Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De menstruele cyclus Gedurende de menstruele cyclus

Dovnload 9 Mb.

De menstruele cyclus Gedurende de menstruele cyclus



Pagina1/13
Datum28.10.2018
Grootte9 Mb.

Dovnload 9 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

De menstruele cyclus

1. Gedurende de menstruele cyclus:

  1. Neemt de endometriale dikte toe tijdens de proliferatieve fase onder invloed van progestagenen (onder invloed van oestrogenen)

  2. Accumuleert het endometrium glycogeen onder invloed van oestrogenen (onder invloed van progesteron)

  3. Zal bij een stijging van het oestrogeen en een daling van het progesteron de menstruatie geïnduceerd worden (door een daling van progesteron en een aanhoudend laag oestrogeen)

  4. Induceert de LH-piek de ovulatie en de vorming van het corpus luteum

  5. Ovuleert de vrouw op de 1e dag van de cyclus (op de 14e dag van de cyclus)

2. Gedurende menstruele cyclus kan men een ovulatie bewijzen:

  1. Door aan echografist te vragen de dikte endometrium te meten (dikte neemt toe vóór de ovulatie en het kan dus zijn dat het endometrium al dik genoeg is maar dat de eisprong nog moet gebeuren)

  2. Door aan lab bepaling FSH en oestrogenen aan te vragen (LH en progesteron)

  3. Door een doctorandus bepaling inhibine A en B uit te voeren (inhibine B heeft 2 pieken: in de folliculaire fase en bij de ovulatie, maar je hebt geen bewijs of het de juiste piek is)

  4. Door een APO te vragen glycogeen in endometrium op te sporen (glycogeen wordt pas opgeslagen tijdens de secretoire fase, dus na de ovulatie)

  5. Door in midcyclische basale temperatuurspiek op te meten (temperatuur piekt vlak vóór de ovulatie)

Gametogenese – bevruchting – implantatie – placenta – foetus

1. De ontwikkeling van de vrucht, welke bewering is onjuist:

  1. Op 8 maanden is de lengte van de vrucht gemiddeld 40 cm en het gewicht gemiddeld 1700 g (lengte = 8x5 = 40cm / gewicht op 32 weken = 1700 g)

  2. Bij primipara worden de bewegingen van de vrucht waargenomen vanaf 20 weken (juist, en bij multipara iets vroeger, ongeveer vanaf 18 weken)

  3. Er is voldoende coördinatie van slikken, zuigen en ademhalen na 30-31 weken (na 34-35 weken)

  4. Vanaf 24 weken worden er primitieve alveolen gevonden in de long

2. Welke uitspraak is correct?

  1. EPF is 1 van de eerste merkers van zwangerschap en werkt immunosuppressief

  2. Een synthetische vorm van relaxine dat in de zwangerschap gekend is om zijn immunosuppressief effect wordt gebruikt bij de behandeling van sclerodermie (relaxine wordt inderdaad gebruikt bij sclerodermie, maar werkt niet immunosupressief)

  3. De ovulatie wordt voorafgegaan door een sterke daling van LH (stijging)

  4. Lage maternale concentraties van PAPP-A hebben geen betekenis (lage maternale concentraties van PAPP-A zijn een merker voor aneuploïdie)

3. Bij het adrenogenitaal syndroom door 21-hydroxylase-deficiëntie zijn er:

  1. Lage testosteron waarden (excess androgenen!)

  2. Hoge cortisol waarden (hypocortisolemie)

  3. Hoge ACTH waarden

  4. Hoge aldosteron waarden (hypo-aldersteronisme)

4. Het PAPP-A is:

  1. Een stof geproduceerd door het gele lichaam (door de placenta)

  2. Een merker voor aneuploïdie in de obstetrie (lage maternale concentraties wijzen op aneuploïdie)

  3. Een hormoon dat een rol speelt bij relaxatie van de gewrichten (relaxine)

  4. Een hormoon met diabetogeen effect (humaan placentair lactogeen)

  5. Een stof met anti-thrombine eigenschappen (PP5)

5. Wat is het hoogst op einde van de zwangerschap en zorgt voor energie en groei van de baby?

  1. HPL (= humaan placentair lactogeen  polypeptide dat erg gelijkt op het groeihormoon. Het is een maand na de ovulatie detecteerbaar in het maternale serum en zijn plasmaconcentratie verloopt evenredig met de functionele placentaire massa. De à terme productiegraad van 1 tot 2 gram per dag wordt door geen enkel ander hormoon binnen noch buiten de zwangerschap geëvenaard. HPL zorgt in de grond voor een aanpassing van het koolhydraten- en vetmetabolisme in die zin dat de overdracht van glucose en energie naar de foetus toe gefaciliteerd wordt)

  2. Bèta-hCG (piekt rond 10-12 weken en daalt dan // de belangrijkste rol van hCG is de instandhouding en stimulatie van het corpus luteum en zo van de productie van progesterone en oestrogenen. Daarnaast stimuleert hCG de adrenale en placentaire steroïdogenese en heeft het immunosuppressieve eigenschappen. Bij de mannelijke foetus stimuleert het de testiculaire testosteroneproductie en bewerkstelligt het de virilisatie)

  3. HCT (= humaan chorionthyrotrofine is structureel verwant aan TSH, maar mist de gemeenschappelijke subunit. Zijn concentratie is laag en het beïnvloedt de moederlijke schildklier minder dan hCG)

  4. PP5 (= placental protein 5  bezit antitrombine eigenschappen en speelt vermoedelijk een rol als natuurlijke inhibitor van de bloedstolling ter hoogte van de implantatieplaats)

6. Waar vindt de bevruchting plaats?

  1. Cervixslijmvlies
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

  • Induceert de LH-piek de ovulatie en de vorming van het corpus luteum
  • Door een APO te vragen glycogeen in endometrium op te sporen
  • Er is voldoende coördinatie van slikken, zuigen en ademhalen na 30-31 weken
  • 3. Bij het adrenogenitaal syndroom door 21-hydroxylase-deficiëntie zijn er
  • Een merker voor aneuploïdie in de obstetrie
  • 6. Waar vindt de bevruchting plaats

  • Dovnload 9 Mb.