Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Berachot 12b

Dovnload 20.92 Kb.

De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Berachot 12b



Datum04.06.2018
Grootte20.92 Kb.

Dovnload 20.92 Kb.

Berachot 12b ‏

De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Berachot 12b

Door Zwi Goldberg, zwigold@netvision.net.il, www.hoor-israel.org


Hoe men moet buigen tijdens de tefilla

De Gemara leert: Wanneer Rav Sjesjet boog [tijdens de tefilla], boog hij als een stok [in de hand van een mens waarmee hij in één keer een slaande beweging naar omlaag maakt (Rasji). Volgens anderen boog hij ook zijn hoofd.] en wanneer hij rechtop ging staan, ging eerst zijn hoofd omhoog en daarna langzaam de rest van zijn lichaam. [De Sj.A. O.Ch. 113: 4 en 6 zegt: Men moet zijn rug buigen, totdat alle wervels gestrekt zijn en men moet ook zijn hoofd buigen. Men buigt snel in een enkele beweging en als men weer rechtop gaat staan, richt men eerst zijn hoofd op en daarna de rest van zijn lichaam.]



Andere leringen van Rabba bar Chinana

a. Het hele jaar sluit men de derde bracha van Sjemonee Esree af met HaKeel Hakadosj [de heilige G-d] en de elfde bracha met Melech oheev tsedaka oemisjpat [Koning Die rechtvaardigheid en rechtspraak liefheeft], maar tijdens de tien bekeringsdagen [tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer] zegt men HaMelech Hakadosh [heilige Koning] en HaMelech hamisjpat [Koning van de rechtsrpaak].

b. R. Elazar heeft gezegd: Ook als men in de tien dagen Hakeel Hakadosj gezegd heeft, heeft men zijn plicht gedaan, zoals blijkt uit Jesjajahoe 5:16, waar staat dat de ‘Heilige G-d’ geheiligd wordt door rechtvaardige rechtspraak en die recht­vaardige rechtspraak vindt plaats in de tien dagen.

De Gemara geeft de halacha: In de tien dagen zeggen we HaMelech Hakadosh en HaMelech hamisjpat [en zo paskent de Sj.A.].



c. Rabba bar Chinana heeft ook gezegd: Wie voor iemand anders Hasjem om genade kan bidden, maar dat niet doen, die is een zondaar.

d. Rava heeft gezegd dat men voor een Tora-geleerde zoveel moet bidden en vasten, totdat men er ziek van wordt, zoals blijkt uit Tehilliem 35:13, waarin Koning David schrijft dat hij ziek werd van het vasten voor Doëg en Achitofel.

e. Rabba bar Chinana heeft ook gezegd: Wie gezondigd heeft en zich daarvoor schaamt, zijn zonden worden hem vergeven, zoals volgt uit Jechezkel 16:63. En het blijkt ook uit I Sjmoeël 28:19, waar Sjaoel tegen Sjmoeël zegt: „Morgen zullen jij en je zonen bij mij zijn.” Sjaoel was beschaamt dat hij de stad Nov met al zijn Kohaniem had uitgeroeid, maar hij was vol vertrouwen dat zijn zonden vergeven waren en dat hij „morgen”, in de Komende Wereld zou zijn, samen met Sjmoeël.

De Rabbijnen hebben een ander bewijs dat Sjaoels misdaad vergeven was door Hasjem: Toen de Givonieten wraak zochten op Sjaoel [voor zijn moord op de Kohaniem in Nov, waarbij ook zeven Givonitische waterdragers waren omge­komen] klonk er een stem uit de hemel die zei: „[Sjaoel] de uitverkorene van Hasjem.” [Rasji verklaart: Aan het eind van Davids leven was er drie jaar hongersnood in het land en Hasjem antwoordde David desgevraagd dat dit was we­gens de moord op de Givonieten door Sjaoel. Toen David hen vroeg hoe de hongersnood gestopt kon worden en hoe hen kon worden recht gedaan, antwoordden zij: „Geef ons zeven van Sjaoels zonen, dan zullen wij hen ophangen in de Giva van Sjaoel, de uitverkorene van Hasjem.” Daar het niet logisch is dat de Givanieten, die wraak zochten op Sjaoel, hem de ‘uitverkorene van Hasjem’ noemden, concludeerden de Geleerden dat op dat moment een stem uit de hemel dat zei.]



Wat hoort bij Sjema

a. R. Abahoe ben Zoetarti zei dat de Geleerden ook parasjat Balak [Bamidbar 22:2-24:25] in de Sjema wilden opnemen. Maar zij hebben het niet gedaan omdat het te lang was en daardoor een te grote belasting voor de mensen.

Vraag: Waarom wilde men dat erin zetten?

R. Jossi bar Avin antwoordde: Wegens het vers [Bamidbar 24:9]: „Hij legt zich neer, strekt zich uit als een leeuw en als een leeuwin; wie doet hem opstaan!”

De Gemara werpt tegen: Laten we dan alleen dat vers zeggen, dat is geen grote belasting.

De Gemara antwoordt: We hebben een traditie dat ieder gedeelte van Tora dat Mosjé Rabbeinoe in stukken verdeelde, dat mogen wij verdelen, maar wat hij niet verdeelde, mogen wij ook niet verdelen. [En daar dit gedeelte van Balak onverdeeld is, mogen wij het ook niet verdelen.]

b. De Gemara vraagt: Waarom is de afdeling over de tsietsiet [Bamidbar 15:37:41] opgenomen in Sjema?

Rav Jehoeda bar Chaviva antwoordt: Omdat het vijf dingen bevat: 1. De mitswa van tsietiet, 2. de Uittocht uit Egypte, 3. het juk van de geboden, 4. het verbod op heidendense ideeën, 5. zondige gedachten en gedachten aan afgoderij. [Tosafot Rosj zegt dat de laatste, gedachten aan afgoderij hetzelfde is als heidense ideeën. Anderen zeggen dat er vijf onderwerpen zijn behalve de tsietsiet.]

De Gemara vraagt: Waar in de afdeling staat iets geschreven over het verbod op heidense ideeën?

De Gemara antwoordt: Er staat geschreven [vs. 39]: „…En jullie zullen niet achter jullie hart aan gaan of achter je ogen.” „Achter je hart” dat slaat op heidendom. „Achter je ogen” dat zijn zondige gedachten, zoals Sjimsjon die achter zijn ogen aan ging, toen hij zei over de Filisjtijnse vrouw: „Zij is aangenaam in mijn ogen” [Sjoftiem 14:3].

De inhoud van het avond-sjema

Misjna We vermelden ’s avonds de uittocht uit Egypte [in de derde paragraaf van Sjema]. Rabbi Elazar ben Azarja zei: Ik ben als iemand van zeventig jaar maar ik heb niet de verdienste gehad om mijn collega’s te overtuigen dat zij de uittocht uit Egypte ’s avonds vermelden moeten, totdat Ben Zoma de wet als volgt uitlegde: er staat geschreven [Dewariem 16:3]: „Opdat je de dag, dat je het land Egypte verliet, al de dagen van je leven zult herinneren.” De woorden: de dagen van je leven” heeft betrekking op overdag, al de dagen” heeft betrekking op de nachten. [AL in het Hebreeuws heeft twee betekenissen: ‘alles’ en ‘heel’ dus alle dagen kan ook ‘de hele dag’ betekenen, d.w.z. incl. de nachten.] Maar de Geleerden zeggen: De dagen van je leven” dat is in deze wereld, Al” slaat op de tijd van de Masjiach.

Een Baraita: Ben Zoma zei tegen de Geleerden: Zullen we de Uittocht uit Egypte ook in de tijd van de Masjiach gedenken? Echter, er staat geschreven [Jeremiahoe 23:7-8]: Er zal een tijd komen, zegt Hasjem, dat de mensen niet meer zullen zweren: ‘Zowaar als Hasjem, die de Israëlieten uit Egypte heeft gevoerd, leeft…” maar dat men zal zeggen: Zowaar als Hasjem, die ons uit alle landen van de verstrooiing heeft gevoerd, leeft…” Maar de Geleerden antwoordden: We zullen de Uittocht uit Egypte blijven gedenken, maar het zal secundair zijn aan de uiteindelijke verlossing van de vreemde mogendheden.

  • Andere leringen van Rabba bar Chinana a.
  • Wat hoort bij Sjema a.
  • De Gemara werpt tegen
  • De Gemara vraagt
  • De inhoud van het avond-sjema Misjna
  • Een Baraita

  • Dovnload 20.92 Kb.