Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De geprojecteerde stad

Dovnload 13.73 Kb.

De geprojecteerde stad



Datum11.06.2018
Grootte13.73 Kb.

Dovnload 13.73 Kb.

De geprojecteerde stad
Een live column bij Smoke and Mirrors van Maurice Bogaert

Bruine stenen vormen stapels. De stapels vormen muren. De muren vormen huizen. De huizen: straten. De straten: een stad.

Je legt je hand op een steen. CLOSE-UP VAN JE HAND. Je leunt tegen de muur. CLOSE-UP VAN JE GEZICHT.

Het licht is anders hier, de stenen absorberen de warmte van de zon. Je doet je ogen dicht. In het donker achter je oogleden projecteer je de stad die gevormd wordt door straten, de straten gevormd door huizen, de huizen gevormd door muren, de muren gevormd door stapels en stapels en stapels van stenen.

Je wil meer dan een stukje zien. Met je ogen dicht zie je het geheel, zie je alles.
In zijn roman ‘Onzichtbare steden’ voert de Italiaanse schrijver Italo Calvino twee personages op: Kublai Khan en Marco Polo. De eerste was keizer van de Chinese Yuan-dynastie, de tweede een Venetiaanse ontdekkingsreiziger, beroemd vanwege zijn reizen naar Perzië, Indië en China. In opdracht van de Mongoolse leider verkende Polo diens enorme rijk. Zijn bevindingen zou hij later optekenen in het boek ‘Il Milione’, of ‘De wonderen van de Oriënt’, Europa’s eerste kennismaking met Azië.

Calvino’s ‘Onzichtbare steden’ roept een fictieve versie op van Marco Polo, en een fictieve versie van Kublai Khan. Het boek wordt gevormd door de verhalen die Polo aan Khan vertelt over de steden die hij tijdens zijn reizen bezocht, plaatsen die bij het keizerrijk horen maar waar Khan zelf nooit is geweest. De meest fantastische, de meest wonderbaarlijke steden worden opgetrokken uit Polo’s woorden, en geprojecteerd in de gedachten van de keizer. Langzaamaan realiseert Khan zich dat al die ongelofelijke steden precies dat zijn: ongelofelijk. Fictief. Onzichtbaar, ongrijpbaar. Ontsproten aan Polo’s verbeelding, aan zijn herinneringen en ideeën. Aan zijn heimwee naar Venetië.

Werkelijkheid en fictie, verzinsel en idee, droom en interpretatie bouwen steden die groter zijn dan het leven zelf. In de “onzichtbare steden” van Marco Polo wordt de lucht vervangen door aarde of houden afstanden direct verband met gebeurtenissen uit het verleden; zijn steden volgestouwd met aanwijsborden, bevolkt door mysterieuze vrouwen of omgewoeld om diepgelegen waterbronnen aan te boren. Verbeelding stapelt steen op steen op steen en vormt steden die alleen bestaan in de woorden van een verhalenverteller en de beelden die ze oproepen bij zijn toehoorder.
Je loopt de straat uit. Je gaat de hoek om. De zon staat in je rug. Slagschaduwen snijden scherpe hoeken uit de stoep.

Het is stil op straat, vreemd stil. Het licht is anders hier, vreemd anders.

Je blijft staan. WIDE SHOT. Je legt je hand op een steen. CLOSE-UP. De muur is gedrenkt in het zwart van de schaduw.

EXTREME WIDE SHOT. De straten zijn leeg.


Ik, Marco Polo in mijn eigen stad, fiets met mijn telefoon in de hand naar de rand van Amsterdam. Op het scherm van mijn telefoon zie ik dezelfde wegen als die voorbijgaan onder mijn banden. Het is een klein Amsterdam, fictief maar zo precies mogelijk weergegeven. Op de digitale weggetjes zie ik waar ik ben, waar ik net was en waar ik zo zal zijn: verleden, heden en toekomst weerspiegeld in vlakken, kleuren en lijnen.

De auto’s gaan hard. Hier lijkt het fietspad een suggestie; een auto dijt achteloos uit over de witte lijn. Als ik afsla, verdwijnt het fietspad zelfs onverwacht onder de poten van een hek. Een auto vliegt de bocht om, ook hier gaan ze hard.

Ik neem de stoep. Ik ben gewend aan logische wegen, aan vertrouwde routes. Verwend met, kan je ook zeggen. In het fictieve Amsterdam op het scherm van mijn telefoon vordert het blauwe stipje. Het blauwe stipje ben ik.

Een van de steden die Marco Polo schetst in ‘Onzichtbare steden’, is een stad die constant in aanbouw is. Zolang er wordt gebouwd, vertelt Polo, valt de stad niet in diggelen. Ik fiets precies zo’n stad in, een stad in aanbouw. Een stad waarvan je je kunt voorstellen dat constructie er dicht tegen destructie aan schuurt. Waar de huizen nog verborgen zitten in de lijnen maar waar de toekomst al op wordt geprojecteerd.

Rechts doemt een blokkendoos van een gebouw op, imposant en bescheiden tegelijk. Dat bescheidene zit ‘m misschien wel in zijn vorm: vierkant. Er is iets ingetogens, iets nederigs aan het vierkant; alle zijden zijn gelijk.

Ik ben er bijna.


Je hand ligt op een van de bruine stenen die een stapel vormen, die de muren vormen van de huizen, die de straten vormen van de stad. Je probeert – ogen dicht – nog steeds het geheel te zien. Niet alleen een stukje ervan, niet alleen deze ene bruine steen.

Je klopt op de steen. CLOSE-UP VAN JE HAND. De steen is hol.

Je loopt door. MEDIUM SHOT. Je ademhaling versnelt.

Je slaat de hoek om en stapt de zon weer in. Ook hier is niemand. Ook hier is het licht anders – vreemd anders. Ook hier is de straat stil – vreemd stil.

Je klopt opnieuw tegen een steen – de steen is hol. Je leunt tegen een muur – de muur is hol. De muur maakt geen huis. Is een straat zonder huizen wel een straat? En wat is een stad zonder straten?

Wat zegt dit over het geheel?


Ik ben er. Het blauwe stipje zet zijn fiets weg en gaat naar binnen. Eenmaal binnen is er nog een binnen: een houten bouwsel zonder ingang, een werk getiteld Smoke and Mirrors.

Eerst is er de buitenkant, de schelp. Ik loop, nederig als een vierkant, alle zijden gelijk, om de houten behuizing heen – een huis in een huis in een stad in een stad.

Dan vouwt mijn blik zich om de hoek. Binnenin is een nieuw buiten, het zicht op weer een stad. Een stad in een huis in een huis in een stad in een stad. In deze stad trekken blinde muren scherpe lijnen, geven borden onbekende boodschappen door.

Ik, blauw stipje, sta aan de rand van de stad en zie hoe het zoemt, hoe dag verandert in avond, en avond verandert in nacht, en nacht verandert in dag, en dag verandert in, et cetera. Ik zie hoe het doek valt in het theater. Want wat is deze stad anders dan theater?

De stad staat te kijk.
Je rent nu, op hoog tempo door holle straten. WIDE SHOT. Wat zit er achter de muren? Waarvan zijn stenen gemaakt? Waar is de rand van de stad, en wat omzoomt de straten? EXTREME WIDE SHOT.

Als je hier niet wegkomt, blijf je er wonen. Krul je je op – MEDIUM SHOT – in een stapel bruine stenen, dek je je toe – CLOSE-UP – met een stuk muur.

Blijft de zon branden. Blijven de straten stil. Leef je in een kopie van de werkelijkheid – een geprojecteerde stad, een decor. En daarachter? Een idee. Een verhaal, en de beelden die dat verhaal oproept.

De heimwee van een ontdekkingsreiziger.








Dovnload 13.73 Kb.