Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Derde graad aso

Dovnload 416.34 Kb.

Derde graad aso



Pagina3/9
Datum05.12.2018
Grootte416.34 Kb.

Dovnload 416.34 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

De volgorde van de leerinhouden houdt rekening met de voorkennis en denkprocessen van de leerlingen. De ingebouwde leerlijn beoogt een progressieve en graduele groei van de leerling naar moeilijkere en meer complexe taken en probeert breuken in de horizontale en verticale samenhang te voorkomen.

  1. Algemene pedagogisch-didactische wenken

    1. Leeswijzer bij de doelstellingen

      1. Algemene doelstellingen

De algemene doelstellingen slaan op de brede, natuurwetenschappelijke vorming. Deze doelen worden gerealiseerd binnen leerinhouden die worden bepaald door de basisdoelstellingen en eventuele verdiepende doelstellingen.

      1. Basisdoelstellingen en verdiepende doelstellingen

Het verwachte beheersingsniveau heet basis. Dit is in principe het te realiseren niveau voor alle leerlingen van deze studierichting. Hoofdzakelijk dit niveau is bepalend voor de evaluatie. De basisdoelstellingen worden in dit leerplan genummerd als B1, B2 … Ook de algemene doelstellingen (AD1, AD2 …) behoren tot de basis.
Het hogere beheersingsniveau wordt verdieping genoemd. De verdiepende doelstellingen zijn niet verplicht te realiseren en horen steeds bij een overeenkomstig genummerde basisdoelstelling. Zo hoort bij de verdiepende doelstelling V2 ook een basisdoelstelling B2. De evaluatie van dit hogere niveau geeft een bijkomende houvast bij de oriëntering van de leerling naar het hoger onderwijs.

      1. Wenken

Wenken zijn niet-bindende adviezen waarmee de leraar en/of vakwerkgroep kan rekening houden om het fysicaonderwijs doelgericht, boeiend en efficiënt uit te bouwen. ‘Mogelijke practica’ en ‘mogelijke demo-experimenten’ bieden een reeks suggesties van mogelijke experimenten, waaruit de leraar een oordeelkundige keuze kan maken.

Taalsteun

Zie verder.



Mogelijke practica

Onder elke groep van leerplandoelstellingen staan mogelijke demonstratieproeven enpractica. Uit de voorgestelde thema’s kan een keuze worden gemaakt, mits een min of meer evenwichtige spreiding over de verschillende leerstofonderdelen Andere practica die aansluiten bij de leerplandoelstellingen zijn ook toegelaten.



    1. Leerplan versus handboek

Het leerplan bepaalt welke doelstellingen moeten gerealiseerd worden en welk beheersingsniveau moet bereikt worden. Heel belangrijk hierin is de keuze van het werkwoord (herkennen, toelichten, berekenen …). Sommige doelstellingen bepalen welke leerstrategieën moeten gehanteerd worden zoals:

  • … herkennen het vectorieel karakter …

  • … berekenen…. toepassen…. definiëren

  • … herkennen en hanteren…

  • … onderscheid aangeven…

  • … grafisch voorstellen…

Bij het uitwerken van lessen, het gebruik van een handboek en het evalueren moet het leerplan steeds het uitgangspunt zijn. Een handboek gaat soms verder dan de basisdoelstellingen. De leerkracht moet er in het bijzonder over waken dat ook de AD gehaald worden.

    1. Taalgericht vakonderwijs

Taal en leren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Die verwevenheid vormt de basis van het taalgericht vakonderwijs. Het gaat over een didactiek die, binnen het ruimere kader van een schooltaalbeleid, de taalontwikkeling van de leerlingen wil bevorderen, ook in het vak fysica.

In dit punt willen we een aantal didactische tips geven om de lessen fysica meer taalgericht te maken. Drie didactische principes: context, interactie en taalsteun wijzen een weg, maar zijn geen doel op zich.



      1. Context

Onder context verstaan we het betekenisgevend kader of verband waarin de nieuwe leerinhoud geplaatst wordt. Welke aanknopingspunten reiken we onze leerlingen aan? Welke verbanden laten we hen leggen met eerdere ervaringen? Wat is hun voorkennis? Bij contextrijke lessen worden verbindingen gelegd tussen de leerinhoud, de leefwereld en de interesses van de leerling, de actualiteit en eventueel andere vakken.

      1. Interactie

Leren is een interactief proces: kennis groeit doordat je er met anderen over praat.

Leerlingen worden aangezet tot gerichte interactie over de leerinhoud, in groepjes (bv. bij experimenteel werk) of klassikaal. Opdrachten worden zo gesteld dat leerlingen worden uitgedaagd om in interactie te treden.

Enkele concrete voorbeelden:


  • Leerlingen wisselen van gedachten tijdens het uitvoeren van (experimentele) waarnemingsopdrachten.

  • Leerlingen geven instructies aan elkaar bij het uitvoeren van een meting of een experiment.

  • Leerlingen vullen gezamenlijk een tabel in bij het uitvoeren van een experiment.

  • Klassikale besprekingen waarbij de leerling wordt uitgedaagd om de eigen mening te verwoorden en om rekening te houden met de mening van anderen.

  • Leerlingen verwoorden een eigen gemotiveerde hypothese bij een bepaalde onderzoeksvraag.

  • Leerlingen formuleren zelf een onderzoeksvoorstel.

  • Leerlingen formuleren een eigen besluit en toetsen die af aan de bevindingen van anderen bij een bepaalde waarnemingsopdracht.

Voorzie begeleiding tijdens de uitvoering van opdrachten, voorzie een nabespreking.

      1. Taalsteun

Leerkrachten geven in een klassituatie vaak opdrachten. Voor deze opdrachten gebruiken ze een specifieke woordenschat die we 'instructietaal' noemen. Hierbij gaat het vooral over werkwoorden die een bepaalde actie uitdrukken (vergelijk, definieer, noteer, raadpleeg, situeer, vat samen, verklaar ... ). Het begrijpen van deze operationele werkwoorden is noodzakelijk om de opdracht correct uit te voeren.

Door gericht voorbeelden te geven en te vragen, door kernbegrippen op te schrijven en te verwoorden, door te vragen naar werk- en denkwijzen … stimuleren we de taalontwikkeling en de kennisopbouw.

Het onderscheid tussen dagelijkse en wetenschappelijke context moet een voortdurend aandachtspunt zijn in het wetenschapsonderwijs. Als we in de dagelijkse context spreken van ‘gewicht’ dan bedoelen we in een wetenschappelijke context eigenlijk ‘massa’. Gewicht heeft in een wetenschappelijke context een heel andere betekenis.


  • Gebruik visuele weergaven. Enkele voorbeelden uit dit leerplan:

    • grafieken (evenredigheden),

    • vectorvoorstellingen, referentiestelsel (vb. beweging t.o.v. een as),

    • componenten t.o.v. een referentiestelsel

    • veldlijnenpatronen op een overheadprojector, videobeelden, simulaties en animaties, youtube filmpjes

    • tekeningen waarop er in kleur aangegeven wordt wat er verandert ( vb. elektroscoop)



  • Hanteer passende leerstrategieën.
    In de leerplandoelstellingen is operationeel verwoord wat de leerling moet kunnen en welke (leer)strategieën moeten gehanteerd worden. Het is belangrijk dat zowel tijdens de lessen, de opdrachten als de evaluatiemomenten deze strategieën getraind worden.

    1. ICT

ICT en internet is algemeen doorgedrongen in de maatschappij en het dagelijks leven van de leerling. Sommige toepassingen kunnen, daar waar zinvol, geïntegreerd worden in de lessen fysica.

  • Als leermiddel in de lessen: visualisaties, informatieverwerving, mindmapping …

  • Bij experimentele opdrachten of waarnemingsopdrachten: chronometer, fototoestel, apps, sensoren …

  • Voor tools die de leerling helpen bij het studeren: leerplatform, apps …

  • Bij opdrachten zowel buiten als binnen de les: toepassingssoftware, leerplatform …

  • Bij communicatie: uploaden van een verslag of oplossing van een oefening op het leerplatform, forum rond een bepaald leerstofonderdeel als voorbereiding op een herhalingstoets…

  • Bij differentiatieopdrachten op websites waar onmiddellijk feedback gegeven wordt.

  1. Algemene doelstellingen

Het leerplan fysica is een graadleerplan voor vier graaduren.

Er worden minimum 12 uur practica uitgevoerd over de graad, gespreid over het geheel van de leerstof. Die twaalf uur kan bestaan uit kleinere practica, die minder dan één lesuur in beslag nemen, of grotere die meer dan één uur duren.

Mogelijke practica en onderzoeksonderwerpen staan bij ieder hoofdstuk vermeld onder de leerplandoelstellingen (zie punt 5 Leerplandoelstellingen).

Het realiseren van de algemene doelstellingen gebeurt steeds binnen een context die wordt bepaald door de leerplandoelstellingen.



Realiseren van de onderzoekscompetentie binnen de pool wetenschappen

De pool wetenschappen bestaat uit verschillende vakken: biologie, chemie, fysica in tweede en 3de graad, aangevuld met aardrijkskunde in de 3de graad. De onderzoekscompetentie moet worden gerealiseerd voor de pool.

In de leerplannen wetenschappen van zowel de tweede als de 3de graad zijn de specifieke eindtermen onderzoekscompetentie verwerkt in de algemene doelstellingen AD 1 t.e.m. AD 5. Hierdoor wordt erover gewaakt dat er in alle leerjaren (van derde t.e.m. het zesde jaar) aan de onderzoekscompetentie wordt gewerkt. Zowel de practica als de demonstratie-experimenten lenen zich tot de realisatie van deelaspecten van de onderzoekscompetentie.

De uiteindelijke realisatie van de onderzoekscompetentie mondt in de loop van de 3de graad uit in een ‘zelfstandig integraal onderzoekje’ in minstens één van de natuurwetenschappelijke vakken of vakoverschrijdend tussen de natuurwetenschappelijke vakken.

Met ‘zelfstandig integraal onderzoekje’ bedoelen we een zelfstandig onderzoekje (alleen of in kleine groepjes van 2 of 3 leerlingen) waarbij alle deelaspecten van de natuurwetenschappelijke methode zoals verwoord in 4.1 op een geïntegreerde wijze aan bod komen.



    1. Onderzoekend leren/leren onderzoeken

In natuurwetenschappen (biologie, chemie, fysica) wordt kennis opgebouwd door de ‘natuurwetenschappelijke methode’. In essentie is dit een probleemherkennende en -oplossende activiteit. De algemene doelstellingen (AD) betreffende onderzoekend leren/leren onderzoeken zullen geïntegreerd worden in de didactisch aanpak o.a. via demonstratie-experimenten, tijdens het uitvoeren van practica, door een onderwijsleergesprek waar onderzoekende aspecten aan bod komen.

Een practicum is een activiteit waarbij leerlingen, alleen of in kleine groepjes van 2 tot 3 leerlingen, begeleid zelfstandig drie of meerdere deelaspecten van de natuurwetenschappelijke methode combineren in het kader van een natuurwetenschappelijk probleem. Hierbij is verslaggeving verplicht volgens de wenken bij AD5.

Met deelaspecten bedoelen we:


  • een natuurwetenschappelijk probleem herleiden tot een onderzoeksvraag en indien mogelijk een hypothese over deze vraag formuleren (AD1);

  • op een systematische wijze informatie verzamelen en ordenen (AD2);

  • met een geschikte methode een antwoord op de onderzoeksvraag zoeken of met de aangereikte methode een onderzoeksvoorstel uitvoeren (AD3);

  • over een waarnemingsopdracht/experiment/onderzoek en het resultaat reflecteren (AD4);

  • over een waarnemingsopdracht/experiment/onderzoek en het resultaat rapporteren (AD5).

In de 2de graad werd sterk begeleid aan deze deelaspecten (algemene doelstellingen) gewerkt. In de 3de graad streeft men naar een toenemende mate van zelfstandigheid.


Nummer algemene doelstelling

Verwoording doelstelling

Verwijzing naar eindtermen (zie hoofdstuk 8)






ONDERZOEKSVRAAG

Wenken

Een natuurwetenschappelijk probleem herleiden tot een onderzoeksvraag en indien mogelijk een hypothese of onderzoeksvoorstel over deze vraag formuleren.

W1, W2, W4

SET4, SET 29



Wenken

Het is belangrijk dat hierbij ‘onderzoekbare vragen’ worden gesteld. Op deze vragen formuleren de leerlingen een antwoord voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek: een eigen hypothese of een wetenschappelijk gemotiveerd onderzoeksvoorstel. Hierbij zullen voorkennis en bestaande misconcepten een belangrijke rol spelen.

Het formuleren van onderzoeksvragen en hypothesen kan geïntegreerd worden in de lesdidactiek bv bij (demo-)proeven en onderwijsleergesprek.



INFORMEREN

Voor een onderzoeksvraag, op een systematische wijze informatie verzamelen en ordenen.



W3, W4, SET29

Wenken

Op een systematische wijze informatie verzamelen en ordenen wil zeggen dat:

er in voorbereiding van het onderzoek doelgericht wordt gezocht naar ontbrekende kennis en mogelijke onderzoekstechnieken of werkwijzen;

de gevonden informatie wordt geordend en beoordeeld als al dan niet geschikt voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag.

Mogelijke bronnen zijn: boeken, tijdschriften, tabellen, catalogi … al of niet digitaal beschikbaar. Bij de rapportering worden de gebruikte bronnen weergegeven.




UITVOEREN

Met een geschikte methode een antwoord zoeken op de onderzoeksvraag.



W4, W5, SET4,
SET30

Wenken

Het is niet de bedoeling dat leerlingen voor elk practicum een eigen methode ontwikkelen. Om te groeien in de onderzoekscompetentie is het wel belangrijk dat leerlingen reflecteren over de methode (zie ook AD4).

Dit kan door een:


  • aangereikte/geschikte methode te gebruiken en te evalueren;

  • aangereikte/geschikte methode aan te passen aan het beschikbaar materieel;

  • aangereikte/geschikte methode te vervangen door een eigen alternatief;

  • geschikte methode op te zoeken;

  • eigen methode voor te stellen.

Tijdens het onderzoeken kunnen verschillende vaardigheden aan bod komen bv.:

  • een werkplan opstellen;

  • benodigdheden selecteren;

  • een proefopstelling maken;

  • doelgericht, vanuit een hypothese of verwachting, waarnemen;

  • inschatten hoe een waargenomen effect kan beïnvloed worden;

  • zelfstandig (alleen of in groep) een opdracht/experiment uitvoeren met aangereikte techniek, materiaal, werkschema;

  • materieel correct hanteren: glaswerk, meetapparatuur (multimeters, computer gestuurde sensoren...);

  • onderzoeksgegevens geordend weergeven in schema’s, tabellen, grafieken …

Bij het uitvoeren van metingen zijn er verschillende taken zoals het organiseren van de werkzaamheden, de apparatuur bedienen, meetresultaten noteren … De leden van een onderzoeksgroepje kunnen elke rol opnemen tijdens het onderzoek.



REFLECTEREN

Over een waarnemingsopdracht/experiment/onderzoek en het resultaat reflecteren.



W1, W2, W3, W4, SET4,
SET31

Wenken

Reflecteren kan door:



  • resultaten van experimenten en waarnemingen af te wegen tegenover de verwachte resultaten rekening houdende met de omstandigheden die de resultaten kunnen beïnvloeden;



  • de onderzoeksresultaten te interpreteren, een conclusie te trekken, het antwoord op de onderzoeksvraag te formuleren;

  • de aangewende techniek en de concrete uitvoering van het onderzoek te evalueren en eventueel bij te sturen;

  • experimenten of waarnemingen in de klassituatie te verbinden met situaties en gegevens uit de leefwereld;

  • een model te hanteren of te ontwikkelen om een wetenschappelijk (chemisch, biologisch of fysisch) verschijnsel te verklaren;

  • Vragen over de vooropgestelde hypothese te beantwoorden:

  • Was mijn hypothese (als … dan …) of verwachting juist?

  • Waarom was de hypothese niet juist?

  • Welke nieuwe hypothese hanteren we verder?



RAPPORTEREN

Over een waarnemingsopdracht/experiment/onderzoek en het resultaat rapporteren.



W1, W3, W4, SET4, SET31

Wenken

Rapporteren kan door:



  • alleen of in groep waarnemings- en andere gegevens mondeling of schriftelijk te verwoorden;

  • samenhangen in schema’s, tabellen, grafieken of andere ordeningsmiddelen weer te geven;

  • alleen of in groep verslag uit te brengen voor vooraf aangegeven rubrieken;

  • alleen of in groep te rapporteren via een poster.

Rapporteren kan variëren van GESTUURD naar MEER OPEN.

Met gestuurd rapporteren bedoelen we:



  • aan de hand van gesloten vragen (bv. een keuze uit mogelijke antwoorden, ja-nee vragen, een gegeven formule invullen en berekenen) op een werkblad (opgavenblad, instructieblad …);

  • aan de hand van een gesloten verslag met reflectievragen.

Met meer open rapporteren bedoelen we:

  • aan de hand van open vragen op een werkblad;

  • aan de hand van tabellen, grafieken, schema’s die door de leerlingen zelfstandig opgebouwd worden;

  • aan de hand van een kort open verslag waarbij de leerling duidelijk weet welke elementen in het verslag moeten aanwezig zijn.

Reflecteren en rapporteren zijn processen die elkaar beïnvloeden en waarvan de chronologische volgorde niet strikt te bepalen is.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Algemene pedagogisch-didactische wenken Leeswijzer bij de doelstellingen Algemene doelstellingen
  • Basisdoelstellingen en verdiepende doelstellingen Het verwachte beheersingsniveau heet basis.
  • Taalsteun
  • Leerplan versus handboek
  • Taalgericht vakonderwijs
  • Algemene doelstellingen Het leerplan fysica is een graadleerplan voor vier graaduren
  • Realiseren van de onderzoekscompetentie binnen de pool wetenschappen
  • De uiteindelijke realisatie
  • Onderzoekend leren/leren onderzoeken
  • ONDERZOEKSVRAAG Wenken

  • Dovnload 416.34 Kb.