Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Democratisch heldendom

Dovnload 14.51 Kb.

Democratisch heldendom



Datum04.06.2018
Grootte14.51 Kb.

Dovnload 14.51 Kb.

Democratisch heldendom

Reactie op Van der Lubbe-lezing Marjan Schwegman, Tumult, Utrecht, 28.2.08.


‘Held wordt weer erkend in Nederland’ (VK 23.3.07): het mag weer.
Onze doe maar gewoon-democratie. Democratie = de heerschappij van de gewone man. Zeker in het ‘platte’ en kleine Nederland met zijn collegiale poldercultuur. Tentoonstelling Helden in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Belangrijkste indruk: gewoontjes, beetje lachwekkend: Van Speijk romantisch smachtend naar eeuwige roem bij de tombe van De Ruyter. Fysiek sterven voor het vaderland. Onze helden zijn filmhelden, fictieve helden (zoals Harry Potter) in plaats van de oude Goden hebben we godenzonen (arm Ajax: afgebladderd, allang niet heldhaftig meer). Moderne veelgoderij: tongue-in-cheek, beetje ironisch (mijn stuk in Hollands Diep). Onze helden zijn afgezakt tot celebrities (Boorstin, The Image). Brad Pitt als Achilles in Troy toch beetje belachelijk, bijna stripfiguur. Net als Rambo. Die ouderwetse mannelijke eer: nog over duizend jaar zal je naam uit deze Trojaanse oorlog klinken. Vrouw afgepikt, dat pikken we niet. Onze jongens: helden in Uruzgan? Srebrenica was het tegendeel van een heldenepos. Dit was Achilles niet overkomen! Mandela, Obama? Pim Fortuyn als held: Grootste Nederlander Aller Tijden, maar meerderheid Ned volk vond dat onlangs toch een beetje overdreven.
*Cultuurcriticus Daniel Boorstin, The Image (1962): teloorgang van de ouderwetse held. Helden of grote mannen komen langzaam op, vanwege hun grote daden, talenten en waarde, en zijn self-made. Celebrities daarentegen komen snel op en verdwijnen in hetzelfde rappe tempo, omdat zij afhankelijk zijn van kunstmatige roem en als massamedia-producten worden gefabriceerd en op de markt gebracht. De held staat bekend om zijn vermogens en prestaties, de celebrity is alleen maar een imago of handelsmerk. De held is een groot man, de celebrity slechts een grote naam. De celebrity is dus iemand die bekend is omdat hij bekend is; zijn belangrijkste aanspraak op roem is de staat van beroemdheid zelf. In de democratie van pseudo-gebeurtenissen kan iedereen een celebrity worden, als hij in het nieuws kan komen en daar kan blijven.
Historisch:

Klassieke tegenstelling in de ideeëngeschiedenis. Thomas Carlyle, On Heroes, Hero-Worship and the Heroic in History (1841) lapidair: ‘Society is founded on Hero-Worship’. Universal History is at bottom the history of the Great Men who have worked here. ‘The History of the World is the Biography of Great Men’. Vs. de democratische ontkenning van heldendom en leiderschap. Samenzwering van democratie en sociologie en LINKS. De sociologische kritiek op de grote-mannen-theorie (Norbert Elias). Van personen (persoonlijkheden) naar structuren en processen als motorische krachten in de geschiedenis. Ook Marx: ‘historisch materialisme’. Liberale premisse: de democratie kan met zo weinig mogelijk leiderschap toe. Hans Kelsen in Vom Wesen und Wert der Demokratie (1920): in het ideale geval betekent democratie zelfs: leiderloosheid,


Maar even klassiek is de kritiek op deze ‘leiderschapsloze’ democratie. Bv. Max Weber: plebiscitaire leiderschapsdemocratie met charismatische posities als aanvulling en correctie op parlementarisme en partijenstelsel. De elitetheorie van de democratie, in de ‘pessimistische’ variant: Pareto, Mosca, Michels. Terug te vinden in het radicale rechtse nationalisme, fascisme, nationaal-socialisme. Het beruchte Führerprinzip. Leiderschapsdictatuur, zoals in het werk van Carl Schmitt, die Weber in deze richting radicaliseerde.
Maar er bestaat een derde mogelijkheid. Die is te vinden in de optimistische variant van de elite- en leiderschapstheorie, eveneens Interbellum, bv. de sociaaldemocratische denker Hendrik de Man, Massa en leiders (1932). Geen tegenstelling tussen leiderschap en democratie, maar vullen elkaar aan. Tegen ‘naïeve’ opvatting van volkssoevereiniteit en volksmacht (populisme). Productieve wisselwerking tussen leiders en massa, die beide een eigen functie en een eigen ‘verantwoordelijkheid’ hebben. Wezen van de democratie is open leiderschapsselectie en permanente controle op de leiders, o.a. via het democratisch debat. Willem Bongers ‘selectionistische’ democratie. Ook Menno ter Braak en Jacques de Kadt: pleidooi voor een de nieuwe elite en een ‘aristocratische’ democratie. De Man wijst o.a. op de ‘bezetenheid’ van de leiders. Adellijke deugden als moed, verhevenheid boven de wereld, vrijheid van vrees. Uitverkiezing staat ook in de democratie gelijk aan de uitverkiezing der moedigen.
Hiermee gearriveerd bij onzxe eigen tijd en de roep om intellectueel, politiek, economisch leiderschap. Hysterie rond Pim Fortuyn. Personalisering van de politiek. Nu: Obama. Gerd Leers, Thorbecke-lezing sept 2005. Herontdekking en herwaardering van de elite en het ‘leidersbeginsel’. *Van Doorn: ‘De leider tegemoet werken’.
Leers: niet de tijden maar de leiders zijn bang. Het lef om te dromen. IJdelheid en leiderschap gaan vaak hand in hand. De Haagse wasmachine wast alles op 90 graden, met bleekmiddel, wat er kleurrijk ingaat komt er grijs uit. Moed, dapperheid: de meeste mensen zijn wat bangig uitgevallen. Gebrek aan regie van ‘beroepslafaard’ Balkenende. McCain: moed. Juist antipopulistisch.
Sympathiek en overtuigend betoogt Schwegman. Helden en heldinnen dus moeten terug maar hoe? Rehabilitatie. Via een nieuwe psychologie van het heldendom: voorbij de hagiografie (te mooi om waar te zijn, naïeve visie op ‘zuiver’ heldendom, zonder duistere zelfkant), de morele complexiteit, de ontluistering kan helpen de held terug te brengen (zoals vb. van EHRs herschreven autobiografie). Goed en kwaad dicht bij elkaar, in dezelfde kamer, op dezelfde stoel (dixit Lolle Nauta). Excellentie komt met gebreken. Dialectiek van kracht en zwakte. Heldhaftigheid bestaat onlosmakelijk uit beide. IJdele, autoritaire persoonlijkheden. Drang naar avontuur, over grenzen willen gaan, hang naar nonconformisme, onderscheidingsdrang, meedogenloosheid, fascinatie voor geweld. Hogere motieven en lagere aandriften. Moed, doorzettingsvermogen en blinde roekeloosheid en drammen liggen dicht bij elkaar, net als genialiteit en gekte. Bandiet Garibaldi, vrouwenjager Gerrit van der Veen.
*Interessante van EERMOTIEF: onchristelijk pleidooi voor eigenliefde, ambitie en geldingsdrang. Je krijgt het een niet zonder het ander (private vices, public benefits, onzichtbare hand). Overbrugt de traditionele morele kloof tussen eigenbelang en plicht, deugd, heiligheid, toewijding aan het hogere, dienst aan de gemeenschap, bv. vaderlandsliefde. Dus realistischer beeld: wat de held zo aantrekkelijk maakt is ook waarom hij/zij potentieel gevaarlijk is. Magie en gevaar liggen vlak bij elkaar.
Interessante focus Schwegman op onconventionaliteit, alleenstaan, als basis van verzetsmentaliteit. ‘Welhaast fysieke behoefte aan vrijheid en avontuur’. ‘Mateloze levenslust’. Verlangen naar een groots en meeslepend leven. Vraag: wie zijn onconventioneel? Wie kunnen niet anders dan onconventioneel zijn? Outlaw, illegaal. Buitenstaanders, excentriekelingen, eenlingen. ‘In het nonconformisme wortelt m.i. de magie van de helden, de oorsprong van het vuur dat hen de kracht geeft in opstand te komen en dat anderen aanstreekt’. *Charisma. Bijzondere, inwendige kracht. Bv. Gerrit van der Veen: het vermogen om een verpletterende indruk te maken op anderen, zowel mannen als vrouwen. Risico’s nemen, tot en met de dood, zijn leven op het spel zetten. ‘Sterven voor het ideaal’.
Charisma: twee klassieke benaderingen. Iets immanents, een innerlijke drive, een hypnotiserende energie of persoonlijke intensiteit die naar buiten breekt, of iets dat van buiten komt, als projectie van de macht van de groep op een persoon? Samenzwering van kleine mensen die met z’n allen iemand Groot maken. Uitstraling of instraling? Inwendige of uitwendige eigenschap (van sociale definitie, sociaal geloof)? Magnetisch veld, bv. Adolf Hitler. Emotionele intensiteit. Wilskracht, Triumph des Willens. Ook: de democratisering van het charisma in het moderne ‘sterrenstelsel’: televisie-charisma.
Terugkomen op elitetheorie van de democratie en democratische wisselwerking. Hoe kunnen we die (beter) vormgeven, institutionaliseren? Hoe kunnen we politiek individualisme en nonconformisme een structurele plaats geven, beter inbouwen in het bestaande parlementaire bestel? Hier ligt juist een uitdaging van het populisme: personendemocratie en rechtstreekse verkiezingen. Elke bestuurlijke vernieuwing helaas doodverklaard. In elk geval institutionele kansen scheppen om persoonlijkheden naar voren te laten komen. Dramademocratie en politieke celebrity. Politieke stijl. De nonconformist Fortuyn: de dubbelzinnige held die zijn diepste motieven niet onder stoelen of banken stak. Ambitie, gedrevenheid, bezetenheid, eenzaamheid, buitenstaanderschap. En dat in alle openheid.
Dus wel degelijk een mogelijkheid om ‘grote mannen en vrouwen’ een plaats te geven in de democratie. Niet alleen nostalgie of gevaar. Schwegmans notie van nuance en complexiteit een vingerwijzing. Als goed en kwaad, nobele en lage motieven, elkaar kruisen in de motivatie van de held, kunnen wij de eerste erkennen en waarderen en beter op onze hoede zijn voor de tweede. Een vorm van heldenverering voorbij de naïviteit, de mooipraterij, de hagiografie, de idolatrie. Beetje als moderne celebs die we met een korreltje zout nemen? Wij gewone mensen, die liever ons tuintje willen wieden, kijken toch een beetje raar aan tegen die merkwaardige bezetenheid en gedrevenheid, dat Heilige Moeten. Bewondering steeds gemixt met wantrouwen over dat die leider en helden met ons op de loop kunnen gaan, ons in hun eenkennigheid gaan misbruiken. Een soort interne bewaking ingesteld. Onze helden zijn in zeker opzicht slechte mensen. Ze hunkeren naar macht en roem (en misschien ook naar geld). Het zijn egoïsten, maniakken, zeloten, narcisten, ‘drijvers’, maar het zijn onze maniakken, onze drijvers, en we hebben ze nodig om de dingen te doen die wij niet durven te doen.




Dovnload 14.51 Kb.