Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De Zoon van Beëri Over het boek Hosea H. Veldkamp Inhoud

Dovnload 1.03 Mb.

De Zoon van Beëri Over het boek Hosea H. Veldkamp Inhoud



Pagina15/42
Datum28.10.2017
Grootte1.03 Mb.

Dovnload 1.03 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   42

VERDIENDE LOON





Want Israël is weerspannig als een weerspannige koe. Nu zou de Here hen weiden als een schaap in het ruime veld.

Hosea 4:16.


Zonde en straf — daar spreekt deze tekst van!

De zonde wordt duidelijk genoeg aangewezen in het eerste deel: "Israël is weerspannig als een weerspannige koe".

Weerspannigheid wordt het volk dus verweten.

Zoals een onwillige koe niet langer aan de leidsels wil lopen, en het juk afwerpt, zo weigert Israël zich langer aan de leiding des Heren te onderwerpen. Het vindt de banden te knellend en het juk der gehoor­zaamheid te zwaar. Ze zetten zich schrap, die Joden. Het wordt hun te benauwd bij God en ze willen nu eindelijk wel eens vrij.

Wederspannigheid dus!

Nu, wat zonde daarin steekt, daar weten we alles van. "Wederspannig­heid", zei Samuël, "is zonde der toverij, en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van de terafim". Daar heeft Saul zich al de dood aan gegeten, en hij was de eerste niet. Evenmin de laatste, zoals nu wel blijkt.

Het tweede deel van de tekst bevat de aankondiging van de straf op deze zonde: "nu zou de Here hen weiden als een schaap in het ruime veld".

Dat dit straf betekent, een zware bedreiging inhoudt, is bij het eerste lezen niet zo duidelijk! 't Klinkt haast als een belofte, zouden we eerder zeggen. Er zit iets liefs, iets teers in, dat de Here ze weiden zal als een schaap; het opent voor ons gevoel Nieuw-Testamentische perspectieven van de Goede Herder! Op z'n minst zou men denken aan 'n goedmoedige toegeeflijkheid. Zoals een moeder haar jongen wat toegeven kan: och, hij is nog jong, en je moet bij de jeugd wat geven en nemen, die wilde haren gaan er van zelf uit! Zó schijnt Israëls Vader (en Moeder tegelijk) over Zijn opstandig kind te oordelen. Het maakt rare sprongen als een onwillige koe, nu, laat het geworden. Het wil de ruimte, nu, gééf ze de ruimte. .. . nu zal de Here hen weiden als een schaap in het ruime veld! Nee, zo schijnt de Here niet te spreken, maar zo spreekt Hij inderdaad. Doch dit "toegeven" betekent: oordeel! Israëls "ruimte" zal juist z'n ondergang zijn! Z'n verdiende loon. Er is namelijk niets verschrikkelijkers, dan wan­neer de Here de zondaar z'n zin geeft. Een moeder, die haar kind z'n zin geeft en het maar geworden laat, méént in haar toegeeflijkheid haar jongen te behouden; met zachtheid kom je verder dan met geweld, zo oordeelt zij; maar zij laat het kind inderdaad los. Dit is haar zwakheid.

Wanneer God Zijn zoon Israël z'n zin geeft, dan bedoelt deze grote Paedagoog geen ogenblik hem te behouden, maar juist te oordelen en te straffen. Dan is Hij Zich ten volle bewust, dat Hij Israël loslaat. En déze "toegeeflijkheid" is Gods kracht. Vreeslijk is het voor een mens, z'n zin te krijgen! De mens gevoelt dat niet en ziet dat niet, — zoals die knaap van zopas z'n moeder echt "lief" zal vinden als hij alles mag! Maar God de Here vertoornt Zich schrikkelijk als Hij tot de mens zegt: ge zult krij­gen, wat ge begeert, en als Hij tot Israël laat zeggen: "nu zal de Here hen weiden als een schaap in het ruime veld".

We gaan zo dadelijk zien, waaróm.

We kijken eerst nog even naar Israëls zonde.

We vernamen reeds, dat het de zonde der wederspannigheid was.

Zó hebben de Israëlieten het zélf natuurlijk niet genoemd. Integendeel: ze wilden alleen maar wat meer bewegingsvrijheid. Ze snakten naar adem. 't Was zo lastig om altijd maar weer te moeten lopen langs de scherp-af-gebakende paden van Gods wet. Daarom werd een poging gedaan om die strakke banden wat losser te maken, en om Gods eis in overeenstemming te brengen met eigen begeerte. Een compromis tussen kerk en wereld. Zó precies en zó steil behoeft het nu óók niet, dat is maar ouderwetse be­krompenheid! Wij hebben er allerlei mooie woorden voor, om aan de klem van Gods Woord te ontkomen en naar de inspraak van ons eigen hart te leven. We hebben er ook wel teksten voor zelfs: Ieder zij in z'n eigen gemoed ten volle verzekerd; onderzoekt alle dingen; af en toe be­weren we dan zo iets als van "christelijke vrijheid". We vergeten dan na­tuurlijk, dat "vrijheid" nooit gelijk staat met "willekeur". "De hoogste vrijheid is de hoogste gebondenheid." Onder Zijne heerschappij zijn wij zalig, zijn wij vrij. De "vrijheid" die alle juk afwerpt en alle banden door­snijdt, is niet slechts een caricatuur van de ware vrijheid, maar is slaver­nij. Het is de vrijheid van het schip, dat zonder stuurman op de golven ronddobbert, en vroeg of laat tegen de klippen te pletter slaat.

Zie het maar aan Israël!

Israël is als een weerspannige koe... . het wil de vrijheid!

Welnu, zegt de Here — de vrijheid zal het hebben.... de Here zal hen weiden als een schaap in het ruime veld.

Daar zit een geweldig oordeel achter, want het betekent, dat Israël aan zichzelf zal worden overgelaten!

Een schaap hoort nu eenvoudig niet in het ruime veld. Het schaap hoort bij de kudde, vlak onder het waakzaam oog van de herder. Zodra het schaap in de ruimte komt, en van de kudde afdwaalt, loopt het de dood in de armen. Het verwart zich in de struiken, of valt te pletter in de afgrond of wordt een prooi van het wilde dier.

De ruimte betekent in dit geval dus de ondergang.

Het water is voor de vissen geen gevangenis, maar levenselement. Wie ze er uit weghaalt, doet ze de dood aan. Schaapskooi en kudden zijn voor het schaap geen gevangenis, maar het leven. De ruimte is de dood. En precies op dezelfde wijze is de band aan Gods ordinantiën niet de dood, maar het leven van de mens. Mensen zijn in de regel dommer dan vissen. Zij willen zich aan de band van Gods geboden ontrukken en... . sterven! Wat hun 'n gevangenis toescheen was hun element. In hun dwaasheid zagen ze dat voorbij.

De ruimte lijkt wel plezierig. Het zijn waarlijk niet alleen jonge mensen, die er naar snakken eens weg te komen uit die strakke teugels des Heren. Die kerklucht is veel te benauwd. De mazen van de inzettingen des Heren moeten eens wat verwijd worden. Men moet er eens uit kunnen glippen.

Smal is de weg, en eng is de poort, die tot het leven leidt. Ja, inderdaad, dat vóélen velen ook zo... . als een benauwing. Daarom kijken ze uit naar die prachtige brede weg. Daar is de ruimte! En ze wéten het wel, maar geloven niet, dat de ruime, brede weg naar het verderf leidt. Het klinkt ook wat onwaarschijnlijk inderdaad. Immers, nauwe wegen zijn in de regel gevaarlijk, maar op die brede verkeersweg, nu, wie doet je wat? Inderdaad, onwaarschijnlijk klinkt het wèl, maar het gaat in het koninkrijk Gods nu eenmaal precies anders dan overal elders. Dat zie je niet, maar dat moet je geloven.

Israël heeft er ook niets van geloofd.

Het heeft als een weerspannige koe het juk van z'n nek geschud, en méénde nu eens echt vrij te zijn, eigen heer en meester.

Maar het is in die "vrijheid" omgekomen, zoals een schaap in het vrije veld omkomt.

De Here hééft ze de ruimte gegeven, want ze zijn gegaan vér over de grenzen van eigen land. ... in ballingschap!

De ruimte en de vrijheid, waar ze zo verzot op waren, hebben ze ge­kregen, maar anders dan ze dachten. De ruimte werd hun ballingschap; de vrijheid hun slavernij. Zo kregen ze hun verdiende loon!

Er zijn twee dingen in deze geschiedenis, die zeer ontroerend zijn.

Het eerste is, dat God niemand dwingt, om onder Zijn leiding te blijven.

De almachtige God had natuurlijk dat onwillige dier heel goed kunnen temmen. Hij had het met geweld kunnen doen bukken. Hij had tot Zijn volk kunnen zeggen: ge móógt niet weg, maar ge blijft hier. Is het niet goedschiks, dan kwaadschiks, maar blijven zult ge.

Maar zo handelt God nooit! Met niemand!

Hij wil een zeer gewillig volk ten dage Zijner heirkracht. Hij wil vrij­willig gediend worden door mensen, of in het geheel niet. De Here is geen dictator, die z'n onderdanen z'n strenge wil oplegt, en ze "Heil" laat roepen, ook al menen ze daar niets van en is er bitterheid en wrok in de harten. Maar Hij is een Koning, Die de hartelijke en spontane liefde vraagt van Zijn volk. Wie dat niet wil of niet kan, moet heengaan. Hij moet niet blijven om dit of om dat, maar hij moet heengaan, kort en goed. De dienst des Heren is geen gedwongen dienst. Wie het te benauwd vindt in de buurt van God, die krijgt de gelegenheid om te vertrekken. Wie de ruimte wil, krijgt de ruimte. Wie de vrijheid wil, krijgt de vrijheid!

Niet, dat dit de Here onverschillig was, of dat het Hem koud liet, hóe hun beslissing viel. O neen, Hij ziet het met tranen aan, als iemand van Hem weggaat. Want Hij weet dat die vrijheid ondergang betekent.

Maar de Heiland vroeg dat, omdat Hij geen halve harten wil, en geen gedeelde liefde wil aanvaarden. Alles of niets. Wie blijven wil, moet ge­heel vrijwillig blijven, en het moet zijn hoogste lust zijn om te blijven.

De dienst in het koninkrijk Gods vraagt geen arbeid "aan de lopende band", waar ieder machinaal z'n werk doet. De zee moet met haar golven de Schepper verheerlijken. Zij kan niet anders. Maar de mens mag kiezen. Hij wordt niet gedwongen. Hij mag gaan.

Dit is de bijna angstige eer, het vreselijk (en toch heerlijk) privilege van "Gods volk".

Tot knechten kan gezegd worden: blijf, en zij zullen blijven. Tot kin­deren zegt Hij: gij móógt ook gaan. Wilt ge de "vrijheid", ge zult haar hebben!

Het tweede ontroerende element is, dat in de vreselijke dreiging toch nog trilt de stem der liefde.

Hosea zegt niet, dat de Here hen zal wegstoten als een schaap in de ruimte, maar dat Hij hen zal weiden als een schaap in het ruime veld. Daar herkent gij de Herder Israëls aan.

Zij zijn misschien allang los van de Here in hun valse vrijheidsdrang, maar de Here is nog niet los van Zijn bondsvolk. Hij houdt de dwalenden nog in het oog. Hij vergeet de ellendigen niet.

Hij achtervolgt hen, die op eigen gekozen paden de dood tegemoet lopen, met Zijn liefdevolle hart.

En Hij is bereid het arme, verdwaalde, gekneusde schaap weer op Zijn schouders triumfantelijk naar de kudde te dragen, zodra Hij ergens het kermen hoort:

Gelijk een schaap heb ik gedwaald in 't rond,

Dat onbedacht zijn herder heeft verloren.

Ai, zoek Uw knecht, schoon hij Uw wetten schond,

Want hij volhardt naar Uw geboên te horen.

1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   42


Dovnload 1.03 Mb.