Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Detectiveromans van deze auteur

Dovnload 0.5 Mb.

Detectiveromans van deze auteur



Pagina3/8
Datum10.01.2019
Grootte0.5 Mb.

Dovnload 0.5 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Het Nieuws van den Dag van maandag 13 mei 1895

Amerongen en Leersum


Een Zomerherinnering van

A. WERUMÉUS BUNING.


- - -

„Waar het hart vol van is, loopt de mond van over”, en zoo komt het zeker ook dat ik niet kan nalaten mijn landgenooten, die in een stad wonen en ’s zomers met hun gezin gaarne wat gezondheid opdoen door naar buiten te trek-ken, er op indachtig te maken dat er in ons land nog een mooi plekje te vinden is waar men, voor weinig geld, uitstekend terecht kan.

Ik bedoel de omstreken van Amerongen en Leersum, aan den Oosterstoomtramlijn ge-legen, die van Zeist-Driebergen via Doorn, Leersum, Amerongen, Rhenen, Wageningen, enz. naar Arnhem loopt.

Wanneer men Arnhem met zijn omstreken en het zuiden van Limburg er van uitzondert, houd ik voor mij, en velen met mij, de natuur-tafereelen nabij Amerongen en Leersum voor de mooiste van ons geheele vaderland.

Toch schijnt men dat niet te weten.

Hoe komt dat? Ik denk doordat de tramlijn zodanig ligt dat de menschen die in de tram zitten en Amerongen en Leersum passeeren, zoo goed als niets van die mooie natuur-tafereelen te zien krijgen. Niemand vermoedt dat men met een kwartier dwars af te gaan, tegen de berghellingen op, ineens de schoon-ste vergezichten en panorama’s aanschouwt die in ons land te vinden zijn.

Van waar die schoone panorama’s? zal men misschien vragen.

Om u dat duidelijk te kunnen maken, is het noodig dat gij voor een oogenblik in uw ver-beelding de kaart voor u legt van het Zuid-Oostelijk deel van de provincie Utrecht. Dit Z.-Oostelijk deel steekt als een tong of wig-vormige punt tot in het hart van de provincie Gelderland; Rhenen, of eigenlijk de Grebbe-berg, ligt op het uiteinde, vlak naast onzen goeden, ouwen vader Rijn die er onder langs stroomt.

Van dit steil naar de rivier afloopende punt gaat in Noord-Westelijke richting een hooge rij of keten van bergen, heuvels en hoog-vlakten op Utrecht aan, net alsof ze plan hadden het werkelijk tot aan die stad vol te houden. Toch duurt het niet lang of de serie van verhevenheden buigt wat meer naar boven en strekt zich verder uit in eene richting, die de stad Utrecht heelemaal links laat liggen en vlak langs Zeist en De Bilt in de richting van Amersfoort trekt en daar in den zoogenaamden Galgen- en Soesterberg ein-digt.

Er loopt dus een berg of heuvelenrug, met prachtige, uitgestrekte bosschen en heidevel-den, van Rhenen naar Zeist-Driebergen. Langs en over de Zuidelijke helling nu van dezen rug loopt de Oostertramlijn. Van het station Zeist-Driebergen komende krijgt men eerst Rijzen-burg, Driebergen en Doorn, en heeft links van zich al heel gauw oploopende berghellingen met bosschen en heidevelden, al ziet men die ook nog niet dadelijk van de tram uit omdat het hier krioelt van de prachtigste buiten-plaatsen, de eene al mooier aangelegd dan de andere met een rijkdom van prachtige den-nen, sparren en vreemdsoortige heesters, kleurige bloemperken in het zorgvuldig onderhouden, geknipt en geschoren zacht groene gras. Tal van equipages met en zonder livrei, herkomstig meestal van de kasteelen en buitens hier in de buurt, snorren ons voorbij of komen ons tegen. We zijn hier nog in het hartje van Utrecht en behalve de vele „Am-bachtsheeren”, graven en baronnen, die hier hunne heerlijkheden en kasteelen hebben, zijn er ook tal van rijke ridders van de beurs te vinden, die zich hier een lustoord hebben gebouwd, en hun rijkdom ten bate doen ko-men aan Doorn en Driebergen’s ingezetenen.

Op deze hoogte is de Z. O. tong van de provincie ook nog tamelijk breed. Aan den Zuidelijken kant van den bergrug, in Zuide-lijke richting, ligt nog een heele lap land, meest groen land en rivierklei, voor we aan de boorden komen van den hier zoo kronkelen-den vader Rijn. Alleen verderop, in het Z.O., aan dezen kant van Rhenen, heeft de ouwe heer zich nog een poosje in de buurt van den bergrug opgehouden. En hij blijft dat doen tot op de hoogte van Amerongen, dat niet meer dan een twintig minuten gaans van de rivier afligt, zoodat dan ook vele zomer-reizigers zich per stoomboot Rotterdam—Arnhem aan het veer „Eck en Wiel” laten afzetten en er heen wandelen.

Amerongen heeft dus de rivier, met de Betuwe aan den overkant, vlak bij zich in het Zuiden, en den ouden bergrug achter zich in het Noorden. Het dorp is voor een deel tegen den bergrug gebouwd. ’t Is een vrij groote plaats, en van de rivier aankomende wandelen ziet men het recht schilderachtig tegen den voet van de berghelling liggen, met zijn mooie, ouwe kerk en hoogen, deftigen, statigen toren, en — dit vooral niet te vergeten — het kasteel met zijn grachten en muren, park en hooge, statige boomen. Dit is het kasteel van den Heer van Amerongen, Graaf Bentinck van Amerongen.





Vooral van den rivierkant heeft men op dit oude, groote, vierkante en trotsche, grijze gebouw uit de oudheid een mooi, een meer dan prachtig gezicht. Ook Amerongen zelf, met zijne eerst zacht rijzende en dan weer snel dalende dorpsstraat, is de moeite waard om te zien. Als men er door wandelt, kan men zich voorstellen wat in vroegere jaren, in den tijd van de diligence’s en postwagens, de men-schen uit en door de portieren naar buiten gekeken zullen hebben en tegen elkaar gezegd: „dat’s een mooi dorp; wat flinke hee-renhuizen; ’t is net een klein stadje !"

Ja, vooral vroeger, toen hier nog zooveel geld verdiend werd met de tabak, bloeide deze plaats. Menigeen weet nog van dien tijd te vertellen en zegt, niet zonder trots, dat in dien tijd Blanus met zijn paardenspel in eene daarvoor ingerichte schuur of loods geregeld zijn voorstellingen gaf! Een vast circus dus!

Doch, helaas, met de tabak is ook Blanus verdwenen! Dat’s te zeggen: de tabak is er nog altoos en wordt nog druk verbouwd; nog altoos hoopt men dat de „gouden eeuw” van de tabak zal terugkeeren, en — soms lijkt het er ook naar — maar ik ben toch bang dat deze vergulde tabaksvisioenen wel hoe langer hoe meer in rook zullen vervliegen. Ik heb echter te weinig verstand van landbouw en tabaks-handel om er veel van te durven zeggen. Toch, de bewijzen zijn vlak bij Amerongen te vinden dat er ook wel wat anders dan tabak uit den grond is te halen.

Op de plantage Erica van den Heer Gerritsen worden de heerlijkste tuinvruchten gekweekt en in bussen, voor verzending, in de fabriek gereed gemaakt. Heerlijke doperwtjes, sper-sieboontjes, asperges, enz. enz., worden uit deze kleine fabriek de wereld in gestuurd. Vooral de aspergeteelt gaat hier bijzonder voordeelig. Met den noodigen mest natuurlijk legt de Heer Gerritsen zoo maar op heide-grond uitstekende aspergebedden aan, en de daarvan gestoken asperges zijn van zoo goede qualiteit, dat hij zelfs naar Schotland eene geregelde leverantie heeft. Volgens hem is deze aspergeteelt eene uitstekende „heide-ontginning". Doch, nogmaals, deze landbouw-philosophie valt buiten mijn lijn.

(Wordt vervolgd.)

Bron: “Amerongen en Leersum.”. “Het nieuws van den dag : kleine courant”. Amsterdam, 13-05-1895. Geraadpleegd op Delpher op 01-12-2017.



1   2   3   4   5   6   7   8


Dovnload 0.5 Mb.