Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De professional master : nederlandse ervaringen

Dovnload 22.95 Kb.

De professional master : nederlandse ervaringen



Datum27.11.2017
Grootte22.95 Kb.

Dovnload 22.95 Kb.

DE PROFESSIONAL MASTER : NEDERLANDSE ERVARINGEN

1. Nederland hanteert een strikte binaire scheiding in opleidingen; anders dan Vlaanderen waar een ternair stelsel bestond. Opleidingen “van academisch niveau” zijn moeilijk uit te leggen, dus begrijpelijk dat Vlaanderen ervoor gekozen heeft om die onduidelijkheid op te heffen. Nederland kent echter geen formele strikt-binaire scheiding in instellingen. Hogescholen mogen academische opleidingen aanbieden (mits geaccrediteerd), universiteiten professionele opleidingen (mits geaccrediteerd). In de praktijk is dit slechts tweemaal voorgekomen in de afgelopen vijf jaar.

2. Masters zijn niet per definitie “academisch”. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen niveau (bachelor en master) en oriëntatie (in de landen met een binair stelsel “professionele” en “academisch”). Vlaanderen heeft in het structuurdecreet Hoger Onderwijs gekozen voor slechts één type master, die met een academische oriëntatie.

3. In Nederland is een andere keus gemaakt, namelijk voor twee typen masters met twee verschillende oriëntaties. Dat is ook een verdedigbare keuze. Het niveau “master” wordt immers als volgt omschreven in de zogenaamde Dublin-descriptoren, die mede op initiatief van Nederland en Vlaanderen tot stand zijn gebracht: “Heeft aantoonbare kennis en inzicht, gebaseerd op de kennis en het inzicht op het niveau van bachelor en die deze overtreffen en/of verdiepen, alsmede een basis of een kans bieden om een originele bijdrage te leveren aan het ontwikkelen en toepassen van ideeën, vaak in onderzoeksverband”.

4. In het accreditatiekader is de oriëntatie “professioneel” als volgt uitgewerkt: “Een HBO-master heeft de kwalificaties voor het niveau van zelfstandig en/of leidinggevend beroepsbeoefenaar in een beroep of spectrum van beroepen, dan wel het niveau van het functioneren in een multidisciplinaire omgeving waarin een HBO-opleiding vereist is of dienstig is”.

5. Een professionele master is relatief nieuw. Nederland kende wel zogenaamde voortgezette opleidingen, eigenlijk specialisaties, in de lerarenopleidingen, de kunst en bijvoorbeeld de architectuuropleidingen. Er was echter geen noodzaak dat deze een masterniveau behaalden. Dat was er immers niet.

6. De overheid gedoogde wel de ontwikkeling van masters in het HBO, soms door middel van de zogenaamde U-bocht, waarbij opleidingen als “master” werden geaccrediteerd door Engelse universiteiten. Daarnaast ontwikkelde de Dutch Validation Council, een min of meer privaat initiatief, een eigen beoordelingskader, dat een zekere legitimiteit verwierf door aktieve betrokkenheid van de toenmalige minister van onderwijs, die diploma’s uitreikte die door de DVC als master waren gekwalificeerd.

7. Met de oprichting van eerst de NAO, later de NVAO, is aan deze praktijken grotendeels een einde gekomen. Alleen door de NVAO geaccrediteerde opleidingen mogen een master uitreiken naar Nederlands recht, die daarmee ook het recht geeft van het voeren van de titel master in ……… Het gaat in de hogescholen alleen om titels als master in ………, niet om MA’s of MSc’s: die beide titels zijn tot nu toe voorbehouden aan academische masters.

8. Er lijken zich thans drie typen professionele masters te hebben ontwikkeld:

a. een specialisatiemaster volgend op een bachelor: dit zijn in feite de vroegere voortgezette opleidingen (zie punt 5), die thans echter getoetst zijn en worden op masterniveau, hetgeen tot een aanzienlijke verzwaring van deze opleidingen heeft geleid;

b. een verdiepende en/of verbredende master, nadat de beroepsbeoefenaar een aantal jaren in de praktijk heeft gewerkt en waarbij de complexiteit van de uit te oefenen werkzaamheden een steviger theoretische basis vereist;

c. een master passend bij nieuwe beroepen in domeinen waarvoor de overheid een zekere verantwoordelijkheid heeft, zoals in de gezondheidszorg en de lerarenopleidingen: voorbeelden Physician Assistant, Advanced Nurse Practitioner, Master Leren en Innoveren.

9. De masters, genoemd in 8a en 8c, zijn in feite tot stand gekomen op verzoek van - en in overleg met - het beroepenveld (c.q. de werkgevers in deze sector). Deze worden dan ook vrijwel allemaal door de overheid bekostigd. Voor de onder 8b genoemde opleidingen geldt dit niet. Deze moeten bekostigd worden door de student zelf, al of niet met steun van hun werkgevers. De instellingen zijn dus zelf verantwoordelijk voor de wijze van financiering van deze masters: de overheid bekostigt in beginsel alleen als de noodzaak voor de nieuwe master overtuigend wordt aangetoond, maar het betreffende beroepenveld niet in staat is de kosten van de master op te brengen.

10. Inmiddels (op 15 april 2010) heeft de NVAO 257 professional masters positief beoordeeld. Om een indruk te geven over de domeinen waarin deze masters opereren:

- lerarenopleidingen (incl. specifieke opleidingen): 74

- kunstopleidingen: 50

- architectuur (in brede zin): 14

- gezondheid: 23

- MBA’s: 15

- financiën, accountancy, controlling: 11

- anders: 70.

11. In al deze domeinen, behalve in de kunst, bestaan pendanten in de academische master. Het verschil zit uiteraard in de verwevenheid tussen onderzoek en onderwijs. Die verwevenheid is in de academische master een conditio sine qua non. In de professionele master is dat minder eenduidig: in feite wordt het masterniveau ontwikkeld in de driehoek onderwijs-toegepast/praktijkgeoriënteerd onderzoek en (de innovatie/actualiteit in) het beroepenveld. Daarvoor is dus noodzakelijk dat docenten of zelfstandig praktijkgeoriënteerd onderzoek doen en/of in de “voorhoede” van het beroepenveld opereren. Maar het kan ook zijn dat in een team van docenten deze drie invalshoeken door steeds anderen worden ingevuld. Interactie is daarbij echter geboden.

12. Nederland heeft het toegepaste/praktijkgeoriënteerde onderzoek lang verwaarloosd. Pas zo’n tien jaar geleden zijn op een betekenisvolle schaal onderzoeksprojecten gestart, maar er moet de komende 5 tot 10 jaar nog een enorme slag gemaakt worden. Inmiddels is iedereen ervan overtuigd dat het praktijkgeoriënteerde onderzoek noodzakelijk is om zowel in de masterfase, maar ook in de bachelorfase tot goede professionele opleidingen te komen. Het gaat immers om het totstandbrengen van kwalitatief goede, moderne, actuele en zelfs innovatieve opleidingen, die door het werkveld zeer worden gewaardeerd. Maar ze moeten dan meer doen dan reproductie van huidige kennis!

13. Met alle terughoudendheid om de omvang en de kwaliteit van het academische fundamentele en grensverleggende onderwijs overeind te houden, heeft Nederland aparte geldstromen gecreëerd voor het onderzoek in het HBO: lectoren, scholingsbudgetten, onderzoeksmiddelen voor mensen en faciliteiten, innovatieprojecten en kennisvouchers. Daarnaast zien wij in steeds meer bacheloropleidingen aandacht voor onderzoeksmethoden, die uiteraard passend moeten zijn voor domein en niveau: vaak gaat het om methodisch juist handelen, vertaling van wetenschap naar toepassingen, evidence based handelen, het creëren van een onderzoekende houding. Het HBO leidt dus niet op tot onderzoekers, dat doen de universiteiten!

14. In september 2009 zijn 5388 studenten ingestroomd in een bekostigde professional master-opleiding. Over de instroom in de niet-bekostigde opleidingen zijn geen gegevens bekend. De verdeling over de domeinen is als volgt:

- lerarenopleidingen: 3781

- kunst (incl. architectuur): 868

- gezondheid: 424

- pedagogiek en social work: 315.

15. Naar mijn indruk wordt de professionele master in en door het werkveld gewaardeerd. Het is echter lang niet altijd vanzelfsprekend dat het werkveld bereid is kostendekkende tarieven voor studenten te betalen, ook al gaat het om zich “opscholende werknemers”. Daardoor blijven nogal wat specialistische opleidingen hangen in de startfase: het optimisme van de bedenkers wordt lang niet altijd gedeeld door de afnemers. Wel komt er een beweging op gang om in de CAO’s (de collectieve arbeidsovereenkomsten) in steeds meer sectoren omvangrijke scholingsbudgetten op te nemen, waarmee ook “opscholing” kan plaatsvinden.

16. Professional masters lijken te voorzien in een scholingsbehoefte. In de eerste plaats voor die talentrijken die zich verder willen specialiseren in hun beroepsopleidingen. In de tweede plaats gaat het om die beroepsbeoefenaren die na een aantal jaren in de praktijk gewerkt te hebben, geconfronteerd worden met een toenemende complexiteit of interdisciplinariteit in hun beroepsuitoefening en dan behoefte krijgen aan theoretische (en praktische) verdieping of verbreding. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om mensen die management-opleidingen nodig hebben, HR-opleidingen of een MBA.

17. Een toenemend aantal professional bachelors lijkt behoefte te hebben aan een vervolgopleiding. Steeds meer wordt een bachelor gezien als een tussengraad in plaats van als een graad die toegang geeft tot de arbeidsmarkt. Vanwege het tot nu toe vrijwel ontbreken van doorstroom-masteropleidingen in het HBO, gaat een groot aantal studenten naar de academische masters. Voordat zij daar toegang krijgen, dienen zij een schakeljaar te doorlopen van 30 of 60 ECTS. Een niet onaanzienlijk aantal van deze studenten haalt vervolgens de eindstreep niet. Deels heeft dat te maken met ontoereikende capaciteiten in academische vaardigheden, met name in domeinspecifieke methoden en technieken van onderzoek. Daarom zouden professional masters voor deze studenten een oplossing kunnen bieden, waardoor de universiteiten voor een deel ontlast zouden kunnen worden.

18. Een apart woord tenslotte nog over het kunstonderwijs. Zoals in veel landen neemt dat ook in Nederland een wat aparte positie in. Het combineert in feite een hoge graad van ambachtelijkheid met noodzakelijke reflectie. Met een zekere regelmaat komt ook in Nederland de discussie op of het kunstonderwijs niet (deels) in de universitaire sector dient te worden ondergebracht. Een definitieve academisering van de kunsten lijkt in Nederland echter niet te worden gewenst: eerder lijkt de neiging om te zien hoe de sector zich in vrijheid wenst te ontwikkelen. Het Nederlandse stelsel is immers niet gesloten. Wenst een HBO-instelling een academische opleiding aan te bieden, dan moet aangetoond worden dat deze aan de eisen van een academische opleiding voldoet. Het zou er toe kunnen leiden dat van een aantal kunstopleidingen academische pendanten gaan ontstaan.

19. Concluderend:

- Nederland kent twee typen opleidingen, de academische en de professionele;

- de instellingen kennen een zekere mate van inhoudelijke planningsvrijheid;

- de professionele master is een consequente uitwerking van de binariteit;

- werkgevers zijn enthousiast over de professionele opleidingen, waarbij de master deels nog in de kinderschoenen staat;



- ook in professionele opleidingen is verwevenheid met onderzoek noodzakelijk, maar dan wel met praktijkgeoriënteerd onderzoek;

- de kunstsector vorm een sector an sich.


Dovnload 22.95 Kb.