Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Detectiveromans van deze auteur

Dovnload 0.5 Mb.

Detectiveromans van deze auteur



Pagina8/8
Datum10.01.2019
Grootte0.5 Mb.

Dovnload 0.5 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Verklarende woordenlijst


Ambachtsheer - De bezitter van een ambacht (bedrijf), maar ook iemand die vroeger recht-spraak uitoefende in een ambachtsheer-lijkheid, een adellijk grondgebied (‘We zijn hier nog in het hartje van Utrecht en behalve de vele „Ambachtsheeren”, graven en baron-nen, die hier hunne heerlijkheden en kastee-len hebben...’)


As - Een wagen (‘Zoo men per as gekomen is...’)


Beemd - Een waterrijk weiland (‘...zien we een oud-Hollandsch landschap van weiden en beemden, kerktorens,...’)


Benting of benteng - Een versterking, stelling, schans of vesting (‘Hij nam deel aan een bestorming van een “benting”’)


Denkelijk - Waarschijnlijk, vermoedelijk (‘Vóór dien tijd echter stond hier op dezelfde plaats en denkelijk nog tusschen dezelfde muren en grachten die ge er nu ziet...’)


Diligence - Ouderwetse post- of reiswagen (‘...in den tijd van de diligence’s en post-wagens...’)


Equipage - Een paard met rijtuig (‘Het is een gebied waar tal van equipages, met en zonder livrei, je tegemoet komen of voorbij snorren.’)


Hofstede - Een boerenplaats, een (pacht) hoeve (‘Leersum met zijn kerkje, zijn dorpsherberg en zijn kleine witgepleisterde boerenhuisjes en hofsteden is zoo rustig mooi...’)


Landouw - Een landstreek (‘...terwijl beneden de schoone en weelderige, vette en schilder-achtige landouw van de Bêtuw ligt...’)


Livrei - De onderscheidende kleding van een bediende (‘Het is een gebied waar tal van equipages, met en zonder livrei, je tegemoet komen of voorbij snorren.’)


Scheper - Een schaapherder (‘...en een ouden philosopheerenden herder of scheper.’)


Thans - Op dit ogenblik, in deze tijd (‘ het tegenwoordige gebouw verrees dat thans tot eene plaats van uitspanning is ingericht.’)


Tinne - Top, bovenrand van een gebouw. (‘het eigenaardig bolvormig boveneinde of tinne van het nog zoo typisch antiek gebouwde kasteel...’)


Uitspanning - Een herberg, een pleisterplaats met stalhouderij. Letterlijk de plek waar men de paarden kon uitspannen (‘Men kon er bij de “uitspanning” van de heer Gerth wat eten en drinken, en genieten van de prachtige vergezichten.’)

Verbeiden - Afwachten, verwachten (‘en als om strijd met valkeniers en verder jacht-personeel het oogenblik verbeid’)


Bronnen

Wiktionary.org


Woorden.org
Koenen Handwoordenboek der Nederlandse taal van M.J. Koenen en J.B. Drewes, zevenentwintigste druk, Wolters-Noordhoff, Groningen (1974).


Voorproefje van De student die zou trouwen




Proloog
De vroege zomer van 1976 ging de boeken in als een van de warmste en droogste seizoenen van de afgelopen eeuw. Op 23 juni begon een hittegolf die uiteindelijk zeventien dagen zou duren. Uitgestorven straten en een verdorren-de natuur, zwaar lijdend onder hitte en droogte, bepaalden op het heetst van de dag het beeld. Op tientallen plaatsen in het land, met name op de Veluwe, braken grote en moeilijk te blussen natuurbranden uit. In de-zelfde periode speelde zich in de stad Utrecht een drama af van een geheel andere orde.

De hoofdpersoon in deze tragedie was een 23-jarige student, jonkheer Jan Willem de Geer, een nazaat van een oud adellijk geslacht die een veelbelovende toekomst voor zich leek te hebben. Drie weken voor het drama zich voltrok, had hij zijn studie chemische technologie aan de Technische Hogeschool in Delft cum laude afgerond. In april was hij naar een studentencomplex in Utrecht verhuisd om de reisduur te verkorten naar Kampen, waar zijn verloofde Helma Lansink met haar ouders woonde. Met haar zou Jan Willem op zaterdag 17 juli in het huwelijk treden.

Het bruidspaar wachtte een nieuw leven in de Verenigde Staten, waar Jan Willem een onderzoeksbeurs aangeboden had gekregen van het Massachusetts Institute of Techno-logy, de meest prestigieuze technische univer-siteit van Amerika. Er bestond bij zijn ver-loofde en zijn familie geen twijfel dat Jan Willem daarnaar uitkeek. Voor hem ging er een jongensdroom in vervulling. Toch ver-dween de briljante student op donderdag 8 juli 1976 spoorloos, negen dagen voor zijn bruiloft en twee weken voor zijn emigratie, om nooit meer gezien te worden. Het is een verdwijning die tot op vandaag veel vragen oproept.

Enkele feiten van die dag zijn echter vol-komen helder. Rond het middaguur had Jan Willem de Geer zijn verloofde op haar werk in Zwolle gebeld, om te zeggen welke trein hij zou nemen zodat ze hem ’s avonds van het station in Kampen kon afhalen. Tot aan de bruiloft zou hij bij haar en haar ouders verblijven, ter voorbereiding op de grote dag. Dat gesprek voerde hij via het telefoontoestel in de gang van zijn studentenflat aan de Ina Boudier-Bakkerlaan in Utrecht. Hij klonk opgewekt. Niets, helemaal niets, zo verklaarde verloofde Helma naderhand aan de politie, voorafschaduwde zijn raadselachtige verdwij-ning.

Het tweede vaststaande feit van die dag is dat hij om kwart voor drie ’s middags aan-klopte bij Douwe Meindertsma, student wis-kunde en geboren in Friesland, en de enige andere bewoner van het studentenhuis die op dat moment aanwezig was. Jan Willem vroeg hem of hij diens fiets kon lenen omdat zijn eigen fiets een lekke band had. Het rijwiel, van het Friese merk Gedo, met een frame gemaakt in de Assense rijwielfabriek Mustang, had hij nodig om naar het stadscentrum te fietsen om een boek te kopen. Douwe gaf hem het sleutel-tje en Jan Willem vertrok.

Het laatste feit waarover geen twijfel be-staat, is dat Jan Willem vervolgens naar de Stadhuisbrug fietste en het gewenste boek bestelde bij Broese Kemink, destijds de groot-ste boekhandel van Europa en gevestigd aan de Oudegracht. Ook kocht hij de nieuwste editie van het NRC Handelsblad die juist was binnengekomen. Zijn verloofde Helma ver-klaarde aan de politie dat het Jan Willems gewoonte was een krant te kopen als hij naar Kampen reisde, om in de trein wat te lezen. Na betaald te hebben, verliet Jan Willem de winkel, ongetwijfeld met de bedoeling terug te keren naar het studentencomplex aan de Ina Boudier-Bakkerlaan, beter bekend als IBB.

Maar hij werd nooit meer gezien.

Bij het publiek zijn de bijzonderheden van dit verdwijningsmysterie bekend geworden door de enorme publiciteit in kranten, op de radio en op televisie, mede dankzij de hoge beloning die de adellijke familie uitloofde voor de tip die tot de oplossing zou leiden, maar ook door het omvangrijke boek dat hoofd-inspecteur Jan Sellens na zijn pensionering uitbracht en waarin hij in groot detail de gebeurtenissen van die zomer beschreef. In dat boek, De zaak De Geer, dat in januari 1996 verscheen, vertelde hoofdinspecteur Sellens hoe de zaak aan het rollen kwam.

De eerste die merkte dat er iets mis was, was Helma Lansink. Zij wachtte ’s avonds op het perron in Kampen tevergeefs op de komst van haar verloofde. Zijn trein liep binnen, maar Jan Willem bevond zich niet onder de reizigers. Omdat de volgende trein pas een halfuur later zou komen, keerde Helma naar huis terug en belde naar Utrecht om te vragen hoe laat Jan Willem was vertrokken. Had hij de trein in Utrecht gemist? Zo ja, waarom had hij dan niet gebeld? Het was niets voor de punctuele Jan Willem om haar voor niets te laten opdraven. Nooit eerder had zich zoiets voorgedaan, vertelde de diep verontruste jon-ge vrouw later aan de Utrechtse politie.

Degene die in het studentenhuis opnam was Harald van der Sneppen, student sociologie, die net binnen was gekomen en van niets wist. Tot stomme verbazing van Helma vertelde hij dat haar verloofde in Utrecht moest zijn. Op een aan- en afwezigheidsbord bij de huistele-foon stond in elk geval aangegeven dat Jan Willem present was. Helma’s verloofde bleek echter niet op zijn kamer. De enige die meer kon vertellen, was Douwe Meindertsma, die aan de telefoon uitlegde dat Jan Willem zijn fiets had geleend en niet was teruggekomen. De student had, zo zei hij, geen flauw idee wat er aan de hand was.

Gealarmeerd door dit bericht besloot Helma met haar vader, journalist en politicus Wieger Lansink, haastig naar Utrecht te rijden. In de kamer in het IBB-complex vonden zij aan-wijzingen dat Jan Willem zich op Kampen had voorbereid. Op zijn bed lag zijn koffer, waar-van de klep was opengeslagen, alsof hij vijf minuten tevoren nog bezig was geweest kle-ding uit te zoeken die mee moest. ‘Het was onwerkelijk, alsof hij elk moment de kamer kon binnenstappen,’ zei Helma Lansink in het boek van hoofdinspecteur Sellens. ‘Ik vond zijn agenda op het bureau, waarin stond geno-teerd dat hij de trein van 18.35 uur zou nemen. Ernaast lag een vaktijdschrift. Jan Willem had een artikel zitten lezen over een pas verschenen boek.’ Het was ditzelfde boek dat haar verloofde ’s middags bij Broese Kemink bestelde.

Eén telefoontje naar haar ouderlijk huis wees uit dat Helma’s verloofde ook niet met een latere trein was aangekomen. Er was meer dan negen uur verstreken sinds Jan Willem bij het studentencomplex wegfietste en daarom kon er geen andere conclusie worden getrokken dan dat de briljante stu-dent iets was overkomen. Een hevig geëmo-tioneerde Helma en haar vader meldden zich bij de politie om de vermissing op te geven. Dat was het moment dat Jan Sellens be-trokken raakte en de leiding over het onder-zoek kreeg.

‘Ik herinner me nog goed dat gevoel van de eerste uren,’ verklaarde de voormalige onder-zoeksleider in De zaak De Geer. ‘Uit wat de verloofde en haar vader mij vertelden, bleek al snel dat Jan Willem de Geer niet het type persoon was dat wegliep. De Utrechtse stu-dent stond bekend als zorgzaam, vriendelijk, stipt en gewetensvol, iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij gebruikte geen drugs, gokte niet, had geen criminele contacten. Gewoon een goeie jongen. Dat hij al bijna een half etmaal weg was, klopte niet, dat voelde ik direct. Het zat heel erg fout.’

Toch hield de hoofdinspecteur aanvankelijk rekening met de mogelijkheid dat er een onschuldige verklaring was. ‘Het eerste wat we deden, was vaststellen dat Jan Willem noch de fiets te vinden waren op de trajecten die de student kon hebben afgelegd, van IBB naar Broese Kemink en omgekeerd. We troffen de Gedo evenmin aan bij station Utrecht Centraal. We checkten of hij gebruik had gemaakt van het openbaar vervoer of van een taxi. Dat leverde niets op. Vanwege de hittegolf bedachten we dat Jan Willem door de hitte bevangen kon zijn geraakt, in het water van de Oudegracht was beland en verdronken. Maar ook dreggen leverde niets op.’

Er kwamen publiekstips vanuit heel Neder-land, ook van paragnosten. Sellens liet sce-nario’s opstellen die een voor een werden onderzocht en, in de meeste gevallen, uitge-sloten. ‘We overwogen indertijd zelfs de meest bizarre scenario’s,’ bekende de hoofd-inspecteur in De zaak De Geer. ‘Het was de tijd van de Koude Oorlog. Was de briljante Jan Willem ontvoerd, of wellicht vrijwillig ver-trokken, om achter het IJzeren Gordijn te verdwijnen en zijn talenten aan te wenden voor het communistische bewind in Moskou? Toentertijd overwogen we dat serieus. Ach-teraf kan ik er wel om lachen. Een serieuzere optie was dat hij door criminelen was ont-voerd, gezien het feit dat hij uit een wel-gestelde familie stamt. Maar er kwam geen eis tot losgeld.’

Onderzoek op zijn kamer toonde aan dat Jan Willem was vertrokken zonder zijn paspoort, maar met zijn portefeuille waarin hij zijn bankcheques bewaarde. Medestudenten in het IBB-complex bevestigden wat al bekend was, dat Jan Willem van plan was naar Kampen te reizen voor de laatste huwelijksvoorberei-dingen. Er was geen enkele aanwijzing dat hij wilde verdwijnen. Het enige wat men op-merkte, was het feit dat hij de laatste dagen erg in zichzelf gekeerd leek. Wat hem dwars-zat, had Jan Willem met niemand besproken, al waren er vermoedens.

Die constatering was de aanzet voor de meest pijnlijke en, voor de hoofdinspecteur, meest beschamende episode in het onder-zoek. De centrale persoon daarin was een ‘slechte, egoïstische vrouw’, zoals Sellens haar beschreef, destijds niet meer dan een meisje van amper zeventien. Een meisje dat de kans rook beter van de situatie te worden. Ver-loofde Helma Lansink kon twintig jaar na dato in De zaak De Geer nog haarscherp voor de geest halen wat die vrouw aanrichtte.

‘Ongeveer twee maanden na de verdwijning meldde een hoogzwanger meisje zich bij familie De Geer in Den Haag,’ zei Helma. ‘Ze beweerde aan de stomverbaasde ouders dat ze Jan Willem in februari had ontmoet, dat zij op zijn kamer in Delft was geweest en dat ze zijn baby verwachtte. Nog altijd heb ik er geen begrip voor dat anderen haar serieus namen. Het was mij meteen duidelijk dat het kind loog. Misschien had ze Jan Willem wel ont-moet, maar daarbij was het gebleven. Er was geen verhouding, zoals zij beweerde. Dat egoïstische kind heeft zich jarenlang aan de boezem van de familie laten drukken, puur uit geldbejag.’

De eerste die het meisje wel serieus nam, was hoofdinspecteur Jan Sellens. In zijn boek gaf hij openhartig die blunder toe. ‘Haar verhaal leek authentiek,’ schreef hij. ‘Ze kon gedetailleerd vertellen over Jan Willem, over zijn kamer in Delft waar ze één keer was geweest, over zijn trouwplannen, over zijn toekomst in de Verenigde Staten. Toen ze erachter kwam dat ze in verwachting was, zocht ze hem op toen hij al naar Utrecht was verhuisd. We hadden al geruchten opge-vangen dat hij op zijn kamer in IBB een meisje had gehad. Voor ons was dat het antwoord op de vraag waarom Jan Willem de laatste dagen in zichzelf gekeerd leek. Ik kon me heel goed voorstellen waarom hij daarover met nie-mand sprak.’

Vicky K. voldeed aan het signalement van het meisje dat bij Jan Willem was gezien. Zij overhandigde als bewijs een cheque die Jan Willem voor haar had uitgeschreven, als tege-moetkoming voor de eerste kosten van de uitzet. Zij beweerde dat hij van plan was te breken met zijn verloofde, dat hij werk zou zoeken om Vicky en hun baby te onder-houden. Daarom zou hij bij Broese Kemink een krant hebben gekocht, om te zoeken naar vacatures. Sellens: ‘Haar verhaal paste bij de feiten. Ik vond dat de familie haar verant-woordelijkheid moest nemen door haar finan-cieel te ondersteunen.’

Hoewel de bewering van Vicky eerst op scepsis bij familie De Geer stuitte, werd ze uiteindelijk wel geloofd op aandringen van de onderzoeksleider en vanwege de handte-kening op de cheque. Die was onmiskenbaar door Jan Willem gezet. Toen Vicky daarna, in november 1976, een meisje ter wereld bracht – dat ze ook nog eens naar Jan Willem vernoemde – stelde Sellens door middel van bloedgroepenonderzoek vast dat Janneke Wilhelmina een kind van de vermiste kon zijn. De ouders van Jan Willem besloten Vicky K. te steunen.

Die beslissing leidde tot een definitieve breuk tussen familie De Geer en Helma Lan-sink, die het haar schoonfamilie kwalijk nam dat men niet onvoorwaardelijk geloofde in Jan Willems onschuld. ‘Nu ik terugkijk,’ merkte ze in Sellens boek op, ‘heb ik wel begrip voor de ouders. Ze waren Jan Willem kwijt, een bitter gemis, en daarvoor in de plaats kregen ze een kleindochtertje. Janneke Wilhelmina verbond hen met hun zoon, zo leek het. Maar het was pure afpersing, een misdrijf waaraan de po-litie onbedoeld meewerkte. Vicky heeft sim-pelweg misbruik gemaakt van het verdriet en de wanhoop van de ouders en ze had het duivelse geluk dat het bloedgroepenonder-zoek gunstig uitviel, voor haar bedoel ik. Ze heeft de familie honderdduizenden guldens afgetroggeld.’

Het zou echter tot eind jaren tachtig duren voor Helma in het gelijk werd gesteld. DNA-onderzoek stelde toen onomstotelijk vast dat Janneke Wilhelmina niet een dochter van Jan Willem kon zijn. Onder grote druk gaf Vicky toe dat zij het verhaal had verzonnen omdat de echte vader van het kind haar had laten zitten. De verwekker, Sander Huijsman, was de bewoner van de IBB-kamer die Jan Willem in mei 1976 had overgenomen. Vicky had Huijsman in een Utrechts café ontmoet en van het een kwam het ander. Pas toen ze erachter kwam dat ze in verwachting was, ging ze op zoek naar de verwekker, van wie ze zelfs zijn naam niet wist te herinneren. Nadat ze zijn adres had achterhaald, vond ze daar Jan Willem. Uit louter medelijden had hij voor haar een cheque uitgeschreven, wat door zijn verdwijning een erkenning van het vader-schap leek, en Jan Willem was er niet meer om Vicky K. tegen te spreken.

Hoewel deze affaire nieuwe mogelijkheden opende, en nieuwe motieven voor een misdrijf of een opzettelijke verdwijning opleverde, leidde het niet tot het opsporen van jonkheer Jan Willem. Begin 1977 ontbond het Openbaar Ministerie het rechercheteam en het dossier verdween naar het archief. Maar de zaak liet de onvermoeibare Jan Sellens niet los. Hij bleef contact met de familie onderhouden en stond hun zoveel mogelijk bij, met advies en praktische hulp, tot de hoop herleefde door een opzienbarende ontdekking in 1983.

‘De geleende fiets dook op,’ schreef de gepensioneerde Jan Sellens in De zaak De Geer. ‘Letterlijk. De Gedo met Mustangframe werd tijdens baggerwerkzaamheden opge-diept uit een Zuid-Hollandse vaart, niet ver van het gehucht Woerdense Verlaat. We be-schikten over het reservesleuteltje waardoor we konden vaststellen dat dit het rijwiel was dat Jan Willem van medestudent Douwe Mein-dertsma had geleend. Het roestige vehikel stond op slot en was duidelijk door iemand gedumpt. Door Jan Willem of een ander, dat bleef onduidelijk.’

Die ontdekking trok grote aandacht omdat Woerdense Verlaat het dorp was waar Vicky K. vandaan kwam, dat kon toch geen toeval zijn? Jan Sellens: ‘In dat jaar namen we nog aan dat Janneke Wilhelmina de dochter van Jan Willem en Vicky was. Wist Vicky van de verdwijning? Had haar familie hem wat aangedaan omdat hij de verantwoordelijkheid voor de baby toch niet wilde nemen? Of had Jan Willem zelfmoord gepleegd uit wroeging dat hij zijn verloofde had bedrogen met dit meisje, zelf een kind nog maar? Tot de DNA-test hielden we met beide opties rekening.’

De media huiverden én smulden van alle mogelijkheden. Een commentator legde een verband met Richard John Bingham, de zevende graaf van Lucan, die twee jaar vóór Jan Willem ook spoorloos verdween nadat hij verdacht was van een moord. Sommigen beweerden dat Lord Lucan elders een nieuw bestaan opbouwde. Gold dat ook voor jonk-heer Jan Willem? Was hij uit schaamte verdwenen en leefde hij verder onder een andere naam? Wist zijn familie ervan? In reactie daarop laakte een andere journalist de adel, hun deftigheid, schijnheiligheid en angst voor gezichtsverlies: er kon een motief zijn om feiten te verzwijgen.

De zaak werd voor het voetlicht gebracht in het televisieprogramma Opsporing Verzocht, dat de fiets toonde. Ondanks nieuwe tips bracht de hernieuwde aandacht geen oplos-sing dichterbij: jonkheer Jan Willem bleef spoorloos. Een veelzeggend feit dat aanneme-lijk maakt dat hij niet meer in leven is, is dat hij na donderdag 8 juli 1976 nooit meer gebruik maakte van zijn goedgevulde bank-rekening. Geen van de cheques die hij bij zich droeg, werd verzilverd.

Met het overlijden van hoofdinspecteur Jan Sellens, in maart 2011, stierf bij velen de hoop dat de zaak ooit tot klaarheid zou komen. Maar familie De Geer weigerde zich daarbij neer te leggen en nam een particulier recher-chebureau in de arm. Een wanhoopsdaad?


De student die zou trouwen verscheen bij E-Pulp Publishers als e-book en als paperback. Deze spannende detectiveroman is online te koop en bij de plaatselijke boekhandel.

Voor meer spannende detectives en thrillers, kijk op www.e-pulp.nl.




Paperbacks bij E-Pulp Publishers verschenen:
Anne van Doorn - De ouders keerden niet terug

Tien jaar geleden verdwenen de ouders van Ezzet (zeven jaar) tijdens een wandeling in de bossen van het Noordhollands Duinreservaat. Het Irakese vluchtelingengezin verbleef ille-gaal in Nederland. Enkele dagen na de raad-selachtige verdwijning werd Ezzet ontvoerd. Het lijk van zijn vader werd later zwaar verminkt in de duinen teruggevonden. Deze complexe zaak is altijd een mysterie gebleven.


ISBN 978-94-92715-00-5 (paperback)


ISBN 978-94-92715-05-0 (e-book)

“Verdienstelijke plot” - Detective en Thriller-gids


“Goed uitgewerkte karakters” - Vrouwenthril-lers.nl


“De auteur heeft zonder twijfel een vlotte pen” - Biblion

Anne van Doorn - De student die zou trouwen

In de hete zomer van 1976 verdween de Utrechtse student Jan Willem de Geer, minder dan tien dagen voor zijn trouwdag. Kort voor zijn verdwijning leende hij een fiets waarmee hij naar een boekhandel aan de Oudegracht reed. In deze winkel werd Jan Willem voor het laatst gezien. Hoewel de geleende fiets zeven jaar later werd teruggevonden, ontbrak van de student elk spoor. Het is een mysterie dat tot op heden onopgelost is gebleven.


Ruim veertig jaar later doet een boswachter op de Utrechtse Heuvelrug een ontdekking die het raadsel alleen maar groter maakt. Omdat de politie er niet in slaagt de zaak te ont-rafelen, roept de radeloze familie De Geer de hulp in van een Leids recherchebureau, geleid door Robbie Corbijn. Met zijn assistente Lowina de Jong werkt Robbie aan een vrijwel hopeloze zaak die hij per se wil oplossen. Wat is er toch gebeurd met Jan Willem en wie is ervoor verantwoordelijk?


978-94-92715-13-5 (paperback)


978-94-92715-14-2 (e-book)

“In deze detectiveroman met doodlopende sporen, gebrek aan getuigen en bewijsma-teriaal weten de twee speurders elk feit slim te deduceren en de zaak te ontrafelen.” - Leidsch Dagblad


“Wie graag een rechttoe rechtaandetective à la Agatha Christie leest, geniet vast van dit boek. (...) De student die zou trouwen is een toegankelijk, spannend verhaal voor in de vakantiekoffer.” - Marianne Hoksbergen, Nederlands Dagblad


“Anne van Doorn heeft mij alweer verrast door (...) op de allerlaatste pagina’s nog een verrassende twist aan het verhaal te geven” - Diane, Vrouwenthrillers.nl


“Anne van Doorn heeft het opnieuw voor elkaar gekregen een heerlijk mysterie te schrijven. Een onmogelijke zaak, waarin er minuscule stapjes richting de waarheid wor-den gezet. Gekmakend frustrerend voor de hoofdpersonages.” - Richard de Vries, Thrillzone.nl


“Tot het eind blijft de lezer geboeid. Waarom moest deze succesvolle student verdwijnen en wat is er gebeurd?” - 't Groentje

M.P.O. Books - De bloedzuiger

Het is de nachtmerrie van elke ouder. Het overkomt Peter en Antoinette. Altijd hebben ze hun vijftienjarige dochter op het hart ge-drukt niet alleen over het fietspad door het bos te fietsen, op weg van huis naar school en andersom. Ze hebben haar gezegd niet van de route af te wijken en voor het donker thuis te zijn. Maar hun dochter heeft de goede raad in de wind geslagen en het is mis gegaan. Rechercheur Petersen krijgt de opdracht uit te zoeken wie verantwoordelijk is voor dit drama. Maar ondertussen heeft hij zelf heel wat aan het hoofd door de komst van een nieuwe collega die niet echt in zijn team past.


“Deze vakkundige thriller, enigszins in de Scandinavische traditie, heeft een rijke cast aan voornamelijk sympathieke bijfiguren en een ingenieuze plot” - Anneke van Ammel-rooy, Biblion


“Een boek vol spanning en verrassende wendingen (...) Tot op het laatst blijft de lezer geboeid lezen” - Ali van Vemde, 't Groentje

Eugenius Quak - Gruwelijk is het huwelijk

Eugenius Quak is een man van twaalf am-bachten en veel meer ongelukken, tot hij besluit privé-detective te worden. Zijn eerste cliënt is de schatrijke Lourens Rotting, eige-naar van Groot Beukenstein. Rotting wil dat Quak zijn vrouw Pippilotta schaduwt omdat zij hem zou bedriegen. In deze maffe, komische detective grijpt Eugenius Quak vooral de gelegenheid aan zoveel mogelijk aan zijn cliënt te verdienen...



Mijn naam is Eugenius M. Quak. Onthoud die naam als je nog niet van mijn spannende avonturen hebt gehoord. Je moet haast wel van een andere planeet komen als mijn naam geen bel doet rinkelen in dat suffe hoofd van jou. Wat zeg ik, je komt waarschijnlijk uit een ander melkwegstelsel, een ander universum! Want de kranten hebben bol gestaan van de vergro-tende en overtreffende trappen, trappen op en trappen af, je zou er buiten adem van raken, allemaal om de Tragedie van Groot Beuken-stein te beschrijven, het misdrijf dat ik op geniale wijze wist op te lossen.

Eugenius Quak beweert dat alles wat hij beschrijft, echt is gebeurd...

Met een voorwoord van hoofdinspecteur J.N.P. van Konijnenburg.

“Deze hilarische kwajongensdetective met kostelijke grappen levert een geslaagde persi-flage van het genre op” - Leeskost.nl


“Het eerlijk van aanwijzingen voorziene en klassiek-gestijlde einde droeg geweldig bij aan het definitief omsmelten van mijn mening in een positieve” - Beneath the stains of time


“Erg lollig” - Biblion

E-Pulp Publishers

E-Pulp Publishers is gespecialiseerd in

detectives en thrillers geschreven door:

M.P.O. Books, Anne van Doorn, Eugenius Quak, Dieudonné en meer.


Kijk voor een volledig overzicht van onze auteurs en uitgaven op:



www.e-pulp.nl


* Graaf Bentinck van Amerongen is zeer welwillend voor de vreemdelingen: overal vrije wandeling; geen bordjes met „verboden toegang”, die een teergevoelig mensch verschrikt maken en doen weifelen om verder te gaan.



1   2   3   4   5   6   7   8

  • Voorproefje van De student die zou trouwen

  • Dovnload 0.5 Mb.