Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Deel I : Inleiding Hoofdstuk 1 : Wat is recht?

Dovnload 251.86 Kb.

Deel I : Inleiding Hoofdstuk 1 : Wat is recht?



Pagina2/8
Datum05.12.2018
Grootte251.86 Kb.

Dovnload 251.86 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Hoofdstuk 3 : Het internationaal recht

  1. Het internationaal privaatrecht (I.P.R.)


Doel = uitmaken welke nationale wetgeving van toepassing is op een rechtsverhouding waarin buitenlandse elementen voorkomen

→ door toepassing van “verwijzings- of conflictregels”


Contracten gesloten in België worden in de regel behandeld door het Belgisch recht, maar partijen zijn vrij een ander recht te kiezen
I.P.R. is nationaal → ieder land kan verschillende regels gebruiken

→ om toch wat eenheid te creëren werden op Europees vlak verdragen afgesloten

 EU-landen spraken af om voortaan zelfde regels te hanteren

  1. Het internationaal publiekrecht (= volkerenrecht)


Geen mondiale rechtsorde  relaties tussen landen beheerst door contracten tussen staten

→ ieder land staat hierbij op gelijke voet en behoudt zijn soevereiniteit

Verdragen (=contract tussen landen) kunnen :


  • Publiekrechtelijke aangelegenheden bevatten : defensie, uitleveringsverdragen, …

  • Privaatrechtelijke aangelegenheden bevatten : handelsverdragen, I.P.R.-regeling

Verdragen worden ondertekend door afgezanten of diplomaten

→ moeten nadien nog wel geratificeerd worden

= bevoegde nationale instantie moet zich akkoord verklaren met het verdrag

  1. Het Europees recht


≠ klassiek Volkerenrecht

→ vele nationale bevoegdheden overgedragen aan supranationale instellingen

→ kunnen zelf rechtsregels creëren om bevoegdheid uit te breiden

In 1957 : EEG opgericht door Verdrag van Rome

→ economische integratie bereiken tussen de 6 stichterlidstaten

= België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Italië, Duitsland

In 1992 : EU door Verdrag van Maastricht

→ groeiende Europese samenwerking op diverse domeinen


Positie van Europees recht versterkt door 2 belangrijke kenmerken :

  • Primauteit van het Europees recht :

    • Bij conflict tussen een regel van het nationaal recht en een regel van het Europees recht, heeft het Europees recht voorrang

  • De rechtstreekse werking :

    • Europees recht creëert rechtstreekse rechten en plichten voor de burgers

    • Lidstaten kunnen de toepassing van de Europese rechtsregels niet beletten

    •  elke burger kan zich onmiddellijk beroepen op regels van het Europees recht, zelfs tegen de nationale instanties

      • Het smeltkaas arrest : invoerrechten worden geheven op smeltkaas door België, maar deze zijn strijdig met Europese recht dus worden afgeschaft..



Deel II : Publiek recht

Hoofdstuk 1 : Grondprincipes van de staatsorde

  1. Historische achtergrond


Tijdens Ancien Régime identificeerde de vorst zich vaak met de staat (L’état c’est moi)

→ na lange evolutie o.i.v. het liberalisme  scheiding vorst en staat


  1. De rechtsstaat


  • = de staat is er in de eerste plaats om de burger te dienen, niet om zichzelf te versterken

  • Rechtsregels gelden niet enkel ten aanzien van de burger, maar ook ten aanzien van de overheid

  • Rechtsstaat heeft als functie de rechten van de burger te beschermen

    • Zowel tegen buitenlandse inmenging als tegen onwettige inbreuken van andere burgers of de overheid

  • Nationale grondwetten niet sterk genoeg om terreur van dictaturen in Europa te verhinderen tijdens het Interbellum

    •  1950 : Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens en van de fundamentele vrijheden

    • Verdrag zorgt voor nog sterkere scheiding tussen fundamentele rechten van de mens en van de staat

      • Staat moet deze respecteren en kan slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden beperkingen uitvaardigen



  1. De wetstaat


  • Men stelde vast dat de burgerlijke vrijheden (eigendom, vrije meningsuiting) enkel de gegoede burgers bereikte

    • Arme proletariër zonder stemrecht kan geen gebruik maken van liberale vrijheden

  •  Marx : enkel afschaffing eigendomsrecht kon volgens hem de reële gelijkheid van burgers realiseren

    • Mislukte omdat fundamentele rechten verdrukt werden en centraal geleide economie inefficiënt bleek te zijn

  • West-Europese model :

    • Overheidsingrepen om materiële gelijkheid te realiseren

      • Sociale zekerheidsrecht en financiële subsidiëring van onderwijs & huisvesting

      •  sociale risico’s opvangen en armoede bestrijden

      • → belastingen op de rijkeren om nationaal inkomen te herverdelen

    • Omdat zwakkere partijen dikwijls de dupe werden van de vrijheid  meer regels van dwingend recht om hen te beschermen

    • Om kwaliteit van wetgevende werk te bewaren werden Raad van State en Arbitragehof (voorkomen contardicties) opgericht

Door de grote overheidsinterventie, pleiten meer en meer mensen voor deregulering. Want men vreest dat de rechtsstaat verdrukt wordt door een overvloed aan regels (=wetstaat)

 waar en in welke regels moet men snoeien? Want er zijn nog steeds zwakkere groepen die nood hebben aan bescherming door de staat

  1. De drie staatsmachten (Trias Politica) p 24


Volgens leer van Montesquieu kan men in een staat 3 machten onderscheiden :

  • Wetgevende macht :

    • Maakt algemene regels en controleert de andere 2 machten

    • Door het verkozen parlement & Koning

  • Uitvoerende macht :

    • Zorgt voor het dagelijkse bestuur van de staat

    • Uitgeoefend door de Koning en de regering

  • Rechterlijke macht :

    • Beslecht geschillen

    • Door de verschillende rechtscolleges (hoven & rechtbanken)

Zeer belangrijk deze 3 te scheiden, anders te veel geconcentreerde macht

 dictatuur en corruptie (= absolutisme)

Machten moeten onafhankelijk zijn van elkaar, maar toch nog goed samenwerken

Koning benoemt de rechters

→ rechters kunnen besluiten de uitvoerende macht niet toe te passen wanneer die in strijd is met de grondwet of de wetten

Scheiding der machten niet alleen voor federale overheid  ook gewesten & gemeenschappen

Hoge Raad voor Justitie opgericht



  1. Het democratisch beginsel (geen examenleerstof)


= de wetgevende macht ligt bij de gekozenen van het volk

→ de verkozen organen hebben volheid van bevoegdheid

= op hun niveau kunnen zij de gehele macht uitoefenen tenzij uitdrukkelijk anders bepaald

uitzondering = het Europees parlement → spreken van “democratisch deficiet”

Aantal kiezers in de bevolking stelselmatig uitgebreid :

→ vroeger stemming afhankelijk van belastingbetaling (=cijnskiesrecht)

→ Algemeen Meervoudig Stemrecht

→ 1919 : Algemeen Enkelvoudig Stemrecht

→ 1949 : Vrouwen krijgen stemrecht


1   2   3   4   5   6   7   8

  • Het internationaal publiekrecht (= volkerenrecht)
  • Het Europees recht
  • Deel II : Publiek recht Hoofdstuk 1 : Grondprincipes van de staatsorde
  • De rechtsstaat
  • De wetstaat
  • De drie staatsmachten (Trias Politica) p 24
  • Het democratisch beginsel (geen examenleerstof)

  • Dovnload 251.86 Kb.