Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Detectiveromans van deze auteur

Dovnload 0.5 Mb.

Detectiveromans van deze auteur



Pagina4/8
Datum10.01.2019
Grootte0.5 Mb.

Dovnload 0.5 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Het Nieuws van den Dag van donderdag 16 mei 1895

Amerongen en Leersum




Een Zomerherinnering van
A. WERUMÉUS BUNING.

II.

-----

Maar er is iets anders in Amerongen waarvan ieder mensch verstand kan hebben en waar-aan ieder behoefte heeft; de natuur is er mooi, is er prachtig, en de lucht is er zoo gezond, dat men al bijzonder ziek moet wezen, wanneer men hier niet heelemaal opknapt.

Met de tram komen we boven en achter Amerongen langs, door een achterbuurt, en zien van al het moois niets — We moeten er dus uit. Het beste is er uit te gaan even voorbij het postkantoor, op de hoogte van de zoo-genaamde Koenesteeg. Enfin, waar ge er nu uit wilt, kan me niet schelen: de tram stopt overal; maar zijt ge er eens uit, loop dan maar een van de wegen of voetpaden op die de hoogte ingaan, niet dadelijk naar het zoo-genaamde Berghuis, daar komt ge later van zelf en is een mooi punt om uit te rusten en wat te gebruiken. Loop nu eerst naar boven en het duurt geen kwartier of ge slaat uw handen ineen van verbazing wanneer ge even blijft staan, u omkeert en terugziet op hetgeen nu achter en beneden u ligt.

„Lieve hemel!” zegt ge tegen u zelf, „dat had ik heelemaal niet gedacht, dat ik hier zoo’n gezicht zou hebben."



Daar beneden u ligt nu het groote dorp Amerongen, geheel verborgen (alleen met de ouwe kerk en toren en een paar hooge huizen er uit) onder een donkergroen, dichtbegroeid boomgewelf, want in en om Amerongen zijn overal mooie, groote, hooge lindeboomen, beuken, spichtige populieren en kastanjes. Mooi is die grijze, ouwe kerk met zijn hoogen, domvormigen toren, domvormig, doch met een punt er op en een weerhaantje dat glinstert en flikkert in het zonnelicht..... Want het zonnetje schijnt....



De groene en lichtgroene weilanden die ge daar achter en over Amerongen heen ziet liggen en waar langs ge nog iets verder de rivier ziet kronkelen, hebben een lichte, vroolijke tint, terwijl het water van vader Rijn zilverkleurige tinten krijgt van de zon.... Ge ziet den ouden heer hier echter nog al tamelijk ver in de verte, zoodat de rook van de kleine stoomboot, die er juist in den stroom op naar boven werkt, en de zeilen van de stuk of wat schepen, het één schitterend wit, de andere bruin en donker, zich als kleine zich bewegende punten en vlekjes aan u voordoen. Ge ziet hoe vader Rijn een eindje beneden Amerongen ineens een groote bocht of kronkeling gaat maken en van onzen bergrug, waarop we nu staan, niets meer wil weten...

Toch kunnen we hem nog een heel eind zien; dan verdwijnt hij achter het een of ander bosch of hofstede of ander gedoe wat daar beneden, ver in het Westen, ligt, en dan weer zien we hem door de groene, lichte en don-kere vlakten zijn zilveren pad naar Wijk-bij-Duurstede en verder vervolgen.... ’t Zijn alle zilveren plekjes daar in de verte. ’t Lijken wel kleine meertjes... En dan rechts van ons naar beneden, over Amerongen en den Rijn heen, zien we een oud-Hollandsch landschap van weiden en beemden, kerktorens, molens, lange, rechte of kronkelende wegen, wier aan-wezigheid zich verraadt door de rijen van boomen (hooge, slanke boomen meestal) die daar in de Betuwe — want het is de Betuwe die ge daar ziet — langs de dijken en wegen geplant zijn.

Ja, dat is het land waar onze goeie, onze eenige Cremer indertijd zijn schilderijen vond. Wel ligt zijn „Bètuw” iets meer den anderen kant op, maar toch ook hier ziet ge „spichtige karktorens” en „hofstêjen met buschkes van lindes en van peppels die d’r boven uut komen” en „blinkende hoanjes”, die boven op den toren, hoog in de lucht, staan te glimmen en te schitteren, terwijl beneden de schoone en weelderige, vette en schilderachtige lan-douw van de Bêtuw ligt.... Ja, dat is het land wat ge daar, over Amerongen en vader Rijn heen, als een groenig, boschachtig, lachend panorama in de verte voor u ziet liggen.

Dichter bij, overal om en bij Amerongen, ziet ge tal van roode pannendaken van al de ta-baksschuren die tot zoo laag op den grond reiken alsof ze plan hadden heelemaal in den grond te verzinken. Verder een molen en hier en daar een meer in ’t oog vallend heeren- of ander huis, terwijl ge wat verder op naar het Westen het eigenaardig bolvormig boven-einde of tinne van het nog zoo typisch antiek gebouwde kasteel van Zuilenstein uit zijn bosschages naar boven ziet steken. . ..

Dat Zuilenstein ziet er nog altoos uit alsof daarbinnen nog menschen wonen uit de 16e of 17e eeuw, ridders en jonkvrouwen, helle-baardiers en mannen met stalen harnassen en sabels van vijf voet lang.

Maar nu moeten we wat verder naar boven en wat hooger op zien te komen op den rug van het Amerongsche gebergte.... Overal heerlijke dennenbosschen en sparren en heesters, met de mooie, eeuwenoude, altoos bruine en grauw grijze heide om en bij u, waar ge ook ziet of staart.... Misschien staat de heide wel in bloei en ziet ge op zijn grauw-bruin golvende oppervlakte overal paarsche en violetkleurige plekken van bloeiende erica’s, met hier en daar weer andere heidebloempjes er tus-schen.... zoodat over de geheele hei, in plaats van een grijsbruine, een min of meer rose of violetkleurige tint ligt....

De heide is zoo mooi...! Ja, wacht maar tot dat ge een eindje over den „berg” zijt en ge ziet een onafzienbare heidevlakte voor u, met haar zacht glooiende hoogten en laagten, met witte plekken van zand en opgegraven grind-grond er tusschen.... Hier en daar ook een paar slanke wuivende berken, met hun schimmel-kleurige stammen er tusschen. Soms staan er midden in de hei een stuk of wat van die heeren bij elkaar op een hoopje en vormen een kleine gezelligheid op zichzelf.... Soms ook ziet ge een hoogte met een serie boomen er omheen en verdiept ge u onwillekeurig in de grijze oudheid, in den tijd, toen de oude Romeinen voor ’t eerst in ons land kwamen; toen hielden onze voorouders misschien daar op zoo’n hoogte, onder en tusschen die boomen, hunne raadsvergaderingen in de open lucht....
____

Bron: “Amerongen en Leersum.”. “Het nieuws van den dag : kleine courant”. Amsterdam, 16-05-1895. Geraadpleegd op Delpher op 01-12-2017.


1   2   3   4   5   6   7   8


Dovnload 0.5 Mb.