Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De verhoogde Slang – Ludwig Hofacker

Dovnload 45.23 Kb.

De verhoogde Slang – Ludwig Hofacker



Datum03.10.2017
Grootte45.23 Kb.

Dovnload 45.23 Kb.

De verhoogde Slang – Ludwig Hofacker

“…En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden. Opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”.


Johannes 3: 1-15
Jaargang 2 nummer 6 – april 2000
Eerder uitgegeven preken van jaargang 2
1. De verzoening - Solomon Stoddard

2. Gods liefde - H.F. Kohlbrugge

3. Een boetvaardig hart - George Whitefield

4. Christus aan de deur - George W. Bethune

5. Geef Mij uw hart! - Adolphe Monod

Bronvermelding

Originele titel: Hoe mozes eene slang in de woestijn verhoogd heeft

Uit: Predicatiën voor alle zon- en feestadagen; benevens enige grafredenen door L. Hofacker – Deel II

Uitgegeven door: J.W. Swaan, te Arnhem - 1852


Deze preek is herschreven onder verantwoordelijkheid van Stichting De Tabernakel

Preek

Er was een mens uit de Farizeeën wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot hem: Rabbi! wij weten, dat Gij zijt een leraar van God gekomen: want niemand kan deze tekenen doen, die U doet, zo God met hem niet is. Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het koninkrijk Gods niet zien. Nicodemus zeide tot hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijn moeders buik ingaan, en geboren worden? Jezus antwoordde; Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het koninkrijk Gods niet ingaan. Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit de Geest geboren is, dat is geest. Verwondert u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, van waar hij komt en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is. Nicodemus antwoordde: Hoe kunnen deze dingen geschieden? Jezus zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: wij spreken, wat wij weten, en getuigen, wat wij gezien hebben; en gijlieden neemt onze getuigenis niet aan. Indien Ik u de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik u de hemelse zou zeggen. En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, die in de hemel is. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden. Opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”.


Johannes 3: 1-15

Groot en Heilig God! voor Wie wij niet waardig zijn om onze knieën te buigen, en onze ogen op te heffen. Wij prijzen en loven U, omdat U Jezus Christus in de wereld gezonden hebt. Opdat wij door Hem zouden kunnen zalig worden. Ach, wij bidden U, dat U in onze harten Uw genade wilt openbaren. Dat U Jezus Christus de gekruisigde in onze arme harten wilt openbaren, opdat wij leven! Amen.


Geliefden! De geschiedenis waarop de Zaligmaker deze uitspraak in het Evangelie toepast is de volgende: Toen zij al een geruime tijd door de woestijn getrokken waren, begon het volk Israël tegen God en Mozes te mopperen. Hun reis en hun gehele zaak was volgens hen verkeerd. Zij zeiden tegen Mozes: “Waarom hebt u ons in de woestijn gevoerd, want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt van dit zeer lichte brood (Zij bedoelden namelijk het manna, het brood uit de hemel). Zoals nu iedere keer wanneer zij tegen God opstonden, een straf volgde op hun ongehoorzaamheid, zo werden zij ook deze keer gestraft. De Heere stuurde vurige slangen, die een grote slachting aanrichtten onder het volk. Die beesten werden vurig genoemd omdat hun gif brandde net als vuur.
Toen kwam het volk tot Mozes en zei: “Bid de Heere, dat Hij deze slangen van ons wegneme”. Zij wilden echter alleen de bevrijding van straf en van pijn. Maar zij dachten er niet aan dat zij door hun zonden God zo diep beledigd hadden. De God, Die hen met zoveel wonderen en tekenen uit Egypte had gevoerd. Die hen op een wonderlijke manier door de Rode Zee geleid had, Die hun brood uit de hemel en water uit de rots gaf. Zij wilden alleen maar van de straf bevrijd worden. De Heere nam dit echter niet in aanmerking en zei tegen Mozes: “Maak een koperen slang, en stel ze op een stang en het zal geschieden dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven”. “En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend en werd gezond”.
In onze tekst beroept de Zaligmaker Zich op deze geschiedenis: “Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”. Hij spreekt hier over de kracht van Zijn verhoging, dat wil zeggen: over de kracht van Zijn kruis. Iedereen die de kracht van het kruis van Christus aan zijn hart gevoelt, kan en moet daardoor genezen worden.
O wat een liefelijk Evangelie voor een hart dat zijn zonden voelt en bekent. Dat hongert en dorst naar de gerechtigheid van Christus. Een hart dat aan zijn eigen gerechtigheid wanhoopt, dat voelt dat het slechts straf en de dood verdiend heeft. Een hart dat nu beseft, dat het zalig worden kan door de kracht van het kruis van Christus. “Want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder die gelooft”.
Dat is een verzachtende balsem voor de wonden van het geweten, dat geeft troost en hoop. Hierdoor ontvangt een arme zondaar een blij vooruitzicht op de eeuwigheid. Zodat hij zeggen kan: daar zal ik kunnen ingaan door de kracht van het kruis van Christus.
O geliefden! als u deze kracht zou kennen, zou u afstand doen van alles om de vrede die van Golgotha afstroomt, te genieten. U zou al het andere gering achten om in uw hart alleen deze zekerheid te verkrijgen: mijn zonden zijn mij vergeven; zij zijn in de diepte van de zee geworpen! Hier is de volheid van genade: “die dorst heeft die kome en neme het water des levens om niet”. En ook u bedroefde, treurende ziel! Ook u bent er niet van uitgesloten, u bent ook meegerekend. Ook voor u is er kracht in het kruis van Christus.
Zie op de miljoenen zielen die voor de troon van God en van het Lam staan. Zij laten hun eeuwige aanbidding en lofzangen horen. Zij juichen dat zij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud verlost zijn. Maar door het dierbaar bloed van Jezus Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam. Zie, al deze zielen zijn door de kracht van het kruis van Christus daartoe gekomen. Zij staan nog tot op de huidige dag voor Zijn troon. En ook u kunt nog heden de kracht van het kruis van Christus in uw hart ondervinden. Bij God is hulp en zaligheid verworven voor de mens die zich in heel zijn wezen een zondaar weet. Die door eigen krachten niet kan genezen, maar in zijn schuld aan Jezus voeten ligt.
De Zoon des mensen moet verhoogd worden, zegt de Schrift. Daarbij wordt echter niet de verhoging bij Zijn Vader bedoeld. Hier is geen sprake van Zijn verheerlijking, maar wel van Zijn diepste vernedering. Hierop doelt ook de tekst: “Wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zo zal Ik hen allen tot mij trekken”. Daarmede wilde Hij de onweerstaanbare aantrekkingskracht van Zijn kruis te kennen geven. Dat Hij door Zijn kruis het hart van de mensen tot Zich zou trekken. Door Zijn onuitsprekelijke, door Zijn in de verzoeningsdood geopenbaarde liefde. Hij zou verhoogd, dat betekent: Hij zou gekruisigd worden.
Hierbij herinner ik mij dat men de mensen die bestemd waren om gekruisigd te worden, eerst op de grond uitstrekte en ze aan een kruispaal nagelde, en deze paal dan rechtop in de grond zette. Op dezelfde manier is de Zaligmaker ook verhoogd geworden. Hij hing in de grootste smart tussen hemel en aarde, zodat alle mensen Hem konden zien. Zie o mens, zo heeft men uw Heiland onder veel spot en hoon ten toon gesteld, alsof Hij niet eens waardig was om de aardbodem met Zijn voeten aan te raken en op de aarde te sterven.
Zo diep is uw Zaligmaker vernederd. Wat kan iemand méér door het hart gaan. Maar toch hebben wij in ons natuurlijke lichaam nog geen recht begrip van dit lijden en hoe diep de Zoon van God vernederd is geworden.
Er bestaat geen grotere vernedering dan de kruisiging. Hij Die alles geschapen heeft, Die aan de sterren hun loop gegeven heeft, moest zo diep vernederd worden! Maar van de andere kant is deze vernedering ook een verhoging, een heerlijkheid! Denkt u dan aan Zijn Majesteit aan de rechterhand van God? Dat is niet Zijn grootste verhoging! Ja, Hij is verhoogd, Hij is gezet aan de rechterhand van God. Hij is Heere over alle overheden, machten en krachten, over alles dat genoemd kan worden in de hemel en op aarde. Hij is ook de Koning van alle geesten in de Hemel. De glans van de hoge cherubijnen en de heiligheid van de Serafijnen, is in vergelijking met Hem als duisternis. Slechts een zwak afschijnsel van Zijn heerlijkheid.
Zijn scepter is een scepter van rechtmatigheid en Zijn troon bestaat eeuwig. Alle knie van degenen die in de hemel en die op - en die onder de aarde zijn, zal voor Hem buigen. Want Hij is Heere, Hij is Jehova: JEZUS CHRISTUS! Hij is uitermate verhoogd. Maar toch is de glans van de heerlijkheid die Hij nu geniet, niet te vergelijken bij de glans die van Zijn kruis afstraalt.
Uit Zijn gestalte van een misdadiger breekt de glans van Zijn oneindige majesteit op het heerlijkste door. Het bespuwde gezicht blinkt helderder dan de zon. Als wij een vergelijking wilden maken, zouden wij kunnen zeggen: Hij is het aanbiddenswaardigste aan het kruis, in Zijn wonden. Als de trekken van de dood zich over Hem uitbreiden. Wanneer Hij uitroept “het is volbracht”. Als Hij Zijn hoofd buigt en sterft. Daar is Hij aanbiddenswaardiger dan wanneer de Vader tot Hem zegt: “zit aan Mijne rechterhand totdat Ik Uwe vijanden zal gezet hebben, tot een voetbank Uwer voeten”.
Hij is aanbiddenswaardiger in Zijn lijden tot in de dood, dan in de heerlijkheid van Zijn leven. Waarom? Geliefden, omdat hier Zijn gehele hart, Zijn grootste liefde openbaar geworden is. Omdat hier voor het gevallen schepsel leven en vrede geboren wordt. Omdat wij niet wisten in welke betrekking wij tot Hem stonden, als Hij Zich niet tot zo’n lijden vernederd had.
Hoogmoedige mens! die uzelf in uw hart zo hoog acht, u moet deze Man van smarten aanbidden. Voor Hem zult u zich buigen, Die voor u zo diep vernederd werd. En u, arme en over uw zonden bekommerde ziel, u màg Hem aanbidden. Voor u is Hij in de diepte gegaan, opdat u met al uw ellende tot Hem zou kunnen komen. Als Hij in de Hemel gebleven was, was Hij slechts genaakbaar geweest voor de niet-gevallen, reine geesten. Die alleen zouden Hem God en Heere durven noemen. Hij was dan niet voor u geweest, zelfs niet voor de vroomste mens ter wereld. Want wij zijn allen diep gevallen zondaars. In het Oude Testament stelde Mozes een slang op een stang, in het Nieuwe Testament werd Jezus Christus aan het kruis verhoogd. Maar zegt u, of misschien zou u kunnen zeggen: de slang is het beeld van de satan; hoe kan men dan Jezus, de Heere der Heerlijkheid, met een slang vergelijken?
Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad strijdig met het gezond verstand. Maar wanneer wij het echter op de juiste manier opvatten, is het wijsheid van onze God. Zeker, een wijsheid die de wereld niet kent. Want indien de mens ze gekend had, zou hij de Heiland niet gekruisigd hebben. Maar het is echter wijsheid van God voor allen, die Hem gehoorzaam zijn. Want wat was bij de Israëlieten de oorzaak van de dood? Waren het niet de slangen? Om die reden moest Mozes een koperen slang oprichten als het beeld van de dood. En wat is bij ons de oorzaak van de dood? Is het niet de zonde? Zeker, de zonde! “Gelijk door één mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben”. Op die manier is de zonde de oorzaak van de geestelijke, lichamelijke en eeuwige dood.
De koperen slang werd opgericht als het beeld van de oorzaak van het verderf onder het volk van Israël. En zo werd ook in het Nieuwe verbond een beeld van de oorzaak van ons verderf, een beeld van de zonde opgericht. Dat beeld van de zonde is de gekruisigde Zaligmaker. U zou weer kunnen denken: hoe heeft men zo’n beeld voor de zonde kunnen kiezen: Jezus Christus Die het onbevlekte Lam Gods is? Hij, Die geen zonde gedaan heeft, in Wiens mond geen bedrog gevonden is. Die, als Hij gescholden werd niet wederschold. Wiens voetstappen wij na moeten volgen, is Hij dan een beeld van de zonde?
Daarvoor had men ook een echt duivels en onverbeterlijk mens kunnen uitkiezen, een Barabas. Eén die in zonden ontvangen en geboren is en in wie geen goed woont. Zo’n mens, zou men denken, was hèt beeld van de zonde. Maar niet het Lam Gods, Dat niets met de zonde te maken heeft. Zo zou u kunnen redeneren. Maar het komt er alleen op aan of u ook goed gedacht heeft.
Wanneer men de hele wereld doorzocht had, van Oost tot West, van Zuid tot Noord, wanneer men uit allen die in de gevangenis zijn de brutaalste, de ergste uitgezocht, en die als het beeld der zonde gekruisigd had, zou niemand daarvoor zo geschikt zijn als de Heere Jezus Christus, dat verzeker ik u. In zeker opzicht was Hij ook de grootste van alle zondaren. In het Oude Testament staat van Hem geschreven: “Mijne ongerechtigheden hebben Mij aangegrepen; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds”. Paulus zegt ook: “Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt”.
Zoals Christus hier aan het kruis hangt, kunnen wij de zonde zien in haar ware gedaante. Hij was echter alleen het beeld van de zonde. De koperen slang was onschuldig, en alleen het beeld van de dood. Op deze manier was ook de Heiland alleen maar het beeld van de zonde, maar in wezen zonder zonde. Paulus zegt in Galaten 3 vers 13: “Christus heeft ons verlost van de vloek der wet; een vloek geworden zijnde voor ons”. Wat is dan de vloek in de ogen van God? De zonde met haar gevolgen! Want er is geschreven: “Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt”. Beschouw de Heiland eens in dit licht. Hij is alleen de afbeelding van de zonde. Door Hem is een voorbeeld gegeven hoe de zonden naar de gerechtigheid van God gestraft worden.
Was op Hem niet van toepassing wat Jesaja in hoofdstuk 1 zegt: “het ganse hoofd is krank en het ganse hart is mat, van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden en striemen en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht”. Is het zo ook niet met de Heere Jezus aan Wie niets geheel was, van de voetzool af tot het hoofd toe? Hij was zo veracht, dat men het aangezicht voor Hem verborg.
God heeft de arm van Zijn straffende gerechtigheid over Hem uitgestrekt. Maar niet alleen Zijn lichaam, ook Zijn ziel moest de ondervinding van een zondaar ondergaan. O geliefden, u mag het echt geloven! Omdat de Zaligmaker de zonde van de hele wereld gedragen heeft, is het bij u alsof u geen zonde zou hebben. U hèbt wel zonden, maar God ziet u aan als of u er geen had. Omdat Jezus Christus bij Zijn dood aan het kruis uitriep: “Mijn God, Mijn God! waarom hebt U mij verlaten!
Maar juist omdat de Zaligmaker zich op die manier vertoont, is Hij voor niemand aantrekkelijk. Hij heeft geen gedaante of schoonheid die de natuurlijke mens aantrekt. De zonde bevalt de mens echter wel: een zekere betovering en schittering. De zonde heeft aantrekkingkracht waardoor zij de mensen in haar net trekt. Maar het beeld van de zonde, de gekruiste Jezus, bevalt hen niet. Waarom niet? Omdat de zonde zich in Hem niet op die manier openbaart, zoals men zich haar voorstelt. Maar de zonde openbaart zich zoals God ze aanziet, zoals zij in werkelijkheid is!
Niet zoals zij zich aan onze verduisterde ogen vertoont. Om die reden hebben de mensen geen welgevallen aan de Heiland. Zij hebben een heel ander denkbeeld van de zonde dan God. God stelt de zonde voor als afschuwelijk: de mensen zien haar echter als liefelijk. Een wellustige, een gierige, een eerzuchtig mens, die slechts de bevrediging van zijn lusten zoekt. Iemand die zich met liefelijke en aangename fantasieën bezig houdt waarover de begoocheling der zonde uitgespreid ligt. Zo’n mens ziet het kruis van Christus helemaal anders dan God.
Geliefden! Bij het kruis kunt u zien hoe God over uw gierigheid, over uw jagen en zwoegen naar aardse goederen denkt. Over uw rijk willen worden, over uw drang om veel te bezitten. De Heiland kreeg in Zijn brandende dorst geen druppel water tot verkoeling van zijn tong. Aan de grote verachting en bespotting kunt u zien hoe God uw ijdelheid, uw mooie kleren en uw drang naar eer en roem aanziet. U zuigt dat alles even begerig in als honing, hoewel het toch niet anders dan vergif is.
Daar aan het kruis kunt u zien hoe God over uw hoogmoed en uw eigenliefde oordeelt. Aan Zijn wonden, striemen en etterbuilen. Er was niets geheels aan Hem, vanaf Zijn voeten tot Zijn hoofd. Daaraan kunt u zien wat de gevolgen van uw wellusten zijn en hoe God deze veroordeelt. Aan Zijn doorboorde handen en voeten kunt u zien, dat u zich van uw zonden moet laten reinigen. Wilt u echter in uwe zonden blijven, alsof Jezus niet voor u gestorven is? Aan Zijn stilzwijgen onder al het lijden voor Kajafas en Pilatus, kunt u zien wat uw ongeduld onder het kruis, wat uw nutteloos geklets, waarmee u vele uren en dagen doorbrengt, wat uw geroddel en uw lastertaal als inhoud heeft.
U kunt het daaraan zien, dat Jezus zo vaak zwijgen moest. Hij had wel het recht om te spreken, maar Hij wilde het niet. Aan Zijn doorboorde handen kunt u zien wat uw zondige daden die u met uw handen verricht, Hem aandoen. Aan Zijn doorboorde voeten kunt u zien hoe de ogen van God uw verkeerde wegen zien, de wegen van de goddeloosheid. De weg waarop uw voeten gaan in plaats van dat zij de Heiland navolgen zouden. Daar ziet u, wat het zeggen wil, om u op het grondgebied van de duivel te wagen. Daar ziet u dat u alleen op de nauwe weg, alleen door de enge poort tot het eeuwige leven kunt komen. Wanneer u niet op de nauwe weg wandelt met Jezus, baat u alles niets - u zult verdoemd worden!
De Zaligmaker aan het kruis is het beeld van de zonde. Maar omdat de hoogmoedigen echter geen welgevallen aan Hem hebben, ontzien zij zich niet om Zijn bloed met de voeten te vertreden. Want daartegen verheft zich hun gehele verdorven, zelfzuchtige aard. Dat is de werkelijke reden waarom mensen die de zonde beminnen, dit beeld dat aan het kruis hangt, niet liefhebben. Zij vluchten ervoor en blijven er met hun gedachten ver van verwijderd. Dat is de reden waarom wij sommige mensen allerlei goede en nuttige dingen kunnen horen verkondigen. Maar spreek hen niet over de wonden en over het kruis van Christus. Want zij voelen dat achter die prediking iets verborgen ligt dat over alle zonden de vloek uitspreekt. Iets dat hen onverbiddelijk de dood aankondigt.
Misschien zijn er sommigen onder u die het lijden van de Heere Jezus al in dit licht gezien hebben. Maar grijp het dan ook in waarheid aan! Laat het heel uw denk - en handelwijze doordringen. Opdat u uw lichaam met al haar leden, beide ziel en geest aan Hem wijdt. Aan Hem Die u zo heeft lief gehad en uw zonden gedragen heeft. Schrik niet voor Hem, ontvlucht Hem niet. Want Hij werd voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij in Hem die rechtvaardigheid zouden verkrijgen, die voor God geldt.
Het volk Israël was in de woestijn toen zij door de slangen gebeten werden. Daar geschiedde ook hun genezing. Genezing van hen die in geloof op de koperen slang zagen.
Geliefden, wij bevinden ons ook nog in de woestijn. Hoewel wij onder het Nieuwe Verbond geboren zijn, en wij ons allen op de weg naar het Hemelse Kanaän zouden moeten bevinden. In deze woestijn zijn wij dodelijk gebeten door de slangen. Moet ik dat eerst bewijzen? Het zal niet nodig zijn. Kijk alleen maar in uw hart en let op het oordeel dat in uw binnenste is! Ik ben er van overtuigd dat er velen zijn die het verschrikkelijke oordeel over de zonde en de vloek van de wet jarenlang met zich meedragen. Onder al hun werken, onder al hun zorg en in hun gezelschappen en vermaak. Zodat zij niet tot rust kunnen komen. Er is iets in hen waaronder het hart voortdurend gebukt gaat. Iets dat altijd naar ware zaligheid verlangt.
Is het niet zo geliefden? Het vergif van de zonde dat de satan in u gebracht heeft, tast uw ziel en uw lichaam aan tot in de tweede dood. Tenzij dat gif door het bloed van Christus vernietigd wordt. Heel uw inwendige geest is door de zonde verwond en ontstoken. Kunt u dat ontkennen? U arme belaste zielen! Vanwaar komt het toch dat u zich in uw gemoed zo ellendig en gepijnigd gevoelt? Hoe komt het dat u God niet loven kunt, geen liefde tot Hem hebt, geen echte vrede, geen vertrouwen, geen kinderlijk hart om te bidden?
Hoe komt het, dat u zo gehaast bent tot het kwade en zo langzaam en traag tot het goede? Wanneer u zo weinig liefde tot God en de Heiland hebt, hoe komt het dat die zo snel weer verstikt wordt? Wat is het dan, dat deze liefde weer uit u verdrijft, zodat u met uw Hemelse Vader niet kinderlijk kunt spreken? Komt het niet hierdoor: de beet van de slang is tot in het binnenste zieleleven gedrongen. Er woont iets in u dat u verontreinigt en dat u geen vrede toelaat. Een geheime vloek, die u afmat, en waaraan u zich niet onttrekken kunt?
Komt het niet hierdoor, dat het oordeel en de veroordeling van uw zonden op uw hart rust? Arme zondige ziel! Onttrek uzelf toch eens aan uw dood. Open toch eens uw geestelijke ogen en richt uw blik op de Gekruisigde, op Golgotha. Bid de Heilige Geest van God dat Hij u op Jezus leert zien, het Begin en de Voleinder van het geloof. Dan zult u genezen worden! Eén blik in de geest op het lijden van Jezus, troost het bangste hart.
Hij, Die het hart geschapen heeft, weet dat de vloek der zonde in u was. Daarom heeft Hij Zijn eniggeboren Zoon tot een vloek gemaakt. Hier is woord der belofte: wie gelovig op de Verhoogde, op de Gekruisigde ziet, die zal leven en eeuwige vergeving ontvangen. Al waren uw zonden zo rood als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw. Hoe diep het slangenvergif ook doorgedrongen is, hier is hulp voor u; hier is leven, hier is redding!
Maar, zegt u, het lijkt zo gemakkelijk om op het kruis te zien. Het middel lijkt zo nietig. Hoe kan mij een eenvoudige blik op de Gekruisigde genezing aanbrengen, terwijl in mij niets anders dan zonde aanwezig is. Op dezelfde manier hadden de Israëlieten bij de koperen slang ook kunnen spreken. Als zij daar lang gewikt en gewogen hadden: “een blik is zo gemakkelijk en dat kan ons niet genezen” waren zij nooit van hun wonden genezen. Maar zij zagen gelovig op de slang en werden gezond.
Daarom moeten wij ook niet vragen waarom God ons in de Gekruisigde en in het gelovig op Hem zien een middel tot genade bereid heeft. Of hoe het wel mogelijk kan zijn, dat een blik op het kruis ons hart gezond kan maken. Ja het is waar, alleen het aanzien maakt niet gezond. Een enkele blik helpt geen zieke. Maar het beloftewoord: “al wie gebeten is en op de koperen slang ziet, zal leven” en het geloof in dit woord maakte de Israëlieten gezond.
Op dezelfde manier verging het Naäman de Syriër. Hij was melaats en ging naar de profeet Elisa opdat hij genezen zou worden. De profeet sprak: “ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan en u zult rein worden” maar Naäman werd boos en zei: “Hoe moet ik dat opvatten? Zijn er dan bij ons in Damascus niet betere bronnen, zoals de rivieren Abana en Parpar? Waarom zal ik mij in het water van de Jordaan wassen, dat veel minder schoon is? Zijn knechten zeiden echter: ‘Mijn vader, als die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zou u die niet gedaan hebben? Hoeveel te meer nu hij tot u gezegd heeft: wast u, en u zult rein worden!’ Toen waste hij zich zevenmaal in de Jordaan, naar het woord van de profeet en hij werd rein”.
Wat was nu de oorzaak van zijn genezing? Het water van de Jordaan? Dan hadden de melaatse joden zich ook in de Jordaan gewassen, maar waren niet tot de Heiland gekomen. Nee! Het woord van de man Gods “Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan, en u zult rein zijn”, dàt en zijn geloof in dit middel genas hem. Zo was het ook met de slang van Mozes. Het woord van God: ‘die op de koperen slang ziet, zal leven’ en het geloof in deze belofte van de Heere maakte hen gezond. In het Nieuwe verbond is het nu niets anders. Daar luidt de belofte: Die in het geloof op het kruis van Christus ziet, diens zonden zullen vergeven worden. Die zal vrij zijn van schuld en verdoemenis! O dat geeft genoeg voor tijd en eeuwigheid. Arme ziel, waar dwaalt u naar toe? Op welke zijwegen en in welke dwalingen vermaakt u zich toch? Ga naar het kruis van Jezus: dat alleen kan uw ziel verzadigen. Dat alleen zal u van de zondelast bevrijden Wanneer u eenmaal daarvan verlost bent, kunt u de ene kracht na de andere tot genezing van uw ziel aangrijpen, zoals ons gezegd wordt: “Jaagt de heiligmaking na, zonder welke niemand de Heere zien zal”. Dan zegt u: Komt de boze mij bestrijden, O dan denk ’k aan Jezus lijden, Hij verleent mij gunstig krachten, Om met trouwe diepe ernst Voor de zonde mij te wachten.
En zo gaat het door, van kracht tot kracht, tot aan de dood. Totdat u de Heiland zult zien en aanbidden. Bij wie het zo is, wie dat in zijn hart beleeft, wie het echt gelooft ‘de Zaligmaker is voor mij gestorven’, die is wedergeboren, zoals Jezus in onze tekst zegt.
Maar daarvoor zijn zonder twijfel geestelijke ogen nodig. Want alleen de Heilige Geest kan ons dit bekend maken. Het heeft geen zin dat men nu eens een tekst opzegt, of zich dan eens met werktuiglijk lezen van de bijbelgedeelte behelpt. Wij hebben de Heilige Geest en Zijn licht nodig om dit geheim van de gekruisigde Zaligmaker tot een kracht Gods in ons te doen worden. Ach, zovelen bedriegen zich daarin! Zij zien wel op Jezus en geloven in de gekruisigde. Maar zij zien niet met geestelijke ogen, niet met een hart dat de Heilige Geest verlicht kan worden. Zij willen het niet. Zij geloven dat zij zichzelf helpen kunnen, dat zij zichzelf wijs kunnen maken tot zaligheid. En daarom blijven zij dood in hun zonden. Wie echter de Heiland aanziet met ogen die de Heilige Geest schenkt, die kan niet meer dood blijven. Die in geest en waarheid ondervindt: “het leven is mij Christus” die heeft het eeuwige leven. Daar zijn geen natuurlijke krachten toe in staat, maar het is de gave van God. Maar, geliefden, zo groot is nu de liefde van God tot ons, dat Hij een zo’n eenvoudig middel tot onze zaligheid gegeven heeft.
Aan ons wordt niet een slang voorgesteld, maar Jezus, de Verhoogde! Wie Hem in het geloof aanziet, zal genade vinden. Dit middel is niet voor een nette en betrouwbare man, die aan zichzelf genoeg heeft. Dit middel is niet voor een nette vrouw, die in de Hemel denkt te komen, omdat zij zichzelf voor rechtvaardig houdt. Maar het is voor de armen, voor zondaars die zichzelf niet helpen kunnen. Voor hen die het denkbeeld van eigen kracht, eigen deugd geheel en al laten varen. Voor hen die in zichzelf geen troost meer vinden en alleen naar genade, naar barmhartigheid verlangen. Voor hen is het, voor hen allen zonder onderscheid, hetzij dat zij Christenen, Joden of Heidenen zijn. Allen, die in de Gekruisigde geloven, zullen niet verloren gaan, maar het eeuwige leven ontvangen.
In de woestijn werd de koperen slang op een stang hoog opgericht, opdat alle Israëlieten die zouden kunnen zien, zelfs wanneer zij in de meest afgelegen plek in de legerplaats waren. Op dezelfde manier is ook Jezus Christus voor de ogen van de hele wereld ten toon gesteld. Ieders oog moet Hem zien. Het kruis moet in alle hoeken van de aarde aan de mensheid getoond worden. Dat Christus, als het reinste zondoffer, voor allen aan het kruis gehangen heeft. Dat moet in de hele wereld gepreekt en als met herautenstem verkondigd worden. Opdat alle mensen deze Gekruisigde als hun bloedige Borg en Verlosser in het geloof mogen aanzien. De hoofdinhoud van iedere preek moet zijn: Jezus de Gekruisigde.
Ach! hoe wenste ik dat ik de genade had om het kruis van Christus zó zichtbaar te maken, dat het door iedereen gezien werd. “Ik schaam mij des Evangelies van Christus niet” zegt de apostel Paulus. Het is hem om het even of het voor de wijzen van deze wereld een spotternij is, voor de Joden een ergernis, en voor de Grieken een dwaasheid, maar wij prediken echter de gekruisigde Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods. Daarom zegt hij: “Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd”. Daarom schrijft hij in de Brief aan de Galaten. “Hij heeft hun Jezus Christus voor de ogen geschilderd”.
Dat moest de hoofdinhoud van heel zijn apostolische verkondiging zijn, om de gehoorzaamheid van het geloof onder alle volkeren te prediken. Maar de mensheid is zo ellendig; zo blind! Zij kent hem niet. Wanneer u Hem zou kennen, geloof ik dat u in liefde jegens Hem zou ontsteken. Maar u kent Hem niet, arme mensheid! U kent uw eigen Verlosser niet. U bent zo koud, zo doof, zo dood zonder Hem, u weet niet dat Hij uw zonden gedragen en voor u de zaligheid verworven heeft. U weet niet hoe tot Hem te bidden en hoe men Hem beminnen kan. U weet niet dat Hij de schoonste onder de mensenkinderen is. O leer allen toch Jezus kennen en liefhebben. Hij is het waard. Omdat u Hem niet kent, kunt u Hem ook niet lief hebben. Wie Hem echter kent, die heeft Hem zeker ook lief.
O! hoe graag zou ik willen dat dit uw aller geloofsbelijdenis zou zijn! Alleen bij Zijn kruis, alleen in Zijn dierbaar bloed kunt u rust vinden. Arme mensheid. Uw wetenschap, uw kennis, uw goederen, uw vreugde

en uw genot kunnen u geen rust geven. Alleen in Jezus Christus, alleen in de liefde die zich aan het kruis openbaarde, vindt u die. Elders zeker niet! Wat willen wij daarop zeggen? Zouden wij van een Israëliet die eigenwijs zijn gezicht van de koperen slang afgewend had, niet met recht zeggen dat hij een dwaas mens is? Hij neemt de raad van God niet aan, en sterft omdat hij het middel verwierp.


Geliefden, dat geldt ook van ons als wij niet in het geloof op het kruis van Jezus zien. Als wij eigenzinnig en met afschuw de raad van God verachten. Ach, dat toch niemand in dit oordeel zou vallen! Hoe wens ik, hoe wenst de trouwe Heiland dat niemand van ons, geen van de groten en kleinen, het oordeel over het ongeloof ten deel zal vallen. Dat toch niemand Gods Zoon verwerpe. Hij Die aan alle mensen leven en dood, zaligheid en verdoemenis, liefde en de toorn van God voorstelt. Wat willen wij kiezen? Arm hart! wat wil u kiezen? Wilt u zeggen: ‘ik houd mij aan de rust en het comfort van deze wereld, ik wil mijn huidige bestaan niet opgeven?
Zie op Jezus! Hij lokt en roept wijd en zijd. Van het kruis strekt Hij Zijn armen tot u uit, om u zalig te maken. O! dat ik het echt diep in uw en mijn hart zou kunnen griffen “door Zijn striemen is ons genezing geworden”. O, dat hij die nog niets van de Zaligmaker af weet, het besluit zou nemen om met David te zeggen: “des avonds en des morgens, en des namiddags zal Hij mijne stem horen”. Neem toch heden het besluit om de Geest van God oprecht te bidden, dat Hij Jezus Christus aan uw hart zal openbaren. Niet alsof ik het bidden tot een weg naar de Hemel wil maken. Want er is maar één weg: Christus. Maar die niet bidt, die ontvangt niet, die niet zoekt, die vindt niet, die niet aanklopt zal niet open gedaan worden, en trage en gemakzuchtige mensen kan Jezus niet gebruiken.
Zoo komt, wie zondaar is geheten,

En die zijn zondeschuld betreurt.

Ja, ook wanneer hij over zijn zonde geen droefheid ervaart.

Nog niemand heeft Hij afgewezen,

Ofschoon een elk zijn gunst verbeurt,

Waartoe zoudt u aan Hem weerstaan,

En zonder dwang verloren gaan!
Wanneer u ooit zou moeten zeggen: ‘ik had zalig kunnen worden, men heeft mij de zaligheid aangeboden’, is dat uitsluitend uw eigen schuld! Want de zaligheid is u om zo te zeggen nageworpen. U hebt echter niet gewild. En zonder noodzaak moet u dan verloren gaan. Amen

  • Bronvermelding
  • Johannes 3: 1-15

  • Dovnload 45.23 Kb.