Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken

Dovnload 296.11 Kb.

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken



Pagina3/7
Datum05.12.2018
Grootte296.11 Kb.

Dovnload 296.11 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Voorzitter: Heijnen
Mevrouw Neppérus (VVD): Als VVD-woordvoerder wil ik toch even reageren. Iedereen moet de tering naar de nering zetten en voor de VVD is het helder dat de Kamer dat dan ook doet en dat we ons aan afspraken houden. Het kan echt best wat efficiënter af en toe, ook bij fracties. Laten we dat eerlijk toegeven. Je kunt prioriteiten stellen voor de onderwerpen die je wilt aansnijden. Is mevrouw Ouwehand ook van zins zelf prioriteiten te stellen in haar werk?
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik doe niet anders. Als de VVD wil vasthouden aan de bezuinigingen, wat ik hier een beetje proef, kan ik nog opmerken dat uit onderzoek blijkt dat oppositiefracties hun controlerende taak beter uitvoeren. Zij doen beter hun best en werken beter om de regering te controleren. Het interessante is dat de hoogleraar empirische politicologie aan de Universiteit Leiden, Rudy Andeweg, zelfs heeft gesteld dat je dan de discussie zou kunnen voeren over het enigszins beter ondersteunen van oppositiefracties. Als de VVD graag budgetneutraal wil werken en toch de kwaliteit van het parlement wil handhaven, zou de VVD kunnen zeggen dat er wat meer geld moet worden geschoven naar de ondersteuning van de oppositiefracties, want die fracties blijken dat werk nog beter te doen ook!
Mevrouw Neppérus (VVD): De VVD heeft ook weleens in de oppositie gezeten. Kennelijk deed de VVD het toen beter. Er zijn heel goede hoogleraren in Leiden; zeker toen ik er nog studeerde waren die er. Kennelijk zijn er ook hoogleraren die de oppositie steunen. Ik neem daar kennis van. Ik wil van mevrouw Ouwehand eens weten of zij zelf genegen is om te bekijken of het af en toe wat efficiënter kan, ook binnen de eigen fractie, in plaats van alleen maar te vragen om meer, meer, meer. Dat wil namelijk elke burger in Nederland ook. Is mevrouw Ouwehand bereid om na te denken over het stellen van prioriteiten? Ik heb nog geen antwoord gehad op die vraag.
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat antwoord heb ik wel gegeven. Ik heb tegen mevrouw Neppérus gezegd: "Ik doe niet anders." Als zij wil weten hoe dat in de praktijk gaat, mag ze best een dagje meelopen bij de Partij voor de Dieren, of een week of een maand. Misschien hebben wij nog wel wat klusjes uit te besteden. Laat ik het zo zeggen: als mevrouw Neppérus het niet gelooft, kan zij komen kijken. Wij zijn voortdurend bezig met het stellen van prioriteiten. Dat is helaas zo, denk ik. Wij moeten meer schrappen in de zaken die wij kunnen doen, waar wij kritische vragen over willen stellen, dan wij toekomen aan het daadwerkelijk beantwoorden van zorgvragen die burgers bij ons neerleggen. Dat is het punt dat ik wil maken. Ik wil dat met alle liefde aan mevrouw Neppérus laten zien, zeker als zij denkt dat zij het misschien anders zou doen.
Voorzitter: Neppérus
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vervolg mijn betoog. Laten wij onszelf serieus nemen. Wij zitten hier niet voor onze eigen eer en glorie, maar voor het volk dat ons gekozen heeft. Het is van groot belang om onze ondersteuning goed op peil te hebben.

Ik kom nu op onze voorbeeldrol. Het zal niemand verbazen dat de Partij van de Dieren in dat verband nadrukkelijk vraagt om duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord gedrag, zoals dat zo mooi heet. Het is fijn dat de ChristenUnie ook al aandacht heeft gevraagd voor de FairPhone als een van de dingen die het parlement zou kunnen doen. Meer concreet: ik ben benieuwd of het Presidium een soort coherentie duurzaamheidsnota of een nota voor maatschappelijk verantwoord gedrag voor de Tweede Kamer wil maken. Ik heb er de afgelopen dagen namelijk een beetje naar gezocht en het staat her en der. Er zijn losse flarden. Het is volgens mij goed als wij eenduidig opschrijven en uiteen kunnen zetten wat wij hier doen om ons duurzaam te gedragen en rekening te houden met mensenrechten wereldwijd.

De Partij voor de Dieren heeft daar wel een aantal ideetjes voor. Wij zouden daar dus aan kunnen meewerken. De FairPhone is zojuist al genoemd. Bij voedsel zit een enorme duurzaamheidscomponent. Kunnen wij bijvoorbeeld met elkaar afspreken dat wij een groei laten zien in het aandeel biologisch? Consumenten in de supermarkten doen dit allang. Kunnen wij ons daarbij aansluiten? Verder moeten wij kijken naar de manier waarop wij ons verplaatsen. Een aantal Kamerleden heeft het al gehad over buitenlandse reizen. Ik ben dit jaar voor het eerst naar de Internationale Grüne Woche in Berlijn gegaan. Wat ik daarvan vind, zal ik verder achterwege laten. Ik wilde erg graag met de trein reizen. Ik vind het heel erg logisch om op zijn minst naar je buurlanden gewoon met de trein te gaan. Ik was heel verbaasd dat de afspraak is dat wij alleen met de trein reizen als de bestemming niet verder dan 500 kilometer is. Collega's gingen dus met het vliegtuig. Ik vind het onzin om met het vliegtuig naar Berlijn te gaan, dus ik ging met de trein. De grote grap was dat het vliegtuig niet wilde starten en dat ik er nog eerder was. Ik vraag het Presidium om de cirkel van 500 kilometer wat te vergroten. Het kan toch niet zo zijn dat je naar je buurlanden het vliegtuig pakt? Laten wij van die 500 kilometer 700 kilometer maken, zodat in elk geval Berlijn er ook in valt. Ik vind dat wij ook gewoon met de trein naar Londen moeten gaan. Ik weet niet of dat altijd gebeurt of dat men daarvoor ook af en toe het vliegtuig pakt. Wij kunnen op dit punt toch een beetje laten zien dat wij ons best doen om de milieubelasting zo klein mogelijk te houden?

Nogmaals, wij hebben daarover allerlei voorstellen, dus als er een coherente duurzaamheidsnotitie komt, willen wij daar graag aan meeschrijven.

Mijn laatste vraag betreft een kleinigheid. Ik merk dat ik er grote moeite mee heb dat wij als Kamerleden ongevraagd zo ongelofelijk veel spullen krijgen toegestuurd, vooral notities en boeken. Dat is allemaal goedbedoeld, maar het gaat huppakee de papierbak in. Als individueel Kamerlid kun je onmogelijk tegen iedereen zeggen: wil je mij iets sturen, doe het niet, want je weet niet wie van plan is om je iets te sturen. Kan het Presidium op internet communiceren dat iemand die Kamerleden iets wil sturen, dat digitaal kan doen, en waar zij te vinden zijn? Als Kamerleden alsnog de papieren versie willen hebben, vragen zij daar vanzelf wel om. Zou daar iets voor te regelen zijn? Ik vind het zo vreselijk zonde van al het werk, de moeite en de grondstoffen die zijn gebruikt, dat al die spullen maar blijven komen en dat het meeste ongelezen de papierbak ingaat.
De voorzitter: Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de eerste termijn van de zijde van de fracties die hier hebben gesproken.
De vergadering wordt van 11.32 uur tot 12.35 uur geschorst.
De voorzitter: Ik heropen dit wetgevingsoverleg over de Raming Tweede Kamer 2014. Ik geef het woord aan de Voorzitter van het Presidium.
Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Mevrouw de voorzitter. Nu mag ik het een keer zelf zeggen. Mede namens de andere leden van het Presidium wil ik onze collega's oprecht danken voor hun inbreng in eerste termijn. Zij hebben heel veel vragen gesteld, soms stevige en soms lastige, en soms waren het breinbrekers. De vragen, opmerkingen en kritische noten getuigen van een grote betrokkenheid bij ons werk, bij onze collega's, onze medewerkers en de medewerkers van de Tweede Kamer. Het is goed om te horen dat de Kamerleden hun inzet waarderen en dat ook uitspreken in dit publieke debat.

"In Amerika hebben ze een computer in het parlement. Daarmee kun je alle openbare stukken inzien. Dat moeten we hier ook hebben, en dan moeten we het zo doen dat we daarin ook alle openbare documenten van de verschillende departementen stoppen." Zo nam mijn ambtsvoorganger, de heer Anne Vondeling, het voortouw in de automatisering in ons parlement. Dat was in 1978. Tien jaar later sprak een andere ambtsvoorganger. "Wij zullen zeker ook de komende jaren nog allerlei ontwikkelingen zien, zoals het vertonen van agenda's op beeldschermen, als dat mogelijk zou zijn." Dat zei de heer Dolman bij de Raming op 29 juni 1988. Dat is op de kop af 25 jaar geleden.

In de Kamer van toen, zo maak ik op uit de Handelingen van toen, heerste een zekere opgewondenheid. De eerste paal voor de nieuwbouw van de zaal van de Tweede Kamer zou kort na de Raming de grond in gaan. Het debat ging in die dagen over de inhaalslag met onder andere nieuwe elektronische middelen, die de Kamer tegelijk met de realisatie van de nieuwbouw kon introduceren. U kent het wel: een nieuw huis, dus alles kon anders en beter.

Het is aan de Kamerleden om te beoordelen of aan al die verwachtingen van toen tegemoet is gekomen, maar feit is dat ook in de Kamer forse stappen zijn gezet. Dat is dagelijks zichtbaar, in deze zaal en in veel andere zalen. Een aantal van onze collega's staat met een iPad aan de interruptiemicrofoon, of zelfs op het spreekgestoelte, of achter de tafel, zoals mevrouw Van Toorenburg dat vandaag deed. Tijdens debatten raadplegen Kamerleden een smartphone of een tablet om te kijken of de dingen die worden gezegd, wel kloppen.

25 jaar geleden realiseerde niemand zich dat er op de bankjes een USB-aansluiting moest komen, zodat de smartphones tijdens het debat ook konden worden opgeladen. Wij realiseerden ons ook niet dat de Kamerleden tijdens het debat rechtstreeks met hun volgers -- dat woord had 25 jaar geleden bepaald een andere impact dan nu -- zouden kunnen communiceren, dat zij via de sociale media zouden kunnen zeggen wat zij zojuist in het debat hadden gedaan en dat de volgers via diezelfde sociale media de Kamerleden zouden kunnen opporren om er in het debat nog eens extra tegenaan te gaan. Dat zijn allemaal dingen die zijn weerslag hebben in het debat van tegenwoordig. Alles is draadloos te volgen, tot in alle uithoeken van de wereld. Ook dat is nieuw.

Er zijn veel stappen voorwaarts gezet, maar er liggen ook allerlei terreinen braak. Veel Kamerleden kennen mijn wens om de Kamer transparanter te maken. Met nieuwe mogelijkheden doemen echter ook beperkingen op of nieuwe uitdagingen. De Kamer via het internet volgen vanuit de huiskamer of vanaf de werkplek kan, maar zodra een motie wordt ingediend, is het voor een buitenstaander best moeilijk om het debat te volgen. De motie wordt voorgelezen, maar de buitenstaander kan haar niet meelezen. De discussie die over deze motie ontstaat, is dan ook moeilijk te volgen. Dat zou toch moeten veranderen.


Uit het ontsluiten van de parlementaire debatten, zoals we dat de afgelopen jaren gedaan hebben, niet alleen in de plenaire zaal maar in alle zalen, volgt de plicht ervoor te zorgen dat de mensen die naar de debatten kijken, deze ook kunnen begrijpen. Daarom, zeg ik in antwoord op een aantal van u, is er sprake van elektronisch stemmen. Dit is niet bedoeld als een speeltje van de Voorzitter. Het is zeker niet bedoeld om tijdwinst te boeken, hoewel dit bij hoofdelijke stemmingen waarschijnlijk wel het geval zal zijn. Volgens mij is de meerwaarde van het elektronisch stemmen het transparant maken van het stemgedrag van fracties en individuele leden voor het publiek. Dat schept een duidelijkheid die past bij een eigentijdse en transparante democratie.

U moet zich het volgende voorstellen. De stemming wordt uitgezonden op Politiek 24, maar wat de leden tijdens een hoofdelijke stemming zeggen, is niet te verstaan. Het is technisch ook bijna niet mogelijk om tijdens een hoofdelijke stemming in beeld te brengen wie er stemt en te horen of hij of zij voor of tegen is, terwijl het idee van een hoofdelijke stemming juist is dat je laat merken of je voor of tegen iets bent.

Het elektronisch stemmen wordt nu nader onderzocht. Tegen de heer Heijnen kan ik zeggen dat dit onderzoek zich op dit moment beperkt tot de dingen die hij belangrijk vond, zoals de vraag of dit in staatsrechtelijke zin past en de vraag wat de voor- en de nadelen zijn. Heel praktisch vergt dit ook allerlei technische aanpassingen en daar zijn kosten mee gemoeid. Over die zaken kan ik als Voorzitter niet in mijn eentje beslissen. Dat zou ik ook niet willen. In gesprek met elkaar moeten we tot dat besluit komen.

Ik sprak over de zindering in het debat van 25 jaar geleden, toen iedereen dacht: o, misschien wordt de agenda zichtbaar op een beeldscherm. Die zindering is nu echt verdwenen. Meer nog dan toen realiseert iedereen in de Kamer zich dat alle wensen met betrekking tot innovatie kostbaar zijn. Investeren in noodzakelijke vooruitgang betekent soms ook afscheid nemen van zaken en van werkwijzen waaraan we gewend zijn en waarvan we ons op dit moment ook niet kunnen voorstellen dat we ooit zonder kunnen. 25 jaar geleden hingen er overal groentjes waar de agenda op stond. Zelfs tien jaar geleden hingen ze nog overal. Nu weten de meeste Kamerleden niet meer dat ze bestonden en wat groentjes waren. Heel veel mensen weten ook niet meer wat witte stukken zijn. Dat waren de gedrukte stukken en daar zijn we lang geleden mee gestopt. Toen dat voorstel kwam, leverde dat veel gefronste wenkbrauwen op van mensen die daar aan gehecht waren en daar hun eigen werkwijze in hadden. Soms neem je dus bewust afscheid van iets en soms kun je je later niet meer voorstellen dat je je er zo druk over hebt gemaakt.

Zoals de heer Vondeling destijds sprak over de introductie van de computer, zo spreken wij nu over toepassing van sociale media als hulpmiddel bij ons werk. Bij mijn verkiezing als Voorzitter sprak ik al over twitterdebatten. Het zou toch op zijn minst mogelijk moeten zijn dat wij naast de agenda en de titel van het debat op het beeldscherm ook een hashtag kunnen noemen. Op die manier kunnen mensen al een beetje gestructureerd via twitter over onderwerpen discussiëren.

De hoorzitting of het rondetafelgesprek is een veelgebruikt instrument. Iemand -- ik weet niet meer wie -- zei dat ze worden geblokkeerd, maar de cijfers laten zien dat we nog nooit zo veel uren hoorzittingen hebben gehad als de afgelopen jaren. Het gebruik van dit instrument neemt dus toe. Bij dit instrument moeten mensen fysiek naar ons toe komen. Het zou toch mogelijk moeten zijn om opvattingen en meningen uit de samenleving digitaal naar ons toe te halen. Een zelfbewust en professioneel parlement als het onze durft het debat met de samenleving toch aan te gaan? Ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van ons werk hierdoor zal toenemen.

De heer Dolman sprak 25 jaar geleden over het zichtbaar maken van agenda's op beeldschermen. Ik spreek vandaag over interactieve media waarmee we, ongeacht de afstand, met elkaar kunnen vergaderen en debatteren. Mijn ambtsvoorgangers wisten niet waar zij zouden uitkomen toen zij hun opmerkingen maakten en ik weet dat evenmin. Ik durf hier echter veilig te voorspellen dat de werkwijze van ons parlement ook door de toegenomen digitalisering de komende jaren zal blijven veranderen.
De fracties hebben een aantal thema's aangeroerd, waar zij een reactie van het Presidium op willen. Daarnaast zal ik ingaan op de specifieke vragen van de Kamerleden. Een van de grote thema's betreft de impact van de inspanningsverplichting voor de fracties en de ambtelijke organisatie. De bezuinigingen die iedereen in Nederland raken en die iedereen in Nederland voelt, raken ons ook hier in huis. Alle fracties zijn dit jaar gekort op het budget voor hun fractiekosten. Ook volgend jaar zal dit het geval zijn. Dezelfde inspanningsverplichting wordt geleverd door de ambtelijke organisatie. Laat ik duidelijk zijn: bezuinigingen doet pijn. Dat laat onverlet dat een inspanningsverplichting niet vrijblijvend is. Ik voel het als mijn verantwoordelijkheid dat wij als Tweede Kamer ook van onszelf vragen wat wij anderen opleggen.

Met de uitvoering van de inspanningsverplichting die voortvloeit uit voorstellen van het kabinet-Rutte I liggen wij nu op koers. De nieuwe bezuinigingstaakstelling van het huidige kabinet wordt de komende jaren nader uitgewerkt. Het Presidium heeft aan de minister van Binnenlandse Zaken laten weten ook deze bezuinigingstaakstelling te zien als een inspanningsverplichting. Deze geldt, zoals wij hebben begrepen, vanaf 2016. Wij kunnen ons daar dus nog op voorbereiden en wij kunnen maatregelen nemen. Bij een toenemende werkdruk, zoals wij die ervaren, zijn bezuinigingen echter niet eenvoudig te realiseren. Door eerdere bezuinigingsrondes is er inmiddels echt wel heel veel vet van de botten. Het doet mij dan ook deugd dat ik vandaag verschillende Kamerleden voorstellen heb horen doen die de kosten omlaag zouden moeten brengen. Ik hoop dat wij daarover komend jaar nader met elkaar kunnen spreken. Ons aantal activiteiten groeit nog steeds, terwijl het aantal ambtenaren afneemt. Het verkleinen van het aantal ambtenaren was een afspraak die wij hebben gemaakt onder het kabinet-Balkenende I -- zo veel rondes zijn er al geweest -- en die hebben wij gerealiseerd.



Ik maak nog een opmerking over de fractiekostenregeling. Een aantal Kamerleden heeft daarover al iets gezegd. De huidige regeling is toe aan een update. Daar wordt op dit moment hard aan gewerkt en over onderhandeld door de fractiesecretarissen en ook door de ambtelijk secretarissen. De berekening van de hoogte van de bijdrage is complex want het aantal regels en toepassingsnormen is groot. Het eigentijds maken van de regeling, zoals die eerder was voorzien, is vertraagd door de verkiezingen, maar is nu weer ter hand genomen. Ik begrijp dat wij daarmee inmiddels in een vergevorderd stadium zijn, al is het nog niet afgerond. Het past mij nu niet, zoals een aantal Kamerleden heeft gevraagd, om daarin stelling te nemen. Het is in handen van de fracties. Zij zullen daarover binnenkort tot besluitvorming moeten komen. Wat ik interessant vind -- dat geef ik aan de hele Kamer mee ter overweging in deze onderhandelingen -- is dat er fracties, kleine fracties, zijn die zeggen dat zij niet toekomen aan hun controlerende taak omdat zij daar niet voldoende budget voor hebben, terwijl een grote fractie, toevallig de grootste fractie in huis, zegt dat zij al twee jaar in een rij geld heeft kunnen terugstorten. Misschien is dat ook een aardige bouwsteen voor de onderhandelingen die gaande zijn tussen de fracties. Nogmaals: de onderhandelingen vinden dus niet plaats vanuit het Presidium met de fracties, maar tussen de fracties onderling.
Mevrouw Ouwehand (PvdD): De voorzitter van het Presidium, de Voorzitter van de Kamer, zegt aan de ene kant dat zij nog geen stelling neemt betreffende de fractiekosten omdat de Kamer daar zelf nog over spreekt. Aan de andere kant proef ik bij haar dat zij wel voelt voor de, neem mij niet kwalijk, redelijk simplistische redenering "er wordt bezuinigd, dus moeten wij dat ook doen". Ik zou graag een Voorzitter zien met een zelfstandige kijk op de waarde van het controlerende werk van het parlement en met een eigen oordeel over hoever je daarin kunt snijden, juist in tijden dat er heel grote veranderingen op stapel staan, gezien de bezuinigingen die er vanuit het kabinet komen. Er is alles voor te zeggen om je parlement niet te verzwakken, maar juist te verstevigen om goed en kritisch mee te kunnen kijken. Is de Voorzitter bereid om die rol op zich te nemen en om voor het parlement en haar werk te gaan staan?
Mevrouw Van Miltenburg: Natuurlijk sta ik voor het parlement en voor het werk en de kwaliteit van het werk dat het parlement verricht. De minister van Binnenlandse Zaken heeft het Presidium laten weten dat er voor de gehele rijksoverheid een bezuinigingstaakstelling geldt en dat er dus ook een bezuinigingsopdracht komt te liggen bij de Tweede Kamer. We hebben daarover in het Presidium gesproken. Het Presidium heeft vervolgens gezegd: het zal moeilijk zijn, maar wij vinden het wel belangrijk dat we met het oog op datgene wat de Kamer van de samenleving vraagt, ook kritisch naar onszelf kijken om te bezien of er nog dingen zijn waarbij wij ook met minder toekunnen. Ik spreek hier namens het gehele Presidium. Zo doen we dat namelijk in het Presidium. Ik zie het als een opdracht, als een inspanningsverplichting, dat wij meedoen met wat wij ook van anderen vragen. Zo heeft het Presidium dat ook in totaliteit verwoord.
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik weet dat dat de uitkomst van het overleg in het Presidium is geweest. De Partij voor de Dieren is niet permanent vertegenwoordigd in het Presidium. Ik houd hier een pleidooi om gewoon op basis van de ervaring en de cijfers te zeggen dat het onverstandig is om te bezuinigen op de ondersteuning van de fracties in het parlement. Het zou kunnen dat het ons wordt opgelegd, maar we vinden het niet verstandig.
Mevrouw Van Miltenburg: Ik heb daar vanuit de Kamer vandaag geen eenduidige opmerkingen over gehoord. Ik heb u horen zeggen -- ik zeg dat via de voorzitter, ik merk nu hoe moeilijk dat is! -- dat dat moeizaam is, maar ik heb de woordvoerder van een andere fractie ook horen zeggen dat zijn fractie elk jaar geld terugstort. Vandaar mijn suggestie aan de ambtelijk secretarissen en de secretarissen van de fracties, die daar nu over onderhandelen, of daar misschien ook naar gekeken kan worden. Soms gaat het niet alleen over de vraag of iedereen meer geld zou moeten krijgen, soms gaat het ook over de vraag of een andere verdeling van de middelen mogelijk is. Ik heb in zijn algemeenheid bij de aanbiedingsbrief van de Staat van de Kamer en de Raming aangegeven dat het goed is dat wij het komend jaar met elkaar gaan praten over de taken die we doen in het parlement. Doen we dingen waarvan we met z'n allen vinden dat we ze moeten doen? Doen we ze goed genoeg? Zijn er misschien dingen die we nu doen, maar die we niet langer meer zouden willen doen? Een dergelijke takendiscussie lijkt mij op haar plaats. Het is niet aan de voorzitter, als één van de 150 leden van deze Kamer, om daar in haar uppie een standpunt over in te nemen. Het is aan de voorzitter om ervoor te zorgen dat we met elkaar tot een gedragen standpunt komen.
De heer Heijnen (PvdA): De Partij van de Arbeid wil helder zijn. Als we de samenleving vragen om belangrijke offers te brengen, omdat we helaas vele tientallen miljarden moeten bezuinigen, kan het niet anders zijn dan dat we ook ons uiterste best doen om daar een evenredig aandeel in te leveren. Dat is één. Ten tweede, ik erken datgene wat mevrouw Ouwehand zegt, dat de Nederlandse parlementariërs een relatief magere ondersteuning kennen. Vandaar mijn punt in eerste termijn. De fracties hebben tot nu toe in evenredigheid meegelopen met de bezuinigingen. Ik heb het Presidium gevraagd of het nu de bezuinigingen eerst en vooral wil zoeken in de organisatie van de Kamer. Ik heb voorts gevraagd of het Presidium die bezuinigingen eerst en vooral wil zoeken bij voorlichting, communicatie en informatievoorziening. Het betreft circa 100 fte van de 500 fte waar naar de smaak van de Partij van de Arbeid echt een flink stuk af kan, ook in het kader van het kritisch kijken naar onze taken.
Mevrouw Van Miltenburg: Ik zal later in mijn beantwoording ingaan op de voorstellen die vanuit de Kamer zijn gedaan. Ik zie alle voorstellen die vandaag zijn gedaan, als waardevolle openingszetten in de discussie die we het komend jaar gaan voeren over de vraag waar we die bezuinigingen gaan neerzetten. Ik heb mij terdege gerealiseerd dat alle woordvoerders hebben gepleit voor een stevige positie van de fracties, en dus ook een stevige ondersteuning van de fracties. Ik heb overigens ook goed gehoord dat er op een aantal punten ook gevraagd is om versteviging van de Kamerorganisatie. Dat geeft maar precies aan hoe spannend dat debat en die discussie het komend jaar worden. Maar nogmaals, ik zie het als positief dat de Kamer zelf vandaag ook aangeeft dat zij ziet dat er iets moet gebeuren, dat zij daar zelf keuzes in moet maken en dat zij die verantwoordelijkheid niet geheel moet neerleggen bij het managementteam van de Kamer dat dan voorstellen moet doen waar de Kamer ja of nee tegen kan zeggen.
De heer Heijnen (PvdA): Dank voor dit prima antwoord. Echt mijn complimenten, want het is helemaal zoals ik mij kan voorstellen dat de Kamervoorzitter het moet doen, met de juiste accenten. Ik heb nog één punt, dat gaat over het komende jaar. Ik zou graag willen dat we de bezuinigingsopdracht de komende maanden ter hand nemen en dat u het proces daartoe inricht en versnelt. Ik sluit namelijk niet helemaal uit dat we al voor 2014 zouden kunnen worden aangesproken op een extra bijdrage.
Mevrouw
1   2   3   4   5   6   7

  • Voorzitter : Neppérus Mevrouw Ouwehand
  • Van Miltenburg

  • Dovnload 296.11 Kb.