Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Deel 1: Van theorie naar praktijk

Dovnload 375.74 Kb.

Deel 1: Van theorie naar praktijk



Pagina6/17
Datum01.06.2017
Grootte375.74 Kb.

Dovnload 375.74 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

Tekst 7


Tekst 7: The effects of verbal and nonverbal elements in persuasive communication: findings from two multi-method experiments

 Onderzoek naar de relatie tussen inhoud, vocale klemtoon en lichaamstaal bij persuasieve communicatie



Introductie
Mythes over de “perfecte” mix van verbale en non-verbale stimuli bij persuasieve communicatie
 Bv. de communicatiepiramide = 55% lichaamstaal + 38% stem + 7% inhoud

Literatuurstudie
Bestaande theorieën en onderzoek
Geschiedenis:
- Aristoteles: de rol van de stem en lichaamstaal bij persuasieve communicatie
- Cicero: vocale elementen + gebaren + gezichtsuitdrukkingen spelen een rol bij communicatie
- 20e eeuw: nieuwe technieken werden ontwikkeld om de effecten van auditieve en visuele elementen bij persuasieve communicatie te bestuderen
 Hoe kunnen persuasieve boodschappen het effectiefst overgebracht worden?

Hovland e.a.: publiek + inhoud van de boodschap + observeerbare elementen


 Observeerbare elementen = non-verbale stimuli (kinetische, vocale, ruimtelijke,
haptische, “chronemical” en iconische stimuli)

Feit: publiekspercepties variëren naargelang de manier van presenteren


 Bv. onderzoek naar de verschillende effecten van video-, audio- en tekstuele presentaties
bij propaganda
 Substantieel bewijs dat gebaren, gezichtsuitdrukkingen en bepaalde vormen van vocale
klemtoon invloed hebben op het publiek op een manier dat niet het geval is bij
non-verbale presentaties (bv. nervositeit of aantrekkelijkheid van de spreker)

Studies hebben aangetoond dat de compositie van auditieve en visuele stimuli een rol speelt bij hoe de boodschap een invloed heeft op het publiek.


- Vocale stimuli: de snelheid van het spreken, variëteit van de toonhoogte van de stem, vloeiend spreken   geloofwaardigheid en overtuigingskracht
- Lichaamstaal: gezichtsuitdrukkingen, gebaren   geloofwaardigheid en overtuigingskracht

Moderne “dual processing models” (ELM, Heuristic Systematic Model)


 De effecten van non-verbale stimuli zijn gelimiteerd door de betrokkenheid van het publiek
 Bv. bij cognitieve taken is het verbale aspect belangrijker

Problemen en onbeantwoorde vragen
- Moeilijk om generaliseerbaar onderzoek uit te voeren  vaak methodologische problemen
- Weinig inzicht in de relatieve sterkte van verbale vs. non-verbale stimuli en de interactie tussen de verschillende variabelen
- Kritiek: artificiële manipulatie (in een laboratorium)  externe validiteit?

Dit onderzoek:


- Experiment 1: Is een speech met lichaamstaal in combinatie met vocale klemtoon meer persuasief dan een speech met vocale klemtoon maar zonder lichaamstaal?
 Ook vergeleken met een derde versie, zonder zowel lichaamstaal als vocale klemtoon  Er werd ook nagegaan of de verschillende presentaties leiden tot verschillende percepties
van overtuigingskracht
- Experiment 2: Is een boodschap met vocale klemtoon persuasiever dan een boodschap zonder vocale klemtoon?
 Audio only
 De bevindingen van de twee experimenten werden geanalyseerd om na te gaan of de audioversies van de speech (experiment 2) significante verschillende vertoonden in vergelijking met de videoversies (experiment 1)
 Verbeterd onderzoek want:
- Realistische combinatie van non-verbale stimuli
- Naturalistische setting
- Multi-method metingen

Methode
Voor de experimenten: split-ballot survey
 Om na te gaan welke van drie korte speeches de meeste invloed hadden op de publieke
opinie
 Gekozen speech: pro-globalisatie

Single factor experimenteel design



Experiment 1
 Deelnemers: 204 studenten
 Vragenlijst + RTR meetintrument
- Vragenlijst: 3 vragen globalisatie + 15 items over de inhoud of de presentatie
 3 dimensies: waargenomen performance van de spreker + waargenomen karakteristieken
van de argumentatie + waargenomen karakteristieken van de spreker
 3 experimentele settings
1. Video met professionele presentator: geen vocale klemtoon + geen lichaamstaal
2. Video met dezelfde presentator: wel vocale klemtoon + geen lichaamstaal
3. Video met dezelfde presentator: wel vocale klemtoon + wel lichaamstaal

Experiment 2
Doel: de validiteit van experiment 1 bevestigen + de effecten van lichaamstaal isoleren
 Vragenlijst + RTR meetinstrument
 2 experimentele settings (zelfde opnames als experiment 1)
1. Audio met professionele presentator: geen vocale klemtoon + geen lichaamstaal
2. Audio met dezelfde presentator: wel vocale klemtoon + geen lichaamstaal
 Alle aspecten van de experimentele setting waren idem aan die van experiment 1

Resultaten
Experiment 1: vragenlijst
 Statistisch significante verschillen tussen de verschillende versies
 Ratings voor performance en inhoud:
 Setting 3: meest levendig + krachtig + zelfverzekerd
Staat vooral in contrast met setting 1
 Setting 1 – 2 (geen lichaamstaal): beter beoordeeld qua inhoud
 Ratings voor de spreker: geen significante verschillen

Experiment 1: RTR
 Deelnemers moesten beoordelen hoe persuasief ze de speeches vonden
 Figuur (zie slides les 7 / tekst)
1) Meest persuasief: setting 3
2) Minst persuasief: setting 1
3) De reacties op de speeches waren consistent voor elke presentatie: het patroon is
identiek voor alle curves

Conclusie experiment 1


 Overtuigingskracht hangt af van wat de spreker zegt, niet hoe hij het zegt
 De combinatie van vocale klemtoon en lichaamstaal heeft een invloed op
overtuigingskracht
 De inhoud van een speech determineert het algemene patroon van het effect en de presentatietechnieken versterken dit effect

Experiment 2: vragenlijst
 Meer significantie dan bij experiment 1
 Setting 2: meer sympathiek, zelfverzekerd, interessant, krachtig, levendig MAAR minder accuraat
 Effect van vocale klemtoon is gelijkaardig aan dat van lichaamstaal bij experiment 1: de
speech scoort beter op vlak van performance en persoonlijkheid van de spreker, maar
minder op inhoud van de speech
 Vergelijking video vs. audio
- Zonder vocale klemtoon
- Audio: meer positieve gevolgen van globalisatie + makkelijker te begrijpen
- Video: meer negatieve gevolgen van globalisatie
 Vocale klemtoon was meer effectief bij audio

Experiment 2: RTR
 Figuur (zie slides les 7 / tekst)
 Bevestigt dat vocale klemtoon niet per se zorgt voor meer overtuigingskracht
 In het tweede gedeelte was de speech met vocale klemtoon net minder
persuasief
 Bevestigt dat de wijze van presenteren niet uitsluitend verantwoordelijk is voor het effect
van de inhoud
 Communicatiepiramide: indien deze zou kloppen, zouden er duidelijke verschillen moeten zijn tussen de vijf settings: klopt niet

Samenvatting
 Non-verbale elementen (vocale klemtoon, lichaamstaal) kunnen een positief effect hebben op de overtuigingskracht van een boodschap en de perceptie van de spreker
 De inhoud determineert het effect
 De non-verbale technieken versterken het bestaande effect
 Het audiovisuele formaat primeert niet op het audioformaat

Discussie
Moeilijk om algemene conclusies te maken
 Steekproef: enkel studenten
- Hoogopgeleid, enz.
- 60% links op politieke spectrum ( globalisatie)
 Dual processing theorieën: non-verbale elementen hebben vooral impact
wanneer het publiek gebruikmaakt van de perifere route MAAR typisch voor
een publiek met weinig kennis / intellectuele capaciteit ( studenten)

De bevindingen van de studie bevestigen dat persuasieve communicatie slechts onderzocht kan worden in de correcte setting en context.

Het gebruik van individuele persuasieve tools (bv. vocale klemtoon, gezichtsuitdrukkingen) hebben niet per se een positieve invloed op de overtuigingskracht.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

  • Literatuurstudie
  • Methode
  • Resultaten
  • Discussie

  • Dovnload 375.74 Kb.