Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De positionele leesmethode: Caesar, De bello Gallico 5, 44

Dovnload 59.43 Kb.

De positionele leesmethode: Caesar, De bello Gallico 5, 44



Datum18.10.2017
Grootte59.43 Kb.

Dovnload 59.43 Kb.

De positionele leesmethode: Caesar, De bello Gallico 5, 44
Roland Frits Coghe



(bijwoordelijke bepaling: kader) / onderwerp: hoofdrolspeler / (lijdend) voorwerp: tweede speler / meewerkend voorwerp: derde speler / bijwoordelijke bepaling: kaderend bij de relatie / gezegde: relatie (tussen onderwerp en [lijdend] voorwerp) / precisering

[zin 1] Erant in ea legione fortissimi viri centuriones qui iam primis ordinibus appropinquarent T. Pullo et L. Vorenus.


[zin 2] Hi perpetuas inter se controversias habebant uter alteri anteferretur omnibusque annis de loco summis simultatibus contendebant.
[zin 3] Ex his Pullo, cum accerrime ad munitiones pugnaretur, ‘Quid dubitas,’ inquit, ‘Vorene? Aut quem Locum tuae probandae virtutis exspectas? Hic dies de nostris controversiis iudicabit.’
[zin 4] Haec cum dixisset, procedit extra munitiones quaeque pars hostium confertissima

est visa, in eam irrumpit.
[zin 5] Ne Vorenus quidem sese tum vallo continet, sed omnium veritus existimationem
subsequitur.

[zin 6] Mediocri spatio relicto, Pullo pilum in hostes immittit atque unum ex multitudine procurrentem traicit.


Mediocri spatio relicto

- losse ablatief als kader

- mediocri: beschrijvend

Pullo

- hoofdrolspeler (gewone plaats)



pilum

- tweede speler



in hostes

- bijwoordelijke bepaling

- kaderend element bij immittit

immittit

- relatie



atque

- verbindt twee woorden of twee zinnen?



unum ex multitudine procurrentem

- disjunctieve woordgroep: tweede speler



traicit

- relatie

- doorlopende hoofdrolspeler is inderdaad Pullo
Filmische weergave van unum ... traicit: een krijger – een grote troep Nerviërs – die krijger komt uit de massa, rent recht op Pullo af en wordt door Pullo getroffen.

[zin 7] Quo percusso exanimatoque hunc scutis protegunt hostes, in illum universi tela coniciunt neque dant progrediendi facultatem.


Quo percusso exanimatoque

- losse ablatief; kader

- Quo = Et eo: anker naar?

hunc

- hoofdrolspeler (accusatief)

- herneemt inhoudelijk quo
- parallelle constructie met in illum

scutis

- kaderend bij protegunt: verbaal blok



protegunt hostes

- relatie

- hostes: onderwerp; na het gezegde: preciseert

in illum

- hoofdrolspeler, ingevuld door een bijwoordelijke bepaling


- wie wordt nu bedoeld?

universi

- grammaticaal onderwerp op de plaats van de tweede speler



tela coniciunt

- derde speler

- op de zwakke plaats voor het werkwoord
- samen vormen zij één betekenisgeheel

neque dant

- nieuwe zin

- dant is hoofdrolspeler
- doorlopend onderwerp?
- nadruk: zij (allen) geven absoluut geen (reële) kans tot vooruitgang

progrediendi facultatem

- tweede speler


- precisering (reële kans) van dant
- progrediendi: genitief voor de kern: beschrijvend

1 Welke speler wordt bij dant niet gegeven? Geef die weer in de Nederlandse weergave.

2 Welke stijlfiguur lees je in de woordvolgorde tela coniciunt neque dant ... facultatem?

3 Welk beeld ziet je geestesoog? (een ondoordringbare muur van schilden of ...)

4 Welke weergave weerspiegelt de Latijnse woordvolgorde?
a Hij krijgt geen kans om vooruit te gaan.
b Zij (de Nerviërs) geven (hem) niet één reële kans om vooruit te gaan.
c Een kans tot vooruitgang wordt hem niet geboden.

[zin 8] Transfigitur scutum Pulloni et veritum in balteo defigitur.



Transfigitur

- hoofdrolspeler, ingevuld door het gezegde (dramatisch effect)



scutum

- grammaticaal onderwerp op de tweede plaats

- precisering

Pulloni

- bij Pullo: datief als bijwoordelijke bepaling

- andere woordvolgorde: suggereert de verrassing van de slag

et veritum

- hoofdrolspeler in een nieuwe zin met een gezegde in het passief


- gewone plaats; hier wordt het wapen genoemd

in balteo

- kaderend (in zijn gordel)



defigitur

- relatie

- prefix de-: grondig, volledig (blijft steken)
Bemerk de chiastische bouw van beide zinnen. In de eerste zin wordt het doorboorde schild positioneel benadrukt (gezegde als hoofdrolspeler). De tweede zin heeft de gewone volgorde, maar staat zo in contrast met de eerste zin. Een mooie close-up van Pullo’s probleem. Begin en einde van de twee zinnen hebben hetzelfde werkwoord (alleen hun prefix verschilt): ringcompositie.

[zin 9] Avertit hic casus vaginam et gladium educere conanti dextram moratur manum.



Impeditum universi hostes circumsistunt.
Avertit

- gezegde als hoofdrolspeler

- nadruk op de actie

hic casus

- onderwerp na het gezegde: precisering (deze slag/stoot)



vaginam

- naar de plaats van de derde speler verschoven



et

- verbindt twee zinnen, maar inhoudelijk is de tweede zin een gevolg van de eerste zin



gladium educere conanti

- werkwoordelijke groep als tweede speler, waarbij conanti de precisering is en gladium educere de kern van de groep



dextram moratur manum

- derde speler, die toch wordt benadrukt door de disjunctie, die de hindernis van de rechterhand suggereert

- moratur: relatie met het doorlopende onderwerp hic casus

Impeditum

- (accusatief) hoofdrolspeler met nadruk: rond hem die in moeilijkheden verkeerde; wie wordt bedoeld?



hostes circumsistunt

- het onderwerp voor de relatie vormt a.h.w. een deel van het werkwoordelijke deel


1 Wie beeldt dit strijdmoment van Pullo uit?

2 Op welke chronologische details moet je inzoomen?

[zin 10] Succurrit inimicus illi Vorenus et laboranti subvenit.
Succurrit

- kaderend

- meer nominale dan relationele betekenis (idem voor avertit in zin 9)

inimicus illi Vorenus

- onderwerp op de plaats van de tweede speler

- inimicus: beschrijvend

- wie/wat is illi?

- assonantie maakt de woordgroep nog hechter
- hoe wordt illi nog benadrukt?

et

- verbindt twee zinnen



laboranti

- tweede speler

- wie verkeert in een benarde situatie?

subvenit

- relatie

- wie is de doorlopende hoofdrolspeler?
1 Weergave van het nominale (naamwoordelijke) succurrit:

a als hoofdrolspeler: zie nu de snelle komst van zijn rivaal Vorenus.

b als kaderend element: door de snelle komst van zijn rivaal Vorenus krijgt Pullo bijstand in zijn nood.

2 Welke mentale verandering lees je in de eerste zin? De concurrent wordt nu een bondgenoot.

3 Succurrit voelt aan als muziek bij een film die suggereert dat er hulp komt: en ziedaar ... Vorenus.

[zin 11] Ad hunc se confestim a Pullone omnis multitudo convertit; illum verito transfixum arbitrantur.


Ad hunc

- hoofdrolspeler

- anker naar?

se

- tweede speler


- wie?

confestim a Pullone

- twee kaderende elementen



omnis multitudo convertit

- onderwerp voor de relatie: samen één geheel


- deze groep is bijna overbodig: de kernbetekenis ligt vooral in ad hunc ... a Pullone

illum verito transfixum

- hoofdrolspeler (substantiefgroep met participium)

- illum: anker; verwijst naar?

- transfixum: bepaling van gesteldheid bij illum en arbitrantur; kantelmoment (overgang) van het naamwoordelijke blok naar het werkwoordelijke blok; preciseert illum en arbitrantur

- verito: kader bij transfixum

arbitrantur

- relatie

- doorlopend onderwerp: omnis multitudo
1 Wie staat letterlijk tussen hunc en Pullone?

2 Visualisering: welke bewegingen maakt de camera? De camera gaat naar hunc, dan naar se en dan naar Pullone.

3 Herschrijf deze zin in de gewone Latijnse woordvolgorde.

4 Bespreek de meerwaarde van de originele zin van de auteur.

5 Welke weergave ligt het dichtst bij de volgorde van de Latijnse zin?

a Nu richt zich de hele meute meteen op hem, terwijl zij zich van Pullo afwendt.

b De hele meute wendt zich af van Pullo en richt zich meteen op hem.

c Naar hem toe en meteen van Pullo af richt zich de hele meute.

d De hele meute richt zich meteen weg van Pullo op hem.

Bijkomende leesaanwijzingen
11 Een accusatief (lijdend voorwerp) na het gezegde (relatie) heeft twee mogelijkheden:

a het vormt een deel van het gezegde dat samen één betekenisgeheel aangeeft

b het vormt een precisering als zijn betekenis een concrete en reële inhoud heeft

Bv. zin 7: neque dant progrediendi facultatem.

Hetzelfde geldt voor de accusatief (lijdend voorwerp) vlak voor de relatie.
12 Een Latijnse zin wordt met een werkwoordelijke vorm geopend. Door deze plaats van hoofdrolspeler legt de schrijver extra nadruk op de handeling of toestand. Zo heeft het gezegde een meer nominale betekenis: een hoofdrolspeler of een kader.

Bv. zin 7: (hoofdrolspeler) neque dant; zin 8: Transfigitur; zin 9: Avertit; zin 10: (kader) Succurrit.


13 Een bepaling van gesteldheid preciseert in de meeste gevallen; ze vormt vaak de overgang van het nominale (onderwerp, [lijdend] voorwerp, meewerkend voorwerp) naar het verbale (gezegde, bijwoordelijke bepaling) blok en is dus een kantelmoment.

Bv. zin 11: Illum verito transfixum arbitrantur.


14 De plaats van het adjectief: een woordgroep gevormd en samengehouden door alliteratie of klankspel.

Bv. zin 10: Succurrit inimicus illi Vorenus; zin 14: ambo incolumes compluribus interfectis.

In de Nederlandse weergave trachten wij die benadrukte positie op een of andere manier creatief te verwoorden.
15 Een infinitiefzin die voor het regerend werkwoord staat, wordt als tweede speler / objectief beschouwd en het regerend werkwoord als relatie.

Bv. Pullo illum diem de suis controversiis iudicare dixit.

Een infinitiefzin die na het regerend werkwoord staat, wordt als semantische kernzin beschouwd en het regerend werkwoord (zwakke inhoud) als kader.

Bv. Pullo dixit illum diem de suis controversiis iudicare.

Een infinitiefzin kan ook preciserend zijn ten opzichte van zijn kernzin (met sterke inhoud).

Bv. Hostes (Nervii) constituerunt optimum esse domum suam quemque reverti (DBG 2, 10: twee preciserende infinitiefzinnen).



Toepassen en evalueren
[zin 12] Gladio comminus rem gerit Vorenus atque uno interfecto reliquos paulum propellit.
a gladio: 1 hoofdrolspeler; 2 kaderend; 3 onderwerp?

b rem: 1 tweede speler op een zwakke positie; 2 kaderend; 3 deel van de relatie, die samen een betekenisgeheel vormen: strijd voeren, strijden?

c uno interfecto: 1 hoofdrolspeler; 2 kader voor de resterende kernzin; 3 verbindt deze zin met de vorige.
[zin 13] Dum cupidius instat, in locum delatus inferiorem concidit.
a dum cupidius instat: 1 kader; 2 hoofdrolspeler; 3 kernzin?

b Na welk Latijns woord eindigt de woordgroep: 1 in locum; 2 in locum delatus; 3 in locum delatus inferiorem?

c Is het adjectief: 1 beschrijvend; 2 preciserend; 3 deel van de gesplitste woordgroep?
[zin 14 a] Huic rursus circumvento fert subsidium Pullo
a huic rursus circumvento: 1 derde speler: betrokkene; 2 hoofdrolspeler met anker en één precisering; 3 kader?

b rursus: 1 anker; 2 kaderend bij circumvento; 3 preciserend?

c subsidium: 1 lijdend voorwerp: tweede speler; 2 kader; 3 preciseert fert tot één betekenisgeheel: hulp brengen, helpen
[zin 14 b] atque ambo incolumes compluribus interfectis summa cum laude sese intra munitiones recipiunt.
a Baken verder de inhoudelijke woordgroepen af in deze zin.

b incolumes compluribus interfectis: tot één woordgroep gevormd door de assonanties (i-, co- en u-klanken); 1 hoofdrolspeler; 2 kaderend bij sese recipiunt; 3 preciseert ambo?

c Wat is de beste weergave van deze woordgroep?

1 Beide mannen waren ongedeerd na het doden van meerdere (Nerviërs).


2 Beide mannen, zelf ongedeerd terwijl zij net zelf meerdere (Nerviërs) gedood hadden.
3 Beide mannen waren ongedeerd, ondanks dat zij meerdere (Nerviërs) gedood hadden.

d Geef de Latijnse woordgroepen weer in afzonderlijke Nederlandse zinnen.

e Onderzoek de volgende Nederlandse vertalingen. Waar volgen ze de Latijnse woordvolgorde en waar niet? Waarom niet?

1 ‘Beiden konden zich ongedeerd binnen de muren terugtrekken; ze hadden heel wat mannen gedood en hun roem kon niet groter zijn.’ (Vincent Hunink)

2 ‘Met zijn tweeën trekken ze zich ongedeerd terug binnen de verschansingen, flink wat gedode vijanden achter zich latend, waarmee ze zeer grote roem oogsten.’ (Caroline Kroon)
Oplossingen
Zin 12 a 1 (zie leesaanwijzing 4)

b 3 (zie leesaanwijzing 11)

c 3 (zie leesaanwijzing 4)

Zin 13 a 1 (zie leesaanwijzing 4 en 8/14)

b 3 (zie leesaanwijzing 8/14)

c 2/3 (zie leesaanwijzing 8/14)

Zin 14 a a 2 (zie leesaanwijzing 2)

b 2 (zie leesaanwijzing 4)

c 3 (zie leesaanwijzing 8/14)

Zin 14 b a atqu’ amb’ incolumes compluribus interfectis | summa cum laude | ses’ intra munitiones recipiunt.

b 3 (zie leesaanwijzing 8/14)

c 2


d Beiden zijn ongedeerd. Zij hebben meerdere mannen gedood. Hiermee oogsten zij een zeer grote roem. (Zo) trekken beiden zich terug in hun verschansingen.

e In de Latijnse zin is er een grote kloof tussen de kernzin en de relatie; die kloof bestaat uit één precisering en twee kaderende elementen, gescheiden door de tweede speler sese. In de Nederlandse vertalingen sluit het gezegde (met bijwoordelijke bepaling) direct aan bij het onderwerp. De andere groepen worden respectievelijk gevolgd. De losse ablatief wordt niet als precisering bij ambo incolumes gezien.


Dovnload 59.43 Kb.