Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De relatie tussen milieu prestatie en milieu rapportage binnen Nederlandse beursgenoteerde bedrijven

Dovnload 0.49 Mb.

De relatie tussen milieu prestatie en milieu rapportage binnen Nederlandse beursgenoteerde bedrijven



Pagina1/17
Datum20.04.2017
Grootte0.49 Mb.

Dovnload 0.49 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

De relatie tussen milieu prestatie en milieu rapportage binnen Nederlandse beursgenoteerde bedrijven









Tobias Seignette (349999)

Bachelorscriptie Accounting

Scriptiebegeleider: Marjelle Vermeulen MA

Gouda, juni 2013


Inhoudsopgave


Voorwoord. 2


2


Hoofdstuk 1: Inleiding. 3

§1.2 Doel- en vraagstellingen. 5

§1.3 Relevantie van het onderzoek. 6

§1.4 Structuur en opbouw. 6



Hoofdstuk 2: Methodologie. 8

§2.1 Literatuurstudie. 8

§2.2 Empirisch onderzoek. 8

§2.2.1 Onderzoekssample. 9

§2.2.2 Meetinstrumenten. 10

§2.2.2.1 Afhankelijke variabelen. 10

§2.2.2.2 Onafhankelijke variabele. 11

§2.2.2.3 Controlevariabele. 12

§2.2.3 Statische analyse. 13

§2.2.4 Hypotheses. 13


15

§3.1 Definitie maatschappelijk verantwoord ondernemen: 16

§3.2 Definitie milieu prestatie. 20

3.3 Definitie milieu rapportage. 21

3.4 Samenvattend. 22



Hoofdstuk 4: De relatie tussen milieu prestatie en milieu rapportage. 23

§4.1 Onderzoeken die gebruikmaken van de Wiseman/index. 23

§4.2 Onderzoeken die gebruik maken van de Global reporting initiative guidelines index. 25

§4.3 Samenvattend. 27



Hoofdstuk 5: Regelgeving. 28

§5.1 Het belang van niet-financiële verslaggeving. 28

§5.2 Niet-financiële verslaggeving binnen de Nederlandse wetgeving. 29

§ 5.3 Samenvattend. 32



Hoofdstuk 6: Verklarende theorieën. 34

§ 6.1 De Legitimacy theory . 34

§6.2 voluntary disclosure theory. 36

§6.3 Stakeholdertheory. 37

§6.4 Agency theory 38

§ 6.5 Samenvattend. 39



Hoofdstuk 7: Resultaten. 40

§7.1 Analyse van bedrijven zonder uitstootcijfer in het jaarverslag 40

§7.2 Toetsing van de hypotheses 41

Tabel. 2.ECC 42

Tabel 3: PR 44

Tabel 4: RM 45

Tabel 5: Total points 46

§7.3 Vergelijking van de empirische resultaten. 47

§7.4 Samenvattend. 48



Hoofdstuk 8: Conclusie. 50

§ 8.1 Algemene conclusie. 50

§ 8.2 Beperkingen van het onderzoek. 52

§ 8.3 Aanbeveling voor verder onderzoek. 52



Literatuurlijst. 54

Bijlagen. 59

§ Bijlage 1: de achttien items van de Wiseman-index per categorie: 59

59

§ Bijlage 2. Uitkomstentabel Wiseman-index. 60



§ Bijlage 3: 95 items die in essentie de GRI samenvatten. 61

§ Bijlage 4: Wetboek2. Rechtspersonen Titel 9. De jaarrekening en het jaarverslag Afdeling 7. Jaarverslag 391. 63

§ Bijlage 5: Taak en best practice bepalingen van het bestuur en raad van commissarissen volgens de Nederlandse corporate governance code. 65

§ Bijlage 6: Advies & suggesties Commissie Burgmans. 71

§ Bijlage 7: Regressievergelijkingen. 75

Samenvatting variabelen 75



De verschillende regressievergelijkingsmodellen:
75


Tabel 2: ECC 75

Tabel 3: PR


76

Tabel 5: Total points 78





Voorwoord.


In 2010 ben ik begonnen met de bachelor opleiding economie en bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. In het derde jaar van de opleiding heb ik gekozen voor de richting Accountancy. Deze keuze van de richting Accountancy betekende dat mijn bachelor scriptie over dit onderwerp moest gaan. Vanaf 2013 ben ik op zoek geweest naar een onderwerp voor mijn scriptie. Ik wist bij voorbaat al dat het onderwerp van mijn scriptie in de richting van maatschappelijk verantwoord ondernemen moest gaan. Ik ben van mening dat bedrijven verantwoordelijkheid moet nemen voor de omgeving waarin men opereert. Collega student Fenna Zwienenbarg, masterstudent op dat moment gaf aan dat college van haar geweid was aan de tegenstelling tussen milieu prestatie en milieu rapportage. Dit heeft geleid tot mijn onderzoek omtrent dit onderwerk. Ik had mijn scriptie niet op deze manier kunnen afronden als ik niet zo goed begeleid was door een aantal personen: mijn begeleider Marjelle Vermeulen, mijn proeflezer Fenna Zwienenbarg en mijn hulp bij de empirische analyse Gino Dingena, dankjewel voor jullie begeleiding.






Hoofdstuk 1: Inleiding.

In de troonrede van 2013 gebruikte koning Willem-Alexander de zin: “Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger zijn dan vroeger. Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.” (Nassau, 2013).


Deze woorden zijn ook van toepassing op bedrijven binnen Nederland. Zij hebben te maken met voorschriften voor het nemen van verantwoordelijkheid voor de omgeving. Zo moeten bedrijven zich houden aan de Corporate Governance Code. Het doel van de code is de belangen van stakeholders te beschermen door meer transparantie in de bedrijfsvoering te brengen en door betere verantwoording door de raad van commissarissen over hun handelen aan de aandeelhouders (Rijksoverheid, 2014). Volgens deze code is de onderneming binnen het jaarverslag verplicht niet alleen financiële informatie te verstrekken, maar ook niet-financiële informatie, zoals milieurisico’s. Omdat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) binnen de samenleving belangrijker wordt, neemt ook het belang van niet-financiële informatie toe (Waard, 2008).
Naast de overheid hebben ook andere organisaties richtlijnen gemaakt omtrent de verslaglegging in het kader van MVO. De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) doet dit door middel van de Richtlijn 400 jaarverslag. Naast deze richtlijn heeft de RJ ook nog een conceptueel kader voor verslaglegging over MVO in de Handreiking voor maatschappelijke verslaglegging. Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft richtlijnen waarin ze aangeeft welk gedrag verwacht wordt van beursgenoteerde bedrijven op het gebied van MVO. Deze richtlijnen die hierboven zijn besproken, allemaal op vrijwillige basis. De bedrijven kunnen dus zelf bepalen of en hoeveel informatie over MVO wordt weergeven in het jaarverslag.

Er zijn twee complicaties rondom MVO. Het eerste probleem is dat het een zeer subjectief begrip is dat op veel verschillende manieren uitgelegd kan worden. Een van de gebruikte definities van MVO is: Vorm van ondernemen gericht op duurzaamheid, waarbij de economische prestaties (‘profit’), de sociale kant (‘people’) en de ecologische randvoorwaarden (‘planet’) tegen elkaar worden afgewogen (In, 2014, p. 1). Dhalasrud (2006) benoemd nog 37 andere definities van MVO. De drie dimensies: people, planet en profit zijn afkomstig van John Elkington, een adviseur op het terrein van duurzame ontwikkeling. Zijn visie is dat deze drie p’s in harmonie moeten zijn (Elkington, 1997). Mocht er te veel nadruk liggen op profit, dan zullen de andere twee gebieden hieronder lijden. Dit onderzoek richt zich op planet.


De tweede complicatie rond MVO is de regelgeving. Als het gaat over de publicatie van milieuaspecten in het jaarverslag, dan moet er gekeken worden naar het Burgerlijk Wetboek. Hierin staat dat in het jaarverslag van ondernemingen een analyse moet plaatsvinden van zowel financiële als niet-financiële prestatie-indicatoren, met inbegrip van milieu- en personeelsaangelegenheden (Burgerlijk Wetboek 2;391). Daarnaast moet het jaarverslag een beschrijving geven van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de onderneming wordt geconfronteerd. In Nederland wordt een uitzondering gemaakt voor middelgrote ondernemingen; zij zijn niet verplicht te rapporteren over niet-financiële indicatoren (Burgerlijk Wetboek 2;397 lid 7). Kleine ondernemingen worden ook ontzien. Zij zijn vrijgesteld van zowel financiële als niet-financiële verslaggeving (Burgerlijk Wetboek 2;396 lid 6). Dit betekent dat alleen grote bedrijven verplicht zijn om over MVO te rapporteren. Daarom zal in dit onderzoek alleen gekeken worden naar de milieu rapportage van beursgenoteerde ondernemingen. Milieu rapportage gaat over de publicatie van de milieu prestatie van de onderneming. Milieu prestatie beschrijft hoe goed de onderneming omgaat met de beheersing van de milieuaspecten van haar activiteiten en hoe groot de impact is van de activiteiten op het milieu (ISO, 2010).
Voor de voorschriften van publicatie omtrent de milieu prestatie moet gekeken worden naar de eerder genoemde Code Corporate Governance. De Code Corporate Governance is wel wettelijk verankerd, maar is ook voorzien van het ‘comply or explain’-principe (Houwelingen, 2014). Dit betekent dat, ook al is de Code Corporate Governance verplicht, hiervan afgeweken mag worden wanneer daar gegronde redenen voor zijn en die redenen ook worden verklaard.
Daarmee hebben bedrijven grote vrijheid bij het openbaar maken van MVO-informatie, waardoor er een grote variatie kan ontstaan in de openbaarmakingen. Ze kunnen ervoor kiezen om meer informatie dan strikt noodzakelijk te geven; dit is een vorm van vrijwillige openbaarmaking (voluntary disclosure). Ook kan een onderneming ervoor kiezen om slechte prestaties niet bekend te maken. Stel, een onderneming heeft zich gecommitteerd om in 2014 een koolstofdioxide-uitstoot van 100 eenheden te hebben. Achteraf blijkt echter dat de uitstoot niet 100 eenheden is, maar 250 eenheden doordat een filter in de fabriek niet correct werkte. Het bedrijf kan ervoor kiezen om dit niet openbaar te maken; er is dan wel sprake van slechte milieu prestatie, maar niet van milieu rapportage.
Doordat er geen regelgeving is omtrent deze verslaggeving, zouden de bedrijven aan “greenwashing” kunnen doen. Dit betekent dat ze zich groener voordoen dan dat zij daadwerkelijk zijn. Het is dus van belang om te kijken naar de relatie die er is tussen milieu prestatie en milieu rapportage van ondernemingen. Binnen deze studie zal er zowel een literatuurstudie als een empirisch onderzoek gedaan worden om deze relatie te analyseren.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

  • Inhoudsopgave
  • Voorwoord.
  • Hoofdstuk 1: Inleiding.

  • Dovnload 0.49 Mb.