Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De psychosociale zorg na rampen en terreur

Dovnload 22.8 Kb.

De psychosociale zorg na rampen en terreur



Datum01.08.2017
Grootte22.8 Kb.

Dovnload 22.8 Kb.

logo_bordeaux_lightversie

De psychosociale zorg na rampen en terreur.


Hoe kunnen we nog beter tegemoetkomen aan de noden en behoeften van getroffenen?

Na de aanslagen in Brussel besloten een aantal diensten de koppen bij elkaar te steken over welke psychosociale zorg verschillende groepen getroffenen nodig hebben en hoe we daar in de toekomst beter aan kunnen beantwoorden.1

Deze nota is geen definitieve versie maar een discussienota die we gebruiken om een breed draagvlak te vinden voor een structuur die kan tegemoetkomen aan veel van die concrete noden en behoeften.

We gaan kort in op de noden van getroffenen en beschrijven dan een aantal organisatie-elementen. We sluiten af met een lijst van knelpunten en vragen die we nog moeten aanpakken.


1.Doel 


De oprichting van een ondersteuningsstructuur voor de psychosociale opvang en zorg aan slachtoffers van rampen en terreur. 

Bij een concrete calamiteit is er nood aan een aanspreekpunt voor alle getroffenen, hulpverleners en het beleid over de psychosociale zorg, er is ook nood aan meer coördinatie en opvolging in de nafase. Een aanvullende coördinatie kan een centrale rol spelen in het opbouwen en oproepen van veerkracht bij alle slachtoffers en de brede bevolking door gemeenschapsopbouwende initiatieven te ondersteunen.

Als er geen acute situatie is moet permanent worden geïnvesteerd in het opbouwen van de competentie van bestaande organisaties en diensten op basis van bewezen werkzame praktijken en internationale ervaringen. Netwerkopbouw, onderzoek en communicatie zijn ondersteunende opdrachten van deze structuur.

In deze tekst wordt psychosociale opvang als volgt gedefinieerd: ‘Psychosociale opvang richt zich op het psychisch en sociaal welbevinden van slachtoffers, dit zowel tijdens de acute fase en nafase van een ramp.  Het is maatwerk, waarbij steeds rekening wordt gehouden met de aard en de context van de ramp, en de collectieve en individuele gevolgen, noden en behoeftes van slachtoffers.  Om tot volledig herstel te komen is het belangrijk om naast de psychosociale component ook te focussen op het juridische, financiële en materiële aspect van de ramp.’2


2.Noden 


Er blijkt een tekort op vier grote terreinen.  

Nood aan een duidelijk aanspreekpunt en coördinatie voor psychosociale zorg 

Bij een ramp blijft er veel onduidelijkheid over waar slachtoffers of families van slachtoffers terecht kunnen met hun vragen omdat er geen duidelijk aanspreekpunt is voor psychosociale zorg na de acute fase. Een aanspreekpunt is ook nodig voor de diensten die de zorg aanbieden. Bij de aanslagen in Brussel is gebleken dat die nood ook geldt voor internationale diensten die vragen hebben over de ondersteuning van buitenlandse slachtoffers. Om aan de behoeften van slachtoffers te voldoen moet de psychosociale zorg worden geboden door een netwerk van diensten: daarom is er naast de coördinatie door de psychosociaal manager in de acute fase ook een netwerkcoördinator nodig in de nazorgfase. 



Nood aan het verspreiden en delen van kennis en expertise 

De activiteiten bij een concrete gebeurtenis moeten gevoed en ondersteund worden door het opbouwen, verspreiden en delen van kennis en expertise. Het huidige Steunpunt algemeen welzijnswerk heeft expertise ontwikkeld in het ondersteunen van slachtoffers in de nasleep van een ramp. We investeren ook in een sterk internationaal netwerk waaruit lessen kunnen getrokken worden. Diensten signaleren ook het gebrek aan wetenschappelijke evaluatie door middel van monitoring bij zowel getroffenen als hulpverleners van het aanbod (vb. na een aanslag) en aan evidence-based praktijken.



Nood aan gemeenschapsopbouw en -herstel  

Een volgend terrein speelt bij rampen waarbij een deel of de hele populatie getroffen wordt, bijv. terreuraanslagen. Een terreuraanslag heeft erg disruptieve gevolgen op de maatschappij als geheel. Hierbij worden niet enkel de direct getroffenen, (overlevenden, gewonden, …) maar ook andere burgers psychologisch geraakt. Dit kan opgevangen worden met een aanbod dat we gemeenschapsopbouw of -herstel zouden kunnen noemen. Het is belangrijk om actief initiatieven op te zetten of te nemen die streven naar een herstel van de gemeenschapsbanden. Deze gemeenschapsinitiatieven werken op basis van het veerkrachtprincipe. Het veerkrachtprincipe en empowerment staan centraal in het aanbod voor bevolkingsgroepen.

Hieronder kunnen lotgenotengroepen vallen, maar ook herdenkingsinitiatieven. Er moet ook ruimer gedacht worden aan gemeenschapsopbouw in getroffen gemeenschappen en tussen hen. Verschillende groepen die niet of minder door de klassieke hulpverlening worden aangesproken verdienen aandacht.

Nood aan communicatie 

Ervaring leert ons dat er teveel spelers zijn die tegelijkertijd communiceren tijdens een ramp. Het crisiscentrum is een belangrijke bron van informatie maar schiet tekort als het over psychosociale informatie gaat, meer bepaald op lange termijn.

In de nafase is er ook aandacht nodig voor media en politici over de breuken die worden veroorzaakt in de maatschappij, zodat zij hun berichtgeving daaraan kunnen aanpassen en ook meer verbindend gaan communiceren. Ook hier moeten competenties worden opgebouwd en doorgegeven. 

3.Organisatieaspecten 

3.1.Aandachtspunten


gericht op individuele slachtoffers, ondersteunende organisaties en de maatschappij terug te vinden zijn.  

gericht op een betere organisatie en coördinatie van de nazorg. Ook preventie, reactief en proactief en outreachend werken moeten in de missie aanwezig zijn.  

gericht op het verhogen van de competenties in de organisaties.  

gericht op het verhogen van de veerkracht van de samenleving t.o.v. de gevolgen van rampen en terreur

slachtoffers worden op gepaste wijze betrokken bij de organisatie en bij activiteiten.  

3.2.Aanspreekpunt


We willen een onmiddellijk bereikbaar aanspreekpunt voor alle getroffenen oprichten dat ook operationeel kan blijven op lange termijn na elke calamiteit.  

Voor getroffenen 

Er is één plaats waar ze terecht kunnen met hun vragen over een ramp of die nu net voorbij is of langer geleden. Eén website, één telefoonnummer. Van daaruit kan gericht worden doorverwezen. Dit in duidelijke afstemming met het crisiscentrum en de verantwoordelijkheden tijdens de acute fase.



Voor hulpverleners (professionals en vrijwilligers) 

Ook hulpverleners weten waar ze terecht kunnen bij vragen, ze krijgen evengoed één plaats waar alle informatie voor alle hulpverleners gecentraliseerd wordt en eenduidig verspreid.  Voor andere organisaties die iets willen doen na een ramp 

Buiten de hulpverlening kan de structuur een meerwaarde bieden voor verschillende types organisaties. Voorbeelden zijn scholen die iets willen organiseren voor hun leerlingen tot werkgevers die psychosociale ondersteuning willen voorzien voor hun werknemers.  

Voor het beleid 

Er is één plaats waar beleidsmakers terecht kunnen met vragen over opvolging, evaluatie-onderzoek, internationale contacten.

Het is ideaal geplaatst om gefundeerde beleidsaanbevelingen te doen.  

Het is een belangrijk aspect in het zorgpakket voor slachtoffers zoals geformuleerd in de Europese Directieve voor slachtoffers en de komende Directieve inzake terrorismebestrijding.3


3.3.Coördinatie


Als logisch gevolg hiervan en gezien de nood op het terrein kan de structuur bij een ramp een coördinerende rol opnemen ten aanzien van de verschillende diensten die mogelijks kunnen ingezet worden voor de psychosociale hulpverlening in de nafase. Deze rol is aanvullend bij wat er vandaag al gebeurt in functie van de rampenplanning (via het Psychosociaal Interventieplan, zie de omzendbrief PSIP). In de acute fase is het duidelijk wie welke rol opneemt. Hoe het in de nafase zit is minder duidelijk geregeld. Dit zal dan ook enkel kunnen mits de opmaak van samenwerkingsovereenkomsten tussen de verschillende overheden.

3.4.Communicatie en informatie 


Complementair met de berichtgeving van het crisiscentrum BIZA kan de structuur ook communicatie-opdrachten uitvoeren. Die communicatie kan zich richten naar de brede bevolking en specifieke doelgroepen. Voorbeelden van taken zijn: advies geven over hoe burgers elkaar kunnen ondersteunen na een ramp, huisartsen informeren over mogelijke symptomen van PTSS, …. Het doel is dan om gepast te reageren op slachtoffers, om de verwerking bij de brede bevolking te stimuleren, om willekeurige wraakoefeningen te vermijden, om de gemeenschap op zijn/haar veerkracht aan te spreken.

4.Kennisopbouw en Kennisdeling

4.1.Individuele zorg


Tijdens de noodsituatie worden reeds vele taken opgenomen door andere organisaties. Een verbindende structuur kan echter meer nadruk leggen op de voorbereiding van de nazorg, op het inzetten van de bevolking als hulpbron en op het ontkrachten van mythen in de hulpverlening. Deze kan ook een coördinerende, overkoepelende rol hebben in het samenbrengen van organisaties die betrokken worden bij de hulpverlening. (zie ook de afspraken van het PSIP inzake overdracht en samenwerking.)

Helpen in het ontwikkelen van bepaalde crisisresponsen op basis van wetenschappelijk onderzoek om ook in de acute fase doelgericht psychosociale ondersteuning te voorzien.

Het ondersteunen en monitoren van de screening en het hulpaanbod aan de slachtoffers. Rekening houdend met kwetsbare groepen en specifieke vragen die een andere aanpak vragen.

Toezicht op de verwerking van de hulpverleners. Niet alle groepen hulpverleners hebben toegang tot de noodzakelijke psychosociale ondersteuning. Deze vragen opvolgen en doorschakelen met als doel het vermijden en verwerken van secundaire traumatisering.

Vertalen van expertise t.o.v. de interventiemogelijkheden betreffende de ondersteuning van slachtoffers en verspreiden naar de praktijk

Vorming en lespakketten aanbieden

Literatuur en informatiepakketten ontwikkelen voor hulpverleningsorganisaties

Onderzoek en evaluaties uitvoeren (incl. rechtstreekse bevraging van slachtoffers).


4.2.Community care and (re-)building 


Public education in de eerste fase en de sociale ondersteuning activeren.  

Onmiddellijk na een ramp moeten mensen weten wat ze kunnen verwachten en hoe ze anderen kunnen helpen en ondersteunen.

Initiatieven voor community building nemen: er kan een beroep worden gedaan op andere actoren om duiding te geven (vb. jeugdjournaal Karrewiet) en om gemeenschap te vormen (zo zou ook het sociaal cultureel werk kunnen geactiveerd worden.)

Opstarten en coördineren groepswerking (vb. lotgenotengroepen) 

Organiseren van herdenkingen 

Aanbod aan niet-hulpverleningsorganisaties  

 

 

5.Overwegingen en vragen 


Het is belangrijk om nauw samen te werken met de overheid maar de structuur niet als een overheidsdienst vorm te geven. Er is onafhankelijkheid en flexibiliteit nodig om een gepast antwoord te kunnen geven op de noden en behoeften van slachtoffers en begeleiders/hulpverleners.  

Inhoudelijk  

Dit ondersteuningsteam sluit dan best aan bij wat er al aan ondersteuning gebeurt voor slachtofferhulp in het algemeen in Vlaanderen. De kennis en expertise van slachtofferhulp sluit naadloos aan bij wat nodig is aan kennis en expertise voor slachtoffers van rampen en terreur. Uiteraard moet er voor specifieke problematieken samengewerkt worden met experten.


6.Groeipad 


Een Belgische structuur is de meest ideale maar in de Belgische staatsstructuur is dit niet de makkelijkste weg. Daarom mikken we in eerste instantie op Vlaanderen , maar we gaan al van in de ontwerpfase op zoek naar Waalse partners.

We verspreiden deze tekst bij partners en bespreken hem tijdens een seminarie voor en met experten. Op dat seminarie komen verschillende partners aan bod en zal ook de parlementaire commissie worden uitgenodigd. We hopen op die manier draagvlak te creëren om deze structuur op poten te zetten. Het seminarie zal doorgaan op 24 januari.   

(Kurt De Backer 19/12/2016)

Referenties 


Impact.(2014) Multidisciplinaire richtlijn psychosociale hulp bij rampen en crises, Kenniscentrum Impact, Nederland. http://www.impact-kenniscentrum.nl/

Onderzoekscommissie Terroristische aanslagen. Tussentijds en voorlopig rapport onderdeel hulpverlening. http://www.dekamer.be/doc/FLWB/pdf/54/1752/54K1752006.pdf 

Pemberton.(2008). Needs of victims of terrorism and psychosocial assistance. In Victims of terrorism: towards European Standards for Assistance. Literature review. pg. 110 – 206. European Forum for Restorative Justice. 

Vande Walle, I. (2015). Psychosociale opvang van slachtoffers van rampen. Projectrapport. Berchem, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk. 

Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake terrorismebestrijding. Raad van de Europese Unie, 2016.

Ministeriële omzendbrief betreffende het Psychosociaal Interventieplan (PSIP), tweede luik van het monodisciplinair interventieplan voor discipline 2.





1 Steunpunt,vzw, Fod Volksgezondheid, Victim Support Europe, Ilse Vande Walle (onafhankelijk experte).

2 Vande Walle. I. (2015) en Impact, vzw. Impact is een Nederlands expertisecentrum psychosociale zorg en veiligheid bij schokkende gebeurtenissen.

3 Volgens de bepalingen van de draft EU Directieve terrorismebestrijding moeten de lidstaten ervoor zorgen dat toepasselijke mechanismen of protocollen voorhanden zijn die het mogelijk maken dat de diensten voor slachtofferhulp onmiddellijk na een terroristische aanslag kan optreden en daarna zolang dat noodzakelijk is.

Bron: voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake terrorismebestrijding, Raad van de Europese Unie, 2016.



logo_mini Diksmuidelaan 36a 2600 Berchem-Antwerpen Pag. van

  • 3.Organisatieaspecten 3.1.Aandachtspunten
  • 3.2.Aanspreekpunt
  • 3.3.Coördinatie
  • 3.4.Communicatie en informatie
  • 4.Kennisopbouw en Kennisdeling 4.1.Individuele zorg
  • 4.2.Community care and (re-)building
  • 5.Overwegingen en vragen
  • Referenties

  • Dovnload 22.8 Kb.