Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De Digitale Overheid en de wet

Dovnload 0.59 Mb.

De Digitale Overheid en de wet



Pagina10/13
Datum05.12.2018
Grootte0.59 Mb.

Dovnload 0.59 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

4.5.6 Samenvatting en conclusies

De belangrijkste conclusie die uit de hier besproken casus kan worden getrokken is dat het voor de dagelijkse werkzaamheden in zowel de fase van het creëren als de fase van het bewaren van elektronische gegevens en documenten lastig is om de diverse consequenties van de toepasselijke wettelijke regels helder te krijgen dan wel om te zetten in concrete c.q. adequate handelingen.



4.6 Kadaster: Digitaliseren Openbare registers

4.6.1 Positie in analysekader

De gevalstudie waarbij het digitaliseren van Openbare Registers door het Kadaster onder de loupe wordt genomen kan in het analysekader dat in dit onderzoek wordt gehanteerd, worden gepositioneerd als een instantie waarbij elektronische documenten met behulp van geautomatiseerde hulpmiddelen worden opgeslagen en verzonden. De juridische hoofdonderwerpen die op basis van het analysekader bij deze gegevensverwerkingsfuncties in het bijzonder relevant worden bevonden, betreffen: bewaarplichten, openbaarheid, privacy, beveiliging en intellectuele eigendom. De situatieschets die eerstvolgend gegeven wordt, geeft aan hoe deze en andere juridische onderwerpen in de context van de geautomatiseerde gegevensverwerking bij het Kadaster begrepen moeten worden.



4.6.2 Situatieschets

Het Kadaster verzamelt, beheert en distribueert vastgoedinformatie. Het doel daarbij is het bevorderen van de rechtszekerheid bij het maatschappelijk verkeer in vastgoed. De vastgoedinformatie wordt bijgehouden in openbare registers, de kadastrale registratie en de registraties voor schepen en luchtvaartuigen. De inhoud van deze registraties wordt omschreven in de Kadasterwet. Voor deze studie is met name het onderscheid van belang tussen de openbare registers waarin feiten die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn worden bijgehouden (Kadw artt. 3 en 8) en de kadastrale registratie waarin kadastrale kaarten worden geregistreerd waarbij onder andere de rechtstoestand van onroerende zaken en persoonsgegevens van de eigenaar of rechthebbenden van deze onroerende zaken worden bijgehouden. (Kadw artt. 3 en 48).

De belangrijkste relaties van het Kadaster voor het aanleveren van gegevens en het afnemen van informatie zijn overheidsinstanties en notarissen. Uit hoofde van de openbaarheidsfunctie verleent het Kadaster daarnaast inzage in zijn vastgoedregistraties en verstrekt daaruit gegevens aan burgers en commerciële afnemers zoals banken, verzekeraars en projectontwikkelaars.
Met name voor het aanleveren en afnemen van gegevens voor de openbare registers wordt tot dusver nog veel gebruik gemaakt van papieren documenten en handmatige procedures. De kadastrale registratie wordt al wel in elektronische vorm vastgelegd en is voor professionele klanten van het Kadaster te raadplegen via het Kadasternetwerk. Bij de openbare registers worden papieren documenten na één jaar overgezet op microfilm.
Bij het Kadaster is momenteel een project gaande voor verdergaande toepassing van informatie- en communicatietechnologie om de informatievoorziening van het Kadaster doelmatiger te maken. Er is een wetswijziging in voorbereiding van - onder meer - de Kadasterwet die deze verdergaande toepassing van informatie- en communicatietechnologie mogelijk moet maken.74 In oktober 1999 zijn enkele pilot projecten gestart in samenwerking met het notariaat waarbij officiële akten in elektronische vorm worden aangeleverd. Dit moet voor het einde van het jaar 2000 leiden tot een volledig geautomatiseerd systeem voor de aanbieding van stukken ter inschrijving in de openbare registers, het houden van die registers en het verstrekken van inlichtingen daaruit.
De belangrijkste doelen die met deze verdergaande toepassing van informatie- en communicatietechnologie worden beoogd zijn:


  • het verbeteren van de communicatie- en verwerkingssnelheid door de vervanging van traditioneel postverkeer door elektronische communicatie,

  • het vergroten van efficiency door het automatiseren van handmatige procedures,

  • het verbeteren van dienstverlening door betere toegang tot de openbare registers en

  • het beter verzorgen van de rechtszekerheid bij het maatschappelijk verkeer in vastgoed door juiste en toegankelijke registratie van vastgoedgegevens.

4.6.3 Archivering en duurzaamheid

Op de registraties die door het Kadaster worden bijgehouden, is de Archiefwet van toepassing (zie artt. 1 tot en met 3 Archiefwet). In de Archiefwet worden ten aanzien van de archivering en de duurzaamheid van archiefbescheiden belangrijke taken opgelegd aan de formele functie van ‘zorgdrager’. Deze functie wordt ten aanzien van de door het Kadaster bijgehouden registraties, vervuld door de Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Kadaster. De zorgdrager is onder meer verantwoordelijk voor het opstellen van selectielijsten waarin wordt aangegeven welke documenten voor vernietiging in aanmerking komen, het vervangen van originele archiefbescheiden door reproducties en het overbrengen van archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen naar archiefbewaarplaatsen. In de Kadasterwet worden ten aanzien van de archivering en de duurzaamheid van archiefbescheiden verder taken opgelegd aan de formele functie van ‘bewaarder’. Bij elk kantoor van het Kadaster is een bewaarder benoemd die verantwoordelijk is voor het beheer en het bijwerken van de openbare registers (art. 6 en 7 Kadw).75 Onder het bijwerken wordt mede verstaan het doorhalen (ofwel verwijderen) van gegevens uit het register. In de wet is geregeld welke gegevens zodoende uit het register worden verwijderd (art. 8 lid 3, Kadw). De selectielijsten die binnen het Kadaster worden gehanteerd betreffen daarom met name de kadastrale registratie.


In de plannen voor de verdergaande toepassing van informatie- en communicatietechnologie wordt het mogelijk gemaakt het gehele traject van aanlevering, registratie, beheer en verstrekking van gegevens van de openbare registers elektronisch te laten verlopen. Om in deze geautomatiseerde situatie aan de verplichte bewaartermijnen te kunnen voldoen zal voor de registratie gebruik worden gemaakt van een systeem van microfilms. Voor duurzaamheid van deze archiefbescheiden is het tevens van belang dat de gebruikte bestandsformaten en computerapparatuur de toegang tot deze bescheiden duurzaam mogelijk maken. In het wetsvoorstel voor wijziging van de Kadasterwet zijn voorschriften opgenomen over de te gebruiken bestandsformaten, communicatiemiddelen, applicatieprogrammatuur en computerapparatuur zowel voor het Kadaster als voor de relaties van het Kadaster die aan de geautomatiseerde verwerking van gegevens meewerken (zoals overheidsinstellingen en notarissen). Deze voorschriften voor het Kadaster worden opgenomen in artikel 3c van de nieuwe Kadasterwet. De standaarden die hierbij worden voorgeschreven worden in een bijlage bij de wet opgenomen.

4.6.4 Openbaarheid

Over de openbaarheid van de openbare registers en de kadastrale registratie zegt de Kadasterwet dat ‘desverlangd’ inzage wordt verleend en gegevens worden verstrekt (art. 99 en 102 Kadw). De wet spreekt niet over de afnemers van de informatie noch over het doel waarvoor zij de informatie gebruiken. Dit betekent dat de in de wet genoemde gegevens aan eenieder die daarom vraagt, moeten worden verstrekt. Deze informatie wordt nu al voor een groot gedeelte verstrekt in elektronische vorm. Veel professionele klanten van het Kadaster, zoals notarissen, makelaars en banken, hebben een aansluiting op het Kadasternetwerk, een volledig geautomatiseerd informatiesysteem voor vastgoedgegevens. Via dit netwerk kan de klant gegevens opvragen over de zakelijke rechtstoestand van elke onroerende zaak in Nederland.

Bij het verstrekken van gegevens uit de openbare registers en de kadastrale registratie wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van verstrekken.


  • Afschriften/uittreksels. Hierbij worden gegevens uit de registraties verstrekt typisch behorende bij één vastgoed object. Deze gegevens worden ingevolge de Kadasterwet verstrekt aan eenieder die daarom vraagt.

  • Selecties. Onder selecties worden gegevens verstaan die op grond van bepaalde kenmerken aan de registratie zijn ontleend en vervolgens samengevoegd, waardoor een nieuw soort informatie ontstaat. De Kadasterwet zegt niets over de verstrekking van selecties. Met verder gaand gebruik van informatie- en communicatietechnologie wordt het veel gemakkelijker om selecties te maken. Omdat selecties van gegevens uit persoonsregistratie bedreigender zijn voor de persoonlijke levenssfeer wordt met de verstrekking hiervan terughoudend omgesprongen. Zie verder onder 3.6.5 Privacy.

  • Deelverzamelingen. Een deelverzameling is een verzameling van gegevens (per gebied) waaruit sommige gegevenssoorten integraal zijn weggelaten. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld lijsten van namen, adressen en koopsommen per gebied worden gemaakt. Ook dit soort van gegevensverstrekking kan de persoonlijke levenssfeer bedreigen. Zie verder onder 3.6.5 Privacy.

  • Massale output. Onder massale output wordt een verzameling van alle kadastrale gegevens in een bepaald gebied verstaan. Deze vorm van verstrekking is in overeenstemming met de Kadasterwet.

4.6.5 Privacy

Openbare registers en de kadastrale registratie bevatten persoonsgegevens. Niet alleen namen en adresgegevens maar ook gegevens over rechten en plichten van personen ten aanzien van vastgoed objecten zoals vermogensomvang en hypotheken. Wanneer deze registraties met geautomatiseerde hulpmiddelen worden bijgehouden en toegankelijk worden gemaakt, zijn er vergaande mogelijkheden om persoonsgegevens te selecteren en te combineren op een manier die bedreigend kan zijn voor de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden. Op het moment wordt de persoonlijke levenssfeer van personen wier gegevens in een geautomatiseerde registratie zijn opgenomen, beschermd door de Wpr. De Openbare registers vormen een persoonsregistratie in de zin van de Wpr (art.  1, een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende persoonsgegevens, die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens systematisch is aangelegd) en de gegevens die daarin zijn opgeslagen zijn persoonsgegevens in de zin van de Wpr (art. 1, gegevens die herleidbaar zijn tot een individuele natuurlijke persoon). De Wet persoonsregistraties is echter niet van toepassing op registers als de openbare registers en de registraties van het Kadaster (ingevolge art. 2, lid 2 Wpr). Inhoud en gebruik daarvan zijn geregeld in de Kadasterwet. Als echter gegevens uit de kadastrale registraties worden gebruikt voor andere doelen dan in de Kadasterwet staan genoemd, zou dit getoetst kunnen worden aan de Wet persoonsregistraties.

De Kadasterwet noemt rechtszekerheid een doelstelling van de openbare registers van het Kadaster maar laat ook ruimte voor andere doeleinden. Denk hierbij aan bestuurlijke doeleinden, bijvoorbeeld voor gebruik en beheer van onroerende zaken, voor fiscale zaken en dergelijke. Ook kunnen aan het Kadaster nieuwe taken opdragen worden waarmee het doel van de registratie kan worden verruimd. Deze taken moeten dan wel in een wet worden vastgelegd.

Selecties en deelverzamelingen die persoonsgegevens bevatten worden zodoende niet aan particulieren verstrekt maar alleen aan overheidsinstanties die deze gegevens voor de uitoefening van hun wettelijk vastgelegde publieke taak mogen gebruiken. Namen en adressen van alle nieuwe huiseigenaren in een bepaald gebied (bijvoorbeeld ten behoeve van een mailing van een hypotheekbank, verhuisbedrijf of hoveniersbedrijf) vormen een deelverzameling met persoonsgegevens en deze wordt dus niet verstrekt.

Er zijn echter vormen van verstrekking die binnen de doelomschrijving van de registraties door het Kadaster vallen maar die bij verdergaande toepassing informatietechnologie de levenssfeer van geregistreerden kunnen bedreigen. Massale output wordt zowel aan overheidsinstanties als aan particuliere aanvragers verstrekt. Wanneer deze gegevens in elektronische vorm worden verstrekt, kunnen afnemers vervolgens zelf door middel van geautomatiseerde bewerkingen selecties en deelverzamelingen produceren. Een andere bedreiging van de persoonlijke levenssfeer vormt de verstrekking van gedepersonaliseerde selecties en deelverzamelingen per positie-postcode-gebied (ppc-gebied). Op dit moment wordt dit soort vastgoedinformatie geleverd door Kadata, een commercieel onderdeel van het Kadaster. Hiermee worden weliswaar geen persoonsgegevens verstrekt maar het wordt wel mogelijk gemaakt om op basis van gemeenschappelijke karakteristieken gericht groepen van personen te benaderen. Het is de vraag of deze gegevens niet ook raken aan de persoonlijke levenssfeer van geregistreerden.

Medio 2000 wordt de Wpr vervangen door een nieuwe wet, de Wet bescherming persoonsgegevens (zie hoofdstuk 3). Een belangrijk verschil met de huidige wetgeving is dat de algemene uitzondering voor openbare registers komt te vervallen. In plaats daarvan bevat de voorgestelde nieuwe wet per artikel uitzonderingen voor deze registraties. De Wbp betekent voor de registraties van het Kadaster een strenger regime dan de huidige Wpr. Het Kadaster overlegt momenteel met de minister over de omgang met bepaalde privacygevoelige gegevens. Op basis daarvan zal het Kadaster zelf komen met een voorstel voor een AMvB. Het Kadaster zal naar verwachting proberen om daarbij de behandeling van de besproken categorieën volgens de bestaande praktijk te handhaven. Ons inziens past in het licht van de Wbp, met name bij de verstrekking van massale output in elektronische vorm en bij de verstrekking van selecties en deelverzamelingen per ppc-gebied, om de hierboven genoemde redenen een grotere terughoudendheid.



4.6.6 Beveiliging

Bij de overgang van papier gebaseerde archieven en handmatige procedures naar elektronische archieven en geautomatiseerde verwerking moeten ook aangepaste beveiligingsmaatregelen worden genomen. In registraties die worden gehouden met geautomatiseerde systemen moeten gegevens met name worden beveiligd tegen verlies, aantasting en onbevoegde wijziging, kennisneming of verstrekking. Deze beveiligingseisen gelden zo mogelijk nog zwaarder voor elektronische gegevensuitwisseling zoals het Kadaster dat wil gaan toepassen bij het aanleveren en verstrekken van vastgoedgegevens.

In het ontwerp voor wijziging van de Kadasterwet die de verdergaande toepassing van informatie- en communicatietechnologie mogelijk moet maken, wordt expliciet rekening gehouden met deze beveiligingsaspecten. In het voorstel wordt in de Kadasterwet een nieuw artikel 3c ingevoegd waarin aan het bestuur van het Kadaster wordt opgedragen passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de geautomatiseerde systemen en de gegevens die daarmee worden geregistreerd en verwerkt, te beveiligen. In een bijlage bij de wet zullen specifieke voorschriften worden opgenomen over de te gebruiken bestandsformaten, communicatie middelen, applicatieprogrammatuur en computerapparatuur zowel voor het Kadaster als voor de relaties van het Kadaster die aan de geautomatiseerde verwerking van gegevens meewerken (zoals overheidsinstellingen en notarissen). De voorschriften voor relaties van het Kadaster worden vastgelegd als voorwaarden in een vergunningenstelsel. Aan relaties van het Kadaster wordt een vergunning verleend om elektronisch met het Kadaster te communiceren waarbij in de vergunningsvoorwaarden de conformiteit aan organisatorische en technische standaarden wordt vastgelegd.

4.6.7 Intellectuele eigendom

Het Kadaster behoudt zich het intellectuele eigendom op de kadastrale registratie voor. Hiermee maakt het Kadaster gebruik van de mogelijkheid die door art. 15b van de Auteurswet geboden wordt om zich het recht op exploitatie van overheidsdocumenten voor te behouden. Dit voorbehoud kan eveneens gelden voor het sui generis recht op databanken ingevolge art. 8 van de Databankenwet (zie hoofdstuk 3).



4.6.8 Vragen en problemen

Op de vraag naar juridische problemen en onduidelijkheden bij het voorgenomen geautomatiseerde systeem wees men bij het Kadaster op het probleem van elektronische handtekeningen. Bij het aanleveren van officiële akten in elektronische vorm door notarissen zal in het voorgenomen systeem gebruik worden gemaakt van elektronische handtekeningen. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van een systeem van asymmetrische encryptie met een publieke sleutel. Daarbij is Diginotar aangezocht om als Trusted Third Party (TTP) op te treden en om certificaten voor het elektronische berichtenverkeer af te geven. Naast de controle op de correcte verzending van documenten heeft de elektronische handtekening voor het Kadaster echter voornamelijk als doel om personen die officiële akten willen raadplegen, in staat te stellen om de authenticiteit van de documenten te kunnen vaststellen. Het is daarvoor vereist dat het certificaat in ieder geval zo lang bewaard blijft als de geldigheid van de rechten die uit de officiële akten voortvloeien. Er is momenteel geen TTP dienst die certificaten zo lang wil bewaren.



4.6.9 Samenvatting en conclusies

Door toepassingen van informatietechnologie is het mogelijk om de communicatie- en verwerkingssnelheid bij de registratie van officiële akten te vergroten door de vervanging van traditioneel postverkeer door elektronische communicatie en door het automatiseren van handmatige procedures. Omdat de Kadasterwet, onder het regime waarvan de kadastrale registratie en het openbare register mede worden bijgehouden, procedures zijn voorgeschreven die zijn toegesneden op papieren documenten vereist de voorgenomen automatiseringsslag een aanpassing van deze regeling. De het geautomatiseerde systeem voor de elektronische aanlevering en registratie van officiële akten en de daarvoor benodigde wijziging van de Kadasterwet worden parallel en in onderlinge afstemming ontwikkeld. De algemene technische voorwaarden zoals “een adequaat niveau van beveiliging” worden daarbij in de wettelijke regeling vastgelegd en in een bijlage bij de wet zullen specifieke voorschriften worden opgenomen over de te gebruiken bestandsformaten, communicatie middelen, applicatieprogrammatuur en computerapparatuur.

Door de vervanging van de Wpr door de nieuwe Wet bescherming persoonsgegevens zal de algemene uitzondering voor openbare registers komen te vervallen. Het Kadaster overlegt ten tijde van dit onderzoek met de minister over een AMvB waarin de omgang met bepaalde privacygevoelige gegevens door het Kadaster wordt geregeld. In het licht van de Wbp past ons inziens een grotere terughoudendheid bij de verstrekking van zogenaamde massale output in elektronische vorm en bij de verstrekking van selecties en deelverzamelingen per ppc-gebied.

Bij de elektronische aanlevering van officiële akten wil het Kadaster gebruik maken van elektronische handtekeningen. Omdat elektronische handtekeningen, die met name bedoeld zijn om de correcte verzending van elektronische documenten te controleren, een andere functie hebben dan de traditionele handtekening van de notaris onder officiële akten, die bedoeld is om de authenticiteit van de documenten te kunnen vaststellen, ontstaat een probleem met de elektronische handtekeningen die kunnen worden geleverd door bestaande TTP diensten. Voor het Kadaster is van belang dat het certificaat in ieder geval zo lang bewaard blijft als de geldigheid van de rechten die uit de officiële akten voortvloeien. Bestaande TTP diensten zijn echter nog niet bereid om certificaten zo lang te bewaren.



4.7 Belastingdienst Apeldoorn: Elektronische belastingaangifte

4.7.1 Positie in analysekader

Vanuit het bij deze studie gehanteerde analysekader betreft deze gevalstudie bij de Belastingsdienst een instantie waarbij elektronische gegevens opgeslagen, bewerkt en verzonden worden. De juridische hoofdonderwerpen die in relatie tot deze gegevensverwerkingsfuncties hierna aan de orde komen betreffen bewaarplichten, bescherming van persoonsgegevens en gegevensbeveiliging. Voordat deze juridische onderwerpen aan de orde komen wordt eerst een situatieschets gegeven van de manier waarop bij de Belastingdienst met elektronische belastingaangiften wordt omgegaan.



4.7.2 Situatieschets

De Belastingdienst is onderdeel van het Ministerie van Financiën. Aan de Belastingdienst is de uitvoering van een groot aantal belastingwetten opgedragen. Daarbij gaat het om heffing en inning van belastingen, controle van administraties en opsporing van fraude.


De Belastingdienst en het BAC

De dienstverlening van de Belastingdienst is toegespitst op verschillende doelgroepen zoals particulieren, kleine en middelgrote ondernemingen en grote ondernemingen. De doelgroepdirecties zijn verantwoordelijk voor alle diensten voor een bepaalde doelgroep. De bijna vijf miljoen particuliere belastingplichtigen vormen de grootste klantengroep van de Belastingdienst. De doelgroepdirecties worden ondersteund door verschillende facilitaire organisaties.

Voor de uitvoering van de complexe belastingwetgeving maakt de Belastingdienst al jaren intensief gebruik van informatietechnologie. De facilitaire organisatie die de doelgroepdirecties bedient met de benodigde automatiseringsdiensten is het Belastingdienst Automatiseringscentrum (BAC). Het BAC is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het dagelijks beheer van de technische infrastructuur (alle hard‑ en softwarecomponenten) van de Belastingdienst. Zo levert het BAC ook de geautomatiseerde systemen en de daarbij behorende ondersteuning rond de Belastingdiskette waarmee het sinds 1996 voor particulieren mogelijk is om elektronisch belastingaangifte te doen. De voornaamste doelstellingen met de elektronische belastingaangifte zijn: vermindering van de administratieve lasten en verbetering van dienstverlening aan de burger. De verbetering van de dienstverlening wordt voornamelijk gerealiseerd door de verbeterde gebruiksvriendelijkheid van het aangifte-systeem en de snelheid waarmee de aangifte vervolgens kan worden behandeld.
Regeling van de elektronische aangifte

Omdat de wijze waarop de belastingaangifte wordt gedaan, is vastgelegd in belastingwetgeving, was het nodig om een aantal wijzigingen aan te brengen in de Algemene Wet inzake rijksbelastingen en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen om de elektronische belastingaangifte mogelijk te maken.76 Deze wijzigingen bestaan eruit dat, naast de bestaande aangifte via het papieren aangiftebiljet, de mogelijkheid wordt geboden om elektronisch aangifte te doen. De uitvoeringsregelingen bevatten richtlijnen voor de apparatuur en de programmatuur die voor het doen van elektronische aangifte kan worden gebruikt. Daarbij wordt het mogelijk gemaakt om de programmatuur te gebruiken die wordt verstrekt door de Belastingdienst of die door derden verstrekt wordt indien deze programmatuur door de Belastingdienst voor dat doel is goedgekeurd.

Nu er tal van mogelijkheden worden geboden om op elektronische wijze aangifte te doen, waarbij ook software kan worden gebruikt die niet door de Belastingdienst is verstrekt, is het niet goed mogelijk al deze software en gegevensdragers als bijlagen bij de betreffende regelingen vast te stellen. Er is daarom voor gekozen om een koppeling te leggen tussen de gegevens die op het klassieke aangiftebiljet moeten worden ingevuld en de gegevens die via een diskette of andere gegevensdrager, dan wel via datatransmissie moeten worden aangeleverd. Welke gegevens moeten worden aangeleverd kan nu direct worden afgeleid uit de gepubliceerde aangiftebiljetten, waardoor het niet langer nodig is de gegevensdragers en de programmatuur voor het doen van elektronische aangifte vast te stellen als bijlage bij de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.
Werking van de elektronische aangifte

Het elektronische aangifteprogramma van de Belastingdienst wordt bij of in plaats van het belastingaangiftebiljet aan belastingplichtigen verstrekt. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het aangifteprogramma via het Internet te downloaden. Het aangifteprogramma biedt een aantal invulschermen waarmee belastingplichtigen de benodigde gegevens voor het doen van aangifte kunnen invullen. Het programma geeft daarnaast informatie die toelichting geeft op de relevante belastingregelgeving en het biedt de functies om de aangifte naar de Belastingdienst op te sturen. Voor het versturen van de elektronische belastingaangifte worden verschillende mogelijkheden geboden. De aangifte kan worden opgeslagen op een diskette die per post naar de Belastingdienst kan worden opgestuurd. De aangifte kan ook per modem naar de Belastingdienst verzonden worden. Voor belastingconsulenten is daarnaast een mogelijkheid gecreëerd om via EDI de belastingaangiften van hun cliënten bij de Belastingdienst in te dienen. In 1998 werd al een groot gedeelte van de 5.872.000 belastingaangiften van dat jaar door particulieren op elektronische wijze aangeleverd en afgehandeld:77




- Totaal aantal belastingaangiften particulieren

5.872.000

- EDI via belastingconsulenten

20.000

- Aangiftediskette - diskette insturen

623.000

- Aangiftediskette - verzending per modem

419.000

De elektronische belastingaangifte is dus in korte tijd redelijk populair geworden. De Belastingdienst is er mede hierdoor ook in geslaagd om de behandeling van de aangiften sneller en efficiënter te maken. In deze gevalstudie wordt beschouwd hoe daarbij is omgegaan met juridische aspecten van de behandeling van elektronische documenten. De relevante juridische onderwerpen met betrekking tot de elektronische belastingaangifte zijn: archivering, privacy en beveiliging. De studie is verder afgebakend tot de aangifte voor inkomstenbelasting door particulieren.


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

  • 4.6 Kadaster: Digitaliseren Openbare registers 4.6.1 Positie in analysekader
  • 4.6.3 Archivering en duurzaamheid
  • 4.6.7 Intellectuele eigendom
  • 4.6.8 Vragen en problemen
  • 4.6.9 Samenvatting en conclusies
  • 4.7 Belastingdienst Apeldoorn: Elektronische belastingaangifte 4.7.1 Positie in analysekader

  • Dovnload 0.59 Mb.