Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De periode tussen de Spaanse Successieoorlog en de Oostenrijkse Successieoorlog

Dovnload 151.91 Kb.

De periode tussen de Spaanse Successieoorlog en de Oostenrijkse Successieoorlog



Pagina2/3
Datum28.10.2017
Grootte151.91 Kb.

Dovnload 151.91 Kb.
1   2   3

folio 71 – woensdag 18 januari 1741

Missive van O. Juijn stadhouder van de kwartierschout van kwartier Maasland met een uitvoerig rapport over de uitvoering der orders rakende het bezorgen van voedsel aan de noodlijdenden te Nieuwkuijk [redactienoot: wat vreemd dat Maasland wordt genoemd terwijl Nieuwkuijk gerekend werd onder het kwartier Oisterwijk] – zie ook folio 111 verso i.v.m. de 2e uitdeling


folio 75 verso – donderdag 19 januari 1741

Bericht van rentmeester De Kempenaer op een rekest van Albertus Hanewinkel predikant te Bergeijk Riethoven en Westerhoven in kwartier Kempenland verzoekende dat de rentmeester mag worden gelast het traktement van zijn krankzinnige broer Hendrik Hanewinkel predikant te Someren en Lierop , verschenen sedert 1 juli 1738, aan hem te betalen met last om bij vervolg van tijd in die betaling te continueren gedurende de krankzinnigheid van zijn broer [met details] – zie ook folio 372


folio 80 – maandag 23 januari 1741

Rekest van de regenten der plaatsen Lithoijen, Lith, Kessel, Maren en Alem als ook Empel in kwartier Maasland te kennen gevende dat tussen 24 en 25 december 1740 de wateren van de rivier de Maas zodanig zijn ‘gevloeijt en opgelopen’ en over de dijken zijn uitgestroomd op sommige plaatsen zelfs 2 à 3 voeten hoog, dat de supplianten allerlei inspanningen hebben gedaan om met alle vlijt te voorkomen dat de dijken zouden doorbreken, doch door de grote overloop van water niet heeft kunnen geschieden en is daarom op veel plaatsen de dijk toch doorgebroken nl. op vier plaatsen onder Kessel, waardoor 6 huizen met alles erop en erin zijn weggespoeld, een is er ingestort en twee zwaar beschadigd; ook te Alem heeft men vijf zware en considerabele dijken zien doorbreken en heeft men ook gaten geconstateerd in de dijken onder Lith, Maren en Empel die door het aanhoudende hoge water steeds groter worden en die dorpen zijn dusdanig geïnundeerd dat de meesten der inwoners het water zagen stijgen tot aan hun daken toe en ze genoodzaakt zijn geweest in allerijl te vluchten naar de dijken in de weinige huizen daar op staande waar het nog droog is gebleven; dat velen hun vee hebben moeten verlaten en laten verdrinken en ook het merendeel van de granen is onder water geraakt en totaal bedorven en de ingezetenen raken dagelijks meer en meer in een erbarmelijke toestand zonder dat de supplianten middelen voor handen hebben om de bedroefde mensen en hun overgebleven vee te redden en in leven te houden; een dringend beroep wordt gedaan om hulp en orders om mensen en vee van de noodzakelijkste levensbehoeften te voorzien [vgl. ook het relaas van o.a. Drunen – idem dito]


folio 85 – maandag 23 januari 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van de provisoren van de dorpsarmen van Lommel in kwartier Kempenland verzoekende om een kapitaal van 400 gl. ten behoeve van de armen en staande op het corpus van Lommel te mogen opeisen om daaruit de schulden staande ten laste van de armen te kunnen betalen, als ook om zoveel armen en gebrekkigen als er thans zijn enigszins te hulp te kunnen komen [zie ook folio 173 verso]


folio 86 – maandag 23 januari 1741

Rekest van Catharina de Bock weduwe van kapitein Douglas en Gerardina de Bock administrerende de goederen van haar broer Godefridus de Bock te kennen gevende dat Guillelmus Philippus de Herstelles als abt van de adellijke abdij van Sint Geetruijd te Leuven op genoemde Godefridus de Bock in plaats van de overleden Bernard Andries Pleger bij akte van 23 november 1738 heeft begunstigd met het beneficium Gregorie in de kapel van Udenhout onder de administratie van rentmeester De Back in kwartier Oisterwijk en o p14 december 1740 is de akte van collatie aanvaard, met verzoek om uitbetaling van de inkomsten van dit beneficie


folio 87 – maandag 23 januari 1741

Verbaal van de heren gecommitteerden die in 1740 in commissie langs de Maas zijn gegaan met de volgende berichten: de overweging om de hoeve die behoord heeft aan het convent van Geertruiden gelegen onder de Baronie van Boxtel zouden verkopen voor allodiaal of feodaal goed wat in de koopconditie als allodiaal werd gesteld; verkoop van een heiveld onder Hapert naast Postel welk heiveld van alle oude tijden als erfpacht tot 20 gl. per jaar aan de gemeente is aangeschreven geweest en men heeft niet kunnen goedvinden dit stuk heiveld aan de supplianten in erfpacht te laten maar is overwogen het uit de hand, voor een bedrag van 1000 gl., aan de supplianten te verkopen; dat men vijf perceeltjes groes- of weiland die sedert verscheiden jaren niet of slechts voor enkele stuivers konden worden verpacht, tiendvrij hebben verkocht; reparatie van de molen te Oostelbeers; een specificatie van achterstallige grond- en gewincijnzen en boeten uit verkochte goederen te vergelden staande, overgegeven door de rentmeester van de Baron en Heer van Boxtel, de rentmeester van de Heer van Sint Michielsgestel en de heren van Heeswijk en Alem; de veiling en finale verkoop van hoeven overgegeven in een zeker rekest op naam van de prelaat en conventualen van de abdij van Postel en getekend door Ignatius le Heu prior, verzoekende dat door haar Ed: Mo: mag worden verklaard dat de verkoping van de hoeve te Spoordonk onder Oirschot, de hoeve te Netersel genaamd de Cleijne Hoeve en dito aldaar aan de kapel, een hoeve te Oerle omtrent de kerk, een te Someren genaamd den Groten Ackerbroeck, aldaar d hoeve ten Roode, aldaar een genaamd ter Hoffstad, een slotje of omwaterd huisje te Lierop, een hoeve aldaar genaamd de Morfeltse hoeve [vgl. Morselse hoeve], idem aldaar de hoeven Ten Bergen, Ter hofstad, Ten Boomen en ten slotte onder Mierlo de hoeve Cranenbroek en meer andere hoeven gelegen in de Meierij, mede verwijzend naar een procedure hangende voor de ‘Chambre Mispary’ te Mechelen; missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen Weveringh van Holij betreffende twee akkoorden aangegaan met Jacobus Corthout en Anthony de Loos te Oisterwijk en Wilbort van Ostade uit Moergestel i.v.m. een perceel groes of beemd in de Wippenhouten tussen Oisterwijk en Oirschot; de rekening van Waalwijk, Aalst, Soerendonk en Heukelom waarbij o.a. wordt genoemd Willem de Brouwer [met zeer veel details]


folio 91 – dinsdag 24 januari 1741

Rekest van Johannes Franciscus van Ham rooms werelds priester geboortig van Gemert en kapelaan te Maarheeze, die zijn missie heeft ontvangen als pastoor te Maarheeze Soerendonk en Sterksel na het overlijden van Franciscus van Meijl en verzoekt nu om een akte van admissie; idem een rekest van Franciscus van Liemde rooms werelds priester geboortig van Helmond, die zijn missie heeft ontvangen als kapelaan te Maarheeze Soerendonk en Sterksel in plaats van genoemde Franciscus van Ham met ook een verzoek om admissie, aan wie die akte wordt verleend omdat ze voldoen aan de rekwisieten zoals vastgesteld in de resolutie van 19 juli 1730 en van hen wordt nog gevraagd hun handtekening te plaatsen onder een verklaring die in een speciaal register wordt opgenomen


folio 100 – woensdag 25 januari 1741

Missive van de rentmeesters der geestelijke goederen Tengnagel, De Back en de Kempenaer met een beschouwing n.a.v. een resolutie van 25 oktober en 29 november 1740 waarbij ze worden gelast hetgeen wegens de tienden in rogge betaald moet worden ook inderdaad in rogge te ontvangen [met veel details]


folio 105 – donderdag 26 januari 1741

Bericht van die van de leen- en tolkamer te ’s-Hertogenbosch op een rekest van de regenten van Deurne en Liessel n.a.v. het schrappen van een post uit de borgemeestersrekening van 1736 i.v.m. het beroepen van predikant De la Fontaine voor de combinatie Deurne en Vlierden


folio 110 – maandag 30 januari 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van Gerard de Jongh erfsecretaris van Veghel en drossaard van Beek en Donk i.v.m. de betaling van een premie van 100 gl. voor het arresteren en executiekosten van een delinquent genaamd Reijnier Verspagen alias Ruth Speck die ter dood was veroordeeld


folio 110 – maandag 30 januari 1741

Missive van ontvanger Van Lijnden op een rekest van de regenten van Berghem i.v.m. de aflossing van een obligatie die de armen hebben ten laste van het corpus nl. een bedrag van 232:6:8 waarbij genoemd wordt de overleden president van Berghem Dirk Willem van ’t Hoff [met details]


folio 115 verso – dinsdag 31 januari 1741

Rekest van de regenten der vrije heerlijkheid van Oirschot in kwartier Kempenland inhoudende dat Hertog Philips van Bourgondië een brief of kaart heeft uitgegeven op 1 april 1446 zijnde de pootkaart voor het poten en afkappen van allerhande bomen tot 50 voeten voor hun erf waarbij de Heijloop wordt genoemd en de gemeijnt aan de overzijde van die loop onder Oisterwijk, verwijzend naar de meningsverschillen omtrent de limietscheiding tussen beide dorpen [zéér uitvoerige akte] – zie ook folio 527 verso


folio 117 verso – dinsdag 31 januari 1741

Missive van de Prins van Holstein gouverneur van ’s-Hertogenbosch op een missive van de magistraat van de stad rakende de judicature over de persoon van Margriet Valk door de krijgsraad geapprenhendeerd en beschuldigd van het ‘debaucheren’ [overhalen om te deserteren] van soldaten uit dienst van de staat gezonden aan de raad om advies


folio 119 – woensdag 1 februari 1741

Missive van kolonel der artillerie te Breda Van Glabbeek geschreven te Breda waarbij hij de lijsten doorstuurt nl. drie lijsten van de artillerie en munitie van oorlog die zijn verzocht ter defensie van de stad ’s-Hertogenbosch en de forten Crevecoeur, Isabelle en St.Anthony

folio 122 verso – woensdag 1 februari 1741

Rekest van de gedeputeerden van het classis van Peel- en Kempenland die verzoeken om approbatie van het beroepen van Anthony van der Burgh tot predikant te Geldrop en Riel in de plaats van Matthias van Noort en verwijzend naar een onderzoek van een rekest van de gereformeerde schepenen en het merendeel van de mannelijke ledematen der gereformeerde gemeente te Geldrop als ook de gereformeerde schepenen en mannelijke ledematen van de Zesgehuchten parochie en combinatie van Geldrop in kwartier Peelland aangevende ‘dat den voorn: Van den Burg aen haer tegens haere genegentheijd niet moge opgedrongen werden tot predikant’; na deliberatie is besloten de beroeping niet te aanvaarden en de classis te autoriseren tot het uitzien naar een andere predikant


folio 127 verso – dinsdag 1 februari 1741

Rekest van Cornelis Petdijck, de weduwe Bouman en Steven van Vechel inwoners der stad ’s-Hertogenbosch crediteuren van Willem Ginhoven eertijds deurwaarder van haar Ed: Mo: als van de Raad van Brabant en bierbrouwer in de stad die bij sententie is veroordeeld tot een eeuwig banissement, met een uitvoerig relaas betreffende diens boedel


folio 133 – woensdag 2 februari 1741

Rekest van de ingezetenen der dorpen Rosmalen, Nuland en Geffen in kwartier Maasland te kennen gevende dat hun hooi- en weilanden zijn gelegen in de polders van der Eijgen en het Hoog Hemaal en dat zij supplianten nu enige jaren achter elkaar het ongeluk hebben gehad dat die zijn geïnundeerd en verdronken waarin echter de supplianten zich enigszins hebben kunnen troosten omdat die landerijen bij de minste hoge wateren daaraan zijn blootgesteld, dat hun huizen en bouwlanden tegen die wateren gedekt zijn door een dijk genaamd den Somerdijk liggende tegen de genoemde polders en dat sinds mensenheugenis daarin nooit doorbraken zijn voorgevallen maar dat nu op 20 december jl. de polders waren volgelopen, een extraordinaire stormwind was opgestoken ‘en slag van wateren sodanig is gefoltert en aen stuk geslagen, dat, ofschoon men nagt en dag in dat onstuimig weer, daer op werkte men niet als met groot gevaer den selven voor doorbraek heeft kunnen behouden, dat het weer eenigsints gestilt sijnde, men aenstonds wederom adem scheppende met alle ijver gearbeijd heefft om de bressen te repareren , dog dat daer op des donderdags den 22 derselve maend is begonnen den soo extraordinairen en geheelen wereld door bekende swaeren watervloed, dat de supplianten van tijd tot tijd hoop van val hebbende, met onvermoeijden ijver op voors: dijk gebleven sijn, om waer het mogelijk den selven te behouden, dat dan sij tot haere droefheijd hebben moeten ondervinden, dat alle haere pogingen vergeeffs waeren en dat op zaturdag den 24 decemb: verscheijde gaten in de voors: dijk niet alleen der supplianten bouwlanden, maar ook hunne huijsen schueren en stallen sijn ondergelopen sommige tot aen de daken van dien en gemeenlijk tot ses voeten diep; dat de supplianten so als voorsegt met alle man aen de dijken werkende daerdoor geen de minste tijd hebben gehad hun hoij, stroij en graenen, tgeene vermits het gedurige natte weer genoegsaem alle ongedorssen was, te bergen, behalven dat sulx, om dat van alle kanten van water omringt en sij van schuijten onvoorsien waeren, in die korten tijd onmogelijk was; dat sij derhalven niet anders hebben kunnen doen dan so veel mogelijk hun vee te bergen waer van egter veel verdronken is en voor de conservatie van hun eigen leven te sorgen en dus d’eene op solders daer die waeren en andere op de daken sig te salveeren niettegenstaende haer gedurig hulp roepen den eene bij den anderen niet konnende komen sij eenige dagen sig also hebben moeten behelpen, eenige derselve sonder van eenig voedsel voorsien te sijn en speciael tot Rosmalen alwaer den molen omgewaaid sijnde sij te voren geen meel hadden konnen laeten breken en dus van weinig brood voorsien waeren, dat ondertusschen alder supplianten so koorn als hoij t’enemael is verrot en bedurven, dermaten dat alle het koorn geschoten en door malkanderen gewassen, en sodanig verstikt en verrot is dat selfs de beesten het niet willen eeten en het hooij niet anders als mist is, dat de supplianten als nu van agteren gewaer worden, dat sij door het salveeren van hun vee in een naerder toestand gebragt sijn, als dat sij het selve verloren hadden, wijl sij als nu voor hun oogen sullen moeten sien, dat het selve van honger en gebrek crevere, dat hunne ingesetenen immers een groote menigte van dien, welke sonder geld, sonder brood en crediet sijn, mede door gebrek en honger sullen moeten vergaen, te meer dewijl geen aertvrugten off ietwes is overgebleven; dat de supplianten welker huijsen als nog voor een gedeelte onder water staen door de menigte van gaten in den dijk en gebrek van schuijten niet bij malkanderen, nu eerst van den bedroefden toestand van hunne gemeente onderregt [lees: onderricht] geworden, versoekende dat haer Ed: Mo: aen haer supplianten sodanige hulp en bijstand gelieven te brengen als sullen vinden te behoren’- waarop na deliberatie is besloten de kwartierschout van kwartier Maasland aan te schrijven dat hij de noodlijdenden onder de supplianten zal behandelen op dezelfde wijze als hem via de resolutie van 5, 16 en 23 december is aangegeven ten opzichte van die van Nieuwkuijk, Drunen, Cromvoirt, Littoijen, Lith, Kessel, Maren, Alem en Empel gelast is en van tijd tot tijd te berichten aan de Ed: Mo: over deze toestand
folio 144 – maandag 6 februari 1741

Rekest van de officieren en regenten van het kwartier Peelland met een verzoek om vernieuwing van het driejarig executoriaal ter invordering van achterstallige lasten


folio 145 verso – maandag 6 februari 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van Willem van Miert uit ’s-Hertogenbosch die verzoekt het octrooi van zijn overleden vader Jan van Miert te mogen overnemen en zich aan te sluiten bij de geoctrooieerde grutter in de stad, welk bericht wordt doorgestuurd naar de thesaurier generaal voor nader onderzoek


folio 149 – maandag 6 februari 1741

Missive van Tengnagel rentmeester van de episcopale en andere geestelijke goederen verzoekende om haar Ed: Mo: intentie te mogen verstaan omtrent het herstellen van de omvergewaaide molen van Rosmalen vermeld in zijn missie van 27 december 1740; idem een consideratie over het herstellen van de Engelandsebrug die door de zware watervloed; idem dat te Den Dungen een groot gat in de dijk is gescheurd over een lengte van 15 roeden en ter diepte van 35 roeden onder water [met details]


folio 153 verso – woensdag 8 februari 1741

Missive van het magazijn in ’s-Hertogenbosch Berchuijs aangevende dat hij op verzoek van de Prins van Holstein generaal en gouverneur der stad de vrijheid neemt aan haar Ed: Mo: kennis te geven, dat de pachters van het gemaal aldaar zijn komen vragen de gewoonlijke impost van het koren zijnde 2 st. per zak of 2 gl. per last wat ten dienste van het garnizoen gemalen en gebakken wordt, verzoekende te mogen weten of dat door haar Ed: Mo: of het garnizoen moet worden voldaan


folio 157 verso – woensdag 8 februari 1741

Missive van Otto Juijn stadhouder van de kwartierschout van Maasland met voorstellen aan de eigenaars der landen onder Cromvoirt tot soulaas van de inwoners verband houdende met de tegenwoordige inundatie


folio 159 – donderdag 9 februari 1741

Missive van rentmeester De Back inhoudende dat aan het kapittel van Hilvarenbeek te vergelden heeft gestaan een rente van 11-8-0 ten name van Hendrik France van de Leur te Gestel bij Eindhoven en dat bij zijn voorgangers daar niets van ontvangen is omdat die persoon reeds was overleden en de goederen voor dorpslasten zijn verkocht, maar daarbij is een akker onverkocht blijven liggen die vervolgens in arrest is genomen


folio 160 – donderdag 9 februari 1741

Missive van rentmeester De Back met een bericht over de rogge die aan zijn kantoor vergolden wordt en bij hem ontvangen is; idem het in goede staat brengen van de molens te Bergeijk, Reusel en die van Venbergen


foli0 162 – donderdag 9 februari 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal Weveringh van Holij op een rekest van kapitein, in- en opgezetenen van de hertgang Straten onder Oirschot in kwartier Kempenland verzoekende dat een zekere Christiaen Koppen door de supplianten als collecteur der verpondingen is aangesteld over 1740 en dat die mag worden gelast en geordonneerd de collecte aan te nemen, de eed te presteren en zich als collecteur te laten installeren


folio 167 verso – vrijdag 10 februari 1741

Rekest van verschillende burgers van de stad ’s-Hertogenbosch inhoudende dat ofschoon de corps de guardes van het garnizoen der stad en onderhorige forten, gelijk mede de majoor van het grote fort naast de ondermajoor te ’s-Hertogenbosch vanwege de staat behoorlijk werd voorzien van brand en licht echter aan de supplianten, mitsgaders aan de buitenlieden te ’s-Hertogenbosch ter markt komende, wanneer zij turf of hout van buiten af binnen de stad brachten, bij het passeren der forten en bij het binnenkomen van de boom, hekels en poorten enige kwantiteit van turf of hout werd ingevorderd zonder daarvan enige ordonnantie te kunnen laten zien of aan te wijzen en dat zelfs de ondermajoor zich niet ontzag om zijn pretens recht van invordering aan particuliere personen te verhuren, om niet te zeggen te verpachten, die het dan min of meer naar hun eigen fantasie vorderen en dwongen af te geven; dat de bedienden van de supplianten ofwel de voerlui als ook de schuitvoerders het hout of de turf binnenbrengende de genoemde afgift weigerden te doen of protest aantekenden, door de wachten werden aangehouden en in arrest genomen zoals zou kunnen blijken uit de bewijzen die aan het rekest zijn toegevoegd, met een verzoek aan de Ho: Mo: om de genoemde invordering van turf en hout als zijnde een loutere vixatie [zal vexatie = kwelling moeten zijn] gelieven te laten ophouden en in overweging te nemen of de ondermajoor voor zijn zo lange jaren geduurd hebbende onredelijke afvordering en de daar voor genoten verpachtpenningen niet behoorde aan de negen armenblokken der stad ’s-Hertogenbosch een recompens [= vergelding] te geven; de raad van state zal zich nader informeren over deze klachten – zie ook folio 328 verso


folio 168 verso – vrijdag 10 februari 1741

Rekest van officier regenten der heerlijkheid Groot Lith in kwartier Maasland over een reglement voor de bakkers die zich voor wat betreft het gewicht van hun brood moeten reguleren m.b.t. koopbroden, zowel hele als halve en kwart broden [met veen details]


folio 171 – vrijdag 10 februari 1741

Missive van de commies van ’s lands magazijnen te ’s-Hertogenbosch Berchuijs en de 1e aanwezige officier van de artillerie inhoudende dat volgens een resolutie van 12 januari zij al het droge kruit van de onderste 60 tonnetjes die door het extreme hoog water vochtig waren geworden, hebben laten afleggen en op een behoorlijk droge plaats hebben ondergebracht, dat van genoemde tonnetjes al enige repen waren afgesprongen en dat er bij het open- en dichtkuipen er nog wel meer zouden breken; ze dienen een verzoek in om een kuiper te mogen inzetten om de defecte tonnetjes te komen repareren; voorts verzoeken ze hen te autoriseren tot het inkopen en laten maken van twee nieuwe linnen kleden om het onbekwaam kruit [pulver] van de voorschreven tonnetjes gekomen te kunnen laten drogen en waartoe een kwantiteit van 80 ellen vereist werd; akkoord


folio 173 – vrijdag 10 februari 1741

Missive van Otto Juijn stadhouder van kwartier Maasland over zijn verrichtingen i.v.m. de noodlijdenden te Nieuwkuijk, Drunen en Cromvoirt waarvan hij de derde lijsten nu doorstuurt


folio 174 – vrijdag 10 februari 1741

Besloten is ten behoeve van Otto Juijn stadhouder van kwartierschout Velters van Maasland die wordt geautoriseerd om de ongelukkige ingezetenen van Nieuwkuijk en enige andere dorpen die door de doorbraak der dijken en overstroming geïnundeerd zijn van het nodige te voorzien en er wordt een ordonnantie opgesteld van 3000 gl.


folio 174 verso – vrijdag 10 februari 1741

Verbaal van de heren gecommitteerden die in commissie langs de Maas zijn geweest met de volgende notities: het geverbaliseerde rakende de domeinen den lande competerende welke bij de resp. geestelijke kantoren ten nutte van den lande niet geëmploijeerd worden en verzocht wordt dat de rentmeesters moeten overzenden de extracten uit de verpachtovereenkomsten van de particuliere percelen van landen, visserijen, rivieren, vijvers en andere domeinen en hoe ze ook genoemd mogen worden die door hen voor een of meer jaren verpacht werden en de officieren, secretarissen en schepenen van de dorpen worden aangeschreven om er voor te zorgen dat zij na nauwkeurig onderzoek en naar hun beste kennis en wetenschap, op de eed in de aanvang van hun bediening gedaan, moeten formeren en aan de Ed: Mo: moeten toezenden alle huizen, bouw-, hooi-, wei- en heilanden, bissen en plantages, visserijen rivier, vijvers, heide of binnenerven alsmede de moergronden en verder alles wat in hun plaatsen aan den lande competeert en daarbij tevens melden of het is verhuurd, aan wie en voor welk bedrag en later zullen die percelen door een kundig persoon onderzocht worden, die te verdelen en er een pertinente lijst van te maken; rekest van de regenten van Lommel met verzoek om hun granen ook te mogen laten breken op de molens te Bergeijk; rekest van de regenten van Zeelst die te kennen geven dat Jan van Gerwen via een koop dd. 1 november 1738 van het gemene land eigenaar is geworden van een hoeve bekend onder de naam Clarissenhoeve te Zeelst en uit dien hoofde pretendeert hij vrijgesteld te zijn van dorpsbedieningen, verzoekende zij regenten tot voorkoming van onenigheden die daaruit zouden kunnen voortvloeien interpretatie of voornoemde Jan van Gerwen wel of niet mag aangesteld worden tot borgemeester sof collecteur en armmeester; rekest van de Waalse kerkenraad met verzoek om een toeslag van 100 gl. per jaar i.v.m. onkosten voor het bijwonen der Waalse Synode zoals ook aan de Nederduitse kerkenraad wordt verstrekt; rekest van Leonard de Marcq rentmeester van het Sint Jorisgasthuis te Oirschot [in de marge staat ‘sBosch] met verzoek om nieuwe letteren executoriaal ter invordering van achterstallige betalingen; rekest van Ant: van Venroij c.s. crediteuren van wijlen de aannemer mr.Johan van der Kindt over het in 1738 en 1739 geleverd hout, kalk en steen aan ’s lands gebouwen en bruggen; stukken betreffende het geschil tussen de regenten van Veldhoven en wijlen de deurwaarder Nouhuijs welke stukken worden doorgestuurd naar mr. Kruger een der landsadvocaten – zie voor Zeelst ook folio 625


folio 178 – vrijdag 10 februari 1741

De heren gecommitteerden van de raad hebben de hoeven en landerijen die vallen onder de administratie van de rentmeester Tengnagel en de Back verkocht en daaraan hebben verdiend 46.937 gl. gevolgd door een specificatie van onkosten o.a. van deurwaarder Van de Ven 33 gl. i.v.m. vacaties, het opnemen der grootte en de situatie der hoeven van rentmeester Tengnagel; idem een specificatie van de omroeper der stad ’s-Hertogenbosch 6 gl. wegens het uitroepen der verkoping en het uitgaan van het hoogsel; van deurwaarder Abraham Duijvene 25-16-0 wegens vacatie sen het opnemen van grootte en situatie van de hoeven van rentmeester De Back; idem een specificatie voor de omroeper een som van 21:12:0 en ten slotte een specificatie van de groenrode der stad ’s-Hertogenbosch voor het doen van de publicatie der verkoping; de rentmeesters worden verzocht hun verdiende penningen te verantwoorden nl. Tengnagel 18.655 gl. en De Back 28.282 gl. [met details]


folio 182 – maandag 13 februari 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van de provisoren van de armentafel van de stad Helmond in kwartier Peelland die verzoeken of ze een kapitaal van 1000 gl. staande ten laste van het corpus te mogen opnemen waarbij ze aangeven dat in de stad veel ambachtslieden zijn voor het merendeel wevers van linnen en bonte lijnwaden die door de gepasseerde harde en lang aanhoudende winter en de daarop gevolgde duurte van granen boter en andere eetwaren als ook door gebrek aan werk en de geringe arbeidslonen van tijd tot tijd meer en meer in de uiterste ellende zijn vervallen en dat zij met geen mogelijkheid uit de armenkas in hun behoeften kan worden voorzien [met details] – zie ook folio 235 verso


folio 196 – donderdag 16 februari 1741

Missive van commies Berchuijs van ’s lands magazijnen te ’s-Hertogenbosch met verzoek dat haar Ed: Mo: aan ontvanger Bosschaart gelieven te ordonneren dat de impost van het koren van ’s lands wegen 23:17:0 en van stadswege 2 gl. bedragende tot soulagement van het garnizoen aldaar betaald zou worden doch dat de pachter daarenboven nog competeert de impost van het molsterkoren zijnde het 20e gedeelte volgens art.2 en 17 van de ordonnantie op het gemaal en per last omtrent 26 st. van ’s landswege bedragende, gelijk nog mede de impost op de ronde maten en het meetloon, verzoekende haar Ed: Mo: orders te mogen ontvangen of hij de genoemde kosten ten laste van het land of van het garnizoen moet brengen


folio 208 – vrijdag 17 februari 1741

Rekest van Cornelis van Warmont aannemer van enige reparaties en verbeteringen in de leen- en tolkamer te ’s-Hertogenbosch met verzoek om een ordonnantie van 365 gl. ter voldoening van zijn bedongen loon

folio 208 verso – maandag 20 februari 1741

Missive van rentmeester De Back aangevende dat zijn kantoor tot op heden omtrent 160 mud rogge heeft ontvangen


folio 209 – maandag 20 februari 1741

Rekest van de provisoren van de armen der heerlijkheid Lith in kwartier Maasland met een verzoek om 200 gl. te mogen opnemen ten laste van de gemeente


folio 212 – maandag 20 februari 1741

Missive van de magistraat van ’s-Hertogenbosch inhoudende dat het professoraat in de Oriëntaalse talen [oosterse talen] in de illustere school waartoe een traktement staat van 250 gl. betaald worden uit het inkomen van de geestelijke goederen, door het afsterven van Georgius Ulricus Roemer, opengevallen zijnde, zij op de 13e van deze maand in de plaats van de overledene tot professoren beroepen hebben Cornelis de Wit en Daniel Noortberg beiden predikanten van de Nederduitse gemeente aldaar, te weten ieder op de helft van het genoemde traktement, dat zij nog aan haar Ed: Mo: moeten voordragen dat mede uit het inkomen van de geestelijke goederen betaald worden de traktementen aan de meesters van de Latijnse Scholen aldaar o.a. aan de conrector 750 gl., de præceptor van de 2e school 600 gl., aan die van de 1e school 550 gl., en aan hem ook nog 100 gl. huishuur, makende in totaal 2000 gl. ; dat vermits de conrector Jan Babtista Huibregts Heerings ter zake van zijn hoge leeftijd niet meer in staat was om zijn post waar te nemen en de præceptor van de 1e school Johan Chemijn is overleden, zij derhalve tot welwezen van de Latijnse Scholen de volgende schikking hebben gemaakt nl. Heerings uit zijn dienst als conrector te ontslaan die uit het traktement 600 gl. overhoudt en in zijn plaats tot conrector aan te stellen de præceptor in de 2e school Daniel Hubert, mits boven en behalve de woning aan het conrectoraat gehecht, zich zal moeten tevreden stellen met een traktement van 600 gl., tot præceptor van de 2e school Johannes Petrus Pronk en zulks boven en behalve de woning voor die præceptorsplaats gedestineerd een traktement van 425 gl. en tot præceptor van de 1e school Louis Francois Craijenhoff op een traktement van 375 gl. , alles onder conditie en roezegging dat Heerinfs wanneer die aflijvig wordt [overlijdt] de aangestelde conrector en præceptoren als dan zullen vallen in het volle genot van de traktementen en huishuur welke tot ieders respectievelijke bedieningen vanouds genieten; verzoek aan de raad de aanstellingen te approberen welk rekest wordt doorgestuurd naar de thesaurier generaal De la Bassecour voor nader onderzoek – zie ook folio 381 verso, 428


folio 219 – dinsdag 21 februari 1741

Conferentie met enige gecommitteerden van de generaliteitsrekenkamer die een missive hebben onderzocht van de Raad van Brabant i.v.m. de declaraties van mr. Willem van Erpecum in zijn kwaliteit als fiscaal van Brabant waarna een uitvoerige beschouwing volgt over dit thema


folio 220 verso – dinsdag 21 februari 1741

Sententie in een zaak hangende tussen mr. Simon Hendrik Kruger landsadvocaat aan de ene kant en Abraham Vromans gewezen knecht van Thomas Peters uit Valkenswaard en naderhand als knecht gewoond te hebben op de watermolen van Waalre


folio 231 – woensdag 22 februari 1741

Rekest van de regenten als opperprovisoren van de armen van Berghem in kwartier Maasland over de aflossing van een obligatie van 196:4:14 competerende aan de armen


folio 234 – donderdag 23 februari 1741

Rekest van Adrianus van der Loock roomse werelds priester geboortig van Hulsel in kwartier Maasland die zijn missie heeft ontvangen als kapelaan te Geldrop in kwartier Peelland na het vertrek van Petrus Strijbos met een verzoek om admissie die hem wordt verleend omdat hij voldoet aan de rekwisieten zoals verwoord in de resolutie van 19 juli 1730 alleen rest nog zijn handtekening onder de verklaring die in een speciaal register wordt bewaard


folio 237 – donderdag 23 februari 1741

Missive van stadhouder Otto Juijn en van ontvanger Essenius inhoudende dat zij ter voldoening van de resolutie van de 10e februari de regenten van de negen geïnundeerde dorpen in het kwartier Maasland hebben beschreven en met hen hebben geformeerd een provisioneel reglement waar naar de bakkers in het bakken van koopbrood gehouden zouden zijn zich te moeten reguleren en dat reglement is aan die dorpen toegestuurd


folio 252 – maandag 27 februari 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van de provisoren van de armen der heerlijkheid Groot Lith in kwartier Maasland met verzoek om 200 gl. te mogen opnemen om die te verdelen onder de noodlijdenden aldaar


folio 255 – dinsdag 28 februari 1741

Alle ingezonden maandstaten van de rentmeesters en ontvangers in het generaliteitsgebied zijn nader onderzocht en hierover zijn opmerkingen en kanttekeningen gemaakt


folio 260 – woensdag 1 maart 1741

Rekest van de regenten van Waalwijk in kwartier Oisterwijk met een verzoek om een octrooi tot opneming van een bedrag van 9000 gl. mede in verband met het onderhoud van de kaden langs hun vaart of waterloping liggende en een verzoek om een octrooi tot heffing van vaartgeld op inkomende schuiten in 1735 verleend, maar nadien weer ingetrokken, weer opnieuw te verlenen


folio 267 verso – woensdag 1 maart 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Wevering van Holij op een rekest van Willem van Miert uit ’s-Hertogenbosch verzoekende om hem, in de plaats van zijn overleden vader Jan van Miert, onder betaling van een jaarlijkse recognitiecijns van 6 gl. te betalen ten kantore der domeinen, toe te laten tot de geoctrooieerde grutters van de stad; akkoord met details


folio 268 verso – woensdag 1 maart 1741

Directeur Draeck wordt geautoriseerd om met de aannemers van de nieuwe werken voor de Hinthamerpoort te overleggen i.v.m. een schuur of huis dat tijdens de arbeid aan de nieuwe werken aldaar is geplaatst


folio 279 – vrijdag 3 maart 1741

Missive van de directeur der fortificaties Draeck aangevende dat hij aan de Ed: Mo: op 6 januari jl. wegens de toestand der werken heeft bericht dat het water tot 10 februari op dezelfde hoogte is gebleven als tevoren, doch dat na die tijd tot nu toe het water is gevallen en de dijken, die de generale inundatie moeten houden, droog zijn en men nu zeer goed de defecten kan ontdekken en waarvan hij door de ingenieur een specifieke lijst heeft laten samenstellen; dat hij vervolgens conform de resolutie van 12 januari 1741 met Cornelis van Warmont aannemer van ’s lands bruggen, een akkoord heeft gesloten om voor 1300 gl. zo spoedig mogelijk te maken de loze bruggen geschikt om er alle rijtuigen te laten passeren im plaats van de zwaar beschadigde bruggen in de Hinthamer- en Vughtersteenweg, maar na dat akkoord is het op de 24e weer zeer slecht weer geworden maar in die tussentijd heeft hij er voor kunnen zorgen dat alle zware karren konden passeren en wat de loze bruggen in de Vughtersteenweg betreft wordt hij gehinderd door de vorst tot aan 16 februari


folio 281 – vrijdag 3 maart 1741

Rekest van Petrus Grootvelt predikant te Schijndel die verzoekt om een akte van betaling


foli0 288 – maandag 6 maart 1741

Rekest van Willem Driessen Vrients uit Eersel met een verzoek om remissie – zie ook folio 600


folio 291 verso – dinsdag 7 maart 1741

Missive van de directeur der fortificaties Draeck waarbij hij overzendt een kaart figuratief van de stad en omgeving die door hem is samengesteld op basis van een resolutie van 10 april 1739 vergezeld van een uitgebreid en gedetailleerd bericht daarover, welke kaart zal worden geplaatst in een van de laden van de tafel in de raadkamer van de Raad van State


folio 295 verso – dinsdag 7 maart 1741

Bericht van de rentmeester De Back inhoudende hoeveel koren hij heeft ontvangen; idem een missive van rentmeester De Kempenaer aangevende hoeveel rogge hij heeft omtvangen en voorts dat uit de tienden van Keizersbosch te Leende de pachters jaarlijks aan zijn kantoor gelden 24 mudden Peelse maat en terwijl de onkosten van het transport van daar naar ’s-Hertogenbosch hoog oplopen geeft hij haar Ed: Mo: in overweging die mudden rogge als vanouds via redemptie in geld te laten betalen; nog een missive van rentmeester De Back inhoudende een nader bericht over de ontvangen rogge; bericht van rentmeester De Kempenaer waarbij hij verzoekt omantwoord of hij de nog resterende roggerenten zal ontvangen in rogge of geld; missive van rentmeester Tengnagel inhoudende dat na aftrek van hetgeen door hem aan enige renteheffers in koren heeft moeten worden afgeleverd hij ontvangen heeft ruim 44 lasten rogge staande in de volgende week nog te ontvangen wegens de Prins van Oranje uit zijn goederen bij Eindhoven 255 vaten rogge Peelse maat als wanneer te samen op zolder zal hebben ca. 46 lasten; voorts dat hij Hendrik Deenen uit Mierlo de molenmeester heeft verzocht de molen van Rosmalen weer op te bouwen voor een bedrag van 1700 gl. daaronder begrepen 484 gl. die hij bedongen had bij de aanbesteding aan hem door de heren gecommitteerden van de Ed: Mo: gedaan op 15 oktober 1740 , terwijl daar onder niet begrepen is het opmaken van een der vier muurtjes en het repareren der drie overige [met details]


folio 299 – woensdag 8 maart 1741

Missive van rentmeester Tengnagel op een rekest van Claes Hommes schoolmeeste rte Gewande te kennen gevende dat hij in februari 1740 is aangesteld tot schoolmeester aldaar en zich aanstonds naar die plaats heeft begeven en vermits aldaar lange tijd geen school was gehouden het schoolhuis dusdanig was vervallen dat het niet bruikbaar was en dat de reparatie daarvan niet eerder klaar zou zijn dan in mei en dat hij vanaf 11 juni begonnen is zijn dienst waar te nemen, maar dat de rentmeester enige difficulteit maakt [moeilijk doet] om de suppliant zijn traktement te betalen tot 11 juni ter somme van omtrent 50 gl. omdat de schoolmeesters volgens de resolutie van 12 februari 1733 een blijk moeten brengen ten kantore van de rentmeester dat ze hun dienst hebben waargenomen en hij verzoekt nu de Ed: Mo: de rentmeester te gelasten die 50 gl. alsnog te voldoen; rekest en bijlagen worden de thesaurier generaal De la Bassecour overhandigd voor nader onderzoek


folio 303 verso – woensdag 8 maart 1741

Rekest van de regenten van Gansoijen in het land van Heusden doch horende onder kwartier Oisterwijk met verzoek een reële omslag te mogen doen tot kwijting van een slot van een rekening ten bedrage van 165:10


folio 305 verso – donderdag 9 maart 1741

Rekest van de regenten van Waalwijk met een verzoek om remissie op hun verpondingen


folio 306 – donderdag 9 maart 1741

Rekest van de regenten van Gansoijen in kwartier Oisterwijk met verzoek om remissie


folio 306 verso – donderdag 9 maart 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van gerard de Jongh erfsecretaris van Veghel en drossaard der heerlijkheid Beek en Donk in kwartier Peelland die verzoekt dat men hem uitkeert een bedrag van 100 gl. voor het executeren van een ter dood veroordeelde delinquent genaamd Reijnier Verspagen alias Ruth Spek, een delinquent die op het platteland heeft rondgezworven en conform art.16 van het plakkaat van 1 april 1738 voor een vreemdeling gehouden moet worden; akkoord


folio 317 verso – maandag 13 maart 1741

Rekest van de provisoren van de armen te Lithoijen, Empel en Kessel langs de rivier de Maas in kwartier Maasland met verzoek geld te mogen opnemen [met details]


folio 320 verso – maandag 13 maart 1741

Missive van rentmeester De Back betreffende de rogge die hij op zijn kantoor heeft ontvangen


folio 321 verso – maandag 13 maart 1741

Missive van luitenant generaal en directeur generaal der fortificaties Hertell geschreven in Den Haag als bericht op een memorie van ingenieur Le Fevre over de defecten aan de fortificaties van ’s-Hertogenbosch in de periode 15 december 1740 tot 24 februari 1741 veroorzaakt door de extra hoge watervloed en sterke stormwinden waarop is besloten ingenieur Draeck aan te schrijven dat hij de aannemers van de onderhoudswerken moet houden aan hun plicht en zorg moet dragen dat de defecten in de memorie worden gezuiverd en wederom in een behoorlijke staat worden gebracht; bovendien krijgt hij de opdracht een kaart figuratief samen te stellen van de omgeving van ’s-Hertogenbosch en daartoe te gebruiken zodanige personen als hij daartoe het geschiktste zou oordelen en is geassisteerd door Cornelis Draeck voor 113 effectieve dagen vacatie in het veld tegen 2 gl. per = 226 gl. – idem nog 13:18:0 vanwege een voorschot en voor het in het net uitwerken van de kaart verzoekt hij vanwege de extraordinaire moeite een douceur toe te leggen naar het oordeel van de Ed: Mo:; hij krijgt als toeslag 100 ducatons


folio 344 – woensdag 15 maart 1741

Rekest van de officier en schepenen en borgemeesters der vrije heerlijkheid Nieuwkuijk niij Onsenooort met een verzoek om remissie

folio 348 – woensdag 15 maart 1741

Rekest van de respectievelijke rentmeesters van het grote en andere gasthuizen, H.Geesthuis, weeshuis en kerken als ook de zinneloosmeesters en blokmeesters en Lieve Vrouwe Broederschap van ’s-Hertogenbosch met een verzoek om nieuwe letteren executoriaal ter invordering van achterstallige renten en korenpachten


folio 349 verso – woensdag 15 maart 1741

Missive van Otto Juijn stadhouder van de kwartierschout van Maasland die is geautoriseerd om de ingezetenen van verschillende geïnundeerde dorpen de nodige assistentie te geven als gevolg van de doorgebroken dijken, die met alle macht en kracht weer in een goede staat gebracht moeten worden welk werk enige spoed vereist


folio 351 verso – woensdag 15 maart 1741

Missive van rentmeester Tengnagel aangevende dat hij publiek heeft aanbesteed aan Jan Pijnenburg voor een som van 280 gl. het vernieuwen en repareren van de Engelandsebrug tussen Berlicum en Rosmalen en tot april zou er een losse brug gelegd moeten worden


folio 352 verso – woensdag 15 maart 1741

Missive van rentmeester De Back rakende de verkoop van een akker behorende tot de goederen van Hendrik Francis van de Leur om daarop te verhalen een rente van 11:8:0


folio 357 verso – donderdag 16 maart 1741

Missive van ontvanger Van Pallandt op een rekest van Willemijn Berkers laatst weduwe van wijlen Jan van den Bogaert uit ’s-Hertogenbosch en in een eerder huwelijk heeft ze Thomas van Gemert gehad en door hem is bij haar een kind verwekt te weten Maria Elisabeth van Gemert thans nog in leven en dat aan dat kind enige goederen zijn aanbestorven gelegen in de Meierij afkomstig van haar halfbroer Johannes van Gemert die op 19 november 1740 te Rosmalen is begraven en te Empel zou een taxatie verricht moeten worden maar dat is niet doorgegaan vanwege de inundatie aldaar – zie ook folio 421 ook goederen onder Heeswijk en Schijndel


folio 358 – donderdag 16 maart 1741

Missive van commies Berchuijs van ’s lands magazijnen te ’s-Hertogenbosch met een verzoek om remissie


folio 371 verso – maandag 20 maart 1741

Missive van drossaard en schepenen der heerlijkheid Venloon die berichten dat daar geen huizen of landerijen, bossen, plantages etc. gelegen hebben die het gemene land zouden toebehoren en die er ook nooit zijn geweest behalve een hoeve die in 1740 op order van de Ed: Mo: is verkocht


folio 375 – maandag 20 maart 1741

Rekest van Florens Petrus Durselen adjunct predikant te Vessem Hoogeloon en Casteren in kwartier Kempenland aan wie een akte van traktement wordt verleend


folio 380 verso – maandag 20 maart 1741

Missive van de rentmeester der geestelijke goederen De Kempenaer die te kennen geeft devoiren aangewend te hebben om de tiendheffers onder Deurne te disponeren tot het vergieten van de tiendklok van Deurne die door het afbranden van een gedeelte van de toren van bovenaf naar beneden is gevallen en gesmolten, alsmede dat hij de commandeur van Deurne [lees: Gemert] en de prelaat van Echternach gedisponeerd heeft om de genoemde klok samen te laten vergieten en bekostigen, de commandeur 2/3 en de prelaat 1/3 van de kosten volgens een eerder gepasseerde akte; nadien is er een dispuut ontstaan tussen de commandeur van Gemert en de regenten van Deurne over de zwaarte die de klok moet hebben, volgens de regenten 5000 pond en volgens de commandeur zou een klok van 3000 pond ‘overvloedig swaer genoeg sijn’; over dit meningsverschil hebben ze geen akkoord kunnen sluiten en met kennis van beide partijen is het ter tafel gebracht bij de Ed: Mo: met het verzoek om een uitspraak in deze zaak naar het oordeel van de Ed: Mo:.

Waarop is gedelibereerd is en hebben de Ed: Mo: zich laten welgevallen de schikking die is gemaakt russen de commandeur van Gemert en abt van Echternach omtrent het bekostigen van tiendklok en verder is rentmeester De Kempenaer gekwalificeerd om, indien partijen, zich niet kunnen verstaan over het gewicht dat de klok moet hebben, als dan hetzelfde te definiëren in proportie als de tiendklok in andere plaatsen van gelijke grootte als Deurne weegt
folio 391 verso – woensdag 22 maart 1741

Rekest van E.B.B. van Lijnden luitenant kolonel en majoor te ’s-Hertogenbosch te kennen gevende dat haar Ed: Mo: bij resolutie van 24 november 1739 op zijn verzoek hebben geaccordeerd een 2e ondermajoor aan te stellen in de persoon van kapitein Daulnis en dat deze kapitein in de maand januari zijn ontslag heeft aangevraagd en heeft men naar een andere bekwame persoon uitgekeken en na overleg met de gouverneur de Prins van Holstein is aangesteld Jan Justus Verster luitenant in het regiment van Friesheim, met verzoek dit voorstel te accepteren

folio 392 – woensdag 22 maart 1741

Missive van de commies van ’s lands magazijn te ’s-Hertogenbosch Berchuijs die de rekening doorstuurt van de rogge die door de magistraat van de stad aan het garnizoen is overgelaten


folio 393 verso – woensdag 22 maart 1741

Rekest van Hendrik van Geldrop en Corstiaen van Mierlo in de stad Helmond in kwartier Peelland inhoudende dat een zekere Michael van Nieuwstad procureur aldaar bij publieke aanstelling door de regenten van de stad in 1739 de verpondingen en koningsbeden heeft aangenomen maar deze persoon is door Johan de Cassemajor drossaard van de stad beticht van crimineel gedrag en zou diverse delicten begaan hebben en zou daarom ook niet in staat zijn binnen de geldende termijn zijn rekeningen te voldoen en heeft ook het collectboek onder zich gehouden; de schepenen hebben op verzoek van de drossaard aan de secretaris van Helmond verboden transporten of belastingen te doen en de collecteur probeert een expediënt te vinden om dat verbod ongedaan gemaakt te krijgen [uitvoerig relaas over deze kwestie] – zie ook folio 490 verso


folio 407 verso – maandag 27 maart 1741

Missive van de hoofdofficieren van de regimenten in garnizoen te ’s-Hertogenbosch die verzoeken, ‘dewijl de rogge aldaer merkelijk in prijs is vermindert, dat deselve aen het guarnisoen moge werden gegeven tot geen hoger prijs als volgens de mark en houdende voorts dat de rogge gewasschen in de meijerije in een last 66 brooden ieder van 6 pond minder uitleveren als de Oosterschr rogge’ welke missive nader wordt onderzocht


folio 410 – maandag 27 maart 1741

Missive van rentmeester De Back op een rekest van Hendrik Joost Verheijen te kennen gevende dat hij een huis schuur en aanhorige landerijen bezit welke goederen zich in een slechte staat bevinden waaruit hij een rente van 25 gl. moet betalen, met een verzoek om remissie, ondersteund door een attestatie van de schepenen van Croij en Stiphout


folio 410 verso – maandag 27 maart 1741

Rekest van Gerard de Vries vorster te Eindhoven en Woensel die verzoekt een beemd onder Eckart te mogen uitmoeren die zijn lasten contribueert te Woensel – zie ook folio 772 verso


folio 410 verso – maandag 27 maart 1741

Rekest van Thomas van der Hamme schoolmeester en koster te Hilvarebeek te kennen gevende dat enige inwoners onwillig zijn om aan hem de revenuen verbonden aan het kostersambt te voldoen en nu staat nog te vergelden een rente van 9 gl. – zie ook folio 461


folio 411 verso – maandag 27 maart 1741

Missive van de commies van ’s lands magazijnen te ’s-Hertogenbosch inhoudende dat hij op 20 en 22 maart 43 lasten van 11 zakken rogge heeft ontvangen van het kantoor van rentmeester Tengnagel; op de 23e 14 lasten 13 zakken en 3 schepels via rentmeester De Kempenaer samen 48 lasten 4 zakken en 3 schepels; dat rentmeester De Back binnenkort de tienden zal bekomen hebben en hij vervolgens op basis van een resolutie van 7 maart 1741 die van hm zal overnemen en omdat geen harp voor handen is in ’t magazijn om genoemd koren te zuiveren, gelijk mede de nodige arbeiders om het koren van tijd tot tijd te verschieten, verzoekt hij de Ed: Mo: hem te autoriseren de nodige arbeiders tot het verschieten van de rogge te moge inzetten en een harp te mogen inkopen – zie ook folio 474


folio 412 – maandag 27 maart 1741

Bericht van rentmeester Tengnagel op een rekest van de erfgenamen van Johan van der Putten uit ’s-Hertogenbosch met een verzoek om permissie om op de grond van de kapel van Loosbroek voor het voorhoofd van de hoeve van de suppliant onder Nistelrode te mogen poten; de raad en rentmeester generaal wordt gekwalificeerd om het hoekje waar de genoemde kapel gestaan heeft ter lengte van omtrent 7 voeten en breedte van 2 ½ roeden aan de suppliant op te dragen; de regenten van Dinther zullen worden aangeschreven dat ofschoon haar Ed: Mo: met recht van haar zouden kunnen vorderen de kooppenningen die zij in vorige jaren hebben ‘gepercepieert’ van bepaalde verkochte bomen die rondom de genoemde kapel hebben gestaan en waartoe zijn conform het voorschreven bericht geen het minste recht gehad hebben, haar Ed: Mo: nochtans uit consideratie van het klein vermogen van het dorp hen die penningen zullen laten behouden, met last die te verantwoorden


folio 418 verso – dinsdag 28 maart 1741

Rekest van de schepenen van Nuenen en Gerwen in kwartier Peelland te kennen gevende dat in 1728 bij het veranderen van het garnizoen op behoorlijke patenten, bij hen in de gemeente zijn gekomen de regimenten infanterie van kolonel Leithen en Maleprade welk 1e regiment een dag en een nacht heeft gelogeerd en het 2e twee dagen en nachten met de biljetten die aan heb werden uitgedeeld en alsnog een half eskadron cavalerie van het regiment Drimborn dat ook twee dagen heeft gelogeerd en dat hun dorp bestaat uit diverse ver af gelegen hoeken of gehuchten waarvan vele ingezetenen geen bekwame logementen hebben en ook niet in staat zijn om volgens het reglement op doormarcheren van militairen de soldaten onderhoud te verstrekken, zodat de militairen niet egaal onder de ingezetenen verdeeld konden worden; dat om aan de meest noodlijdende ingezetenen tegemoet te komen vanouds in hun gemeente in gebruik is geweest, aan iedere ingezetenen waar de militairen zijn gebiljeteerd voor iedereen goed te doen 5 st. en voor een paard ook 5 st. en welke sommen bij elkaar via een omslag over alle ingezetenen personeel wordt omgeslagen; dat dan de borgemeesters aan de ingezetenen die soldaten of ruiterij hebben gehad op een personele lijst ten volle worden betaald, wat in totaal 415 gl. was [met details] – zie ook folio 636


folio 423 – woensdag 29 maart 1741

Rekest van de diakonen van de Nederduitse Gereformeerde gemeente te ’s-Hertogenbosch met verzoek om continuering van de gunst dat ze van iedere gulden van het inkomen der gemene middelen een oortje mogen spenderen aan de diaconie; akkoord


folio 435 – vrijdag 31 maart 1741

Rekest van de gedeputeerden van de classis van Peel- en Kempenland met verzoek om een ordonnantie van 125 gl. i.v.m. de visitatie van hun kerken en scholen


folio 435 verso – vrijdag 31 maart 1741

Rekest van Cornelis van Warmondt aannemer van het maken van enige loze bruggen in de Vugher- en Hinthamersteenweg met verzoek om een ordonnantie van 650 gl.


folio 439 – dinsdag 4 april 1741

Missive van rentmeester De Kempenaer rakende de particuliere percelen van landerijen, visserijen en andere domeinen die aan de staat toebehoren


folio 447 verso – woensdag 5 april 1741

Bericht van rentmeester De Back op een rekest van de ingezetenen van Venloon [Loon op Zand] in kwartier Oisterwijk over de tax die wordt berekend over de roomse priesters waarin o.a. de overleden kapelaan Cornelis Ligthart wordt genoemd [met details]


folio 454 verso – donderdag 6 april 1741

Rekest van Pieter Gerritse Sweerdeveger inwoner van Geldrop in kwartier Peelland te kennen gevende dat hij in 1739 van Hendrik de Louwere als rentmeester van de Heer van Geldrop had ingepacht het heffen van weggeld en kerktol over de voornoemde heerlijkheid en dat hij daarin heeft ontmoet, dat N.Gualteri stadhouder van Peelland, met zijn kar en paard de heerlijkheid Geldrop passerende weigerig is geweest aan de suppliant het vereiste weggeld te voldoen, zodat hij Gualteri heeft laten arresteren waartegen Gualteri protest aantekent en heeft de zaak voor de schepenen van Geldrop gebracht, maar de actie van de suppliant wordt afgewezen en hij moet bijdragen in alle kosten en is hij niet meer in staat de kost te winnen voor zijn vrouw en kinderen en de suppliant verzoekt de Ed: Mo: dat ze Gualteri ordonneren om af te zien van het vonnis door schepenen van Geldrop [me details]


folio 458 – vrijdag 7 april 1741

Missive van Otto Juijn stadhouder van kwartier Maasland over de doorgebroken dijken bij Alem en Kessel en aangeschreven wordt Jacob Gijselen gemachtigde van de Heer van Alem en bin die kwaliteit bedienende het dijkgraafschap van Alem i.v.m. die dijkdoorbraak en het repareren der dijken [met details]

folio 463 verso – maandag 10 april 1741

Rekest van de regenten van Lithoijen met verzoek om remissie [met veel details]


folio 468 verso – maandag 10 april 1741

Rekest van de gereformeerde ledematen der dorpen Bergeijk, Riethoven en Westerhoven in kwartier Kempenland te kennen gevende dat het de classis van Peel- en Kempenland behaagd heeft der supplianten leraar Albertus Hanewinkel op de vacerende plaatsen van Geldrop en Riel te beroepen daar de gemeente immers niet of weinig in getal zijn, maar de ingezetenen willen hun getrouwen herder graag behouden


folio 469 verso – maandag 10 april 1741

Rekest van de regenten van Gansoijen die een verzoek indienen om een reële omslag te mogen doen


folio 471 – maandag 10 april 1741

Rekest van de provisoren van de armentafel te Oirschot met een verzoek om letteren executoriaal voor een periode van 10 jaren ter invordering van achterstallige pachten


folio 476 verso – dinsdag 11 april 1741

Rekest van R.B. van Lijnden tot Ressen luitenant kolonel in het regiment van de Prins van Nassau en majoor van de stad ’s-Hertogenbosch met een verzoek om zich als majoor voor een periode van 6 maanden te mogen absenteren uit ’s-Hertogenbosch; akkoord


folio 479 verso – dinsdag 11 april 1741

Missive van mr. Willem van Erpecum advocaat fiscaal van Brabant op een rekest van Petrus Strijbos rooms werelds priester geboortig van Woensel die om een akte van admissie verzoekt als pastoor niet alleen te Gestel maat ook van Blaarthem, welke missive nader wordt onderzocht


folio 479 verso – dinsdag 11 april 1741

Rekest van het vleeshouwersgilde van de stad ’s-Hertogenbosch die een verzoek indienen om de imposten op het bestiaal, hoorngeld en bezaaide landen over de stad en schansen en vrijdom van de stad voor een periode van 6 jaren in admodiatie te mogen hebben waar een bedrag wordt genoemd van 8162 gl. per jaar – zie ook folio 595


foli o480 – dinsdag 11 april 1741

Missive van ontvanger Bosschaart op een rekest van de borgemeesters van de stad ’s-Hertogenbosch met een verzoek om remissie


folio 481 – woensdag 12 april 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen Weveringh van Holij op een rekest van de ingezetenen van Hapert met een verzoek om remissie


folio 484 – donderdag 13 april 1741

Missive van directeur der fortificatie Draeck te ’s-Hertogenbosch op een rekest van Pieter Romer aannemer van het driejarig onderhoud van de nieuwe werken gemaakt voor de Sint Janspoort ter rechter en links den Boom te kennen gevende dat door het extraordinair en langdurig hoog water en aanhoudende winden in de maanden december 1740 en januari 1741 de werken veel schade hebben geleden vanwege de zware slag van het water, dat de ‘bespreijinge enveloppes en borstweringen’ voor het merendeel aan stukken geslagen zijn en weggespoeld en dat op verschillende plaatsen de borstweringen en wallen 4, 5 à 6 voeten zijn afgespoeld niettegenstaande alle aangewende kosten en menselijke hulpmiddelen die door de ingezetenen dag en nacht zijn aangeleverd; dat daarenboven de binnenborstweringen van buiten en binnen met nieuwe ‘steertsoden’ zullen moeten worden opgezet en de volledige reparatie zal ongeveer 6000 gl. bedragen na calculatie, met tevens een verwijzing naar het hoog water uit 1658 – zie ook folio 740


folio 485 – donderdag 13 april 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij

op een rekest van J.W.D. de Jong stadhouder van het kwartier Kempenland en de schepenen van Hapert over de verkiezing van borgemeester in de persoon van Pieter van Hooff
folio 492 verso – vrijdag 14 april 1741

Missive van ontvanger Verspijk op een rekest van Willem Driessen Vrients uit Eersel met een verzoek om remissie op hun verpondingen


folio 492 verso – vrijdag 14 april 1741

Missive van ontvanger Van Lijnden op een rekest van de stadhouder en ordinaris gecommitteerden van kwartier Peelland gezonden aan de raad om advies


folio 496 – maandag 17 april 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen Weveringh van Holij met verzoek om geld te mogen opnemen


folio 517 – donderdag 20 april 1741

Rekest van Godefridus Schuermans rooms werelds priester die zijn missie heeft ontvangen als pastoor te Breugel na het overlijden van Godefridus van Vhiel [misschien van Thiel bedoeld?] met een verzoek om admissie die hem verleend wordt


folio 517 verso – donderdag 20 april 1741

Missive van ontvanger Van Pallandt op een rekest van Cornelis Brenders inwoner van Goirle wiens goederen bij executie zijn verkocht vanwege achterstallige schulden in welke akte Jan de Munk [ook Munnik] als vorster van Tilburg wordt genoemd, collecteur Molenberg en vorster Perrolet


folio 518 – donderdag 20 april 1741

Missive van ontvanger Van der Waeijen op een rekest van Joris Borghouts inwoner van Son met een verzoek om aan zijn huis te Son een huisbrouwerij te mogen oprichten, welke missive en rekest nader onderzocht zullen worden – zie ook folio 681 verso


folio 530 verso – maandag 24 april 1741

Missive van de schepenen der stad ’s-Hertogenbosch over de betaling van 7767:15:4 wegens de rogge die aan het garnizoen is overgelaten – zie ook folio 558


folio 530 verso – maandag 24 april 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Wevering van Holij n.a.v. een resolutie van 29 mei 1739 waarbij aan de regenten van Boxtel gepermitteerd wordt om door de agent van de Meierij ten kantore der financiën een extract te lichten uit het origineel quohier der verpondingen en de regenten en de eigenaars der tienden zullen daarop gehoord worden


folio 532 – maandag 24 april 1741

Rekest van de regenten van Lithoijen in kwartier Maasland die hebben verzocht een negotiatie te mogen doen ofwel geld op te mogen nemen


folio 536 – dinsdag 25 april 1741

Missive van ontvanger Bosschaert op een rekest van de dekens van het molenaarsambacht van ’s-Hertogenbosch te kennen gevende in substantie dat ofschoon het aan iedere bakker en inwoner vrij staat hun granen op zodanige molens te laten malen zoals het hen behaagt, echter ieder zijn klanten heeft, doch dat nu sedert enige tijd al het graan voor het garnizoen bedragen ongeveer ¼ van hetgeen in de stad geconsumeerd wordt maar alleen op één enige molen is gebroken en dat dus de 7 overige molens daarvan helemaal niet profiteren en dat juist de eigenaar van die ene molen het maalloon geniet, zijnde die van de pachter van het stads gemaal of zijn huurder; zulks is hard voor de andere molenaars van het gilde, die niet alleen het recht van de wind moeten betalen maar ook belast zijn met de ‘inbillettering’ van de militairen; ze verzoeken de Ed: Mo: of ze willen ordonneren dat de granen voor het garnizoen gebroken moeten worden op alle molens van de stad, welke missive binnen de raad nader onderzocht zal worden – zie ook folio 563 verso


folio 540 – woensdag 26 april 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van Jan Evers van Roij president van Nuenen en Jacobus Swinkels president van Tongelre in kwartier Peelland mede in naam van de andere schepenen en regenten met verzoek aan de Ed: Mo: om de gemene weg te laten openen en repareren door de molenaar van Opwetten naast alle anderen die daartoe gehouden zijn


folio 550 verso – maandag 1 mei 1741

Missive van rentmeester De Back inhoudende dat de pachter van ’s lands korenwindmolen te Oerle hem heeft bekend gemaakt dat het kamrad van de molen niet meer te gebruiken is en dat molenmeester Hendrik Deenen de molen heeft bezocht en heeft aangeboden de reparatie uit te voeren voor 300 gl.; ook wordt gesproken over de reparatie van de molens te Bergeijk en Reusel – zie ook folio 626, folio 737 verso


folio 551 verso – maandag 1 mei 1741

Missive van rentmeester De Back inhoudende dat de predikant van Veldhoven hem heeft te kennen gegeven dat de kerk aldaar in een zeer slechte staat van reparatie verkeert; daarop heeft hij mr. Gerit Nijnens mr. timmerman erheen gestuurd die geoordeeld heeft dat hulp geboden moest worden om een grote verval te voorkomen en de reparatiekosten zouden wel 500 à 600 gl. kunnen bedragen, maar de inkomsten van de kerk zijn niet toereikend en zal het gemene land moeten bijspringen zoals men dat ook in 1735 te Duizel heeft gedaan


folio 552 – maandag 1 mei 1741

Missive van rentmeester De Kempenaer over de verkoping der goederen van Jacobus de zoon van Petrus Guntz vanwege achterstallige schulden en er is sprake van een bouwvallig huis


folio 554 – maandag 1 mei 1741

Missive van rentmeester de Back op een rekest van Willem de With notaris en procureur te Eindhoven te kennen gevende in substantie dat hij is aangesteld tot executeur over de nagelaten boedel van wijlen secretaris Codee en door rentmeester De Back eerst via een missive en later gerechtelijk is aangemaand tot betaling van een rente van 2:3:0 [met details]


folio 556 verso – maandag 1 mei 1741

Missive van rentmeester De Kempenaer op een rekest van de kerkenraad van Heeze bij Leende te kennen gevende dat hun schoolmeester Hendrik Kreuger wegens zijn wangedrag geen attestatie heeft weten te ontvangen van de visitatores classis, waardoor hij geen betaling van zijn traktement kan verkrijgen; dat hij als geen andere source [bron] hebbende met zijn vrouw en kinderen van ellende en gebrek zou hebben moeten vergaan, indien zij supplianten daarin niet hadden voorzien door een zekere Cornelis Smulders, met dat vertrouwen van de geïmpendeerde kosten te zullen kunnen vinden uit het lopende traktement van gemelde schoolmeester en dit alles afwacht totdat de klachten tot zijn last zouden zijn afgedaan; dat gemelde Smulders inmiddels geen betaling krijgende van zijn gedebourseerde, zich van de voorschreven last om aan de gemelde schoolmeester zijn vrouw en kinderen het nodige te bezorgen, ontdaan had; dat het te vrezen is, indien hij te eniger tijd zijn traktement in handen krijgt, daar verder misbruik van zal maken en derhalve verzoekende dat zij supplianten mogen worden gekwalificeerd tot het ontvangen van het verschenen en lopende traktement ten einde daaruit de nodige toereiking te doen aan hem en zijn huishouding alsmede tot betaling van zijn schulden; voorts dat zij eenieder bij publicatie mogen waarschuwen aan hem enig crediet te geven en eindelijk aan hem rentmeester te gelasten geen betaling te doen van des schoolmeesters traktement als op order van de kerkenraad – zie ook folio 790 verso


folio 558 – maandag 1 mei 1741

Missive van rentmeester De Kempenaer op een rekest van Melchior Joost van Someren van Vrijenes Heer van Croij en Stiphout met het verzoek aan de Ed: Mo: dat aan hem gelaten zou mogen worden een zekere hof en land gelegen aan Strijp – zie ook folio 609 verso


folio 559 – maandag 1 mei 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Weveringh van Holij op een rekest van de regenten van Mierlo te kennen gevende in substantie, dat niettegenstaande Johan Ackerman vorster en gerechtsbode aldaar behoorlijk is geautoriseerd om executies te doen tot invordering van ’s lands en gemeentenspenningen, echter een zekere Hendrick Aerts van Berenbroek c.s. borgemeesters aldaar van Sint Jan 1738 tot 1739 geautoriseerd hebbende deurwaarder Dirk de Cleene om tot invordering der gemeentelasten van diens borgemeestersboek de executie tegen de wanbetaler ste dirigeren tot prejuditie van haar Ed: Mo: onderdanen wat strijdig is met de publicatie van 20 september 1736 en verzoekende dat haar Ed: Mo: bij interpretatie van die publicatie gelieven te declareren, dat de resp. vorsters met seclusie der deurwaarders de executies in loco zullen moeten dirigeren en mede de borgemeesters en collecteurs zowel van ’s lands als van gemeentepennigen op zekere boeten deswegens bij haar Ed: Mo: te statueren, te ordonneren de resp. vorsters in loco te emploijeren


folio 562 verso – dinsdag 2 mei 1741

Missive van de commies van ‘s lands magazijnen van ‘s- Hertogenbosch Berkhuijs over de remissie aan de militie verleend op de impost van ’s lands rogge, de impost van het molsterkoren en de impost op de ronde maat en de prijzen van brood dat aan de soldaten van het garnizoen wordt gegeven [met details]

folio 568 verso – dinsdag 2 mei 1741

Rekest van de regenten en de arme in bedroefde ingezetenen van Rosmalen in kwartier Maasland met een verzoek om remissie verwijzend naar de overstromingen en doorbraak van de dijken; gevolgd door een rekest van Cromvoirt en Deuteren met een identiek verzoek


folio 587 – vrijdag 5 mei 1741

Missive van officier en schepenen van Veghel in kwartier Peelland die een lijst van landerijen doorsturen


folio 588 verso – vrijdag 5 mei 1741

Missive vanuit de leen- en tolkamer op een rekest van de regenten van de heerlijkheid Stiphout in kwartier Peelland over de abuizen in hun dorpsrekening over 1730-1731 met allerlei opmerkingen [met details]


folio 591 verso – vrijdag 5 mei 1741

Rekest van de stadhouder en ordinaris gecommitteerden van kwartier Peelland met verzoek om ontheffing van het furneren van het profijt van de interessen van de afgeloste en nog af te lossen kapitalen en uitstel i.v.m. de overbrenging van de rekeningen van Lijnden ontvanger der beden


folio 596 verso – maandag 8 mei 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Wevering van Holij op een rekest van Laurens Smolders uit Helvoirt die een verzoek indient om een deel van zijn voorhoofd groot in de lengte omtrent 80 voeten en breed 25 voeten ofwel omtrent 4 à 5 roeden, gelegen voor zijn erf te Helvoirt bij het roomse kerkenhuis te mogen gebruiken voor de opbouw van een huisje schuur en stal om te gebruiken als woning voor hem en zijn vrouw en kinderen ; akkoord [met details]


folio 598 – dinsdag 9 mei 1741

Missive van de Graaf van Rechtere hoog- en laagschout van stad en meierij van ’s-Hertogenbsoch op een rekest van Petrus Strijbos rooms werelds priester geboortig van Woensel die van vicaris Van der Asdonk zijn missie heeft ontvangen als pastoor van Gestel en Blaarthem waar Simon van Wijdeven is overleden en de verzochte akte van admissie wordt hem verleend onder de reguliere condities – zie ook folio 612 verso


folio 603 verso – woensdag 10 mei 1741

Missive van kolonel Grotenraij geschreven te ’s-Hertogenbosch over het gedrag van een van zijn onderdanen nl. een zekere L.Derieux in zijn regiment dat hierin bestond dat hij in 1732 van het regiment uit Deventer is weggegaan zonder verlof te Middelburg als soldaat bij de O.I.C. [Oost Indische Compagnie] dienst heeft genomen hebbende, wagens gemaakte schulden en kwaad gedrag verscheiden malen bij de provoost gezeten en zijn montering, degen, sjerp en ringkraag in de lombert gezet heeft en nu in de gepasseerde maand, nadat op een bedrieglijke wijze het geld dat voor een ander was bestemd van de Haagse schipper heeft weten te krijgen , zijn degen wederom in de lombert verzet heeft en daarna is gegaan naar de Prins van Holsteijn en die zou hij wijs gemaakt hebben verlof te hebben van genoemde kolonel om voor 8 à 10 dagen naar Maastricht te gaan tot recrutering, daar in tegendeel is bevonden dat hij geen verlof heeft gehad en de Prins en gouverneur misleid heeft en nog absent blijft en dat hem kolonel daags te voren een rekest ter hand is gesteld met haar Ed: Mo: verlof tot 1 januari 1742, hij de vrijheid neemt te vragen hoe hij zich in deze moet opstellen


folio 604 – woensdag 10 mei 1741

Bericht van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant Wevering van Holij op een rekest van J.W. de Jongh stadhouder van het kwartier van Kempenland als ook de schepenen van Hapert i.v.m. de nominatie van P. van Hooff molenaar te Hapert die overigens vrijgesteld zou zijn van dorpsbedieningen


folio 607 – vrijdag 12 mei 1740

Missive van rentmeester Tengnagel op een rekest van Clara Maria Sijburg die aangeeft dat ze na het overlijden van haar vader F.Sieborg in eigendom heeft verkregen een zeker huis staande in de Waterstraat te ’s-Hertogenbosch dat is belast met een rente van 14 gl. per jaar die door haar vader was betaald aan de dekens van het ambacht der schrijnwerkers, wieldraaiers en kuipers binnen de stad, maar zij is onderricht dat die van dit ambacht niet gerechtigd waren tot het ontvangen van deze rente en ze heeft daarom haar transportbrieven van het huis laten onderzoeken en heeft daarbij geconstateerd dat die rente is gefundeerd door Hendrik Franssen van Laer op het altaar van Sint Jan Evangelist in de kathedrale kerk van de stad ten behoeve van een wekelijkse zielmis zoals staat aangegeven in de transportbrief van 18 december 1642 en van 30 januari 1704; ze heeft daarover de rentmeester geïnformeerd; de dekens beweren dat die rente hen wel degelijk toekomt – zie ook folio 664 verso


folio 608 verso – vrijdag 12 mei 1741

Missive van ontvanger Van Huffel over bij executie verkochte goederen onder Bergeijk waarbij de weduwe van Josias de Roij wordt genoemd


folio 611 verso – vrijdag 12 mei 1741

Rekest van de regenten van Drunen met verzoek om remissie verwijzend naar de doorgebroken dijken en om een liberale gift zodat ze hun dijken kunnen herstellen


folio 624 – maandag 15 mei 1741

bericht van de commies van ’s lands magazijnen te ’s-Hertogenbosch over de verkoop van twee stukken kanon en enige snaphanen en de reparatie van enige goederen in het magazijn waarover hij overleg voert met de luitenant der artillerie Muller en het betreft 2 ijzeren stukken kanon van 6 pond die geheel defect en onbekwaam zijn, 92 snaphanen ook onbruikbaar, voorts het vastslaan van enige raderen van voorwagens en affuiten die door het inkrimpen der velgen los zijn geraakt, het maken van 8 nieuwe raderen voor twee mallejanwagens, alsmede een disselboom die defect is, 40 tonnetjes voordruiven cardoezen en kogels in te kopen omdat een gelijk getal is vergaan, de 260 tonnetjes die reparabel zijn te voorzien van nieuwe bande; voorts wordt gesproken over vergane klossen aan de druiven, versleten linnen en touwwerk, nieuwe scheden voor de degens, nieuwe laden aan de 44 snaphanen, het repareren van sloten, het slopen van een rolpaard van 24 pond en 18 pond, 5 raderen van rolpaarden die vermolmd zijn en het oud ijzer zal hij opslaan in het magazijn


folio 625 verso – maandag 15 mei 1741

Rekest van de Waalse kerkenraad van ’s-Hertogenbosch met verzoek om een toeslag van 100 gl. voor tweemaal per jaar te assisteren bij de Waalse Synode


folio 627 verso – dinsdag 16 mei 1741

Rekest van Joost Lodewijk van Willemsdorff kapitein in het regiment van kolonel De Guij in garnizoen te ’s-Hertogenbosch te kennen gevende dat J.C.Toel sergeant van zijn compagnie op 21 april jl. heeft aangenomen een zekere Andries van Beugen inwoner van de stad tot soldaat in zijn compagnie en de voornoemde sergeant aan hem bericht heeft dat hij aan handgeld voor die aanneming 60 gl. heeft ontvangen; dat genoemde Van Beugen zich daags daarna ‘te soeken gemaekt heeft’ en o p23 april bij hem is gekomen en toen heeft hij Van Beugen gevraagd of hij zijn soldaat was waarop Van Beugen antwoordde ‘ja’ en heeft Van Beugen toen geordonneerd zich aan de commandeur van het regiment te presenteren maar dat heeft v.B. geweigerd onder voorwendsel, dat eerst voldaan moest worden aan de conditie die hij voorgaf gemaakt te hebben met de sergeant en welke hij pretendeert daarin te bestaan, dat hij te ’s-Hertogenbosch geen dienst als soldaat zou behoeven te doen, dat hij boven het handgeld zou moeten hebben vrij linnen en dat hij maar 6 jaren geëngageerd zou zijn; de sergeant heeft die condities ontkend; Van Beugen bleek onwillig zich aan de kolonel van het regiment te presenteren, waarop hij in arrest is genomen waarvan kennis is gegeven aan de gouverneur; nadere informatie zal worden ingewonnen bij de sergeant en bij anderen die bij het engagement aanwezig waren, welke informatie is ingewonnen door de auditeur op de 24e april ten overstaan van de commissarissen van het garnizoen [met details] – zie ook folio 670 verso


folio 637 verso – donderdag 18 mei 1741

Bericht van rentmeester De Back op een rekest van Hendrik Joost Verheijen uit Stiphout in kwartier Peelland met een verzoek om remissie op een rente uit een huis schuur en aangelegen landerijen


folio 647 verso – vrijdag 19 mei 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant op een rekest van officier en schepenen van Diessen met verzoek om een order voor de borgemeesters i.v.m. het spoedig ophalen van de personele zettingen


folio 648 verso – vrijdag 19 mei 1741

Missive van de stadhouder van de kwartierschout van Oisterwijk en van de stadhouder van kwartier Maasland met punten voor de komende kwartiersvergadering


folio 657 – dinsdag 23 mei 1741

Missive van rentmeester De Kempenaer op een rekest van Hendrik Gerrit van Breugel uit Oss die verzoekt hem te begunstigen met de vacante deurwaardersplaats in kwartier Maasland; voorts wordt gesproken over de akte van renunciatie door Adriaen Timmers voor schepenen van Waalwijk gepasseerd m.b.t. het deurwaardersambt


folio 662 verso – donderdag 25 mei 1741

Rekest van de gecommitteerden van de polder van de Ham en de Rijskampen onder Cromvoirt in kwartier Oisterwijk over de aldaar verlaten landerijen door inundatie en het verzoek om ze te laten meten en in kaart te brengen [met details]


folio 666 verso – vrijdag 26 mei 1741

Beschrijving van de kwartiersvergadering van kwartier Peelland


folio 675 – dinsdag 30 mei 1741

Rekest van Julius Dominicus Schultz van Hagen kapitein in het regiment van kolonel van Kinschot in garnizoen te ’s-Hertogenbosch die voor 3 maanden verlof krijgt; op folio 674 verso staat : brigadier Schultz van Hagen


folio 675 verso – dinsdag 30 mei 1741

Rekest van Cornelis Prucli de Voogd van Rijnevelt majoor in het regiment van kolonel Grotenraij in garnizoen te ’s-Hertogenbosch verzoekende om verlof tot het besolliciteren van de luitenant-kolonelsplaats in genoemd regiment

folio 676 – dinsdag 30 mei 1741

Missive van ontvanger La Calmette op een rekest van de borgemeester van Son in kwartier Peelland met verzoek om remissie [met details]


folio 679 verso – woensdag 31 mei 1741

Rekest van Hubertus Tinnebroek rooms werelds priester geboortig van Liempde die zijn missie heeft ontvangen als pastoor te Waalre waar Johan van Elmpt is overleden; idem een rekest van Christianus Godschalk rooms werelds priester geboortig van Den Dungen die zijn missie heeft bekomen als kapelaan te Liempde in plaats van genoemde Hubertus Tinnebroek; beiden verzoeken ze om een akte van admissie; ook nog een rekest van Simon van Herk rooms werelds priester geboortig van ’s-Hertogenbosch en kapelaan te Gilze die zijn missie heeft ontvangen als pastoor te Gilze na het vertrek van Abraham van Herk; de akten van admissie worden verleend


folio 680 verso – woensdag 31 mei 1741

Rekest van Gerard de Vries vorster te Woensel aangesteld in 1728 die om een toeslag verzoekt op zijn traktement [met veel details]


folio 688 – donderdag 1 juni 1741

Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen Wevering van Holij op een rekest van Zacharias en Francis Lomans inwoners van ’s-Hertogenbosch te kennen gevende dat zij bezitten een bosje, twee weikes, een beemdje aan de Axhterste Diese, een beemdje ter plaatse genaamd de Gemulhoeken ca, 5 lop., een weike genaamd de Bieseweij gelegen achter het klooster 6 lop. alle onder Oisterwijk, een beemdje onder Heukelom en een beemd in den Biesmortel onder Udenhout en verzoek permissie om aldaar te mogen moeren of turven – zie ook folio 758


1   2   3


Dovnload 151.91 Kb.