Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De rol van onze universiteiten in de samenleving

Dovnload 10.93 Kb.

De rol van onze universiteiten in de samenleving



Datum27.11.2017
Grootte10.93 Kb.

Dovnload 10.93 Kb.

Academische vrijheid of academisch keurslijf?
Een tweede rondetafelgesprek in de reeks

De rol van onze universiteiten in de samenleving”


Achtergrondnota

We zijn het er allemaal over eens dat academische vrijheid belangrijk is en beschermd dient te worden, maar wat is het eigenlijk? Gaat het over vrijheid in het onderzoek? Gaat het ook over de vrijheid om zich in te zetten voor de samenleving en goed onderwijs te verschaffen? Of / en ook over de vrijheid om zelf de verhouding tussen onderzoek, onderwijs en dienstverlening te bepalen? Aangezien het aspect “dienstverlening” ook expliciet besproken werd in de vorige bijeenkomst, gaan we hier een klein beetje dieper op in.


Dienstverlening is een manier om het eigen onderzoek en onderwijs te verbinden met de maatschappij op een ‘wederkerige’ manier: (1) problemen in de maatschappij moeten het universitaire onderzoek voeden en moeten onderzoeksvragen worden, terwijl (2) de reflecties en resultaten hiervan van de universiteit terug naar de maatschappij moeten gaan om haar te verbeteren. De onderliggende gedachte, typisch voor Europese universiteiten, is dat onderzoekers en proffen niet enkel ‘academici’ zijn; ze zijn ook ‘public intellectuals’. Hier ligt een opmerkelijk contrast met onderzoekers en proffen in de VS: daar wordt het beschreven als ‘outreach’ als men zijn kennis gebruikt voor de maatschappij.
Het is op dit niveau dat we een probleem zien in de huidige sfeer aan de universiteiten: dienstverlening wordt gezien als minder relevant, of, op zijn Amerikaans, als ‘outreach’. De uitspraak dat “universiteiten hun bestaan moeten verantwoorden” is een uitspraak vanuit een dergelijke houding. Het frustrerende is dat de Europese geschiedenis net aantoont dat universiteiten nuttig zijn als ze niet hun bestaan hoeven te verantwoorden aan de maatschappij. Universiteiten dienen sowieso het algemeen belang: toekomstige burgers vormen en begeleiden en zoeken naar kennis.
De vraag naar verantwoording is zinloos omdat (a) het niet duidelijk is aan wie de verantwoording afgelegd dient te worden en (b) volgens welke criteria dat dient te gebeuren. Wat vandaag immers als nutteloos gezien wordt kan de wereld veranderen binnen 20 jaar en onmisbaar worden. Eigenlijk is het de logica op zijn kop: het beleid eist ‘meer publicaties’ en ‘meer intellectuele afzondering’. Dit zal het omgekeerde teweegbrengen van wat het ogenschijnlijk beoogt: universiteiten zullen minder en minder relevant worden voor onze samenleving. Wanneer burgers zelf beginnen vragen naar verantwoording, vragen ze iets anders dan publicaties (ook al beseft men het zelf misschien niet). Burgers voelen aan dat de universiteiten hun rol in de maatschappij aan het verwaarlozen zijn. Ze zijn geen toekomstige burgers aan het vormen, ze zijn niet aan het reflecteren over maatschappelijke problemen. Ze zijn hun link met de maatschappij aan het verliezen. Daarom stelt de burger de vraag naar verantwoording. Hij vraagt dat de universiteiten haar taak terug opneemt.
Het mechanisme van de vraag naar verantwoording in de vorm van publicaties en afzondering van de maatschappij creëert eveneens een vicieuze cirkel voor het menselijke kapitaal aan onze universiteiten: (1) mensen met engagement en intellectuele ondernemerszin verlaten onze universiteiten en verlaten vaak ook het onderzoekswerk; (2) “luxury magazines” (zoals Nature, Science, etc.) krijgen vrij spel en verwarren interessante onderzoeksresultaten met opgeblazen mode-verschijnselen (zie het recente opiniestuk van nobelprijswinnaar Randy Schekman, bv. op http://arstechnica.com/science/2013/12/nobel-laureate-break-free-from-the-stifling-grip-of-luxury-journals). Hierdoor denkt de publieke opinie – meer en meer terecht – dat de wetenschap de maatschappij niet aan het dienen is, en roept – ook meer en meer terecht – om “publieke verantwoording van belastingsgeld”.
We zien nu een stuk van het probleem: onze universiteiten worden langzaam maar zeker onvruchtbare grond waar geen intellectuelen uit voort kunnen komen. Er is geen intellectueel vruchtbare omgeving meer, waar verscheidene onderzoekers, lesgevers, denkers, … elkaar kunnen ‘voeden’. Laat ons met deze vaststelling in het achterhoofd eens kijken naar de acties die er de laatste tijd zijn geweest omtrent dit probleem. Een aantal jonge mensen in Vlaanderen hebben bijvoorbeeld, net als Randy Shekman, het probleem van het publiceren gesignaleerd. Die jonge mensen hebben de politiek aangesproken, maar hebben ook opgeroepen tot een andere cultuur aan onze universiteiten. Onze universiteit is ook aan het experimenteren met de keuzevrijheid in de tijdsbesteding onderzoek-onderwijs-dienstverlening door middel van de “gepersonaliseerde doelstellingen”.
Vraag voor het rondetafelgesprek

Zijn dit soort acties een oplossing voor het probleem van de onvruchtbare intellectuele omgeving aan de universiteiten? Zijn ze voldoende om een mentaliteitswijziging te laten gebeuren en om de vicieuze cirkel te breken? Om de vraag beter te kunnen beantwoorden, lijsten we nog een aantal concrete problemen op:




  • het meer en meer uitbesteden van onderwijstaken aan praktijkassistenten, weg van het wetenschappelijk personeel. Hierdoor heeft het wetenschappelijk personeel minder en minder contact met studenten.

  • de grotere afwezigheid van assisterend personeel in organisatorische taken. Van het technisch personeel wordt verwacht om professoren en assisterend personeel zo weinig mogelijk worden bloot te stellen aan organisatorisch werk.

  • de manier waarop over onderzoekers wordt gesproken die opinie-artikels publiceren of mee schrijven aan een beleidstekst (al dan niet gerelateerd aan een slechte kwaliteit van die artikels en beleidsteksten).


Graag hangen we het rondetafelgesprek “Academische vrijheid of academisch keurslijf” op aan deze vraag. We willen niet oproepen tot het stoppen met publiceren of verantwoorden van overheidsgeld. We willen ook geen klaagzang stimuleren en nog minder oproepen tot anarchie. De uitnodiging is eerder een verzoek tot ernst en reflectie. We vragen ons af wat het probleem eigenlijk echt is – enkel dan kunnen we beginnen werken aan grondige oplossingen. Foute diagnoses leiden immers zelden tot goede genezingsprocessen.


Dovnload 10.93 Kb.