Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


"De mens bestaat uit drie gehelen. Het Ich, het Es en het Uber-Ich. De eerste is de mens zoals hij is, de tweede bepaalt de driften en de verlangens van de mens en de derde is het geweten van die mens"

Dovnload 47.11 Kb.

"De mens bestaat uit drie gehelen. Het Ich, het Es en het Uber-Ich. De eerste is de mens zoals hij is, de tweede bepaalt de driften en de verlangens van de mens en de derde is het geweten van die mens"



Datum23.09.2018
Grootte47.11 Kb.

Dovnload 47.11 Kb.

“De mens bestaat uit drie gehelen. Het Ich, het Es en het Uber-Ich. De eerste is de mens zoals hij is, de tweede bepaalt de driften en de verlangens van de mens en de derde is het geweten van die mens”. Zo sprak Carl Gustav Jung. Peter De Graef wist daarop te antwoorden: “Da’isss…!”. Zijn theatertekst met gelijknamige titel voert deze psychoanalytische elementen op in de vorm van drie allegorische personages die elkaar bevragen in wat een tijds- en ruimtevacuüm lijkt te zijn. Een behoorlijk gecompliceerde tekst, zou men denken. Toch weet De Graef deze veel besproken theorie in een luchtige vorm te gieten die bovendien ook erg begrijpelijk en geschikt is voor het jongerenpubliek. Hoe hij dat precies weet te doen wordt verder uitgespit in deze paper. Hierbij wordt er bijzondere aandacht besteed aan de verhoopte receptie van dit stuk bij het publiek. Zes onderzoekspunten zijn hier aan de orde. Ten eerste worden de drie personages uitgediept en wordt hun onderlinge relatie duidelijk gemaakt. Als tweede punt is het belangrijk om een zicht te krijgen op de structuur die deze personages bindt. Vervolgens wordt er gekeken naar de tijd en de ruimte waarin zij elkaar ontmoeten. Ook twee technische aspecten in deze tekst vragen om ontleding. Daarom worden ook het media- en taalgebruik doorgelicht. Tenslotte kan worden besloten welke ideologie wordt ten toon gesteld in dit stuk.
Personages

Zoals in de inleiding al te lezen was, brengt Peter De Graef drie allegorische figuren naar voor in dit stuk. Zij representeren elk op zich een onderdeel van de menselijke geest. De Verschrikkelijke Meneer is de eerste van de drie die het publiek te zien krijgt. Hij is immens groot en maakt dan ook meteen een imposante indruk. Hoewel hij als enig personage zichtbaar is voor het publiek zijn de andere twee toch al aanwezig op het toneel. Dit gegeven refereert onmiskenbaar aan de onderbewuste elementen van de menselijke geest; wel aanwezig, niet zichtbaar. De Verschrikkelijke Meneer verklapt in de loop van het verhaal zijn naam en zal dan ook voor de rest van deze analyse worden vernoemd als Francis. (Enkel de laatste twee replieken van dit personage worden in de tekst zelf ingeleid door deze naam.) Hij is zichzelf duidelijk bewust van de indruk die hij nalaat door z’n gestalte en wilt dit dan ook nog eens aan dikken met het gebruik van harde taal tegen de toeschouwers. Hij probeert door middel van triviale weetjes het publiek te intimideren en z’n zogenaamde intelligentie te laten uitschijnen. Deze houding verraadt in zekere zin toch z’n onzekerheid. Doorheen heel het stuk zien we een Francis met als motto “Aanval is de beste verdediging”. Hij krijgt voortdurend te maken met z’n verleden en voelt zich daardoor steeds in het nauw gedreven. Z’n verleden vormt een bedreiging voor hem omdat hij z’n eigen interpretatie hieraan heeft gegeven en die dan vervolgens veilig heeft weggeborgen. Deze ongewenste confrontatie brengt hem zo van z’n stuk dat hij enkel maar offensief weet te reageren. Het jongere publiek zal Francis dan ook zien als een harde bullebak die duidelijk iets verkeerds heeft gedaan. Gelukkig draait hij later weer bij door de nieuwe inzichten die hij met behulp van Het Meisje en Stille weet te vergaren. Niet alleen dan, maar ook regelmatig vóór deze kentering lijkt Francis op een heel groot kind. De jongere toeschouwers zullen in hem naast een pestkop ook een gepest jongetje herkennen. Hieronder volgen twee voorbeelden van z’n verschillende verdedigingstactieken. De eerste is Francis als pestkop die zich verdedigt tegen een sanseveria, de tweede weerspiegelt Francis als braaf jongetje dat zich wil verantwoorden. Deze twee contrasterende eigenschappen van Francis maken z’n onzekerheid kenbaar en zorgen ervoor dat het publiek sympathiseert met hem, ondanks z’n brutale intrede.


1. Het Meisje Denken!? Zijn!?

Ik vind dat je nogal grote woorden gebruikt.

Je lijkt wel een filosoof.

De V’Meneer Oh! U probeert mij belachelijk te maken!?

Wat dacht je!? Als bladgroente ben ik waardeloos dus laat ik mij maar ’s toeleggen op kinderbescherming!?

Mooi!


Laat jij dan maar ’s zien wat jij gaat doen wanneer ik er hier eentje tussenuit pluk; dit hier bijvoorbeeld (Gaat weer naar dat kleine jongetje op de eerste rij en grijpt ‘m in de kraag.) en begin te wurgen. Hm!? Wat ga jij dan doen… Met je bladeren
2. Stille Je hebt nog nooit geluisterd.

Daarom worden mensen ziek.

[…]

De V’Meneer Ma’ ik vind dat niet eerlijk.



. . .

Ik heb altijd opgelet. Altijd héél goed geluisterd.

Ik had vroeger altijd de beste punten op school.

Alleen maar tienen.

Omdat tja … een elf dat kon je niet halen, bij ons

… elf op tien […]


Francis maakt z’n intrede door het publiek te vertellen hoe belangrijk hij wel is en hoe dom de toeschouwers wel zijn. Daarin wordt hij onderbroken door een stem. Na even te zoeken vindt hij het tweede personage, Het Meisje. Zij zat verscholen onder één van de twee decorstukken op het toneel. Francis schrikt behoorlijk van Het Meisje omdat zij tegen hem durft in te gaan. Hij is fysiek veel groter en kent geen tegenspraak. De beschrijving van Het Meisje contrasteert heel erg duidelijk met die van Francis. Zij is klein en mager als een danseresje. Dit doet haar liefelijk overkomen en in dit eerste stadium wint zij meteen de genegenheid van de toeschouwer. Zij is het die Francis voortdurend blijft wijzen op zijn verleden en zijn vertekend beeld probeert bij te sturen. Het Meisje representeert het Es, het verlangen. Concreet vertaalt zich dat naar een impulsieve en erg vitale persoon. Ze is een deel van het onderbewustzijn van Francis, dus weet perfect wat er in werkelijkheid gebeurd is. Dankzij deze informatie kent ze dan ook het zwakke punt van Francis – zijn moeder – en maakt hier handig gebruik van op momenten dat Francis niet wil luisteren. Ze probeert hem op allerlei manieren duidelijk te maken dat hij niet op deze ambitieloze manier verder kan gaan en herinnert hem aan alle voornemens die hij al heeft gehad. Het Meisje vervult een didactische taak, wat alleen maar kan worden geapprecieerd door het jonge publiek. Zij is de juffrouw, zij is ‘de goeie’. Toch is ze nog meer dan dat, want haar impulsieve, jonge, dynamische manier van ‘werken’ maakt van haar ook een beetje dat kind dat Francis ook is. Dit is zeker logisch, want Het Meisje is tenslotte een deel van Francis. Dat kinderlijke aspect zorgt ervoor dat ze nog dichter bij de toeschouwers komt te staan. Ze wint het vertrouwen van het publiek en stelt zichzelf zo in staat om op geloofwaardige manier Francis te helpen.

Gelukkig staat Het Meisje niet alleen voor deze opgave. Net zoals zij is het derde personage – Stille – al aanwezig aan het begin van dit stuk, maar blijft hij nog onzichtbaar voor de toeschouwers. Net nadat Francis heeft ontdekt dat de sanseveria eigenlijk Het Meisje is, ontstaat er een conversatie tussen Het Meisje en Stille. Ook Francis zelf heeft geen moeite om te praten met de onzichtbare entiteit. Pas na het eerste kenteringmoment begint Francis vragen te stellen over de twee onbekende figuren. Stille is duidelijk rustiger dan Het Meisje. Hij lijkt zichzelf te beheersen en probeert zo veel mogelijk wijze uitspraken te doen. Dit personage is de incarnatie van het derde aspect: het geweten. Het is zijn taak om al het goede, de juiste morele keuzes in stand te houden. Vandaar z’n gematigd gedrag. Hij probeert een zekere geloofwaardigheid uit te stralen. Het Meisje heeft die geloofwaardigheid gewonnen door haar spontaniteit dat vertrouwen schept bij de toeschouwers. Stille gooit het over een meer geleerde boeg. Z’n verhoopt vertrouwen is zeker aanwezig, al was het maar omdat hij een duo vormt met Het Meisje die beiden als doel hebben om Francis op het juiste pad te brengen. Toch wordt hij af en toe op de proef gesteld door de impulsiviteit van Het Meisje waardoor z’n autoritaire houding soms geheel ondermijnd wordt. Daarbij brengt ze zonder problemen Francis mee in de war die dan op zijn beurt de houding van Stille onbewust ook negeert. Daarbij blijft Stille hoe dan ook de kalmte bewaren. Het zijn immers twee handen op één buik; hij en Het Meisje. Dat wordt later ook zichtbaar bij hun clowneske optreden als entertainend duo. Hieronder volgt een voorbeeld van Stille die wijsheid probeert over te dragen, maar daarin wordt gestoord door Het (spontane en soms ietwat naïeve) Meisje.

Stille Het zijn allemaal ridders, die jonkvrouwen willen redden en het kwaad bestrijden …

Het Meisje Wil je thee?

De V’Meneer Hé!?

Stille Maar dan …

Het Meisje Of je thee wil!?

Thee! Met iets erbij.

Stille Maar dan gebeuren …

De V’Meneer Cho ja!

Dat ga ik, geloof ik wel lekker vinden.

Een kommetje thee…

Stille Maar dan gebeuren er dingen …

De V’Meneer … met iets d’r bij nog wel!



Structuur

Het hele stuk kent een duidelijke structuur. Zoals wel eens meer het geval wil zijn in het jeugdtheater wordt ook hier een zekere cirkelstructuur gebruikt rond het begin en het einde van deze tekst. Francis komt door een deur achteraan de zaal in . Hij wandelt tot op het toneel en niet veel later valt de deur achter hem in het slot. Aan het einde van het stuk vliegt de deur weer open en schijnt er een fel licht. Francis loopt de zaal weer uit via deze deur. Het eigenlijke stuk dan kent een drieledige structuur. Er zijn namelijk drie kenteringmomenten waarbij Francis steeds meer tot inzicht komt.



Bij het binnenkomen is Francis een erg grote man met een bedreigende houding. Hier is Francis zeker van zichzelf, althans dat probeert hij toch uit te stralen. Niet veel later wordt hij overvallen door een stem die zich niet veel later zal uiten als Het Meisje. Zij probeert tot hem door te dringen, maar als tegenreactie plaatst Francis een deur op het toneel en duwt haar daar door. Vanaf hier zijn er twee kampen gecreëerd. Het kamp van Francis ‘in de kamer’ en het kamp van Het Meisje en Stille die ook vanaf hier participeert in de conversaties, ‘op de gang’. Dit tweede kamp heeft nu als taak het eerste kamp op een geweldloze manier binnen te geraken. Na een woordenwisseling ontstaat er toch een ruw fysiek contact tussen Francis en Het Meisje, met een eerste breekpunt tot gevolg. Stille wijst hem hier terecht en Francis krijgt een eerste gevoel van spijt. Dat gevoel verdwijnt even snel als het gekomen was. Stille en Het Meisje zijn zich nochtans terdege bewust van het feit dat dit breekpunt er geweest is. Ze bereiden dan ook het grotere werk voor. Wanneer Het Meisje het verhaal uit de doeken doet over het verleden van Francis ontstaat er een kenteringmoment. Hij komt tot het besef dat hij het noorden kwijt is en dat hij hulp nodig heeft. Die vraagt hij aan de personages uit het andere kamp. Zij weten dat ze nu verder kunnen en vertellen hem dat hij hier is om de foute ideeën uit z’n hoofd te zetten. Het proces begint waarbij Stille en Het Meisje in samenwerking een heel aantal theorieën verkondigen en hem zo tot inkeer willen brengen. Toch wordt er plots een einde gemaakt aan dit eerste kenteringmoment door een uitspraak van Het Meisje waardoor Francis door het lint gaat. Terwijl hij probeert Het Meisje te wurgen, komt Stille uit het kastje en doet hij zich voor als de vader van Francis. Die haalt uit het niets een groot pistool boven waarmee hij Stille neerschiet. Francis zakt neer en voelt zich radeloos. Er is nood aan inzicht. Op dit moment wordt duidelijk dat de personages een act opvoeren. Ze kruipen zonder probleem terug recht en zetten hun proces voort. Uiteraard is Francis ongelooflijk verwonderd over de gebeurtenissen en krijgt hij een plots respect voor de twee figuren. Voor de tweede maal bekeert Francis zich en participeert hij in de gesprekken op een beleefde manier. Ondanks het feit dat hij weer in leugens vervalt weten Stille en Het Meisje zijn aandacht terug te winnen. Maar toch is een derde conflict niet uit te sluiten. Deze keer behoorlijk intens waarbij ook de zaal betrokken wordt. De enige manier om hem nog tot inkeer te brengen is nog meer metafysisch denken. Ze vertellen hem dat hij op een toneel staat en dat de mensen in de zaal zijn publiek zijn. Nadat ze hem dit met hand en tand hebben kunnen duidelijk maken, breekt het derde en laatste kenteringmoment aan. Francis vertelt zelf hoe z’n verleden eruit zag en komt duidelijk tot inkeer. Hij verlaat de zaal, zoals gezegd, door de deur met het felle licht. De twee andere personages ruimen het toneel op en zetten zich klaar voor de volgende bezoeker.
Het publiek ondergaat deze kenteringmomenten volledig mee. De opbouw die drie keer achter elkaar moet plaatsvinden, zorgt voor een spanningsopbouw die tot drie maal toe een climax probeert te bereiken. De jonge toeschouwers sympathiseren met de twee figuren die Francis proberen te helpen en zodoende voelt het publiek zich mee verantwoordelijk voor het slagen van deze opdracht. Ze worden dan ook telkens teleurgesteld wanneer Francis weer vervalt in zijn boosheid. Het einde van het stuk vervult dus de verwachtingen van de toeschouwers en geven een gevoel van voldoening.
Tijd en Ruimte

Het toneel is een polyvalente plaats in “Da’isss…!”. De beschrijving van de scène waarmee de tekst van start gaat, beschrijft dan ook dat het toneel helemaal leeg is. Er is enkel rook die over de vloer rolt. En één sanseveria op een piëdestal. En wat verderop nog een kastje. We weten ondertussen al dat die twee rekwisieten eigenlijk Het Meisje en Stille zijn. Vanuit de zaal komt Francis naar voor gestapt. Op die manier wordt de speelruimte vergroot tot de hele zaal. Na de intrede van Francis speelt alles zich wel af op het toneel zelf, maar het feit dat deze man het publiek er met regelmaat bij betrekt, zorgt ervoor dat deze vergrote ruimte in zekere zin behouden blijft. Francis verdeelt dan bijna meteen na het eerste contact het toneel in twee delen door het opzetten van een deur. Het is slechts één deur, maar toch bestaan er nu twee verschillende ruimten. De verschillende kenteringmomenten worden dan ook symbolisch door deze deur in de ruimte duidelijk gemaakt. Francis overschrijdt steeds de drempel die door de deur wordt gevormd. En ook wanneer Francis een woedeaanval krijgt gaat hij terug naar ‘zijn kamer’ en gooit de deur toe. Deze kinderlijke reactie refereert dan ook maar weer eens aan het kind dat in hem zit. De deur valt tijdens de laatste kentering om waardoor de ruimte plots terug één wordt. Naast het gevoel van een grote ruimte krijgt Francis ook het gevoel van opgesloten te zitten. Tijdens enkele angstige momenten zoekt hij wanhopig naar een uitgang ergens achteraan het toneel.

Hoewel er zoveel zaken tegelijk gebeuren en de twee figuren steeds maar weer nieuwe situaties presenteren aan Francis, blijft er toch één bepaalde zekerheid. Francis heeft te maken met z’n onderbewustzijn. Hij ontmoet Het Meisje en Stille op deze onbepaalde plaats – die we als het onderbewustzijn moeten bestempelen – tijdens een operatie. De tijdsduur van het stuk bedraagt de verdovingstijd die nodig is om een operatie uit te voeren. Omdat dit concept wordt uitgewerkt in een fysiek tastbaar tijd-ruimte geheel wordt het mogelijk om een heel aantal abstracte begrippen concreet te maken door ze te incarneren. Hij krijgt regelmatig een visuele voorstelling van z’n verleden waardoor hij in zekere zin zit te kijken naar een flashback. Ook de tijd wordt in deze ruimte geïncarneerd.
Omdat Francis tegen de toeschouwers spreekt, voelen zij zich nog meer betrokken in het geheel. De ruimte die hij creëert door via de zaal het toneel te bereiken geeft het publiek het gevoel dat ze mee in het onderbewustzijn van Francis zitten. Voor hen lijkt het dan ook alsof ze na het stuk ook ontwaken uit een soort coma.
Rekwisieten & Mediagebruik

“Da’isss…!” bulkt van de rekwisieten en mediaobjecten. Het onderbewustzijn waar Francis binnen treedt is een mysterieuze, ongekende plaats. Het is een wereld op zich die niet vast hangt aan vooraf vastgelegde wetten. Daarom is alles mogelijk. En dat neemt Peter De Graef dan ook ter harte. Hij creëert een absurd universum dat gevuld is met onverwachte en overal inzetbare attributen, muziek - en videofragmenten.


Allereerst even aandacht voor het licht dat uit door de deur schijnt aan het einde van het stuk. Francis gaat een nieuwe leven tegemoet en loopt de zaal uit. Door het felle licht lijkt hij een beetje de hemelpoort door te stappen. Een symbolische voorstelling van zijn propere lei. Ook na een verdoving wakker worden met licht in de ogen lijkt sterk op deze situatie.

De figuur van Francis wordt gekenmerkt door z’n buitenmaats postuur. Hij is veel groter dan een normaal persoon. Om dit effect te bereiken zal de acteur die deze rol vertolkt op stelten moeten lopen. Deze stelten krijgen dan later een symbolische functie wanneer Francis met behulp van


Het Meisje van zijn stelten afkomt en zo een ‘nieuwe mens’ wordt. De stelten zijn nog min of meer een constante in het stuk. De bovengenoemde deur zwaait zeer onverwacht uit de koffer die Francis bij heeft en staat verder bijna het volledige stuk in het midden van het toneel. Naast deze twee rekwisieten zijn er enkel nog maar een heel aantal attributen die instant werken en maar een tijdelijke functie hebben.

Aangezien het toneel, op een piëdestal en een kastje na, leeg is, komen de gebruikte rekwisieten uit het niets en verdwijnen ze soms weer even snel. Zo is er een beker met water die plots wordt aangereikt om Francis te troosten. Wanneer hij dan later een plotse woedeaanval krijgt, haalt hij plots een groot pistool boven waarmee hij op Stille schiet. Die draagt op dat moment een baard en een hoed die hij meteen daarna aan Het Meisje geeft. Zij verdwijnt hiermee en wisselt de rekwisieten om voor materiaal om de vloer schoon te maken. Niet veel later rolt er een feesttafel op die gevuld is met slagroomtaarten, koekjes en kleine gebakjes. Ook deze wordt na een tijdje weer weggerold. En wanneer de twee figuren proberen duidelijk te maken dat Francis in het midden van een toneelstuk staat, krijgen we een geweldige samenloop van objecten die elkaar afwisselen tegen een onwaarschijnlijk hoog tempo. Een pakje chips wordt geopend, op de grond gegooid en weer opgekuist. Het Meisje klapt in haar handen en het begint te regenen. Dat stopt weer even snel wanneer ze nog eens in haar handen klapt. Meteen daarna schiet ze met een – weliswaar imaginair – lasergeweer dat een enorme knal met een grote rookwolk tot gevolg heeft. De flaporen en het bovenste kleedje van Het Meisje worden uitgetrokken. Als reactie slaat ze dan een fles stuk op het hoofd van Stille. Hij heeft een aantal pakjes bloed die hij met zijn handen op het hoofd stuk knijpt en zo het bloed door zijn vingers laat gutsen. Enkele momenten later wordt de deur op een andere manier als attribuut gebruikt. Het Meisje staat in de het kader van de deur die op de grond ligt, houdt de deur zelf open en laat zich als in een lift naar beneden zakken. Ten slotte zet Stille nog een pruik en een brilletje op waarmee hij de rekwisietenrace afsluit.

Maar wat minstens zo belangrijk is als het gebruik van deze voorwerpen, is de aanwezigheid van muziek en beeld. Het mag duidelijk zijn dat Peter De Graef een bekwame theatermaker is, toch staat zijn stuk bol van de filmische elementen die hij bereikt door dit mediagebruik. Hij bepaalt de stemming van het gebeuren door middel van de muziek die aanzwelt en afneemt zoals dat gebeurt in film. De meest duidelijke voorbeelden daarvan zijn de fragmenten uit filmmuziek:

Adagietto uit de 5e symfonie van Mahler - Tod in Venedig

Love Is God - Intolerable Cruelty

Intro - 25th Hour

Hank’s Transition - Monster’s Ball

Fully expose - Intolerable Cruelty

De muziek draagt bij tot de absurde ruimte waarin het geheel zich afspeelt. Als later de twee figuren aan Francis proberen duidelijk te maken dat hij op een toneel staat, begint er plots een stuk Arabische funk te spelen. Die houdt meteen weer op wanneer Het Meisje iets wil zeggen, maar begint net zo snel weer op het moment dat zij en Stille hem terug nodig hebben.


Daarnaast gebruikt hij nog een heel aantal andere stukken die steeds een emotie ondersteunen. Zo ontstaat er een sterke visualisering van de gedachten die De Graef aan zijn personages geeft. Dat doet hij nog duidelijker door het gebruik van videobeelden. Francis ziet zijn verleden letterlijk geprojecteerd op een scherm. Dit is een theatrale variant van de flashback in de film. Flitsende beelden die elkaar snel opvolgen geven in een heel korte tijdsspanne een heel aantal jaren weer. Daarnaast gebruikt hij zelf letterlijk beelden uit films om dit alles nog te versterken. En dit alles weet hij perfect te beschrijven omdat hij duidelijk in zijn hoofd ziet wat er moet gebeuren op het scherm.


(We zien beelden op een schermpje De Verschrikkelijke Meneer met een ridderhelm op in een
zetel zitten gameboyen. […] We zien het zusje respectievelijk zitten kleien, de tuin besproeien met een tuinslang en blokfluit spelen. […] We zien het zusje een kaars onder een kerstboom zetten. […] We zien een onwijs hoge gameboyscore verder oplopen. […] We zien beelden van a) het brandende huis op het einde van de tweede ‘Silence of the Lambs’ film en b) een napalmbombardement uit ‘Apocalypse Now’ […] We zien een afschuwelijk brandwondenslachtoffertje […] We zien hoe de vader thuiskomt en de ridder begint uit te schelden. Tot slot zien we een shot van een man; lallend in de goot. […] We zoemen nu in op de lallende man en herkennen de vader.

Terwijl dit zich afspeelt wordt het verhaal dat bij de beelden hoort verteld. Maar zelfs zonder dat verhaal is het geen enkel probleem om te begrijpen wat hier gebeurt. De Graef’s visuele kracht is enorm sterk en weet dan ook het publiek zonder enig probleem te boeien en mee te nemen in het verhaal. Zij krijgen namelijk alles expliciet te horen en te zien. Het is dan ook onmogelijk om als toeschouwer iets te missen van de gedachten die de auteur zijn personages meegeeft.
Taalgebruik

Wat naast de technische fantasie van Peter De Graef erg opvalt, is zijn taalgebruik. Hij weet op onmiskenbare wijze gesproken taal op papier te zetten. Zijn replieken liggen allemaal heel natuurlijk in de mond. Dit wordt al duidelijk bij enkel het lezen van het stuk. De afgetekende karaktertrekken van de personages worden weerspiegeld in hun taal. Aangezien er volgens Het Meisje in iedereen een kind zit dat meekijkt, wordt er ook in een soort kinderlijke taal gesproken. De titel zelf is daar het beste voorbeeld van. Op deze manier wordt het jonge publiek aangesproken en ontstaat er een herkenning wat ook weer bijdraagt tot de geloofwaardigheid van de personages. De soms naïeve manier van spreken geeft hen alle drie de natuurlijke zuiverheid en eerlijkheid van een kind. Je kan bijna niet anders dan deze tekst te lezen op een erg geaffecteerde manier.


De V’Meneer […]
Dus als ik nu niet luister … dan ga ik dood straks!

En dat is niet prettig.

Dood gaan, dat is met zo’n kist weetjewel, dragen ze je dwars door

een kerk, met zo’n pastoor d’r achter. (Zingt) Iepiwiedo in filio

persistensis, - dat is een Latijns Liedje. Leuk hè – Kripinalo

Piewie…
Stille probeert een hoger register aan te houden om op die manier z’n autoriteit te kunnen behouden. Hij is dan ook de wijze, het geweten. Het is z’n taak om juiste en zinvolle uitspraken te doen. Daardoor wordt hij regelmatig een toon aangemeten die doet denken aan ouders die tegen hun kind spreken. Voor de jonge toeschouwers is dit uiteraard een voor de hand liggend herkenningspunt. Zij zien hoe Francis, die iets slechts heeft gedaan, een soort uitbrander krijgt van zijn ouders. Dit patroon zal zich dan ook duidelijk manifesteren doorheen heel het stuk. De vader (Stille) en de moeder (Het Meisje) die zich als ouders profileren naar Francis toe. Het Meisje praat dan ook af en toe over de echte moeder van Francis en Stille imiteert zijn vader op het moment dat hij uit de kast komt. Toch begint het stuk andersom. Francis intimideert de jonge toeschouwers met zijn goeie raad en slimme woorden. Hij is volwassen en weet hoe het moet. Daarom zal hij de jongeren eens onderhouden over hoe het leven nu werkelijk in elkaar zit. Dit patroon wordt omgedraaid vanaf de opkomst van Het Meisje en Stille. Hieronder een voorbeeld van dit ouderlijk taalgebruik.


Stille Kijk nu wat je gedaan hebt.

De V’Meneer Maar …

Stille Je gaat toch ook niet op straat zo maar iedereen z’n broek aftrekken!?

Zorg maar dat je het weer goed maakt nu.



De V’Meneer Dat was niet de bedoeling.
Aangezien er erg veel – weliswaar op luchtige manier voorgestelde – wijsheid en zelfs filosofie in het stuk zit verwerkt, wisselt De Graef z’n soms grote woorden af met erg triviale en kinderlijke grapjes die ook door het ‘ouderlijke’ paar worden gemaakt. Onderling is hun taalgebruik dan ook veel minder geconcentreerd op het overdragen van belangrijke informatie en het slagen van de opdracht. Het publiek krijgt hierdoor dus een zicht op hoe de twee ook een minder strenge kant hebben. Dit draagt opnieuw bij tot de geloofwaardigheid van het duo.
Het Meisje Lange Urdül; ja. Die zijn stiefmoeder in flintertjes had gesneden en haar had doen verdwijnen
in een rol pittavlees … dat was ook een huilertje.

Stille Jaha!

En die deed gewoon z’n broek naar beneden, weet je nog, bij zijn filmpje hè.

Het Meisje Urdül! Die ging gewoon op z’n hurken zitten en en …

Stille D’r kwam een kak uit die Turk zo groot als een suikerbiet.

Het Meisje En zo zwaar als een kassei.

Stille Tonk! Zei die kak.

Het Meisje Tonk ja!

Stille Tonk!


Thema / Ideologie

Er zitten een aantal thema’s verwerkt in deze ontdekkingsreis van Francis. Maar de vaste ideologische waarde doorheen het hele stuk is : “Blijf jezelf!” Het is dan ook de opdracht van de twee figuren om Francis weer in contact te brengen met zichzelf. Hij heeft in het verleden een aantal traumatische momenten meegemaakt die hij heeft weten te verdringen. Het Meisje en Stille zorgen ervoor dat hij ze leert verwerken in plaats van door middel van leugens ze te verdringen. Om hieraan te kunnen voldoen, laten ze Francis nadenken over een aantal filosofisch getinte onderwerpen.


Als eerste wordt Francis verplicht om stil te staan bij zijn verleden en een nieuw verhaal te aanvaarden. Dit proces duurt tot het einde van het stuk alvorens er resultaat wordt geboekt. Tijdens het proces reflecteren ze samen over het lot van de mens en wat wel of niet waar is. Door middel van een aantal verhaaltjes en voorbeelden probeert het duo Francis duidelijk te maken wat ‘het lot van de mens’ juist inhoudt. Daarbij spreken ze Francis aan die op dat moment de positie van kind vervult. Hierdoor spreken de twee via Francis het publiek aan. Stille geeft als voorbeeld een situatie waarin een jongetje een vriendje opbelt om naar een pretpark te gaan. Hij schetst dan in enkele seconden hoe dat jongetje daar een meisje leert kennen en hoe hun geschiedenis er samen uit zal zien. Dit loopt rampzalig af in een passionele moord. Hij komt terug op dat vriendje van het jongetje en vertelt Francis dat het hele verloop van dat jongetje zijn leven uiteindelijk niet de schuld is van zijn vriendje. Het Meisje denkt samen met Stille na over hoeveel keer het leven zich al heeft herhaalt in ontelbare generaties. Het lot kan je niet tegenhouden, zelfs niet als je de slimste van de klas bent. Om Francis hiervan te overtuigen vertelt Stille hem het verhaal van de slimme eskimo die plots in het verkeer staat en niet weet wat een rood licht inhoudt.
Als grootste klap krijgt Francis te horen dat niets waar of onwaar is. Dit helpt hem uiteindelijk wel om z’n laatste kenteringmoment door te maken en te beseffen dat hij gewoon is wie hij is. Het duo legt hem uit dat hij een acteur is die toneel staat te spelen. Ze gebruiken een heel aantal absurde situaties die zich enkel kunnen voordoen in een theaterstuk op een toneel. Het gekke is dat er hier op bepaalde hoogte aan metafysisch denken wordt gedaan. Alle drie de personages beseffen dat ze op een toneel staan. Dit is raar maar waar niet moeilijk te aanvaarden aangezien er al enkele keren een verwijzing is gemaakt tijdens het stuk naar de toeschouwers. Door deze absurde wending in het gebeuren raakt Francis helemaal het noorden kwijt en is hij toegewezen op zichzelf. Hij kan dus niets anders meer dan de waarheid onder ogen zien. Toch verdwijnt dit metafysisch denken op een bepaalde manier wanneer Het Meisje en Stille beseffen dat Francis tot inkeer is gekomen. Ze vertellen hem namelijk dat hij terug wakker aan het worden is. Op die manier wordt de draad van het verhaal terug opgenomen. In zekere zin wordt dan helemaal op het einde de ernst van het hele stuk lichtjes gerelativeerd wanneer het duo zich weer klaar maakt voor de volgende patiënt.

Bronnen


  • De Graef, Peter. Da’isss…!. Antwerpen: Het Paleis. Seizoen 2003 – 2004.

  • http://www.skepsis.nl/jung.html


Moderne Nederlandse Dramateksten : Da’isss…! - Een kritische analyse Filip Vekemans /



  • Tijd en Ruimte
  • Rekwisieten Mediagebruik
  • Thema / Ideologie

  • Dovnload 47.11 Kb.