Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken

Dovnload 296.11 Kb.

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken



Pagina1/7
Datum05.12.2018
Grootte296.11 Kb.

Dovnload 296.11 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7


VERSLAG VAN EEN wetgevingsoverleg
Vastgesteld
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken<1> heeft op 24 juni 2013 overleg gevoerd met de Voorzitter van de Tweede Kamer over: de Raming.
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,

Berndsen-Jansen


De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,

Van der Leeden


Voorzitter: Heijnen

Griffier: Hendrickx
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Heijnen, Van Klaveren, Neppérus, Ouwehand, Van Raak, Schouw, Segers en Van Toorenburg,
en mevrouw Van Miltenburg, Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de heer Bosma, lid van het Presidium, mevrouw Biesheuvel-Vermeijden, Griffier, de heer Bakker, directeur Bedrijfsvoering en de heer Branger, directeur Informatiseringsbeleid.
Aanvang 10.00 uur.
Aan de orde is de behandeling van:

- de brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 12 april 2013 houdende de Raming der voor de Tweede Kamer in 2014 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten (33609);

- de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 april 2013 over de evaluatie van de sollicitatieplicht voor politieke ambtsdragers 2012 (28479, nr. 65).
De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom. Ik open de vergadering weliswaar, maar mevrouw Neppérus zal deze vergadering leiden. Ik start als voorzitter omdat zij als eerste het woord heeft vandaag. Zodoende hoeven we straks niet een hele stoelendans te doen. Ik heet in het bijzonder onze collega's en medewerkers van en voor het Presidium welkom, alsook alle andere medewerkers en belangstellenden.

We hebben vandaag wetgevingsoverleg. Dat betekent dat er in beginsel alle tijd is om het woord te voeren, maar de afspraak is wel dat we dat beperken tot tien minuten per fractie. We hebben daarvoor in beginsel de hele dag, maar die hoeven we niet helemaal te gebruiken. Laten we het goede voorbeeld geven aan de organisatie!

Ik geef het woord aan mevrouw Neppérus.
Mevrouw Neppérus (VVD): Dank u, voorzitter, want de heer Heijnen is nog even voorzitter en anders moet ik mijn tekst te veel aanpassen.

Het is een belangrijke dag vandaag, want de Kamer spreekt over haar eigen begroting. De VVD-fractie vindt het ook terecht dat de Kamer over de eigen begroting spreekt. We zullen er in deze tijd bij moeten stilstaan dat het economisch slecht gaat en dat veel Nederlanders moeten inleveren. De Kamer zal dat dus ook moeten doen. De Kamer heeft in eerdere jaren afspraken gemaakt om te bezuinigen met een zogenaamde inspanningsverplichting. Nu heb je juridisch ook de resultaatsverplichting, en dat klinkt wellicht wel erg hard, maar voor de VVD-fractie is het toch echt essentieel dat die inspanningen om te bezuinigen worden gerealiseerd. Het moet dus voor de Kamer zelf een harde afspraak zijn. Het antwoord in de nota naar aanleiding van het verslag is ons wat dat betreft nog iets te vrijblijvend. Ik wil het Presidium dan ook vragen om toe te zeggen ervoor te zorgen dat de inspanningsverplichting wordt gerealiseerd. In totaal gaat dat over een aantal jaren over 6%.

Bij het werk in de Kamer moeten accenten worden gelegd. Er wordt door de medewerkers van de Kamer hard gewerkt en daar zijn we ook heel blij mee. Je moet echter ook accenten leggen. Het accent ligt wat de VVD-fractie betreft op het controleren van de regering; dat is de wezenlijke taak van de Kamer. Als ik kijk naar de uitgaven, vind ik dat toch niet helemaal terug. Ik kijk dan bijvoorbeeld naar de Griffie plenair en het Bureau Wetgeving. Het is een beetje lastig uit de getallen te halen, maar feitelijk zitten er bij het Bureau Wetgeving maar vijf mensen. Ook het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven, ook vaak het BOR genoemd, is toch wat mager bezet als ik dat bijvoorbeeld afzet tegen de bezetting op de diensten Personeel en Organisatie, Ondersteuning, maar ook Communicatie. Ook dat zijn belangrijke taken, maar de VVD-fractie wil toch graag zien dat er juist voor de kerntaak meer mensen komen. Daarvoor zal er geschoven moeten worden, want er komen geen extra mensen. Er moet geschoven kunnen worden. Ik wil de diensten dus niet weg hebben, ofschoon dat wel een beetje wordt gesuggereerd in de nota naar aanleiding van het verslag. Zo streng ben ik niet, maar de VVD-fractie wil wel meer accent op het onderzoekswerk, dus bij het Bureau Wetgeving en bij het BOR.

Dan kom ik bij het punt enquêtes. Er is een enquête geweest naar de banken onder leiding van de voortreffelijke Jan de Wit, er loopt nu een enquête naar corporaties en er komt een enquête naar de Fyra. Het houden van een enquête is het machtigste middel dat de Kamer heeft en daarvan wordt ook terecht gebruikgemaakt. Je moet dat niet elke week of elke dag willen doen, maar je moet het kunnen doen. Ik zie echter dat er de laatste tijd veel meer onderzoeken plaatsvinden en dat we ook steeds meer onderwerpen gaan aanpakken en bekijken en dat er soms zelfs naar onderwerpen wordt gezocht. Dat heeft de Kamer ooit eerder afgesproken, dus dat is niet een verzinsel van het Presidium geweest. Ik denk dat we dit toch eens met enige zelfreflectie moeten bekijken. Redden we dat allemaal als Kamerleden zelf en redden ook de ondersteunende diensten dat nog wel? We moeten daar echt naar kijken. Ik heb inmiddels uit de krant van vanochtend begrepen, en ik wist het al iets eerder van de journalist die mij gisteren belde, dat de ChristenUnie er een nieuw instrument aan wil toevoegen. Ik zou dan zeggen: gebruik de bestaande instrumenten en ga daar heel kritisch mee om.

Ook bij het belangrijkste wat er is, de enquête, moeten mensen de eed afleggen. Als lid van zo'n commissie heb ik gezien dat een eedaflegging mensen wel iets doet. Daarmee moet je dus heel zorgvuldig omgaan. Je moet er ook voor uitkijken dat je niet te veel doet. Als ik vraag om uit het hoofd op te zeggen welke onderzoeken er zijn geweest, dan moet iedereen namelijk snel nadenken en de iPad pakken.
De voorzitter: De heer Segers voelt zich aangesproken. Gaat uw gang.
De heer Segers (ChristenUnie): Ik voel me niet zozeer aangesproken door het feit dat de betreffende journalist mevrouw Neppérus op zondag heeft gebeld, als wel door het feit dat zij wat kritisch is over het idee van een parlementaire ondervraging. Wil de VVD-fractie zichzelf en de Kamer dit middel per definitie ontzeggen, of staat mevrouw Neppérus open voor het idee om het nader te onderzoeken en te bekijken of het een aanvulling kan zijn op het instrumentarium dat we al hebben?
Mevrouw Neppérus (VVD): Ik wil straks graag luisteren naar de uitleg van de ChristenUnie, maar mijn voorlopige oordeel is als volgt. We hebben al een heleboel instrumenten. Ik zou weleens willen bekijken of we die allemaal nodig hebben. Als je het echter over een eed hebt, dan moet je het echt zorgvuldig doen. Een enquête doe je niet zomaar. Je bereid je daar enorm op voor. Ze kost dan ook tijd. Je moet het echt zorgvuldig doen. Immers, wat hebben mensen onthouden? Dat zal altijd best wel discussie geven. Gebruik dus de bestaande instrumenten. Ik zeg daar nog iets bij. Ik ben een oud-belastinginspecteur en mocht altijd rottige vragen stellen. Als ik nu ga verhoren, dan word ik een soort politieagent of officier van justitie. Daarover wil ik nog weleens goed nadenken. Als er een volledig plan van de heer Segers van de ChristenUnie ligt, dan gaat de VVD-fractie dat uiteraard bestuderen -- dat doet ze altijd -- maar mijn eerste reactie hierbij is toch echt: gebruik je bestaande instrumenten en let op dat je de eed en dat soort elementen bewaart voor het zwaarste middel dat je hebt. Ik ben echter altijd bereid tot lezen.

Ik kom op een ander punt. Er wordt gewerkt naar het Reglement van Orde. Je kijkt ook naar de manier waarop je omgaat met de financiën van de fracties. Als je een nieuwe regeling krijgt, bekijk je ook hoe je omgaat met opgebouwde dingen. Ik zou wat dat betreft weleens willen weten wat dat kan betekenen voor de raming voor de Kamer voor de komende jaren. Heeft dat invloed?

Het zijn financieel krappe tijden. Dat betekent dat niet alleen de Kamer als organisatie maar ook de fracties de tering naar de nering zullen moeten zetten. Vooral als het qua zetelaantal wat beter gaat, hoef je het geld niet op te maken. Dan kun je het overschot ook teruggeven. De VVD-fractie heeft dat nu voor het tweede jaar achtereen gedaan. Het is even slikken als je zo'n betaling ondertekent, zo zeg ik erbij, maar als je wat ruimer in de zetels zit -- dat verschilt -- dan kun je ook zeggen: je hoeft het geld niet op te maken. Enige soberheid in ons doen en laten moeten we ook als fracties betrachten. Je kunt ook geld teruggeven. Het gaat tenslotte om geld van de burger.

We kwamen nog achter iets anders. Ik begreep dat mevrouw Van Toorenburg van het CDA er ook mee bezig is geweest, maar ook ons viel het op. Als je naar het buitenland gaat, krijg je een daggeldvergoeding. Dat is gewoon volgens de reglementen. Het is ontleend aan ambtelijke regels, zo zeg ik er op basis van mijn ambtelijke jaren bij. Als je echter zelf alleen maar dat flesje cola in de trein of dat kopje koffie op het vliegveld betaalt en verder van alles krijgt aangeboden, zullen we dan als collega's onderling ook niet eens tegen elkaar zeggen: als het echt maar om een paar dagen gaat en je weet dat je alles krijgt, zullen we daar dan maar eens mee stoppen? Goed voorbeeld doet immers vast volgen.


De voorzitter: Dank, mevrouw Neppérus. Dan geef ik graag het voorzitterschap van deze vergadering voor de rest van de dag aan u over, wellicht tot uw tweede termijn.
Voorzitter: Neppérus
De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan de heer Schouw. Althans, mijnheer Heijnen, gaat u weg of blijft u? U blijft.

Dan geef ik het woord aan de heer Heijnen van de PvdA.


De heer Heijnen (PvdA): Ik dacht: ik wil niet de hele dag het voorzitterschap, ik wil wel meedoen. U, voorzitter, bent van de grootste partij. Mevrouw Berndsen is verhinderd. Dan past het om u het voorzitterschap te gunnen.

Voorzitter. Enige jaren geleden is er een parlementaire zelfreflectie geweest. Die heeft geleid tot meerdere goede voornemens, vooral met betrekking tot informatievoorziening van de Kamer, ondersteuning van de fracties, de onderzoeksagenda, beperking van het aantal spoeddebatten et cetera.

De onderzoeksagenda wordt nu geëvalueerd. Er is vorige week een notitie verschenen, maar die maakt nog geen onderdeel uit van de agenda voor deze vergadering. Hoe denkt het Presidium daarmee verder te gaan? In de stukken stelt het Presidium voor om de resultaten extern te laten evalueren. De fractie van de PvdA geeft er de voorkeur aan om dat in eerste instantie intern te doen, bijvoorbeeld door de commissie voor de Werkwijze der Kamer of door een ad hoc samen te stellen groep Kamerleden. Het heeft echt de voorkeur van mijn fractie om in eerste instantie zélf te kijken wat de evaluatie heeft opgeleverd en of wij moeten beginnen met een parlementaire zelfreflectie 2.0.

Als bijdrage daaraan kom ik nu met een beschouwing over de dertigledendebatten. De lijst groeit geweldig. Ik meen dat het nu drie à vier maanden duurt voordat je aan de beurt bent als je vandaag een dertigledendebat aanvraagt. Dat moeten wij niet willen, daar moeten wij iets aan doen. Zou het een idee zijn om net zoals bij aangehouden moties een verzoek om een dertigledendebat na enige tijd te schrappen, tenzij de initiatiefnemer opnieuw aangeeft daaraan te hechten? Leidt dat niet tot een beperking van die lijst waardoor dertigledendebatten die immers met spoed worden aangevraagd, dan ook binnen een of twee maanden daadwerkelijk aan de orde kunnen komen? Nu besteden wij heel veel tijd om na te gaan of die verzoeken nog actueel zijn. Laat ons gewoon het regime van aangehouden moties volgen. Ik meen dat die na drie maanden vervallen. Bij de dertigledendebatten mag dat voor mij nog wat sneller, tenzij de initiatiefnemer zegt het nog steeds opportuun te vinden en het verzoek handhaaft. Het is een poging. Het Presidium kan de vraag afzonderlijk beantwoorden, of onderbrengen in de evaluatie van de parlementaire zelfreflectie.


Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp de frustratie over de lange lijst dertigledendebatten wel. Als de heer Heijnen dat punt aansnijdt, verwacht ik ook dat er gekeken wordt waar het misgaat in de commissies. Het is vaak een noodzaak voor partijen die wel iets willen agenderen maar in de commissie geen meerderheid daarvoor krijgen. Voelt de fractie van de PvdA er niet voor om het probleem via die route aan te pakken en ervoor te zorgen dat een minderheid debatten kan agenderen die niet voortdurend door de regeringspartijen geblokkeerd worden? Zou dat niet een veel heilzamer weg zijn?
De heer Heijnen (PvdA): Wij zitten daar principieel in als het gaat om rechten van minderheden. De ene dag kan immers heel anders zijn dan de andere en dat geldt voor alle partijen. Het is ook principieel voor de rol van het parlement als controleur van de regering. Het vergt de inzet van alle kanten om daarmee op een verstandige manier om te gaan. Als een minderheid voortdurend vraagt om over onderwerpen die al geagendeerd zijn tussentijds te debatteren, kan van een coalitiepartij niet de coulance gevraagd worden waarop mevrouw Ouwehand nu doelt.

Andersom, als het een zaak is waaraan een minderheid heel sterk hecht en die niet spoort met wetgeving die onderweg is of met grote beleidsdebatten die al aangekondigd zijn, heeft de minderheid recht op de coulance van de meerderheid om daarin te voorzien. Daartoe strekt mijn voorstel.


Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp dat allemaal wel, maar ik hoor nog steeds geen antwoord van de PvdA op het dilemma dat zich vaak afspeelt in commissies. De heer Heijnen is niet altijd bij de commissie EZ of bij de commissie Landbouw. Dat maakt trouwens niet uit, want het speelt in andere commissies ook. Een van de regeringspartijen is continu op volle sterkte aanwezig om de commissieagenda te bepalen. De partij van de heer Heijnen zou daar iets tegenover kunnen stellen door ook voortdurend op volle sterkte aanwezig te zijn om haar principiële keuze voor de rechten van minderheden in te brengen, maar dat doet de Partij van de Arbeid niet. Het gevolg is dat voortdurend voorstellen voor gewone commissiedebatten, die de plenaire agenda dus niet belasten, worden weggeveegd. Daardoor ziet de oppositie zich steeds vaker genoodzaakt om een onderwerp via een dertigledendebat toch te agenderen. Ik vind dat heel vervelend. Wat is het antwoord van de Partij van de Arbeid op die dynamiek?
De heer Heijnen (PvdA): Ik zal me daarin verdiepen. Als waar is wat mevrouw Ouwehand zegt, namelijk dat er door coalitiepartijen in de commissie systematisch debatten die over dieren gaan worden weggedrukt, dan zal ik me daarover met mijn collega's verstaan. Mevrouw Ouwehand weet dat er wat mij betreft niet vaak genoeg over dieren gesproken kan worden. Iemand die mij persoonlijk een beetje kent, weet dat ik dat het allerleukste vind van het Kamerwerk. Nee, dat is een grapje.
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik doel niet alleen op de commissievergaderingen van Landbouw.
De voorzitter: We doen de interrupties in twee etappes. De heer Heijnen gaat verder.
De heer Heijnen (PvdA): Ik neem dit signaal serieus en ik zal daar echt op terugkomen bij mevrouw Ouwehand.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik dacht dat heer Heijnen ook onze vraag had beantwoord, maar dat is toch niet zo. Ik ga dus nog even verder. Ik herken het feit dat het voor een coalitiepartij altijd lastig is om op deze manier geconfronteerd te worden met een opstandige minderheid. Laat ik daar eerlijk over zijn. Ik zie het nu echter zelf ook gebeuren. Ik zie zelfs dat hoorzittingen niet eens meer kunnen worden geagendeerd in een commissievergadering, omdat de coalitiepartijen dat in voorbesprekingen al helemaal dichtgetimmerd hebben. Kan de heer Heijnen serieus met ons meedenken over de vraag of we een soort dertigledenalgemeenoverleg kunnen organiseren? Zo kunnen we die kramp, die ik herken, maar die zich nu wel heel erg manifesteert, eens een keer doorbreken. Ik pleit voor meer ruimte in de commissievergaderingen. We hebben genoeg goede zalen voor algemene overleggen. Inmiddels hebben we zelfs dankzij de Kamer goede verbindingen met buiten. We zouden een grote slag kunnen maken en serieuze debatten kunnen voeren, in plaats van dat de coalitiepartijen, op volle sterkte aanwezig in voorgeregelde procedurevergaderingen, alles krampachtig in hun mandje proberen te krijgen.
De heer Heijnen (PvdA): Ik stel voor dat dit punt wordt geadresseerd met de commissievoorzitters. We behandelen nu de raming en de werkwijze van de Kamer. Voor mij is het nu niet mogelijk om in algemene zin de gang van zaken in iedere commissie van een beschouwing te voorzien. Ik sprak over de lijst dertigledendebatten. Die is te lang en dat leidt ertoe dat een minderheid maanden moet wachten voordat een onderwerp op de agenda staat. Daar wil ik wat aan doen en daarom heb ik daartoe een voorstel gedaan.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): We zien dat die lijst van dertigledendebatten zo lang wordt juist omdat het in de commissies niet goed gaat. Het is dus een integraal verzoek. Het zou de heer Heijnen sieren als hij toezegde dit integraal op te willen pakken met de Voorzitter en de commissies, want het één komt natuurlijk door het ander.
De heer Heijnen (PvdA): Ik zie dat er waarschijnlijk een verband is en dat zal ik graag bespreken bij de evaluatie van de werkwijze, niet door externen, maar door onszelf.

Ik ga door met het toenemende beslag dat de verslagen van de Europese toppen op de plenaire agenda leggen. We waren gewend om voor een Europese top een plenair debat te hebben. Tegenwoordig doen we het ook na een Europese top. We doen het ook na de Europese ministerraden. Naar mijn smaak belast dat de plenaire agenda te veel. De Voorzitter schrijft dat dit wel meevalt, maar ik waag dat toch te betwijfelen. Ik zou me kunnen voorstellen dat de voorbereiding en terugkoppeling van die Europese raden ook in een overleg in een van de commissiezalen kan plaatsvinden tijdens een plenaire vergadering. Niet iedere partij doet aan alle wetgeving mee. Het moet dus zo te organiseren zijn dat, ook met inachtneming met de positie van kleine partijen, debatten over Europa plaatsvinden tijdens de gewone plenaire agenda van de Kamer.

Er komt een onderzoek naar elektronisch stemmen. De PvdA heeft een beetje het gevoel dat de Voorzitter daarmee heel hard loopt. We zouden als Kamer toch eerst de voors en tegens goed in beeld willen brengen, alvorens opdrachten te geven aan wie dan ook om daar voorbereidingen voor te treffen. Is het Presidium bereid om eerst met de Kamer in gesprek te gaan over het op gang brengen van die trein, in plaats van die trein te laten lopen en ons halverwege op een wagon mee te nemen?

Het Presidium wijst op een gemiddelde doorlooptijd van negen maanden voor wetgeving in de Kamer. De PvdA vindt dat te ruim. Weliswaar is negen maanden een beetje een constante in de tijd, maar als je daarbij de tijd optelt die het kabinet nodig heeft om tot wetgeving te komen en de tijd die de Eerste Kamer eraan besteedt, dan kom je in Nederland al gauw op een periode van twee jaar; die loopt van het moment van initiatie tot het moment van publicatie in het Staatsblad, dat tegenwoordig elektronisch is.

Dat vinden wij te lang. Ik denk echt dat 2013 in voorkomende gevallen snellere wetgeving vergt dan 1932. Daar moeten wij onze methoden op toesnijden. Is het Presidium dus bereid om onderzoek te doen naar het versnellen van het wetgevingsproces in de Kamer?

Ik kom nu op de ondersteuning. Bureau Wetgeving kampt buiten recestijd met structurele onderbezetting. Hierdoor komen amendementen en initiatieven niet altijd snel genoeg; wel wanneer die op de Kameragenda geagendeerd staan, maar niet als je daar enige tijd voor wilt nemen en die eerder wilt voorbereiden. Kamerleden moeten hun amendementsvoorstellen eerder doen. Dat is zo, maar uitbreiding van dit bureau is het meest complementair op fractieondersteuning. Wij leggen dus echt het accent op fractieondersteuning. Wat hebben wij dan verder van de Kamerorganisatie nodig, naast de voortreffelijke ondersteuning op het vlak van beveiliging en catering en de ondersteuning door de Griffie? Dat is toch de ondersteuning van Bureau Wetgeving. Daarvoor willen wij dus graag uitbreiding en wel met vaste mensen. Wij hebben namelijk de indruk dat zowel bij het BOR als bij Bureau Wetgeving de uitbreiding waartoe besloten is bij de parlementaire zelfreflectie, vooral door tijdelijke mensen is ingevuld, terwijl het hierbij gaat om kennis die in de organisatie moet beklijven, om de continuïteit van kennis. Dit heeft echter nauwelijks geleid tot vaste aanstellingen.

Wij zijn heel blij met de ontwikkeling van ProDemos. Het aantal bezoekers aan het Binnenhof, de Tweede Kamer en de andere instituties van onze rechtsstaat is zeer toegenomen in de afgelopen vijf jaar. Wij zijn er evenwel nog niet. Op jaarbasis komen namelijk slechts 65.000 leerlingen via ProDemos binnen. Het gehele bezoekersaantal is, naar ik meen, 125.000 op jaarbasis. Als je je realiseert dat iedere jaargang Nederlanders ongeveer 200.000 mensen telt -- het geboortecijfer in het laatste jaar was volgens mij 190.000 -- zitten wij nog niet op de helft van het aantal jongeren dat voor het 18de levensjaar naar het oordeel van de Partij van de Arbeid hier uitgenodigd moet kunnen worden. Je kunt ze niet verplichten. Dat willen wij ook niet. Onze omstandigheden moeten echter zo zijn dat in beginsel iedereen voor zijn 18de ons hier aan het werk heeft kunnen zien, niet omdat wij ijdel zijn, maar omdat wij denken dat dit een bijdrage levert aan de parlementaire democratie en de kennis daarvan. Uit onderzoeken van ProDemos blijkt ook dat het politieke bewustzijn van leerlingen toegenomen is als zij hier dat programma hebben doorlopen. Is het Presidium bereid om de lat in ieder geval op 150.000 leerlingen te leggen? Dan zijn wij er nog niet helemaal, maar dat is ongeveer twee keer het aantal dat nu komt.

Dan kom ik op de financiële stand van zaken. Wij moeten nog flink bezuinigen, namelijk 2,3 miljoen vanaf 2016 tot 2018. Afhankelijk van het aanvullende bezuinigings- en begrotingsakkoord moeten wij al in 2014 nog een keer 1,24 miljoen bezuinigen, als ik het goed heb gezien. Dan moeten er prioriteiten worden gesteld. Voor de Partij van de Arbeid ligt de prioriteit bij de fractieondersteuning. Daar willen wij zo min mogelijk en liever helemaal niet aankomen. Wij willen dat niet, omdat de communicatie van Kamerleden via mails, bezoeken en wat dies meer zij alleen maar toeneemt.

Wij zien wel mogelijkheden bij informatievoorziening, voorlichting en communicatie van de Kamer als geheel. Dit zou al veel langer aan de orde moeten zijn, maar dat komt er maar niet van. Er loopt al veel langer een belofte van een onderzoek naar de mogelijkheden om dit alles te beperken. In 2013 wordt de kennisvergaring ook anders georganiseerd dan via de rapporten voor een overleg, voor een debat, waarin je wat krantenknipsels krijgt, terwijl je de voorbereiding al heel lang achter de rug hebt. Dat moet echt anders. De informatievoorziening van de Kamer kan echt op de schop.

Ik ben ook erg beducht voor alle ICT-projecten en de kosten daarvan. Wij hoeven niet voorop te lopen in de ontwikkeling. Wij moeten wel een van de first adopters zijn, maar wij hoeven het hier niet uit te vinden. Daar kan naar onze smaak dus op bezuinigd worden.


De voorzitter: U nadert de tien minuten.
De heer Heijnen (PvdA): Ik weet het en ik ga ook vaart maken.

Als het gaat om arbeidsongeschikten, hebben we nu absolute aantallen in plaats van quota. Dat betekent dat de Kamer in de periode 2015-2020 25 arbeidsgehandicapten extra in dienst moet nemen, oftewel vijf in 2015. Wil het Presidium beloven dat het er alles aan gaat doen om vijf mensen met een WSW-, WIA- of Wajong-uitkering per 1 januari 2015 in dienst te nemen?

Wil het Presidium ook kijken naar vaste en tijdelijke contracten? Ik wil zo veel mogelijk mensen in vaste dienst. Misschien moeten we ook weer kijken naar de schoonmaak. Volgens het regeerakkoord gaan we de onderste loonschalen weer vullen, ook met schoonmaakpersoneel. Dan moet de Kamer daarin het voorbeeld geven en niet alleen minister Blok daarop aanspreken. Wat de Partij van de Arbeid betreft gaan we daar weer naar kijken.

Ten slotte: de maquette voor blinden en slechtzienden. Er schijn een hick-up te zijn; een investering die de Kamervoorzitter niet zou willen, maar die de betrokkenen wel zouden willen. Je kunt niemand aan het onmogelijke houden, maar de Partij van de Arbeid zou het erg op prijs stellen als wij worden geïnformeerd over de vraag of we dat echt niet kunnen doen.

Ik vrees dat ik het van de voorzitter hierbij moet laten.
De

  1   2   3   4   5   6   7

  • Voorzitter: Heijnen Griffier: Hendrickx
  • Ouwehand

  • Dovnload 296.11 Kb.