Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De captivitate ecclesiae. Praeludium Martini Lutheri

Dovnload 0.67 Mb.

De captivitate ecclesiae. Praeludium Martini Lutheri



Pagina9/22
Datum12.03.2017
Grootte0.67 Mb.

Dovnload 0.67 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   22

Conclusie


Met deze woorden moge ik dan nu over deze vier sacramenten genoeg hebben gezegd. Ik weet hoezeer het onwelgevallig zal zijn hùn, die menen dat zij het getal en het gebruik van de sacramenten moeten zoeken aan de weet te komen niet uit de Heilige Schriften, maar uit [de beginselen van] de Roomse Stoel. Alsof die Roomse Stoel deze sacramenten had gegeven en ze niet veelmeer had ontvangen van de Universiteiten, aan welke hij ontegenzeggelijk alles dankt wat hij bezit. Want de pauselijke tirannie zou nooit een zo machtig en omvangrijk bestand hebben gekregen, indien zij niet zó veel van de universiteiten had ontvangen; omdat er onder de beroemde bisdommen nauwelijks één ander is geweest, dat zó weinig geleerde mannen onder zijn bisschoppen heeft geteld. Alléén door geweld, list en bijgeloof heeft het Roomse Episcopaat tot heden toe de overhand op de andere verkregen. Zij immers die vóór duizend jaren dóór op de Bisschoppelijke Stoel hebben gezeteld, staan ván hen die in die tussentijd machtig zijn geworden, op een dèrgelijke afstand, dat men zich wel genoodzaakt ziet om tegen die of tegen deze Roomse Pausen positie te kiezen. Er zijn bovendien nog verschillende andere zaken, van welke het schijnt dat men ze onder “de sacramenten” kan meetellen. Nl. alle die, aan welke een goddelijke belofte verbonden is. Als de zodanige noem ik: het Gebed, het Woord, het Kruis. Immers Christus heeft hun die bidden op vele plaatsen verhoring toegezegd, met name in Luk. 11: 5 vv., waar Hij in vele gelijkenissen ons er toe nodigt om toch gedurig te bidden. En wat het Woord betreft zegt Hij: “Zalig zijn zij die het Woord Gods horen en het bewaren”. En wie zou zonder iets te vergeten kunnen opsommen, hoe dikwijls Hij bekommerden, lijdenden, verootmoedigden hulp en heerlijkheid toezegt? Ja, wie zou àl de beloften van God kunnen opnoemen? Daar immers de gehele Heilige Schrift zich dit ten doel stelt, dat zij ons maar tot het geloven oproept, hier met geboden en dreigingen ons er toe dringend, dáár met beloften en vertroostingen ons nodigend. Daar immers al wat geschreven is òf geboden òf beloften zijn, vernederen de geboden de hovaardigen die door hun eisen en verhogen de beloften de zich verootmoedigenden door haar toezegging van vergeving.

Toch komt het mij voor dat in eigenlijke zin “sacramenten” genoemd moeten worden: de beloften die verbonden worden aan en met tekenen. De overige, omdat er niet tekenen aan verbonden zijn, zijn alléén “beloften”. Vandaar dat, indien we ons nu zeer nauwkeurig willen uitdrukken, er eigenlijk in de kerk maar twee sacramenten van God zijn: de Doop en het brood (het Avondmaal), omdat we alléén bij deze èn het van Godswege ingestelde teken èn de belofte van vergeving van zonden opmerken. Immers het sacrament van de boete, dat ik bij deze twee gevoegd heb, mist het zichtbare en van Godswege ingestelde teken, en daarom heb ik gezegd dat het niets anders is dan de weg en de terugkeer tot de doop. Maar ook de Scholastici kunnen niet zeggen dat hun nauwkeurige omschrijving van wat een sacrament is past op het “sacrament” van de boete, omdat ook zijzelf aan het sacrament een zichtbaar teken toeschrijven, dat “vorm” wil geven aan de betekenis en bedoeling van de zaak, die het op onzichtbare wijze uitwerkt. Maar de boete of absolutie (schuldvergeving) heeft een dergelijk teken niet; zodat zij zelf gedwongen worden door hun eigen omschrijving ervan, òf te loochenen dat de boete een sacrament is en dus het getal van hun sacramenten met één te verminderen, òf een andere omschrijving te geven van “een sacrament”.

Van de doop evenwel, die wij van betekenis voor het gehele leven verklaren, kunnen we met recht verklaren dat hij genoegzame inhoud heeft voor alle sacramenten samen, die ons in 't leven nodig zijn. Het avondmaal echter is in waarheid een sacrament voor stervenden, voor hen die uit dit leven heengaan, aangezien we immers daarbij het heengaan van Christus uit deze wereld gedenken. Zo kunnen we Hem navolgen en deze twee sacramenten zó [over ons leven] verdelen, dat de doop wordt toegewezen aan de aanvang en verder aan de gehele loop van het leven, het avondmaal aan het einde en aan de dood. Maar het is gewenst dat een christen door beide gesterkt wordt in zijn arme lichaam, tot hij, volkomen gedoopt en voorzien van krachten, uit deze wereld scheide en herboren wordt in een nieuw, eeuwig leven, om met Christus te eten in het Koninkrijk van Zijn Vader, zoals Hij bij de instelling van het avondmaal beloofd heeft, toen Hij zei: “voorwaar zeg Ik u: ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders”; opdat duidelijk zou blijken dat Hij het sacrament van het avondmaal heeft ingesteld tot het ontvangen van het toekomende leven. Immers dan als het doel van beide sacramenten tot vervulling zal zijn gebracht, zullen doop en avondmaal ophouden te bestaan.

En hier wil ik dan nu een einde maken aan deze Inleiding, die ik alle vrome christenen, die begerig zijn een recht inzicht in de Heilige Schrift te ontvangen en van het rechte gebruik van de sacramenten het juiste verstand te hebben, gaarne en met vreugde aanbied. Want het is een geschenk van niet weinig betekenis, te weten de dingen die ons geschonken zijn, zoals het gezegd wordt in 1 Cor. 2: 12: “Opdat wij zouden weten wat ons door God in genade geschonken is”, en op welke wijze wij het ons gegevene moeten gebruiken. Immers indien ons zulk een inzicht, dat de Geest ons schenkt, is toebedeeld, zullen we ons niet op bedrieglijke wijze toevertrouwen aan de dingen, die zij anders voorstellen. Deze twee zaken, die onze theologen ons nergens hebben gegeven maar wel met alle kracht die in hen was verduisterd hebben, heb ook ik wel niet gegeven, maar wel stellig niet verdonkerd; en anderen heb ik de gelegenheid verschaft er zich betere voorstellingen van te maken. In elk geval heb ik gepóógd, om van beide een juiste verklaring te geven. Evenwel: niet allen kunnen alles. De goddelozen echter en die in plaats van de goddelijke zaken ons de hunne met een hardnekkige tirannie opdringen, werp ik dat wat ik schreef gelovig en vrij tegen; en dan geef ik niets om hun domme woede, ofschoon ik ook hun zelf een gezond verstand toewens en hun ijver niet veracht; alleen echter wil ik onderscheid maken tussen hen en de wettige en ware christenen. Immers ik verneem een gerucht dat opnieuw bullen tegen mij zijn gereedgemaakt en pauselijke verwensingen, door welke drang op mij zal worden uitgeoefend dat ik zal herroepen, òf ik zal voor een ketter worden verklaard. Bevatten deze geruchten waarheid, dan wil ik dat dit boekje van mij zal worden beschouwd als een deel van die “herroeping”, die zij voor de toekomst van mij wensen, opdat zij er zich niet over beklagen dat hun tirannie vruchteloos is ontvlamd; het andere deel zal ik dan binnenkort in het licht geven, met Christus' hulp; in dier voege, als tot heden de roomse Stoel nog niet van mij heeft aanschouwd of gehoord, om daarmede dan mijn gehoorzaamheid overvloedig te betonen! In de Naam van onze Heere Jezus Christus, Amen.

Goddeloze vijand, Herodes, Wat vreest gij, dat Christus geboren is? Hij grijpt de sterfelijke dingen niet aan, Hij, die met hemelse rijken begiftigt.

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   22


Dovnload 0.67 Mb.