Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De laatste kerstboom

Dovnload 19.71 Kb.

De laatste kerstboom



Datum17.09.2018
Grootte19.71 Kb.

Dovnload 19.71 Kb.

De laatste kerstboom, voorleesversie



Toelichting
Dit is het voorleesverhaal van de kerstmusical ‘De laatste kerstboom’. Het verhaal is bedoeld als vervanging van het spelen van de scenes. Een leerkracht leest het verhaal voor als verbinding tussen de liedjes die de kinderen uitvoeren.




Lied 1: Openingslied

Het loopt tegen kerst. Op het dorpsplein hangen overal lichtjes en de etalages van de winkels zijn mooi versierd. Er staat zelfs een kerststal! De mensen doen hun laatste kerstinkopen op het plein. Iedereen is in kerststemming. Wat hebben ze veel zin in de komende dagen. Ieder op zijn eigen manier: de een verheugt zich op de gezelligheid, de ander op de mooie verhalen, weer een ander op het lekkere eten of op de cadeautjes.


Op het plein staat een groepje kerstbomen klaar om verkocht te worden. Voor hen is het een bijzonder moment. Ze hebben nog nooit een kerstfeest meegemaakt. Wat staat hun te wachten?

‘Wauw,’ zegt Bollie Boom, een korte brede kerstboom. ‘Wat een mooie lichtjes overal.’

’Wij worden straks een echte kerstboom’, zegt Slungel, een lange dunne boom.

‘Ha,’ zegt Stoerboom, een grote brede. ‘ik ben de mooiste, dus ik word vast als eerste uitgekozen.’

‘Maar mama,’ zegt Denneke, een klein scheef boompje met weinig naalden. ‘als ik nou helemaal niet word uitgekozen, wat gebeurt er dan?’

‘Er is voor iedereen een plekje bij lieve mensen thuis, geloof me,’ zegt moederboom.


De kerstbomenverkoper heet Jan Plantenman. Hij heeft niet veel zin in de kerstdagen. Al dat geld uitgeven, daar houdt hij niet van. Ze hebben het al niet breed. Hij verkoopt wel bomen, maar hoeft er zelf geen in huis. Zijn dochter Madelief vindt dat erg jammer. Zij verlangt erg naar een gezellig kerstfeest met een kerstboom erbij. Maar ja, er moet geld verdiend worden. Dus doet ze haar best om haar vader te helpen. ‘Kerstbomen te koop! Allemaal met kluit! Ze vallen niet uit! Dus voor lang plezier, koopt u hier!’

Lied 2: Bomen te koop

Maar wat is dat eigenlijk, kerstfeest vieren, vraagt Denneke zich af. Er komen twee vrolijk uitziende mannen naar de kerstbomenkraam, met stapels dozen kerstversiering in hun armen. Het zijn de trendwatchers Trendy Timo en Design Dylan.

‘Kijk eens, Timo,’ zegt Dylan. ‘Paars is de kleur van het jaar. Ik heb allemaal paarse ballen gekocht. Versieren maar!’
‘Toppie Dylan, super trendy hoor. En ik heb allemaal paarse slingers. Dat wordt weer één groot versierfeest.’

Ze zoeken een kerstboom waarin de versieringen goed uit zullen komen. ‘Neem mij!’ roepen alle bomen. ‘Neem mij!’ Ze kiezen voor Slungel, de lange dunne boom. De andere kerstbomen zijn een beetje teleurgesteld, maar wensen Slungel veel plezier.

‘Ik denk dat zij het versieren heel leuk vinden aan kerst’ denkt Denneke.
Lied 3: Ballen in de boom
Dan arriveert de familie Hap-Slik-Weg bij de kerstbomenkraam. Vader Ad Patat is kok, en ze houden zelf ook van veel en lekker eten. Hij heeft met zijn vrouw en zoon heel veel eten gekocht voor de kerstdagen. Ze checken even of ze alles hebben wat op het boodschappenlijstje stond.

‘Stokbrood. Meloen, druiven, frambozen. Risotto, vier kleuren pasta. Chocolademousse, schuimpjes, ijs. Slagroom, koksroom. Roomsoesjes. (…) Roomsoesjes?’

‘Pizzastengeltje van me,’ zegt Ad Patat tegen zijn vrouw, ‘heb je de roomsoesjes?’

Zijn vrouw begint druk in de tassen te zoeken. Hun zoontje is ook druk bezig. Met zoeken? Nee, met eten. ‘Hé! De roomsoesjes!’ Het laatste roomsoesje verdwijnt zojuist in zijn mond. Helaas, nu moeten ze terug naar de winkel voor nieuwe roomsoesjes.


De familie Hap-Slik-Weg kiest voor een dikke boom waar je veel kransjes en snoep in kan hangen: Bollie Boom. Bollie Boom gaat blij met ze mee en wordt uitgezwaaid door de andere bomen. Ik denk dat ik al weet wat zij leuk vinden aan kerst, denkt Denneke: het lekkere eten!
Lied 4: Aan tafel
Dan gebeurt er iets bijzonders. Opeens verschijnen er dieren op het plein: schapen, een os en een ezel. Maar ook verklede mensen: herders, de drie koningen en Jozef en Maria. Ze nemen plaats rondom de kerststal. Maria legt een babypop, gewikkeld in doeken, in de kribbe. ’Wat komen al die mensen en dieren hier doen, mama?’ vraagt Denneke. ‘Zij spelen het kerstverhaal na, de geboorte van Jezus.’ zegt moederboom. Denneke heeft nog nooit van het kerstverhaal gehoord. Een kind dat geboren werd in een stal? Tussen de koeienvlaaien? En in een voerbak met stro moest liggen? Dat moet een bijzonder verhaal zijn.
Lied 5: Zeg het voort!
Jozef en Maria kiezen een boom die tot na Driekoningen kan blijven staan: de moederboom. ‘O nee mama,’ roept Denneke. ‘zie ik je ooit weer terug?’ ’We hebben een kluit, Denneke, dus we worden weer teruggeplaatst in het bos, we zien elkaar daar weer. Fijne kerst!’
Dan komt het verwende meisje Sterre het plein oplopen met haar rijke ouders. Ze heeft een lange verlanglijst in haar hand, met cadeaus erop die ze allemaal wil hebben. ‘Pap, heb je die roze Ipad al gekocht? En die toverring?’ ‘Ja Sterre, schatje,’ zegt haar vader, ‘ik heb alles. Alleen die toverring heb ik nog niet kunnen vinden.’ ‘Kom op, pap, je hebt het beloofd!’ ‘Sterre liefje, je hebt gelijk, beloofd is beloofd.’ zegt haar moeder. ‘Wij zijn steeds op zakenreis en jij krijgt een roze hemelbed en een berg glitterkleren. En die toverring gaan we vinden.’

Het is wel duidelijk wat zij leuk vindt aan kerst, denkt Denneke: de cadeautjes!


Lied 6: Wat zit er in dat pak?
Sterre kiest een boom waar veel cadeaus onder passen: Stoerboom, de grote brede. Nu zijn alleen Spar-Kel de blauwspar en Denneke nog over. Ze beginnen zich een beetje zorgen te maken: ze worden toch nog wel verkocht?
Dan verschijnen er twee zwervers die op zoek zijn naar een slaapplaats en wat te eten. ‘Die komen vast geen boom kopen.,’ zegt Jan Plantenman. De kerstboomverkoper vindt het maar lastig, die zwervers jagen zijn klanten weg met hun gebedel. Madelief geeft de zwervers haar appel. ‘Jullie kunnen kerstfeest vieren in het dorpshuis,’ vertelt ze. Madelief zou ook wel naar dat feest willen gaan, maar haar vader vindt het niet goed.

‘Goh, wat kunnen mensen verschillend leven’, denkt Denneke. ‘Ze leven in dezelfde wereld, maar toch lijkt het alsof die heel anders is.’


Lied 7: Jouw wereld
Het is inmiddels donker geworden. Het wordt al rustiger buiten. Dan schalt opeens over het plein: ‘Koek en zopie! Chocomel! U kent het wel!’ Het zijn de bekende sporters Ireen nummer 1 en Sven Die-Het-Ken. Ze verkopen koek en zopie voor het goede doel.

‘Nou nog hopen op een witte kerst,’ zegt Sven Die-Het-ken. ‘Lekker schaatsen op natuurijs en van de berg af sleeën.’ ‘Ik droom al jaren van echte wintersport,’ zegt Madelief. ‘Dat lijkt me pas pret.’


Lied 8: Winterpret
Het is avond geworden. De mensen zijn naar huis gegaan, het is stil op het plein. De sporters hebben Spar-Kel de blauwspar meegenomen. Bij de kerstbomenkraam staat nog maar één boompje: Denneke. De laatste kerstboom.

‘Niemand koopt dit boompje nog. Zullen wij ‘m mee naar huis nemen?’ vraagt Madelief hoopvol. Maar Plantenman wil er niets van weten. ‘We plaatsen dit boompje morgen wel terug in het bos. Met de kale kant naar de zon, dan is ‘ie volgend jaar vast een stuk mooier. Kom, we gaan naar huis. Ik kan geen boom meer zien.’


En daar staat Denneke dan. De laatste kerstboom die niemand heeft willen kopen. Hij had het zich zo anders voorgesteld. Wat had hij graag net als de andere bomen in een huiskamer willen staan, versierd willen worden en de gezelligheid willen zien. In plaats daarvan staat hij hier in de kou. Eenzaam en alleen.
Maar dan gebeurt er iets onverwachts. De lichten op het plein gaan uit. En ook de lichtjes in de etalages van de winkels. Het is opeens aardedonker, alleen de vuurkorf bij de kerstbomenkraam smeult nog wat na. De mensen komen verbaasd het plein opgelopen. ‘De stroom is uitgevallen’, hoort Denneke iemand zeggen. ‘Nee toch, op kerstavond!’ roept een ander. ‘Het spijt me mensen,’ zegt de burgemeester. ‘het kan nog de hele nacht gaan duren voordat we weer stroom hebben.’ ‘Maar mijn hapjes in de oven dan?’ ‘En we zullen het koud gaan krijgen in onze huizen!’ De mensen verzamelen zich om de vuurkorf van de kerstbomenkraam. ‘Ik gooi er nog wel wat hout op’, zegt Plantenman. Iedereen komt er naartoe om zich te warmen aan het vuur. ‘Wat moeten we nu? We willen kerstfeest vieren!’ roepen de mensen. Dan stapt Madelief naar voren. ‘We kunnen toch hier kerst vieren? Met elkaar. En kijk, hier hebben we nog een boom. Ze wijst op Denneke. Het is wel een kleintje, maar een echte kerstboom. ‘Wat een goed idee!’ Iedereen wordt enthousiast en gaat gauw thuis hapjes, slingers en cadeautjes halen voor het grote, gezamenlijke kerstfeest op het plein.
En Denneke? Die is de gelukkigste boom van de wereld. Hij is mooi versierd en er liggen cadeautjes aan zijn voeten. Eindelijk is hij een echte kerstboom! De andere bomen zijn er ook bij gehaald en Denneke is het stralende middelpunt. Terwijl ze met z’n allen kerst vieren bedenkt Denneke zich wat voor hem kerst is: samen zijn!
Lied 9: Het is kerstfeest

Lied 10: Ik wens je een vrolijk kerstfeest

  • Lied 1: Openingslied
  • Lied 2: Bomen te koop
  • Lied 3: Ballen in de boom
  • Lied 4: Aan tafel
  • Lied 5: Zeg het voort!
  • Lied 6: Wat zit er in dat pak
  • Lied 7: Jouw wereld
  • Lied 8: Winterpret
  • Lied 9: Het is kerstfeest Lied 10: Ik wens je een vrolijk kerstfeest

  • Dovnload 19.71 Kb.