Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De Digitale Overheid en de wet

Dovnload 0.59 Mb.

De Digitale Overheid en de wet



Pagina13/13
Datum05.12.2018
Grootte0.59 Mb.

Dovnload 0.59 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

Appendix A: Lijst van geïnterviewde personen
Gemeente-archief Amsterdam: Project BWT‑dossiers

mr. C.G.M. Noordam

Hoofd inspectie, registratuur en aquisitie

Gemeentearchief Amsterdam

Amsterdam

gesprek d.d. 28 juni 1999


Ministerie VROM: Discussieplatform Nederland 2030

G.R. Quint

Adviseur Directie Informatiemanagement & Organisatie

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

gesprek 17 juni 1999
Kadaster: Digitaliseren Openbare registers

mr. W. Louwman

Bewaarder van het Kadaster en de Openbare Registers

Kadaster Apeldoorn

gesprek 11 augustus
Belastingdienst: Elektronische belastingaangifte

J. Krijnen

Adviseur bij de stafafdeling Strategie en techniek van het Belastingdienst Automatiseringscentrum

Belastingdienst Apeldoorn

gesprek 7 september 1999
OC&W: Intern documentenverkeer

Gesproken werd met afgevaardigden van de OC&W Accountantsdienst, de directie BOA, FacB, P&O en WJZ

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

gesprekken in de periode tussen 18 november 1997 en 15 januari 1998



1 Voor het begrip zorgdrager zie 3.6.1.

2Aan dit hoofdstuk werd op onderdelen meegewerkt door dr. R.W. van Kralingen.

3Wij wijzen hier op het in februari 1997 door de Commissie Cohen uitgebrachte rapport, waarin uitgangspunten worden geformuleerd voor overheidsinstanties die zich op de commerciële markt begeven. De conclusies van de Commissie zijn inmiddels door het kabinet omgezet in een aantal concrete implementatiestappen (de zgn. Tweede Lijn binnen de Operatie Markt en Overheid).

4Zie over het toepassingsbereik van dit artikel: J.H. Spoor, D.W.F. Verkade, Auteursrecht, Kluwer, Deventer 1993, p. 128.

5Voor een overzicht van deze literatuur, zie: Verkade/Spoor, p. 129 ev.

6Vgl. Kamerstukken II, 1988-1989, nr 50, p. 5022. Zie tevens: Gerbrandy, NJB 1989, p. 890.

7Interdepartementale werkgroep ‘Wob-auteursrecht’, Toegang tot en gebruik van overheidsinformatie, rapport, 1999.

8Eerder had de voornoemde werkgroep geadviseerd de wenselijkheid te onderzoeken van een nieuwe, algemene wet die regelt in welke gevallen het auteurs- en databankenrecht al dan niet kan worden uitgeoefend en waarin de verhouding tussen publiek- en privaatrecht scherper wordt gemarkeerd. Dit standpunt is tevens verwoord in de reactie van de Nederlandse regering van 25 mei 1999 op het Groenboek van de Europese Commissie inzake de openbaarheid van overheidsinformatie.

9Meer in detail hierover: D.W.F. Verkade, “WOB en auteursrecht”, Mediaforum 1993, p.3, P.B. Hugenholtz, ‘Auteursrecht op overheidsinformatie’, in: Nieuwe sleutels tot overheidsinformatie , A.M. van Eyck (red.), Rapport 11 RABIN, Den Haag, 1993, p. 134.

10Richtlijn 96/9 EEG, Pb L 77/20 27 maart 1996.

11Zijnde degene die de investering voor het opzetten van de databank doet en het risico draagt van die investering.

12Zijnde een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematisch of methodologisch geordend en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk.

13De wetgever heeft zich hier kennelijk laten leiden door de overwegingen van de President van de Haagse Rechtbank in de zaak Vermande/Bojkovski (Pres. Rb. Den Haag 20 maart 1998, Computerrecht 1998, pp. 144-148 m.nt. Spoor).

14 Zie in meer detail over het databankenrecht de bijdrage van T.Kolle in: Recht en Informatietechnologie. Handboek voor rechtspraktijk en beleid, Sdu losdelig.

15Wet van 28 december 1988, houdende regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met persoonsregistraties, Stb. 1988, nr. 665.

16Regels inzake de bescherming van persoonsgegevens (Wet bescherming persoonsgegevens), Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 892, nrs. 1-2.

17Wijziging van bepalingen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, Tweede Kamer, vergaderjaar 1998–1999, 26 410, nrs. 1-2.

18Meer over de relatie Kadaster-Wbp: J. de Jong, ‘Het Kadaster en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer’, WPNR 99/6366, pp. 590-592.

19Deze paragraaf is grotendeels gebaseerd op: B. Blom, ‘Publiekrecht en het schriftelijkheidsvereiste’, Tilburg 1999. Zie over dit onderwerp ook de bijdrage van M. Groothuis en J.E.J. Prins in Recht en Informatietechnologie. Handboek voor rechtspraktijk en beleid, Sdu Den Haag losdelig.

20CRvB 3 maart 1994, AB 1994, nr.296.

21 Zie in meer detail over het schriftelijkheidsvereiste, elektronische communicatie en de Awb, de bijdrage van M. Groothuis en J.E.J. Prins in: Recht en Informatietechnologie. Handboek voor rechtspraktijk en beleid, Sdu losdelig.

22J.W. van Deth en P.A. Schuszler (red.), Nederlandse Staatskunde, een elementaire inleiding, Muiderberg: Coutinho, 2e druk, 1992, p.169 ev

23M.C. Burkens, H.R.B.M. Kummeling en B.P. Vermeulen, Beginselen van de democratische rechtsstaat, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink , 3e druk, 1994, p.10.

24Zie ook: Het BIOS-project ‘digitale duurzaamheid’, p.7-8 en Advies nr. 436 van de Rijkscommissie voor de Archieven.

25TK 1993/1994, 695086.

26Burkens, Kummeling, Vermeulen, a.w., p.16-17.

27Art. 278 lid 2 Gemeentewet en art. 271 lid 2 Provinciewet.

28Met name in het belastingrecht is hierover jurisprudentie te vinden: HR 24-12-1997, nr. 31643, Belastingblad 1998, p.147, HR 24-12-1997, nr.32325, Belastingblad 1998, p.148, HR 31-3-1993, nr.28034, Belastingblad 1993, p.274 en Hof ’s-Gravenhage 12-10-1996, nr.94/2340, Belastingblad 1996, p.231.

29Pres. Rb Maastricht 8 december 1995, JB 1996, 30, m.n. RS.

30Art. 11 lid 1 Archiefbesluit 1995.

31TK 1997-1998, 25880, nr.1-2, p.71.

32MDW Rapport, p.30.

33BRvS 30-10-1998, JB 1998, 281.

34In het belastingrecht behoeft een belanghebbende alleen op zijn verzoek te worden gehoord en in de bezwaarschrift procedure van de Wet op de Studiefinanciering geldt geen hoorplicht.

35Van Wijk, Konijnenbelt, a.w., p.742.

36MDW-rapport, p.27.

37Rb ’s-Gravenhage 13-3-1996, JB 1996/113.

38Van Wijk, Konijnenbelt, a.w., p.433.

39Van Wijk, Konijnenbelt, a.w., p.351-355.

40Brief d.d. 26 oktober 1999, TK 26 800 VI, nr. 7.

41J.F. Bautz, ‘Vier jaar Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid’, Overheidsmanagement 1999/6, pp. 157-160.

42NRC Handelsblad, 18 oktober 1999.

43‘Beveiliging van persoonsregistraties’, Registratiekamer, November 1994.

44Wet van 28 april 1995, houdende vervanging van de Archiefwet 1962 (Stb. 1962, 313) en in verband daarmede wijziging van enige andere wetten (Archiefwet 1995) (Stb. 1995, 276). Verder aan te halen als ‘Archiefwet’.

45 Zie over het onderwerp archivering en ICT meer in detail de bijdrage van Ch. Noordam in: Recht en Informatietechnologie. Handboek voor rechtspraktijk en beleid, Sdu Den Haag losdelig.

46Zie art. 2 van de Regeling beheer archiefbescheiden BZK, Stcrt. 1998 186, in werking getreden op 1 januari 1998.

47Archiefbeheersregels bij de Rijksoverheid, deelrapport 1: inventarisatie, Rijksarchiefinspectie, augustus 1998.

48Als selectielijst kan bijvoorbeeld een ‘basisselectiedocument’ zoals gehanteerd door het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT) dienen.

49Archiefbesluit 1995 (besluit van 15 december 1995, houdende regelen ter uitvoering van een aantal bepalingen van de Archiefwet 1995, Stb. 1995, 671).

50TK 25 892, nr. 3, pp. 43-44.

51Zie de Nota van Toelichting bij het Archiefbesluit, 1995, artikel 11.

52‘Proefreglement’ inzake digitale bestanden op grond van artikel 11 en 12 van het Archiefbesluit 1995. Dit reglement vormde een voortraject waarin werd geconsulteerd over de werking van de regels. Op basis van dit reglement is een concept‑regeling ontworpen voor het in geordende en toegankelijke staat brengen en bewaren van archiefbescheiden (wordt hieronder besproken).

53De tekst van deze paragraaf “Digitale archiefbescheiden in het bijzonder”, luidt: “Artikel 5 Digitale archiefbescheiden dienen, uiterlijk op het tijdstip van hun in de artikelen 12 en 13 van de Archiefwet 1995 bedoelde overbrenging naar een archiefbewaarplaats, te worden opgeslagen volgens de in bijlage 1 vermelde standaard.
Artikel 6

De logische ordening en toegankelijkheid van de archiefbescheiden, zoals gerealiseerd door middel van programmatuur, maken onverbrekelijk onderdeel uit van de archiefbescheiden waarop ze betrekking hebben.


Artikel 7

De zorgdrager draagt zorg voor het vastleggen van de functionele eisen ten aanzien van de in artikel 2 bedoelde systematiek en de in artikel 3 bedoelde inhoud, structuur en vorm.

Voor zover nodig om aan het in artikel 3 gestelde te voldoen, draagt de zorgdrager zorg voor de bewaring van de toepassingsprogrammatuur, met inbegrip van de nieuwere versies, overeenkomstig het bij of krachtens de Archiefwet 1995 voor archiefbescheiden bepaalde. In voorkomende gevallen draagt de zorgdrager zorg voor de daartoe noodzakelijke regeling van licenties inzake software.
Artikel 8

De zorgdrager draagt zorg voor het vastleggen en de bewaring van

a. de technische metadata die informatie geven over de aanmaak en het beheer van de bestanden, omvattende ten minste de volgende gegevens:

. de benaming van de toepassingsprogrammatuur waarmee de archiefbescheiden zijn ontvangen en opgemaakt, inclusief het versienummer;

. de beschrijving van het platform, zijnde het geheel van apparatuur en besturingsprogrammatuur waarop de toepassingsprogrammatuur heeft gewerkt, met naam en versie van besturingsprogrammatuur en naam en type van apparatuur;

. de documentatie die aangeeft hoe de toepassingsprogrammatuur heeft gewerkt (functionaliteit) met inbegrip van de nieuwere versies;

b. een beschrijving van de opgeslagen bestanden, omvattende ten minste de volgende gegevens:

. de naam van het overheidsorgaan dat en de benaming van het werkproces binnen hetwelk de archiefbescheiden zijn ontvangen en opgemaakt;

. de benaming en omvang van elk opgeslagen bestand;

. een specificatie van de archiefbescheiden, met begin- en einddatum en, voor zover het fysieke bestanddelen betreft, hun nummers;

. de relatie met andere bestanden;

. het opslagformaat, zijnde de wijze waarop de archiefbescheiden op de gegevensdragers zijn opgeslagen;

. in voorkomende gevallen de toegepaste compressiemethode;

. de datum en het tijdstip van de opslag van het bestand op de gegevensdrager;



. in geval van een database: een beschrijving van de structuur, zoals vastgelegd in de datadictionary, tenminste omvattende een compleet logisch datamodel met beschrijving van de entiteiten. 2. Op de in het eerste lid genoemde vastlegging en bewaring zijn de voor archiefbescheiden ingevolge artikel 21 van de Archiefwet 1995 geldende regels van overeenkomstige toepassing.

54Voor zover het auteursrecht bij de overheid rust dan wel de rechten aan de overheid zijn overgedragen, zullen zich nauwelijks problemen voordoen.

55Quaedvlieg in: F.C.J. Ketelaar (red.), Archiefbeheer in de praktijk, losbl. uitgave Alphen a.d. Rijn, hst. 3550, Auteursrecht en archiefbeheer.

56Nederlands Archievenblad 77 (1973), p. 287.

57Quaedvlieg, a.w., 3550-22.

58Onder meer tijdens het overleg van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken over de ‘Naar toegankelijkheid van overheidsinformatie’ (Kamerstukken II 1997-1998, 20 644, nr. 31) en bij het overleg over het evaluatieverslag Wob (Kamerstukken II 1997-1998, 25 600 VII, nr. 28).

59 Elektronische bestanden van het bestuur, BDO, september 1998.

60Wij gaan hier niet in op overheidsinformatie die niet onder deze omschrijving valt, zoals overheidsinformatie waar een specifiek, aan de Wob derogerend (art. 2 Wob), openbaarmakingsregime op van toepassing is. We noemen in dit verband de Kadasterwet en de Handelsregisterwet.

61Kamerstukken II, 1996-1997, 20 644 nr. 30, pp. 5-6.

62Zie onder meer: A.A.L. Beers, “Een bedenkelijk kabinetsstandpunt over digitale openbaarheid”, Computerrecht 1997/5, pp. 214-218 en Kamerstukken II 1997-1998, 25 600 VII, nr. 28.

63Pres. Rb. Amsterdam 19 augustus 1997, Awb-katern 1997, 74.

64A.A.L. Beers, “Openbaarheid van bestuur in het computertijdperk”, Computerrecht 1992/3, p. 110.

65Kamerstukken II, 1986-1987, 19 859, nr. 3, p. 28.

66Dit in tegenstelling tot passieve verstrekking, waar de beslissing steeds voor iedere concrete situatie wordt genomen. Overigens zullen - gezien onder meer de beperkingsgronden van art. 10 Wob - niet alle documenten voor een actieve openbaarmaking in aanmerking kunnen komen, hetgeen eveneens in de aanvangsfase van digitalisering de aandacht vereist.

67Zie: M. de Vries, “De gevolgen van de ontwikkelingen op het gebied van informatie en communicatie technologie voor openbaarheid en exploitatie van WOB-informatie”, Handboek Informatietechnologie en Recht, Sdu Den Haag 1999.

68Hiernaast vallen bepaalde aspecten, zoals aansprakelijkheid voor fouten gemaakt tijdens de digitale opslag alsmede elektronisch bewijs, buiten de reikwijdte van deze studie.

69Alhoewel in de literatuur diverse benaderingen worden gehanteerd bij de invulling van deze eis, kan sedert het belangrijke arrest van de Hoge Raad in Van Dale/Romme worden gesteld dat in Nederland aan dit vereiste is voldaan indien het werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Van Dale/Romme, HR 4 januari 1991, NJ 1991, 608.

70Verkade/Spoor, nr. 94-95.

71Zie over de verhouding van de Archiefwet tot de Wbp alsmede de aanpassing van de Archiefwet in relatie tot de Wbp ook: TK II 26 410, nrs. 1-2, p. 18 alsmede nr. 3, pp. 39-40.

72De wezenlijke grondslag inzake het belang van permanente bewaring en de daarmee verband houdende overbrengingshandelingen is bewaring voor historische doeleinden (art. 10, lid 2 Wbp). Van belang hier is tevens art. 23, lid 1 onder e inzake bijzondere gegevens. Het College bescherming persoonsgegevens zal naar verwachting ontheffing verlenen ten aanzien van het verwerkingsverbod van bijzondere gegevens als het gaat om overbrenging in de zin van de Archiefwet.

73Zie hierover ook: P. Horsman, Archivering van Elektronische Post, Amsterdam 1999.

74 De betreffende wijzigingswet lag ten tijde van de afronding van dit rapport ter goedkeuring voor aan de Raad van State.

75 In het wetsontwerp voor wijziging van de Kadasterwet wordt de functie van bewaarder, om het mogelijk te maken dat dienst taken verregaand worden geautomatiseerd, overgedragen aan de Raad van Bestuur van het Kadaster.

76Zie de wijziging van enige uitvoeringsregelingen in: Stcrt. 1996 nr. 249.

77Cijfers afkomstig uit het Jaarverslag Belastingdienst 1998.

78De betreffende selectielijsten stammen uit het begin van de jaren negentig en zijn door de Directie particulieren vastgesteld in opdracht van de leiding van de Belastingdienst.

79De hier gepresenteerde bevindingen zijn mede gebaseerd op een onderzoek naar de juridische aspecten die met het elektronisch documentenverkeer binnen het bestuursdepartement zijn verbonden en dat is uitgevoerd door het Centrum voor recht, bestuur en informatisering en het Centrum voor wetgevingsvraagstukken van het Schoordijk Instituut van de KUB. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport: P.J.M. Kolkman, R.W. van Kralingen, L.J. Matthijssen en W.J.M. Voermans, Juridische aspecten van elektronisch documentenverkeer bij het Ministerie van OC&W, Tilburg: Schoordijk Instituut, januari 1998.

80Daarbij is niet alleen gekeken naar de technische mogelijkheden tot zulk elektronisch verkeer, maar is ook de vraag aan de orde gesteld wat de mogelijke juridische consequenties of juridische aspecten van een dergelijk proces zijn.

81Regeling houdende de organisatie van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen en de mandatering van bevoegdheden van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 1997 (Organisatie- en mandaatregeling OC&W).

82Denk aan plaatsvervangers, zoals de plaatsvervangende of a.i.-directeuren, die bij afwezigheid van de directeur van een directie tekeningsbevoegd zijn. Verder komt het wel eens voor dat, volgens de idee van de plaatsvervanging, projectleiders tot tekening bevoegd worden verklaard.

83BOA zorgt voor de registratie en geleiding van de stukkenstroom naar de directoraten-generaal en de Secretaris-generaal en bewindslieden alsmede voor de retourroute van de stukken in de organisatie.

84 Vanzelfsprekend is op besluiten genomen op basis van één van deze wetten de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing.

85Welke documenten als ‘te vernietigen’ worden aangemerkt moet in een selectielijst worden aangegeven (zie art. 5 Archiefwet). Als selectielijst kan bijvoorbeeld een ‘basisselectiedocument’ zoals gehanteerd door het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT) dienen.

86Binnen OC&W circuleren ook gedragsregels voor een ‘clean desk policy’ d.w.z. afspraken over het opschonen en opbergen van documenten op de kamers van ambtenaren ter voorkoming van misbruik of onbevoegde inzage.

87Er kunnen zich natuurlijk uitzonderingen op deze situatie voordoen, bijvoorbeeld in geval van documenten die persoonsgegevens bevatten en in geval van vertrouwelijke documenten.

88Meestal betekent dit dat er extra beveiligingen zijn aangebracht in de informatiesystemen waarmee dergelijke gegevens worden beheerd. Op OC&W wordt op die manier PERCC - het systeem dat wordt gebruikt voor personeelsgegevens en salarisadministratie - extra beveiligd door afschermingsconstructies.

89Inclusief de mogelijkheid tot openbaarmaking op het World Wide Web.

90 Juridische aspecten van elektronisch documentenverkeer bij het Ministerie van OC&W, Tilburg: Schoordijk Instituut, januari 1998.

91 Het geheugen als actieve kracht, de archieffunctie binnen de digitale overheid. Paul Baak, Kees Koenen, ISBN 90-9013357-7, uitgave Programma Digitale Duurzaamheid, Den Haag, 1999.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

  • Juridische aspecten van elektronisch documentenverkeer bij het Ministerie van OCW , Tilburg: Schoordijk Instituut, januari 1998.

  • Dovnload 0.59 Mb.