Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Dovnload 23.17 Kb.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal



Datum28.05.2017
Grootte23.17 Kb.

Dovnload 23.17 Kb.

BEZORGEN


De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

2513 AA Den Haag

Lange Voorhout 8

Postbus 20015

2500 EA Den Haag



T

070 – 342 43 44



F

070 – 342 41 30



E

voorlichting@rekenkamer.nl



W

www.rekenkamer.nl


datum
3 juni 2015

betreft
Beantwoording vragen Tweede Kamer bij de publicatie Trendrapport open data 2015 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 32802, nr. 11)


01p_x050_y8 alg pap

Geachte mevrouw Van Miltenburg,
Hierbij bieden wij u aan de op 3 juni 2015 vastgestelde antwoorden op de door de commissie voor de Rijksuitgaven gestelde vragen over de publicatie Trendrapport open data 2015 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 32802, nr. 11).
Algemene Rekenkamer

drs. A.P. Visser,

wnd. president

dr. Ellen M.A. van Schoten RA,

secretaris

Antwoorden Algemene Rekenkamer bij vragen1 van de Tweede Kamer over de publicatie Trendrapport open data 2015 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 32802, nr. 11)
Vraag 1

Is publieke financiering een argument dat in juridische zin kan bijdragen aan een

verplichtstelling tot openstelling van data?
Op dit moment kennen we in Nederland geen verplichting tot het open maken van data. Wij pleiten in ons rapport voor een actieve openbaarmaking van data door de overheid. In lijn met het Actieplan Open overheid is het voorstelbaar dat publieke financiering een argument is om organisaties te verplichten tot open data (in ieder geval voor de data waarop de publieke financiering betrekking heeft). Het adagium is immers: publieke middelen, publieke controle.
Vraag 2

Welke best practices in het Verenigd Koninkrijk zijn wat de Algemene Rekenkamer betreft de moeite waard om in Nederland over te nemen? Welke resultaten zijn daarmee geboekt?
Zie ons antwoord bij vraag 3.
Vraag 3

Welke best practices in de Verenigde Staten zijn wat de Algemene Rekenkamer betreft de moeite waard om in Nederland over te nemen? Welke resultaten zijn daarmee geboekt?
Belangrijke best practices in het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Verenigde Staten (VS) zijn vooral het creëren van de juiste randvoorwaarden voor open data. Zowel premier Cameron als president Obama hebben dwingend aangestuurd op meer open data binnen concrete termijnen. Belangrijke instrumenten daarbij zijn het ontwikkelen van een Nationale Informatie-Infrastructuur (VK), het opzetten van het Open Data Institute (VK) en de DATA Act (VS). Met de Nationale Informatie-Infrastructuur wordt in het VK bepaald welke data voor het land van cruciaal belang zijn. Het Open Data Institute brengt in het VK vraag en aanbod rond open data bij elkaar en zorgt er met bijvoorbeeld opleidingen en certificering voor dat met open data kan worden gewerkt. Met de DATA Act worden in de VS standaarden gecreëerd voor bijvoorbeeld financiële data. Dergelijke initiatieven zijn nog vol in ontwikkeling, maar verdienen navolging in Nederland.

In de VS zijn – naast de federale overheid – veel staten en steden actief in het gebruiken van open data voor dashboards die hun prestaties weergeven. Burgers krijgen op deze manier een up-to-date inzicht in wat de overheid met hun belastinggeld doet. Interessante voorbeelden zijn Kansas City en Boston. In Kansas City wordt met een dashboard (kcstat.kcmo.org) voor verschillende beleidsterreinen bijgehouden in hoeverre de gemeente haar doelstellingen realiseert. Boston heeft een vergelijkbaar interactief dashboard gemaakt (budget.data.cityofboston.gov). Hier kan worden gevolgd hoe gemeentelijke instellingen worden gefinancierd, waaraan ze het besteden en in welke buurten het geld terecht komt.


Vraag 4

Welke best practices elders in de wereld zijn wat de Algemene Rekenkamer betreft de moeite waard om in Nederland over te nemen? Welke resultaten zijn daarmee geboekt?
Er zijn wereldwijd veel interessante voorbeelden, we noemen er twee. Een goed voorbeeld dicht bij huis is het open maken van basisregistraties, zoals het handelsregister en de basisregistratie Kadaster, in Denemarken (http://geospatial.blogs.com/geospatial/2012/10/denmarks-open-data-initiative-estimated-to-save-government-over-45-million-per-year-and-generate-ret.html). Daar hebben burgers, bedrijven en overheden vrij toegang tot deze data. Daarmee besparen overheden jaarlijks naar verwachting zo’n $ 45 miljoen. De lastenverlichting voor bedrijven wordt geschat op zo’n $ 87 miljoen. Een ander goed voorbeeld, iets verder van huis, komt uit Griekenland. Daar zijn via https://diavgeia.gov.gr gedetailleerde data beschikbaar over de uitgaven van de overheid. Naast het VK biedt Griekenland daarmee tot nog toe als enige Europees land dergelijke uitgavendata als open data aan.
Vraag 5

In hoeverre is de praktijk van de National Health Service (NHS) in het Verenigd Koninkrijk toe te passen in de Zorgverzekeringswet (ZVW) met privaatrechtelijke verzekeraars?
De minister van VWS heeft mede als doel het ‘scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd’ (zie Begroting 2015 Ministerie van VWS). Op basis hiervan en gegeven de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg zet de minister van VWS zich al in voor meer open data in de zorg. Dit doet ze hoofdzakelijk via eigen websites zoals www.zorgopdekaart.nl en www.monitorlangdurigezorg.nl.
Voor de minister van VWS is 2015 het jaar van de transparantie. In dat kader zet ze verdere stappen op het gebied van open data. In haar brief aan de Tweede Kamer van 7 mei 2015 kondigt ze verschillende initiatieven aan die meer open data in de zorg moeten opleveren. Of dat de praktijk van de National Health Service zal evenaren, is op dit moment lastig te beantwoorden. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig.
Voor de beheersing van de zorguitgaven is het overigens van belang dat data over geldstromen in de zorg en de daarvoor geleverde prestaties eerder en op groter detailniveau beschikbaar komen. Dit kan bijvoorbeeld via het Zorginstituut Nederland dat nu al deze gegevens op meer geaggregeerd niveau ontsluit via www.zorgcijfersdatabank.nl.
Vraag 6

Klopt het dat bij de bepaling van de mate van verbetering die wordt bereikt bij open data hoofdzakelijk gekeken wordt naar de ontsluiting van data? Wat is de effectiviteit van de voortgang die wordt geboekt op het gebied van ontsluiting?
Op dit moment is de mate waarin data worden ontsloten een belangrijke indicator voor verbetering. Zodra meer data beschikbaar komen, kunnen we ook kijken naar bijvoorbeeld gebruik, kwaliteit en opbrengsten. Meer data open maken vergt een meerjarige aanpak waardoor resultaten enige tijd op zich laten wachten. De effectiviteit is daarom nu nog niet te bepalen.
Vraag 7

Bij welke ministeries en/of beleidsterreinen kunnen er wat betreft open data eenvoudig grote stappen gezet worden of quick wins behaald worden en hoe kan dat?
Hiervoor is de rijksbrede data-inventarisatie van belang. De minister van BZK coördineert deze op dit moment. Departementen moeten daarvoor inventariseren over welke data ze beschikken, welke data openbaar zijn en welke data opengemaakt kunnen worden. Juni 2015 moeten de resultaten beschikbaar zijn en wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. Een gedegen analyse van deze inventarisatie kan zicht geven op waar de overheid zonder veel moeite snel meer open data kan ontsluiten.
Vraag 8

Hoe kan het probleem van de veelheid aan vindplaatsen van open data waardoor er een gefragmenteerd aanbod is, opgelost worden?
Wij begrijpen dat een deel van de fragmentatie te maken heeft met technische voorzieningen. Deze worden veelal decentraal ingevuld en pas later centraal opgepakt. Data.overheid.nl is bovendien een verwijsportal en geen plaats om data te kunnen hosten. Daar hebben sommige departementen wel behoefte aan. De minister van BZK werkt hier aan.
Een andere oorzaak ligt naar ons idee bij het ontbreken van een kabinetsbrede notie van welke data en informatie voor de overheid van belang zijn. Het ontwikkelen van een Nationale Informatie-Infrastructuur zou hieraan een bijdrage kunnen leveren.
Vraag 9

Wat zijn de redenen dat de door de Kamer gevraagde datasets (nog) niet beschikbaar zijn of kunnen worden gesteld?
Wij hebben in ons onderzoek niet onderzocht welke redenen departementen aanvoeren om de gevraagde datasets niet beschikbaar te stellen.
Vraag 10

Welke ministeries moeten of kunnen (relatief eenvoudig) meer doen als het gaat om inspanningen voor open data?
Uit onze inventarisatie blijkt dat de ministers van VenJ, Defensie en AZ weinig datasets aanbieden en uit onze inventarisatie blijkt ook dat ze zich het minst inspannen om data open te maken. De minister van SZW biedt vooralsnog weinig datasets aan, maar werkt wel aan een eigen dataportal.
Vraag 11

Ziet de Algemene Rekenkamer ruimte om privacy gevoelige data (inkomensgegevens, gezondheidsgegevens et cetera) anoniem beschikbaar te maken via een white room? Zodat zonder de privacy aan te tasten, gegevens ter verbetering van beleid, beschikbaar kunnen worden gemaakt?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) biedt onderzoekers (tegen kosten) al enige jaren de mogelijkheid om met de geanonimiseerde microdata te werken die ten grondslag liggen aan de tabellen die het CBS publiceert. Daarnaast wisselen overheden voor de uitoefening van hun taken privacygevoelige data uit. Het lijkt ons vanzelfsprekend dat de overheid voor haar beleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie zelf ook gebruikmaakt van dergelijke data (mits dat past binnen het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens).
Overigens zien wij bij voorkeur dat open data gegenereerd worden uit informatiesystemen die volgens open by design en privacy by design principes zijn ingericht. Dat betekent dat keuzes over wat open is en wat beschermd is (zoals bij privacygevoelige gegevens) vooraf worden gemaakt en worden verankerd in informatiesystemen. De overheid werkt nu soms onnodig met privacygevoelige informatie omdat informatiesystemen niet zodanig ingericht zijn, dat dit eenvoudig verholpen kan worden.

1 De vragen zijn hier exact weergegeven zoals ontvangen; aan de formuleringen is niets veranderd.

Uw kenmerk

ons kenmerk
15003194 R

bijlage
Antwoorden op de vragen over de publicatie Trendrapport open data 2015



  • Antwoorden Algemene Rekenkamer bij vragen
  • Uw kenmerk

  • Dovnload 23.17 Kb.