Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De waarheid van het syndroom van werner

Dovnload 0.53 Mb.

De waarheid van het syndroom van werner



Pagina3/14
Datum04.04.2017
Grootte0.53 Mb.

Dovnload 0.53 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

2.4 Wens voor de toekomst

In april 1960 ging ik naar de Chuo middelbare school in Nakano-ku. Ik dacht nog helemaal niet na over de toekomst of wat ik zou gaan studeren. In datzelfde jaar, tijdens mijn eerste schooljaar, was het populair om naar een transistorradio te luisteren en na school luisterde ik dan ook naar de uitzendingen. Ik heb toen ook geluisterd naar de uitzending over de moord op Asanuma, de leider van de Japanse socialistische partij. Ik begreep er niet veel van maar hoorde dat Inejiro Asanuma (geboren op Miyake Island) de opstand leidde tegen het Amerikaans-Japans vredesverdrag.

Ik hield niet van mensen en had een hekel aan studeren. Maar het deed me erg goed om helemaal alleen de bergen op te klimmen. En toen gebeurde er iets waarvan ik niet had kunnen dromen. Ik werd uitgenodigd door een meisje om bij haar thuis in Akabane langs te komen. Ze scheen een klasgenote van de lagere school te zijn geweest. Zonder aarzeling aanvaardde ik haar uitnodiging. Na school namen we samen de trein naar haar huis in Akabane. Thuis stond haar moeder ons glimlachend op te wachten.

We wandelden in de buurt en kletsten, en in de vroege avond keken we met zijn tweetjes vanaf de voorkant van het huis, naar de felrode ondergaande zon. Het leek alsof ik in een film speelde. ’s Avonds mocht ik blijven eten. Onze verkering daarna … die heeft zich helaas niet verder ontwikkeld. Het was alsof we de weg kwijt waren in een dichte mist waarin je nog geen meter zicht hebt.

Op het plein voor ons huis (de gerstvelden waren er al niet meer en het was al een speelplein geworden waar kinderen baseball speelden en waar de kindersumo en professionele sumowedstrijden werden gehouden) verscheen er op een dag een veearts te paard. De veearts, die wij kenden, zag er knap en stoer uit. Hij maakte zo’n enorme indruk op me. Het leek wel alsof ik een tik met een hamer op mijn hoofd kreeg. Ik dacht: ‘dit wil ik ook!’. Ik zag mezelf al als veearts zittend op een paard koeien opdrijven maar had er geen flauw benul van hoe je veearts kon worden. Het gaf me in ieder geval even richting.

De tijd verstreek zonder dat ik met iemand praatte. Ik bleef nog altijd met veel passie bergen beklimmen en wat betreft de studie gooide ik er met de pet naar, maar dat realiseerde ik me niet. Ik hield erg van beweging. Of het nu goed of slecht was, ik kon gewoon niet stilzitten. En zo begon ik dan ook met zwemmen en budosporten als judo, karate en hakkoryu aikido.

Op een dag deed zich een pestincident voor. De aanstoker lokte een ruzie uit tussen anderen waarbij hijzelf buiten schot bleef. Het draaide er op uit dat ik, zo stom om erin te trappen, ging vechten op het trapportaal dat leidde naar het dak. Mijn tegenstander mocht dan wel wat groot zijn, ik wist dat hij er niet de persoon naar was om uit zichzelf te beginnen. Ik had een hekel aan verliezen en toen hij aan mij begon te sjorren, sloeg ik hem met mijn vuist volop in zijn gezicht. Zijn linkeroog was knalblauw. Daarna bond de aanstoker mijn armen vast op mijn rug en liet me in het traplokaal achter waarop hij naar de gymles ging. Uiteindelijk kwam ik los. Ik was te laat bij gymles. Wat mij verbaasde was dat de aanstoker naar mij toe rende en mij met zijn platte hand op mijn linkerwang sloeg toen de meester mij vroeg waarom ik te laat was en ik alleen maar antwoordde: ‘ik was op het toilet’. Ik heb gewoon met de gymles meegedaan en er met geen woord meer over gerept.

Hierna werd ik niet meer gepest en gingen ze op zoek naar een ander slachtoffer om te pesten. Ik praatte dan op pestkoppen in om ze te stoppen. Met een jongen die ik had geholpen, raakte ik bevriend en samen gingen we naar de bergen. Ook nadat we naar verschillende high schools gingen, bleven we afspreken om naar de bergen te gaan. Trouwens, de pestkop kwam uiteindelijk alleen te staan en wilde vrienden met me worden. Ik zei geen nee en sprak met hem af. Voortaan mocht ik bij hem thuis komen en ik werd meegevraagd naar de Shiranesanzan (Mount Kita, Mount Aino, Mount Nōtori , de zuidelijke Japanse Alpen. Ik had nog geen kans gehad om over grote bergen te trekken en besloot dan ook zonder enige aarzeling deel te nemen aan deze groepsreis naar de bergen. Ik was blij om dieren zoals alpensneeuwhoentjes en planten te zien die ik nog nooit eerder had gezien.



2.5 Op zoek naar een plek om te sterven

‘Hé Endo, moet je ook eens proberen …’ Waarom ben ik hier in godsnaam?

Terwijl ik twijfels had die ik zelf ook niet goed kon duiden, probeerde ik de manoeuvre, die de senpai mij had geleerd. ‘Daar ga ik!’ Diep van binnen wenste ik dat ik moedig genoeg zou zijn en het mij zou lukken. Ik daalde de steile helling van 30 graden af, zoef…

Met mijn ijsbijl in de sneeuw en mijn voeten met stijgijzers in de lucht, hield ik mijn lichaam tegen. Een afdaling die voor een eerste keer niet slecht was. Ik stond op in de sneeuw op de helling en zwaaide naar de senpai. Hij zwaaide terug. Ik oefende een keer of vijf. Ongeveer dertig meter lager van waar ik oefende, hing er een vangnet. Er was ook een senpai die de taak had om degene die per ongeluk naar beneden door zou glijden, tegen te houden. Dat stelde mij gerust. Nadat alle senpai’s klaar waren gingen we terug naar de berghut.

Een senpai vroeg aan mij: ‘Endo, was het je eerste sneeuwberg?’ Ik gaf een klein knikje en antwoordde zachtjes: ‘ja’. ‘Voor het eerst in je eentje naar een sneeuwberg gaan, dan heb je of lef of ben je een idioot. Toch?’ Ik kon niets terug zeggen. Ik had het gevoel alsof er iets recht in mijn borst werd gestoken. ‘Nou?’ Met dit ene woord van de senpai leek het alsof ik uit de onderwereld werd terug geroepen naar de echte wereld.

Ze leerden mee dat winterse bergen en het aardse bestaan eenzelfde hardheid hebben zonder het te hebben over ‘niet verliezen! Geef niet op! Ga door!’ En ik besefte toen hoe belangrijk het leven en lief zijn voor anderen is.

Een ontmoeting tussen mensen kan je leven totaal veranderen. Het kan je ook dromen en hoop brengen. Het heeft mijn leven gered.

Een winterse berg in een strenge winter is altijd ruig. En ook al ben je ervaren, koude voeten horen daarbij. Ik liep daar als middelbare scholier met een klein postuur in je eentje rond en er kwam geen einde aan. Als een slaapwandelaar wandelde ik over het met sneeuw bedekte pad, uitgerust met stijgijzers en een ijsbijl.

Er kwam een groot gezelschap aanlopen en zoals het hoort, deed ik een pas opzij, begroette hen en wachtte tot ze gepasseerd waren. Degene die als tweede voorop liep zei toen tegen mij: ‘Hé, ben je een middelbare scholier?’ Ik antwoordde: ‘ja.’

Hij zei toen: ‘Welkom hier zo in je eentje , kom er maar bij.’ Ik voegde in op het plekje in de rij dat het gezelschap voor mij vrijmaakte en zei : ‘Neemt u mij niet kwalijk, ik ben u zeer dankbaar’, en begon in pas mee te lopen.

Maar het duizelde me en ik stond wankel op mijn voeten en toen ik met mijn stijgijzer bleef haken aan de hiel van een senpai die voor mij liep, kon ik me alleen nog maar verontschuldigen met ‘sorry’.

Genieten van het magnifieke landschap van de sneeuwberg was er helemaal niet bij. Ik liep alleen nog maar, zonder een woord te zeggen.

Omdat er gevraagd werd: ‘Wat is je naam?’ antwoordde ik: ‘Endo.’ Ze zeiden tegen me ‘Endo, dezelfde naam als de eerstejaars jongen die helemaal achter in de rij loopt’ en riepen naar mij: ‘Kom op Endo, hou vol!’

‘Wij zijn van de wandervogels van de M-universiteit en zijn op wintertraining. Bij welke schoolclub zit jij?’ Meegetrokken in het gesprek antwoordde ik eerlijk: ‘Ik ben de sub-leider van de Wandervogelgroep van de Sundai Gakuen High School.’ ‘Oké dan! Wat grappig dat we elkaar hier toevallig tegenkomen. Endo doe ook met ons mee.’

Toen we in de berghut aankwamen, maakten we ons meteen klaar voor de training en vertrokken. Wat we zouden gaan doen tijdens de training, daar had ik niets over gehoord. Het was buiten dertig graden onder nul, niet zomaar koud. Toen we na afloop van de training terugkeerden naar onze hut, hadden we een uitzicht dat je maar zelden ziet: een sneeuwwitte berg met gouden kleuren.

Ik vergat zelfs helemaal dat het min dertig graden was. Betekende het geluk, pech, onheil? De lucht was helemaal helder en toch was het onheilspellend. Ik had gemengde gevoelens. Het sneeuwde niet, het waaide niet en we kwamen ook niet in een hevige sneeuwstorm terecht, maar geloof het of niet, ik zou een jongen met geluk zijn wiens leven gered werd.

De eerstejaars hadden de taak om het avondeten te bereiden. Natuurlijk zorgde ik voor mijn eigen eten. Dat was instant ramen. Ik denk dat instant ramen zo’n beetje in 1956 op de markt was gekomen. De kip ramen die ik had meegenomen naar de bergen, gebruikte ik ook al bij het bergbeklimmen toen ik op de junior high school zat, maar nu bevond ik me op de pieken van de Yatsugatake berg, in de strenge winter van februari 1964.

We zaten op een hoogte van zo’n 2900 meter, waar het buiten overdag min 30 graden werd, en zelfs binnen in de berghut daalde de temperatuur in de nacht van 20 tot 25 graden onder nul. Ik ging me steeds trager bewegen.

De jongens om mij heen konden ook niet meer snel bewegen. Maar we wisten heel goed dat dat het enige was dat ons in leven kon houden. Het kwam op gevoel en wilskracht aan en we voelden dat we moesten vechten voor ons leven en niet opgeven, hoe zwaar we het ook hadden.

Zou ik verdorie hier op een echte berg doodgaan? Tot op de dag van vandaag heb ik er geen verklaring voor. Ik ben echt een dom jongetje geweest. Zo zie ik het nu. Ik was dol op bergen en had altijd ferm doorgestapt, maar daar ben ik sinds die tijd anders over gaan denken.

Wat mij vooral van gedachten heeft doen veranderen is de warme en lieve zorg van de oudste senpai’s, de oudere jongens van de wandervogelclub van de M-universiteit.

Deze jongens die in alles een vooruitziende blik hadden, deden mij dit zonder woorden maar met hun gedrag inzien. Mijn avondeten bestond uit instant ramen, cornedbeef uit blik en gedroogde groente en fruit. De berghutten in die tijd waren alleen voor overnachting. Het eten bracht je zelf mee. Het probleem van mijn maaltijd was dat het kant en klare ramen was. Ik had helemaal niet nagedacht over temperatuur en luchtdruk.

Ik kookte het water met een snelkookketeltje op olie (dat het kookpunt vanwege de lage luchtdruk lager lag, had ik niet voorzien), deed de ramen in een metalen kom, schonk het hete water erbij en wachtte 3 minuten.

Ik had me duidelijk vergist. ‘Allejezus’ , floepte ik er zonder er bij na te denken uit. Ik merkte het eigenlijk pas nadat ik begonnen was met eten. Het koelde heel snel af en toen ik het bijna op had, was het helemaal koud geworden. Ik was klaar met eten en omdat ik daarna zou gaan rusten, rolde ik mijn slaapmatje uit, pakte mijn slaapzak uit de zak en legde er een sprei overheen. De anderen zaten in een groepje in een kring met elkaar te praten. Ik was een buitenstaander die niet in de kring zat, zoals de maan op de aarde gericht is. Ik begreep niet alles waar ze het over hadden maar de meeste dingen vatte ik wel en het was ontzettend leerzaam. Ik schrok toen er plotseling ‘scholier Endo’ geroepen werd, en ik antwoordde: ‘ja’.

‘De training van vandaag, hoe vond je de afdaling? Je zal wel verbaasd zijn geweest hè, omdat het de eerste keer was. Maar luister, je moet absoluut rekening houden met de omstandigheden van een winterse berg.’ Ik kon even niets terug zeggen.

Diep in mijn hart was ik naar deze berg gekomen met de bedoeling om te sterven. Waarom weet ik niet maar ik had het gevoel dat ze mij hadden geleerd om niet dood te gaan, ook al gleed ik naar beneden. Wat is het lot? Een wonderbaarlijke ontmoeting, zo mysterieus.

Ik zette het van me af en antwoordde: ‘Ik wil jullie graag bedanken voor wat jullie vandaag voor mij hebben gedaan. Ik kende zelfs het woord glissade niet en ben jullie erg dankbaar dat jullie mij vandaag begeleid hebben. Op het moment dat ik zelf ook naar beneden afgleed, wilde ik onder de knie krijgen hoe mijn voeten op te trekken zonder met de stijgijzers de sneeuw te raken en tegelijkertijd heb ik kunnen leren hoe je een ijsbijl moet gebruiken. Ik ben iedereen erg tot last geweest maar ik dank jullie dat ik met jullie verder mocht.’

Een oudere senpai zei toen: ‘De scholier Endo heeft goed geluisterd naar de instructies van anderen, zijn motoriek en zijn reflex is goed en hij heeft geen enkele fout gemaakt, moet je maar eens kijken over 1 of 2 jaar.’ Ik was ontzettend blij. Terwijl het zo nog even doorging, werd het tijd om het licht uit te doen. Ik kroop met mijn donzen jas aan in mijn slaapzak op het matje dat ik eerder daarvoor had klaargelegd en viel in slaap.

Ook al zei ik dat ik had geslapen, vanwege de kou kon ik de slaap niet vatten. Waarschijnlijk heb ik wel wat geslapen maar zelf had ik het gevoel van niet. Toen ik ’s ochtends opstond, voelde ik me afwezig en zwaar in mijn hoofd. De eerste ervaring, het toilet, was vreselijk. Het toilet in de berghut was een houten constructie met verticaal een diep gat en horizontaal iets lager een stang er overheen met enkel een opstapje aan de voorkant zodat je wat houvast had. Hetgeen je uitscheidde, bevroor onmiddellijk. Toen ik naar binnen gluurde, zag ik dat er ijspegels aan de stang hingen. Ik gilde spontaan: ‘Aah, koud!’

Mijn ontbijt was luxueus, koekjes met overgebleven cornedbeef, thee met gedroogde groente en fruit. De Wandergroep vertrok om zes uur in de ochtend. Bij het afscheid zeiden de oudere senpai’s heel lief tegen mij: ‘Loop voorzichtig en forceer jezelf niet. Het is het niet waard om je leven te riskeren. Veel plezier.’ Ik kon niet bewegen, alsof ik even helemaal weggezogen werd. Het antwoord op de vraag waarom ik van plan was geweest om op de berg te gaan sterven had ik nog niet gevonden. Eigenlijk denk ik dat het voortkwam uit een bepaald gevoel van opstandigheid dat ik in mijn middelbare schooltijd had, een periode waarin ik het gevoel had door niemand begrepen te worden.

Ik was op het slechte pad geraakt en ging niet meer naar school, maar het was niet afgelopen, het betekende juist iets nieuws. Zo zag ik het.

Ondertussen heb ik teruggekeken op mijn leven vanaf mijn kindertijd tot aan dit moment op de sneeuwberg als een ronddraaiend toverlantaarntje.

Plotseling had ik mezelf weer teruggevonden en was ik weer in de realiteit.

Ik wist nu dat het beklimmen van een berg net als het leven zelf is. Ik was inmiddels derdejaars en ging de maand februari in met een gevoel verpletterd te worden door de studiehel van de toelatingsexamens.

In maart 1966 heb ik mijn middelbare school diploma gehaald. Ik heb toen toelatingsexamen gedaan voor diergeneeskunde aan de faculteit voor landbouw en veeartsenkunde van de universiteit van Japan maar ik zakte als een baksteen.

2.6 Een rōnin weer in actie

Het was voor mij deels een periode van opladen geweest en deels een tijd van rust, en had nu na alles, vaag het gevoel dat er een nieuwe tijd aanbrak. Ik stopte met bergbeklimmen waar ik zo dol op was geweest, ging naar een privéschool (yobikō) en studeerde hard voor het toelatingsexamen. Ik leefde mijn leven maar had ergens het gevoel dat er iets was waar ik geen grip op had.

In de zomer ging ik op uitnodiging van een vriend van de middelbare school een studentenbaantje doen. Alleen in de zomermaanden was ik liftjongen voor een uitzendbureau bij de Co Hal. Indertijd had je daar de mega-theatervoorstelling van de populaire televisieserie Hyakuman doru no Kyōen, en speelden er Japanse komedie voorstellingen (shōten) of werd er gebokst en gedanst. Op het dak bevond zich een drukbezochte 'Beergarten'. Ik kon goed opschieten met de manager van de 'Beergarten' en hij vroeg mij elke avond of ik geen biertje wilde komen drinken. Als je tegen alcohol kunt en wordt uitgenodigd door iemand die je aardig vindt, ga je zeker elke dag. Ik hoefde niet te betalen en vond het ook leuk om er af en toe naar toe te gaan. Meer nog dan drinken zat ik snacks en gebraden spiesjes te eten. Heerlijk was dat.

Bij de 'Hyakuman doru no Kyōen’ zag ik vele beroemde zangers en liedjesschrijvers. En bij de komedievoorstellingen ontmoette ik komediespelers die in eenakters of dialogen optraden. Zo bracht ik even een tijdje door totdat in september het echte studeren begon. Van het uitzendbureau kwam toen de vraag of ik niet voor een maand als hoteljongen wilde werken. Dat ben ik uiteindelijk toch gaan doen. Het was erg zwaar maar ik vond het belangrijk om alvast wat van het leven te zien en ervaring op te doen en daarom had ik het baantje aangenomen. Wat ik daar heb geleerd was hoe je snel en goed klanten helpt en dat het nodig is om Engels te kunnen. Vanaf die dag was ik de kelnerjongen bij huwelijksrecepties.

Ik kreeg hier en daar wel wat uitleg maar van de meeste dingen had ik geen verstand maar deed alsof ik heel ervaren was. Het aller moeilijkste vond ik om een ijstaart, opgemaakt in de vorm van de berg Fuji, onder 7 mensen aan één tafel (normaal 8 mensen) in gelijke stukken te verdelen zonder iets over te houden, deze dan met een mes aan te snijden en de taartstukken vervolgens met een vork en lepel mooi op de borden te leggen. Daar wil ik mezelf nog wel een complimentje voor geven.

Ik was ook bij de huwelijksreceptie van een neef van een zittend minister en op de diploma-uitreiking van de middelbare school van een beroemde, beeldschone zangeres . Onder het werk kon ik naar muziek luisteren, ik had het erg naar mijn zin.

Het lastigste vond ik het opnemen van een cocktailbestelling op een feestje van buitenlanders. Ik voelde me erg ongemakkelijk, kende de namen en de soort cocktails niet en begreep het gesproken Engels niet.

Op dinerfeesten waarbij Chinees eten werd geserveerd, waren het vooral de meisjes die bezig waren. Voor de jongens was er weinig meer te doen dan het opeten van de overgebleven Chinese hapjes. We hadden ons avondeten dan mooi gehad.

Op school had ik wel Engelse grammatica en lezen geleerd maar ik merkte nu dat, als ik het sprak, ik er weinig van bakte en dat het ook niet aansloot bij de praktijk. Natuurlijk was het een essentieel en noodzakelijk onderdeel van de studie voor de toelatingsexamens. Maar ik vroeg me wel af of ik niet veel meer geprikkeld zou zijn geweest als ik op school Engels had kunnen leren vanuit het spreken.

Het jaar daarop, in 1967, deed ik dan toelatingsexamen op de faculteit ontginning van de vakgroep landbouw en diergeneeskunde op de universiteit van Japan, en op de universiteit voor diergeneeskunde. Ik slaagde voor de opleiding veehouderij op de faculteit ontginning.

Wat in het onderwijs daar voorop stond was ‘frontier spirit’ (pioniersgeest), wat ik leuk vond. Toen ik op de universiteit begon was mijn grootste wens om iets met groot vee te gaan doen. Ik wilde ook graag bij een ruiterclub. Ik had besloten om vanaf mijn diploma-uitreiking van de middelbare school totdat ik op de universiteit zou beginnen bijbaantjes te doen voor de maandelijkse contributie wanneer ik bij een ruiterclub zou gaan. Dit keer was het loodgieter. Een baantje waarbij ik onder een verwarmingskamer, een schoolgebouw of dierentuincomplex kroop en hielp met het vervangen van leidingen. Ze leerden me vooral draadsnijden. Ik kon het goed en het gebeurde niet vaak maar als ik even niet oplette kwam ik met mijn vinger vast te zitten in de machine en raakte de nagel van mijn wijsvinger beklemd. Dan verging ik even van de pijn. Ook al was het een bijbaantje, ik werkte met veel verantwoordelijkheid en werd er verschrikkelijk vies van.

Ik denk dat één zo’n leiding wel 3 kilo woog en met zo’n 3 à 4 leidingen op mijn schouders ging ik naar beneden, deed het draadsnijden en verbond ze met elkaar. De oudere loodgieters waren erg aardig tegen mij, alsof ik een vriend was. Ze namen mij mee naar een izakaya drinkgelegenheid en trakteerde mij dan. Het scheen dat zij daar ook dagelijks gingen eten. De eigenaar van de zaak kwam uit Kagoshima en hij verkocht shochu wijn van zoete aardappelen. Ze lieten mij dat ook drinken uit een sakekommetje dat op een schaaltje stond. Ik wist niet goed hoe het moest omdat het de eerste keer was, en ik had het kopje in een teug leeg gedronken. Was dit nou wat een kater wordt genoemd?

Om avond aan avond duizelig te zijn, te spugen en zelfs aan de diarree te geraken, dat zou vreselijk zijn. Zo verwoestend veel drinken zou ik nooit meer doen. Het is zeker niet zo dat ik alcohol vies vind. Ik vind drinken bovendien ook gezellig.

Voor bier en shochu bedank ik, maar een slokje goede Scotch whisky of brandy zoals Remi Martin, wil ik nog wel drinken.

Ik wil niet ontkennen dat ik al die baantjes vanaf mijn middelbare schooltijd ook wel voor het geld deed, maar het meest waardevolle vond ik toch om zo dichtbij het werk te staan, contact met mensen te hebben en iets van het leven te leren. Ik vond dat ik de wereld moest leren kennen als ik op mezelf zou leven en dacht dat deze ervaringen mij in de toekomst heel goed van pas zouden komen.

Hoofdstuk 3 Het begin van een eindeloze strijd

Nadat ik aan mijn universitaire studie was begonnen, ging ik bij de sportruiterclub van de universiteit. Er zaten ouderejaars, medestudenten en jongerejaars bij de club die uit verschillende delen van Kyushu afkomstig waren. Omdat zij in de zomer van het tweede jaar terugkeerden naar huis, ging ik met ze mee op reis naar Kyushu. Op de Kokura renbaan zei een ouderejaars student dat ik wel paard mocht rijden. Hij zette mij op een renpaard. Op een renbaan heb je geen zadels zoals bij paardrijden. Ik had nog nooit op een monkey, een renpaardzadel, gezeten en draafde als een echte jockey rond. Het was ontzettend leuk. Een paar keer ben ik wel een beetje bang geweest om van het paard te vallen maar ik wist het er zonder ongelukken af te brengen.

Ook heb ik op toeristenpaarden in Kusasenri, Aso gereden. Samen met een jongerejaars student lieten we daar de paarden los lopen en gingen we naar een meer om ze te laten drinken. Hij had bij de ruiters van de middelbare school gereden en was dan ook erg ervaren.

In diezelfde tijd was mijn leraar voortplantingsleer op de faculteit diergeneeskunde mijn grote voorbeeld. Later zou hij professor worden. Ik volgde hem ook op de voet in het laboratorium. We konden goed met elkaar opschieten en hij werd dan ook mijn begeleider voor mijn afstudeerscriptie.

Voor mijn praktijkstudie liep ik stage op een boerderij op Hokkaido met Charolais rundvee, dat oorspronkelijk uit Frankrijk komt. Daar deden ze voor mij bijzondere fokexperimenten waar ik veel van leerde. Het was een leven waarbij ik me uitsluitend bezig hield met groot vee, dag in dag uit paarden en koeien. Het was zo enorm druk dat ik mijn school verwaarloosde. Ik vond dat het zo niet langer kon. Ik ging met mijn cijferlijst van het tweede jaar naar de studentenbegeleider voor een gesprek. Daar werd ik streng toegesproken dat als ik niet harder zou gaan studeren ik beslist niet zou kunnen afstuderen. Dat kwam hard aan.

3.1 Artrose in de linkerknie

In het voorjaar van het tweede jaar van mijn studietijd liep ik stage op een boerderij gelegen aan de voet van de Komagatake, Hokkaido.

We wilden de voederbak, een uitgeholde boomstam met een gewicht van zo’n tachtig kilo verplaatsen. Met zijn tweeën tilden we hem aan de uiteinden op en droegen hem door de sneeuw. Mijn voeten zonken in de zachte sneeuw waardoor ik mijn evenwicht verloor. De zware bak kwam op mijn linkerknie terecht. Die klap vergeet ik nimmer. Ik had hevige pijn en kon me niet bewegen. Uiteindelijk ben ik toch opgestaan. Met gestrekte knie, zonder hem te buigen, ben ik gaan lopen. Ik deed mijn best om door te gaan met mijn werk.

Die dag kreeg ik tijdens mijn werk hevige pijnscheuten toen ik een schattig klein kalfje dat als een jonge hond buiten in de wei rondrende, achterna zat om hem naar de stal te brengen. Ik vermoedde het ergste.

Als ik er nu over nadenk , zal er toen al iets gespeeld hebben waar ik nog geen weet van had. Het familiehoofd was steevast op de boerderij aanwezig. Ik kon goed met hem opschieten. Gezamenlijk hebben we die avond een bad genomen. Ik heb me afgevraagd of de complicaties, die ik later zou krijgen, zich toen gemanifesteerd hebben.

Een maand lang hielp ik met het vee, reed paard, controleerde de afrastering op de weilanden en overdag of ’s nachts assisteerde ik bij het kalveren en gaf de kalfjes melk. Het was zo schattig hoe ze allemaal naar mij toe kwamen en melk dronken of op mijn duim zogen. Ik behandelde koeien met uierontsteking, hielp met de destructie van dode koeien en reed tractor. Het waren lange dagen maar ik werkte met veel plezier en deed mijn best. Ik was toch immers jong?

Volgens mij ben ik zo’n twee keer naar het ziekenhuis in de stad Hakodate gegaan. Indertijd beschikte men nog niet over de medische kennis van nu en het is onduidelijk of er toen röntgenfoto’s zijn gemaakt. Achteraf denk ik dat het niet goed is geweest dat ik die avond een bad heb genomen. Het is niet ondenkbaar dat ik misschien mijn meniscus of kruisbanden had beschadigd.

Het nieuwe academisch jaar was begonnen. Zo’n drie maanden lang kon ik mijn knie niet buigen en hield ik mijn been gestrekt. Het waren de eerste tekenen van de latere complicaties die uiteindelijk zouden leiden tot de amputatie van mijn linkerknie.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

  • 2.5 Op zoek naar een plek om te sterven
  • 2.6 Een rōnin weer in actie
  • Hoofdstuk 3 Het begin van een eindeloze strijd
  • 3.1 Artrose in de linkerknie

  • Dovnload 0.53 Mb.