Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De periode tussen de Spaanse Successieoorlog en de Oostenrijkse Successieoorlog

Dovnload 151.91 Kb.

De periode tussen de Spaanse Successieoorlog en de Oostenrijkse Successieoorlog



Pagina1/3
Datum28.10.2017
Grootte151.91 Kb.

Dovnload 151.91 Kb.
  1   2   3


Resoluties Raad van State 1703-1748

De periode tussen de Spaanse Successieoorlog en de Oostenrijkse Successieoorlog
BHIC toegangsnummer 178

inv.nr. 335 dienstjaar 1741 deel 1 [januari-juni] – 13 microfiches

Wie niet binnen het gebied van de Meierij van ’s-Hertogenbosch woont zal met deze digitale bewerkingen misschien niet veel [kunnen] doen en de ‘resoluties van de Raad van State’ niet zo snel raadplegen, maar het is goed om te weten dat het hier gaat om overheidsarchieven die de hele Republiek der Verenigde Nederlanden bestrijken, vooral toegespitst op de generaliteitslanden en de Zuidelijke Nederlanden en de centrale indexen geven heel veel informatie over bv. alle vestingsteden met forten en schansen in den lande van noord naar zuid van Bourtange naar Sluis in Zeeuws Vlaanderen, militaire functionarissen van soldaat tot generaal, ingenieurs, aannemers en opzichters van vestingwerken, kerkelijke functionarissen als predikanten en roomse geestelijken uit die periode, rekesten van regenten van afzonderlijke plaatsen, buitenlandse betrekkingen, activiteiten van rentmeesters van geestelijke goederen of rentmeesters van bepaalde geestelijke instellingen als gasthuizen, fundaties e.d., schoolmeesters, molens en pachthoeven die sinds 1648 aan het land toebehoorden, oude kapellen die als schoolhuis werden ingericht, allerhande militaire informatie m.b.t. munitie, artillerie, zeeslagen, regimenten, compagnieën, garnizoenen, kruitmagazijnen, commandanten, gouverneurs, verplaatsingen van troepen, militaire hospitalen, rapporten van de landsadvocaten rond bepaalde processen en noem maar op. Het is dus historisch gezien een uitzonderlijk interessante bron voor onderzoekers van allerlei pluimage.

Daarom heb ik besloten het trefwoordenregister van elk resolutieboek in deze bewerkingen op te nemen zodat men ook op ‘landelijk niveau’ een eerste toegang op de registers kan inzien!

PS de registers zijn niet overal spellingvast dus enige creativiteit is geboden bij het raadplegen ervan maar men heeft directe steun door de kernwoorden die in de marge staan vermeld
Meierij van ’s-Hertogenbosch
- het alfabetisch register ontbreekt

- door het hele register staan legio militairen met hun rangen, verloven, regimenten etc. gemeld uit allerlei garnizoensplaatsen zowel in de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden….vooral aanvragen voor verlofregelingen bieden ontzettend veel namen van militairen!
folio 5 – maandag 2 januari 1741

Missive van de generaal Prins van Holstein gouverneur van ’s-Hertogenbosch inhoudende dat sedert de 21e tot de 24e van de vorige maand [december 1740] het water zo hoog is gestegen [aangewassen] dat het maar 8 duimen heeft gescheeld met dat van het jaar 1658 volgens aantekening van een steen in een huis achter het stadhuis en dat daardoor de gehele stad zowel de straten als de huizen onder water zijn geraakt, alleen de grote markt droog is gebleven, hetgeen onder de inwoners en soldaten en hun vrouwen grote armoede heeft veroorzaakt, omdat sedert die tijd tot nog toe niets ter markt gebracht kon worden en dat men het niet had kunnen doorstaan zonder provisie van koren en boekweit, wat de magistraat in november jl. had laten komen en van welke provisie aan de behoeftige inwoners werd uitgedeeld; bovendien voelt men zich verplicht aan de Ed: Mo”te verzoeken orders te stellen tot soulagement van het garnizoen en dat volgens een rapport mede door het hoge water de houten bruggen in de Vughter- en Hinthamersteenweg liggende veel geleden hebben en dat ook aan de nieuwe aardewerken veel schade is berokkend; dat bovendien in deze conjunctuur het koren niet gemalen kon worden bij gebrek aan wind, verzoekende dat enige handmolens gegeven mogen worden om meel te malen.

Hierop is gedelibereerd aan de gouverneur terug te schrijven dat, vermits het garnizoen gebrek heeft aan graan, zich te wenden tot de rentmeesters der geestelijke goederen aldaar, die bij een resolutie van de Ed: Mo: van 25 oktober jl. gelast zijn hetgeen wegens de tienden en renten in rogge aan hun kantoren moet betaald worden, in rogge te ontvangen, moet informeren of en hoeveel rogge zij ontvangen hebben en indien zij rogge hebben gekregen dat van hen te vorderen om het, voor zover het kan verstrekken, te gebruiken voor hulp en bijstand [subsistentie] van het garnizoen en daarom worden de rentmeesters gelast de rogge die zij ontvangen hebben op verzoek van de gouverneur te laten volgen; en mocht er door de rentmeesters geen rogge ontvangen zijn of althans niet voldoende tot provisionele bijstand van het garnizoen, dat hij dan alsnog met de magistraat van de stad, die enig graan in voorraad heeft, een overeenkomst moet zien te sluiten [conveniëren] ten einde de bijstand voor het garnizoen te kunnen realiseren en zulks tegen een zodanige prijs als de magistraat de rogge heeft ingekocht, met belofte aan de magistraat dat zij dezelfde kwantiteit rogge die ze nu ontvangen ook weer zullen restitueren; dat de gouverneur er zorg voor moet dragen dat de ontvangen rogge aan de commies van ’s lands magazijnen in bewaring wordt gegeven die verantwoordelijk is voor de distributie van de rogge aan de resp. compagnieën op een dusdanige voet dat iedere soldaat om de vier dagen een brood van 6 pond kan hebben, dat daarvan betaling moet worden gedaan aan de commies door de compagnieën, gerekend de last tegen 200 gl.; en mochten de Ed: Mo: oordelen dat het brood en de rogge in specie aan de soldaat wordt geleverd, dat hij dan als gouverneur, in overleg met de commandanten van de regimenten, een order vaststelt, dat van de rogge die van ’s landswege zal worden geleverd aan de resp. compagnieën en dus de soldaat een brood van 6 pond om de 4 dagen zal ontvangen; voorts is besloten de commies te gelasten om indien in het magazijn geen handmolens tot het malen van meel of in ieder geval onvoldoende handmolens om dan in overleg met de gouverneur de Prins van Holstein te overleggen hoeveel handmolens nog naar het oordeel van de gouverneur, gemaakt dienen te worden [zie ook folio 59 verso]
folio 6 verso – dinsdag 3 januari 1741

Onderzoek van een rekest van mr. Frans van Heurn te ’s-Hertogenbosch met de daarbij overgeleverde borgtocht van het kapittel van Sint Pieter te Oirschot


folio 9 verso – woensdag 4 januari 1741

Missive van rentmeester De Kempenaer die zich heeft beklaagd over het schrappen door de heren van de generaliteitskamer van twee posten uit zijn rekening over 1736


folio 14 verso – donderdag 5 januari 1741

Rekest van de regenten van Someren in kwartier Peelland over de gijzeling van hun borgemeesters i.v.m. het doorsturen van de dorpsrekeningen naar de leen- en tolkamer die aldaar nader gecontroleerd worden, welke borgemeesters hun uiterste best hebben gedaan om daar aan te voldoen maar daartoe niet in staat zijn geweest vanwege om hun aanhoudende armoede, waardoor ze op autorisatie van een deurwaarder in gijzeling zijn genomen


folio 23 – maandag 9 januari 1741

Missive van rentmeester Tengnagel met een bericht dat de korenwindmolen van Rosmalen omgewaaid is


folio 30 verso – dinsdag 10 januari 1741

Missive van rentmeester De Back op een rekest van de roomse ingezetenen der heerlijkheid Venloon [Loon op Zand] te kennen gevende dat in de resolutie van de Ho: Mo: dd. 19 juli 1730 begrepen is, dat ter plaatse, waar alleen een priester geadmitteerd is, aan de rentmeester der geestelijke goederen 50 gl. betaald zou worden en waar bovendien een 2e priester of kapelaan is geadmitteerd een som vn 75 gl. met verdere toevoeging, dat daardoor de roomse ingezetenen ‘merkelijk gesubleveert’ [subleveren = opheffen, ophelpen, opbeuren] zouden worden; dat zij supplianten tot 9 december 1738, het moment waarop hun kapelaan Cornelis Ligthart overleden is, bediend zijn geweest door twee priesters en genoemde kapelaan doch naderhand alleen maar twee priesters en dat zijn dienvolgens niet meer verplicht zijn 100 gl. te betalen over het jaar 1739, doch dat de rentmeester 125 gl. vordert, met een verzoek de rentmeester te gelasten de te veel betaalde 25 gl. te restitueren


folio 31 – dinsdag 10 maart

Missive van Damianus Mormentier rooms priester te Moergestel met een attestatie dat hij nog in leven is [attestatie de vita]


folio 31 – dinsdag 10 januari 1741

Missive van de rentmeesters Tengnagel, De Kempenaer en de Back op de inhoud van de resoluties van de Ed: Mo: van 25 oktober en 29 november behelzende een order om hetgeen wegens de tienden in rogge betaald moet worden, in rogge te ontvangen alsmede o mde renten, welke in koren vergolden worden, mede in koren te ontvangen


folio 32 – woensdag 11 januari 1741

Onderzocht is een missive van Mobachius Quaet medicine doctor te ’s-Hertogenbosch met de daarbij overgezonden declaratie wegens onkosten tot genezing en voorziening van de zieken te Helmond, welke declaratie wordt doorgestuurd naar de generaliteitsrekenkamer


folio 38 – donderdag 12 januari 1741

Verbaal van de heren die in commissie langs de Maas zijn gegaan i.v.m. de visitatie van fortificaties en magazijnen met het volgende bericht:

bericht van de Prins van Holstein gouverneur van ’s-Hertogenbosch op een rekest van J.L.Daulnis ondermajoor aldaar die om zijn dimissie [ontslag] verzoekt die hem ook wordt verleend
folio 38 verso – donderdag 12 januari 1741

Missive van rentmeester De Back over een achterstallige rente van 6 gl. ten name van Michiel Wouters en de verkoop van diens goederen maar hierop volgde een verklaring dat de regenten van Asten hadden ontdekt dat door de erfgenamen nog meer goederen werden bezeten dan waren verkocht, die alsnog zijn opgegeven en ook verkocht [met details]


folio 40 – donderdag 12 januari 1741

Missive van de commies van ’s lands magazijnen te ’s-Hertogenbosch Berchuijs die te kennen geeft dat ten gevolge van het hoog water 60 pulvertonnen [kruittonnen] in de kruitkamer in het magazijn bij het plein vochtig zijn geworden, waarop na deliberatie is besloten de commies en de eerste aanwezige officier der artillerie te autoriseren om die pulvertonnen en het daar aanwezige kruit te onderzoeken en indien het nodig is het kruit eruit te halen om het te laten drogen het er inderdaad uit te halen en te laten drogen en als het weer in goede staat is in de gedroogde tonnen of ander bekwaam vaatwerk te laten overgieten en op een droge plaats te bergen

folio 41 – donderdag 12 januari 1741

Missive van de directeur der fortificaties Draeck inhoudende dat na de zware storm van de 20e december de wateren aldaar dusdanig zijn gezwollen en daarin gecontinueerd tot ’s avonds 11 uur van de 24e van dezelfde maand, dat bijna alle straten, met uitzondering van de markt en de Steenweg geïnundeerd zijn geweest en wel zodanig dat sommige van die straten 5 à 6 voeten diep stonden, dat daardoor veel confusie en ellende is veroorzaakt, zijnde daarbij niet alleen het gemeen, maar ook het garnizoen zeer geïncommodeerd is geworden; dat nadien het water is gaan zakken merendeels veroorzaakt door een doorbraak van de dijk tussen Hedikhuizen en het Vergereint; dat naderhand tussen 1 en 2 van deze maand het water wederom is gerezen, doch nu aan het doorvallen is in dier voegen dat het thans 5 à 8 voeten is gezakt; na het zakken van het water heeft Draeck alles onderzocht waarbij hij heeft geconstateerd dat de stadsmuren en aardewerken behoorlijke schade hebben geleden en speciaal de bruggen aan de Vughter- en Hinthamerstraatweg die in een zeer slechte toestand verkeren, zijnde de brug van communicatie van het ravelijn buiten de Vughterpoort een vak daarvan aan stukken is geslagen en weggespoeld; dat de eerste brug van de steenweg voor het grootste gedeelte aan stukken was geslagen en weggespoeld, zijnde het overige met palen, sloven, ribben. verdekkingen etc. geheel uit zijn centrum en dwars gedreven en volledig onbruikbaar; dat de vierde brug in die steenweg in dezelfde staat verkeert; dat de brug voor de contrescarp van de Hinthamerpoort verdraaid en aan de ene kant gezonken, een vak is weggespoeld en de hoofden zeer beschadigd zijn en dat de verdere twee bruggen van die steenweg met palen, sloven etc. ongeveer 5 voeten opgerukt en verder zeer beschadigd; dat hij de verdere schade van het hoog water nog niet heeft kunnen onderzoeken en daaromtrent de Ed: Mo: nader zal berichten.

Dat nadien de slechte en onpassabele toegang der bruggen wel van de meeste consideratie is, terwijl daardoor de toevoer van brand, granen en andere levensmiddelen, zowel voor de stad zelf als voor het garnizoen , wordt afgesneden en alles tot een excessieve prijs komt te monteren en dat geen soldaat de levensmiddelen kan betalen en dus een algemene schaarsheid omtrent het garnizoen zal worden veroorzaakt; voorts heeft hij jet bestek van het onderhoud van ’s lands bruggen nagekeken en bij het 4e artikel geconstateerd, dat ingeval iets aan de bruggen komt weg of aan stukken te raken of door ouderdom vergaan, hetzij palen etc. de aannemer dat aanstonds in goede staat zal moeten brengen en dat het derhalve aan hem voor komt dat de aannemer gehouden zal zijn de genoemde bruggen zo spoedig mogelijk te herstellen; dat ofschoon de wateren mochten continueren te zakken en de aannemer volgens het bestek de voorschreven bruggen zou opmaken, echter te considereren staat, dat het voorschreven werk begonnen zijnde, door inconvenient van hoog water of vorst somtijds gestaakt zou moeten worden en alles opnieuw kon wegspoelen, wanneer als dan 3 à 4 maanden zouden kunnen verlopen eer de stad accessibel was en waardoor de stad en het garnizoen in die tijd van alle toevoer zouden zijn ontbloot en de levensmiddelen nog merkelijker zouden komen uit te stijgen boven de tegenwoordige prijs.

Dat hij derhalve zijn gedachten heeft laten gaan om dat allemaal te voorkomen of inmiddels geen loze bruggen kunnen worden gelegd en daarover heeft hij ook met de aannemer gesproken, die overigens van mening is geenszins verplicht te zijn tot het leggen van loze bruggen [zeg maar: noodbruggen]; dat hij echter, calculerende, dat de loze bruggen aan de Hinthamerpoort binnen acht en aan de Vughterpoort binnen 14 dagen daarna passabel zouden kunnen worden gemaakt, zo nochtans, dat de onkosten door het land zouden moeten worden gedragen; daartoe heeft de ingenieur een kostenbegroting opgesteld en volgens de memorie bedraagt die 1715:0:0 en dat het hem derhalve voor komt, om de bedroefde circumstanties [omstandigheden] waarin men aldaar [speciaal in relatie tot het inkomen van levensmiddelen] zich bevindt, meter zou zijn de loze bruggen op die voet provisioneel te laten maken, als wel de tijd tot de complete herstelling volgens bestek vereist wordende, af te wachten en dat hij vermeent dat ook de tijd welke tot het doen van een publieke aanbesteding van een zodanig werk wordt vereist en het inwachten van haar Ed: Mo: approbatie, de uiterste ongelegenheid aan de in- en opgezetenen en het garnizoen zouden veroorzaken, haar Ed: Mo: derhalve in overweging gevende of zij niet zouden kunnen goedvinden autorisatie te verlenen om over het leggen der loze bruggen met de aannemer te mogen accorderen, niet twijfelende aan de redelijke som waar hij op uit zal komen en mogelijk voor 12 à 1300 gl. een akkoord zou kunnen bereiken, wanneer men bij die conditie zou kunnen voegen dat de aannemer in die tijd, hiervoor vermeld, de voorschreven bruggen passabel zal moeten leveren en bij het minste bekwame weer maken of verder onderhouden totdat de vorige wederom bekwaam zullen zijn gemaakt, verzoekende aangaande haar Ed: Mo: orders te mogen ontvangen; ondertussen dat hij niet zal nalaten om zo ras als het water bekwaam laag is de aannemer volgens bestek te houden aan zijn plicht en tot het wederom completeren en opmaken van de defecten die zich aan de genoemde bruggen voordoen – besloten is hem te laten accorderen met de aannemer


folio 45 verso – vrijdag 13 januari 1741

Verzoek van de magistraat van Breda als ook van de magistraat van ’s-Hertogenbosch om in hun stad een school voor artillerie en genie te mogen oprichten


folio 46 – vrijdag 13 januari 1741

Akte m.b.t. de aanstelling van commiezen van de grote Brabantse zwijgende landtol die in principe van de gereformeerde religie zouden moeten zijn en men hoopt dat in de plaatsen ’s-Hertogenbosch etc. etc.


folio 47 – vrijdag 13 januari 1741

Rekest van Anthony van Hanswijk pachter van de grote Brabantse zwijgende landtol geleide- en paardengeld voor een driejarige periode die is ingegaan 1 oktober 1737 te kennen gevende, dat o.a. via de resolutie van de Ed: Mo: van 23 augustus 1718 is goedgevonden dat de ingezetenen van Staats-Brabant hun eigen goederen en gewassen onverkocht en onverloofd binnen Staats-Brabant mogen vervoeren, zonder daarvan tol te betalen of aangeving te doen wat hij beschouwt als fraude [met details]


folio 48 – vrijdag 13 januari 1741

Verpachting van de impost op de gouden en wollen lakens te ’s-Hertogenbosch


folio 48 – vrijdag 13 januari 1741

Enkele korte berichten……aangeschreven zal worden de directeur van de fortificaties te ’s-Hertogenbosch dat de Ed: Mo: goedvinden dat de bomen op de stadswallen gemeld in de resolutie van 23 november 1739 aldaar zullen blijven staan tot nader order van de Ed: Mo: en een extract zal naar de gouverneur van de stad gestuurd worden; idem een memorie van hetgeen bij de visitatie der wallen aan defecten is geconstateerd; akte betreffende het afschaffen van de bienvenuen in de meierij die is opgestuurd voor nader onderzoek


folio 48 verso – vrijdag 13 januari 1741

Verzoek van de raad en rentmeester generaal der domeinen Weveringh van Holij via een missive van 11 augustus 1740 over het uitgeven van enige ledig liggende hoekjes gemeint in de Meierij van ’s-Hertogenbosch nadat een landmeter ze heeft ingemeten, palen heeft geplaatst en de vestepapieren ter secretarie zijn afgeleverd


folio 49 – vrijdag 13 januari 1741

Rekest van Johannes Hurings conrector van de Latijnse School te ’s-Hertogenbosch met een verzoek om tot emeritus te mogen worden verklaard met behoud van zijn traktement, welk rekest nader wordt onderzocht


folio 50 verso – maandag 16 januari 1741

Rekest van drossaard, schepenen en borgemeesters van de heerlijkheid Drunen gelegen naast Elshout in het land van Heusden en Nieuwkuijk inhoudende dat tussen de 24e en 25e der gepasseerde maand [december 1740] de Maasdijk te Hedikhuizen in het bovenland van Heusden een groot half uur verwijderd van Drunen door het hoge water is doorgebroken en Drunen in z’n geheel is overstroomd en onder water gezet, gevolgd door een aandoenlijk relaas over de noodlijdende toestand waarin de inwoners verkeerden; idem volgt een identiek relaas over die grote watersnood opgesteld door de regenten van Cromvoirt, met een ootmoedig verzoek aan de Ed: Mo: om vergoeding van de schade [zeer veel details!]


folio 59 – maandag 16 januari 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen Weveringh van Holij op twee rekesten van Reinhard Burchard Rutger Graaf van Rechtere hoog- en laagschout van stad en meierij verzoekende aan de Ed: Mo: de raad en rentmeester generaal te autoriseren om aan hem, voor het laten executeren van twee ter dood veroordeelden delinquenten nl. Adriaen Bouwens en Adriaen van Vlijmen voor de ene helft tot last van haar Ed: Mo: domeinen en voor de andere helft ten laste van kwartier Kempenland en Oisterwijk waar de delinquenten zijn gevangen genomen, een som van 200 gl. te betalen voor ieder van dien; en voorts aan een zekere Abraham Egelie te ’s-Hertogenbosch en Anthony Gerbrants gewoond hebbende te Helvoirt en thans woonachtig te Schijndel cum suis ten laste van de domeinen ieder 100 gl. voor het apprehenderen van de 2e delinquent – zie ook folio 118


folio 59 verso – maandag 16 januari 1741

Missive van de Prins van Holstein gouverneur van ’s-Hertogenbosch aangevende dat hij heeft gecommuniceerd met de commandanten van de regimenten die aldaar in garnizoen liggen om middelen te bedenken, op basis van de resolutie van de Ed: Mo: van de 2e van deze maand, om daaraan te voldoen en dat toen tot commissarissen zijn benoemd commandeur De Guij en kolonel Kinschot om met de magistraat van de stad te confereren, alzo door de rentmeesters geen rogge wordt ontvangen die ze ook niet staan te ontvangen dan pas tegen half februari aanstaande en dat genoemde commissarissen aan de magistraat gevraagd hebben of die voor het garnizoen zoveel lasten rogge zouden willen lenen als zij nodig zouden hebben tot februari toe en dat dezelfde kwantiteit ook weer aan hen zou worden gerestitueerd [met details – zie ook folio 5]


folio 61 – maandag 16 januari 1741

Rekest van de roomse ingezetenen der heerlijkheid Soerendonk in kwartier Peelland te kennen gevende dat in genoemde heerlijkheid omtrent 90 huizen staan en er ver boven de 300 communicanten zijn, hebbende haar eigen separate huishouding, collecteurs en borgemeesters; dat van immemoriale tijden aldaar altijd al een kerkenhuis of kerkschuur is geweest waarin tot nu toe, onder de genadige en goedertieren conniventie van haar Ho: Mo: en haar Ed: Mo: door de pastoor en kapelaan van Maarheeze de roomse dienst is uitgeoefend en dat ook voornoemde kapelaan door die van Soerendonk zijn salaris heeft ontvangen en onderhouden is; dat de supplianten van tijd tot tijd ondervonden hebben dat het resideren van de pastoor en kapelaan te Maarheeze, ongeveer 3 kwartier van Soerendonk verwijderd, voor hen zeer nadelig is en dat de pastoor niet in staat is in twee talrijke gemeenten die zo ver uit elkaar zijn gelegen, zijn pastorale functie te vervullen vooral niet ten opzichte van kranken [= zieken] en oude lieden, die voor een groot deel van dat soort plechtigheden die volgens de roomse kerk zijn vereist, verstoken blijven, wat er in het verleden toe geleid heeft dat die van Soerendonk soms door vreemde priesters werden bediend; dit zou voorkomen kunnen worden indien te Maarheeze maar één priester was toegestaan en de kapelaan vandaar benoemd zou worden als pastoor te Soerendonk [met details]


folio 62 – maandag 16 januari 1741

Rekest van Jan Arent Schram die vanuit Nistelrode is aangesteld als schoolmeester te Berlicum met een verzoek om een akte van traktement


folio 64 verso – maandag 16 januari 1741

Missive van stadhouder Gualthery geschreven te Son rakende de omver gewaaide molen van Rosmalen – zie ook folio 104


folio 65 verso – maandag 16 januari 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van de regenten van Someren in kwartier Peelland inhoudende diverse redenen waarom ze in gebreke zijn gebleven om hun rekeningen over te brengen naar de leen- en tolkamer om daar nader onderzocht te worden waardoor twee van de regenten via de deurwaarder in gijzeling zijn genomen met verzoek die uit hun gijzeling te ontslaan [met veel details]


folio 69 verso – dinsdag 17 januari 1741

Missive van rentmeester de Back inhoudende dat Hendrik Deenen molenmeester te Mierlo aan hen bekend heeft gemaakt dat hij met de heren gecommitteerden van de raad van state in het voorbije jaar en met hen heeft gesproken over de reparatie van de windkorenmolen te Reusel en Bergeijk als ook de watermolen van Venbergen onder Valkenswaard, die ook stormschade had geleden en schade door hoog water en reparatie is hoogst noodzakelijk


folio 70 – dinsdag 17 januari 1741

Rekest van Bernardus Schaseburg penningmeester van de polder van de Ham en Rijskampen onder Cromvoirt die om executoriaal verzoekt ter invordering van achterstallige betalers van de omslag van ieder morgen land over de jaren 1738, 1739 en 1740


folio 70 verso – dinsdag 17 januari 1741

Rekest van de Graaf van Rechtere hoog- en laagschout van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch inhoudende een verzoek van autorisatie van de raad en rentmeester generaal der domeinen ten einde aan hem te betalen de premie van 200 gl. i.v.m. executiekosten van de delinquent Jacobus Leendersz. van Well gearresteerd te Oss in kwartier Maasland en op 28 oktober 1739 volgens een vonnis van de Bossche schepenen ter dood veroordeeld, verwijzend naar art.17 van het plakkaat van 1 april 1738

  1   2   3

  • Daarom heb ik besloten het trefwoordenregister van elk resolutieboek in deze bewerkingen op te nemen zodat men ook op ‘landelijk niveau’ een eerste toegang op de registers kan inzien!
  • Meierij van ’s-Hertogenbosch - het alfabetisch register ontbreekt

  • Dovnload 151.91 Kb.