Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Deel I : Inleiding Hoofdstuk 1 : Wat is recht?

Dovnload 251.86 Kb.

Deel I : Inleiding Hoofdstuk 1 : Wat is recht?



Pagina8/8
Datum05.12.2018
Grootte251.86 Kb.

Dovnload 251.86 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

De burgerlijke rechtscolleges

  1. Vrederechter


= kleinste niveau

    • Zetelt alleen

  • Kleine burgerlijke en handelsgeschillen (tot 1860€)

  • Specifieke geschillen als :

    • Familiekwesties ( o.a. tussen echtgenoten)

    • Huur en pacht (alle soorten huurcontracten!! Ook boven 1860€)



  1. Politierechtbank


Alle zaken, ongeacht het bedrag, met betrekking tot verkeersongevallen

→ zelfs op privaat domein

Ook kleine misdrijven (bvb openbaar dronkenschap)

  1. Rechtbank van Eerste Aanleg


Drie afdelingen :

  • Burgerlijke rechtbank :

    • Heeft volheid van bevoegdheid

      • = alle materies die niet toegedeeld zijn aan bepaalde rechtbanken, komen bij de rechtbank van 1ste aanleg terecht

    • Alle belangrijk burgerlijk geschillen tot 1860€

    • Ook beroep tegen vonnissen van de vredegerechten en de politierechtbanken

    • 1 of 3 rechters

  • Jeugdrechtbank :

    • Juridische kwesties over het statuut van minderjarigen

      • POS-dossier (= problematische opvoedingssituatie)

        • bvb verwaarlozing, …

      • MOF-dossier (= als misdrijf omschreven feiten)

        • Minderjarigen die een MOF plegen vallen in principe buiten strafsysteem

        • bvb drugs, …

        • Deze kunnen ook worden doorgestuurd naar Correctionele Rechtbank als jongere ouder is dan 16 en bij ernstig misdrijf waar hij als volwassene zal berecht worden

  • Correctionele rechtbank :

    • Doet soms uitspraken in zaken die het Hof van Assisen aangaat, maar voor tijd en geld te besparen



  1. Rechtbank van Koophandel


-Uitspraak in hoger beroep tegen vonnissen van de Vrederechter (dus > 1 240€) inzake handelsgeschillen

-Faillissementen & geschillen bij vennootschappen

= 1 beroepsrechter en 2 lekenrechters

→ in beroep gaan hierna

= Hof van Beroep

 geen lekenrechters meer



  1. De Arrondissementsrechtbank


Uitmaken wie van 3 rechtbanken op arrondissementsniveau bevoegd is

= voorzitters van Rechtbank 1e Aanleg, Rechtbank van Koophandel, Arbeidsrechtbank

→ verwijst zaken naar bevoegde rechtbank

  1. Het Hof van Beroep


Gespecialiseerde kamers voor :

  • Burgerlijke zaken

  • Strafzaken

  • Handelszaken

  • Jeugdzaken

5 hoven: Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Bergen

  1. Hof van Cassatie


Cfr : boven

  1. Sociale zaken

  1. Arbeidsrechtbank


Bevoegd voor sociaalrechtelijke geschillen (arbeidsgeschillen, sociale zekerheid, …)

= 1 beroepsrechter + 2 lekenrechters

→ lekenrechters aangeduid door werkgevers-, werknemers- en zelfstandigenorg.

 beroep = Arbeidshof

nog steeds lekenrechters

  1. Arbeidshof


Hoger beroep tegen vonnissen van Arbeidsrechtbank

= 1 beroepsrechter + 2 lekenrechters



  1. Hof van Cassatie


Gespecialiseerde derde kamer van Hof van Cassatie neemt kennis van alle cassatieberoepen tegen arresten van een Arbeidshof

→ Cfr : boven



  1. Misdrijven p 77

  1. Politierechter


Bevoegd voor alle kleine misdrijven en verkeersmisdrijven (zelfs bij dodelijke slachtoffers!)

  1. Correctionele rechtbank


Bevoegd voor meerderheid van misdrijven (deze waarop tussen 8 dagen en 5 jaar gevangenisstraf staat)

Hoger beroep tegen vonnissen van Politierechtbank



  1. Hof van Beroep


Hoger beroep tegen vonnissen van Correctionele rechtbank

  1. Hof van Assisen

Bevoegd voor zware misdrijven (deze waarop meer dan 5 jaar gevangenisstraf staat)


Geen beroep mogelijk!
Samenstelling: 12 lekenrechters + 3 beroepsrechters

  1. Hof van Cassatie


Gespecialiseerde tweede kamer van Hof van Cassatie neemt kennis van de cassatieberoepen in strafzaken
Cfr : boven

Misdaden:



  • Misdaden:

    • Door strafwet strafbaar gesteld met celstraf vanaf 5 jaar tot levenslang

    • Hof van Assisen

      • Kan gecorrectionaliseerd worden (= verzacht worden) → Correctionele rechtbank

  • Wanbedrijven:

    • Celstraf van 8 dagen t/m 5 jaarµ

    • Correctionele rechtbank

  • Overtredingen:

    • Celstraf van 1 dag t/m 7 dagen

    • Politierechtbank

Hoofdstuk 3 : De gerechtelijke procedure

  1. Verloop van de procedure

  1. Rechtsingang


Gerechtelijke procedure begint meestal met een dagvaarding

  • = WAT er is gebeurd

  • = WAAROM je het wil aanvechten

  • = WAT de rechter ZOU moeten uitspreken

Dagvaarding : uitnodiging van eiser via deurwaarder naar verweerder, die dan op bepaalde dag moet verschijnen

Gerechtelijke procedure kan soms ook starten met verzoekschrift

→ door eisende partij opgesteld en door griffie met aangetekende brief verstuurd

→ tussenkomst deurwaarder niet vereist



  1. Inleidende zitting


Zaak KAN soms al volledig afgehandeld worden (uitzonderlijk bij kleine geschillen)

Meestal uitstel gevraagd

→ zodat verweerder argumenten kan opbouwen

Als verweerder niet verschijnt

 veroordeling bij verstek

  1. Conclusies


Partijen moeten hun bewijsstukken aan elkaar meedelen

→ hun argumenten worden schriftelijk uiteengezet in conclusies

→ andere partij mag hier dan op antwoorden

  1. Pleidooi


Na argumentatie kan men pleitdatum aanvragen

= mondelinge toelichting van de advocaten en bijkomende vragen van de rechter

→ vooral belangrijk in strafzaken en arbeidszaken omdat vlak nadien uitspraak volgt

Soms moet O.M. nog advies geven


  1. Vonnis


-Strafzaken : vonnis onmiddellijk uitgesproken

-Burgerlijke zaken : vonnis in beginsel 1 maand na pleidooien

→ verliezende partij meestal veroordeeld tot schadevergoeding

Uitspraken lagere rechtscolleges = vonnissen

Uitspraken hogere rechtscolleges = arresten (bvb Hof van Beroep)

  1. Medewerkers van het gerecht


  • Gerechtsdeurwaarders :

    • Betekenen dagvaardingen

    • Zorgen voor uitvoering vonnissen en arresten

  • Advocaten :

    • Vertegenwoordigen hun cliënten voor de rechtbank

  • Griffier :

    • Ambtenaar die het gerechtelijk vonnis noteert

    • Zorgt voor nodige documenten
  1. Juridische bijstand


Pro Deo : minder vermogenden kunnen dan toch van de bijstand door een advocaat genieten

  1. Rechtsmiddelen

  1. Het gezag van gewijsde


= onweerlegbaar vermoeden dat de beslissing geacht wordt de waarheid te zijn

→ men kan niet meer opkomen tegen een vonnis

→ enkel via bepaalde strikte procedures

“kracht van gewijsde” = geen hoger beroep of verzet meer mogelijk


  1. Het beroep


Brengt de zaak bij een hoger rechtscollege dat de zaak volledig opnieuw behandelt

Beroep schorst uitvoeringsprocedure

→ als er beroep wordt aangetekend, niet meer mogelijk vonnis uit te voeren

→ rechter kan wel beslissen dat het vonnis voorlopig uitvoerbaar is

Beroepstermijn = 1 maand na betekening van het vonnis

→ termijn verstreken?  vonnis definitief

Voor kleine zaken (< 1 240€ bij vredegerecht en politierechtbank en < 1 860€ bij rechtbanken) wordt beroep overbodig geacht

  1. Het verzet


Als verliezende partij bij verstek werd veroordeeld, kan zij verzet aantekenen

 deze keer moet zij ZEKER verschijnen

→ tweede verzet is niet mogelijk

Bij verzet komt de zaak opnieuw bij dezelfde rechter terecht en zal ze volledig opnieuw beoordeeld worden


  1. Het Cassatieberoep


= brengt de zaak voor het Hof van Cassatie

→ zal onderzoeken of de rechter geen procedurefouten begaan heeft

→ Hof gaat niet meer in op de feiten (cfr : boven)

Als ze gecasseerd wordt, zal ander hof van zelfde niveau de zaak opnieuw behandelen



  1. Kort geding

  1. Wat is kort geding?


Als de normale procedure veel te lang duurt en er dringende maatregelen getroffen moeten wordend

Wordt gebracht voor voorzitter van de rechtbank die normaal bevoegd zou zijn


  1. Bevoegdheid van de rechter in kort geding


Voorzitter kan diverse maatregelen nemen :

  • Onderzoeksmaatregelen (bvb expertise)

  • Bewarende maatregelen (bvb stopzetting van de werken)

Beschikkingen zijn maar voorlopig

 eigenlijke betwisting moet nog ten gronde gebeuren = via normale procedure

Enkel mogelijk als :


  • Verder uitstel ernstige schade zou toebrengen

  • De beschikking kan later nog ongedaan gemaakt worden
    1. Arbitrage (!) Examen


≠ Arbitragehof !!!!!!

= privé-rechtspraak :



  • Rechter (=arbiter) wordt door partijen zelf gekozen

    • Kunnen er meerdere zijn maar aantal MOET oneven zijn

      • Zo kan er geen stakingsrecht zijn

      • Er is dus altijd uitspraak zodat niet alle kosten tevergeefs waren

  • Elk geschil kan door arbitrage behandeld worden

  • Overeenkomst tot arbitrage moet steeds SCHRIFTELIJK aangegaan worden

    • = opstelling contract

      • in contract staan o.a. bevoegdheden arbiter

  • Beslissing van arbiter(s) is bindend (tenzij hen gevraagd werd te oordelen naar billijkheid)

  • Arbitrale uitspraak komt in plaats van gewoon vonnis (heeft reeds uitvoerbare titel)

    • Wel behoefte aan uitvoerbare titel (=exequatur)

      • Eerst moet tegenpartij vrijwillig of onvrijwillig akkoord gaan met de uitspraak

      • Aan Rechtbank van Eerste Aanleg vragen om uitspraak uitvoerbaar te maken :

Arbitrage = zeer duur

→ waarom ervoor kiezen?



  • Arbiters zijn vaak milder

  • Arbitrageproces verloopt niet openbaar

    • Zo wordt slechte publiciteit vermeden

    • En kan concurrent niet aanwezig zijn om het eventuele productiegeheim te ontdekken

Hoger beroep theoretisch gezien niet mogelijk

Beslissing enkel aangevallen met vordering tot vernietiging



      1. De uitvoering Examen



Volstaat vaak niet om gelijk te krijgen

→ verliezer moet vaak gedwongen worden het vonnis uit te voeren

 dwangprocedure

  1. Uitvoerend beslag (=1ste procedure)


Eerst bevel tot betaling

  • Geen betaling  BESLAG = inventarisatie van de goederen + nadien veiling

    • Beslag kan zowel op roerende als op onroerende goederen

    • Bij beslag op onroerende goederen is tussenkomst notaris vereist

    • Eventueel beslag onder derden :

      • Goederen ondergebracht bij derden door de veroordeelde, kunnen eveneens in beslag genomen worden

      • Bvb bankrekening, koopsom bij notaris
  1. Bewarend beslag (=2de procedure)


= nog geen vonnis, maar toch overgaan tot beslag wegens hoogdringendheid

als bvb de beschuldigde probeert zich onvermogend te maken

Als je onrechtmatig bewarend beslag legt, kan je tot schadevergoeding veroordeeld worden

  1. Kantonnement (!) Examen !


= beslagene biedt een zekerheid aan de beslaglegger waardoor de uitvoer wordt opgeschort

Geldt als voorwaardelijke betaling


Bvb : je moet een bepaald bedrag aan de deurwaarder betalen



  • Zet het geld over op een geblokkeerde rekening

    • Je hebt dus betaald! Maar tegenpartij kan er niet aan tot vonnis is uitgesproken

    • Voorkomt dat je na betaling het geld kwijt bent als de zaak in jou voordeel uitdraait (bvb bij faillissement tegenpartij)

  • Na uitspraak van het vonnis wordt het geld vrijgegeven

Rechter kan kantonnement bij hoger beroep verbieden

  1. Dwangsom


≠ schadevergoeding

= bijkomende veroordeling die ervoor moet zorgen dat je het vonnis ook werkelijk uitvoert (komt dus bovenop eventuele schadevergoeding)

→ dwangsommen zijn vaak astronomisch hoog om hun dwingend karakter te behouden

→ mag niet worden uitgesproken bij :



  • Veroordeling tot betaling van geldsom

  • Veroordeling inzake het niet nakomen van arbeidsovereenkomsten



  1. Belangrijk voor de praktijk  derde-beslagene


Derde-beslagene draagt grote verantwoordelijkheid :

  • Moet binnen korte termijn ( hier 15 dagen) melden welke bedragen hij verschuldigd is aan schuldenaar

  • Meewerken met deurwaarder

Als hij dit nalaat  eventuele veroordeling tot schadevergoeding

→ alsook verschuldigde bedrag eventueel twee maal betalen

→ 1x aan beslaglegger

→ 1x aan oorspronkelijke schuldenaar



Bvb niet antwoorden op een brief inzake uitbetaling
  1. Collectieve schuldenregeling


Failliet verklaring als handelaar zoveel schulden heeft dat hij ze niet kan betalen

Natuurlijk persoon (geen handelaar) kan NIET failliet verklaard worden

→ als hij zijn schulden niet kan aflossen

 verzoek indien tot collectieve schuldenregeling

→ wordt schuldbemiddelaar aangesteld (=soort curator)

→ stelt “afbetalingsplan” op

Handelaar in feite dus bevoordeeld op particulier :

als handelaar niets meer heeft, kan hij ook niets meer afgeven

 schuldeiser krijgt ook niets meer


      1. De positie van de benadeelde in het recht

  1. Belang in de praktijk


Sommige casussen kunnen zowel via strafrechtelijke als burgerlijke weg behandeld worden

 onduidelijk voor de burgers :

→ door de vele technische procedureregels

→ door het grote verschil tussen strafrecht en burgerlijk recht :



  • Zaak wordt bij verschillende rechters gebracht

  • Strafrecht heeft voorrang

  • Initiatief verschilt



  1. De verschillende rechters


Strafvordering  strafrechter

  • Bvb politierechter, correctionele rechtbank, Hof van Assisen

Burgerlijke vordering  burgerlijke rechter

  • Bvb vrederechter, rechtbank 1e aanleg, rechtbank van koophandel, arbeidsrechtbank, politierechter



  1. De voorrang van de strafprocedure


Dubbele voorrangsregel :

  • Zolang politioneel onderzoek O.M. loopt of strafrechter zaak nog niet heeft behandeld  burgerlijke rechter niet bevoegd

  • Uitspraak van de strafrechter heeft voorrang :

    • Burgerlijke rechter kan niet afwijken van het “gezag van gewijsde” en een andere uitspraak doen

    • Waarom? → als aangeklaagde niet schuldig blijkt te zijn moet hij ook geen schadevergoeding betalen (die door burgerlijke rechter meestal wordt bepaald)



  1. Het initiatief p 88


Strafrechtelijke vordering :

  • Beklaagde tegenover maatschappij gesteld

    • Enkel mogelijk als beklaagde een misdrijf gepleegd heeft

    • O.M. vertegenwoordigt de maatschappij

      • Komt op kracht door eigen initiatief (na p.v. politie)

      • Of door klacht van de benadeelde

    • O.M. verzamelt bewijzen en doet al de rest

      •  benadeelde verkrijgt machtige bondgenoot

    • Nadeel :

      • O.M. is niet verplicht elke zaak voor rechtbank te brengen (seponeren)

      • Weinig vat op het verloop van de zaak

Burgerlijke vordering :

  • 2 partijen tegenover elkaar : eiser en verweerder

    • Eiser moet zelf bewijzen leveren en procedure voeren

    • Nadelen :

      • Slachtoffer moet eventueel wachten tot strafzaak rond is

      • Bewijslast volledig zelf voeren



Hoofdstuk 4 : Bewijsrecht

  1. De bewijslast

= de vraag wie het bewijs van bepaalde beweerde feiten moet leveren

→ vaak van doorslaggevend belang in verloop van de zaak

Wie krijgt gelijk? Diegene die zijn rechtmatige stelling kan bewijzen

Juridische bewijsregels leiden naar de juridische waarheid (=correct bewezen waarheid)

  1. Eerste regel : de rechter blijft passief (partijautonomie)


Beperkt zich tot de beoordeling van het geleverde bewijsmateriaal

Toch niet volkomen passief :



  • Hij heeft toezicht op de bewijsvoering door de partijen

  • Hij kan bepaalde partijen verplichten bepaalde stukken voor te leggen

    • Hij weet dat ze bepaalde info bezit, hij kan ze dan dwingen deze voor te leggen

  • Hij kan onderzoeksmaatregelen bevelen (expertise, …)

  • Hij kan inlichtingen vragen aan het O.M.



  1. Tweede regel : wie beweert moet bewijzen


De eiser moet zijn eis rechtvaardigen, dus bewijzen dat deze gegrond is

Niet noodzakelijk altijd de eiser :

→ wie beweert bevrijd te zijn van een bepaalde verbintenis, moet bewijzen dat die verbintenis inderdaad teniet gedaan werd

Ook verweerder moet zijn verklaringen kunnen bewijzen



  1. Derde regel : alleen feiten en rechtshandelingen moeten worden bewezen


Bestaan van het recht moet niet worden bewezen → de rechter kent het recht

Algemeen bekende feiten moeten ook niet bewezen worden


Gewone feiten (materiële feiten) of rechtsfeiten

 kunnen bewezen worden met alle middelen van het recht

Rechtshandelingen

onderworpen aan strikte bewijsregeling



  • Bvb testament, koop- verkoop overeenkomst



  1. Het schriftelijk bewijs



= ALLERBESTE bewijs in een zaak wegens de betrouwbaarheid
  1. Belang van het schriftelijk bewijs


Rechtshandelingen : MOETEN altijd bewezen worden met een schriftelijk bewijs

Getuigenissen kunnen geen schriftelijk bewijs teniet doen




Geen schriftelijk bewijs voor :

  • Minder belangrijke rechtshandelingen (<375€)

    • Bij verzekeringsovereenkomsten ALTIJD geschrift nodig

  • In koophandel en arbeidsovereenkomsten ALLE bewijsmiddelen toegelaten

    • Bvb proefbeding, niet- concurrentiebeding

  • Als het moreel onmogelijk is om een schriftelijk bewijs op te stellen (contracten tussen familie) of als bewijsstuk bij overmacht verloren is gegaan mogen andere bewijsmiddelen aangewend worden
  1. De authentieke akte (#1 van het schriftelijk bewijs) p 92


= het bewijs der bewijzen!!

= akte die opgemaakt is door een door de wet voorziene vorm en door een bevoegd ambtenaar

→ deze vormvereisten bieden waarborgen
Bewijswaarde tussen partijen :

Levert tussen contracterende partijen een volledig bewijs van de overeenkomst :



  • Authentieke vermeldingen :

    • Feiten en handelingen die de ambtenaar zelf heeft kunnen vaststellen (bvb datum, identiteit, verklaringen…)

    • = absoluut bewijs !

  • Niet-authentieke vermeldingen :

    • Feiten en handelingen die de ambtenaar niet zelf heeft kunnen vaststellen (bvb oppervlakten, …)

Enkel in eerste geval geldt de authentieke akte als absoluut bewijs

→ echtheid kan slechts betwist worden via bijzondere strafrechtelijke procedure:

inschrijving wegens valsheid in geschrifte

Niet-controleerbare vermeldingen zijn vatbaar voor tegenbewijs

→ dmv gewone bewijsregels

Tegenbrief = akte die de twee partijen laten opmaken zonder medeweten van de notaris die een authentieke akte had opgesteld

→ het geen in deze tegenbrief staat; geldt voor de partijen
Bewijswaarde tegenover derden :

Feiten en handelingen die openbaar ambtenaar bij het opmaken van authentieke akte vaststelt

→ enkel door derden betwistbaar via valsheidsprocedure

Vooral authentieke datum belangrijk voor de bewijswaarde t.o.v. derden

Andere (niet-authentieke) feiten kunnen door derden met alle mogelijke bewijsmiddelen worden betwist

→ geen verplichting een geschreven tegenbewijs voor te leggen

→ omdat zij niet op de hoogte waren van het sluiten van de overeenkomst

Bij tegenbrief kunnen derden kiezen :

→ zij mogen kiezen tussen de authentieke akte of de tegenbrief

  1. De onderhandse akte


= geschrift dat uitgaat van 1 of meer personen dat deze personen zelf hebben ondertekend en waarin het bestaan van 1 of meer feiten, toestanden of verbintenissen wordt bevestigd

Dus GEEN tussenkomst van bevoegde ambtenaar !




Vormvoorwaarden :

  • Onderhandse akten die wederkerige overeenkomsten bevatten :

    • Slechts geldig als deze in zoveel originelen opgemaakt is als er partijen zijn

  • Onderhandse akte die een eenzijdige overeenkomst bevat :

    • Moet volledig met de hand van de ondertekenaar geschreven zijn

    • Of “goed voor” geschreven en met zijn handtekening met de som van de overeenkomst volledig in letters

Zonder deze vormvereisten is een onderhandse akte nietig

 deze kan nog wel gelden als begin van schriftelijk bewijs



Bewijswaarde :

= tegenstelbaar aan derden voor zover bewezen



  • Derden :

    • met alle mogelijke bewijsmiddelen OA bestrijden

  • Partijen :

    • gebonden door de akte

    • enkel met een tegenbrief tegenbewijs leveren

Derden kunnen ook hier kiezen tussen de akte en de tegenbrief

Partijen kunnen onderhandse akte makkelijk antidateren

 bewijswaarde van de datum veel minder belangrijk

→ partijen kunnen tegenover derden makkelijk bedrog hiermee plegen

 derden kunnen de datum van een onderhandse akte steeds betwisten

→ als de akte een vaste datum verwerft kunnen derden hem niet meer betwisten

 kan vaste datum verwerven door :


  • registratie (opgenomen door notaris in authentieke akte)

  • overlijden van 1 van de ondertekenaars

  • publiciteit in de registers van de hypotheekbewaarder



  1. Het begin van schriftelijk bewijs


Moet uitgaan van diegene tegen wie men iets wil bewijzen

Heeft geen volledige bewijswaarde

→ kan aangevuld worden met :


  • getuigenbewijs

  • vermoedens

Bvb ondertekende bestelbon, voor ontvangst getekende leveringsbon

  1. De niet ondertekende documenten


Slechts in bepaalde gevallen kunnen zij als bewijs gelden

→ vooral in handelsrecht en fiscaal recht



Bvb boekhouding, kasregister
  1. Het getuigenbewijs



Voor bewijs van rechtshandelingen in burgerzaken >375€

→ getuige mag enkel verklaring afleggen over feiten die hij persoonlijk kent

→ steeds relatieve waarde want rechter mag de geloofwaardigheid van getuigen beoordelen

→ rechter mag getuigenbewijs ook negeren als hij het onnuttig acht



  1. De vermoedens



= gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit

→ toegelaten als bewijs van rechtshandelingen in burgerzaken >375€



  1. Wettelijke vermoedens


= door de wet bepaalde gevolgtrekkingen uit bepaalde handelingen of feiten

2 categorieën :



  • onweerlegbare vermoedens (juris et de jure):

    • geen tegenbewijs meer mogelijk

    • bvb gezag van een rechter

  • weerlegbare vermoedens (juris tantum):

    • wel tegenbewijs mogelijk

    • bvb handelsvertegenwoordiger die geacht wordt werknemer te zijn en geen zelfstandige
  1. Feitelijke vermoedens


= niet wettelijk vastgelegd en worden aan het oordeel van de rechter overgelaten

  1. De bekentenis

= persoon geeft bepaalde feiten toe die voor hem nadelig zijn

→ eenmaal gebeurd : bekentenis = volledig bewijs tegen die persoon

→ bekentenis kan niet worden herroepen

2 soorten :


  • gerechtelijke bekentenis :

    • wordt gedaan in kader van gerechtelijke procedure

    • moet niet meer bewezen worden

  • buitengerechtelijke bekentenis :

    • gebeurt buiten het kader van een gerechtelijke procedure

    • moet achteraf nog bewezen worden

      • = zeer moeilijk!
  1. Het deskundigenonderzoek



Bij betwistingen die allerlei technische kwesties betreffen

→ rechter doet beroep op onafhankelijke deskundige

→ vaststellingen doen of technisch advies geven

→ rechter is niet gebonden door deskundig verslag : blijft advies

→ kosten van het deskundig onderzoek moet worden betaald door verliezende partij

→ MAAR moet worden voorgeschoten door de partij die deskundige laat beginnen

→ belangrijk probleem : als de tegenpartij failliet gaat na het verliezen van de zaak, krijg je het voorschot niet meer terug

  1. Het verhoor van de partijen en de gedingbeslissende eed

Meestal worden de partijen vertegenwoordigd door een advocaat

 maar rechter kan oordelen om partijen zelf te verhoren

Eed is een noodoplossing (zelden gebruikt)



Bvb wanneer partijen elkaar enorm tegenspreken over bepaalde feiten

  1. De plaatsopneming

= rechter gaat ter plaatse

→ partijen mogen aanwezig zijn en terwijl opmerkingen en bedenkingen maken

→ nuttig bij betwistingen waarbij deskundig onderzoek duur en omslachtig zou zijn



bvb bij burenhinder, verkeerssituaties, …
  1. Extra : schema bewijsvoering





  • RECHTSFEIT?

    • ALLE bewijsmiddelen toegelaten

  • RECHTSHANDELING?

    • Wie is de tegenpartij?

      • Handelaar :

        • Alles toegelaten

      • Niet-handelaar :

        • < 375 €

          • Geschrift

          • Getuigen

          • Vermoedens

        • > 375 €

          • MOET een geschrift zijn :

            • Authentieke akte (OA)

            • Onderhandse akte (AA)

            • Begin van bewijs (BSB)


1   2   3   4   5   6   7   8


Dovnload 251.86 Kb.