Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De raad der gemeente Hellevoetsluis; gehoord de gecombineerde commissie van 28 oktober 2009

Dovnload 17.13 Kb.

De raad der gemeente Hellevoetsluis; gehoord de gecombineerde commissie van 28 oktober 2009



Datum01.08.2017
Grootte17.13 Kb.

Dovnload 17.13 Kb.

Nummer:

De raad der gemeente Hellevoetsluis;

gehoord de gecombineerde commissie van 28 oktober 2009;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ,

nummer ;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet:

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2010.


Artikel 1 Belastbaar feit


Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente.

Artikel 2 Belastingplicht


1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 Vrijstellingen


De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

2. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing


De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing


1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar.

d. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.

e. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen.

f. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf.

g. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.

2. Voor particulier verhuurde woningen en voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.

3. Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen wordt per woning:



  1. het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen;

  2. het aantal nachten gesteld op 100, als een woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende de periode van 15 maart tot 1 november.

  3. het aantal nachten gesteld op 140, als een woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende de periode van 1 januari tot 1 januari.

4. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste – of volgtijdige standplaatsen wordt per standplaats:

  1. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,5 personen.

  2. het aantal nachten gesteld op 100, als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende de periode van 15 maart tot 1 november.

  3. het aantal nachten gesteld op 140, als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende de periode van 1 januari tot 1 januari.

Artikel 6 Belastingtarief


Per overnachting bedraagt het tarief € 0,67.

Artikel 7 Belastingjaar


Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing


De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Aanslaggrens


Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.

Artikel 10 Termijnen van betaling


1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.

    2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders


Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 12 Aanmeldingsplicht


De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.

Artikel 13 Kwijtschelding


Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel.


1. De Verordening toeristenbelasting Hellevoetsluis 2010 van 5 november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.

4. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening toeristenbelasting Hellevoetsluis 2010.

Aldus vastgesteld in openbare vergadering van 10 december 2009.

De raad voornoemd,


De griffier, de voorzitter,


H.J. van der Wel, C.A. Kleijwegt.

  • Artikel 1 Belastbaar feit
  • Artikel 2 Belastingplicht
  • Artikel 3 Vrijstellingen
  • Artikel 4 Maatstaf van heffing
  • Artikel 6 Belastingtarief Per overnachting bedraagt het tarief € 0,67. Artikel 7 Belastingjaar
  • Artikel 10 Termijnen van betaling
  • Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
  • Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel.

  • Dovnload 17.13 Kb.