Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Deel 1 De Romantiek in het schaakspel

Dovnload 0.52 Mb.

Deel 1 De Romantiek in het schaakspel



Pagina1/7
Datum31.07.2017
Grootte0.52 Mb.

Dovnload 0.52 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7




Van Ruy Lopez tot nu
Een zwerftocht doorheen de schaakgeschiedenis
__________________________________________________

K

Deel 1 - De Romantiek in het schaakspel


__________________________________________________

VOORWOORD


Richard Reti schreef in zijn boek "Masters of the chessboard" dat geen enkele intellectuele activiteit goed kan begrepen worden zonder dat men door de diverse periodes van de historische ontwikkeling is gegaan. Hij refereert natuurlijk ook naar het schaken en is niet alleen met zijn visie dat de cultuur van een schaakspeler mede wordt bepaald door zijn kennis van de schaakhistorie. Er wordt dan voornamelijk bedoelt dat niet alleen de historische feiten en gebeurtenissen van belang zijn voor de ontwikkeling van een speler, maar vooral dat de diverse spelstijlen en theorieën die tijdens de schaakgeschiedenis zijn ontstaan, moeten geëvalueerd en bestudeerd worden. Het is zeker zo dat alle grote schaakspelers uit gelijk welk tijdperk, steeds hun bevindingen en theorieën hebben opgeslagen in de schaakliteratuur. Zowel in boeken als in verhandelingen of in magazines. Een grote verdienste van de schaakmeesters is het vergaren van kennis en bevindingen in de bestaande literatuur - "Grootmeesters volgen de bestaande regels niet, grootmeesters maken de regels" (Viktor Kortshnoj).

Veel van het materiaal doorheen de ganse geschiedenis van het schaken is ook bewaard gebleven. De evolutie van het schaakspel onder de huidige spelregels gaat al terug tot Ruy Lopez uit de 16é eeuw, de eerste echte grote schaakpedagoog. Vervolgens kennen we Grecco, de fantasierijke speler uit de 17é eeuw. Philidor met zijn wetmatigheden uit de 18é eeuw, gevolgd door de diepzinnigheid van Steinitz uit de 19é eeuw. 10807.jpg

De methodiek van Tarrasch stamt uit het begin van de 20é eeuw, samen met het filosofische element van Emanuel Lasker. Nadien was er ook de zekerheidstheorie van Capablanca en de hypermoderne spelers zoals Nimzowitsch en Reti.

Sinds Euwe uit de 20é eeuw tot Carlsen in de 21é eeuw, heeft het schaakspel heel wat evoluties doorgemaakt. Zeker is dat hedendaagse moderne meesters profijt trekken uit de leerstellingen van de meesters uit het verleden. De jonge grootmeester combineert de kennis van de "oude school" met de nieuwste technieken en kennis, waardoor de huidige toppers een hoog spelniveau bereiken.

Het is dan ook de bedoeling dat de liefhebber profiteert van alle vergaarde kennis. Door gerichte studie en nauwkeurige analyse kan het niveau sterk omhoog gebracht worden, ook voor de amateurspeler. Aan de hand van vele patijen doorlopen we nu de ganse periode van het schaakspel vanaf de 15é eeuw tot het moderne hedendaagse schaak. Meer dan 500 jaar schaakgeschiedenis, waarin het schaakspel zijn huidige vorm heeft aangenomen. Van groot belang hiervoor is de rol van de literatuur doorheen gans de geschiedenis van het schaakspel. Daarin vinden we de evolutie van de diverse speelstijlen, de diverse schaakscholen en andere veranderingen in terug. Ook de schaakspelers zelf, worden op hun spelstijl, op hun karakter en andere eigenschappen onder de loep genomen. Eveneens de historische tornooien komen aan bod of feiten als het invoeren van de schaakklok, de bedenktijd of andere noemenswaardigheden. Deze verhandeling hecht niet alleen belang aan het historische aspect, maar is ook een educatief lexicon. Alle fasen van de schaakpartij worden toegelicht: Van de opening, naar het middenspel tot aan het ook het eindspel toe.


italian%20etching%20artist%20paola%20mussi.jpg
De Romantiek in het schaakspel
Het eerste deel start ongeveer in het jaar 1500 (in feite iets daarvoor) en gaat verder tot de tweede helft van de 19é eeuw. Doorheen gans deze periode is het schaakspel in zijn evolutie

De eerste genoteerde partij
Zoals we weten is het schaakspel een zeer oud spel en zijn er al opgravingen gedaan rond het jaar 900 van schaakstukken, maar ook reeds lang voordien zijn er al aanwijzingen naar het schaakspel. India en Perzië worden ook vaak als bakermat genoemd van het schaken, maar in die tijd hadden de schaakstukken, het bord en de reglementen van het spel totaal andere vormen dan nu.

Zoals het schaakspel nu bekend is in zijn moderne vorm, zou het ontstaan zijn in de periode van de Renaissance. De rokade werd ingevoerd, het en passant slaan en nog andere aanpassingen zoals de promotie van de pion tot een dame. Het heeft echter lang geduurd vooraleer in alle landen dezelfde regels werden gehanteerd.

De onderstaande schaakpartij is waarschijnlijk de allereerste genoteerde partij onder de nieuwe regels. Maar er is veel verwarring rondom de exacte tijd, de plaats van het gebeuren en de namen van de spelers. Alleszins verscheen er toen een Catalaans manuscript genaamd: "Scachs d'Amour", een liefdesgedicht over twee schakers. De spelers stelden de Goden Mars en Venus voor. Daardoor is de partij misschien wel niet daadwerkelijk gespeeld, maar vooraf opgesteld voor de opvoering. Ook daar is veel twijfel over, maar het naspelen van deze partij moet voldoende inzicht brengen over de spelstijl en tactische mogelijkheden van de spelers op het einde van de 15é eeuw.lesjoueursdechecs.jpg
De Castellvi – Vinoles

Valencia 1475


1.e4 d5

Het Scandinavisch zoals we nu weten. Doorgaans moet zwart in de openingsfase langzaam naar gelijk spel streven, in deze opening vecht zwart onmiddellijk om het bezit van het centrum. Er is echter wel een nadeel aan verbonden: zwart moet een tempo inboeten als de £ op d5 slaat. Daartegen opent zwart wel een lijn voor de ontwikkeling van de stukken.



2.exd5

Natuurlijk ruilt wit af om het tempo te kunnen winnen, na 2.e5 verliest wit anders zelf een belangrijk tempo.



2...£xd5

De £ is het sterkste stuk op het schaakbord, maar daarom ook kwetsbaar. Het schaakspel is afkomstig uit Perzië, maar had toen geen £'s, dat is dus later in Europa ingevoerd. De dreigingen die met dit stuk kunnen worden uitgevoerd hebben een grote invloed op ganse generaties schakers. Niet alleen in de 15é eeuw en nadien, maar ook nu nog zijn vele schakers gefascineerd door de kracht van het stuk. Alleen moet het gevaar kwetsbaarheid van het stuk, goed ingeschat worden tijdens de openingsfase.



3.¤c3 £d8!?

De £ is terug op de startpositie en heeft dus duidelijk een tempo verloren. Maar de tekstzet is zeker speelbaar, de hoofdlijn is wel met: 3...£a5! 4.d4 Morphy-Anderssen match 1858;

of 3...£e5+?! haalt niet veel uit na 4.¥e2 ¥g4 5.d4 de pion valt nu het kostbare stuk aan en opent een diagonaal 5...¥xe2 6.¤gxe2 £h5 7.¥f4 Steinitz-Hamel 1867.

4.¥c4

Wit is duidelijk op een koningsaanval uit en ontwikkeld een nieuw stuk in de strijd. De beste zet is evenwel het centrum op te spelen met: 4.d4! e6 5.¤f3 ¥d6 6.¥d3 Morphy-Guibert 1858.



4...¤f6

Zwart ontwikkeld zijn eerste stuk en houdt de witte £ van h5 weg.



5.¤f3!

Wit heeft reeds een derde stuk in ontwikkeling, het ¤f3 bestrijkt het belangrijke centrumveld e5. Of 5.d4!? c6! 6.¤f3 ¥f5 Marshall-Johnston 1899.



5...¥g4?

Dit is een fout van Vinoles, een politicus en schrijver uit Valencia. Later werd hij er stadsbestuurder en nadien zelfs de hoofdrechter in zijn stad. Beter is: de casteli.jpg

5...¥f5! 6.d4 e6 7.0–0 ¥e7 8.£e2 0–0 9.¥e3 Chigorin-Maroczy 1902.

6.h3?!

Dwingt de zwarte ¥ direct tot een verklaring, zoals moderne schaakwetten voorschrijven. Maar er zijn zeker twee betere zetten voorhanden:

6.¤e5! ¥e6 (of 6...£d4 7.¥xf7+ ¢d8 8.¤xg4 ¤xg4 9.0–0 £f4 10.g3 £xf7 11.£xg4) 7.¥xe6 fxe6 8.0–0 materieel gelijk, maar wit staat beter;

ook goed is 6.¥xf7+!? ¢xf7 7.¤e5+ ¢e8 (7...¢g8 8.¤xg4) 8.¤xg4 wit wint een pion en de zwarte ¢ komt in de tocht te staan.



6...¥xf3

Waarschijnlijk minder goed dan: 6...¥h5 7.d4 e6 8.0–0.



7.£xf3 e6?

Naar het schijnt sprak Vinoles vloeiend diverse talen: Catalaans, Castilliaans, Latijns en Italiaans. Maar op het bord, in pure schaaktermen maakt hij wel een blunder. Hier moet:

7...¤c6 8.0–0 e6 en door de goede ontwikkeling kan wit 9.d4 spelen 9...£xd4 10.¥b5 £d7 11.¥g5 ¥e7? 12.¥xf6 ¥xf6 13.¦fd1 en wit is beter;

of 7...c6 kan ook.



8.£xb7

De Castellvi was landsheer in de omliggende steden van de provincie Valencia en was tevens adviseur van Koning Ferdinand, hij laat de kans op het bord niet onbenut.



8...¤bd7 9.¤b5!

De Castelvi (Mars) gaat op zoek naar tactiek, maar ook goed is: 9.d4!; de casteli acht.jpg

met minder initiatief is 9.0–0!?

9...¦c8

Nauwkeurig gespeeld, fout is: 9...¦b8? 10.¤xc7+ ¢e7 11.£xa7 ¦c8? 12.£a3+ ¤c5 13.£xc5+ £d6 14.£xd6+ ¢xd6 15.¤b5+ ¢c5 16.d3 en wit wint.


10.¤xa7

Wit neemt ook de tweede pion, anders: 10.£c6; of 10.d3 ; niet goed is 10.£xa7? c6! 11.¤c3 ¤c5 12.¤a4 de enige zet 12...¦a8 13.£b6 ¦xa4 14.£xc6+ ¤fd7! met een gelijke stelling.



10...¤b6?

Opnieuw een blunder, er moet: 10...¦b8 11.£f3 ¤e5 12.£e2 £d4 13.¥b5+ ¤fd7 14.a4 of de rokade en wit staat gewonnen.



11.¤xc8

In feite winnen alle zetten voor wit:11.¥b5+ ¤fd7 12.¤xc8 ¤xc8 13.a4; en 11.¤c6 £d7 12.¥b5 £d5 13.¤a7+ ¢d8 14.£xd5+ ¤fxd5 15.¤xc8; of 11.¥b5+ ¤fd7 12.¤xc8 ¤xc8 13.a4.



11...¤xc8

Vinoles beseft zeer goed dat het afruilen van de £'s niet goed is voor zwart. Maar ondertussen is ook de kwaliteit verloren gegaan. 11...¤xc4 12.£b5+ ¤d7 13.£xc4 £xc8 14.a4 of eerst rokeren - wit wint.



12.d4

In een glad gewonnen stelling is het dikwijls moeilijk om echt de beste zet te vinden: 12.¥b5+ ¤d7 13.a4 is voldoende voor de winst.



12...¤d6

De dubbele aanval, maar wit heeft tussenschaak.



13.¥b5+

Of er kan ook: 13.£c6+.



13...¤xb5

Anders kan zwart ook: 13...¢e7 14.£c6 ¤xb5 15.£xb5 £xd4 16.¥e3.



14.£xb5+ 14...¤d7

Wit heeft alleen de £ in het spel, maar zijn stukken kunnen snel ter plaatse zijn. Bovendien is de materiaalverhouding danig uit evenwicht en heeft wit een vrijpion. de casteli veert.jpg



15.d5

Of een alternatief met: 15.0–0 of 15.a4.



15...exd5 16.¥e3

Of er kan: 16.0–0 ¥e7; of 16.¥f4 £e7+ 17.¢d2 ¢d8 18.¦he1 en ook 16.£xd5 ¥d6 17.£e4+ ¢f8 18.0–0 ¤c5.



16...¥d6 17.¦d1

Alle wegen leiden naar Valencia: 17.0–0–0; 17.0–0; 17.£xd5; 17.a4. 17...£f6 18.¦xd5?

Minder nauwkeurig dan: 18.0–0 £e5 19.g3 £f5 en nu 20.£xd5 £xh3 21.£a8+ ¢e7 22.£xh8 ¥xg3? 23.¥g5+ ¢e6 24.£e8+ ¢f5 25.£xd7+ ¢g6 26.£xh3 ¥e5 27.¦d5 f6.

18...£g6

Hier kon een listig trucje gebruikt worden: 18...c6 19.£xc6? zo kom je niet in Rome vanwege 19...¥b4+.



19.¥f4?

De Castellvi is door mat geobsedeerd, maar moest nauwkeuriger spelen: 19.¦g5 £xc2 20.0–0 of 19.0–0 c6! 20.£xc6? ¥h2+.



19...¥xf4?

19...£e4+ 20.¥e3 £g6; of 19...£xg2 20.¦f1 £e4+ 21.¥e3; de truc met 19...c6 haalt niet meer uit na 20.£e2+ ¥e7.



20.£xd7+ ¢f8

21.£d8#
1–0


Het eerste gedrukte schaakboek
Het eerst gedrukte schaakboek is van de hand van Francesch Vincent (1450-1512). Vincent was een Spanjaard en bracht het boek uit in het jaar 1495 te Valencia: “Libre dels Jochs partitis de Schachs en nombre 100”. Dat moet vele andere schakers hebben geïnspireerd, zoals de Spanjaard Ramirez Lucena (1465-1530). Zijn boek bevatte elf van de toenmalige openingsvarianten: “Repeticion de Amores y Arte de Ajedrez con si luegos de Partido” werd gepubliceerd in 1497 in Salamanca. Lucena is vooral bekend van verhandelingen over het eindspel, die vandaag de dag nog als correct gelden.

lucena.jpgi:\200px-lluisramirezdelucena.jpg

Ramirez Lucena De Lucena positie


Opmerkelijk is evenwel dat de Lucena positie in het toreneindspel niet in het boek van hem is opgenomen. De positie komt wel voor in het schaakboek van Alessandro Salvio (1634). Het boek van Lucena bevat volgens historici vele fouten. Zodat wordt aangenomen dat het in een haast is geschreven en gepubliceerd. We mogen echter niet vergeten dat ten tijde van het verschijnen van het boek het schaakspel pas zijn huidige vorm begon te krijgen. Het boek bevat zowel partijen van de oude stempel als partijen met de nieuwste spelreglementen.

Een partij van de Spaanse meester Lucena:


Lucena - Quintana

Huesca, 1515


1.c3

Een vreemde openingszet, wit neemt het veld weg van het ¤b1.



1...¤c6 2.d4 e6 3.e4 d5 4.exd5 exd5

Deze opzet lijkt een beetje op de Franse Ruilvariant, maar de opening wordt bestempeld als een "Onregelmatige opening".



5.g3?!

Een fianchetto van de koningsloper, maar dit stuk staat beter op een andere diagonaal: 5.¥d3! en het stuk kan nu later deelnemen aan een aanval tegen de zwarte ¢ als deze is gerokeerd.



5...¥d6 6.¥h3

Opmerkelijk van Ramirez om dit stuk te willen afruilen tegen de zwarte ¥, logisch lijkt: 6.¥g2.



6...¥xh3 7.¤xh3 £d7 8.¤f4 ¤f6 9.£f3

Het witte plan is duidelijk druk te zetten tegen de zwarte centrumpion. 9...¥xf4?!

Afruilen is niet altijd de beste verdediging: 9...£f5 penning; of 9...0–0–0 pionoffer 10.¤xd5? ¤xd5 11.£xd5 ¤b4! 12.£b3 ¤d3+.

10.¥xf4 0–0–0 11.0–0

Tegengestelde rokades roepen meestal een scherpe strijd op. ramirez nieuw2.jpg



11...£h3

Een vrij ongevaarlijke aanval op de witte ¢, beter is de ontwikkeling verder te zetten: 11...¦he8 12.¥g5 ¦e6 13.¤d2 ¦de8 en zwart staat goed op de open lijn.


12.¥g5 ¤g4 13.£g2 £xg2+ 14.¢xg2 f6 15.¥d2 ¦he8

Zwart heeft voorsprong in ontwikkeling en moet dit trachten uit te buiten. 16.¦e1

Hier laat wit een kans liggen om zwart zijn pionnen op de koningsvleugel te verminken: 16.h3 ¤h6 17.¥xh6 gxh6 18.¢f3.

16...¦xe1 17.¥xe1 ¦e8 18.¤d2 ¤h6

Of: 18...f5! 19.¤f1 ¤f6.



19.¤f1 ¤f5 20.¥d2 ¤d6 21.h4 ¤e4 22.¥e3

Ook een penning kan: 22.¦e1 ¢d7.



22...g5?

Dit kost een pion, het is beter om de ¢ dichterbij het centrum te brengen voor een opkomend eindspel: 22...¢d7.



23.hxg5 fxg5 24.f3 ¤d6 25.¥xg5 ¦e2+ 26.¢h3 ¦xb2 27.¤e3 ¤b5? Dit kost ook een pion, er kan: 27...¤f7 28.¥f6 ¢d7 29.¤xd5 ¢e6 30.c4. 28.¤xd5 ¦c2 29.¦e1 ¤xc3??

Een blunder, de zwarte ¢ loopt teveel gevaar. Met 29...¤d6 30.a4 ¦a2 31.¥f4 ¦xa4 32.g4 ¦a5 33.¤f6 ¦a3 34.¦e3 en wit wint een pion.



30.¦e8+ ¢d7 31.¤f6+ ¢d6 32.¥f4+

En wit wint een stuk en de partij!



1–0

In het boek van Lucena komt ook het stikmat voor het eerst aan bod. Wit aan zet geeft mat in 5:

De oorspronkelijke stelling in het boek van Lucena uit 1497 heeft in het eerste diagram de zwarte Dame op het veld a3 staan. Dan is de goede oplossing niet mogelijk. Daarom nu het motief doorgronden van de stelling met de zwarte Dame op a4:lucena 5.jpg

1.£e6+ ¢h8 (op ¢f8 volgt meteen mat) 2.¤f7+ ¢g8 3.¤h6+ ¢h8 4.£g8+ ¦xg8 5.¤f7 stikmat.
De Portugees Damiano (1480-1524) is ook nu nog bekend van de opening die naar hem is vernoemd. Zijn leerboek met de toenmalige moderne varianten verscheen in 1512: “Questo libro e da imparare a giocare”. Het boek verscheen zowel in het Spaans als Italiaans. Het schaken kwam dus echt op gang in die tijd. Maar het spel werd alleen beoefend door hoogwaardige personages. Geleerden en geestelijken waren de voornaamste protagonisten, waaronder de bisschop Marco Vida. Deze schreef het gedicht “Scacchia Ludus” een schaakspel tussen de Goden Apollo en Mercury. En natuurlijk mag ook het “Gottinger handschrift” niet vergeten worden uit 1490.
1.e2-e4 e7-e5 2. ¤g1-f3 f7-f6 3. ¤f3xe5 f6xe5 4. £d1-h5+ g7-g6 5. £h5xe5 de Damiano-verdediging.
damiano.jpg damiano1 - kopie.bmp
Opmerking: Bij de opening van de Portugese apotheker, moet men wel stellen dat 3.. £d8-e7 de correcte speelwijze is voor zwart.

De eerste grote schaakdenker
De beste Spaanse en Italiaanse spelers uit de periode rond 1560 speelden diverse malen matches tegen elkaar in Madrid en Rome om uit te maken wie de sterkste schaaknatie was. Een toonaangevend figuur was de Spaanse priester Ruy Lopez uit Extramadura (c1530-1580). Hij schreef talloze verhandelingen en leerboeken over het schaakspel, zijn boek "libo de la invencion liberal arte de juego de ajedrez" werd in 1561 uitgebracht. Het eerste Duitse schaakboek dat ooit verscheen in 1616 (van Gustavus Selenius), is een vertaling van zijn leerboek.

Ook de zeer populaire Spaanse opening is naar hem vernoemd en is vandaag nog steeds een van de meest gespeelde openingssystemen in het schaakcircuit:



1.e4 e5 2.¤f3 ¤c6 3.¥b5 de Spaanse opening.
c:\users\pat\pictures\schaakfoto\'s\ruylopez1.jpg spaans.jpg
Ruy Lopez onderwees ook op de betekenis van het pionnencentrum en had door zijn opinies invloed op de volgende generatie schakers. De vorst Philips II, die van het schaakspel hield, was aanwezig tijdens de matches tussen de twee toonaangevende naties. Hij beloonde de buitenlandse gasten zelfs met geld en geschenken. Ruy Lopez heeft tijdens een van deze matches een gouden ketting met een rocco gewonnen en een andere maal zelfs 1000 goudstukken. De Spanjaard wordt tevens beschouwt als de beste speler uit die ganse periode. Ruy Lopez is dus wel beschouwd de eerste echte grote schaakdenker en speler uit de historie van het spel. Zijn naam zal altijd verbonden blijven met het schaakspel. De onderstaande partij is een korte partij, maar demonstreert niettemin het belang van een snelle ontwikkeling en de speurzin naar de mogelijke combinaties in een bepaalde positie.

Lopez de Segura - Leonardo di Cutri

Madrid circa 1560–1574


1.e4 e5 2.f4

Het koningsgambiet is een opening die tot levendig combinatiespel leidt en dus voor de geboren combinatiespeler ontworpen is. Een zeer oude opening dus, die ook later in de eerste helft van de 19é eeuw zeer populair was. Tegenwoordig is deze opening minder in trek, omdat er methodes zijn ontwikkeld die zonder het gambiet regelrecht te weerleggen het in ieder geval hebben ontzenuwd.



2...d6

De Italiaanse speler weigert de gambietpion aan te nemen en prefereert om zijn centrum in stand te houden. De speler die het gambiet aanneemt heeft een psychologisch probleem in de zin van dat hij de morele verplichting heeft om op winst te spelen omdat hij materiaal voor staat. Maar vroeger was het eerder een kwestie van eer om net op het gambietspel in te gaan: 2...exf4 3.¤f3 g5 4.h4 g4 5.¤e5 ¤f6 6.¥c4 d5 7.exd5 ¥d6 8.d4 ¤h5 9.0–0 met enerverend spel.



3.¥c4

De Spaanse priester ontwikkeld zijn eerste stuk. Hij richt dit op het zwakke punt in het zwarte kamp (f7) en laat hierdoor de gambietpion instaan. Succesvolle aanvallen zijn gewoonlijk gebaseerd op een zwakke plek in de tegenstander zijn kamp. Ook als er geen zwakten zijn in het vijandelijke kamp moet men zich toch een doelwit stellen om de spanning op te bouwen, in afwachting van een gunstig moment. lopzez nieuw.jpg



3...c6?!

Een vreemde zet, omdat de juiste bedoeling zeer onduidelijk is. Leonardo di Cutri negeert de ontwikkeling van de lichte stukken en ontneemt ook het natuurlijke veld af van het damepaard. Uit verslagen van toen zou de Italiaan als bedoeling hebben gehad om Ruy Lopez in slaap te wiegen. Geen goede schaakstrategie op zich, maar reeds toen was ook de psychologische kant van de strijd duidelijk al aanwezig. Beter is: 3...exf4 het aannemen van het gambiet 4.d4 £h4+ 5.¢f1 g5; of 3...¤f6 bedreiging van het witte centrum 4.¤c3 en opnieuw de keuze voor zwart om de gambietpion aan te nemen of verder te ontwikkelen. 4.¤f3!

Een nieuwe ontwikkelingszet van Lopez, de zwarte £ kan niet meer binnenvallen op h4 en de druk in het centrum wordt verhoogt door op de zwarte pion te dreigen. Een zet met een dreiging is nu eenmaal meer dwingend voor de tegenstander dan een neutrale of passieve voortzetting.

4...¥g4?

Deze relatieve penning lijkt op het eerste gezicht de druk tegen e5 op te heffen, maar dit is slechts schijn. De Italiaanse speler kiest voor een impulsieve oplossing i.p.v. het tactische probleem van de stelling nauwkeurig aan te pakken. Beter is: 4...exf4 de spanning opheffen; of 4...¤f6 met tegenaanval. lopzez.jpg



5.fxe5

Ruy Lopez opent de positie omdat hij beter is ontwikkeld dan zijn tegenstander. De ongedekte zwarte ¥ onmiddellijk proberen te veroveren is niet goed:

5.¥xf7+? ¢xf7 6.¤xe5+ dxe5 7.£xg4 en zwart wint een stuk en 5.¤c3!? is een speelbaar alternatief; wel een goede zet om de spanning te handhaven en verder te ontwikkelen is 5.d3!; en ook goed lijkt 5.h3!? dwingt de zwarte ¥ tot een verklaring.

5...dxe5?

De Italiaan is zich niet bewust van de tactische gevaren die hij loopt en gelooft zonder meer in de kracht van de penning. Deze is zoals voordien gezegd slechts "relatief" en niet "absoluut", wat zal blijken in het vervolg. Hier moet: 5...d5! en nu is slaan zelfs niet goed voor wit 6.exd5? wit moet 6.¥d3 spelen 6...¥xf3! 7.£xf3 £h4+ 8.¢d1 £xc4 en zwart wint een stuk voor twee pionnen.



6.¥xf7+!

Het brandpunt in vele e4/e5 openingen is vaak de pion f7 van zwart (f2 van wit). Deze is meestal door een dubbele aanval (¥c4/¤g5) in groot gevaar. Hier zijn echter nog andere bijzondere omstandigheden aanwezig: de zwarte penning en het feit dat de ¥g4 niet gedekt staat. Lopez maakt op een correcte tactische manier gebruik van deze omstandigheden. Met een thema dat nu nog steeds actueel is: het offer op f7/f2.


  1   2   3   4   5   6   7

  • VOORWOORD

  • Dovnload 0.52 Mb.