Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De bijbel terugvinden een preek over 2 Koningen 22 en 23 Jeroen Sytsma, 2018 Informatie vooraf

Dovnload 26.28 Kb.

De bijbel terugvinden een preek over 2 Koningen 22 en 23 Jeroen Sytsma, 2018 Informatie vooraf



Datum05.12.2018
Grootte26.28 Kb.

Dovnload 26.28 Kb.

De bijbel terugvinden
een preek over 2 Koningen 22 en 23
© Jeroen Sytsma, 2018
Informatie vooraf:

Koning Josia leefde 630 vC, 350 jaar na David. Hij was koning in Jeruzalem. Hij was een bijzondere koning, bijvoorbeeld doordat hij nog maar 8 jaar was toen hij koning werd. Hij is ook de enige (!) koning die van de schrijver van het boek Koningen geen enkele kritiek krijgt.


Schriftlezing:

2 Kon. 22 en 23

NB: Dat is veel teveel tekst voor tijdens een kerkdienst. Daarom is hieronder, na de preek, een samenvatting te vinden van beide hoofdstukken, geschikt voor gebruik tijdens een kerkdienst.

Lang niet alles uit deze twee hoofdstukken komt in de preek terug.


Suggestie voor de liturgie:

- Psalm 67 als openingslied

- LB 513 (God heeft het eerste woord) na de preek
- Deze preek was er een uit een serie getiteld ‘Wat bezielt je? Als koningen kiezen’ –
NB: Bij deze preek heb ik geen ppt

Heb jij er wel eens van gedroomd? Of is het je misschien zelfs overkomen?

Je ruimt de zolder op, en opeens zie je een oude verstofte kist staan, helemaal achterin.

Hé, wat is dat, wat zou daar inzitten? Voorzichtig maak je de kist open, en …..

Allemaal gouden sieraden van je betovergrootmoeder! En het dagboek van je opa,

toen hij ondergedoken was tijdens de Tweede Wereldoorlog! En helemaal onderin ook nog een stapeltje niet eerder ontdekte tekeningen van Rembrandt èn Van Gogh!

Wat een ontdekking!
Meestal gaat het niet zo natuurlijk. Dan zit er in die doos een enorme voorraad poetslappen, of vakantiedia’s van je schoonmoeder.
Het bijbelverhaal van vandaag vertelt wel over zo’n ongelofelijke ontdekking. Echt bijna niet te geloven.

Bouwlieden zijn de tempel in Jeruzalem aan het restaureren. Ze vinden een oude pot of een oude lap. Kijken er in. Hé, een boekrol. Ze geven de rol aan de hogepriester, die begint te lezen …. Hij weet niet wat hem overkomt. Weet je wat hij terug gevonden heeft? De bijbel!

Het gedeelte van de bijbel dat in die tijd al af was: de wetboeken, de eerste vijf bijbelboeken. Of misschien alleen het boek Deuteronomium, het vijfde bijbelboek, want de wetten uit dat bijbelboek spelen een belangrijke rol in het bijbelboek Koningen.

Lang, heel lang geleden, minstens 500 jaar terug, werden deze wetboeken naast de ark gelegd. En toen, toen verdwenen ze. Niemand weet waar naartoe.

En het is ook best een raar verhaal. Israël doet het dus al 500 honderd jaar zonder de bijbel. Hadden ze dan niet door dat er iets miste? Hoe konden de priesters eigenlijk weten wat men in de tempel moest doen?

En God? Die stuurde de ene na de andere profeet omdat Israël weer afgedwaald was. Maar waarom heeft God een van die profeten niet getipt? Zo van: ‘Kijk eens even in dat achterafhoekje van de tempel onder die laag stof?’ Israël zonder bijbel. Dan is het toch volkomen logisch dat ze vaak geen idee hadden van wie God is en hoe ze hem konden vereren?!


Wat een ontdekking in de tijd van koning Josia. Eindelijk Gods Woord weer in handen.

En let op het effect: het terugvinden van de bijbel leidt tot reformatie, een nieuwe frisse start van geloven en leven. Josia is er zeer druk mee. De bijbel terugvinden bezorgt hem verdriet en vreugde. Verdriet over hoeveel Israël fout heeft gedaan. Vreugde over dat ze eindelijk weer het grootste feest kunnen vieren: Pesach, bevrijdingsfeest.


De bijbel terugvinden, herontdekken. Met verdriet, vreugde en feest tot gevolg.

Zo is het veel vaker gegaan in de geschiedenis. Op de een of andere manier hebben wij een groot talent om de bijbel of delen uit de bijbel onder het stof te laten raken.

Gelukkig helpt God ook om steeds weer terug te vinden:

Augustinus herontdekte de onbegrijpelijke grootheid van God.

Franciscus gaf het evangelie terug aan gewone mensen in hun eigen taal.

Luther blies het stof van Gods genade.

Calvijn zag weer dat het avondmaal geen offer van ons aan God is,

maar een geschenk van God aan ons.

Paus Franciscus gaf de wereldwijde christelijke kerk een nieuwe start

met dat ene woord barmhartigheid.

Gereformeerde christenen in de 21e eeuw herontdekken hun eenheid in Christus

na vele jaren van verdeeldheid.

Ik zelf las de bijbel als actieve perfectionistische intelligente streberige student,

en vond dat ene woord dat mij nog steeds door het leven heen helpt: geborgenheid.

En jij?

Ben je Gods woord wel eens kwijtgeraakt en heb je het teruggevonden? Ben je wel eens overrompeld doordat je iets las, en opeens drong het tot je door? Ben je wel eens heel verdrietig geworden van bijbellezen, omdat God je haarscherp liet zien hoe zondig je hart is, en hoe kapot de wereld?


Het volk Israël moest het zo’n 500 jaar zonder de bijbel doen.

Jij hebt zeer waarschijnlijk een eigen bijbeltje, en zo niet, dan kun je er zo een kopen.

Koester dat! Blijf geloven dat de bijbel een schatkist is waarmee God je rijk wil maken.

En OK, soms doe je de bijbel open en vind je slechts een voorraad poetslappen, ik bedoel: teksten waar je niets mee kunt. De bijbel is naast een levensveranderend boek ook een moeilijk en soms onbegrijpelijk boek. Daarom moet er geblazen worden bij het bijbellezen. Jij blaast het stof van dat boek. En de heilige Geest blaast de woorden van God voor jou tot leven.


Ik wil ook iets zeggen tegen de ongelovige mensen in ons midden,

en tegen de aanstaande ongelovige mensen. Je bent het geloof kwijt, of je bent het aan het kwijtraken. Bij alle moeilijke vragen die je me stelt sta ik vaak met de mond vol tanden. Ik snap niet waarom God de een wel en de ander geen geloof geeft.

Ik heb bewondering voor de oprechte manier waarop je je eigen vragen en gevoelens onder ogen ziet.

En dan kan het moment komen dat je eerlijk moet zijn tegen jezelf en tegen mensen om je heen; en misschien voelt het op een rare manier zelfs als een soort eerlijk zijn tegen God.

Ik geloof niet meer.’

Het levert een stukje bevrijding op, maar vaak ook rouw: je bent je geloof kwijt.

Wat ik speciaal nu tegen je wil zeggen is dit: Doe je bijbel niet weg! Laat op jouw bijbel dan maar een laag stof komen, maar dan heb je in ieder geval een bijbel in de buurt

waar je ooit eens het stof vanaf kunt blazen. Ik wil je vragen de mogelijkheid open te laten dat God ooit wel helder tot je spreekt, en dat hij dan

groter dan je vragen,

dieper dan je gevoelens

en echter dan jijzelf blijkt te zijn.
*
Josia vindt de bijbel terug. Het leidt tot reformatie, een frisse start van geloven en leven. Josia is er zeer druk mee. Wat moet er veel opgeruimd worden dat niet bij God past! Misschien viel het je al op bij de bijbellezing. Als je het tot je door laat dringen is het ronduit schokkend.
Josia gaat alles wat met afgoden te maken heeft opruimen … en er komt geen eind aan!

Heel de tempel, heel Jeruzalem, het hele land, het stond propvol afgoden, het hele leven was er mee dichtgeslibt. Je kon het zo gek niet verzinnen of het werd vereerd: paarden ter ere van de zon bij de ingang van de tempel.

Je kon het zo verdrietig niet bedenken of het werd gedaan: zonen en dochters werden als offer verbrand voor de afgod Moloch.

Heel die afgodendienst schreeuwde je toe: Het moet groot en duur en ingewikkeld, anders luisteren de goden niet. Al die afgoden grijnsden je aan en zeiden: geef geef geef, anders geven wij niet.


En dan de echte God, de God van het leven, de God van Jezus …

En wij, samen in de naam van Jezus. Wij hoeven Goddank niet groot en duur en ingewikkeld te doen voor God.

Heel in het bijzonder merk je dat bij een viering van de Maaltijd van de Heer (het avondmaal). Als we daar zitten als volgelingen van Jezus, dan is er niets wat lijkt op groot, duur en ingewikkeld, niets dat lijkt op indruk willen maken op God. Het allerkostbaarste in de kerk is op zo’n moment een heel eenvoudig stukje brood. En in dat brood, daar zit alles in. De samenvatting van alles wat God voor je wil zijn.
Wij hebben Goddank geen God die voortdurend eist en vraagt en ons opjut. Geen God van geef geef geef.

De God van het leven geeft zelf. Hij gaf Jezus. En Jezus gaf zichzelf.

En Jezus zei niet geef, maar ‘neem’.

‘Neem, eet en drink’, ik geef mijn leven voor jou. Ik heb jou eerst lief gehad. En elke dag opnieuw ben ik de eerste die jou liefheeft.


Amen

2 Koningen 22 en 23 (selectie)
Josia was acht jaar oud toen hij koning werd. Eenendertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.

Hij deed wat goed is in de ogen van de HEER.

In het achttiende jaar van zijn regering stuurde koning Josia zijn hofschrijver Safan naar de tempel van de HEER. De hogepriester Chilkia zei tegen hofschrijver Safan: ‘Ik heb hier in de tempel van de HEER een boekrol gevonden met de tekst van de wet.’
Safan nam het boek in ontvangst en las het. Daarop ging hij terug naar de koning en begon de koning voor te lezen. Bij het horen van de tekst van het wetboek scheurde de koning zijn kleren.

Hij beval zijn priesters en dienaren:

‘Ga ter wille van mij en heel het volk van Juda de HEER raadplegen over de inhoud van de boekrol die we gevonden hebben, want het kan niet anders of de HEER is in hevige woede ontstoken omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan wat er in dit boek staat.’
Zij gingen naar de profetes Chulda. Zij zei:

“Dit zegt de HEER: Ik zal onheil brengen over deze stad en haar bewoners, precies zoals beschreven staat in het boek dat de koning van Juda heeft gelezen. Dat doe ik omdat zij zich van mij hebben afgekeerd, offers hebben ontstoken voor andere goden en mij hebben getergd met de beelden die ze gemaakt hebben.”

En tegen de koning van Juda persoonlijk moeten jullie zeggen: “Dit zegt de HEER: Jij hebt je hart opengesteld voor de woorden die je hebt gehoord en gehuild. Jij zult niet met eigen ogen hoeven aan te zien hoe ik onheil breng over deze stad.”’
De koning ontbood de oudsten van Juda en Jeruzalem.

Met de hele bevolking begaf hij zich naar de tempel van de HEER. Daar las hij hun de hele tekst voor van het verbondsboek dat in de tempel was gevonden.

Staande op het podium bekrachtigde hij ten overstaan van de HEER het verbond. Heel het volk sloot zich hierbij aan.
Vervolgens beval de koning dat de hogepriester Chilkia met zijn plaatsvervangers alle voorwerpen uit de tempel van de HEER moesten halen die voor Baäl, Asjera en de hemellichamen waren gemaakt. Deze voorwerpen verbrandde hij buiten de stad, op het braakliggende terrein bij de Kidron.

Hij ontsloeg de afgodspriesters en stuurde de priesters weg die offers ontstaken voor Baäl en voor de zon, de maan en de sterren.

Hij liet de Asjerapaal uit de tempel van de HEER verwijderen.

Hij liet de vertrekken afbreken waar mannen tempelprostitutie bedreven.

Verder liet Josia de offerplaats Tofet in het Hinnomdal ontwijden, zodat niemand er meer zijn zoon of dochter als offer voor Moloch kon verbranden.
Terug in Jeruzalem beval de koning het volk: ‘Vier Pesach ter ere van de HEER, uw God, zoals het hier in het boek van het verbond beschreven staat.’

Sinds de tijd dat de rechters Israël bestuurden was Pesach namelijk niet meer op die manier gevierd, ook niet in de tijd van de koningen van Israël en Juda.


Ook zuiverde Josia het land van geestenbezweerders, waarzeggers, huisgoden, afgoden, kortom, van alle verfoeilijke praktijken die in Juda en Jeruzalem voorkwamen.
Met hart en ziel en met inzet van al zijn krachten trachtte hij de wetten van Mozes strikt na te leven en terug te keren tot de HEER, zoals geen van zijn voorgangers of opvolgers ooit gedaan heeft.
Toch liet de HEER zijn toorn tegen Juda, waarin hij was ontbrand doordat Manasse hem tot het uiterste had getergd, niet varen. Hij zei: ‘Zoals ik Israël verstoten heb, zo zal ik ook Juda verstoten. En Jeruzalem, de stad die ik had uitverkozen, zal ik verwerpen, evenals de tempel waarvan ik heb gezegd dat daar mijn naam zou wonen.’


  • Schriftlezing
  • Suggestie voor de liturgie
  • 2 Koningen 22 en 23 (selectie)

  • Dovnload 26.28 Kb.