Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De waarheid van het syndroom van werner

Dovnload 0.53 Mb.

De waarheid van het syndroom van werner



Pagina9/14
Datum04.04.2017
Grootte0.53 Mb.

Dovnload 0.53 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

Hoofdstuk 8 Zweren op beide ellebogen en huidspier transplantatie

8.1 Wijkverpleging en thuiszorg

Ik was extreem blij weer thuis te zijn maar rond een uur of negen ’s avonds op de dag dat ik was thuisgekomen, overkwam me iets wat ik helemaal niet begreep. Ik merkte dat, niet alleen ik vanaf mijn onderbuik tot aan beide dijen, maar ook de zitting van mijn rolstoel zeiknat waren. Ik dacht eerst dat het kwam doordat ik tijdens de maaltijd groentesoep had gemorst. Ik voelde pijn aan mijn linker elleboog en toen ik er naar keek, begreep ik pas waarom het zo nat was. In de huid van mijn linker elleboog zat er een gat dat waarschijnlijk was gaan zweren. Er spoot veel etter of gewrichtsvocht uit. Sinds die avond kon ik mijn linkerarm van de pijn niet meer bewegen. Mijn vrouw moest me bij alles helpen, mij op bed leggen en op het toilet zetten, me voeden en mij medicijnen toedienen. Een dag of zeven zat ik weer in het ritme van thuis maar het viel het me erg zwaar.

Eén keer per maand kwam dokter S. uit het S.A.B.M.-ziekenhuis bij me thuis langs om mij te onderzoeken en twee keer per week kreeg ik hulp van een wijkverpleger. Op doordeweekse dagen kwam de lunch van een afhaalservice en op woensdag en vrijdag kwam er iemand langs om te helpen met het avondeten. Het avondeten op de overige dagen en het ontbijt, maakte mijn vrouw voor me klaar. De dosis insuline die ik tweemaal daags, ’s ochtends en ’s avonds, spoot was met 20 eenheden 30-R per keer onveranderd gebleven. Tot 3 november werd mijn bloedsuikerspiegel drie keer per dag gemeten. Af en toe was de waarde rond de 100 maar vaak lag hij tussen de 140 en 200.

De zwerende wond aan mijn linker elleboog wilde maar niet genezen. Ik kon niet opstaan, noch douchen. Ondertussen probeerde ik mezelf rechtop te zetten met mijn rechter elleboog. Ik had het zelf niet door maar uiteindelijk kreeg ik daar ook een zwerende wond aan. Op dat moment was ik niet meer dan een Daruma pop. De dagen dat ik niet zelf kon eten of naar het toilet gaan, sloten zich aaneen. Maar ik deed mijn best om er weer bovenop te komen en besloot om computerles te gaan nemen. Vanaf zaterdag 12 oktober ging ik daar één keer per week heen. Ik vond het heel erg leuk. Een maand daarna begon ik op zondag 10 november met een cursus keramiek. Daarnaast wilde ik ook ergotherapie volgen. Buiten in de frisse lucht en het zonnetje zou me goed doen en een afleiding vormen van mijn dagelijkse leventje als huismus. Ik had er plezier in en ging me weer beter voelen.

Vanaf 4 november zou mijn bloedsuiker twee keer per dag, in de ochtend en in de avond, worden gemeten. De dosis insuline bleef hetzelfde. Mijn bloedsuikerspiegel bleef aan de hoge kant, soms boven de 140, rond de 200 of zelfs boven de 250. Ik voelde dat ik toch mijn voedselpatroon zou moeten veranderen en vroeg me af hoe ik met een beperkt aantal calorieën meer uit de schijf van 5 zou kunnen halen.

Eten was altijd een lastig iets als ik voor controle naar het ziekenhuis moest. Ik maakte me dan zorgen over het tijdstip waarop ik moest eten, de voedingsbalans of het aantal calorieën. In het ziekenhuisrestaurant werd er geen rekening gehouden met maaltijden voor diabetes. Ook al lette ik goed op en at ik maar de helft, mijn bloedsuiker kwam toch altijd boven de 250. Ik geloof dat stressfactoren hier toch ook sterk mee samenhangen.

De uitslagen van mijn bloedonderzoek op 19 november waren als volgt:

Bloedsuiker 3 uur na het ontbijt: 189; Hemoglobine A1c7 6,9; totaal cholesterol 186; HDL-cholesterolgehalte 39; neutraal vetgehalte 278; witte bloedlichamen (WBC) 7100; CRP 1,48; Op basis van de waarden, stellen wij vast dat er sprake is van een bacteriële of virale infectie.

Concreet gesproken, was er een bacterie binnengedrongen in de zweren op mijn beide ellebogen, hetgeen gepaard ging met hevige pijn. Ik kreeg verpleging aan huis in het kader van thuiszorg door de afdeling interne geneeskunde van het S.A.B.M.-ziekenhuis. Maar voor orthopedische chirurgie moest ik wel naar het ziekenhuis. Ik liet me daar onderzoeken. Ik wilde graag dat er een MRI of CT scan werd gemaakt maar daar zag men de noodzaak niet van in. De interne geneesheer werkte ook in nauwe samenspraak met de orthopedisch chirurg. Een maand lang vocht ik tegen de pijn. Op 16 december liet ik mijn beide ellebogen bekijken door dokter E. (de specialist die mijn benen had geamputeerd) van de orthopedische afdeling van het O-ziekenhuis. Hij maakte direct een MRI scan.

Daaruit bleek dat de bacterie tot in de botten van mijn ellebooggewricht was doorgedrongen en ik zou dan ook geopereerd moeten worden. Dokter O. zou opnieuw mijn specialist worden voor de transplantatie waarbij er huid zou worden getransplanteerd naar mijn ellebooggewricht. De dag waarop ik geopereerd zou worden lag nog niet vast maar ik kreeg al wel te horen hoe de operatie uitgevoerd zou gaan worden. Naar wat ze mij vertelden zou er een stukje huid uit de liesstreek worden gehaald. Er ging een schok door me heen alsof ik een klap met een hamer kreeg. Ze zeiden me op 6 januari 2003 voor een volgende afspraak terug te komen.

Ik maakte me voortdurend zorgen over een transplantatie van huid en spierweefsel uit mijn lies en ik wilde dan eigenlijk ook in een second opinion de mening van iemand anders horen. Op 4 januari zat ik daarom op de afdeling orthopedie in het S.A.B.M.-ziekenhuis. Toen ze daar mijn verhaal hadden gehoord, zeiden ze dat het wel plausibel was om huid uit de lies te gebruiken. Ik snapte er niets van. Ik zou het er niet bij laten.

De uitslag van mijn bloedonderzoek op die dag was als volgt:

Bloedsuiker 3 uur na het ontbijt: 201; Hemoglobine A1 c 7,5%; witte bloedlichamen (WBC) 12.900; CRP 0,85; sterke toename van de ontsteking

Deze onderzoeksuitslagen waren mij pas een week later bekend. En toen ik twee dagen later, op 6 januari, voor een afspraak in het O-ziekenhuis was, was ik hiervan dan ook nog niet op de hoogte.

Ik voelde zelf dat ik lichamelijk niet zo’n beste conditie had. Qua medische behandeling gebeurde er niets. Desondanks wist ik toch sterk te blijven. Zo ging ik ’s avonds wel eens naar een balletuitvoering en zat ik ’s zondags op keramiekles. Voor de computerlessen kwam de leraar bij mij thuis, wat ik erg fijn vond. Bijna dagelijks lag mijn bloedsuikerspiegel ’s ochtends en ’s avonds boven de 150. Vanaf 17 januari was de dosis insuline gewijzigd naar 24 eenheden in de ochtend en 16 eenheden in de avond maar het totaal aantal eenheden bedroeg nog altijd 40 eenheden.

Op 20 januari werd ik door dokter O. van de orthopedie afdeling van het O.-ziekenhuis onderzocht. Hij bekeek de wonden aan beide ellebogen en bracht er het antisepticum Isodine en Isodine care (ook een desinfectiemiddel) op aan waarna er een nieuw verband om werd gelegd door een verpleegkundige.

Lettend op het bewegingsbereik van het ellebooggewricht wilde ik dat hij er een gaasverband omheen deed afgestopt met elastisch tape maar hij omwikkelde het zomaar met wat verband. Ik had nochtans vriendelijk verzocht om het zo te doen maar daar luisterde hij niet naar. Toen hij hiermee klaar was, schoof het verband, zoals te verwachten viel, meteen van zijn plek en raakte los. Hij begon weer van voor af aan, een verspilling van energie en tijd. De tape waarmee het verband uiteindelijk vast zat, was papieren tape die niet elastisch was. Toen ik daar een opmerking over maakte, zei hij dat er niets anders was. Er zat niets anders op dan zo maar naar huis terug te gaan. Onderweg begon het verband van de wond te glijden waardoor het geen bescherming meer bood. Ik besloot in het vervolg zelf wel elastisch tape mee te brengen.

Ik kreeg de datum van mijn opname en operatie te horen. De opname zou plaatsvinden op 12 februari en de operatie op 18 februari. Ik moest op 5 februari terugkomen voor controle. Toen ik die 5de op de afdeling orthopedie van het O-ziekenhuis werd onderzocht, bleef het bij het bekijken van de wonden aan mijn beide ellebogen. Ikzelf wilde ook een MRI scan laten maken van mijn rechterelleboog en de gang van zaken rondom de operatie bevestigd krijgen. Op 16 december was er alleen maar vanwege een MRI scan van mijn linker elleboog besloten tot een operatie. Ik was niet overtuigd en bleef ongerust omdat ze mijn rechterelleboog niet controleerden hoewel ik aan beide ellebogen geopereerd zou worden. Verder meldden ze mij dat de dag van opname verschoven was van de 12de naar de 15de. Ter voorbereiding op de ziekenhuisopname had ik aangepast rolstoelvervoer geregeld. Die reservering moest ik weer wijzigen en ook moest ik kijken of mijn vrouw die met me mee zou gaan, wel zou kunnen. Artsen nemen zomaar op eigen houtje beslissingen zonder overleg met de toch al kwetsbare patiënt. Er wordt je ook helemaal geen gelegenheid tot overleg geboden. De kritiek op de zogenaamde ‘drie-minuten-zorg ’ zal er wel niet minder op worden. Communicatie is er niet. Het lijkt eenrichtingverkeer waarbij artsen zelf zeggen het bij het rechte eind te hebben. De patiënt wordt niet naar zijn mening gevraagd, die heeft maar te volgen.



8.2 Daruma

Op 15 februari ’s ochtends ging ik het O-ziekenhuis in. Ze hadden een kamer voor mij alleen gereed gemaakt. Allebei mijn ellebogen zouden bij de operatie behandeld worden. Ik had al geen benen meer en mijn beide handen zou ik ook niet meer kunnen gebruiken waardoor ik natuurlijk niet zelfstandig zou kunnen eten of een zuster zou kunnen roepen. De hoofdzuster, het hoofd van de afdeling, kwam met het voorstel dat mijn vrouw zou overnachten in het ziekenhuis zodat zij mij drie keer per dag met het eten zou kunnen helpen. Er zouden dan geen kosten in rekening worden gebracht voor het extra bed. Omdat mijn vrouw geen vrij kon krijgen van haar werk hebben we de hulp van mijn twee zussen, de vrouw van mijn broer en vrienden ingeroepen om mij te helpen met het ontbijt, de lunch en het avondeten. Vanuit het ziekenhuis gingen ze naar hun werk. Bij toerbeurt zijn ze mij drie weken lang komen helpen met het eten. Het heeft me enorm gesteund en ik ben ze dan ook zeer dankbaar.

Mijn lichaamstemperatuur, die me zorgen baarde, was drie dagen voor mijn opname met 34,6 ⁰C laag en liep de dag voor mijn operatie op tot 38,2 ⁰C. Er werd zelfs gesproken over een mogelijk uitstel van mijn operatie.

In de namiddag op de dag dat ik was opgenomen kwam een arts van chirurgie mij bezoeken. Plotseling zette hij een naald voor een infuus in de rechterregio van mijn nek. Ik had al wel zoiets gehoord maar die dag overviel het me. Ik voelde dat dit bewust werd gedaan zodat ik me niet zou realiseren wat er gebeurde. Het ging hier om Intraveneuze voeding (parenterale voeding), waarbij er een katheter (dun buisje voor het infuus) vanaf de onderkant van het sleutelbeen werd ingebracht en in de vena cava superior (bovenste holle ader) werd geplaatst.

18 februari was de dag van mijn operatie. Ik had gedacht dat het amputeren van mijn beide benen wel mijn laatste operatie zou zijn. Op een operatie aan mijn beide ellebogen had ik helemaal niet gerekend. Ik had inmiddels 14 operaties ondergaan. Dit zou de 15de worden en de 10de onder volledige narcose. Zo had ik het zelf met verbazing zitten uitrekenen. Niet te geloven dat ik de moed niet heb laten zakken (eerlijk gezegd heb ik wel een aantal keren gedacht ‘was ik maar dood’) en tot het uiterste heb volgehouden. Een complimentje voor mezelf.

Volgens mij heb ik het ergens al genoemd maar nu zo, zonder handen en voeten, was ik een Daruma pop. Het infuus was in de loop van de ochtend begonnen. 500 ml Trifluid; 500 ml Lactec; Exacin 1A + 100 ml Saline; Sulperazone 1g packet). Ook op weg naar de OK bleef ik aan het infuus.

Eindelijk kwamen ze me vertellen dat ik over een half uur naar de operatiekamer zou gaan waarop ze mijn kleding uittrokken, mij een T-verband omdeden, een operatiejasje aantrokken en een OK mutsje opzette. Ik werd op een brancard gelegd.

Als premedicatie ter voorbereiding op de narcose, kreeg ik een intraveneuze injectie (atropine sulfaat 1A/ Atarax P1A) toegediend. Ik werd naar de operatiekamer overgebracht. Met infuus en al heb ik voor de operatiekamer gewacht. Een grote ronde operatielamp scheen helder toen ik de OK binnenkwam. Erom heen waren een chirurg, nog wat artsen, een anesthesist en een aantal OK- verpleegkundigen aan het werk. Ik werd van mijn brancard, waar ik op lag, naar de operatietafel verplaatst, via een uitgestrekte (warme) plank waarmee men rug werd ondersteund. De operatietafel was koud en ik rilde. Ze deden mijn operatiekleding uit en mijn T-verband af. Ik was poedelnaakt, een karper op een snijplank.

Ik gaf antwoord toen ik naar mijn naam werd gevraagd. Mijn temperatuur werd opgenomen en er werd een bloeddrukmeter aangesloten. Ik geloof dat ze deze op mijn rechter dijbeen plaatsten. Er werd ook een elektrocardiogram aangesloten. Ik kreeg een zuurstofmasker op mijn neus en mijn mond. Hiermee waren de voorbereidingen voor een operatie onder een algehele narcose getroffen. Ik was me nog steeds bewust van de mensen die om me heen bezig waren met de voorbereidingen. De anesthesist zei: ‘Adem diep in.’ Toen ik diep inademde, begon hij te tellen: ‘Eén, twee, drie … dertien.’ Na behoorlijk wat tellen, verloor ik mijn bewustzijn. Het schijnt dat er tijdens de operatie een infuus (Lactec 500 ml/ 20 % glucose)is ingebracht.

Nadat ik de OK had verlaten, stond de anesthesist in de gang op me te wachten tot ik weer wakker zou worden. Toen ik bijkwam, lag ik op een brancard met een zuurstofmasker op. Ik voelde op dat moment geen pijn aan mijn ellebogen. Na de operatie kreeg ik een infuus toegediend. (15 mg Sosegon + 50 mg Atarax P + 100 ml Saline (fysiologische zoutoplossing); Sulperazone 1 g pakket; Palux 1A + 100 ml Saline; Exacin 1A + 100 ml Saline; 500 ml Trifluid; 500 ml Lactec).

Desondanks begon ik toch zo’n twee uur later pijn te krijgen. De pijn nam geleidelijk aan toe. Toen ik het niet meer kon verdragen en de verpleging opriep, kreeg ik als antwoord: ‘wacht nog maar even.’ Met het uitwerken van de verdoving, werd de pijn meer en meer voelbaar. Ik had dit reeds vele malen meegemaakt en keer op keer de verschrikking ervaren. Ik begon te denken dat dit het was. Ik hoopte dat het echt afgelopen zou zijn. Vergeef me alstublieft dat ik dit zeg, maar ik had er genoeg van.

Ik kon zelf niets meer. Temperaturen, mijn bloedsuiker controleren, insuline spuiten, dat werd allemaal door de verpleging gedaan. Zelfs de aantekeningen in mijn schrift liet ik maken. Ik kon helaas ook mijn dagboek niet bijhouden. Voor wat betreft mijn temperatuur, bleef ik een temperatuur van 36 ⁰C – 37 ⁰C houden, wat doorgaans lichte verhoging wordt genoemd. Hierdoor had ik, die meestal een temperatuur van rond de 34,2 ⁰C - 35,4 C⁰ had, het dan weer koud en dan weer warm, net als bij koorts. Zowel overdag als ’s nachts kon je me uitwringen. Het was zo erg dat mijn ondergoed wel 3 tot 4 keer per dag werd verwisseld.

In de eerste week na de operatie werd er een elleboogbrace voor me gemaakt. Toen ik deze twee dagen om had, merkte ik dat het nat werd van het zweet en begon te broeien hetgeen niet goed was voor de wonden. Ik heb deze direct laten vervangen door een materiaal dat wel ademde.

8.3 Herstel in een ander ziekenhuis

Er waren drie weken verstreken. De specialist had gezegd dat mijn ellebogen volledig genezen waren. Ik had nog twijfels over mijn rechterelleboog maar moest successievelijk het ziekenhuis verlaten. Op 8 maart na de middagmaaltijd, werd ik uit het O-ziekenhuis ontslagen en nog dezelfde dag overgebracht naar het S.A.B.M.-ziekenhuis. Het ziekenhuis was net voor mijn overplaatsing in het jaar daarvoor in november gerenoveerd. Voorheen vond ik het maar niets omdat het een ziekenhuis speciaal voor ouderen was maar nu vond ik het wel een mooi en fijn ziekenhuis. Ik had het postuur van een daruma, waar geen handen of voeten uitstaken.

Op de dag dat ik het ziekenhuis was binnengekomen, had ik het vermoeden dat er niets was doorgegeven. Toen mijn bloedsuikerspiegel voor het avondeten werd gemeten werd er gezegd: ‘we gaan via het oor meten.’ Omdat het eigenlijk altijd via mijn vingertoppen werd gedaan, dacht ik ‘lieve help’ en zei: ‘zou u het alstublieft in mijn vingertoppen willen doen?’

Ik voelde een verschrikkelijke pijnscheut door mijn vingertoppen gaan. Toen ik vroeg waardoor dat kwam, bleek dat ze geen apparaatje voor de bloedsuikercontrole gebruikt hadden maar een hypodermische injectiespuit met naald. Ze zeiden dat er geen apparaatje voor de controle was. Ik liet het toen maar in mijn oor doen. Toen ze prikten, gaf het niet zo’n stekende pijn maar toen het bloed eruit spoot en ze het met alle kracht probeerden te stelpen, schreeuwde ik het uit van de pijn. Ze zeiden dat het niet gelukt was de waarde te meten waardoor ze het nog een keer gingen doen. Ik verging van de pijn.

Verder injecteerden ze de insuline. Ik had toen al geen eetlust meer waardoor ik niet kon eten. Bovendien kon ik mijn handen niet gebruiken. Mijn gezichtsvermogen bedroeg 0,02 en ik zag dan ook niets.

Ook al zagen ze mij zo zitten, zeiden ze niets anders dan: ‘Eet! Eet’. Ze werden boos toen ik niet had aangegeven dat het tijd was voor een insulineprik. Alleen maar vanwege het feit dat ik niet kon eten, werd er een arts bijgehaald. Deze gaf me twee dagen lang een voedingsinfuus. Vanaf de derde dag kreeg ik vervolgens mijn maaltijden weer geserveerd maar ik kon het voedsel niet naar mijn mond brengen, en natuurlijk ook mijn medicijnen niet innemen. Ik had toen ook moeite met slikken. Ik kreeg niet voldoende verpleging en zorg en kon gaandeweg van de zorgen niet meer slapen. Wat me er toch doorheen heeft geholpen, waren de bezoekjes van mijn vrouw en mijn broer en zussen. De thuisverpleger kwam ook af en toe op bezoek voor een praatje. Dat heeft me enorm gesterkt.

Het liep tegen eind maart toen mijn rechterelleboog pijn begon te doen. Ik kon hem steeds minder bewegen ondanks dat ik dagelijks behandeld werd op de poli orthopedie.

Ik had aangegeven dat ik van de pijn mijn hand niet meer kon bewegen maar ik kreeg alleen maar te horen: ‘Het komt wel goed’ en werd niet grondig onderzocht. Het ging weer net zoals voor mijn operatie in het O.-ziekenhuis waar er geen arts was geweest die mij kon onderzoeken of behandelen.

Het was 14 april. Ik kon het niet langer meer volhouden en ging voor een medisch onderzoek naar de orthopedie afdeling in het O.-ziekenhuis. Het bleek toen dat de hechtingen van mijn rechterelleboog waren losgekomen (Ik heb een zeer slechte huidlaag) waardoor er een gat was ontstaan waarin bacteriën waren binnengedrongen. De arts zei: ‘Het moet opnieuw gehecht worden. U kunt in het S.A.B.M.-ziekenhuis blijven liggen waar u gedurende twee weken een antibiotica-infuus moet krijgen. Komt u dan over twee weken op de 18de hier terug voor de hechtingen.’

Ik had het gevoel dat de ontstekingsreactie al na twee dagen antibiotica-infuus was verminderd. Op de 18de ging ik ’s ochtends op weg naar het O.-ziekenhuis. Ik kwam de poli behandelkamer van het ziekenhuis binnen en ging op een bed liggen. Voor het aanbrengen van de hechtingen werd mijn rechterelleboog rondom met Isodine gedesinfecteerd en plaatselijk verdoofd. Ze begonnen met de ingreep nadat er was gecontroleerd dat ik geen pijn meer voelde. Er werden vier hechtingen aangebracht. Pijn voelde ik niet na afloop maar het zou de vijfde keer zijn dat zich postoperatieve complicaties voordeden. Het was mooi genoeg geweest. Er mag dan wel een toestemmingsformulier voor een operatie bijzitten, het is een feit dat een patiënt niet geïnformeerd wordt over de operatie zelf en de behandeling na de ingreep. In de regel wordt het als taboe gezien om een beschuldigende vinger naar elkaar uit te steken. Men kijkt dan liever de andere kant op.

Ik was een klein beetje aangekomen en woog inmiddels 40 kg. Als ik de 8,5 kg van mijn beide geamputeerde benen erbij op zou tellen dan had ik 48,5 kg gewogen en zou je zeker kunnen stellen dat ik was aangekomen.

Voedsel is er om in leven te blijven. Het is er ook om gezond te blijven en om te genezen. Vooral in ziekenhuizen komt het erop aan dat voedsel met uiterste zorg bereid wordt. Er is altijd wel een diëtist. Bij de schijf van vijf (proteïnen, suikers, vetten, vitaminen, mineralen) gaat het niet alleen om het totaal aan voedingsstoffen dat je op een dag binnenkrijgt. De schijf van vijf boekt het meeste resultaat als deze op alle drie de maaltijden, het ontbijt, de lunch en het avondeten evenwichtig wordt toegepast met een aanpassing van het aantal calorieën.

’S Ochtends at ik bij het ontbijt brood en bij de lunch en avondeten at ik pap. Ik had weinig trek en kon mijn handen niet gebruiken. Pap ging er gemakkelijk in.

Er zat extreem weinig groente bij de ziekenhuismaaltijden en soms zelfs helemaal niets.Vaak kregen we in soja saus gekookte groente met een hoog zout- en suikergehalte. Fruit kwam bijna altijd uit blik met wat siroop erop. Zo werd er bijvoorbeeld een maaltijd met net geen rauwe, maar half in de schil gekookte aardappelen geserveerd of kwamen ze, wanneer er gemengde rijst op het menu stond, gewoon met het gerecht ‘Gomoku Chirashi’ aanzetten ook al was het doorgegeven dat ik geen eieren at. Bij gemengde rijst met bladgroente zaten er zoutkorrels in, terwijl ik vanwege mijn hoge bloeddruk niet te veel zout mocht hebben.

Omdat er bij de broodmaaltijd ’s ochtends, zoute kaas zat, waarschuwde ik de diëtist. Hij reageerde hierop met: ‘Dat is alles wat we u momenteel kunnen bieden omdat we geen andere producten inkopen.’ Ik vond het een ziekenhuis waar helemaal geen rekening werd gehouden met voeding(voedseltherapie, therapeutisch dieet) ter genezing van een patiënt. Het was natuurlijk niet het enige ziekenhuis dat ik afkeurde, alle ziekenhuizen waar ik tot dan toe had gelegen (met uitzondering van het E.-ziekenhuis en het O-ziekenhuis op zijn eigen manier) schoten op dit punt tekort.

Indertijd dat ik mijn eigen acupunctuurkliniek runde, nam ik jaarlijks deel aan de studiebijeenkomst in Shikoku. Ik had de directeur van de medische instelling waar de lezingen werden gegeven, leren kennen. Ik had aangegeven dat ik heel graag een studiebezoek zou willen brengen aan het ziekenhuis. De directeur gaf mij vriendelijk toestemming. Ik bracht kort daarna een bezoek aan de instelling.

Ik droeg ook een witte jas en kreeg een kijkje in de medische onderzoeksmethode. Ze waren erg ver (vergeet niet dat het 15 jaar geleden is) op het gebied van de vier onderzoeksmethoden (waarnemen, luisteren, horen, voelen) van de Oosterse geneeskunde, de Fukushin onderzoeksmethode (waarbij men de buik onderzoekt middels voelen), acupunctuurbehandelingen, het voorschrijven van Chinese medicijnen en maaltijden voor de opgenomen patiënten. De maaltijden met bruine rijst met groente spanden de kroon. Om het zelf te kunnen proeven, boden ze mij eenzelfde lunch als de patiënten aan. Alle groenten waren onbespoten en op het terrein van het ziekenhuis verbouwd. De bruine rijst werd zonder landbouwbestrijdingsmiddelen verbouwd. Degene die de ziekenhuismaaltijden maakte, was nog een hele jonge voedseldeskundige die het helemaal alleen deed, van de samenstelling van het menu tot en met de bereiding. Een vrouwelijke acupuncturist droeg zorg voor de poliklinische behandelingen. Verder hadden ze ook een spirituele ruimte voor Zen en meditatie. Ziekte werd bestreden met de opvatting dat ‘lachen’ hierbij de beste manier is om vanuit jezelf te genezen.

Er was ook een OK maar die werd volgens de directeur jaarlijks maar één keer gebruikt. Het ziekenhuis telde 19 bedden en werd door drie mensen, met inbegrip van de artsen, geleid. Verpleegkundigen heb ik niet gezien. Het inkomen lag ongeveer op een derde van het salaris bij een op westerse geneeskunde gespecialiseerd ziekenhuis. Alles stond in het teken van de patiënt. Ik zeg niet dat mijn lunch nou zo lekker was maar je had hier te maken met artsen en een ziekenhuis, zoals iedereen zich zou wensen.

Laat ik terugkeren naar waar ik was gebleven met mijn verhaal. Mijn ontslag uit het ziekenhuis stond vast. Omdat ik nog niet volledig was genezen, voelde ik dat ik mezelf op het ergste moest voorbereiden. De verpleging hield me nog tegen met de vraag of ik er wel goed aan deed maar ik wilde kostte wat kostte naar huis.

1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

  • 8.3 Herstel in een ander ziekenhuis

  • Dovnload 0.53 Mb.