Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De Slotwet van het Ministerie van Economische Zaken en het Diergezondheidsfonds 2016 (34725-xiii)

Dovnload 187.09 Kb.

De Slotwet van het Ministerie van Economische Zaken en het Diergezondheidsfonds 2016 (34725-xiii)



Pagina1/6
Datum02.11.2018
Grootte187.09 Kb.

Dovnload 187.09 Kb.
  1   2   3   4   5   6


VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 28 juni 2017 overleg gevoerd met de heer Van Dam, staatssecretaris van Economische Zaken, en de heer Kamp, minister van Economische Zaken, over:



  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 17 mei 2017 ter aanbieding van het jaarverslag van het ministerie van Economische Zaken en het Diergezondheidsfonds 2016 (34725-XIII, nr. 1);

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 6 juni 2017 met de beantwoording van vragen van de commissie over het jaarverslag van het ministerie van Economische Zaken en het Diergezondheidsfonds 2016 (34725-XIII, nr. 6);

  • de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 17 mei 2017 ter aanbieding van het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2016 bij het ministerie van Economische Zaken en het Diergezondheidsfonds (XIII) (34725-XIII, nr. 2);

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 6 juni 2017 met de beantwoording van vragen van de commissie over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2016 bij het ministerie van Economische Zaken en het Diergezondheidsfonds (XIII) (34725-XIII, nr. 7);

  • de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 8 juni 2017 met de beantwoording van vragen van de commissie over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2016 bij het ministerie van Economische Zaken en Diergezondheidsfonds (XIII) (34725-XIII, nr. 8);

  • de Slotwet van het Ministerie van Economische Zaken en het Diergezondheidsfonds 2016 (34725-XIII);

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 6 juni 2017 houdende een lijst van vragen en antwoorden (34725-XIII, nr. 5);

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 28 februari 2017 met begrotingswijzigingen (verplichtingen) ten opzichte van de 2e suppletoire begroting 2016 van het ministerie van Economische Zaken (34550-XIII, nr. 130);

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 12 mei 2017 over de eindrapportage regeldrukaanpak "Goed Geregeld" (29515, nr. 415);

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 12 mei 2017 over de evaluatie van het ICT-beleid binnen begrotingsartikelen 12 en 13 (30991, nr. 33);

  • de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 20 juni 2017 imet antwoorden op vragen van de commissie van de V-100 bij het jaarverslag 2016 van het ministerie van Economische Zaken (34725-XIII, nr. 9).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,


Ziengs

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,


Nava

Voorzitter: Ziengs
Griffier: Nava

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Futselaar, Grashoff, Van der Lee, Agnes Mulder, Ouwehand, Weverling en Ziengs,

en de heer Van Dam, staatssecretaris van Economische Zaken, en de heer Kamp, minister van Economische Zaken.

Aanvang 9.34 uur.

De voorzitter:
Ik open dit wetgevingsoverleg en heet alle aanwezigen van harte welkom. Ik stel een spreektijd van zeven minuten per fractie en twee interrupties op de bewindspersonen voor. Maar we beginnen met de rapporteur.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Zeven minuten voor beide termijnen?

De voorzitter:


In tweede termijn kijken we even hoe we qua tijd uitkomen. Maar laten we beginnen met die zeven minuten, dan kunnen we altijd nog zien. De heer Weverling treedt namens de commissie op als rapporteur. Hij heeft het woord.

De heer Weverling (VVD):


Voorzitter. De commissie heeft besloten om het thema Een sterk innovatievermogen te onderzoeken en om daarbij de methodiek van Duisenberg toe te passen. We hebben de rapportage opgebouwd aan de hand van de zes vragen die bij die methodiek horen. Wat is het beeld van het beleidsterrein op hoofdlijnen? Welke doelen zijn behaald? Welke prestaties zijn geleverd? Wat heeft het gekost? Wat is het oordeel over de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de doelmatigheid? Welke conclusies trekken de rapporteurs en welke aanbevelingen leggen zij voor aan de commissie?

In het jaarverslag wordt over de financiën en het beleid gerapporteerd. Op de afbeelding links op de sheet staat een grafische weergave van de tabel uit het jaarverslag met het verloop van de uitgaven. Daarnaast staat een taartdiagram waarin is te zien wat er in totaal is uitgegeven. Ik vermoed zo maar dat dit de aanwezigen bekend voorkomt.

Op de volgende sheet zoomen we in op het beeld op hoofdlijnen van de drie door EZ geformuleerde algemene doelstellingen. De eerste doelstelling, de doelstelling om de positie van Nederland in het Innovation Union Scoreboard te verbeteren naar de groep van innovatieleiders, is in 2016 behaald. Over de tweede doelstelling, de doelstelling dat in 2020 2,5% van het bbp aan research and development (R&D) wordt uitgegeven, rapporteert de minister dat er nog een weg te gaan is om dat doel te behalen. De derde doelstelling, de doelstelling dat publieke en private partijen in 2020 voor ten minste 800 miljoen participeren in topconsortia, waarvan ten minste 40% gefinancierd is door het bedrijfsleven, is in 2015 al behaald. Je zou jezelf dus de vraag kunnen stellen of de doelstelling wel ambitieus genoeg is geweest nu die vijf jaar eerder dan gepland behaald is.

In het volgende onderdeel van de presentatie ga ik in op de doelstellingen. Zoals ik zojuist heb aangegeven staan in het jaarverslag de drie algemene doelstellingen van het artikel beschreven. Ze zijn meetbaar geformuleerd en er worden indicatoren gebruikt om de stand van zaken weer te geven. Maar de informatie in het jaarverslag over de vraag in hoeverre de doelstellingen behaald zijn, is wat summier. Er wordt al snel verwezen naar andere bronnen zoals websites, brieven en rapporten die eerder al naar de Kamer zijn gestuurd.

Daarnaast is het de vraag of de doelstellingen de rollen en de verantwoordelijkheden van de minister wel voldoende afdekken. Het is niet altijd duidelijk wat de indicatoren precies zeggen over het behalen van de beleidsdoelstellingen. Neem de eerste doelstelling: de ambitie om de positie van Nederland in het Innovation Union Scoreboard te verbeteren naar de groep innovatieleiders. Die is gebaseerd op een benchmark van de Europese Unie over innovatie. In de tekst in het jaarverslag staat alleen dat het doel behaald is en dat Nederland bij de kopgroep van de vijf landen hoort die minimaal 20% boven het Europese gemiddelde scoren op 25 indicatoren voor innovatiekracht. Maar wat die indicatoren zijn, hoe Nederland daarop scoort, waarop verdere verbeteringen mogelijk zijn, welk beleid wel gewerkt heeft et cetera, wordt niet besproken. Er wordt alleen verwezen naar de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl en de Rapportage bedrijvenbeleid in beeld 2016, Vooruitgang door vernieuwing. Ik word er nu op gewezen dat ik had moeten doorklikken naar de volgende sheet. Sorry, heel goed. Dat was dus sheet 4. Die informatie is dus niet terug te vinden in het jaarverslag, maar wel op de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl.

Ik ga naar sheet 5. Op de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl staat onder de kop Innovatie al veel meer informatie, waaronder een overzicht waarin te zien is hoe Nederland scoort op de 25 indicatoren en hoe Nederland zich verhoudt tot het best presterende land. Ook is daarop meer informatie te vinden over de specifieke rapportage van het scorebord over Nederland. De daarin beschreven sterke punten zijn: onderzoekskwaliteit, octrooiaanvragen, publiek-private samenwerking (pps) en innovatieomzet.

Ik ga naar sheet 6. Relatief zwakke punten zijn bedrijfsinvesteringen in R&D en de beschikbaarheid van kapitaal. Zoals op de afbeelding te zien is, scoort Nederland zwak op non-R&D innovation. Op de website van het scorebord is te zien dat Nederland op de 27ste plaats staat en alleen Luxemburg onder zich heeft. Hierover staat niets in het jaarverslag. Uit het jaarverslag valt niet op te maken of dat het geval is en, zo ja, hoe erg het is.

Ik ben toe aan sheet 7. Wij zouden graag, zoals ook bij OCW gebeurt, een overzicht hebben van de doelstellingen en bijbehorende indicatoren, zodat deze commissie beter kan bepalen hoe het staat met de voortgang van het beleid. De commissie voor OCW geeft de voortgang van het beleid met stoplichten weer. In het jaarverslag van EZ is hiervoor nog niet genoeg informatie beschikbaar, waardoor de stoplichten dus nu nog op zwart staan.

Voor het onderdeel "doelstellingen" hebben wij de volgende drie constateringen. De eerste constatering is dat er wel veel informatie is, maar dat deze niet opgenomen is in het jaarverslag. We zouden graag zien dat de minister in de volgende begrotingen en jaarverslagen zelf meer informatie opneemt over het beleid en de resultaten van het beleid, en niet alleen verwijst naar informatie op websites en naar eerder gestuurde stukken, omdat het jaarverslag hierdoor geen overzicht en bovendien weinig sturingsinformatie voor de Tweede Kamer biedt.

De tweede constatering bij deze vragen over de doelstellingen is dat we ons afvragen in hoeverre de doelstellingen de rol en de verantwoordelijkheden van de minister afdekken. De doelstelling uit ons voorbeeld, de ambitie om de positie van Nederland in het Innovation Union Scoreboard te verbeteren naar de groep innovatieleiders, zou bij de in het jaarverslag beschreven rol kunnen horen om Europese en internationale samenwerking op het gebied van innovatie en R&D te stimuleren. Maar de doelstelling gaat op basis van de gegeven informatie meer over een internationale ranking en minder over een internationale samenwerking. In het jaarverslag zien we bij de drie doelstellingen behalve een enkele indicator niet veel informatie over het beleid ten aanzien van bijvoorbeeld de regisserende rollen. Ik noem de invulling van het topsectorenbeleid, de invulling van de kennis- en innovatiecontracten, het realiseren van een effectief stelsel voor kennisbescherming en -benutting en het Nederlandse lucht- en ruimtevaartbeleid.

De derde constatering is dat wij ons bij een aantal van de gepresenteerde indicatoren afvragen wat zij nu eigenlijk zeggen over het beleid.

Dan naar sheet 8. Welke prestaties zijn er geleverd? Wanneer je wilt weten wat de geleverde prestaties en acties zijn, blijkt hier in het jaarverslag geen duidelijk overzicht van te zijn. Ook is het niet mogelijk om een koppeling te maken tussen de doelstellingen en de voorgenomen en geleverde prestaties en tussen de geleverde prestaties en de daarmee gemoeide kosten. Op de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl. staat bij het thema innovatie wel veel meer informatie onder de knop "innovatie". Daar staat informatie over hoe Nederland ervoor staat en wat het beleid is, maar dit geeft niet direct een compleet overzicht. Je moet veel klikken en zoeken om informatie te vinden.

Dan sheet 9. In de begroting werden vier beleidswijzigingen aangekondigd, maar in het jaarverslag wordt hier niet een-op-een over gerapporteerd. We weten dus in principe niet wat de voortgang bij de beleidswijzigingen is. Het jaarverslag is hier geen spiegel van de begroting. We constateren bij het punt van de prestaties dat er wel informatie beschikbaar is over de geleverde prestaties in andere bronnen, zoals websites, maar dat deze niet opgenomen is in het jaarverslag en dat er geen koppeling gemaakt kan worden tussen doelstellingen en de voorgenomen prestaties.

Ik ben toe aan sheet 10. Op het gebied van de kosten voor het artikel Innovatie zijn er geen grote verrassingen wat overschrijdingen en onderbestedingen betreft. De financiële informatie is echter vrij summier en vaak technisch weergegeven. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat er minder nodig is ten opzichte van de raming voor de uitfinanciering van een oud-FES-project vanwege een gewijzigd kasritme. Kan de minister bij de financiële informatie een betere koppeling maken met het beleid of meer achtergrondinformatie bij de mutaties geven? Een zorgpunt is wel dat we dan eigenlijk niet goed weten of het geld goed besteed wordt.

Dat wordt ook geïllustreerd door sheet 11. Het betreft een stuk uit een artikel dat vorige week in Het Financieele Dagblad stond, waarin de vraag wordt opgeworpen of het geld wel goed besteed wordt. Er wordt heel veel geld besteed. We liggen natuurlijk op koers qua economie, maar de indicatoren waaraan dat te relateren is, zijn lastig meetbaar.

Goed, dan naar sheet 12. De Algemene Rekenkamer schreef eind 2016 dat het belangrijk is om meer en betere informatie te hebben over de effecten van overheidsbeleid, en dan in algemene zin. Het ontbreken van voldoende tijdige en goede beleidsinformatie is steeds weer een hardnekkig probleem in de publieke verantwoording aan het parlement gebleken.

Over de effectiviteit van het innovatiebeleid zijn in de afgelopen jaren verschillende onderzoeken verschenen, waaronder een beleidsdoorlichting van het gehele begrotingsartikel. Waarom zet de minister de resultaten hiervan in een apart deel van het jaarverslag, op pagina 25, en niet bij de resultaten van het beleidsartikel zelf? In hoeverre is de effectiviteit van het innovatiebeleid in algemene zin goed in beeld te brengen?

Tot slot. De conclusies en de aanbevelingen zijn geformuleerd op basis van de informatie over het artikel Een sterk innovatievermogen, maar zij kunnen worden toegepast op alle begrotingsartikelen. Tot zover mijn bijdrage. Ik dank in het bijzonder de heer Becker en mevrouw Reekers van het BOR (Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven) voor het vele werk dat zij hierin hebben gestoken.

De voorzitter:
De minister geeft aan dat hij direct kan antwoorden. Het woord is aan de minister.

Minister Kamp:


Voorzitter. Dank aan de heer Weverling voor zijn duidelijke presentatie en de grondige wijze waarop hij en zijn medewerkers de zaak hebben aangepakt. Dat is wat het ministerie betreft zeer behulpzaam. We proberen altijd zo goed mogelijk informatie aan de Kamer te geven, maar we moeten er erg voor oppassen dat we de Kamer niet overvoeren met informatie. Er is oneindig veel informatie beschikbaar over EZ en de dingen die EZ doet. We hebben een jaarverslag gemaakt van 261 pagina's. Hoewel er een aantal verwijzingen in staan naar andere plekken waarop veel meer informatie te krijgen is, zegt de heer Weverling dat hij eigenlijk nog meer informatie in het jaarverslag zou willen hebben. Ik ben daar beducht voor, want met 261 pagina's heeft dit jaarverslag al de omvang van een telefoonboek.

Het gaat er vooral om dat wij proberen om de relevante informatie in de goede vorm bij de Kamer te krijgen. Daar heeft de heer Weverling een groot aantal suggesties voor gedaan, soms in de vorm van vragen, soms in de vorm van opmerkingen. Wij nemen daar met heel veel belangstelling kennis van. Wij gaan proberen om het de volgende keer nog beter naar de zin van de Kamer te doen, want dit hele jaarverslag is uiteindelijk alleen maar bedoeld om de Kamer datgene aan te reiken waar zij behoefte aan heeft.

Wij hebben destijds een begroting gepresenteerd aan de Kamer. De Kamer heeft die vastgesteld. Alles wat daarin staat aan begrotingsartikelen en indicatoren hebben wij vervolgens bij het jaarverslag weer te behandelen. We zeggen dan: dat was de systematiek van de begroting en over die punten hebben we gesproken, wat is daar nu in de werkelijkheid van uitgekomen? We zitten dus steeds aan de systematiek van die begroting vast, maar van jaar tot jaar moet de begroting opnieuw worden opgesteld en wordt het jaarverslag opnieuw vormgegeven. We zullen iedere keer proberen om dat beter te gaan doen aan de hand van de reacties van de Kamerleden. Het is een permanente zoektocht om het optimaal te doen en dat zal het ook blijven. Het is belangrijk dat wij daarbij van goede wil zijn.

De heer Weverling sprak over het verwijzen naar websites. Het gaat om twee websites: de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl en de website van de RVO. Op die websites wordt zeer veel onderliggende informatie aan de Kamer aangeboden. Dat gebeurt op een heel inzichtelijke manier. Het is inderdaad zo dat je, als je in die 261 pagina's aan het bladeren bent, op bepaalde punten aangeraden wordt om naar die websites te gaan, waar je vervolginformatie kunt krijgen als je dat wilt. Ik denk dat die systematiek op zich houdbaar is, maar dat het, goed luisterend naar de Kamer, wel nodig is om te bekijken of onderdelen daarvan misschien in het jaarverslag kunnen en of er dingen uit het jaarverslag kunnen, die dan misschien op een andere manier achter de hand gehouden kunnen worden voor de Kamer.

De heer Weverling heeft zich met name geconcentreerd op het innovatiebeleid. Ik denk dat het heel goed is om dat te doen, want innovatie is de bron van onze toekomstige welvaart. Op grond van wat we nu allemaal uitvinden aan nieuwe dingen kunnen onze bedrijven de concurrentie in eigen land met buitenlandse importeurs aan, maar kunnen zij ook in het buitenland op andere markten de concurrentie aan. Zij kunnen daar hun producten en diensten verkopen, wat voor werkgelegenheid en welvaart in Nederland zorgt. De welvaart in Nederland zetten wij voor een groot deel om in collectieve voorzieningen zoals gezondheidszorg, ouderenzorg en uitkeringen aan mensen die dat nodig hebben. Als je ervoor zorgt dat je de innovatie en de economie op peil hebt, dan doe je goed werk voor de mensen die van de overheid afhankelijk zijn.

De Nederlandse innovatiekracht is groot. Dat blijkt wel uit het feit dat uiteindelijk, en daar gaat het om, onze concurrentiekracht groot is. Wij kunnen niet tegen Zuid-Korea, Hongkong en Singapore op. Die landen hebben aparte economieën en kunnen wat concurrentiekracht betreft, nog sneller reageren dan wij. Maar meteen daarna zijn wij de beste van de wereld. Wij zijn de nummer vier van de wereld wat de concurrentiekracht betreft en de nummer één van Europa. Dat betekent dat we onze zaak zeer goed op orde hebben. Kijk je alleen naar innovatie, dan zie je dat wij zes jaar geleden bijna 20% boven het gemiddelde van de Europese Unie zaten voor wat betreft de concurrentiekracht. Inmiddels zitten we daar 30% boven. Dat betekent dus een grote vooruitgang binnen de Europese Unie. Je ziet ook dat wij de meest concurrentiekrachtige economie zijn van Europa, een van de meest innovatieve economieën van Europa. We zijn ook de poort naar Europa toe. Dat geldt voor Rotterdam, maar ook voor Schiphol en het digitale verkeer. Op dat punt heeft het bedrijfsleven een heleboel goede dingen voor elkaar gekregen, met ondersteuning van de overheid en in het bijzonder met ondersteuning van EZ.

Het eerste plaatje dat de heer Weverling liet zien, toont aan dat de uitgaven ten laste van de rijksoverheid voor innovatie in Nederland sinds 2010 — dat was geloof ik het moment waarop hij begon — zijn gedaald. Ondanks die daling van de uitgaven voor innovatie is onze positie in Europa, relatief gezien, versterkt. Het is zeer opmerkelijk dat dat gebeurt en dat komt doordat wij zo veel energie steken in de samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Dat hebben we zodanig georganiseerd dat de bedrijven zich zeer gesteund voelen door overheden, niet alleen de landelijke overheid, maar ook de gemeentelijke. Ook de provinciale overheden zijn vaak zeer actief.

De kennisinstellingen willen allemaal erg graag dat hetgeen zij uitvinden, ook bij het bedrijfsleven terechtkomt. We hebben dat zo georganiseerd dat we én de teruggang in uitgaven hebben kunnen opvangen, én onze positie verder hebben kunnen versterken. Ik denk dat de kritische inbreng van de heer Weverling een uiting is van de wijze waarop de Kamer dit benaderd heeft. Die houding heeft ook een bijdrage geleverd aan het succes; juist omdat de Kamer voortdurend kritisch is, worden wij geprikkeld om scherp te blijven. Dat heeft ook het huidige resultaat opgeleverd. Ik wil dus graag meer in algemene zin zeggen dat de opmerkingen die ter zake zijn gemaakt door de heer Weverling als rapporteur van de commissie een waardevolle bijdrage zijn. We zullen aan de hand daarvan proberen de zaak de volgende keer zo vorm te geven dat het nog meer naar tevredenheid van de Kamer is.

Voor wat betreft beleidswijzigingen heeft hij aangegeven dat die beter dan nu het geval is, geformuleerd zouden moeten worden. Het gaat er bij de beleidswijzigingen niet om dat we het accent op het jaarverslag leggen. Over beleidswijzigingen krijgt de Kamer beleidsstukken, beleidsbrieven. Daar wordt ook veel informatie in verstrekt. Bij het jaarverslag gaat het om de vraag wat er is aangekondigd bij de begroting en wat daarvan uiteindelijk is gedaan. Het is niet mijn bedoeling om af te wijken van wat we bij de begroting hebben aangekondigd, maar het is natuurlijk wel zo dat zich in de loop van het jaar bijzondere omstandigheden kunnen voordoen. Ik denk dat het jaarverslag dan ook een goede mogelijkheid is om daar kond van te doen richting de Kamer. Ik zal dan ook proberen om dat voor de Kamer op een zo duidelijk mogelijke manier te doen.

De heer Weverling sprak ook nog over een FD-artikel, waarin met betrekking tot innovatie werd gezegd dat het allemaal zo weinig inzichtelijk zou zijn. Als je goed kijkt naar dat artikel, dan zie je dat ze zich baseren op een inventarisatie die door een Brits onderzoeksinstituut is gemaakt van evaluaties wereldwijd. Dat gaat niet over Nederland; het gaat over wereldwijde evaluaties. Dan wordt er gezegd dat zij eigenlijk alleen maar evaluatieonderzoeken betrouwbaar vinden die werken met controlegroepen. Dat is precies wat wij doen. Wij werken in Nederland bij onze evaluaties met controlegroepen en combineren dat ook met geavanceerde econometrische technieken. Op die manier maken wij in onze rapportages aan de Kamer over het topsectorenbeleid en over het bedrijvenbeleid inzichtelijk wat we allemaal doen en wat de effecten daarvan zijn. Maar laten we ons heel goed realiseren wat het uiteindelijke effect is: wat betekent het voor de mensen in het land? In één kabinetsperiode zijn we erin geslaagd de economische groei van min 1% naar plus 3% te brengen. Wij hebben meer groei dan alle West-Europese landen, alle buurlanden. Onze innovatiekracht is een van de sterkste van Europa en wij hebben een forse groei in een tijd van afnemende budgetten gerealiseerd. Wij zijn de meest concurrentiekrachtige economie van Europa. De werkloosheid daalt sneller dan ooit en de werkgelegenheid stijgt sneller dan ooit. Als dan ook het aantal faillissementen heel erg laag is, dan gaat het goed. Dat blijkt ook uit dit jaarverslag.

De voorzitter:
Ik stel voor dat we nu verdergaan met de eerste termijn van de fracties. De spreektijd is zeven minuten.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Voorzitter. Het CDA heeft een aantal vragen over de stukken die vandaag op de agenda van ons wetgevingsoverleg staan: de verantwoordingsstukken over 2016. Daarnaast hebben we ook nog vragen over de voortzetting van het platform Betaalme.nu. Deze zomer loopt dat waarschijnlijk af. Dit is toch nog een gelegenheid om het daarover te hebben, ook al staat het er niet heel expliciet. We hebben gezocht in de jaarstukken.

Voordat ik overga naar dat onderwerp, wil ik eerst onze rapporteur Arne Weverling en de ambtelijke ondersteuning hartelijk danken voor hun inzet om meer duidelijkheid te krijgen op het specifieke punt van innovatie in deze verantwoordingsstukken. Een van de punten die de heer Weverling naar voren heeft gebracht en waar de heer Kamp net ook over sprak, is de beleidswijzigingen in de begroting. Natuurlijk zijn er aparte beleidsstukken, maar ik leef toch wel erg met onze rapporteur mee. Ik vind dat we die beleidswijzigingen op een goede manier terug moeten kunnen vinden in de jaarstukken. Dat wil ik de minister ook meegeven. Ik vraag hem om daar straks toch nog iets specifieker op in te gaan. Dan gaat het om de samenvoeging Wbso (Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk) en RDA (research and development-aftrek). Wat is daar in 2016 wel of niet van terechtgekomen? Natuurlijk zijn er aparte stukken, maar het hoort wel thuis in de jaarrekening. Hetzelfde geldt voor de voortzetting van de samenwerking van het Rijk met de regio in de MIT-regeling (regeling Mkb Innovatiestimulering Topsectoren). Er zijn in dit kader nog twee andere punten die de rapporteur naar voren heeft gebracht.

De Algemene Rekenkamer heeft rijksbreed onderzoek uitgevoerd naar de informatiebeveiliging bij de ministeries. Bij het ministerie van Economische Zaken zijn, net als bij andere ministeries, onvolkomenheden bij de informatiebeveiliging geconstateerd. Kan de minister aangeven of deze problemen zijn ontstaan doordat de procedures en de protocollen niet goed worden nageleefd of dat deze procedures en protocollen wel worden nageleefd maar misschien zelf aan een herziening toe zijn? Op welke manier gaat de minister ervoor zorgen dat op centraal niveau voldoende informatie beschikbaar is over maatregelen inzake informatiebeveiliging, zodat er desgewenst kan worden bijgestuurd?

Het ministerie heeft ook door onderzoeksbureau Technopolis een evaluatie laten uitvoeren van het ICT-beleid van het ministerie. Een van de aanbevelingen is om continuïteit bij dossierhouders en kennis binnen het ministerie te behouden. Dat is natuurlijk een wezenlijk punt. Hoe gaat de minister daar nou voor zorgen?

Een ander punt is de regeldruk. Het kabinet had de doelstelling om de regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals in 2017 ten opzichte van 2012 structureel met 2,5 miljard euro te verlagen. In de eindrapportage wordt aangegeven dat de realisatie bijna geheel is gehaald. Het CDA heeft de afgelopen jaren meerdere discussies met deze minister gevoerd over de berekening hiervan. Zo werden eenmalige veranderkosten en de Europese nalevingskosten niet meegenomen in de berekeningen. Dat vinden wij een omissie. In de eindberekening staat bijvoorbeeld wel een lastenverlichting van bijna 12 miljoen euro per jaar door hervorming van de langdurige zorg. De eenmalige veranderkosten zouden volgens het onderzoek van Sira Consulting in 2014 naar verwachting uitkomen op 36 miljoen, maar die worden dan weer niet meegeteld. Hoewel in de eerste jaren sprake was van regeldrukverzwaring door deze wet, is in de eindberekening alleen regeldrukverlichting meegenomen. Op verzoek … Excuses, voorzitter, mijn stem hapert.

De

  1   2   3   4   5   6

  • Voorzitter: Ziengs Griffier: Nava
  • Ouwehand

  • Dovnload 187.09 Kb.