Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De waarheid van het syndroom van werner

Dovnload 0.53 Mb.

De waarheid van het syndroom van werner



Pagina12/14
Datum04.04.2017
Grootte0.53 Mb.

Dovnload 0.53 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

9.2 Operatie aan mijn zwerende rechterelleboog

Het is januari 2007. We hadden lekker op ons gemak de dag van de zeven kruiden (nanakusa), 7 januari, doorgebracht. Op de 8ste voelde ik plotseling pijn aan mijn rechter elleboog. Toen ik er naar keek, zat er een zweer. Lijkbleek en totaal overstuur belde ik direct naar de poli plastische chirurgie. Ik was compleet vergeten dat het een feestdag was. De arts die de telefoon opnam, had op dat moment dienst. Hij zei tegen me: ‘U mag direct wel even komen dan zal ik het bekijken.’ Daar was ik erg blij mee. Ik werd weer wat kalmer en maakte een afspraak voor een onderzoek op de 12de, vier dagen later.

Mijn vrouw kon op de 12de geen vrij krijgen van de zaak waardoor ik in mijn eentje in mijn elektrische rolstoel naar het ziekenhuis ben gegaan. Ik gebruikte mijn linkerhand, wat niet gemakkelijk was.

Om 9:30 werd ik naar de onderzoekskamer geroepen waar ik vervolgens door de arts werd onderzocht. Op het moment dat hij me bekeek, besloot hij dat ik voor een operatie in het ziekenhuis moest blijven. In 2003 had ik vanwege zweren aan mijn beide ellebogen noch mijn linker noch mijn rechterarm kunnen gebruiken. Bovendien voelde ik me toen vanwege de amputatie van mijn beide benen een daruma popje. Als ik het daarmee vergeleek was ik al lang blij dat ik in ieder geval mijn linkerarm nog zou kunnen gebruiken.

De behandeling bestond uit het transplanteren van huidweefsel dat bindweefsel bevat uit de liesstreek (de voorste lijn tussen de bovenkant van mijn dij en mijn buik). Ik was plaatselijk verdoofd en was tijdens de ingreep met de arts in gesprek. Als de pijn toenam, gaf ik dat aan en kreeg ik extra verdoving. Het vervormde en opgezwollen bot werd ook geschraapt. Het was een operatie die ongeveer drie uur duurde. Mijn rechterarm zat de hele maand dat ik in het ziekenhuis lag in het gips maar desondanks werd de wond dagelijks behandeld met een desinfectiemiddel of zalf.

In de derde week was mijn linkerarm overbelast geraakt waardoor ik hem niet meer kon bewegen. Ik kon niet meer zelf eten en liet me helpen door een assistent of verpleger. Toch wist ik me er weer doorheen te slaan. Ik wil mijn behandelend arts en alle andere artsen van de afdeling plastische chirurgie heel erg bedanken. Ook alle verplegers en assistenten van de ziekenafdeling, heel hartelijk dank. De hoofdverpleger, die mij meer dan wie ook mentaal heeft gesteund en mij in alles heeft begeleid , wil ik ontzettend bedanken.



9.3 Kagoshima, mijn spirituele thuis

De dag van 7 mei 2007 was aangebroken. We gingen terug naar Ibusuki in Kagoshima, waar we het jaar daarvoor ook geweest waren. Met zijn allen hebben we mijn zestigste verjaardag (kanreki) gevierd. Ibusuki is een zusterstad van Hawaï en ademt dan ook de sfeer van Hawaï uit. Men draagt Aloha shirts op het gemeentehuis. Van Etsuko Tetaka van de non-profit organisatie kreeg ik voor mijn zestigste verjaardag zo’n shirt. De blouse had een print van allemaal rode Hibiscus bloemen.

Het ‘Aloha Sengen Festival’, waarbij de burgemeester van Ibusuki verklaart dat het tijd is om Aloha shirts te dragen om een Hawaiiaanse sfeer te scheppen, zou op 1 juni plaatsvinden. Vooruitlopend daarop droeg ik alvast mijn Aloha blouse. In het Hakusuikan hotel van Ibusuki kreeg ik een foto in A4 formaat waar ik in een Aloha shirt samen met mijn vrouw opsta en allerlei cadeautjes met een persoonlijke boodschap. Ontzettend bedankt!

Op de tweede dag werden we ’s ochtends vroeg met de auto opgehaald. Ik werd op de bijrijdersstoel gezet en ze vertelden mij tot aan het vertrek niet waar we heen gingen. Ik dacht dat we naar een plek gingen van waaruit je het eiland Chiringashima kon zien. Ik voelde wel dat ze mij stiekempjes wilden verrassen.

Meneer Ueno, een keramist, wist dat ik heel graag een keer naar de kaap van Kasasa zou willen, in de zuidelijke punt van Kyushu. Het was stralend weer en de autorit was erg leuk. Bedankt!

Voor de lunch op de derde dag gingen we evenals vorig jaar naar het restaurant in de kruidentuin die mevrouw Tetaka kende. We aten daar wederom het aanbevolen menu ‘rijstepap met tomaat’. Heerlijk hoor! Daarna namen ze ons mee naar het huis van de familie Yokota, ‘Yokota Tuinieren’ genaamd, een kennis van mevrouw Tetaka. Het lag op een heuveltje van waaruit je de Kinko-baai in het zuiden kon zien. In het oosten liep de Shimusaki spoorlijn van de Japanse spoorwegen. De tuin stond vol bloeiende bloemen, vooral rozen. Er waren ook veel kruiden. Terwijl we een rondleiding kregen, werd ons de namen verteld maar die kon ik niet onthouden.

Daarna gingen we op bezoek bij mevrouw Kikutsugi, ook een kennis van mevrouw Tetaka. Mevrouw Kikutsugi had als hobby muziek componeren en liedteksten schrijven. Zij had ook de lyrics en de compositie gedaan voor het liedje ‘koffie met blijdschap’ van mevrouw Tetaka. Dit liedje zongen we. Ik kreeg een miniconcert waarbij er op de achtergrond mooie bloemen stonden. Terwijl ik kruidenthee van mevrouw Yokota dronk, luisterde ik naar de liedjes en het gitaarspel van mevrouw Kikutsugi. Het was een heel fijn en rustig moment. De volgende dag gingen we richting Kagoshima stad.

9.4 Cubitaal tunnelsyndroom aan mijn linker elleboog

Sinds mijn opname, waarbij ik vanwege zweren aan mijn rechter elleboog geopereerd was, vertoonde mijn linker elleboog symptomen van tinteling, pijn en gevoelloosheid vanaf mijn nek tot aan mijn vingertoppen. Door slijtage van de nek (cerviale spondylose) had ik aan beide kanten last van tintelende pijn, maar vooral mijn linkerhand had erg veel last van gevoelsstoornissen. Ik dacht dat het kwam doordat ik in de derde week van mijn opname mijn linkerarm overbelast had.

Ik werd onderzocht op de orthopedische afdeling. Uit het onderzoek bleek dat er meer aan de hand was dan alleen een nekslijtage. Het probleem zat hem in een beknelling in mijn linker elleboog en ik zou me dan ook beter kunnen laten opereren. Dit was voor mij ook een onverwachte uitslag maar ik besloot in te stemmen met een operatie in de hoop dat het beter zou gaan.

Begin juni kwam ik op de ziekenafdeling op orthopedie en werd ik geopereerd. Het was de eerste keer dat ik op die afdeling lag. De meeste verplegers wisten helemaal niets over het Syndroom van Werner. De zorg verliep moeizaam en ik kreeg steeds meer stress. Het was erg zwaar.

Ik had gevraagd om een gesprek met de internist na de operatie. De arts van de thuisverpleging had in april mijn bloed op een tumormerker (thyroglobuline) getest vanwege het hoge percentage schildklierkanker onder patiënten met het Syndroom van Werner. Waar de normale waarde onder 30 ng/ml ligt, was mijn waarde 173 ng/ml, hetgeen hoog was. De arts van de thuisverpleging had zelf het medisch rapport doorgestuurd naar de internist. Toen ik tijdens mijn afspraak hier met de internist over begon, zie hij niets te hebben gezien. Ik dacht bij mezelf ‘wat is dit in godsnaam?’ Ik stelde voor om een echo van de cervicale regio te laten maken waarop ik te horen kreeg dat er, vanwege de drukte op interne, vanuit orthopedie een aanvraag voor een onderzoek moest worden ingediend bij keel- neus- en oorheelkunde. Er gingen een paar dagen overheen voordat ik werd opgeroepen door K.N.O en er een echo werd gemaakt. De volgende dag werd er vervolgens een punctie uitgevoerd in mijn rechter schildklier waar ik zes dagen later de uitslag van kreeg. Naar de linkerkant is geen punctieonderzoek gedaan. De uitslag luidde ‘Biopsie Groep II’. Omdat ik niet goed begreep waar hij het over had, sprak ik hem erop aan, waarop hij zei: ‘het doet er niet toe want het is goedaardig.’

Volgens de arts was de operatie aan het cubitaal tunnelsyndroom in mijn linker elleboog geslaagd maar ik had nog steeds een tintelende pijn en met tijd en wijlen kon ik mijn arm niet meer bewegen. Zelf vond ik dat het alleen maar achteruit was gegaan. Toen ik het eerste gewrichtje bij mijn vingertop van mijn linker pink aanraakte, verscheen er een pijnlijke, tintelende zwelling. Bij de operatie aan de linker elleboog hadden ze deze keer geen huid getransplanteerd.



9.5 Operatie aan mijn zwerende linker elleboog

Toen mijn hulp op 12 december 2007 me hielp bij het uittrekken van mijn pyjama om in bad te gaan, zei hij tegen me dat hij op twee plekken op mijn linker elleboog een gat zag zitten. Daar spoot een schuimachtige substantie uit dat leek op het schuim van een krab. Het deed een klein beetje pijn maar ik ben toch in bad gegaan zonder mijn elleboog onder te dompelen. De volgende dag nam ik contact op met het ziekenhuis. Ze zouden me de 14de onderzoeken. Tot die tijd deed mijn linker elleboog zo’n pijn dat ik hem maar niet bewoog.

In afwachting van de uitslag van het onderzoek moest ik het thuis tweemaal daags met Isodine desinfecteren en dan op 17 januari in het nieuwe jaar 2008 voor een afspraak terugkomen. Op 3 januari ’s avonds kwam er bloed uit mijn linker elleboog. Het deed erg veel pijn. Op de 4de heb ik toen gebeld. Ik zou de 11de kunnen komen. Naar aanleiding van het onderzoek hebben ze toen besloten om mij de 15de te opereren. Het was nog maar net een half jaar geleden dat ik vanwege een cubitaal tunnelsyndroom aan mijn linker elleboog geopereerd was. Ik had het gevoel dat er geen speling meer in mijn huid zat omdat ze, zoals ik eerder al vertelde, geen huidtransplantatie hadden uitgevoerd. Ik ging ’s ochtends het ziekenhuis in en werd ’s middags geopereerd. Het ging volgens het gebruikelijke patroon.

Maar wat anders was, was de techniek. Er werd geen huidtransplantatie uitgevoerd maar ze zouden de techniek van ‘huidflappen’ (gesteeld transplantaat) toepassen. Ik hoorde pas voor het eerst ook over huidflap chirurgie toen ik op de operatietafel lag. Ik begreep niet goed dat ik tot dan toe het woord ‘huidflap’ zelfs nog nooit had gehoord. Volgens de arts zat er over de hele achterkant van de zweer een grote holte en was het zover geërodeerd dat het voor een eenvoudige huidtransplantatie te laat was. Ze hadden daarom gezocht naar een methode waarbij de bloedcirculatie op die plek intact zou blijven. De operatie nam wel vijf uur in beslag.

Ik kreeg een plaatselijke verdoving in het midden van mijn ellebooggewricht. Huid en bindweefsel voor de huidflap, een stukje van zo’n 15 cm lang, werd bij de triceps spier weggehaald en op mijn elleboog genaaid. Zodra ik pijn voelde, zei ik dat tegen de arts en kreeg ik een plaatselijke verdoving. De arts moet ook wel uitgeput zijn geweest na zo’n operatie van vijf uur. Een arts kan nou eenmaal niet tijdens een operatie gaan liggen en toegeven aan zijn vermoeidheid. Ik dank hem dan ook voor zijn inzet! Ik was ook op van alle spanningen.

Terug op mijn bed op de afdeling, kreeg ik een infuus met Palux en antibiotica (Flumarin). Zoals ik al verwachtte, begon ik de volgende dag diarree te krijgen. Ze stopten op de 17de met het Flumarin antibiotica infuus en zijn me Fosmicin tabletten en Biofermin-R gaan voorschrijven. Maar de diarree bleef aanhouden tot eind januari. Mijn lichaamstemperatuur was 36 ⁰C en liep soms op tot 37,5 ⁰C. Dan had ik het erg zwaar. De bloedcirculatie was bijzonder slecht en de dienstdoende arts van de afdeling stuurde aan op zuurstofinhalatie. Ik had dat niet meer gehad sinds de algehele narcose en bovendien leidde het tot reactieve zuurstof en stress. Vanwege deze risico’s hield ik het tegen maar ik werd onder druk gezet omdat het de bloedcirculatie zou bevorderen.

In de periode januari – april, gebeurde het regelmatig dat mijn systolische bloeddruk van 150 ml naar 170 ml steeg en dat ook mijn polsslag van rond de 70 boven de 100 uitkwam. Ik voelde me lichamelijk vaak in een slechte conditie verkeren maar deed desondanks uit eigen beweging revalidatie oefeningen (Buikspieren, linker en rechter dijspieren, strekken van mijn rechterknie, armgewrichten laten buigen met hulp van de verpleging).

De dosis insuline om mijn bloedsuiker naar beneden te brengen, bedroeg tot 16 januari 10 eenheden in de ochtend en 8 eenheden in de avond maar vanaf de 18de was het totaal aantal eenheden per dag teruggebracht naar 12 eenheden, 6 in de ochtend en 6 in de avond. Op 3 februari voelde ik me een beetje verkouden en op de vierde had ik een flinke griep te pakken. Ik had dan ook gevraagd om een afspraak op de polikliniek oosterse geneeskunde. Tegelijkertijd kreeg ik ook een onderzoek op interne.

Nadat ik vanaf de 15degedurende drie dagen het Chinese extract ‘Guizhi’ tegen griep had geslikt, was ik weer beter. Op de interne afdeling, waar men zich bezig hield met metabolisme, werden de insuline injecties die ik ’s ochtends en ’s avonds kreeg, stopgezet en kreeg ik in plaats daarvan Glimicron tabletten voor oraal gebruik. Mijn bloedsuikerwaarde bleef stabiel met een waarde van rond de 100.

Op 1 maart, net na de lunch, steeg mijn bloeddruk plotseling tot 197/90.Ook een half uur later was de waarde nog hetzelfde. Ik had een klemmende pijn in mijn keel, rechts van mijn hals en mijn temperatuur liep op. De dienstdoende arts onderzocht mij onmiddellijk. De bloeddruk daalde weliswaar een beetje maar mijn temperatuur bleef aan de hoge kant. Tot 10 maart vond er helemaal geen verder onderzoek plaats.

Op 9 maart kreeg ik opnieuw pijn in mijn keel. Op de 10de en 11de werden er bloedtesten uitgevoerd en zou er dan eindelijk een echo onderzoek links en rechts uitgevoerd worden op de KNO afdeling. (Al in juni 2007 was er pathologisch onderzoek gedaan (PAP2 ) maar toen hadden ze alleen de rechterkant cytologisch onderzocht. Waarom hadden ze toen de linkerkant buiten beschouwing gelaten?)

Op de 13de werd er vervolgens cytologisch cel onderzoek naar de linkerkant verricht onder echocardiografische bewaking waarvan ik de uitslag in de avond van de 19de te horen kreeg. Uit het pathologisch onderzoek kwam de diagnose kwaadaardig medullair schildkliercarcinoom PAP 5. Er werd me zelfs gezegd dat ik dood zou gaan als ik me niet zou laten opereren.

Dat kwam natuurlijk voor mij ook als een schok. Ik was erg van de kaart en kreeg van alle stress een maagontsteking. Ook had ik last van oprispingen en moest ik braken. Het speelde door mijn hoofd dat ik voorlopig niet naar huis zou kunnen. Om een beetje op te knappen wilde ik dolgraag 2 dagen met 1 overnachting thuis doorbrengen. Zaterdag de 22ste ging ik met de trein en aansluitend met de bus voor 2 dagen en 1 nacht naar huis. Ik was al 70 dagen niet meer thuis geweest.

Ik kon zelf niet naar de tempel en heb gevraagd om iemand anders in mijn plaats te laten gaan. Ik was dan ook blij dat dat gebeurde.

De dag dat ik was thuisgekomen ging het goed. Maar de dag daarna toen ik weer naar het ziekenhuis terug zou gaan, voelde ik me niet lekker. Mijn eten kwam naar boven en ik moest een paar keer overgeven. Op weg naar het ziekenhuis moest ik nog overstappen op een trein. Na drie uur was ik er eindelijk. Dit had zijn weerslag op mijn lichaam. Ik voelde me paniekerig en liet me totaal uitgeput op mijn bed vallen. Even kon ik me niet meer bewegen.

De 25ste kreeg ik een ECG onderzoek. Omdat ik daarna pijn kreeg aan mijn linker oogbol werd ik de volgende dag onderzocht op de afdeling oogheelkunde. Daar kreeg ik te horen dat er geen sprake was van een verslechtering. In plaats van een nieuwe operatie aan mijn linker elleboog zouden ze een conservatieve behandeling gaan toepassen.

De diarree, pijn en oprispingen hielden aan. In de avond van de 27ste was mijn bloedsuikerspiegel 64 waardoor ik een hypo kreeg. Dan kun je wel denken dat het je niks kan schelen maar je lichaam is wel degelijk bezig met ‘kanker’.

De 31ste kreeg ik een ultrasonografie van mijn hart en een CT scan van mijn nek (cervicale regio) waarbij gebruik werd gemaakt van een contrastvloeistof. Toen ik de onderzoekskamer binnenkwam, werd er meteen tegen me gezegd dat ik moest gaan liggen. Onbegrijpelijk! Stond er in mijn dossier dan niet dat ik niet in mijn eentje op het bed kon komen omdat ik geen benen meer had en bovendien mijn linkerarm en elleboog niet kon gebruiken? Daarbij stonden ze op het punt een CT scan uit te voeren met contrastvloeistof. Ik heb de operateur duidelijk gevraagd of er geen contrastvloeistof zou worden gebruikt. Die heeft toen in mijn dossier gekeken. Ik wist niet of het wel duidelijk was maar hij zei tegen mij: ‘Kom maar even deze kant op’ en stak vervolgens een injectienaald in het midden van mijn rechterhand. Met zijn tweeën droegen ze mij toen op en legden mij plat op mijn rug op het scanbed. Uiteindelijk ben ik wel geïnjecteerd met contrastvloeistof. Vanaf mijn nek tot mijn onderbuik is alles in beeld gebracht. Ik voelde iets warms vanaf mijn borst tot aan mijn buikstreek. Het duurde maar ongeveer 20 minuten.

Op 2 april kreeg ik een onderzoek naar mijn longcapaciteit en werd ik ’s middags door een KNO professor onderzocht. Ze stuurden sterk aan op een operatie tegen schildklierkanker en longkanker.

Die avond, nadat het licht was uitgedaan, voelde ik me duizelig en misselijk. Ik piepte de verpleging op. Tegen de tijd dat er iemand kwam, had ik al overgegeven. Omdat het een poos bleef aanhouden, vroeg ik of ik een Primperan injectie kon krijgen om het braken te stoppen. De verpleger kwam vragen of het ook tabletten mochten zijn maar omdat ik maar bleef braken zou het geen zin hebben om ze oraal in te nemen. Ik zou ze immers weer zo uitspugen. Ik vroeg daarom opnieuw om een injectie.

Een tijdje heb ik liggen wachten terwijl ik me erg beroerd voelde. Rond tien uur heeft de dienstdoende arts mij toen een Primperan injectie gegeven. Daarna ben ik tot rust gekomen en in slaap gevallen.

Twee dagen op een rij, op 7 en 8 april, begon een KNO arts op het tijdstip van mijn avondeten over een operatie en een tweede biopsie (punctie met een dikke naald) van de linkerkant. Ik stond er niet open voor en heb het twee dagen afgehouden. Ik ging terug naar mijn kamer en begon aan mijn late avondeten. Maar alsof hij me achtervolgde, kwam de arts naar mijn kamer. Hij wilde dat ik het toestemmingsformulier ondertekende. Het was niet mijn bedoeling maar het is uiteindelijk toch zover gekomen dat ik met tegenzin mijn handtekening heb gezet waarmee ik dus mijn toestemming gaf.

Wat de prioriteiten dan ook geweest mogen zijn, ze hadden mij meer dan een maand maar laten zitten sinds ik op 1 maart had aangegeven dat ik me niet goed voelde. In september 2006 was er aanvankelijk een echo gemaakt om naar mijn schildklier te kijken. In november toonde de CT scan uitzaaiingen naar de borst. Ook al verdenk ik de artsen ervan een medische fout te hebben gemaakt waarbij de oorzaak niet tijdig is opgespoord, het helpt allemaal niets.

Op 9 april om 10 uur had ik een afspraak waarbij mijn vrouw ook aanwezig zou zijn. We zouden uitleg krijgen van de professor van de KNO afdeling. Mijn vrouw had ’s ochtends vrij gekregen van haar werk. Ze was al wat eerder gekomen en we zaten samen in de wachtkamer van de poli te wachten. Er waren al tien tot twintig minuten verstreken maar we werden niet opgeroepen. Ik begon me dan ook te irriteren en ging naar de balie. Daar zeiden ze alleen maar: ‘wilt u alstublieft wachten.’ Als ik alleen was geweest, had het mij niets uitgemaakt maar mijn vrouw moest ’s middags nog naar haar werk en het duurde zeker 2,5 uur om daar te komen. Daar zat ik over in.

Het was tien over half elf toen we uiteindelijk werden opgeroepen. Ik was niet van plan mijn leven, dat me zo dierbaar was, toe te vertrouwen aan een arts die zich niet eens aan afspraken hield. Zoals ik al had verwacht, overhandigde de professor mij een velletje papier met aantekeningen waarmee hij net als de keer daarvoor het belang van een operatie onderstreepte. Op het aantekenvelletje dat ik de vorige keer had gekregen, had niet eens een datum of een naam van een arts gestaan. Als dat nu weer zo zou zijn, wist ik niet eens door wie of wanneer het was geschreven. Maar deze keer stond er wel een datum en naam op. Er werd een echo van mijn nek en hals gemaakt. Hij zei: ‘we zullen behalve een volledige verwijdering van de linker en rechter schildkliertumoren ook de lymfeklieren en de linkerlong tumoren volledig moeten weghalen. Doen we dat niet dan zult u niet genezen.’

De arts sprak voor dovemansoren want ik wilde niet geopereerd worden. Hij wees me niet op andere behandelingsmethoden. Wederom ervoer ik hoe vastgeroest en beperkt de westerse geneeskunde kon zijn.

11 april vond er in de namiddag op de longafdeling een biopsie-onderzoek van de longkankercellen plaats met behulp van een bronchoscoop. (De dag ervoor had ik een contrastvloeistof voor de CT scan gekregen. De linker onderste longlob S6/S7 werd in beeld gebracht) Ik had niet kunnen ontbijten of lunchen. Met uitzondering van Glimicron en Actos om mijn bloedsuiker terug te brengen, had ik mijn medicijnen om 6 uur ’s ochtends ingenomen.

In de middag werd ik opgeroepen voor de operatiekamer. Ze waren nog in de weer met patiënten aan de andere kant van het gordijn. Twee verplegers waren met mij vanaf de zaal meegegaan. Maar volgens mij hadden ze niets vooraf doorgegeven aan het verplegend personeel van de O.K. die me wild en ruw behandelden. Ik wist zelfs niet dat ik onder volledige narcose geopereerd zou worden. Ik werd naar de andere kant van het gordijn gebracht en lag nog op de brancard waarmee ze mij vanaf de afdeling hadden vervoerd. Ik kreeg een injectie (Ata P) en er werd een rapport opgemaakt. Dat was zoals het altijd ging. Na een minuut of twintig werd ik naar de O.K. geroepen. Omdat ik niet op het operatiebed kon worden gelegd, werd de operatie uitgevoerd terwijl ik op mijn brancard lag. Ik heb geen beeld van hoe het verder ging want ik sliep. Toen ik weer bijkwam had ik pijn in mijn keel en kon ik niet praten. De schildklierkanker bleek uitgezaaid te zijn naar de onderste lob van de linkerlong S6.

14 april werd er door KNO een aanvullend bindweefselonderzoek van mijn linker schildklier uitgevoerd ter bevestiging van de diagnose. (In plaats van me af te vragen waarom ik me twee dagen tegen het celonderzoek had verzet, was het gevaar op uitzaaiingen me nu wel duidelijk).

Vanaf het moment dat het licht werd uitgedaan op de avond voorafgaand aan het onderzoek mocht ik niets meer eten of drinken tot ik een aanwijzing van de arts na afloop van het onderzoek zou krijgen.

De volgende ochtend heb ik om zes uur ’s ochtends, met uitzondering van Glimicron en Actos, mijn medicijnen genomen. Begeleid door mijn vrouw werd ik na het middaguur op mijn brancard naar de poli gebracht.

Ik lag op mijn rug. Het plafond tolde voor mijn ogen met een snelheid die wel 30 keer sneller leek te zijn dan normaal. Af en toe werd ik overvallen door angst. Ik had me tegen een onderzoek verzet waardoor ik mijn vrouw erg ongerust had gemaakt. Mijn vrouw had me wijselijk overgehaald om me te laten onderzoeken. Uiteindelijk heb ik toen besloten dat ik er klaar voor was. Ik had aangegeven dat ik de 20ste graag naar huis zou willen vandaar dat de artsen en de mensen op de afdeling begonnen met de voorbereidingen. voor mijn lichamelijke conditie en zelfstandigheid werd ik tot aan de dag van mijn ontslag uit het ziekenhuis twee keer per week, op dinsdag en donderdag, in bad gedaan. Dat werd met behulp van een bad brancard gedaan. Het was april en ik werd door heel veel nieuwe verplegers en verpleegsters in opleiding, die het nog moesten leren, geholpen. Met een washand werd ik gewoon helemaal gewassen, zelfs mijn linker elleboog. Ik vergat dat steeds op tijd te zeggen.

Op donderdag de 18de, rond bad tijd, werd ik naar de poli geroepen. Ze waren continu met me bezig, hoe het met mijn elleboog stond en hoe ik me voelde. Ik had geen moment rust. Op vrijdag werd ik weer opgeroepen. Ik kreeg recepten voor thuis voorgeschreven en het was de hele dag een komen en gaan van de hoofdverpleger en de rest van de verpleging. ’s Avonds rond etenstijd kwamen wel 30 artsen en betrokkenen die met mij te maken hadden gehad tijdens mijn opname, bij me langs. Ze spraken troostende woorden vanwege het feit dat ik kanker had. Het werd een verdrietig en emotioneel afscheid. Ik wil de medische staf voor hun empathie en zorg graag bedanken.

Aanpassing van de maaltijden:


  • 1400 kilocalorieën per dag

  • Zoutgehalte: 5 gram per dag

  • ’s ochtend brood, rijst met pap

  • Geen gefrituurde producten, in plaats daarvan iets anders

  • Melkproducten vervangen door andere producten

  • Eten waar mayonaise inzit vervangen voor iets anders

  • Geen eieren

  • Vervanging voor kip en garnalen

  • Natto vervangen door iets anders

  • Graadloze vis en geschild fruit.

1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

  • 9.3 Kagoshima, mijn spirituele thuis
  • 9.4 Cubitaal tunnelsyndroom aan mijn linker elleboog
  • 9.5 Operatie aan mijn zwerende linker elleboog
  • Aanpassing van de maaltijden

  • Dovnload 0.53 Mb.