Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De waarheid van het syndroom van werner

Dovnload 0.53 Mb.

De waarheid van het syndroom van werner



Pagina8/14
Datum04.04.2017
Grootte0.53 Mb.

Dovnload 0.53 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   14

Hoofdstuk 7 Amputatie van mijn beide onderbenen

7.1 Mijn linkerdij wordt geamputeerd

Het was precies op mijn verjaardag, 7 mei. Ik werd 55. Ik vroeg me bij het opschrijven van de dingen af of het een goed jaar zou worden met mooie dingen in het verschiet.

Om 10 uur ’s ochtends was ik klaar met de procedure rondom mijn opname in het O-Ziekenhuis. Ze hadden me alle informatie alleen maar mondeling doorgegeven. Ik ging dan ook in mijn eentje naar de afdeling en de patiëntenkamer waar ik moest zijn. Het was er zo smal dat ik vanuit mijn rolstoel niet op mijn bed kon komen. Er kwam geen verpleegster. Ik voelde me niet op mijn gemak. Ik heb voor de kamer in mijn rolstoel zitten wachten. Uiteindelijk, om 16:30, kwam de behandelend arts, dokter I. die mij vroeg om naar de behandelkamer te komen. Hij begon ermee mij te vertellen dat de operatie van 9 mei naar 17 mei was uitgesteld. Bij het verwisselen van het verband, bekeek hij de wond en deed er een middeltje op. Even na vijven kwam een verpleegster eindelijk de opnameverklaring ophalen.

Voor de lunch was het niet meer relevant maar voor het avondeten vond ik dat er zowel een internist als een diëtist moest komen waarmee ik mijn dieet en de dingen die ik niet at zou kunnen bespreken. Pas op de 14de, een week nadat ik was opgenomen, kwam er een internist aan mijn bed. Meerdere keren heb ik gevraagd of er een verpleegster kon komen. Ik zag dat ze wel bij de andere patiënten op mijn kamer kwamen. Ik heb ook geroepen maar bij mij kwamen ze niet.

Vanaf de eerste dag in het ziekenhuis, 7 mei, kreeg ik gedurende drie dagen via een infuus het antibioticum Firstcin toegediend. Vanaf de 10de werd dit vervangen door Modacin. Toen ik de arts hiernaar vroeg, kreeg ik te horen dat ze niet meer voldoende Firstcin op voorraad hadden. De bestanddelen waren helemaal hetzelfde, het was alleen een kwestie van een andere fabrikant, aldus de arts.

Maar mijn lichaam reageerde er echt heel slecht op. Ik kreeg steeds minder eetlust en bleef aan de diarree. Het was een ellende. Daar kwam nog bij dat er vleugelnaalden ( ‘libellen naalden’ die aan weerszijden vleugeltjes hebben) voor het infuus werden gebruikt waarmee ik 3 keer per dag, ’s ochtends, ’s avonds en voor het slapen gaan werd geprikt. Ik hoopte steeds dat ze in één keer goed prikten maar vaak moesten ze wel 3 tot 4 keer prikken. In het T.T.O-ziekenhuis brachten de artsen trouwens de infuuscanules in en kwamen de verpleegsters de infuuszakken vervangen. In mijn rug en buik, werd ik geïnjecteerd met Heparine (oplossing van 1% dat het stollen van bloed voorkomt).

Vanaf 8 mei kreeg ik een infuus met Palux 1A/ Saline 100 ml (ter behandeling van de rustpijnen en ontstoken quadriceps door chronische obstructie van de bloedvaten en van de ontstekingen in de huid ten gevolge van diabetes). Van 10 tot 17 mei heb ik doorlopend een infuus gehad van 50 mg Atarax P-1A en 100 ml Saline.

Op de dag voor de operatie zou ik zoals gewoonlijk geschoren en gewassen worden en zou er een anesthesist langskomen. Die laatste kwam echter niet. Er kwam alleen een arts die de infuuscanule inbracht en een verpleegster die me, voorafgaand aan de operatie, wat uitlegde. ’s Avonds heb ik normaal gegeten. Tussen acht en negen uur kreeg ik een klysma. Daarna ben ik gaan slapen.

Op 17 mei, de dag van mijn operatie, kreeg ik vanaf ’s ochtends een infuus van Modacin, Palux, Ata P, Lactec. Ook onderweg naar de operatie kreeg ik een infuus van 500 ml. Lactec, een preparaat van elektrolyten (mineraalionen = natrium, calcium, kalium, lactaat ionen, chloride ionen). Een half uur voor de operatie trok ik mijn onderbroek uit en deed ik een T-verband om en het operatieshirt aan.

Toen ik voor de operatiekamer werd opgeroepen, kreeg ik een intramusculaire injectie (Atropine sulfaat 1A plus 25 mg Atarax P-1A) toegediend als medicatie voor aanvang van de narcose. Op een brancard ging ik naar de operatiekamer.

Wat ik na afloop van de arts te horen kreeg, was, dat ze bij de amputatie operatie bij mijn linkerdij eerst 5 centimeter boven het amputatie gedeelte met een elastiek afgekneld hadden zodat er geen bloed meer doorstroomde. Met een medische kettingzaag hebben ze een stukje weggezaagd waarbij de huid gedeeltelijk is blijven zitten. Maar omdat de bovenste laag van vijf centimeter nog steeds aangetast was nadat de amputatie was uitgevoerd, hebben ze nog eens vijf centimeter van de bovenkant weggesneden.

Dat ze me een week langer in het ziekenhuis hielden, vatte ik op als dat ze het zekere voor het onzekere namen. Maar dat bleek echter niet zo te zijn. Er werd geen MRI scan gemaakt ondanks mijn verzoek. Ik vond het klungelwerk en was diep teleurgesteld.

Het schijnt dat ik tijdens de operatie via het infuus Lactec, Zantec, Primperan en Sosegan toegediend heb gekregen. Toen ik bijkwam en mijn ogen opende, lag ik op een schemerige kamer. Er was zelfs geen raam. Ik keek om me heen om te kijken waar ik was. Toen ik mijn vrouw zag zitten, was ik gerustgesteld.

Ik had een zuurstofmasker op en lag aan een E.C.G. apparaat. Het apparaatje waarmee de zuurstof in het bloed wordt gemeten (zuurstofsaturatiemeter) zat de hele tijd vastgeklemd op mijn wijsvinger. Dat deed erg pijn. Na twintig uur werden de borstelektroden (rubber zuignapjes) die op mijn borst zaten om mijn hartslag te meten, verwijderd. Hierbij werd een stukje huid bij mijn borst meegetrokken. Het voelde als een brandwond en deed pijn. Het duurde een week of twee voordat het geheeld was. Ook de elektroden die vastzaten op mijn armen en bovenbenen deden me pijn. Het was me allemaal te veel geworden. Toen mijn vrouw zag dat ik wakker werd zei ze dat ik zomaar in het dagverblijf van het ene op het andere moment aan tafel met mijn hoofd op mijn arm in slaap was gevallen. Naast de benauwdheid op mijn borst, begon ik ook hevige pijn te krijgen op de amputatieplek.

Omdat ik een verpleegster wilde roepen, zocht ik met mijn linkerhand (mijn rechterhand kon ik vanwege het infuus niet bewegen) naar de schakelaar van de noodknop maar ik kon hem niet vinden. Omdat ik ook niet bij stem was, was ik niet in staat om hulp te roepen. Uiteindelijk bleek er ook geen alarmknop te hebben gezeten.

Een gevoel van eenzaamheid en hulpeloosheid bekroop me nadat mijn vrouw naar huis was gegaan. Ook de pijn werd nog een graadje erger en ik kon me helemaal niet ontspannen. Mijn wangen gloeiden en ik had een zwaar hoofd. Ik had het gevoel dat ik koorts had.

Ik had speciaal voor mezelf al twee zachte koud kompressen klaarliggen. Ik liet er eentje naar me toebrengen. Maar na een poosje ging mijn hoofd waar het koud kompres op lag, pijn doen. Toen zag ik pas dat het een hard koud kompres was. Ik had gevraagd om mijn eigen zachte koel kompressen maar daar was kennelijk niet naar geluisterd. De verpleegster beweerde: ‘het is nog niet gekoeld’. Ik had het gevoel dat ze loog en verdacht haar ervan dat ze mijn kompres vast aan iemand anders had uitgeleend.

De plek waar ik na de operatie lag, was een behandelkamer annex opslagplaats voor medicijnen aan de kant van de ingang van de verpleegpost. Een plek die nauwelijks functioneerde als patiëntenkamer. Een intensive care kamer was er helemaal niet. Waarom mensen bij wie er een grote operatie is uitgevoerd als verschoppelingen werden behandeld? Ik weet het niet. Ik heb pas later begrepen dat ik de verpleging kon oppiepen door aan een stang te draaien.

De volgende dag kreeg ik weer wat hoop. Bij het ontbijt (gewoonlijk rijstepap)kreeg ik last van gasvorming. De verpleegster vroeg aan mij ‘moest u winden?’ Ik antwoordde ‘Ja’ waarop ze mijn ontbijt bracht. Ze had het echter zover weg gezet dat ik er niet bij kon en het duurde zeker tot 9 uur voordat er iemand kwam. Een verpleger wiens taak het niet was maar die het niet kon aanzien, heeft mij toen eten gegeven. Ik had sinds 38 uur niet meer gegeten. Ik was hem dankbaar en blij. Die dag ging ik terug naar een vaste plek op een patiëntenkamer en kwam ik weer wat tot rust.

Omdat ze hadden gezegd dat ik gedurende drie dagen drie tabletten Sosegon (een narcotische pijnstiller) per dag mocht gebruiken, heb ik die gekregen tegen de hevige pijn. Desondanks was de pijn zo erg dat ik het niet verdragen kon. Op 24 mei, een week na de operatie woog ik 39 kg. (omdat er 18 cm/ 7 kg. was weggesneden van mijn dijbeen boven mijn knie) Hemoglobine A1c was 9,4; γGTP 153; GPT 183; GOT 61; CPR in de urine 114 µg/dag.

Een dag of vier later ben ik rechtop in mijn bed gaan zitten om te eten. Met een groot aantal kussens in mijn rug, omdat ik anders mijn evenwicht niet kon houden, heb ik toen zittend gegeten. Ik had geen trek, mijn maag was van streek en ik voelde me beroerd. Ik bleef ook aan de diarree.

Ik stond er zelf ook verbaasd van maar ik moest denken aan haiku gedichten uit mijn kindertijd. Ik heb geprobeerd een gedicht te schrijven zoals het in mijn hoofd naar boven kwam. Ik heb nooit officieel les in haiku gehad en het was dan natuurlijk ook zomaar een eigen creatie. Mijn eerste gedicht verwoordt het gevoel van toen wat ik nog altijd naar boven kan halen. Het is echt mijn eerste haiku.



De god van de wind

Hoe wonderschoon zijn gefluit

Lente op zijn mooist

Vanaf de 18de, de dag na de amputatieoperatie in het O-ziekenhuis, heb ik alleen ’s ochtends en ‘s avonds insuline gespoten. Vanaf die dag liep mijn bloedsuikerwaarde in de ochtend op tot 171 en vanaf de 25ste ging mijn dosis insuline naar 20 eenheden Innolet 30-R. De hoogste waarde die mijn bloedsuiker tijdens het middaguur, de late namiddag of in de avond bereikte was 300. Ik had geen trek en at dan ook weinig. Dat ging zo door tot 4 juni. Daarna begonnen mijn bloedsuiker, mijn bloeddruk en mijn eetlust zich geleidelijk aan te herstellen. Ik begon me zelfs weer wat fitter te voelen.

Wat me echter zorgen begon te baren, waren de zweren in het gebied van de achillespees van mijn rechtervoet. Mijn achillespees was duidelijk zichtbaar en het leek wel een mergelgrot waarin je het scheenbeen en kuitbeen zag liggen. Toen ik over mijn rechtervoet bij mijn arts aankwam, zei hij: ‘Dat komt niet goed’. Twee dagen leed ik vreselijke pijn. Er werd besloten om mijn rechtervoet te amputeren. Vanaf die tijd moest ik mijn beide ellebogen gebruiken om op te staan en naar bed te gaan. Daar zou ik later nog erg veel last van gaan krijgen.

7.2 Amputatie van de onderkant van mijn rechterknie

Er waren een aantal factoren die mij hebben doen besluiten mijn rechterbeen te laten amputeren. Het belangrijkste vond ik dat ik niet de strijd moest aanbinden met mijn hoop. Ik vond het gewoonweg ondraaglijk levenslang met pijn te moeten leven en bang te zijn voor infecties. Het was de achtste keer dat ik voor een grote beslissing stond. Het is een angstaanjagende gedachte dat je je lichaam met alles erop en eraan kwijt raakt waardoor het niet meer naar behoren functioneert. Voor mijn rolstoelbestaan maakte het geen verschil, maar ik kon mijn frustratie mijn beide benen te verliezen niet onder stoelen of banken steken. Ik had er geen flauw idee van hoe het met me zou aflopen als ik me niet zou laten amputeren. Bovendien was ik in een goede lichamelijke conditie en zou het eigenlijk alleen maar slechter kunnen worden, aldus dacht ik.

Het bloedonderzoek van 11 juni gaf de volgende uitslagen:

γGTP 85; GOT 35; GPT 103; CRP 0,3; bloedsuikerwaarde 154; suiker in urine (of er suiker in de urine wordt afgevoerd) 1+.

Ik vond dat het de goede kant opging en liet dan ook weten dat ik achter een operatie stond. Twee dagen later kwam de behandelend arts mij vertellen dat er was besloten om de operatie waarbij de onderkant van mijn rechterknie afgezet zou worden op 21 juni ging plaatsvinden. Ik zweerde tegen mezelf dat ik me volledig fysiek zou voorbereiden op deze dag en er voor zou gaan. Toen ik de arts naar fantoompijn vroeg, vertelde hij mij: ‘Vooral als je lange tijd pijn hebt gevoeld voor de amputatie, dan is de pijn door de hersenen opgeslagen en ingevoerd. Dit is niet te bevatten en er is niets aan te doen. Ik denk wel dat je de pijn enigszins kunt verminderen door je eigen gevoel onder controle te houden.’

Daarna stond er een stukje in de krant waarin stond:

Fantoompijn duidt op een verschijnsel waarbij men het gevoel heeft alsof het geamputeerde lichaamsdeel er nog is en pijn doet. In de beginfase van de fantoompijn treedt er pijn op met eenzelfde mechanisme als zenuwpijn bij gordelroos maar de pijn blijft vervolgens langdurig aanhouden. Fantoompijn treedt gemakkelijker op naarmate men sterke pijn heeft gevoeld voordat men de amputatieoperatie onderging. (Masahiro Morimoto, docent aan de faculteit voor Anesthesiologie van de Kinki Universiteit en arts van de Morimoto Kliniek).

Zo was het helemaal.

Op 15 juni kreeg ik een laat ontbijt. Er vond een contrastonderzoek in mijn dijbeenslagader (arteria femoralis) plaats. Dit contrastonderzoek werd bijna volledig volgens hetzelfde stramien als een operatie uitgevoerd. Ik kreeg een atropine-sulfaat 1A injectie en terwijl ik een infuus kreeg met 500 ml Lactec werd ik naar de operatiekamer gebracht. Maar op weg van de zesde naar de tweede etage werd ik in de lift onwel en voelde ik me misselijk. Toen ik dat aangaf, werd meteen mijn bloeddruk opgenomen. Omdat mijn bloeddruk boven de 180 lag, werd er ongeveer een uur gewacht tot het weer wat beter met me ging terwijl ze van tijd tot tijd mijn bloeddruk opnamen.

Uiteindelijk spoten ze contrastvloeistof in de liesader. Omdat ik daarvoor plaatselijk verdoofd was en een verdoving in mijn ruggenmerg had gehad, deed het geen pijn. Ik was volledig bij bewustzijn en herinner me alles nog. Maar ik vond het vreemd dat ze voor het filmpje van mijn rechterbeen in mijn linker liesader probeerden te prikken. De contrastvloeistof konden ze niet goed aanbrengen. Vijf keer ging het mis. Het liesgedeelte van mijn rechterbeen werd vervolgens verdoofd. Bij de tweede keer prikken hadden ze de ader gevonden. Nadat er foto’s waren gemaakt, ging ik terug naar de zaal. Er werd me gezegd dat ik gedurende zes uur rustig op mijn bed moest blijven liggen. Zonder een vin te verroeren heb ik daar 6 uur gelegen. Mijn infuus bestond uit Pethidine Hydrochloride 1A, Fosmicin 1gTN, Lactec 500 ml.

Op 18 juni werd ik door mijn arts opgeroepen. Het ging om de uitslag van de contrastfoto. Hij had het erover dat ze 10 cm onder de knie zou gaan snijden maar ik verzocht hem om zoveel mogelijk te laten zitten. Hij zei echter dat, gezien de condities van de bloedcirculatie, 10 cm het minimum was. Ik heb hem gevolgd. Met hier en daar een schommeling was mijn bloedsuikerspiegel betrekkelijk stabiel. Ook mijn bloeddruk was niet slecht. Ik was klaar voor een operatie.

Deze vond op 21 juni plaats. De ochtend begon met een infuus van 500 ml. Lactec. Om drie uur ’s middags werd ik opgeroepen voor de O.K. Ik werd geïnjecteerd in mijn spieren (deltaspier) met 25 mg Atarax P, 1A Atropine Sulfaat 0,5 A. Op een brancard werd ik naar de operatiekamer gebracht. Het infuus dat ik tijdens de operatie kreeg, was 15 mg Sosegon/ 100 ml. Saline, Zantac (100) 1A/ 100 ml. Saline, Fosmicin 1gTN en drie injecties Lactec 500 ml.

Mijn been werd 10 centimeter onder mijn rechterknie (1,5 kg) weggesneden. Ik had deze keer van tevoren gevraagd om mij na de operatie terug te brengen naar de patiëntenkamer. Toen ik wakker werd, was mijn vrouw er. Dat vond ik erg fijn.

Ik had daarna echter drie dagen hevige pijn en kreeg driemaal daags, in de ochtend, middag en avond, een infuus van het pijnbestrijdingsmiddel Sosegon. Drie dagen kreeg ik het antibioticamiddel Fosmicin en tot de dag van mijn ontslag heb ik Palux (verwijdt bloedvaten) gehad. De infuusnaalden die dagelijks werden gebruikt, waren vleugelnaalden. Als ze nou maar in één keer goed prikten. Wanneer er drie, vier keer geprikt werd, was het pijnlijk en bovendien tijdrovend.

Vooral bij het avondeten had ik er vaak last van. De mediaanlijn was zowel links als rechts gehavend en hard geworden. Ik had gevraagd om over te stappen op Sirflow insertienaalden maar daaraan werd geen gehoor gegeven. Waarschijnlijk was er onder de verpleging niemand die hiermee kon werken.

Ik was wel 9,5 kilo afgevallen en omdat ik kleiner van stuk was geworden, liet ik het aantal kcal afstemmen op 1520 kcal. Het aantal eenheden Insuline was ’s ochtends en ’s avonds 20 eenheden 30-R, hetgeen neerkwam op 40 eenheden per dag.

Voor wat betreft mijn bloedsuikerwaarde lag de waarde voor het ontbijt volgens de registratie in juli zeven keer boven 140. De waarde voor het middageten was 16 keer een lage waarde waarvan 1 op de 2 keer gezakt naar 20. Van de negen waarden voor het avondeten was het maximum 272.

Met een waarde rond de 100 kreeg ik toch een hypoglykemie. Zes aaneengesloten dagen werd er geen insuline gespoten. De avondwaarde bedroeg 2,5 uur na het eten 26 keer meer dan 140, waarvan 16 keer zelfs hoger dan 200. De hoogste waarde was 315. In augustus was de dosis insuline die ik ’s ochtends en ’s avonds kreeg toegediend , per dag verschillend.

Ik had gevraagd om geen insuline te spuiten onder de 90 en dat werd ook niet gedaan. De arts spoot 10 tot 12 eenheden en 16 tot 20 eenheden en leek hiermee wat te experimenteren.

Op 14 augustus werd ik in de ochtend ontslagen uit het O-Ziekenhuis en om 10 uur overgebracht naar het T.T.O.-Ziekenhuis.



7.3 Overplaatsing naar een revalidatiekliniek

Ik was niet tevreden geweest over de houding van de artsen en verpleging, de maaltijden en zo in het T.T.O.-ziekenhuis maar omdat ik dacht dat het deze keer wel anders zou zijn omdat ik naar de revalidatieafdeling ging, had ik met mijn opname ingestemd. Voor de opname was ik er een keer of drie vanuit het O-ziekenhuis voor een afspraak geweest. Eén van die keren was mijn lichaamsevenwicht nog instabiel geweest. Omdat ik me niet goed voelde, wilde ik de afspraak afzeggen en het verschuiven naar een andere datum maar ik ben uiteindelijk onder druk toch gegaan.

Zoals te verwachten viel, voelde ik me bij aankomst beroerd en misselijk. Mijn buik was gezwollen en ik was duizelig en had hoofdpijn. Het was verschrikkelijk.

Toen ik in het O-ziekenhuis terugkwam, lag mijn bloeddruk boven de 180 en bedroeg mijn bloedsuikerwaarde meer dan 300. Er was een parttime verpleegster die nachtdienst had. Het bloeddrukverlagend middel Adarat hielp niet en omdat ik me beroerd en misselijk voelde, vroeg ik haar om een intraveneuze injectie met Primperan.

Ofschoon er instructies van de arts waren, deed ze het af met ‘wacht tot 12 uur vannacht’. Omdat ik me zo slecht voelde, heb ik er een aantal keer om gevraagd maar ze ondernam geen actie. Ik kon het niet meer volhouden en heb uiteindelijk de verpleging opgeroepen. Er kwam een verpleegster die van dienst gewisseld was. Toen zij zag hoe ik erbij lag, heeft ze me onmiddellijk een intraveneuze injectie met Primperan gegeven. Toen ik op mijn zij lag en bijna moest overgeven, legde ze uit voorzorg bemoedigend een plastic zakje voor me klaar.

Vrijwel direct na de injectie had ik het gevoel te moeten spugen. Toen ik wanhopig op mijn rug ging liggen, kwam het al. Ik riep de verpleegster via de ‘nurse call’ op. Ze wreef over mijn rug en maakte een gorgeldrankje met water voor me klaar om mijn mond te spoelen. Het hielp me enorm om een zorgzame verpleegster te hebben.

Een week later werd er eindelijk een gastroscopie uitgevoerd waar ik al zo lang om had verzocht. Ik maakte me namelijk zorgen over een maagzweer, die ik door de stress mogelijk had gekregen. Ik wist wat me te wachten stond want ik had zo’n onderzoek al eerder gehad. Nu ik mijn beide benen miste, kon ik mijn evenwicht niet bewaren waardoor het onderzoek zwaarder was dan ik had verwacht.

De uitslag van het onderzoek werd mij direct ter plekke verteld. Ze lieten me de foto’s en filmpjes bekijken maar ik kon deze niet zien vanwege mijn slechte gezichtsvermogen. Uit het onderzoek bleek dat er geen maagzweer zat maar wel ontdekten ze eroderende puntvormige bloedinkjes, zogenaamde petechiën.

In de regel kom je niet voor opname op de revalidatie afdeling in aanmerking wanneer bij behandeling de wonden nog open zijn. Om van het O-ziekenhuis naar het T.T.O-ziekenhuis overgeplaatst te mogen worden, was ik twee keer voor een afspraak bij het T.T.O. ziekenhuis geweest. Beide keren vanwege de controle van de wonden na de operatie.

Tegen het eind van de middag op de dag dat ik was opgenomen, kwamen er een specialist en behandelend arts naar me kijken. Toen ze de wond bekeken, zeiden ze: ‘dit is niet best. De wond is niet gedicht.’ Wat ze in het O-ziekenhuis aan behandeling hadden gedaan, was me volstrekt onbekend. Ze hadden me de wonden wel laten zien, maar er was mij niets uitgelegd. Erop vertrouwende dat het genezen was, had ik het O-ziekenhuis verlaten en was ik opgenomen in het T.T.O.-ziekenhuis.

De uitslagen van het onderzoek van 15 augustus waren als volgt:

Hemoglobine A1c 7,1%; totaal cholesterol 278; HDL-cholesterolgehalte 44; glucosurie 1+; GOT 47; GPT 115; ᶌGTP 99; CRP 0,23

Mijn leven in het ziekenhuis was een misère. Ik lag pas een dag of drie in het ziekenhuis toen mijn vrouw en twee zussen erbij werden geroepen (ik was er zelf ook bij)en ze aandrongen op ontslag. Ik wist niet wat ik hoorde. Hoe kwam de arts erbij om mij naar huis te sturen terwijl de wond nog open lag. Ik sputterde dan ook tegen dat ik in het ziekenhuis wilde blijven tot de wond genezen was. Voorlopig werd hiermee ingestemd. Mijn revalidatietherapie bestond uit ergo- en fysiotherapie.

Het was verschrikkelijk dat er voor de maaltijden niet werd nagedacht over een diabetes dieet. Daarbij kwam ook nog de hardhandigheid van het verplegend personeel en de houding van de artsen waardoor ik maar niet aan de gedachte kon ontsnappen om zo snel mogelijk hier weg te zijn. Dat vormde mogelijk mijn drijfveer op de revalidatie afdeling van het T.T.O. ziekenhuis.

De stress had zijn hoogtepunt bij mij bereikt. Een tragedie deed zich voor. Het begon met mijn linkerhand. Die begon tot aan mijn elleboog stijf en pijnlijk te worden. Ik kon hem niet meer op en neer bewegen. Ik raakte mijn stem volledig kwijt net als indertijd dat ik een verlamming aan mijn stembanden had gehad, en verloor mijn eetlust. Ik zat rechtop en kon mijn hand van de pijn niet bewegen. Het werd steeds moeilijker om te eten. De verpleegsters begrepen me niet en dachten dat ik me uit pure luiheid liet vertroetelen. Ze waren alles behalve aardig. Bij de maaltijden deden ze alleen het bed omhoog in de zitstand en zetten het dienblad neer waarna ze weer vertrokken. Ik miste beide benen, had een slecht functionerende hand en kon mijn evenwicht niet bewaren. Ik had mezelf misschien toch te veel geforceerd. Ik kreeg last van duizelingen. Omdat ik niet goed meer kon praten, kon ik niet kenbaar maken wat ik bedoelde. In paniek floepte ik uiteindelijk het scheldwoord ‘duivels’ tegen de verpleging eruit. Ik zou later nog een schop terugkrijgen.

Het begon in de middag van 6 september. Ik had een brandend gevoel in het midden van mijn linker ellebooggewricht. Vanaf de onderkant van het schoudergewricht tot aan alle vingertoppen had ik last van spontane pijn en bewegingspijn, zelfs al bewoog ik mijn vingers maar een beetje.

Er werden röntgenfoto’s gemaakt maar omdat er geen bijzonderheden waren, bleef het daarbij. Waarom het zo verergerd was of waar de zwakke plekken zaten, daar werd verder niet meer naar gekeken. Mijn onvrede, bezorgdheid en wantrouwen over westerse geneeskunde werd alleen maar opnieuw aangewakkerd. Door de ziekenhuis opnames die ik tot dan toe had gehad, wist ik dat ziekenhuizen veel gemeen met elkaar hebben. Hoeveel verpleging een patiënt dient te krijgen, wordt bepaald aan de hand van het rapport van het verplegend personeel dat verantwoordelijk is voor een ziekenafdeling. Uiteraard zijn er hierbij wel instructies van de behandelend arts. Een werkwijze waarbij de behandeling onvoldoende afgestemd is op de omstandigheden van het moment. Ik had het gevoel slachtoffer te zijn van dit systeem. Vanaf de 6de had ik pijn en zat er geen beweging meer in mijn linkerarm. Omdat ik mijn rechterhand nog wel wat kon bewegen, ben ik mezelf vanaf de 7de met naalden en moxatherapie gaan behandelen.

De 8ste, 9de en 10de heb ik de meetresultaten van mijn bloedsuikerspiegel, bloeddruk en lichaamstemperatuur niet opgeschreven en bleef ook mijn dagboek blanco. Ik heb nog wel een aantekening gemaakt van het feit dat ik de 8ste geen lunch en avondeten heb gegeten.

De uitslag van het onderzoek op 13 september was als volgt:



Hemoglobine A1c 7,0; GOT 44; GPT 110; CRP 0,87

Mijn ontslag uit het ziekenhuis was gepland op 21 september. Een sociaal werker heeft mij erg geholpen met de thuisverpleging. Ik ging wel naar huis maar de wond aan het amputatiedeel van mijn rechterbeen was nog niet dicht en de behandeling en desinfectie vond ik dan ook verschrikkelijk. Ook mijn linker elleboog baarde me zorgen.

Ik ga u iets vertellen over mijn levensloop. Ik had een hekel aan mensen en deed mijn best, in voor- en tegenspoed, om veearts te worden, een bestaan omringd door vee en natuur. Maar helaas zakte ik voor het toelatingsexamen. Een jaar later ging ik naar de landbouwfaculteit om veeteelt te studeren. Ik heb daar erg veel geleerd van de leraar voortplantingsleer van de diergeneeskunde faculteit. Volle dagen bracht ik met groot vee, koeien en paarden, door. Maar zoals ik eerder ook al verteld heb, kreeg ik een terugslag vanwege staar aan beide ogen. Ik zei tegen mezelf dat ik niet zou afhaken en mijn moeder heeft me daarbij ook volledig gesteund.

Daardoor was ik na een studiestop van een jaar weer terug op de universiteit. Ik studeerde af met zowel voor mijn afstudeerscriptie als voor mijn stage voortplantingsleer de beoordeling ‘uitmuntend’. Erg groots was ik op de baan die ik kreeg op een boerderij waar ik, zelfredzaam als ik ben, er in mijn eentje voor stond.

Maar het advies van mijn lieve moeder heb ik niet zomaar naast me neergelegd. Uiteindelijk vond ik het zelf ook beter om die weg in te slaan, de wereld van de oosterse geneeskunde, acupunctuur en moxatherapie.

Hiermee was ik uiteindelijk weer beland in de geneeskunde. Aanvankelijk zat ik in mijn maag met de vraag waarom juist ik, die een hekel had aan mensen, mensen zou gaan verzorgen. De reden lag in het feit dat oosterse geneeskunde de oorsprong van zorg vormt. De kans dat ik op hogere leeftijd uiteindelijk op zorg aangewezen zou zijn was groot, aldus dacht ik. Ik zou me dan toch niet kunnen laten verzorgen door een koe of een paard. Ik bleef tenslotte een mens. Het is niet goed je halsstarrig van iets af te blijven keren.

Ik heb mijn gevoelens en gedachten dan ook 180 graden gedraaid en ben me volledig gaan wijden aan mensen. In die tijd raakte ik een oog kwijt waardoor ik wanhopiger was dan ooit. Ik vond echter steun van families van mijn patiënten met wie ik bevriend was geraakt en van wie ik buitengewoon veel medeleven heb gevoeld. Daar was ik blij om.

1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   14

  • De god van de wind Hoe wonderschoon zijn gefluit Lente op zijn mooist
  • 7.2 Amputatie van de onderkant van mijn rechterknie
  • 7.3 Overplaatsing naar een revalidatiekliniek

  • Dovnload 0.53 Mb.