voor alle departementen zo heeft vastgesteld, namelijk dat de oploop van alle enveloppenmiddelen op de aanvullende post blijft staan, totdat de minister van Financiën besluit dat wij het geld kunnen uitgeven. Dat doet echter niets af aan het feit dat de middelen wel verdeeld zijn. Ik herhaal dat dit geldt voor alle departementen.

Gevraagd is naar de STER-inkomsten. Als de hoogte van de algemene omroepreserve het toelaat, wordt een tegenvaller inderdaad in het lopende jaar gedekt uit de algemene omroepreserve. Dat is ook een van de functies van die reserve. Voor het einde van 2009 is het geraamde niveau van de reserve weer op het minimale niveau van 91 mln. teruggebracht. Ik ben mij bewust van het risico van een tegenvaller, en daarom is het goed dat die reserve weer het minimaal benodigde niveau heeft bereikt. Gevraagd is echter om een harde garantie, en die moet natuurlijk ergens anders worden gelegd. Die kan ik u in die zin niet geven. Die reserve is bedoeld om zo'n tegenvaller op te vangen. Als u dus nog suggesties hebt hoe wij dat verder zouden kunnen verhelpen, dan sta ik daar open voor, maar ik zou zelf even niet weten hoe.

Ik ben gevraagd om het budget voor programmavernieuwing te verdubbelen. Het belang van de programmavernieuwing onderschrijf ik volledig. De publieke omroep reserveert op dit moment één procent van het door OCW ter beschikking gestelde tv-budget daarvoor. Het gaat in 2008 om drie miljoen, dat is ook genoemd. Dat vormt onderdeel van de prestatieafspraken, gericht op de ontwikkeling van nieuwe crossmediale concepten. De publieke omroep is zelf ook steeds beter in staat om middelen voor die vernieuwing vrij te maken en die plannen uit te werken, maar ik ben wel bereid om met de publieke omroep te bespreken of die programmavernieuwing nog verder gestimuleerd kan worden door daar extra budget voor te bestemmen. Wij hebben nu tot en met 2010 afspraken staan en daar is ook wel een behoorlijk budget voor. Het budget verdubbelen kunnen wij dan doen met ingang van 2011 en dat lijkt mij een goed idee.

Er zijn vragen gesteld over de Wereldomroep en wie daarover nu precies besluit. Ik dacht dat ik al in de vorige begrotingsbehandeling had vermeld dat de Wereldomroep het voornemen had om in het Arabisch te gaan uitzenden. Dat kan dus geen verrassing zijn geweest. Het is inderdaad de bevoegdheid van de Wereldomroep om dat te doen. Het doel is om bij te dragen aan evenwichtige verslaggeving over actualiteiten in de Arabische wereld, over de Arabische wereld en ook over de Westerse wereld gericht op de Arabische wereld.

Dat is een idee van de Wereldomroep zelf. Als de Kamer mij vraagt wat precies de overwegingen van de Wereldomroep hierbij zijn, dan wil ik die vraag met alle plezier aan de Wereldomroep stellen. De Kamer zal dan een brief krijgen waarin ik deze overwegingen met haar deel. De Kamer kan daarna bezien of zij die overwegingen onderschrijft.
De heer Remkes (VVD): Ik ken die overwegingen wel, maar ik vind ze niet overtuigend.
Minister Plasterk: Als dat zo is, kan ik de heer Remkes waarschijnlijk niet veel verder helpen.

FunX is een activiteit van de vier grote steden die ook door het departement van OCW wordt gesteund. Als wordt gesteld dat dit een zeer succesvol initiatief is, ben ik het daarmee eens. FunX is belangrijk en bereikt een grote doelgroep. Men heeft ambities om een nóg grotere groep te bereiken, ook elders in het land. Ik heb schriftelijk al toegezegd om samen met de staatssecretaris van Economisch Zaken een gesprek te voeren met de mensen van FunX over eventuele mogelijkheden voor uitbreiding van de frequentieruimte. Dit zal altijd in samenspraak moeten gebeuren met staatssecretaris Heemskerk. Hij is immers verantwoordelijk voor de verdeling van de frequenties.

Over het Media Expertise Centrum heb ik samen met minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin een brief aan de Kamer gestuurd. Dit centrum bestaat sinds mei 2008. Inmiddels hebben zich meer dan 60 partijen aan het centrum verbonden. Er zijn werkgroepen gestart rond de thema's media-educatie, veiligheid, onderzoek en innovatie. Hierbij zijn ook de ouderorganisaties betrokken. De heer Vendrik vond dat de peuter niet wordt bereikt. Tegen hem zeg ik dat peuters niet tot de doelgroep van het centrum behoren. Het centrum is gericht op het ondersteunen van volwassenen en zelfs van professionals en organisaties in een getrapt systeem. Het centrum richt zich niet zelf op jongeren. Er wordt op dit moment een programmaraad geformeerd. Die zal begin 2009 van start gaan. Verder worden een website en zelfs een huisstijl ontwikkeld. Bibliotheken zijn met tien locaties bezig om eisen en ontwerpen van de fysieke loketten te bepalen. Het wordt dus ook echt een ding, niet alleen een website en een logo.

Ik heb de Kamer een brief gestuurd in reactie op de motie over de misleidende datingreclames. De heer Slob gaf aan dat het wat hem betreft nog wat verder mocht gaan. Landen als Portugal en Frankrijk hanteren dezelfde aanpak die ik voorstel, namelijk het beperken van deze reclames tot de uren na 24.00 uur. Misleidend mogen ze uiteraard nooit zijn. In Groot-Brittannië gaat men verder en zet men deze reclames achter de decoder. Een aantal andere landen kiest voor volledige zelfregulering. Ik heb er dus voor gekozen om deze reclames alleen na 24.00 uur toe te staan. Daarmee wordt overigens de bestaande praktijk bestendigd. Naar ik meen, worden deze reclames namelijk nu ook niet vóór 24.00 uur uitgezonden. Mocht iemand dat echter toch in zijn hoofd hebben gehaald, dan kan ik zeggen dat het nu niet meer mag.

Over Marokko.nl heb ik al vaker een gesprek met de heer Bosma gevoerd. Op zijn opmerking over de pijn in het hart bij de uitslag van Leefbaar Rotterdam heb ik al gereageerd.

Het ideaalbeeld van de publieke omroep van de heer Vendrik is duidelijk anders dan het ideaalbeeld dat de regering daarvan heeft. Hij moet echter van mij aannemen dat ik dat beeld niet heb, omdat ik door coalitiedwang daartoe wordt gebracht. Als wij een lean but mean publieke omroep maken, zoals de heer Vendrik en de heer Remkes willen, zullen wij naar ik vrees niet meer het grote publieksbereik kunnen bewerkstelligen dat de huidige publieke omroep heeft. Dat zal het gevolg zijn als wij alle reclamemiddelen bij de publieke omroep weghalen en de omroepen een heel andere rol geven. Ik ben het wel met de heer Vendrik eens als hij stelt dat wij over de toekomst moeten nadenken. Hoe ziet de omroep er over tien jaar uit?

Enkele andere opmerkingen van de heer Vendrik hebben mijns inziens betrekking op de Erkenningswet. Die zullen wij met de commissie binnenkort nader bespreken. Wellicht is de heer Dibi dan weer beter, waarmee ik niet wil zeggen dat de heer Vendrik niet welkom is bij deze bespreking.

Er is nog een opmerking gemaakt over de motie-Peters, waarin de regering wordt verzocht om de raad van bestuur van de publieke omroep uit te nodigen, billijke en rechtvaardige afspraken met de producenten te maken. Deze motie heb ik keurig uitgevoerd.

Ik heb daarover een brief aan de raad van bestuur gestuurd. Goed nieuws, van 18 november: na gesprekken tussen de publieke omroep en de onafhankelijke televisieproducenten, de OTP, zijn de partijen erin geslaagd om een convenant met elkaar te sluiten. De publieke omroep zal snel in overleg treden met de overige vertegenwoordigers van rechthebbenden. Als het goed is, heeft de publieke omroep de Kamer daarover bij brief van 19 november geïnformeerd.

Het veilen van frequenties kan de heer Vendrik het beste met staatssecretaris Heemskerk bespreken, die daarover gaat.

Het initiatiefwetsvoorstel over de programmagegevens van de heer Van der Ham wacht de regering met spanning af. De heer Van der Ham vroeg tevens om een maximum voor reclametijd. Bij mijn weten staat dat maximum in de wet. Als hij een lager maximum wil, zou de wet moeten worden veranderd. Er is in ieder geval een maximum.

De heer Van der Ham vroeg om een uitbreiding van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk. De overheid houdt zich op afstand bezig met persbeleid. Bij een andere gelegenheid zullen wij natuurlijk over het persbeleid verder praten. Misschien moeten wij er dan nader op terugkomen. Ik zoek het met name in zelfregulering en tijdelijke steun door middel van het Stimuleringsfonds voor de Pers, waarvoor ik extra middelen ter beschikking heb gesteld.

Voorts stelde de heer Van der Ham een vraag over educatieve televisie. Een samenwerkingsverband tussen verschillende roc's, tussen scholen dus, zorgt voor de ontwikkeling van lesmateriaal, websites en televisieproducties. ETV.nl is dus geen omroep. ETV.nl haalt daarvoor geld op bij verschillende instanties, ministeries et cetera. Ik heb inderdaad ook begrepen dat ETV.nl nu hinder ondervindt van het feit dat de ministerraad heeft besloten dat coproducties niet meer mogelijk zijn. Dat besluit was niet echt op deze educatieve televisie gericht. In december voer ik daarover een gesprek met ETV.nl. Wij moeten maar even bekijken of wij deze problemen met de organisatie kunnen oplossen, want dit was niet het doel van dat besluit.

Mede op verzoek van de Raad voor Cultuur zal ik een onderzoek laten uitvoeren naar de economische positie van de animatiefilm en de werkplaatsen van het Nederlands Instituut voor Animatiefilm. Ik steun een initiatief van het stimuleringsfonds en het Fonds BKVB om de culturele kwaliteit van games te verhogen. De animatoren gaan samenwerken met gamesontwikkelaars. Daarin steek ik in drie jaar tijd 0,5 mln. Een model is het succesvolle TAX-videoclipfonds.

Op de vragen over de Concertzender en de 39f-omroepen heb ik antwoord gegeven.
De vergadering wordt van 16.26 uur tot 16.32 uur geschorst.
De voorzitter: Wij gaan verder met de tweede termijn van de Kamer. De geplande eindtijd is nog steeds vijf uur. Ik zie bij de Kamerleden allerhande teksten en moties. Ik vraag hun daarom of zij zich in hun tweede termijn willen concentreren op het indienen van de motie. Dat zou mij zeer welkom zijn. Dan kan ook de minister nog een reactie geven voordat het vijf uur is. Met heel veel spijt beperk ik daarom het aantal toegestane interrupties tot nul. Anders komen wij er helemaal niet uit.

**
De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Ik zal haast maken. Ik heb drie moties. De eerste motie gaat over de nieuwe Mediawet. Deze zou voor kerst komen, maar het is nog even onduidelijk hoe dit gaat. Daarom dien ik de volgende motie in.


*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering voor omroepen een systeem hanteert met een glijdende schaal, waarin alle leden tot het aantal van 400.000 meetellen;
van mening dat dit tot een ongewenste ledenjacht leidt;
verzoekt de regering, een alternatief uit te werken voor het systeem van de glijdende schaal,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45 (31700-VIII).

**
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Digitenne van KPN bijna 700.000 Nederlanders voorziet van televisieaanbod en daarmee de belangrijkste concurrent van de kabel is;
overwegende dat het televisieaanbod van de kabelbedrijven mede wordt bepaald door de inzet van programmaraden, maar dat Digitenne van KPN een programmaraad ontbeert;
verzoekt de minister, een voorstel te doen voor de instelling van een programmaraad voor Digitenne van KPN, met bindende zeggenschap over ten minste eenderde deel van de beschikbare kanalen van Digitenne, buiten de publieke zenders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47 (31700-VIII).

**
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek van het Commissariaat van de Media blijkt dat omroepen de sponsorregels overtreden;
constaterende dat commerciële invloed op publieke programma's onwenselijk is en dat de redactionele onafhankelijkheid gewaarborgd dient te zijn;
verzoekt de regering voorstellen te doen voor aanscherping van de naleving van de regels rond sponsoring van publieke programma's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 48 (31700-VIII).

**
De heer Jasper van Dijk (SP): De minister heeft gezegd dat wij woensdag zullen spreken over de topinkomens bij de publieke omroep. Dat is juist, maar mijn vraag is wanneer de code komt. Of ligt er al een code bij de minister?
De voorzitter: Het woord is aan de heer Atsma.

**
De heer Atsma (CDA): Voorzitter. Ik dank de minister voor wat hij heeft gezegd over de regionale omroepen. Ook dank ik hem ervoor dat hij heeft toegezegd op korte termijn terug te komen op een aantal suggesties van de CDA-fractie. Ik heb kennis genomen van de toezegging van de minister dat meer budget naar het Stimuleringsfonds gaat en, zoals hij zegt, navenant meer naar de oormerking voor de regio. Dat zou prima zijn, want dan gaan wij inderdaad in de richting van 2 mln. De situatie in een aantal regio's is echt nijpend. Het zou ons zeer onwelkom zijn als er omroepen omvallen, ook vanuit het oogpunt van hun functie bij calamiteiten. Dit moet ook het kabinet zeer onwelkom zijn. Ik noem de provincie Flevoland, waar het echt kantje boord dreigt te worden. Ik nodig de minister uit om op korte termijn een gesprek aan te gaan met de provincies en met ROOS. Er moet een oplossing gevonden worden, linksom of rechtsom.

De opmerkingen over de lokale omroep laat ik achterwege, omdat ons standpunt daarover helder is en omdat de minister heeft toegezegd hierop binnenkort terug te komen met een brief.
De minister heeft aangegeven de ontwikkelingen rondom FunX eigenlijk wel sympathiek te vinden. De CDA-fractie vindt het echter helemaal niet sympathiek als vier stadszenders ineens een soort nieuwe landelijke publieke omroep worden. Volgens ons moet je daar niet aan willen beginnen. In onze beleving is er ook geen frequentieruimte. Als die er al zou zijn, dan is de Kamer een paar jaar om de tuin geleid, want er ligt nog wel een aantal wensen.

UPC, Ziggo en datgene wat digitaal wordt aangeboden, zijn genoemd. Ik ben blij dat binnenkort het desbetreffende wetsvoorstel de revue zal passeren en dat het dan ook mogelijk moet worden om meer, althans andere zenders te ontvangen. De discussie over toegang tot de kabel is vaak gevoerd. Bijna Kamerbreed leeft het gevoelen dat er meer ruimte moet zijn voor concurrentie op de kabel. Ik stel wel vast dat nieuwe aanbieders amper een kans krijgen, juist ook door de auteursrechtenproblematiek. Als de kabelmaatschappij een contract heeft met bijvoorbeeld de BBC, dan is het voor een nieuwe toetreder op de kabel vrijwel onmogelijk om daar iets mee te doen. Kan de minister nog een reactie geven op dit punt?

Ik heb een opmerking gemaakt over de bescherming van jeugdigen, die al te gemakkelijk op het internet gegevens afgeven. Ik dien de volgende motie in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in Nederland door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) richtlijnen zijn opgesteld om de privacy van jongeren onder zestien jaar op internet te beschermen;
overwegende dat het niet is toegestaan persoonlijke informatie van jongeren onder de zestien jaar op internet te verwerken zonder expliciete toestemming van de ouders;
constaterende dat veel commerciële websites nog steeds persoonsgegevens van kinderen opslaan zonder te controleren of kinderen toestemming hebben gekregen;
overwegende dat de CBP-richtlijnen niet altijd eenduidig te interpreteren zijn waardoor veel onduidelijkheid bestaat over wat is toegestaan;
verzoekt de regering, een onderzoek te verrichten naar de knelpunten van de CBP-richtlijnen en te onderzoeken of in Nederland wetgeving analoog aan de Amerikaanse COPPA (Children's Online Privacy Protection Act) mogelijk is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Atsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 49 (31700-VIII).

**
De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Ik overweeg twee amendementen in te dienen. Het eerste amendement zou collega Atsma enigszins helpen, namelijk om gewoon nu maar uit te spreken dat in de begroting extra geld moet worden gevonden voor de regionale omroep. "Vluchten kan niet meer." Die knoop moet nu worden doorgehakt. Ik vind het overigens prima om de inhoudelijke discussie over de regionale omroepen nog wel eens te voeren.

Het tweede amendement zou de minister enigszins helpen, want ik vond het punt van de programmaraden niet echt duidelijk. Om duidelijk te maken dat ik van de huidige opzet afwil, overweeg ik indiening van een amendement om de ondersteuning en de in de OCW-begroting daarvoor uitgetrokken middelen te schrappen met ingang van 2010. Het kan voor de minister alleen maar een aansporing in de tijd zijn om een beetje spoed te betrachten met een inhoudelijk verhaal naar de Kamer toe.

Ik wil twee moties indienen. In de eerste plaats heb ik een motie over de stimuleringsfondsen. De discussie is al vaker gevoerd in de Kamer. Ik vind het niet langer van deze tijd dat de fondsen uitsluitend beschikbaar zijn voor de publieke omroep.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de stimuleringsfondsen voor gebruik uitsluitend toegankelijk zijn voor de publieke omroeporganisaties;
verzoekt de regering, met voorstellen te komen deze fondsen ook open te stellen voor gebruik door commerciële omroeporganisaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Remkes en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 50 (31700-VIII).

**
De heer Remkes (VVD): Mijn tweede motie heeft betrekking op het financiële kader. Ik begrijp best dat de tijd beperkt is, maar volgens mij heeft de minister niet echt diepgaand gereageerd. Daarom dien ik de volgende motie in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de extra toevoeging van 50 mln. aan het budget van de Nederlandse publieke omroep in 2011 zorgt voor een OCW-bijdrage van maar liefst 810 mln. in 2012;
constaterende dat deze verhoging op geen enkele wijze inhoudelijk wordt onderbouwd;
overwegende dat extra geld voor de Nederlandse publieke omroep alleen te rechtvaardigen is als hier een deugdelijke motivatie aan ten grondslag ligt;
verzoekt de regering, het budget van de Nederlandse publieke omroep in 2011 niet zonder nadere financiële onderbouwing extra te verhogen met 50 mln.;
verzoekt de regering, in 2009 voorstellen voor een sluitende meerjarenbegroting van de Nederlandse publieke omroep aan de Kamer aan te bieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Remkes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 51 (31700-VIII).

**
De heer Remkes (VVD): Ik heb de minister een aantal keren, in dit debat, maar ook bij voorgaande gelegenheden, horen zeggen: ik ben voor een sterke en pluriforme publieke omroep. Op zichzelf deel ik dat uitgangspunt. Nu heb je een aantal criteria om dat te meten. Ik begrijp heel goed dat er ruimschoots wordt verwezen naar Nederland 1. De resultaten van de radio zijn trouwens wat minder. Wij hebben het vandaag niet uitvoerig besproken, maar op de pluriformiteit is wel een en ander af te dingen. Het is heel veel grijs. Ik ben in dat opzicht het spoor toch ook een beetje bijster. Vorig jaar is er bij een rondetafelconferentie iets in onze richting gezegd over een pluriformiteitsonderzoek. De voorzitter van de NPS heeft in onze richting iets gezegd over de strakkere scheiding van taakorganisaties en omroepverenigingen. Ik lees in de krant dat een mooi nieuwsprogramma kennelijk met name op dat laatste punt is gesneuveld, althans die conclusie heb ik getrokken, want ik weet het verder niet.

Ik vind de scheiding van organisaties uitstekend, want anders wordt het alleen maar grijzer. Tegelijkertijd moet de raad van bestuur van de NPO zodanige bevoegdheden hebben dat dubbelingen worden voorkomen. Dat is nu niet altijd het geval. Er is voorbeeld gegeven van het verslaan van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De NOS heeft in dat opzicht veel gedaan, maar Nova heeft daarnaast ook een en ander gedaan. Tegelijkertijd zijn er kennelijk financiële problemen. Ik lees in de krant dat, als daarover iets gezegd wordt, dat provinciaal getut is. Men realiseert zich kennelijk niet altijd dat het gaat om belastingmiddelen. Die discussie moet toch wat meer uitgekristalliseerd worden, zonder dat wij ons met concrete programma's bemoeien. De minister en ik denken daar niet verschillend over. Die discussie hoort hier volwaardig plaats te kunnen vinden. Ik hoop en reken in dat opzicht nog op een toezegging van zijn kant dat hij een aanzet voor die discussie in onze richting geeft.


De voorzitter: Wij zullen het dadelijk van de minister horen. Het woord is aan de heer Van Dam van de PvdA.

**
De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Ik heb naar aanleiding daarvan nog twee reacties, in de eerste plaats over de Ster-inkomsten en de algemene omroepreserve. Wij hebben afgesproken dat de publieke omroep onafhankelijk moet kunnen opereren van reclame-inkomsten. De norm daarvoor is dat de algemene omroepreserve minimaal 91 mln. moet zijn. Volgend jaar wordt dat bereikt, maar alleen als de reclame-inkomsten meevallen. Ik vind dat wel enigszins zorgwekkend, want wij moeten de afspraak wel gestand kunnen doen en ervoor zorgen dat de publieke omroep daadwerkelijk onafhankelijk kan opereren van reclame-inkomsten. Ik geef de minister ter overweging, wellicht ter bespreking in het kabinet, dat wij de komende jaren ervoor moeten zorgen dat de algemene omroepreserve op het minimumniveau komt, ongeacht de ontwikkeling van de reclame-inkomsten.

Het lijkt mij goed als het kabinet zich daar nog eens over buigt.

Mijn tweede punt is de Wereldomroep. Mij gaat het niet zozeer over de vraag of er in het Arabisch moet worden uitgezonden. De minister weet dat wij ons daar niet zo druk om maken als enkele anderen hier. Het gaat juist om de vraag welk beleid erachter zit, op welke basis keuzen worden gemaakt bij de Wereldomroep. Dit zou ik juist graag in een brief van de minister uiteengezet zien, zodat wij daarover verder kunnen discussiëren.

Mijn derde punt is de coproductieregeling. De minister zei dat hij niet over het geld van zijn collega's gaat. Wij gaan daar als Kamer op zichzelf wel over. Het lijkt mij echter een chiquere weg als het kabinet gewoon nog eventjes kijkt naar het besluit over de coproductieregeling. Daarom dien ik de volgende motie in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat documentaires bij de publieke omroep geraakt worden door het kabinetsbesluit cofinanciering niet langer mogelijk te maken;
overwegende dat dat niet beoogd werd en dat het besluit niet zou moeten leiden tot minder documentaires over maatschappelijke onderwerpen bij de publieke omroep;
verzoekt de regering, het kabinetsbesluit zodanig aan te passen zodat cofinanciering mogelijk blijft in gevallen waarbij de inhoudelijke onafhankelijkheid van de documentaires volledig gewaarborgd is of anders de budgetten die voorheen gebruikt werden voor cofinanciering van documentaires te storten in een nieuw fonds voor de financiering van onafhankelijke documentaires over maatschappelijke onderwerpen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Dam, Vendrik en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 52 (31700-VIII).

**
De heer Van Dam (PvdA): Mijn laatste punt is de programmavernieuwing. Ik heb aangegeven dat ik het van groot belang vind dat er binnen de publieke omroep voldoende aandacht blijft voor innovatie, onderzoek, ontwikkeling en experiment. Ik was uiteraard blij dat de minister daar het belang ook van inzag en daarover verder wilde spreken. Ik zou daar echter graag al snel een impuls aan geven, dus ik heb de uitdaging van de heer Vendrik opgepakt en een amendement daarover ingediend.
De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden. De minister heeft gelijk dat wij in het verleden vaker gecommuniceerd hebben over Marokko.nl, maar ik heb een groot aantal zeer schunnige mededelingen op deze site aangetroffen. Ik heb deze verzameld en zal ze aan de minister en mijn collega's overhandigen. Ik dien hier ook een motie over in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de site Marokko.nl grossiert in antisemitische, antiwesterse en antihomo teksten;
constaterende dat dergelijke geluiden niet gestimuleerd moeten worden met Nederlands belastinggeld;
verzoekt de regering, erop toe te zien dat het Stimuleringsfonds voor de Pers niet langer subsidie verleent aan Marokko.nl,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 53 (31700-VIII).

**
De heer Van der Ham (D66): Het klopt dat op Marokko.nl vreselijke teksten te lezen zijn, maar er worden ook ontzettend heftige discussies over die vreselijke teksten gevoerd. Dat het lekker botst en dat mensen worden tegengesproken met allerlei vreselijke opvattingen, is toch de vrijheid van meningsuiting?
De heer Bosma (PVV): De vraag is of wij daar belastinggeld aan moeten geven. Het antwoord van mijn fractie is nee. Het zijn de meest weerzinwekkende teksten, die zelfs de heer Van der Ham de haren ten berge doen rijzen.
De heer Van der Ham (D66): Ik zou niet weten hoe dat kan!
De heer Bosma (PVV): Ik dien een tweede motie in.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de minister vorig jaar 50 mln. extra uitkeerde aan de publieke omroep;
overwegende dat dit gemotiveerd werd door tegenvallende STER-opbrengsten;
constaterende dat de hoofdredacteur van Nova thans verklaart dat "de STER-gelden bij de publieke omroepen tot de plinten klotsen, onder meer door het binnenhalen van het voetbal" en dat veel wijst op het ruimschoots aanwezig zijn van financiën bij de publieke omroep;
verzoekt de regering, de subsidieverhoging van 50 mln. terug te draaien en de aldus vrijkomende gelden terug te geven aan de Nederlandse belastingbetaler,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 54 (31700-VIII).

**
De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ter geruststelling meld ik dat ik geen moties zal indienen. Ik wil dat wij in de komende tijd zo snel mogelijk de wetgeving moeten gaan behandelen die echt van belang is voor de komende jaren, de nieuwe concessieperiode. Inhoudelijk wil ik graag spreken over de uitvoering van reeds aangenomen moties. Ik heb daarom geen behoefte om daar nieuwe moties overheen te leggen. Er ligt nog heel veel werk.

De minister heeft aangegeven dat er ook voor de Kamer voldoende ruimte zal blijven om de erkenningenwet op een ordentelijke wijze te behandelen. Ik vind dat plezierig. Ik maakte mij namelijk wel wat zorgen. De minister had de ledentelling al wat vooruitgeschoven. Ik zou het absoluut niet aanvaardbaar vinden als dat nogmaals zou gebeuren. Er moet voldoende ruimte zijn om die heel belangrijke wet in de Kamer te kunnen bespreken.

Over de Europese Commissie meld ik dat er begin januari duidelijkheid komt. Ik hoop dat de minister zijn strijdbaarheid vasthoudt. Ik hoop ook dat er in Brussel enige wijsheid is. Als men hieraan tornt, denk ik dat dit een enorme hypotheek legt op de discussies die wij daarna nog zullen voeren over Europa en alles wat daarmee samenhangt.

Wat de 39f-omroepen betreft heeft de minister een brief toegezegd over de werkwijze van het Commissariaat voor de Media. Volgens mij is één klik op de site van het commissariaat wel voldoende om dat terug te vinden. Wat mij betreft houden wij het daarbij, want ik zie geen enkele aanleiding om daarin nu opeens allerlei veranderingen aan te brengen.

De discussie over de scheiding tussen kerk en staat komt hierbij enigszins merkwaardig over. Misschien vraagt dat om een nader debat op een ander moment.

Ik denk dat dit ook geldt voor de Wereldomroep. De minister heeft inmiddels zeven brieven toegezegd, ook over de Wereldomroep. In de nieuwe multimediawet hebben wij afgesproken dat ook de Wereldomroep gaat meedraaien in die beleidscyclus die geldt voor de publieke omroep. Dit betekent dat er ook vijfjarige beleidsplannen zullen komen. Dat is een moment om met elkaar te bekijken wat wij ervan vinden. Laten wij de niet al te grote schare ambtenaren van de minister niet te zwaar belasten met dit soort zaken. Voorkomen moet worden dat wij nog langer moeten wachten op de behandeling van onderwerpen die belangrijker zijn.

Begin volgend jaar praten wij door over de programmaraden. Wat mij betreft gebeurt dat met een iets bredere strekking, want er zit meer aan vast. De motie van de heer Van Dijk heb ik daar niet voor nodig. Er ligt een Kameruitspraak die niet vrijblijvend is.

De heer Vendrik vroeg om nadere politieke duiding van de Mediawet en de telewinkelboodschappen, maar de minister heeft die nadere politieke duiding niet gegeven. Er ligt gewoon een aangenomen Kamermotie. Ook GroenLinks hecht volgens mij aan de uitvoering daarvan. De beantwoording vind ik teleurstellend, maar ik wil het er voor dit moment bij laten. Met de mede-indieners zal ik bezien of wij niet gewoon zelf het initiatief moeten nemen. De geldende criteria zijn zeer vrijblijvend en, als het erop aankomt, echt misleidend voor mensen die daarin meegaan, al of niet bij het volle verstand.


De heer Vendrik (GroenLinks): Hoorde ik de heer Slob over de peildatum van 1 april zeggen dat uitstel eigenlijk niet wenselijk en aanvaardbaar is? Hoorde ik hem zeggen dat hij wel hecht aan een fatsoenlijke behandeling van de wijziging van de Mediawet?
De heer Slob (ChristenUnie): Het uitstel is in principe al gegeven. Ook de heer Vendrik heeft vraagtekens geplaatst bij de ledenjacht. Als wij de peildatum gaan verschuiven, houden wij iets in stand waar hij geen plezier aan beleeft. Het is voor mij van belang dat wij in de Kamer de tijd hebben om de wet goed te bespreken. Als ik de minister goed heb begrepen, gaat dat lukken. Als wij het voorstel in december krijgen, kunnen wij de procedure gelijk in gang zetten. Ik zou dat de commissie ook aanbevelen. Als wij er een maand of drie voor hebben, moet het gaan lukken. Het is allemaal krap, maar die krapte heb ik niet gecreëerd.
De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. Ik blijf het een tikje merkwaardig vinden. De peildatum is onderdeel van een breder pakket, van de wijze waarop de publieke omroepen in de toekomst worden gefinancierd. Dat moet allemaal nog besproken worden. Het kan niet anders dan dat wij die peildatum ook een beetje gaan opschuiven. Anders grenst het volgens mij aan onzorgvuldig bestuur. Als het anders is, hoor ik het graag van de minister. Dit vind ik langzamerhand een heel vreemde gang van zaken.

Wij hechten nog steeds aan een reclamevrij blok voor de jeugd.

De minister wil de staande praktijk van seks op televisie, de datingprogramma's, vastleggen in een besluit. Hij kan zijn energie beter richten op het in de middag reclamevrij maken van de publieke omroep. Daarover is een motie aangenomen. Daar zou nog eens een stap vooruit gemaakt kunnen worden, ik blijf de minister dat voorhouden.

Mijn tweede punt betreft de motie van mevrouw Peters over onafhankelijke producenten. Er is inderdaad een soort convenant, een soort afspraak. Wij hebben echter begrepen, en de minister erkende dat toen in het debat, dat er sprake is van een ongelijke machtspositie en dat dat in het convenant niet goed is terechtgekomen, zeker ook omdat publieke omroepen de plicht hebben meegekregen om auteursrechten voor langere perioden af te kopen. Ik vraag om een politiek oordeel over de inhoud van die afspraak. Bij de motie hoort verder dat de minister van Justitie nog met een aanpassing van het auteursrecht komt. Waar blijft die aanpassing?

Er moet doorgedacht worden over de toekomst van de publieke omroep. Gelukkig zegt de minister dat het een dynamische omgeving is, waarin van alles aan de hand is. Dat is prima, hij moet zijn ministertijd gebruiken om ook de volgende motie uit te voeren.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het van groot belang is de positie van de publieke omroep zeker te stellen voor de toekomst;
verzoekt de regering, een vervolg op het WRR rapport naar de publieke omroep te organiseren waarbij nadrukkelijk gekeken wordt naar ledenlegitimatie en het door de WRR destijds genoemde 'mandje van criteria',
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Vendrik, Van der Ham, Remkes en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 55 (31700-VIII).

**
De heer Van der Ham (D66): Heeft de minister nog actie ondernomen naar aanleiding van de zaken die werden geconstateerd in het NRC-artikel over ledenwerving? U zei dat het niet mag, maar wat gebeurt er vervolgens met de handhaving?

De lokale omroepen weten niet waar zij aan toe zijn. Ik hoop dat er snel overleg wordt gevoerd met de VNG. Die is voortdurend verdeeld, want

een half jaar geleden vond zij iets anders dan nu, dus de minister moet vooral ook luisteren naar de lokale omroepen en samen met hen een voorstel ontwikkelen. Ik wil drie moties indienen.
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat onderzoeksjournalistiek past in een pluriform medialandschap en dat producten van onderzoeksjournalistiek passen in een democratische samenleving;
verzoekt de regering, onderzoek te doen naar:

- het uitbreiden van de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) voor onderzoeksjournalisten;

- het instellen van een (revolving) fund voor onderzoeksjournalistiek en de

maatschappelijke documentaire;

- het instellen van geoormerkte matching grands voor onderzoeksjournalistiek en de maatschappelijke documentaire,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Ham, Vendrik en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 56 (31700-VIII).

**
*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de implementatie van beleidregels gericht op het op een consistente wijze toekennen van zendtijd aan kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag op basis van artikel 39f Mediawet volgens de evaluatie van het Commissariaat voor de Media, door ECORYS niet zonder problemen is verlopen;
verzoekt de regering, om in overleg met betrokken partijen de operationele invulling van het artikel-39f-toewijzingsproces te heroverwegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Ham en Remkes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 57 (31700-VIII).

**
De heer Van der Ham (D66): De minister heeft hierover wel iets toegezegd, maar hij heeft niet aangegeven of hij vervolgens in de brief hier ook iets van vindt. Daartoe roept deze motie de minister nadrukkelijk op.

Vervolgens dien ik de volgende motie in.


*M
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de animatiesector een belangrijke bijdrage kan leveren aan de Nederlandse creatieve economie;
overwegende, dat om de animatie een goede plaats in Nederland te geven, mede als opstap naar het internationale speelveld, het belangrijk is dat de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) betrokken is bij internationale coproducties;
verzoekt de regering, in overleg te treden met de NPO over uit te zenden, in Nederland (co) geproduceerde animatieproducties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Ham en Vendrik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 58 (31700-VIII).

**
Minister Plasterk: Voorzitter. Aanneming van de motie van de SP die vraagt om een alternatief uit te werken voor het systeem van de glijdende schaal, ontraad ik. Ik heb al een voorstel uitgewerkt dat wij hier binnenkort gaan bespreken nadat het terug is gekomen van de Raad van State.

Ook ontraad ik aanneming van de motie van de SP over Digitenne, aangezien dit bedrijf geen dominant distributiemedium is en ik het niet proportioneel vind om er nu een programmaraad voor in te stellen. Ik heb reeds aangegeven dat ik in de brief die ik de Kamer daarover zal schrijven, nader zal ingaan op wat mijns inziens de positie zou kunnen zijn.

Tevens ontraad ik aanneming van de motie van de SP over sponsoring. De sponsoring is goed geregeld. De heer Van Dijk noemde het voorbeeld van medische sponsoring. Dergelijke sponsoring is verboden. Om dan bij elke gelegenheid van overtreding te zeggen dat de regels strenger moeten, lijkt mij niet verstandig.

De heer Van Dijk heeft gevraagd of er al een voorstel voor de beloningscode ligt. Ik heb al aangegeven dat in het algemeen overleg dat woensdag zal worden gehouden over de voorstellen van de commissie-Dijkstal, dit punt aan de orde zal komen. Overigens heb ik nog geen voorstel van de publieke omroep ontvangen over een beloningscode. Men is er kennelijk dus nog mee bezig.

De heer Atsma heeft mij verzocht om een gesprek te voeren met de regionale omroepen. Dat heb ik reeds toegezegd.

Ik neem kennis van zijn standpunt over FunX. Ik ben er positiever over dan hij. Ik heb overigens nog geen onomkeerbare stappen gezet. Wel heb ik toegezegd het gesprek hierover te zullen aangaan.

Dan kom ik te spreken over de motie van de heer Atsma over de bescherming van jeugdigen. Die motie heeft eigenlijk betrekking op het beleidsterrein van mijn collega van Justitie. Ik wil het oordeel over deze motie dan ook graag aan hem overlaten.
De heer Atsma (CDA): Wij hebben het wel over het publieke domein waar iedereen dus in kan komen.
Minister Plasterk: Dat ben ik met u eens, maar als het gaat om de strafbaarheid van het omgaan met gegevens, ligt het primaat bij Justitie. Als u een advies van de regering wilt, moet ik u dus verwijzen naar mijn collega van Justitie.
De heer Atsma (CDA): Dat kan nog wel, want wij stemmen de volgende week.
Minister Plasterk: Dan geleid ik de motie door naar mijn collega van Justitie.
De heer Atsma (CDA): Ik had nog een opmerking gemaakt over de nijpende situatie in Flevoland, mede in relatie tot de calamiteitenpositie.
Minister Plasterk: Maar dat zijn allemaal argumenten waarom u vindt dat het met de regionale omroepen goed geregeld zou moeten worden. Dat zal ik in dat gesprek meenemen.
De heer Atsma (CDA): Maar als u zegt "laat ze maar vallen", zou dat volgens mij ook niet moeten.
Minister Plasterk: Waarvan akte. Ik neem aan dat u nu niet verwacht van mij dat ik een toezegging hierover doe.

De heer Remkes had twee amendementen en twee moties.


De voorzitter: De heer Remkes heeft amendementen aangekondigd, maar nog niet ingediend.

**
Minister Plasterk: Dus hij verwacht van mij geen standpunt daarover?


De heer Remkes (VVD): Ik verwacht van u nu geen standpunt, maar vanzelfsprekend wel voor de stemming.
Minister Plasterk: Die is pas eind december. Ik neig ernaar aanneming van beide amendementen te ontraden. Dat geldt met name het tweede amendement omdat er nog geen alternatief voor is. De heer Remkes wil de programmaraden afschaffen; ik heb al aangegeven dat ik nog zal aangeven hoe wij hiermee omgaan.
De heer Remkes (VVD): Uit een oogpunt van elegantie had ik juist gefocust op 2010, teneinde de minister ook in de gelegenheid te stellen een en ander goed te bezien.
Minister Plasterk: Ja maar er hangt iets raars boven zo'n discussie als je zegt: wij gaan nog bekijken hoe wij dat moeten invullen, maar wij schaffen ze in ieder geval al af.
De voorzitter: Misschien is het goed om de discussie over amendementen te voeren wanneer zij zijn ingediend. Er liggen overigens nog wel twee moties van de heer Remkes.

**
Minister Plasterk: In de eerste motie van de heer Remkes wordt verzocht het Stimuleringsfonds ook open te stellen voor commerciële omroepen. De aanneming van die motie ontraad ik. Sowieso verstrekt het Filmfonds geen geld aan omroepen maar aan producenten, dus ook niet aan de publieke omroep of aan commerciële omroepen. Afgezien daarvan lijkt het mij niet gewenst om de beperkte middelen daarmee te verdunnen, maar dat kan een keuze zijn.

Het oordeel over de tweede motie van de heer Remkes laat ik graag over aan de Kamer. In het dictum wordt de regering verzocht om het budget niet zonder financiële onderbouwing te verhogen. Welnu, al onze budgetvoorstellen worden financieel onderbouwd. Verder wordt voor 2009 een sluitende begroting gevraagd. Ik heb een sluitende begroting gegeven.
De heer Atsma (CDA): Met alle respect, maar dit kan toch niet aan het oordeel van de Kamer worden overgelaten? De heer Remkes zegt immers nogal wat.
Minister Plasterk: Helemaal niet. De heer Remkes verzoekt de regering het budget voor de publieke omroep niet extra te verhogen zonder nadere financiële onderbouwing. Dus dat betekent dat ik die nadere financiële onderbouwing zal leveren als de Kamer deze motie aanneemt.
De heer Atsma (CDA): De minister kent toch de afspraken die zijn gemaakt?
De voorzitter: De minister formuleert zijn antwoord, mijnheer Atsma.

**
Minister Plasterk: Ik laat het oordeel hierover graag aan de Kamer, in de vaste overtuiging dat ik een degelijke financiële onderbouwing zal leveren voordat de intensivering er in 2011 is. Dat geldt ook voor het tweede deel, namelijk dat er voor komend jaar, voor 2009, een sluitende begroting moet worden overgelegd. Dat heb ik al gedaan, dus als de Kamer deze motie aanneemt dan bijt mij dat niet.

Ik heb toegezegd om een brief te sturen over de Wereldomroep. Het lijkt mij het beste om die te sturen na de visitatie, die in het voorjaar plaatsvindt. Dan kunnen wij het ook substantieel daarover hebben.

De aanneming van de motie van de heer Van Dam over de coproducties ontraad ik, omdat deze kwestie wel is meegewogen bij het besluit van de regering.

Het amendement van de heer Van Dam is uiteraard een amendement op de begroting voor het komend jaar. Ik kan het niet anders lezen dan dat op deze wijze een bedrag wordt weggehaald uit de middelen waarover met de publieke omroep afspraken zijn gemaakt. Dan ben ik toch geneigd om te zeggen: pacta sunt servanda, ofwel afspraken dienen nagekomen te worden. Wij hebben hierover een prestatieafspraak gesloten. Dus ik voel mij niet vrij om hierin nu te gaan schuiven, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik heb al toegezegd dat ik dat voor 2011 prima vind.

De motie-Bosma refereert aan een onderwerp waar wij vaak over hebben gepraat. De heer Van der Ham zei al dat het een site betrof waarop felle discussies plaatsvinden. Overigens is in het verleden door de beheerder wel eens ingegrepen wanneer er dingen opkwamen die de grenzen van het toelaatbare overschreden. Sowieso valt het besluit van het Stimuleringsfonds binnen de wettelijke kaders. Dus ik ontraad de aanneming van de motie daarover. Ik meen niet dat van mij wordt verwacht dat ik anders zou oordelen over de tweede motie die is ingediend.


De heer Van Dam (PvdA): Ik heb nog een korte vraag over het amendement. Wij spreken over de begroting van volgend jaar. Wij stemmen daarover pas in december, dus heeft de minister nog alle tijd om met de publieke omroepen te spreken en de Kamer alsnog een brief te sturen met daarin het oordeel over het amendement. Dat geldt misschien ook voor andere amendementen die nog worden ingediend.
Minister Plasterk: De heer Van Dam heeft gelijk. In lijn met wat ik de heer Remkes heb geantwoord, onthoud ik me van een oordeel. Daarvoor is nog ruimte. I stand corrected. Ik behoud mij mijn oordeel over dit amendement voor. Dat biedt de mogelijkheid om daarover nog een gesprek te hebben.

In de motie van de heer Vendrik wordt verzocht, een vervolg op het WRR-rapport naar de publieke omroep te organiseren, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar ledenlegitimatie en het "mandje van criteria", zoals de WRR dat destijds noemde. Omdat er niet in vastligt wat de aard van dat vervolg zou moeten zijn, waarover wij nog met elkaar in gesprek kunnen, ben ik een beetje huiverig om weer een nieuw WRR-rapport over ons heen te trekken. De vorm ervan staat nog open, dus het lijkt mij alleszins verstandig om voortdurend te blijven nadenken over de toekomst van de publieke omroep. Ik ben sowieso al niet geneigd om het anders te doen, maar ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer over. Het kijken naar de ledenlegitimatie speelt altijd een rol en dat geldt ook voor de kwaliteit.


De heer Atsma (CDA): Met alle respect, de wet komt eraan, maar wij spreken nu over hoe wij de volgende concessieperiode gaan regelen. Daarover hebben wij afspraken gemaakt. Ik begrijp het nu zo dat de minister zegt dat dit slaat op de periode daarna. Dat is ongeveer in het volgende decennium of nog later.
Minister Plasterk: Het kan niet slaan op de nieuwe concessieperiode. Dat heb ik ook niet horen zeggen. Ik heb in eerste termijn aangegeven dat wij nu die concessieperiode voor vijf jaar hebben. Die ruimte moeten wij gebruiken om vooruit te kijken naar wat in de toekomst gebeurt. Wij weten hoe lang dit soort trajecten duren. Als de heer Vendrik in een motie vastlegt om dat zo snel mogelijk te doen, vind ik het helemaal niet gek om er volgend jaar een begin mee te maken en een onderzoek in te stellen. Daar komen weer dingen uit waar je op moet reageren en over in gesprek moet gaan. Voor je het weet ben je halverwege de volgende concessieperiode en wordt het inderdaad tijd. Ik ben ook een jaar geleden gestart met wat wij nu gaan doen voor de nieuwe concessieperiode.

De eerste motie van de heer Van der Ham heeft betrekking op het persbeleid. Ik vraag hem om deze motie aan te houden totdat wij hierover met de Kamer hebben gesproken. Ik wil de aanneming van de tweede motie ontraden. Ik heb al toegezegd dat ik de criteria voor 39f-omroepen aan de Kamer zal toesturen, vergezeld van mijn opvatting daarover. In de motie is sprake van heroverwegen en dat vind ik toch iets anders. Met heroverwegen zeg je dat je van plan bent om het anders te gaan doen.

De derde motie, over animatie, is niet nodig, want wij hebben net al bewegingen gemaakt. Ik heb gezegd dat het Stimuleringsfonds betrokken is bij animatieseries en geanimeerde videoclips voor de jeugd. Wij starten met een experimentele regeling van de BKVB en het Stifo waar €500.000 in gaat. Ik weet dat de sector nog meer zou willen, maar dat komt wel vaker voor. Ik ontraad de aanneming van deze motie.
Toezeggingen

De voorzitter: Ik noem zeven toezeggingen waarover de Kamer op een later moment schriftelijk wordt geïnformeerd:

- het voorstel voor de Erkenningenwet wordt begin december bij de Kamer ingediend;

- de Kamer ontvangt rond de jaarwisseling een reactie op de initiatiefnota-Atsma;

- de Kamer wordt geïnformeerd over de criteria voor zendtijdverdeling bij de 39f-omroepen, inclusief een kabinetsreactie;

- begin 2009 wordt de Kamer geïnformeerd over inspraakmodellen voor kabelaanbod, inclusief een reactie op het voorstel van de heer Jasper van Dijk over een programmaraad bij Digitenne;

- begin 2009 ontvangt de Kamer een brief over de bekostiging van de lokale omroep;

- de Kamer wordt na de visitatie van komend voorjaar nader geïnformeerd over de criteria die de Wereldomroep hanteert bij beleidskeuzes;



- de minister zal de Kamer informeren over zijn overleg met de staatssecretaris van Economische Zaken over uitbreiding van de frequentieruimte voor FunX.
De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb in eerste en tweede termijn een vraag gesteld over de uitvoering van de motie-Peters, met name op het punt van een nadere wijziging van de Auteursrechtenwet waar de minister van Justitie toe wordt opgeroepen. Wellicht kan de minister daar nog schriftelijk op reageren?
Minister Plasterk: Ik heb in eerste termijn geantwoord dat hierover een convenant is gesloten tussen de publieke omroep en de organisatie waarvan de afkorting mij nu even is ontschoten. Er volgt nog verder overleg met andere aanbieders daarover. Mij schiet nu ook te binnen dat de minister van Justitie ermee bezig is; hij heeft een wetsvoorstel daarover in voorbereiding.
Sluiting 17.17 uur.
1   2   3   4   5   6   7

  • Atsma
  • Remkes
  • Van der Ham
  • Plasterk
  • Toezeggingen

  • Dovnload 302.82 Kb.