Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De Digitale Overheid en de wet

Dovnload 0.59 Mb.

De Digitale Overheid en de wet



Pagina8/13
Datum05.12.2018
Grootte0.59 Mb.

Dovnload 0.59 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

4.3.3 Classificatie van gevalstudies

Op basis van hun eigenschappen kunnen de gevalstudies binnen het analysekader tegen de daarbij gebruikte dimensies worden uitgezet zodat een overzicht ontstaan van de typen van gevallen die ermee worden afgedekt.







Creëren

Opslaan

Bewerken

Verzenden

Beschik-baarstellen

Bewaring en archivering

VROM, OC&W

VROM, OC&W,

Kadaster, Belasting



OC&W, Belasting

Kadaster, Belasting, OC&W




Schriftelijkheids-vereisten

OC&W

OC&W

OC&W

OC&W




Openbaarheid

VROM, OC&W

Archief A’dam, VROM, Kadaster, OC&W

OC&W

Archief A’dam, OC&W, Kadaster

Archief A’dam

Privacy

VROM

Archief A’dam, VROM, Belasting, Kadaster

Belasting

Archief A’dam, Belasting, Kadaster

Archief A’dam

Beveiliging

OC&W

Belasting, OC&W

Belasting, OC&W

Belasting, OC&W




Intellectuele eigendom




Archief A’dam, Kadaster




Archief A’dam, Kadaster

Archief A’dam

Uit de schematische afbeelding van de gevalstudies in het analysekader blijkt dat verschillende categorieën door meerdere gevalstudies worden afgedekt en dat enkele categorieën niet worden behandeld. Met name in de kolom voor het beschikbaarstellen van gegevens zijn lege velden. Het beschikbaarstellen van gegevens is een vorm van geautomatiseerde gegevensverwerking die nog maar weinig daadwerkelijk door toepassingen van informatietechnologie wordt ondersteund. Systemen kunnen wel gegevens aan de gebruiker presenteren maar doen dit doorgaans zonder die gegevens te relateren aan het toepassingsdomein van de gebruiker (zoals dat gebeurt in kennissystemen die zelfstandig met gegevens kunnen redeneren). De interpretatie en de toepassing van gegevens wordt door de meeste systemen niet ondersteund en wordt dus overgelaten aan de gebruikers van deze systemen.

Andere lege cellen zijn die van intellectuele eigendomsvraagstukken die van belang zijn bij het creëren en het bewerken van gegevens. Hierbij kan men denken aan regels die betrekking hebben op het totstandbrengen en het verveelvoudigen van auteursrechtelijk beschermde werken. Alhoewel we met de onderhavige keuze van gevalstudies geen voorbeeld van deze categorie kunnen geven, zijn de regels die daarop betrekking hebben bij de inventarisatie van relevante wet- en regelgeving wel aan de orde geweest. De bevindingen uit de analyse van deze regels zijn mede in het stappenplan verwerkt.

4.4 Gemeentearchief Amsterdam: project BWT-dossiers

4.4.1 Positie in analysekader

Vanuit het eerder beschreven analysekader betreft de onderhavige casus een voorbeeld van elektronische gegevensverwerking in de fase waarin de overheidsinformatie c.q. overheidsdocumenten worden verzonden en/of beschikbaar worden gesteld. De juridische deelgebieden die vanuit dit perspectief hierna aan de orde komen, betreffen openbaarheid op grond van de Archiefwet, het intellectuele eigendomsrecht en de bescherming van persoonsgegevens. Alvorens op deze juridische implicaties in te gaan, belichten we allereerst enkele achtergronden van de casus: de elektronische (on-line dan wel on-site) openbaarmaking van dossiers inzake bouwvergunningen op grond van zowel een wettelijke plicht (Wob) als om redenen van efficiënt overheidshandelen. Alhoewel andere juridische aspecten, zoals bijvoorbeeld beveiliging, ook van belang zijn voor deze casus, worden deze - zoals ook uit het analysekader duidelijk wordt - op een ander moment concreet in een casus aan de orde gesteld.68



4.4.2 Situatieschets

Bij 16 onderdelen van de gemeente Amsterdam liggen nog ca. 4 kilometer dossiers met bouwvergunningen, de zogenaamde Bouw- en Woningtoezichtdossiers (BWT-dossiers), vanaf 1905. Deze moeten op grond van de Archiefwet 1995 worden overgebracht naar het Gemeentearchief. Nadat de dossiers zijn overgebracht naar het Gemeentearchief blijft er een informatiebehoefte bij de stadsdelen. In beginsel kan deze gedekt worden door de conventionele dienstverlening in het Gemeentearchief. Het leek het Gemeentearchief Amsterdam echter logischer te kijken naar reproductie in digitale vorm als instrument voor dekking van de informatiebehoefte van diverse belanghebbenden. Naast het voordeel van een betere dekking (de gegevens kunnen immers op diverse locaties beschikbaar worden gesteld) biedt digitalisering de mogelijkheid de informatie snel te distribueren naar de belanghebbenden.

Aldus is het Gemeentearchief gestart met het project BWT-dossiers. Doelstelling is het in één arbeidsgang tegelijk microfilmen en digitaliseren van deze dossiers, waarna er twee opties zijn voor het beschikbaar stellen van de gegevens:
1. de digitale gegevens worden on-line gedistribueerd naar alle belanghebbenden, waarbij er tevens een zeer betrouwbare back-up op microfilm voorhanden is, die ook raadpleegbaar is bij systeemstoringen (de ambtelijke adviseur van GS in deze, de provinciaal archiefinspecteur, hanteert de randvoorwaarde, dat bij vervanging naar een digitaal medium er ook altijd sprake dient te zijn van vastlegging op microfilm). De belanghebbenden bij de on-line beschikbaarstelling zijn onder meer:


  • de stadsdelen en de dienst Binnenstad;

  • de centrale stad (in de beleidsnota De glazen stad staat als ambitie dat de stad Amsterdam binnen vier jaar landelijk voorop wil lopen met het on-line aanbieden van informatie aan de burger);

  • politie en brandweer (deze centrale instellingen kunnen aldus op eenvoudige wijze en vanaf verschillende locaties 24 uur per etmaal beschikken over tekeningen van gebouwen, die bij acties of calamiteiten zijn betrokken);

  • gemeentebelastingen;

  • monumentenzorg (i.v.m. tekeningen jongere monumenten);

  • Burgers en bedrijven (makelaars) Zij kunnen aldus on-line beschikken over waardevolle vastgoedinformatie. Deze mogelijkheid sluit naadloos aan op beleidsoverwegingen op het terrein van het vastgoedloket als onderdeel van het overheidsloket 2000.

2. On-site distributie, waarbij de gegevens op een drager (CD-ROM) worden geplaatst en voor interne raadpleging door het Gemeentearchief alsmede bij de betreffende gemeentelijke diensten beschikbaar zijn.


De eerste optie geniet de voorkeur. Indien de juridische belemmeringen ten aanzien van on-line beschikbaarstelling te groot zijn, komt optie twee in beeld. Centrale onderzoeksvraag in dit verband is dan ook:
In hoeverre mag de Gemeente Amsterdam in het kader van de uitvoering van haar wettelijke taak alsmede de interne dienstverlening en externe dienstverlening aan bedrijven en burgers de BWT-dossiers digitaal opslaan en digitaal distribueren, waarbij met beide voornoemde opties rekening wordt gehouden?
Deze vraag valt voor de gevalsstudie bij het Gemeentearchief Amsterdam uiteen in twee deelvragen:
1. Welke voorwaarden gelden voor de digitale opslag en distributie van de auteursrechtelijk beschermde werken welke zijn opgenomen in de Bouw- en Woningtoezichtdossiers?
2. Welke voorwaarden gelden voor de digitale opslag en distributie van de persoonsgegevens welke zijn vermeld in de Bouw- en Woningtoezichtdossiers?
Duidelijk is dat alhoewel de casus betrekking heeft op een Dienst Documentaire Informatievoorziening, het in deze situatieschets niet gaat om de vervangingsproblematiek in de zin van de Archiefwet. Hier speelt de problematiek van de klantenkopieën waar derden op grond van de Archiefwet om kunnen verzoeken.

4.4.3 Positie onder de Auteurswet

Zoals bekend, beschermt de Nederlandse Auteurswet (Aw) werken van letterkunde, wetenschap of kunst voorzover deze de vereiste oorspronkelijkheid bezitten. Voor het ontstaan van het auteursrecht zijn geen formaliteiten gesteld. Met andere woorden het recht ontstaat van rechtswege, door het enkele scheppen van het werk. In art. 10 lid 1 Aw wordt een opsomming gegeven van de werken die object van het auteursrecht kunnen zijn. Aangezien deze opsomming een niet-limitatieve is, kunnen ook werken die hier niet expliciet worden genoemd voor bescherming in aanmerking komen.

De bouwtekeningen die in de dossiers voor een bouwvergunning zijn opgenomen, zullen op voorwaarde dat ze de vereiste oorspronkelijkheid bezitten69 (hetgeen veelal het geval zal zijn) auteursrechtelijk beschermd zijn.
Rechthebbende

In principe komt het auteursrecht toe aan de maker (art. 1 Aw). In een aantal gevallen is op deze regel een uitzondering gemaakt. De belangrijkste hiervan is wel dat de rechten op een werk gemaakt in dienstverband toekomen aan de werkgever, mits de creatie van dit werk tot de taak van de werknemer behoorde (art. 7 Aw). Jurisprudentie laat zien dat voor de toepassing van dit artikel vast moet staan dat de werknemer het werk vervaardigde in het kader van de verplichtingen die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien. Tevens kan gewezen worden op art. 6 Aw: het ontwerpers-auteursrecht. De architect is in dit geval rechthebbende - zelfs als hij de tekeningen niet zelf heeft vervaardigd - op voorwaarde dat de uitvoerend tekenaar onder de leiding van de architect en onder diens toezicht de tekeningen vervaardigt naar diens ontwerp.

Voor de casus van de BWT-dossiers betekent een en ander dat de auteursrechten veelal zullen liggen bij de individuele architect dan wel het architectenbureau die/dat de bouwtekeningen vervaardigde. Veelal zal dit een persoon van buiten de gemeente zijn. In sommige gevallen betreft het bouwtekeningen vervaardigd door de gemeentelijke diensten.
Digitaal gebruik BWT-dossiers

Het auteursrecht verleent aan de rechthebbende twee exploitatierechten: verveelvoudigen en openbaar maken (artt. 12-14 Aw). Beide begrippen zijn verzamelbegrippen die niet specifiek zijn omschreven en doordat ze ruim geïnterpreteerd kunnen worden potentieel ook nieuwe exploitatievormen omvatten. Naast de exploitatierechten kent de Auteurswet aan de auteur een aantal morele rechten toe, waaronder het recht op de integriteit van het werk (art. 25 Aw). Op grond hiervan kan de auteur onder meer optreden tegen de ongeoorloofde wijziging van zijn werk. Van deze rechten kan de maker tot op zekere hoogte afstand doen.

Wat betreft de vraag in hoeverre het Gemeentearchief Amsterdam in het kader van de uitvoering van een wettelijke taak dan wel de dienstverlening aan bedrijven en burgers de bouwtekeningen uit de Bouw- en Woningtoezichtdossiers digitaal mag opslaan en distribueren, zal een onderscheid gemaakt dienen te worden tussen de fase van opslaan enerzijds en de fase van distributie anderzijds. Bij deze laatste fase is tevens van belang een onderscheid te maken tussen on-site beschikbaar stellen enerzijds en on-line beschikbaar stellen anderzijds. Tenslotte is van belang te bezien voor welke doelgroep de raadpleging/beschikbaar stelling is beoogd, omdat aldus bezien kan worden of een der beperkingen op het verveelvoudigings- en openbaarmakingsrecht van toepassing is.
Digitaliseren

Onder verveelvoudiging wordt in z'n algemeenheid verstaan het geheel of gedeeltelijk kopiëren van het werk, maar tevens het vertalen, het bewerken of nabootsen in gewijzigde vorm ervan. In het algemeen geldt als criterium dat van verveelvoudiging sprake is indien op enig moment meer exemplaren van het werk bestaan, waarbij het niet relevant is of die exemplaren permanent of tijdelijk zijn. Dit betekent dat wanneer de BWT-dossiers worden gedigitaliseerd, dit - voor wat betreft de auteursrechtelijk beschermde werken die in deze dossiers zijn opgenomen - een verveelvoudiging in de zin van de Auteurswet oplevert.

Ons auteursrechtelijk systeem staat het in bepaalde situaties toe dat zonder toestemming van de maker bepaalde handelingen met auteursrechtelijk beschermde werken worden verricht, die normaliter als verveelvoudigings en/of openbaarmakingshandelingen zouden worden gekwalificeerd. Voor wat betreft de vraag of het digitaliseren door het Gemeentearchief onder een van deze beperkingen valt, moet concreet voor de onderhavige casus bezien worden of art. 17 lid 1 Aw van toepassing is. Dit artikel bepaalt dat het verveelvoudigen door een onderneming of instelling van, algemeen gesteld, geschriften (waaronder ook stukken zoals bouwtekeningen) zonder toestemming, maar tegen betaling van een billijke vergoeding is geoorloofd mits dit beperkt blijft tot zoveel exemplaren als in de organisatie redelijkerwijs nodig zijn. De exemplaren mogen alleen worden afgegeven aan degenen die in de onderneming of organisatie werkzaam zijn. Betoogd kan worden dat - op voorwaarde dat het aantal raadplegingen inderdaad beperkt blijft tot het aantal dat voor gebruik binnen het Gemeentearchief redelijkerwijs noodzakelijk is - de digitalisering ten behoeve van raadpleging via CD-ROM zonder toestemming van de auteurs van de bouwtekeningen is geoorloofd. Kortom: het Gemeentearchief kan bij de digitalisering van de BWT-dossiers een beroep doen op art. 17 lid 1 Aw op voorwaarde dat de verveelvoudiging geschiedt ten behoeve van on-site raadpleging bij het Gemeentearchief door medewerkers die aldaar werkzaam zijn. Het Gemeentearchief zal voor dit gebruik aan de auteurs van de bouwtekeningen een redelijke vergoeding dienen te betalen. Mocht de auteursrechtelijke praktijk inzake on-site raadpleging binnen organisaties op grond van art. 17 lid 1 Aw in de toekomst tot rechtsonzekerheid wat betreft de omvang van het aantal raadplegingen alsmede de vergoeding aan de auteurs leiden, dan biedt art. 17 Aw de mogelijkheid dat bij algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld ten aanzien van het maximum aantal verveelvoudigingen, de maximale omvang daarvan en de hoogte van de vergoeding.
On-line beschikbaarstellen

Zoals hiervoor aangegeven, geldt in het algemeen als criterium dat van verveelvoudiging sprake is indien op enig moment meer exemplaren van het werk bestaan, waarbij het niet relevant is of die exemplaren permanent of tijdelijk zijn. Derhalve is het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken uit een BWT-dossier in netwerken, doordat deze werken centraal opgeslagen staan in een server en via de server gedistribueerd worden over gebruikers, een verveelvoudiging in de zin van art. 13 Auteurswet.

De wet verstaat onder het tweede exploitatierecht, het recht op openbaar maken, het ter beschikking stellen van het werk aan het publiek, dan wel het uitvoeren of anderszins vertonen van het werk. In verband met de BWT-dossiers moet derhalve worden vastgesteld dat het beschikbaar stellen van de bouwtekeningen om die door derden te laten raadplegen, een openbaarmaking in de zin van de Auteurswet oplevert.

Voor wat betreft de vraag of het beschikbaar stellen van de bouwtekeningen via een server onder een van de beperkingen van het auteursrecht valt, moet de relatie tussen de Archiefwet en de Auteurswet worden bezien. De vraag treedt immers naar voren in hoeverre de verplichtingen van het Gemeentearchief om conform de Archiefwet tot een openbaarmaking van de BWT-dossiers over te gaan, prevaleert boven het auteursbelang. Of kan het auteursrecht van een derde op een document in een BWT-dossier een openbaarmaking op grond van de Archiefwet 1995 daarvan beletten?

Lezing van hoofdstuk 3 van deze studie leert dat de verhouding tussen de Archiefwet en de Auteurswet - zoals ook de verhouding tussen de Wob en de Auteurswet - momenteel nog verre van duidelijk is. Wel is het van belang een onderscheid te maken tussen de situatie waarin bij de on-line beschikbaarstelling sprake is van een passieve dan wel actieve openbaarmaking. In geval van een actieve openbaarmaking ligt de verantwoordelijkheid duidelijk bij het Gemeentearchief. Men heeft hier nadrukkelijk de ruimte te komen tot een belangenafweging om een inbreuk op de rechten van een derde te voorkomen. Weegt het belang van openbaarmaking in de opvatting van het Gemeentearchief zwaarder dan het recht van de auteursrechthebbende op de betreffende documenten uit het BWT-dossier, dan zal het de relevante consequenties onder de Auteurswet en Databankenwet voor haar rekening dienen te nemen.

Bij een openbaarmaking ten behoeve van een individuele burger op grond van de Archiefwet zal veelal geen sprake zijn van on-line beschikbaarstelling. Een afschrift uit de archiefbescheiden kan in dit geval echter ook op elektronische wijze aan een burger wordt toegezonden. In dit geval - dat wil zeggen wanneer de grondslag van de openbaarmaking door het Gemeentearchief is gelegen in wat we naar analogie van de Wob een passieve openbaarmakingsplicht zouden willen noemen - is de verhouding tussen de Auteurswet en de Archiefwet niet geheel duidelijk. Naar aanleiding van de beleidslijn van het kabinet ‘Naar optimale beschikbaarheid van overheidsinformatie’ waarin wordt vastgesteld dat de passieve verstrekking op grond van de Wob prevaleert boven het auteursrecht maar waarbij wel wordt opgemerkt dat de beslissing op een verzoek om informatie geen afbreuk doet aan het bepaalde in de Auteurswet en de Databankenwet, kunnen we ook voor het Archiefwet-regime concluderen dat het openbaarheidsbelang van de Archiefwet in beginsel zwaarder zou moeten wegen dan de auteurs- en databankenrechten van derden. Dit betekent echter niet de beslissing op een Archiefwet-verzoek afbreuk kan doen aan de op het betreffende materiaal rustende intellectuele eigendomsrechten.


On-site beschikbaarstellen

Een alternatief voor on-line distributie, is de dossiers via bijvoorbeeld een CD-ROM bij het Gemeentearchief (on-site) voor raadpleging door zowel medewerkers als burgers beschikbaar te stellen. Wanneer de bouwtekeningen uit de BTW-dossiers op een CD-ROM staan, zal het voor het gebruik noodzakelijk zijn dat ze in het werkgeheugen van de computer worden geladen, hetgeen een verveelvoudiging oplevert.

Voor wat betreft de vraag of het on-site voor medewerkers beschikbaarstellen van de bouwtekeningen via bijvoorbeeld een CD-ROM onder een van de beperkingen van het auteursrecht valt, kan gewezen worden op hetgeen hiervoor in paragraaf 2.3.1 is gesteld: art. 17 lid 1 Aw biedt de mogelijkheid voor een dergelijke ontsluiting en distributie van de bouwtekeningen uit BWT-dossiers. Toestemming is in dit geval niet noodzakelijk. Wel zal het Gemeentearchief een redelijke vergoeding dienen te betalen.

Ten aanzien van de on-site raadpleging voor burgers, spelen dezelfde overwegingen inzake de verhouding tussen de Archiefwet en de Auteurswet als hierboven genoemd (zie tevens hoofdstuk 3, para. 2.6.6).


Raadpleging door belanghebbenden

Voor wat betreft de verveelvoudiging en openbaarmaking van de bouwtekeningen door de diverse belanghebbenden aan wie deze tekeningen via de on-line dan wel on-site distributie door het Gemeentearchief beschikbaar zijn gesteld, zijn art. 15b Aw en in sommige gevallen art. 16b Aw van belang.

Op grond van de eerstgenoemde bepaling wordt niet als een inbreuk beschouwd het verveelvoudigen of openbaarmaken van een “door of vanwege de openbare macht openbaar gemaakt werk”, tenzij uitdrukkelijk een voorbehoud is gemaakt. Waar art. 15b Aw spreekt over “openbare macht” wordt bedoeld alle publiekrechtelijke instellingen. Voor de situatie met betrekking tot de BWT-dossiers moet er op worden gewezen, dat voor de toepasselijkheid van art. 15b Aw niet relevant is of de overheid zelf of een derde auteursrechthebbende is. Doorslaggevend is of het werk - in dit geval de bouwtekeningen - voor het eerst door of vanwege de openbare macht openbaar is gemaakt, zonder dat een voorbehoud is gemaakt. Van belang daarbij is dat conform het door Verkade/Spoor gepropageerde criterium de openbaarmaking plaatsvindt in het kader van de overheidstaak. Verkade/Spoor constateren dat de meest redelijke interpretatie van art. 15b Aw “in gevallen waarin de overheid niet zelf auteursrechthebbende is, zou zijn, om verdere openbaarmaking en verveelvoudiging toelaatbaar te oordelen, voor zover die door het doel van de herpublicatie van het werk - als een ‘door of vanwege de openbare macht openbaar gemaakt werk’- gerechtvaardigd is, en/of naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.”70 Kortom: beslissend is ten aanzien van de toepasselijkheid van art. 15b Aw is of er sprake is van openbaarmaking in het kader van een overheidstaak.

Concreet voor de situatie van on-line beschikbaarstellen van BWT-dossier betekent dit, dat ook in het geval de bouwtekeningen door een externe architect zijn gemaakt, maar deze tekeningen als onderdeel van de aanvraag voor een bouwvergunning eerst door de Gemeente Amsterdam in het kader van een procedure vanwege strijd met het bestemmingsplan openbaar ter inzage zijn gelegd zonder uitdrukkelijk voorbehoud, het een ieder vrijstaat deze werken te verveelvoudigen en openbaar te maken.

Op grond van enerzijds art. 16b Aw en anderzijds art. 17 Aw kunnen burgers respectievelijk bedrijven zonder toestemming van de rechthebbende een verveelvoudiging van auteursrechtelijk beschermde werken maken voor zover dat beperkt blijft tot enkele exemplaren en uitsluitend dient voor eigen gebruik (art. 16b Aw) resp. voor gebruik binnen de onderneming (art. 17 Aw). Nu bouwtekeningen als geschrift moeten worden aangemerkt, geldt voor gebruik onder het regime van art. 16b Aw tevens dat de verveelvoudiging beperkt moet blijven tot een klein gedeelte van het werk. Voor een beroep op art. 17 Aw door een der belanghebbende zijnde een bedrijf of organisatie, gelden de voorwaarden zoals hiervoor in deze paragraaf besproken.
Toestemming

Uit het voorgaande blijkt dat het Gemeentearchief indien ze besluit over te gaan tot digitalisering ten behoeve van on-line beschikbaarstelling aan belanghebbenden, zij veelal toestemming zal moeten verkrijgen voor daartoe noodzakelijke verveelvoudigings- en openbaarmakingshandelingen. Een uitzondering op deze situatie geldt indien de verveelvoudiging en openbaarmaking plaats vindt conform het openbaarmakingsregime van de Archiefwet 1995, waarbij het belang conform deze wet prevaleert boven de belangen van de auteursrechthebbenden. Echter, aangenomen kan worden dat de belangen van de auteursrechthebbenden zodanig zullen moeten ingeschat dat deze belangen zo min mogelijk worden geschaad, ook in de situatie dat openbaarmaking op grond van de Archiefwet 1995 is gerechtvaardigd. Een en ander betekent dat de reikwijdte van de openbaarmaking zo beperkt mogelijk moet zijn, hetgeen geen algemene on-line beschikbaarstelling mogelijk lijkt te maken. On-site beschikbaarstelling voor belanghebbenden daarentegen zal wel tot de mogelijkheden behoren. Nu noch wetgever noch rechtsspraak duidelijkheid verschaffen in de relatie tussen Archiefwet en Auteurswet, is het uiteindelijk aan het Gemeentearchief de betreffende belangenafwegingen te maken.


Waar het de vastlegging en on-line distributie van BWT-informatie ten behoeve van bijvoorbeeld de bevordering van de werkprocessen tussen de diverse diensten van de Gemeente betreft, moeten we vaststellen dat voor een dergelijk gebruik geen concrete wettelijke grondslag gevonden kan worden. Ook de beperkingen neergelegd in de Auteurswet (art. 16b Aw jo. art. 2 Reprobesluit resp. art. 17 Aw) lijken weinig ruimte te bieden voor een dergelijk gebruik. Aldus zal veelal toestemming van de rechthebbende vereist zijn.
De meest voor de hand liggende oplossing is dat de rechthebbende op de bouwtekeningen de toestemming heeft verleend middels een licentie. Omdat dit reeds bij de aanvraag van de vergunning geregeld dient te worden, biedt het geen oplossing voor deze concrete cases bij het Gemeentearchief. Voor niet alleen de verre toekomst (overbrenging naar het Gemeentearchief geschiedt na 20 jaar), maar ook de situaties waarin de rechthebbende nog valt te achterhalen, kan het wel een oplossing bieden.

Voor licentieverlening gelden geen vormvoorschriften, hetgeen betekent dat deze toestemming ook mondeling gegeven kan worden (hetgeen echter om bewijsproblemen te voorkomen niet is aan te bevelen) Aan deze licentie kan de rechthebbende bepaalde beperkingen (naar duur, omvang van het gebruik, etc.) stellen. Concreet voor de bouwtekeningen in BWT-dossiers betekent dit dat de licentie in de meerderheid van de gevallen afgesloten zal dienen te worden met de architect (architectenbureau) zijnde de rechthebbende op de bouwtekeningen. Echter, waar het dossier met bouwtekeningen wordt aangeleverd door een rechtspersoon kan de situatie anders liggen. De rechtspersoon wordt namelijk als maker van de bouwtekeningen aangemerkt indien ze de tekeningen als zijnde van haar afkomstig openbaar maakt (d.w.z. aan de Gemeente aanbiedt) zonder een andere naam (bijvoorbeeld die van de architect) als maker van de tekeningen aan te merken. In dit geval zou de Gemeente direct bij de indiening door de rechtspersoon van b.v. een verzoek voor een bouwvergunning, toestemming kunnen verkrijgen voor digitalisering en on-line beschikbaarstelling. Voor deze gevallen is het aan te bevelen een standaardprocedure bij ontvangst van het vergunningsverzoek te implementeren.


Tenslotte staan we hier stil bij de vraag in hoeverre hetgeen hiervoor is gesteld zou wijzigen indien de bouwtekeningen niet op papier maar direct digitaal worden aangeleverd. We merken op dat de situatie dan uitsluitend wijzigt in de zin dat de fase van digitalisering (i.e. verveelvoudiging ten behoeve van dit - wat we kunnen noemen - gereedmaken voor on-line en off-line beschikbaarstelling) kan worden overgeslagen. We mogen echter aannemen dat de digitaal aangeleverde bouwtekeningen toch ook in het systeem ingebracht moeten blijven worden, hetgeen een verveelvoudiging met zich meebrengt. Voor de overige fasen verandert er niets. Kortom: in feite wijzigen de juridische implicaties nauwelijks.
Duur van het auteursrecht

Gegeven de lange termijn gedurende welke BWT-dossiers bewaard zullen worden is het tenslotte van belang te vermelden dat auteursrechten in duur beperkt zijn en wel tot 70 jaar, gerekend vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de auteur overleed. Voor werken waarvan de rechthebbende geen natuurlijke persoon is geldt een termijn van 70 jaar na het moment van publicatie. Na afloop van de beschermingstermijn valt het werk in de openbaarheid en betekent dit ook dat er voor het archiefwezen niet langer beperkingen zijn ten aanzien van het gebruik van deze werken.


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

  • 4.4 Gemeentearchief Amsterdam: project BWT-dossiers 4.4.1 Positie in analysekader
  • 4.4.2 Situatieschets
  • 4.4.3 Positie onder de Auteurswet

  • Dovnload 0.59 Mb.