Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Deel 1: Situering van de klinische psychologie Inleiding in de klinische psychologie 1 Definitie

Dovnload 430.84 Kb.

Deel 1: Situering van de klinische psychologie Inleiding in de klinische psychologie 1 Definitie



Pagina1/12
Datum21.09.2017
Grootte430.84 Kb.

Dovnload 430.84 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

Deel 1: Situering van de klinische psychologie

1. Inleiding in de klinische psychologie

1.1 Definitie

1.1.1 De term ‘klinisch’

Klinische psychologie


 subdiscipline
=> andere subdisciplines: - A&O
- SPP
 grootste groep (45%)
 term ‘klinisch’ wekt een verkeerde indruk: klinische psychologen vinden we in alle sectoren vd
gezondheidszorg

1.1.2 Poging tot definiëring (begrijpen waar de definitie over gaat + evolutie zien)

≠ pogingen tot definiëring:

*Cassee, Höweler, Janssen (1981)
- houdt zich met ongewenst gedrag bezig
- mogelijkheid om verandering te brengen

*Reber (1991)


- houdt zich met afwijkend en slecht aangepast gedrag bezig (waar ligt hier de norm?)
-diagnostiek, classificatie, behandeling, preventie en onderzoek

*Winnubst, Schnabel, Van de Bout & Van Son


- wetenschap
- onderzoek naar gezondheid => kijken naar gezond gedrag = nieuw!
- diagnoses & interventies ontwikkelen / toepassen

*APA (American Psychological Association)


- toegepaste wetenschap
- diagnostiek en behandeling mentale problemen

*BFP (Belgische Federatie van Psychologen)


- psychologische kennis en praktijk
- diagnostiek, therapie en preventie

DUS:
- Klinische psychologie = studiegebied dat zich bezighoudt met psychische stoornissen


- Volgens vorige definities behoren problemen op somatisch vlak niet tot het terrein vd KLP
Maar: sommige zeggen dat gezondheidsproblemen wel tot de KLP behoren
(bv. psychologische factoren kunnen een rol spelen bij pijn)
Anderen zeggen dat gezondheidsproblemen behoren tot de gezondheidspsychologie waarbij
het uitgangspunt normaal gedrag is.

1.1.3 Definitie

KLP = de toepassing van wetenschappelijke kennis ivm theorieën en methodes mbt:


- psychodiagnostiek
- indicatiestelling
- psychotherapie
- begeleiding
- preventie

Het terrein vd KLP is de laatste jaren sterk uitgebreid, maar psychische stoornissen blijven wel de kern!


Probleem: met welk afwijkend gedrag houden we ons dan bezig?
 met afwijkingen die ons functioneren beïnvloeden

1.2 Normaal - Abnormaal

1.2.1 Onderscheid

Rosenhan & Seligman (1989): 7 factoren die bepalen of gedrag als abnormaal wordt beschouwd



- hoe meer van die factoren aanwezig + hoe duidelijker op de
voorgrond, hoe eensgezinder mensen in hun beoordeling
- ten minste één van die aspecten als men van abnormaliteit zou
spreken

1) Persoonlijk lijden


- Gn voldoende voorwaarde, want psychische stoornis gaat nt altijd met lijden gepaard

2) De (dis)functionaliteit van het gedrag


- mate waarin het gedrag het dagelijks functioneren en welbevinden vh individu beïnvloedt
- disfunctionele gedragingen = ze belemmeren het individuele functioneren

3)Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag


- andere mensen kunnen er geen logica of zin in ontdekken => abnormaal

4) Onvoorspelbaarheid en controleverlies


- mensen hebben de behoefte om hun leven te beheersen/ controleren, dit kan enkel dr
een voorspelbare omgeving
- in onvoorspelbare omgeving: kwetsbaar en bedreigd
=> beoordeling als abnormaal is hier afh vd situatie
- 2 typen situaties waarin gedrag dikwijls als controleverlies zal worden geïnterpreteerd:
*situatie waarin de regels die gewoonlijk het gedrag sturen, nt meer werkzaam zijn
*situaties waarin de toeschouwer de oorzaak of de aanleiding vh gedrag dat hij
waarneemt nt kent
- gn reden om psychische stoornis te veronderstellen

5) Opvallend en onconventioneel gedrag


- vaak gebruiken mensen hun eigen gedrag als maatstaf bij het beoordelen vh gedrag van
anderen  als het gedrag van anderen afwijkt van hun gedrag  abnormaal
=> het gedrag hoeft niet pathologisch te zijn

6) Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij andere teweegbrengt


- wnr iemand gedrag vertoont waarmee de ongeschreven regels in een bepaalde cultuur
worden overschreden, dan kan dat bij de ander een gevoel van ongemak geven
=> gedrag als abnormaal beschouwen
impliciete sociale verwachtingen

7) Het overtreden van morele normen


- obv opvattingen over hoe mensen zich zouden moeten gedragen iemand als normaal/
abnormaal bestempelen

1.2.2 Definitie abnormaal

Abnormaal =


- abnormaal gedrag veroorzaakt significant lijden bij de betrokkene of bij de mensen uit de omgeving
- het tast het functioneren (beroepsmatig en sociaal) vd betrokkene in belangrijke mate aan
- er is sprake van een significant toegenomen risico om dood te gaan, pijn te lijden of de persoonlijke
vrijheid te verliezen (ontoerekeningsvatbaar)

Opgelet: 3 uitsluitende omstandigheden (om te voorkomen dat de definitie een instrument zou worden van sociale repressie)


Men spreekt niet van een mentale stoornis als …
* een te verwachten en cultureel aanvaarde reactie op een bepaalde gebeurtenis
(bv. rouwproces)
* langdurig deviant gedrag van politieke, religieuze of seksuele minderheden
(bv. lid van greenpeace, homoseksualtiteit)
* uitvloeisel van conflicten tss individu en m’ij
(bv. excentrieke kunstenaars die hun emoties in kunst uitdrukken)

1.2.3 Modellen: normaal vs abnormaal

≠ modellen die uitspraken mogelijk maken over het onderscheid tss normaal en abnormaal gedrag

1) STATISTISCH MODEL

- Uitganspunt: menselijke eigenschappen zijn min of meer normaal verdeeld


- Abnormaal = extreem hoge of lage scores op de schaal
 heeft slechts een statistische betekenis (gemiddelde, SD, …)

=> Het statistisch model is een dimensionele benadering van psychopathologie, dit houdt in dat de


stoornis op een continuüm moet bekeken worden

Problemen:


- Grens?
- Nt alles is normaal verdeeld (bv. genderstoornis)
- geen onderscheid volgens wel – geen lijden

=> Het statistisch model is een goed model zolang de eigenschap normaal verdeeld is!


Bv. intelligentie, angst

2) MEDISCH MODEL

Uitgangspunt: oorzaken van psychische stoornissen moeten gezocht worden in de onderliggende
mechanismen

Somatogeen Psychogeen

Lichamelijke aandoening psychologische mechanisme

Volgens de aanhangers van het ziektemodel zijn psychische stoornissen te vergelijken met somatische stoornissen en dus best te verhelpen dr de onderliggende mechanismen te bestrijden.
De grens tussen normaal en abnormaal kan dus duidelijk getrokken worden, want er is een aantoonbare lichamelijke aandoening.

Het medisch model in schema:



Ziekte Diagnose Therapie Genezing


patiënt therapeut Patiënt passief patiënt

Uitgangspunt: - therapeut is de deskundige


- patiënt wordt op één of meerder aspecten van zijn functioneren als ziek beschouwd
- therapeut spoort de oorzaak op en stelt een diagnose, de patiënt is daarbij enkel
nodig om info te geven over zijn klachten
- therapeut stelt een therapieplan op dat idealiter tot genezing leidt

Kritiek:
- patiënt is passief: kan niets doen aan de stoornis


- bij veel psychische stoornissen is er nog geen eenduidig onderliggend mechanisme aangetoond
- de termen ‘ziekte’ en ‘therapie’ werken stigmatisering in de hand  self-fulfilling prophecy

MAAR: het model biedt wel aanknopingspunten voor het antwoord op de vraag waar de grens ligt,


maar alleen zover er een duidelijke somatische oorzaak aan de basis vd psychische stoornis
ligt.

3) LEERMODEL

Het leermodel geldt voor stoornissen zonder duidelijke organische stoornis.
=> Verklaring: stoornissen zijn ontstaan door verkeerd gelopen leerprocessen

Persoonlijk bepaling uitvoering vermindering


probleem leerdoel programma probleem
vh kind in overleg vh kind
kind past toe

In dit schema :


- zijn er ook 2 partijen, nl. therapeut en cliënt.
- De uitgangssituatie wordt hier nt beschreven als ziekte of abnormaliteit, maar als persoonlijk probleem.
- Er wordt ook nt gesproken van een diagnose, maar van een leerdoel.
- de uitkomsten van dit onderzoek worden nt geformuleerd in termen van stoornissen, maar wel in termen van vaardigheidstekorten.

Voordelen:


- de kans op stigmatisering is kleiner
- cliënt is met zijn problemen nt meer passief
- het criterium dat wordt gebruikt ter afgrenzing van ziekte of gezondheid is de eigen verantwoordelijkheid of aanspreekbaarheid

Nadelen:
- het is enkel bruikbaar wanneer er een eigen verantwoordelijkheid is, wnr dit nt het geval is, geeft


men de voorkeur aan het medisch model.

Opm: het leermodel is een reactie tegen het medisch model.



1.3 Populatie

1.3.1 Epidemiologische onderzoek

KLP richt zich tot kinderen, adolescenten, ouderen, gezinnen waarin abnormaal gedrag (mentale stoornis) voorkomt.


Om zicht te krijgen op deze populatie is een veelzijdig epidemiologisch onderzoek uitgevoerd; dit is onderzoek naar het voorkomen en de evolutie van stoornissen in een bepaalde bevolkingsgroep.
Onderzoek: gezondheidsenquête dmv interview door Demarest, Van der Heyden, et. al.

=> Mentale problemen worden in dit onderzoek omschreven als een chronisch en recurrent


disfunctioneren vd gedachten, de emoties, de houding tov anderen en/of de relaties met andere.
=> Mentale problemen veroorzaken het lijden of vertegenwoordigen een handicap op een of
meerdere domeinen vh dagelijks leven.
Ze situeren zich op een continuüm met aan het ene uiterste zware psychologische syndromen die
veelal organisch van oorsprong zijn en aan het andere uiterste extreme gevoelens van stress en
ontevredenheid.
=> Mechanismen die de oorzaak zijn van mentale problemen zijn divers en complex:
- samenspel tss organische, psychologische en sociale factoren bepaalt het zich voordoen, de
aard en de evolutie van het probleem
- ontstaan hangt samen met gebeurtenissen in het leven
- veranderingen in levensstijl en snelle sociale veranderingen spelen ook een rol
=> Vaststelling:
- aantal personen dat mentale problemen heeft is groot (25%had ooit psychisch ongemak)
- WGO (wereld gezondheidsorganisatie) verwacht een exponentiële toename
=> Gevolgen op het domein van fysieke en sociale gezondheid:
- sociale gezondheid: isolatie
- fysieke gezondheid: aandoeningen, ongezonde levensstijl

1.3.2 Prevalentie van mentale stoornissen

25% (1/4) meldt op het moment vd enquête psychisch ongemak!

Geslacht:
- vrouwen zijn meer vatbaar dan mannen
- vrouwen op vroegere leeftijd dan mannen
- vrouwen hebben meer specifieke problemen

Leeftijdsgroepen:


- alle groepen evenveel psycho-affectieve problemen (ongemak, depressie, angst)
- oudere groepen meer somatische problemen, slaapproblemen en medicatie

SES:
- lager geschoolden hebben iets frequenter mentale problemen

Urbanisatiegraad:
- gn onderscheid

Gewest:
- nauwelijks verschillen


- Vlaams gewest is iets beter

1.4 Taken

- Diagnostiek - Revalidatie


- Indicatiestelling - Begeleiding – counseling
- Advies - Preventie
- Psycho-educatie - Onderzoek
- Onderwijs

1.4.1 Diagnostiek

Elke wetenschap steunt op een classificatie of systematische ordening vd verworven kennis.

- Namen geven en ordenen
- Geen doel op zich, mr een middel om kennis te verwerven

In de KLP volgt men het medisch model, dit geldt ook vr de classificatie van stoornissen (gebaseerd op de indeling van ziekten in de geneeskunde).


Omdat er vaak geen duidelijk aantoonbare lichamelijke oorzaken zijn, spreekt men nt van ziekten.

Daarom worden de psychische stoornissen geordend als syndromen.


= groep of samenhangend geheel van
symptomen
= uiting/kenmerk/signaal van psychische stoornis

Diagnose = nauwkeurige vaststelling, onderscheiding en omschrijving van stoornissen


 adhv: DSM = Diagnostical & Statistical Manual of Mental Disorders
= classificatiesysteem

Diagnostiek = werkwijze of het proces om de diagnose te bereiken


 verloopt volgens de diagnostische cyclus van De Bruyn:
- klachtenanalyse
= overzicht van klachten en vragen
- probleemanalyse
= beschrijving, ordening, benoeming en taxatie vd problemen
- verklaringsanalyse
= hypothesen mbt verklaring
- indicatieanalyse (zie 4.2)
= aanbeveling over de best passende interventie voor een bepaald probleem
Bv. vragenlijsten, testing, registratieopdrachten

1.4.2 Indicatiestelling

Indicatieanalyse = aanbeveling over de best passende interventie voor een bepaald probleem

Indicatiestelling verloopt in verschillende fasen:
1) Nagaan of interventie kan opgezet worden
- is behandeling nodig?
- is behandeling mogelijk?
- is behandeling wenselijk?
2) Formuleren en prioriteren van doelen
- wat is het uiteindelijke doel?
- wat zijn de specifieke doelen?
3)Selecteren van de in aanmerking komende typen interventies
- welk theoretisch kader wordt gekozen?
- in welk type setting vindt de behandeling plaats?
- hoeveel tijd hebben we?
4) Bepalen van het nut en de kans van slagen van een bepaalde interventie
- wat is het positieve en negatieve nut (kosten-baten analyse)
- wat is de kans op slagen en falen (indicaties en contra-indicaties)
- wat is de uitkomst van de weging van nut en kans op slapen

1.4.3 Advies

= raadgeving op verzoek

Doel van advies:
- verschaffen van informatie
- controleren vh door de diagnosticus verrichte werk
- via overleg tot overeenstemming komen
- invulling van het gekozen advies

Werkwijze bij het verlenen van advies  6 stappen:


1) Voorbereiding vd diagnosticus
= in de vorm van een voorlopig verslag met een integratief beeld vd problematiek (kan
aangepast worden)
2) Voorlichting vd cliënt
= op een begrijpelijke manier informatie verstrekken over de uitkomst vd verklaringsanalyse
en indicatieanalyse
3) Controle dr de diagnosticus
= controleren, adhv reacties vd cliënt, vd uitspraken
4) Overleg tss diagnosticus en cliënt
= doel: overeenstemming  advies kan zo verder geconcretiseerd worden
5) Concretiseren vh advies dr de diagnosticus
= planning vd therapie
6) Afronding
= genomen besluiten samenvatten

1.4.4 Psycho-educatie (Belangrijke taak!)

= het beïnvloeden vd opvattingen van cliënten en/of hun verwanten over hun ziekte of aandoening


= geven van informatie over de stoornis
 het probleem duidelijk kaderen zodat ze er een duidelijk zicht op hebben

Doel:
- verandering bereiken in het gerelateerde gedrag


- leren accepteren vd stoornis
- bevorderen van actieve medewerking aan therapie

Psycho-educatie wordt gegeven in de vorm van een cursus (educatieve interventie) en als onderdeel van een behandeling (therapeutische interventie).

Hoe werkt het?
- integratie van werkwijzen en doelstellingen vanuit de geestelijke gezondheidszorg én vanuit
educatie aan kinderen en volwassenen
- kennisoverdracht
- didactische werken (op deze manier info verstrekken)
- gebruik van elementen uit de cognitieve gedragstherapie

Effect?
- effect op het beloop vd stoornis


- effect op kwaliteit vh leven
- combinatie met cognitieve gedragstherapie zorgt voor hogere remissie (herstel)
- effect op besef van ernst en motivatie tot therapie

1.4.5 Revalidatie (specifieke vorm van begeleiding)

= rehabilitatie


= het voorkomen of reduceren van beperkingen die samenhangen met een psychiatrische stoornis

Doel: zo hoog mogelijk niveau van zelfstandig functioneren

Om dit te bereiken dient zowel aandacht te worden geschonken aan vaardigheden
en zelfredzaamheid vd betrokken patiënt als vd sociale omgeving.

Voor elke patiënt wordt begeleiding op maat voorzien:


- ADL-training
- Sociale vaardigheidstraining (bij sociaal angstige of agressieve kinderen)
- Studie- en werkbegeleiding
- Werkhoudingstraining bij kinderen met ADHD

1.4.6 Begeleiding - counseling

Counseling = begeleiding




CRISISSITUATIES ONDERSTEUNING
- crisis: plotse verstoring in het dagelijks leven - in de knoop
- signalen: verwardheid, angst, lichamelijke tekenen - nood aan gesprekspartner
- EHBO: eerste zorg toedienen
luisterend oor zodat de cliënt kan
ventileren + activering om mensen
actie te laten ondernemen

Praktijk: counseling en psychotherapie wordt op een continuüm geplaatst en de scheidingslijn is nt


altijd duidelijk te trekken

1.4.7 Preventie

= voorkomen vh optreden van psychische aandoeningen

Indeling:
1) Primaire preventie: tracht te voorkomen dat een stoornis zich ontwikkelt dmv:
- Gezondheidsbescherming: het wegnemen van risicofactoren die bijdragen tot het ontstaan
vd stoornis
Bv. meer toezicht op de speelplaats tegen pesten op school
- Gezondheidsbevordering: personen weerbaarder maken tegen risicofactoren via
voorlichting, opvoeding en training
Bv. prentjes in ppt (voorruit en sensoa)

=> Primaire preventie is effectief als een daling vd incidentie van een stoornis het resultaat is.

2) Secundaire preventie: richt zich op risicogroepen.
 grijpt in wnr er reeds tekenen van een stoornis aanwezig zijn en moet de verdere ontw
van een stoornis voorkomen door:
- de stoornis in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen
- maatregelen te nemen die het verdere verloop gunstig beïnvloeden

=> Secundaire preventie is effectief als een daling vd prevalentie vd stoornis het resultaat is.

3) Tertiaire preventie: valt gelijk te stellen met revalidatie
 probeert de nadelige gevolgen van een bepaalde stoornis op LT te beperken
Bv. dagcentrum voor psychiatrische patiënten thuis zodat ze niet zouden hervallen

=> Effectief als de chroniciteit daalt



1.4.8 Onderzoek

Universiteit fundamenteel onderzoek  gaat op zoek naar nieuwe paradigmata, theorieën, …


Hogescholen  toegepast onderzoek  in teken van maatschappelijke dienstverlening

1.4.9 Onderwijs

* Universiteiten en hogescholen -> combineren lesopdrachten met onderzoek


* Onderzoekscentra die door de overheid worden gesubsidieerd

1.5 Werkdomeinen en werksettings

6 werkterreinen die zich situeren tss de psychopathologie en de gezondheidspsychologie met hun bijhorende werksettings

A) Psychopathologie
= het terrein vd mentale stoornissen/ psychische problematieken
= depressie, angst, slaap -, eetstoornissen, persoonlijkheid, trauma
=> CAW (crisishulp)/GGZ/BJZ/PAAZ/Psychiatrie/ziekenhuis/verslavingszorg

B) Forensische psychologie


= het terrein van delinquentie. Psychologen worden betrokken bij het psychologisch
onderzoek van verdachten en gevangenen, bij de behandeling van gevangenen en bij het
beoordelen of een individu mentaal in staat is om in de rechtszaal te verschijnen
= dader- en slachtofferhulpverlening (vroeger focus op daders)
=> CAW (dader- en slachtofferhulp)/ justitiehuis/ gevangenis

C) Klinische neuropsychologie


= het terrein vd neuropsychologische disfuncties
= ADHD, epilepsie, …
=> Ziekenhuis/ revalidatiecentrum/ GGZ

D) Gerontopsychologie


= het terrein vd psychologische aspecten vh ouder worden
= dementie
=> RVT/ revalidatiecentrum/ expertisecentra dementie/ thuishulp voor senioren/ dagcentra

E) Partner- en relatiepsychologie


= het terrein vd partnerproblematieken
= echtscheiding, seksuele problemen, opvoedingsproblemen, …
=> CAW (bemiddeling, vluchthuizen)/ GGZ

F) Gezondheidspsychologie


= het terrein vd preventie op vlak vd algemene gezondheid
= hartkwalen, astma, eet- en slaapproblemen
=> Ziekenhuis/ LOGO’s/ SENSOA/ VIG/ BIVV

2. Geschiedenis van de klinische psychologie

2.1 Voorgeschiedenis van de klinische psychologie

2.1.1 De Grieken

Hippocrates:


 geestesstoornissen moeten beschouwd worden als een ziekteproces dat in principe niet
afwijkt van elk ander ziekteproces
=> een psychische ziekte werd beschouwd als een somatische ziekte en de oorzaken werden
op het natuurlijk (en dus nt op het bovennatuurlijk) vlak gezocht
 onderscheid tss psychologische oorzaken (psychogenese) en fysiologische oorzaken
(somatogenese)
 beschikbare kennis over de mens was beperkt door het religieuze verbod op het ontleden vh
menselijk lichaam
 hij veronderstelde dat verschillende geestestoestanden het gevolg zijn van een onevenwichtige
verdeling vd 4 lichaamssappen: bloed, gal, slijm en zwarte gal.
 hij beschreef 3 abnormale geestestoestanden: manie, melancholie en phrenitis (hersenkoorts)

2.1.2 De Romeinen

Dominantie van religieuze of demonische visie op het ontstaan van geestesstoornissen.


Ideeën over psychische ziekten waren vooral gebaseerd op religieuze en mythologische opvattingen.
 Geestesziekte werd gezien als een straf vd goden, met als gevolg dat psychiatrische patiënten
vaak ontoerekeningsvatbaar worden verklaard en hun vrijheid werd hen ontnomen (behandeling).
 Romeinen gingen de oorzaak wel zoeken in het bovennatuurlijke

2.1.3 De Middeleeuwen

Christelijke kerk had veel invloed:


 Tijdens de Middeleeuwen werd er een religieuze betekenis aan geestesziekten verbonden
 ‘Geestelijke abnormalen’ waren bezeten door de duivel
 Genezende praktijken: mengeling van religieuze, magische en medisch methoden
(pelgrimstochten, exorcisme, …)
 Zorg voor de patiënt = taak voor de familie (alleen de gevaarlijke psychiatrisch gestoorden werden
geïsoleerd.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • 1.1.2 Poging tot definiëring
  • 1.2 Normaal - Abnormaal 1.2.1 Onderscheid
  • 1.2.2 Definitie abnormaal
  • 1.2.3 Modellen: normaal vs abnormaal
  • 1.3 Populatie 1.3.1 Epidemiologische onderzoek
  • 1.3.2 Prevalentie van mentale stoornissen
  • 1.4.1 Diagnostiek
  • 1.4.2 Indicatiestelling
  • 1.4.4 Psycho-educatie
  • 1.4.5 Revalidatie
  • 1.4.6 Begeleiding - counseling
  • 1.5 Werkdomeinen en werksettings
  • 2. Geschiedenis van de klinische psychologie 2.1 Voorgeschiedenis van de klinische psychologie 2.1.1 De Grieken
  • 2.1.2 De Romeinen
  • 2.1.3 De Middeleeuwen

  • Dovnload 430.84 Kb.