Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De Windepijlstaart

Dovnload 6.74 Kb.

De Windepijlstaart



Datum28.02.2019
Grootte6.74 Kb.

Dovnload 6.74 Kb.

De Windepijlstaart




Twee weken geleden werd ik opgebeld door een lerares van de Prins Clausschool die mij vertelde dat een paar kinderen een heel grote vlinder hadden gevonden. Ze vroeg mij of ik even wilde komen kijken. De vlinder, die Jan-Willem van Mulder, Raymond Oosterbeek en Jeroen Ronner hadden gevonden, was inderdaad heel mooi en heel groot. Het was niet moeilijk om zo’n uitzonderlijke vlinder in een vlinderboek te vinden. Het bleek dat het hier ging om een Windepijlstaart (Agrius convolvulvi). Een niet alledaagse vlinder, zoals u hieronder kunt lezen.

Zo hebben de vleugels van de Windepijlstaart een spanwijdte van dertien centimeter en daarmee behoort deze vlinder tot de grootste van Nederland. Absolute recordhouder is de Windepijlstaart wat betreft haar roltong. In rust hangt deze als een horlogeveer opgerold onder de kop, maar uitgestrekt is de roltong wel tien centimeter lang en is daarmee de langste van alle Europese vlinders. Het kost haar dan ook geen enkele moeite om bloemen met een lange kroonbuis, zoals kamperfoelie, petunia en flox, de nektar te ontfutselen. Ze blijft dan als een kolibrie stil in de lucht hangen waarbij de stevige vleugels een hoorbaar gezoem voortbrengen.


De Windepijlstaart is een trekvlinder. Vanuit Afrika en Zuid-Europa vliegen ze tijdens warme zomers naar West- en Noordwest-Europa. In juni en juli komen ze in Nederland aan. Tijdens die tocht zetten de vrouwtjes dan hier, dan daar één of twee eitjes af. Een slimme methode, want de kans dat vijanden -vooral vogels- de eitjes of rupsen vinden, is daardoor gering. Het is namelijk bekend dat vogels die eenmaal een lekkere rups gevonden hebben snel door hebben waar ze soortgenoten moeten zoeken. In geval van veel rupsen dicht bij elkaar kan dat tot gevolg hebben dat binnen korte tijd een groot deel van de populatie in de maag van de vogels verdwijnt. Wanneer een vogel eenmaal over zo’n ‘zoekbeeld’ beschikt, hebben zelfs camouflagekleuren weinig effect meer. Door verpreid op te groeien zal er geen enkele vogel een zoekbeeld voor de rupsen van de Windepijlstaart ontwikkelen en zodoende worden ze vaak over het hoofd gezien.
De rupsen moet u voornamelijk zoeken op Akkerwinde en Haagwinde, maar het zal u niet meevallen er één te vinden. Veel vrouwtjes hebben de eieren al afgezet voordat ze in Nederland aankomen en de weinige die wel in Nederland opgroeien steken door hun kleur en tekening nauwelijks tegen de achtergrond af. De rups van de Windepijlstaart is namelijk een meester in het vermommen. Ze komen voor in allerlei kleuren, van egaal groen via groen met donkere strepen tot vrijwel egaal bruin.
In augustus en september wordt vaak een tweede lichting Windepijlstaarten aangetroffen. Volgens de kenners zijn deze dieren een mengsel van nieuwe immigranten en hier geboren vlinders.
Over het algemeen is de Windepijlstaart een zeldzame verschijning. Dat weten we uit publikaties over trekvlinders en pijlstaart­vlinders door respectievelijk de heren Lempke en Meerman. Meerman meldt dat er in de periode van 1940 tot 1984 maar twee goede ‘Windepijlstaartjaren’ voorkomen. Dit zijn 1950 met 359 en 1983 met 716 meldingen. Als we deze echter buiten beschouwing laten, komen we over de periode 1940 tot 1984 tot een gemiddelde van 24 vlindermeldingen per jaar. Dus je kunt best stellen dat de kinderen van de Clausschool een bijzondere vondst hebben gedaan.
oktober 1991

Jan van Rijn


Dovnload 6.74 Kb.