Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Detectiveromans van deze auteur

Dovnload 0.5 Mb.

Detectiveromans van deze auteur



Pagina2/8
Datum10.01.2019
Grootte0.5 Mb.

Dovnload 0.5 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Inhoudsopgave



Inleiding

Het Nieuws van den Dag van maandag 13 mei 1895

Het Nieuws van den Dag van donderdag 16 mei 1895


Het Nieuws van den Dag van maandag 20 mei 1895


Het Nieuws van den Dag van vrijdag 19 juli 1895


Het Nieuws van den Dag van donderdag 1 augustus 1895


Leersum en Amerongen voor de toerist anno 2018


Verklarende woordenlijst


Voorproefje van De student die zou trouwen

Inleiding



Er is iets bijzonders met de Darthuizerberg in Leersum aan de hand. Deze heuvel, met een top van nog geen vijftig meter boven N.A.P., ligt er wat vergeten bij. Her en der staan er villa’s verscholen in het groen, grote delen zijn voor het publiek afgesloten. Belangrijke wan-delroutes zijn er daarom ook niet uitgezet. Toch razen er dagelijks duizenden reizigers onder aan zijn hellingen voorbij, onbewust van het feit dat dit een inspirerende plek is.

Onder andere voor schrijvers. Diverse loca-ties op de heuvel werden gebruikt in de misdaadromans van de Doornse schrijver M.P.O. Books. In zijn debuut Bij verstek veroordeeld (2004), bijvoorbeeld, beschrijft hij een mysterieus bunkertje waar zich een spannende scène afspeelt. Een grotere rol is er voor de Darthuizerberg in De laatste kans (2011) waarin Books een echte misantroop in een van de villa’s op de heuvel laat wonen. Ook in Cruise control (2014) gebruikt hij hetzelfde gebied voor de spannende ontkno-ping. Een andere plaatselijke auteur, de in Driebergen geboren Ronald van der Pol, gebruikte de geheimzinnige “berg” als plaats delict in de politieroman Het groene huis (2010).




Ik treed in hun voetsporen. Dit jaar ver-scheen er van mij De student die zou trouwen, een detectiveroman over een onopgeloste zaak. Op donderdag 8 juli 1976 verdween student Jan Willem de Geer in de Utrechtse binnenstad. Hij werd nooit meer teruggezien. Ruim veertig jaar later trekt er een zware storm over de Utrechtse Heuvelrug. De hevige rukwinden ontwortelen op de Darthuizerberg een boom, waardoor de stoffelijke resten van De Geer aan het oppervlak komen. Waarom hij op deze afgelegen plek werd begraven, is in mijn boek een waar mysterie. Jan Willem de Geer was, zover bekend, nog nooit op de Darthuizerberg geweest! De clou is te vinden voor wie zich in de historie van deze plek verdiept...



A. Weruméus Buning

Bij mijn research maakte ik intensief gebruik van Delpher.nl, een internetarchief met ge-digitaliseerde teksten uit kranten, tijdschrif-ten en boeken, vanaf de vijftiende eeuw tot een jaartje of twintig terug. Daarin stuitte ik op drie bijzondere artikelen over de Utrechtse Heuvelrug in het algemeen, en over Ameron-gen en Leersum in het bijzonder. Deze serie werd in mei 1895 afgedrukt in het Nieuws van den Dag. Dit was een volksdagblad dat in 1870 werd opgericht en dat in 1923 door de Tele-graaf werd overgenomen. Het Nieuws van den Dag had, als Wikipedia mag worden geloofd, een “Amsterdams accent”. In februari 1998 verscheen de krant voor het laatst.

De drie artikelen zijn van de hand van dr. A. Weruméus Buning. De in het Groningse Uithuizen geboren (1846) Arnold Weruméus Buning had een avontuurlijk leven. Al jong trad hij in de voetsporen van zijn grootvader, die een bekend zeeofficier was geweest. In Elburg, op het in de achttiende eeuw opgerichte instituut Van Kinsbergen, bereidde hij zich voor op het toelatingsexamen tot adelborst. Op veertienjarige leeftijd werd hij bevorderd tot adelborst der derde klasse. In september 1864 kwam hij in actieve dienst bij de marine en reisde naar Brazilië, Java, Nieuw-Guinea en Zuid-Afrika.

Met stoomschip Het Metalen Kruis trad hij op tegen zeerovers in de Molukse archipel. In het voorjaar van 1868, en inmiddels bevor-derd tot luitenant-ter-zee der tweede klasse, vocht hij met het stoomschip de Suriname tegen het rebellerende stamhoofd Kraeng Bonto-Bonto op Celebes. Hij nam deel aan een bestorming van een benteng (stelling, schans) en verrichtte een heldendaad door met de luitenants Kempe en Janse en onder een regen van kogels een gewonde matroos in veiligheid te brengen. Het leverde hem een eervolle ver-melding van de regering op.

Zijn gezondheid begon hem in de steek te laten. Oogkwalen, een keelziekte en doofheid dwongen hem ertoe op zijn dertigste pensioen aan te vragen. Terug in Nederland reisde hij veel. Toen zijn gezondheid zich had hersteld, keerde hij in actieve dienst terug. Uiteindelijk zouden gezondheidsproblemen andermaal tot een carrièreswitch leiden. Eerst probeerde hij het nog op het Departement van Marine, daarna studeerde Engelse taal- en letterkunde en woonde enige tijd in Londen en Dover. Later werd hij museumdirecteur te Rotter-dam.

In deze periode, vanaf midden jaren zeven-tig, begon zijn letterkundige loopbaan vorm te krijgen. Hij publiceerde opstellen in tijdschrif-ten als de Nederland, de Huisvriend en Eigen Haard. Ook verschenen er novellen die hij schreef met de bedoeling ze voor te dragen, een kunst waarin hij uitblonk. De meeste van zijn verhalen baseerde hij op zijn zeeleven.

Hoewel de literaire haarklovers van de Gids hem bekritiseerden, werd hij toch geroemd “om den vluggen, vloeienden, flinken stijl, die terstond naast den stijl van J.J. Cremer, Gerard Keller, Lodewijk Mulder en Van Maurik een zeer goed figuur maakt”, zo beweerde Jan ten Brink in zijn Geschiedenis der Noord-Nederlandsche letteren (1889). Ten Brink vermeldde verder dat Weruméus Buning in zijn novelle De zeevader van Jan Matters - hem zelven naverteld (1875) de Nederlandse ma-troos zo natuurgetrouw portretteerde dat Prins Hendrik (zoon van koning Willem II, 1820-1879) zou hebben gezegd: “Als ik een Hollandsch matroos ontmoet, neem ik mijn hoed af.”

Arnold Weruméus Buning zette naast kin-derboeken ook een reisgids op zijn naam waarvoor hij door Europa reisde. Hij overleed in 1933.



Bekende voetsporen

De wereldreiziger bezocht tegen het einde van de negentiende eeuw de Utrechtse Heuvelrug, wat ertoe leidde dat hij een serie van drie artikelen schreef voor het Nieuws van den Dag. Hij trad daarmee in bekende voetsporen. Wellicht liet hij zich inspireren door de wan-delende dominee Jacobus Craandijk (1834-1912). Deze doopsgezinde predikant door-kruiste Nederland en beschreef ook de Utrechtse Heuvelrug in zijn boekenserie Wandelingen door Nederland met pen en potlood (1875-1888).

Nog eerder, in 1836 en 1837, wandelde en toerde J.B. Christemeijer (1784-1872) door de provincie Utrecht. Hij schreef daarover twee boekjes. In Het lustoord tusschen Amstel en Grebbe en elders in het Sticht van Utrecht, deel 2 (1837) beschrijft hij zijn bezoek aan de heuvelrug. Over Amerongen schrijft hij bijvoorbeeld: “Van hier zet nu de straatweg, door het kleine dorp Leersum, zich voort naar het meer bevolkte Amerongen, welks fraaije kerktoren, die veel gelijkt naar dien van Loenen, wij aldra in het oog krijgen.”

Overigens was Christemeijer ambtenaar. En hij was wellicht de eerste misdaadauteur van de Lage Landen. Zijn eerste misdaadverhalen verschenen al in 1818. In Nederland is hij nagenoeg vergeten, in Japan wordt hij in ere gehouden.



Weruméus Buning noemt in zijn artikelen Craandijk en Christemeijer niet, maar wel schrijver en kunstschilder J.J. Cremer en taalkundige en schrijver Jacob van Lennep (1802-1868). De laatste gebruikte Amerongen in zijn historische roman De pleegzoon (1833), waarin hij het dorp Sonheuvel noemde. De roman speelt zich af rond 1600. Dat de auteur Amerongen bedoelde is onder andere af te leiden uit de naam dominee Raesfelt, een van de bijpersonages. Er stond namelijk begin zeventiende eeuw een predikant met die naam in Amerongen. De pleegzoon is gratis van internet te downloaden in pdf en epub-formaat.



Net als Craandijk en Christemeijer maakte Van Lennep een voetreis, al in 1823. Samen met zijn Leidse studiegenoot Dirk van Hogen-dorp wandelde hij door de Noordelijke Nederlanden. Hun route liep ook aan de voet van de heuvelrug. Op maandag 4 augustus reisden ze van de Veluwezoom via Rhenen naar Amerongen. Ze deden dat echter niet te voet, maar per diligence omdat de heren natgeregend waren!

Door hun reisgezelschap had Van Lennep weinig aandacht voor de omgeving. Hij houdt het bij één zin: “Door tabaks- en korenvelden reden wij verder en kwamen om twaalf uur in Amerongen, waar wij het gezelschap vaarwel zeiden.” Van Lennep voelde zich ziek en sla-perig. Al om halfdrie ’s middags ging hij naar bed en sliep de volgende dag tot acht uur. Bij het verlaten van het dorp, nu weer te voet, beschreef hij alleen nog het kasteel, met “zijn brede wallen en hoog geboomte” en de omgeving van de Rijnsteeg: “Vervolgens wan-delden wij door landerijen die dicht beplant waren met wilgenbomen en door appel- en kersenboomgaarden tot wij in Eck de rivier overstaken via een gierbrug.”

Het tweetal keerde een week later, na een uitgebreide omweg door de Betuwe, naar de Utrechtse Heuvelrug terug. Amerongen lag weer op hun route, en weer bracht het dorp en de omgeving Van Lennep niet in vervoe-ring. Hij beschreef de tweede tussenstop in een van de brieven aan zijn zus Antje. Hogendorp en Van Lennep kwamen vanuit Wijk bij Duurstede. De tocht ging over de hoge, zanderige dijk. Het was zeer warm. Bezweet vanwege de hitte en de open weg kwamen de reizigers in Amerongen aan, waar ze zich opfristen en uitgebreid en smakelijk tafelden. Na de maaltijd wandelden ze het bos in. Van Lennep: “Maar ik kon het niet mooi vinden, hoe ik ook mijn best deed.”

Het journaal dat Jacob van Lennep bijhield zal Weruméus Buning echter niet gelezen hebben: het werd meer dan zeventig jaar na de dood van Van Lennep in 1942 uitgebracht.

Overigens zou veel later, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, nóg iemand over de Utrechtse Heuvelrug zwalken. E.J. Demoed maakte zeven verschillende wandelingen en beschreef heden en verleden in zijn boek In een lieflijk landschap. Hij doet dat met heel wat meer passie dan Van Lennep: “Zoals de titel reeds zal doen vermoeden wordt in dit boek een der mooiste gebieden van Nederland historisch onder de loep genomen. Een gebied dat dominee J. Craandijk in zijn Wandelingen door Nederland karakteriseerde als ‘een lieflijk landschap’.”

Een zomerherinnering

Die titel had ook door Arnold Weruméus Buning geadopteerd kunnen worden. Onder de serietitel ‘Een zomerherinnering’ schetst de auteur een aangenaam beeld van het gebied: “Wanneer men Arnhem met zijn omstreken en het zuiden van Limburg er van uitzondert, houd ik voor mij, en velen met mij, de natuurtafereelen nabij Amerongen en Leersum voor de mooiste van ons geheele vaderland.”



In het eerste artikel, dat verscheen op maan-dag 13 mei 1895, beschrijft hij het gebied vanaf Zeist, waar de Oostertramlijn doorheen loopt en waar het “krioelt van de prachtigste buitenplaatsen”. Wie de moeite neemt uit de tram te stappen en de heuvels te beklimmen, wordt beloond met de “schoonste vergezich-ten en panorama’s” die in ons land te vinden zijn. Het is een gebied waar tal van equipages, met en zonder livrei, je tegemoet komen of voorbij snorren. De schrijver sluit het stuk af met een beschrijving van Amerongen, dat enerzijds stedelijk aandoet, anderzijds juist landelijk met tabaksplantages en kwekerijen. De asperges uit Amerongen worden zelfs naar Schotland geëxporteerd!



Het is een plaats die over zijn hoogtepunt heen is, doordat de gouden eeuw van de ta-baksteelt voorbij is. Maar de oude inwoners herinneren zich nog de hoogtijdagen, toen Blanus regelmatig met zijn paardenspel in het dorp kwam optreden. Joseph Mozes Blanus was directeur van een circusattractie waar-mee hij door het land reisde. Kunstschilder en tekenaar Reinier Craeyvanger (1812-1880) vereeuwigde het circus in Amsterdam met Het paardenspel van Blanus op de Nieuwmarkt (1866).

In het volgende artikel, dat op donderdag 16 mei 1895 in de Nieuws van den Dag werd afgedrukt, gaat de beschrijving van Ameron-gen verder. Weruméus Buning maakt een denkbeeldige wandeling van het oude centrum naar het Berghuis, dus de heuvel op: “De natuur is er mooi, is er prachtig, en de lucht is er zoo gezond, dat men al bijzonder ziek moet wezen, wanneer men hier niet heelemaal opknapt.” De schrijver roemt het uitzicht op het dorp en de rivier, waar rook opstijgt van een stoomboot, en zeilen voorbijtrekken. Daarachter ligt de Betuwe, dat werd beschreven en geschilderd door schrij-ver en kunstschilder Jacobus Jan Cremer (1827-1880). De blik van de wandelaar gaat dan in westelijke richting, waar de bolvormige top van kasteel Zuilenstein boven de bomen uitsteekt. Het is een plek waar je je bijna in een andere tijd waant. Het kasteel zou helaas, een halve eeuw later, tijdens de Tweede Wereldoorlog ten prooi vallen aan het vuur, als gevolg van een bombardement.

Uiteindelijk bereikt de denkbeeldige wande-ling het hoogste punt en kijkt de bezoeker naar de andere zijde, waar heidevelden zich uitstrekken: “De heide is zoo mooi...! Ja, wacht maar, tot dat ge een eindje over den „berg” zijt, en ge ziet een onafzienbare heidevlakte voor u, met haar zacht glooiende hoogten en laagten, met witte plekken van zand en opge-graven grindgrond er tusschen.”

Met de blik gericht op de Gelderse Vallei gaat Weruméus Buning verder in het derde en laatste deel van zijn zomerherinneringen, ge-publiceerd op maandag 20 mei 1895. Van de Amerongse Berg is er zicht op de Veluwe, Veenendaal, de Soesterberg en de stad Amersfoort. De schrijver zet zijn denkbeeldige wandeling in westelijke richting voort, over een rug van toppen, tot hij afdaalt naar Leersum. Het dorpje heeft anno 1895 nog een landelijke uitstraling: “Leersum met zijn kerkje, zijn dorpsherberg en zijn kleine witgepleisterde boerenhuisjes en hofsteden is zoo rustig mooi en zoo schilderachtig, dat het mij een raadsel is, dat ik er nog nooit een schilderij van zag”.



De Darthuizerberg

Veel van wat Weruméus Buning in zijn arti-kelen beschrijft, is nog terug te vinden, zoals het oude centrum van Amerongen, het kasteel met zijn grachten en muren, het Berghuis, de kerk van Leersum, de Dondertoren/Graf-tombe van Nellesteyn en de (voormalige) herberg King William. Wel zijn grote delen van de landelijke omgeving, met name de plantages en kwekerijen, opgeofferd aan uitbreidingen van de bebouwde kom. Door de bebossing in de negentiende eeuw verdween er ook veel heide, en daardoor ook de vermaarde panorama’s die wereldreiziger Weruméus Buning roemde. Vrijwel nergens kun je nog uitkijken over de Gelderse Vallei, en al helemaal niet een stoomlocomotief - of de moderne variant daarvan - door het landschap zien scharrelen.





Wat in de serie zomerherinningen van Weruméus Buning opvalt, is dat de Darthui-zerberg geheel ontbreekt. Jawel, de geheim-zinnige Darthuizerberg die hedendaagse schrijvers inspireert! Was het toen ook al de afgelegen plek die het nu is, weggedoken in het groen en vrijwel verstoken van wandel-routes? Het vermelden niet waard? Wie in de archieven van Delpher.nl duikt, zal echter heel wat anders ontdekken. In 1895 was de Darthuizerberg een toeristische attractie. Re-creanten kwamen vanuit het hele land hier naartoe. Men kon er bij de “uitspanning” van de heer Gerth wat eten en drinken, en ge-nieten van de prachtige vergezichten.

Uit het Nieuws van den Dag van vrijdag 11 juli 1890: “Maandag j.l. werd door een 110-tal leerlingen van de openbare lagere scholen (...) een reisje ondernomen naar Darthuizerberg. (...) Aan ieder, kan de inrichting van den Heer Gerth worden aanbevolen om de heerlijke lig-ging, de aanwezige ruimte, die tot genieten uitlokt, en niet het minst om de uitstekende bediening en de welwillendheid van den on-dernemer. Een tochtje naar den Donderberg, in groepen ondernomen, verhoogde het genot. Waar zooveel te genieten viel, was de dag omgevlogen, en in de opgeruimdste stemming keerde het gezelschap in den avond naar Amsterdam terug.”

In de Arnhemsche Courant van maandag 24 juni 1895 is een vergelijkbaar verslag opge-nomen. Zeventig leden van de vereniging Hoû en Trouw zakten per stoomboot de Amstel en de Vecht af naar Utrecht, om daar een rijtoer te maken die eindigde op de Darthuizerberg: “Waar aan een keurigen, welbesproeiden maaltijd de vriendschapsbanden nauwer wer-den toegehaald, het lief en leed uit vroeger tijden werd herdacht en voor de toekomst Hoû en Trouw werd beklonken.”

De eerder genoemde J.B. Christemeijer be-zocht zestig jaar eerder de uitspanning en beschreef het gebouw in zijn boek Lustoord tusschen Amstel en Grebbe (1837): “Gelijktijdig ziet men, ter linkerzijde, op den Darthuizer-berg, tusschen het hooge sparrenbosch, een, in den Zwitserschen trant gebouwd, huis te voorschijn treden. In de geheele lengte van dit huis bevindt zich eene bovenzaal, omringd van eene buitengalerij; alwaar familiën ont-vangen worden, die onder het genot van de vaderlandsche pijp en een geurig kopje thee, of van een verkwikkend glas wijn, zich in de vrije natuur wenschen te verlustigen.”

Vijf jaar later, in 1842, noemde N. van der Monde de Darthuizerberg ook in Utrecht en derzelver fraaije omstreken: “De ridderhofstad Darthuizen, welke op den Darthuizerberg was gelegen, is vervangen door een in den Zwit-serschen trant gebouwd huis, uit welks bo-venvertrekken men een verrukkend uitzigt over het Overkwartier, de Veluwe, ja, zelfs over een gedeelte van Noord-Braband heeft.” Het Overkwartier was vóór de Franse tijd een van de bestuurlijke gebieden waarin de pro-vincie Utrecht was ingedeeld.

Waarom liet Arnold Weruméus Buning juist deze populaire toeristische trekpleister uit zijn beschrijvingen weg?



X.

De weglating bleef niet onopgemerkt. Een lezer van de krant schreef een brief waarin hij zijn ongenoegen kenbaar maakte. De lezer, die de brief niet ondertekende met een naam, alleen met de letter X, vond dat de Dart-huizerberg niet weggelaten had mogen worden. Wie was deze anonieme schrijver? Hoewel we het nooit zeker zullen weten, laat het zich wel raden. Zijn brief is namelijk een onbeschaamde reclameboodschap voor de Darthuizerberg. Het moet wel de eigenaar zijn van de uitspanning, de heer Gerth!

Dat valt ook af te leiden uit de dag waarop de brief in de Nieuws van den Dag verscheen. Niet onmiddellijk na afloop van de serie van Weruméus Buning in mei, maar pas twee maanden later, op 19 juli 1895. Een strate-gisch gekozen moment. X schrijft: “De vacantie breekt aan!” De heer Gerth vreesde natuurlijk dat hij klandizie zou mislopen!

Wie de anonieme brief leest, krijgt auto-matisch een glimlach op het gezicht. X imiteert de zwierige stijl van Arnold Weruméus Buning, en laat zijn fantasie soms de vrije loop. De Darthuizerberg zou welhaast een attractie zijn die zelfs toeristen van over de grenzen aantrekt. Ook vanaf deze heuveltop is er zicht op de rivier, met haar stoom- en zeilschepen. Ook hier waan je je bijna in andere tijden. Kortom, de Darthuizerberg is een inspirerende plek, de moeite van een be-zoek meer dan waard.

A. Weruméus Buning liet kort daarop van zich horen. In het Nieuws van den Dag van donderdag 1 augustus 1895 staat zijn inge-zonden reactie. Hij geeft de anonieme schrij-ver groot gelijk, hij had de Darthuizerberg niet mogen weglaten. In zijn brief noemt hij tot tweemaal toe de heer (Van) Gerth. De eerste keer is die naam cursief afgedrukt, waarmee Weruméus Buning lijkt aan te duiden wie de anonieme X is: “En de Heer Van Gerth, de eigenaar, zorgt er voor dat alles even goed, uitstekend en netjes in orde is. Ik heb ook daar zooveel heerlijke uren doorgebracht dat ik niet gaarne zou willen, dat de Heer Van Gerth door mijn fout op den „Darthuizerberg” minder bezoekers kreeg, dan waarop hij door zijn ijver en toewijding aan zijn zaak aan-spraak kan maken. Het is er werkelijk mooi, frisch, heerlijk van lucht en geur, en gezond in al wat men er ziet en krijgt.”

Anno 2018

Van die Darthuizerberg is weinig terug te vin-den. In 1903 werd de uitspanning verkocht aan bankier Scheurleer uit Den Haag, die het Zwitserse Huis liet afbreken. Er kwam een villa met skihelling, tennisveld en doolhof. Nog later, in 1927, werd het gehele gebied opgedeeld in zeven percelen en per opbod verkocht. Bij de research voor mijn boek stamt de laatste melding, die ik in het archief van Delpher.nl kon vinden, uit de winter van 1941. De Haagsche Courant maakte op 20 januari melding van het Nederlandse langlauf-kampioenschap dat op de Darthuizerberg werd gehouden. Van na die tijd bevatte Delpher niets, alsof deze geheimzinnige plek ophield te bestaan! Inmiddels is het archief aangevuld en duiken er wel berichten van na de oorlog op.



Maar toch: waar eens vergezichten waren, rijst tegenwoordig een bos op waarin de Amsterdamse schoolkinderen van weleer zouden zijn verdwaald. Wat had Jan Willem de Geer er dan te zoeken, de student die in 1976 in Utrecht vermist raakte? Het is een fas-cinerend probleem dat opgelost moet worden in De student die zou trouwen.



Juist door de metamorfose die de Utrechtse Heuvelrug onderging, zijn de serie artikelen en de ingezonden brieven zo boeiend. Wie ze leest, maakt niet alleen met Weruméus Buning een denkbeeldige wandeling, maar reist ruim 120 jaar in de tijd terug naar een voorbijgegaan tijdperk. Een tijdperk met stoomtrammetjes, pittoreske dorpjes die mas-sa’s toeristen aantrekken, en een heuvelrug die nog niet volledig bebost is. Voor mij reden genoeg om het stof van deze berichten te blazen en ze te bundelen in een e-book.

Ik heb de oude spelling gehandhaafd om de authentieke sfeer in stand te houden. Wie daardoor op moeilijke woorden stuit, is waarschijnlijk gebaat bij de verklarende woordenlijst achterin, die altijd via het menu opgeroepen kan worden. Wel heb ik soms het mes gezet in het overschot aan komma’s en andere leestekens, wat de leesbaarheid ten goede komt.

De teksten zijn gereed om weer gelezen te worden: reis in gedachten mee met Arnold Weruméus Buning!

Anne van Doorn, januari 2018



Bronnen

Internetsites:


Academia.edu (J.B. Christemeijer)


Dbnl.org (Jacob van Lennep, J.B. Christemeijer, Kraeng Bonto Bonto)
Delpher.nl (Nieuws van den Dag, Arnhemsche Courant)
Ensie.nl (Blanus)
Geertmak.nl (Jacob van Lennep)
Geni.com (Kraeng Bonto Bonto)
Heuvelrug.punt.nl (Jacob van Lennep)
Historischekringdebilt.nl (J.B. Christemeijer)
Kb.nl (Kraeng Bonto Bonto)
Wikipedia.nl (de lemma’s: De Courant/Nieuws van den Dag, Jan Hendrik van Kinsbergen, Jacob van Lennep, Jacobus Craandijk, Jacobus Jan Cremer, Jacques Schuitenvoerder, Willem Frederik Hendrik)

Boeken:

Jan ten Brink - Geschiedenis der Noord-Nederlandsche letteren in de XIXe eeuw. Deel 3; 1889
J.B. Christemeijer - Het lustoord tusschen Amstel en Grebbe en elders in het Sticht van Utrecht; 1837
E.J. Demoed - In een lieflijk landschap; 1974
Jacob van Lennep - De pleegzoon, 1833
Geert Mak & Marita Mathijsen - Lopen met Van Lennep, dagboek van zijn voetreis door Nederland; 2000
N. van der Monde - Utrecht en derzelver fraaije omstreken; 1842

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Inleiding

  • Dovnload 0.5 Mb.